Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Huizen

Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Huizen
Officiële naam regelingHuisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2015
CiteertitelHuisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

verordening vervalt op 30 juni 2019

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Huisvestingswet 2014 art. 4, 5, 12 t/m 14 en 21

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

07-07-201501-07-2019nieuwe regeling

25-06-2015

Gemeenteblad van Huizen 2015 nr. 4 d.d. 6-7-2015

Onbekend

Tekst van de regeling

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Huizen;

in vergadering bijeen op 25 juni 2015,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 juni 2015; agendapunt 6.4;

gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, 12 tot en met 14 en 21 van de Huisvestingswet 2014 en de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet;

  • 1.

    intrekken van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 zoals vastgesteld bij raadsbesluit op 28 april 2011;

  • 2.

    vaststellen van de hierna volgende Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2015.

b e s l u i t :

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    Brp: (Wet) basisregistratie personen;

  • 2.

    bijzondere maatschappelijke doelgroep: woningzoekende, die ingezetene van de regio is en die vanwege huurschuld en/of ernstige overlast ontruimd is en waarbij zelfstandig huurderschap vanwege de overlast en of financiële problematiek (nog) niet mogelijk is;

  • 3.

    directe bemiddeling: beschikbaar stelling van een woning door direct overleg tussen een daarvoor aangewezen medewerker (van het urgentiebureau of de woningcorporaties) met de woningcorporatie;

  • 4.

    doorstromer: woningzoekende die een zelfstandige huur- of koopwoning achterlaat in de regio;

  • 5.

    economische binding: de situatie dat de woningzoekende met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in de woningmarktregio te vestigen. Hieronder wordt verstaan het duurzaam (tenminste 19 uur per week) verrichten van arbeid binnen of vanuit de woningmarktregio. Er moet eveneens sprake zijn van een duurzame relatie tussen arbeid en betrokken gebied. Het duurzaam volgen van een dagopleiding in de woningmarktregio wordt hiermee gelijk gesteld;

  • 6.

    gemeentebinding: economische of maatschappelijke binding conform deze verordening aan uitsluitend de betreffende gemeente;

  • 7.

    herhuisvestingsurgentie: urgentie die wordt toegekend omdat een bestaande woning in de regio van een corporatie moet worden verlaten door grootschalige renovatie of sloop;

  • 8.

    huishouden: een alleenstaande die een huishouden voert, danwel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren, danwel wenst te voeren resp. wensen te voeren;

  • 9.

    huishoudinkomen: gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in Rijksregelingen;

  • 10.

    huren onder voorwaarden: een (te sluiten) huurcontract met bijzondere voorwaarden over gedrag, goed huurderschap en/of een zorgcontract ten behoeve van een woningzoekende uit de bijzondere maatschappelijke doelgroep waarbij het huurcontract in eerste instantie op naam van een zorgaanbieder gesloten kan worden.

  • 11.

    inkomen: conform rijksbeleid

  • 12.

    inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen;

  • 13.

    ingezetene: degene die, voorafgaand aan de urgentieaanvraag en/of woningtoewijzing, gedurende tenminste één jaar onafgebroken in de Brp van één van de gemeenten in de woningmarktregio is ingeschreven en in die gemeente daadwerkelijk zijn/haar hoofdverblijf heeft conform de wet Brp;

  • 14.

    inschrijving: inschrijving als woningzoekende;

  • 15.

    inschrijfsysteem: de door of namens B&W bijgehouden registratie van woningzoekenden;

  • 16.

    kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning bestemd voor woon- en/of slaapruimte;

  • 17.

    loting: het gebruikmaken van een toevalsgenerator om de rangorde bij woningtoewijzing te bepalen;

  • 18.

    maatschappelijke binding: De situatie dat de woningzoekende een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in de woningmarktregio te vestigen. Hieronder wordt in deze verordening verstaan de ingezetene van de woningmarktregio in de zin van deze verordening, de woningzoekende die gedurende de voorafgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de woningmarktregio en de mantelzorger die conform de definitie uit deze verordening, mantelzorg verleent aan een inwoner van de woningmarktregio.

  • 19.

    mantelzorg: intensieve, langdurige zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende in de woningmarktregio, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;

  • 20.

    onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;

  • 21.

    oude waarde: voor doorstromers: de woonduur van de woningzoekende in de huidige huur- of koopwoning in de regio tot 29 september 2011,

Voor starters en woningzoekenden van buiten de regio: de inschrijfduur van de woningzoekende tot 29 september 2011.

  • 22.

    pfho: portefeuillehoudersoverleg Sociaal Domein van de regio Gooi en Vechtstreek;

  • 23.

    postcodegroep: een verzameling adressen met een identieke door Post NL toegekende postcode;

  • 24.

    regionale urgentiecommissie: de commissie als bedoeld in artikel 1 onder g van het Reglement Regionale Urgentiecommissie Gooi en Vechtstreek 2015;

  • 25.

    regionaal medisch deskundige: een door burgemeester en wethouders aangewezen medisch adviseur;

  • 26.

    starter: woningzoekende ingezetene van de regio die geen zelfstandige huur- of koopwoning achterlaat;

  • 27.

    tweede kans: het aan een huurder van een toegelaten instelling, die met uitzetting wordt bedreigd vanwege omstandigheden in de persoonlijke sfeer van die huurder, bieden van een tweede (meestal laatste) mogelijkheid zich als een goed huurder te gedragen in de huidige woning of een andere woning van dezelfde (of een andere samenwerkende) woningbouwvereniging. Hierbij is verplichte begeleiding een voorwaarde voor de huurder om de problematiek die tot uitzetting van de huurder zou leiden op te lossen of sterk te verminderen

  • 28.

    urgentie: een door burgemeester en wethouders toegekende voorrang op andere woningzoekenden;

  • 29.

    vergunninghouder: (statushouder) persoon van wie de asielaanvraag uitmondt in een geldige status tot verblijf (verblijfsvergunning) in Nederland en voor wie als gevolg daarvan dezelfde rechten en plichten gelden als voor Nederlanders;

  • 30.

    vestiger: woningzoekende van buiten de woningmarktregio;

  • 31.

    wet: Huisvestingswet 2014;

  • 32.

    woning: woning als gedefinieerd in artikel 7:234 BW welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning;

  • 33.

    woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in woningmarktregio;

  • 34.

    woningmarktregio: het grondgebied van de gemeenten Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren;

  • 35.

    woningzoekende: huishouden dat in het inschrijfsysteem is ingeschreven;

  • 36.

    woonduur: de tijd dat de woningzoekende feitelijk als huurder of koper zijn hoofdverblijf op het huidige adres in de regio heeft conform de wet Brp;

  • 37.

    zelfstandige woonruimte: de woning conform Burgerlijk Wetboek 7 artikel 234;

  • 38.

    zoekwaarde: waarde waarmee sinds 29 september 2011 de rangorde van woningzoekenden bij de woningtoewijzing wordt bepaald;

  • 39.

    zorgcontract: een door een gemeente gecontracteerde instelling of door een gemeentelijke Wmo medewerker opgesteld plan voor zorg of behandeling van een persoon uit de bijzondere maatschappelijke doelgroep ten behoeve van huisvesting voor die persoon, geaccordeerd door zowel de gecontacteerde instelling als de gemeentelijke Wmo medewerker en de persoon uit de bijzondere maatschappelijke doelstelling;

  • 40.

    zorgindicatie: vaststelling van de behoefte voor langdurige persoonlijke zorg en/of begeleiding in een zelfstandige woning door de wijkverpleging, op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Wet langdurige zorg.

Artikel 1.2 Berekening Zoekwaarde

  • 1 Voor woningzoekenden die al vóór 29 september 2011 als huurder of eigenaar een zelfstandige huur- of koopwoning bewoonden in de regio en deze ná 29 september 2011 zullen achterlaten bij het betrekken van een sociale huurwoning van de corporaties in de regio geldt de navolgende zoekwaarde:

    • a

      bij inschrijving als woningzoekende vóór 29 september 2011: 100% van de oude waarde vermeerderd met de inschrijfduur vanaf 29 september 2011.

    • b

      bij inschrijving als woningzoekende ná 29 september 2011: 100% van de oude waarde vermeerderd met de actuele inschrijfduur van na 29 september 2011.

  • 2 Voor woningzoekenden die na 1 januari 2011 zijn uitgeschreven als woningzoekende vanwege de acceptatie van een sociale huurwoning van de corporaties in de regio geldt bij nieuwe inschrijving als woningzoekende: 75% van de zoekwaarde die nodig was om de laatste sociale huurwoning te verkrijgen vermeerderd met de duur van die nieuwe inschrijving.

  • 3 Voor woningzoekende starters of vestigers van buiten de regio die al vóór 29 september 2011 ingeschreven stonden als woningzoekende en niet als huurder of eigenaar een zelfstandige woning in de regio achterlaten geldt: de oude waarde tot 29 september vermeerderd met de inschrijfduur vanaf 29 september 2011.

  • 4 Bij echtscheiding of verbreken van een relatie na 29 september 2011 geldt:

    • a

      de laatst in de woning achterblijvende woningzoekende krijgt de eventuele extra zoekwaarde als bepaald in lid 1 en 2, vermeerderd met de eigen inschrijfduur als woningzoekende als hoofdaanvrager respectievelijk partner.

    • b

      Voor de woningzoekende die de woning als eerste gaat verlaten of al verlaten heeft geldt: de eigen inschrijfduur als hoofdaanvrager respectievelijk partner.

  • 5 Voor alle overige woningzoekenden geldt de navolgende zoekwaarde: de duur van de actuele inschrijving.

    • Artikel 1.3 Inschrijfsysteem van woningzoekenden

    • Burgemeester en wethouders houden een uniform inschrijfsysteem van woningzoekenden bij.

    • Zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving.

    • De woningzoekende ontvangt een digitaal bewijs van inschrijving.

    • 1

      Inschrijvingen die in een andere gemeente binnen de regio zijn gedaan hebben gelijke gelding als inschrijvingen bij burgemeester en wethouders.

    • Artikel 1.4 Bekendmaking aanbod van woonruimte

    • 1

      Het aanbod van de in artikel 4.1 aangewezen woonruimte wordt bekendgemaakt door publicatie via een (regionaal) digitaal platform.

    • 2

      Ook andere woonruimte kan via dit platform worden aangeboden.

    • 3

      De bekendmaking bevat in ieder geval:

      • a

        het adres en de huurprijs van de woonruimte met vermelding van woningtype, aantal kamers en ligging, en

      • b

        de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend, en

      • c

        indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning, en

      • d

        de op grond van artikel 26 lid 2 van de wet bepaalde huurprijs van de woning.

    Artikel 1.5 Woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs

    • 1

      Woonruimte kan door burgemeester en wethouders worden aangemerkt als:

      • a

        woonruimte in specifieke ouderen- of jongerencomplexen;

      • b

        woonruimte die toegankelijk is voor mensen met een beperking en/of een zorgindicatie;

      • c

        woonruimte in een complex met een zorginfrastructuur;

      • d

        woonruimte waarbij ten behoeve van de huurders collectieve zorg wordt ingekocht;

      • e

        nieuwbouwwoningen die voor het eerst worden toegewezen.

      • f

        Woonruimte in de gemeenten Blaricum, Laren, Muiden en Wijdemeren waarvoor gemeentebinding een voorwaarde is, met een maximum van 25% van de jaarlijks beschikbaar komende woonruimte in de betreffende gemeente.

    • 2

      Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden formuleren waaraan een woningzoekende moet voldoen om in aanmerking te komen voor deze woonruimte. HOOFDSTUK 2 Urgentie

    Artikel 2.1 Toekenning urgentie

    • 1

      Burgemeester en wethouders kennen voor de in artikel 4.1 aangewezen woonruimte urgentie toe aan woningzoekenden die voldoen aan artikel 12 lid 3 van de wet:

      • a

        woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten;

      • b

        woningzoekenden met maatschappelijke binding die mantelzorg ontvangen of verlenen, of,

      • c

        vergunninghouders (statushouders) als bedoeld in artikel 28 van de wet.

    • 2

      Burgemeester en wethouders kennen voor de in artikel 4.1 aangewezen woonruimte urgentie toe aan woningzoekenden die voldoen aan:

      • a

        de criteria voor de verlening van een huisvestingsvergunning uit artikel 4.4, met uitzondering van het criterium over de rangorde, en,

      • b

        de randvoorwaarden uit artikel 2.2, en,

      • c

        één of meer van de criteria van artikel 2.3.

    • 3

      Burgemeester en wethouders kennen voor de in artikel 4.1 aangewezen woonruimte herhuis-vestingsurgentie toe indien er een concreet plan voor sloop of renovatie van de bestaande woning voorligt dat noopt tot vertrek uit die woning.

    Artikel 2.2 Randvoorwaarden voor urgentie

    Voor de toekenning van urgentie gelden de navolgende randvoorwaarden:

    • 1

      Er dient sprake te zijn van een noodsituatie die vergt dat er direct of uiterlijk binnen drie maanden een woning beschikbaar komt ter voorkoming van ernstige schade voor het welzijn van de woningzoekende, waarbij die schade het rechtstreeks gevolg is van de bestaande woonsituatie.

    • 2

      De woningzoekende dient aan te tonen dat hij getracht heeft het probleem zelf op te lossen.

    • 3

      In de gevallen bedoeld in artikel 2.1 lid 2 dient de woningzoekende die geen ingezetene is van de regio, maar wel een maatschappelijke of economische binding heeft, aan te tonen dat het woonprobleem uitsluitend in deze woningmarktregio opgelost kan worden.

    Artikel 2.3 Criteria voor urgentie

    Voor de toekenning van urgentie moet de woningzoekende en/of een lid van zijn gezin aan één of meer van navolgende criteria voldoen:

    • 1

      Medische gronden: medische problemen waarop de huidige woonsituatie een zeer ernstige negatieve invloed heeft terwijl die problemen redelijkerwijs niet oplosbaar zijn binnen de huidige woonsituatie. De regionaal medisch deskundige en de regionale urgentiecommissie brengen advies uit.

    • 2

      Dakloosheid ten gevolge van calamiteiten: de huidige woning is blijvend onbewoonbaar en de woningzoekende kan niet zelf in andere woonruimte voorzien.

    • 3

      Dakloosheid van een ouder met minderjarig(e) kind(eren):

      • a

        de ouder kan na een scheiding of na beëindiging van een opname in een psychiatrische inrichting niet over woonruimte beschikken voor zichzelf en één of meer minderjarige kinderen, en,

      • b

        de andere ouder kan de kinderen redelijkerwijs niet huisvesten, en,

      • c

        wanneer sprake is van een (voormalige) echtelijke woning toont de aanvrager aan dat niet van hem gevergd kan worden dat hij de woning opeist.

    • 4

      Financiële ontwrichting: onvoorziene en niet aan de aanvrager te verwijten financiële problemen waardoor de huidige woonlasten niet meer kunnen worden opgebracht. De aanvrager dient aan te tonen dat er geen andere oplossingen zijn.

    • 5

      Geweld: geweld of reële bedreiging met geweld die maakt dat de aanvrager redelijkerwijs niet meer in de huidige woning kan blijven. De aanvrager dient aan te tonen dat er geen (tijdelijk) onderdak te verkrijgen is. Het geweld of de bedreiging moet aangetoond kunnen worden, bijvoorbeeld door een rapport van de politie,

    • 6

      Langdurige inwoning van een ouder met minderjarig(e) kind(eren) bij familie, vrienden of kennissen in de woningmarktregio: de inwoning heeft tenminste twee jaar geduurd en de aanvrager toont aan dat in een periode van twee jaar voorafgaand aan de urgentieaanvraag in voldoende mate is gereageerd op passende woningaanbiedingen in de regio.

    • 7

      Sociale indicatie: zeer ernstige sociale problemen die een directe relatie hebben met de woonsituatie waarbij die problemen tot gevolg hebben dat de aanvrager en/of zijn gezin niet langer zelfstandig kunnen functioneren als gezin of in de maatschappij.

    Artikel 2.4 Urgentie onder voorwaarde van een zorgcontract

    • 1

      Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van artikel 2.1 lid 2 onder a en b een urgentie toekennen aan een woningzoekende uit de bijzondere maatschappelijke doelgroep onder de voorwaarde van een zorgcontract.

    • 2

      Bij de aanvraag wordt een door aanvrager, zorginstantie en gemeente ondertekend zorgcontract ingediend.

    • 3

      Deze urgentie wordt alleen verleend met directe bemiddeling.

    Artikel 2.5 Aanvraag, behandeling en verlening urgentie

    • 1

      Urgentie wordt schriftelijk aangevraagd bij burgemeester en wethouders van de woonplaats. Woningzoekenden van buiten de regio vragen naar keuze urgentie bij burgemeester en wethouders van een regiogemeente.

    • 2

      Burgemeester en wethouders stellen een aanvraagformulier vast en bepalen welke gegevens bij de aanvraag moeten worden overgelegd.

    • 3

      Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen zolang de behandelkosten niet zijn voldaan.

    • 4

      Burgemeester en wethouders winnen advies in van de regionale urgentiecommissie.

    • 5

      Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag binnen acht weken na ontvangst.

    • 6

      Burgemeester en wethouders besluiten alleen tot toekenning van een urgentie als naar hun oordeel voldaan is aan de artikelen 2.1 tot en met 2.4.

    • 7

      Burgemeester en wethouders beoordelen de aanvraag op basis van de individuele situatie van de aanvrager.

    • 8

      Burgemeester en wethouders kunnen de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager voor het ontstaan van de problematische woonsituatie meewegen in de besluitvorming.

    • 9

      Burgemeester en wethouders kunnen de urgentie beperken tot een bepaald woningtype.

    • 10

      Burgemeester en wethouders kunnen de urgentie beperken tot een bepaald gedeelte van de regio.

    Artikel 2.6 Gelding urgentie

    • 1

      Urgenties die in een andere gemeente binnen de regio zijn verleend hebben gelijke gelding als een door burgemeester en wethouders verleende urgentie.

    • 2

      Een urgentie geldt tot drie maanden na de datum van verzending.

    Artikel 2.7 Inhoud urgentiebeschikking

    Het besluit tot toekenning van de urgentie vermeldt in ieder geval:

    • a

      de naam en adresgegevens van de woningzoekende;

    • b

      de datum van de aanvraag;

    • c

      de voorwaarden die aan de urgentie zijn verbonden;

    • d

      de verzenddatum en de daaraan verbonden geldigheidstermijn;

    • e

      het registratienummer.

    Artikel 2.8 Verlenging van de gelding van de urgentie

    • 1

      Een aanvraag tot verlenging van de geldingstermijn van een urgentie wordt vóór afloop van die termijn schriftelijk ingediend bij het college van burgemeester en wethouders.

    • 2

      Burgemeester en wethouders winnen advies in van de regionale urgentiecommissie.

    • 3

      De geldingstermijn van de urgentie wordt alleen verlengd als de woningzoekende naar het oordeel van burgemeester en wethouders:

      • a

        in voldoende mate heeft gereageerd op beschikbare passende woningen, en,

      • b

        de woningzoekende geen aangeboden woning(en) ongegrond heeft geweigerd, of,

      • c

        er binnen de geldingstermijn geen aanbod is geweest van passende woningen.

    Artikel 2.9 Intrekking van de urgentie

    • 1

      Burgemeester en wethouders kunnen de urgentie in ieder geval intrekken als:

      • a

        niet meer wordt voldaan aan de artikelen 2.1 tot en met 2.4;

      • b

        de aanvrager daarom verzoekt;

      • c

        de aanvrager een aangeboden woning ongegrond heeft geweigerd;

      • d

        de urgentie is toegekend op basis van gegevens waarvan de aanvrager wist of kon weten dat deze onjuist of onvolledig waren.

    • 2

      Voordat zij een besluit nemen winnen burgemeester en wethouders advies in van de regionale urgentie-commissie.

    HOOFDSTUK 3. Tweede kans

    Artikel 3.1 Gevolgen tweede kans

    Burgemeester en wethouders kunnen besluiten om een (potentieel) woningzoekende voor drie jaar uit te sluiten van een huisvestingsvergunning als het een bewoner van een woning van de toegelaten instellingen in de woningmarktregio betreft die door slecht huurderschap met huisuitzetting wordt bedreigd en een tweede kans als gedefinieerd in art. 1. 27 krijgt aangeboden, indien:

    • a

      de bewoner de tweede kans weigert.

    • b

      de bewoner de tweede kans aanneemt, maar ook in deze woning huisuitzetting dreigt of is uitgevoerd door slecht huurderschap.

    HOOFDSTUK 4. De huisvestingsvergunning

    Artikel 4.1 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

    • 1

      Het is verboden om in de woonmarktregio woonruimte in eigendom een toegelaten instellingmet een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag voor bewoning in gebruik te nemen of te geven zonder dat daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend.

    • 2

      Het eerste lid is niet van toepassing op:

      • a

        woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet;

      • b

        onzelfstandige woonruimten;

      • c

        woonruimte voor inwoning;

      • d

        bedrijfswoningen;

      • e

        woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen;

      • f

        woonwagens en standplaatsen voor woonwagens;

      • g

        woongroepen;

      • h

        zorgwoningen met gekoppeld zorgcontract;

      • i

        2% van het jaarlijkse aanbod van woningen als bedoeld in lid 1.

    Artikel 4.2 Rangorde woningzoekenden

    De rangorde om in aanmerking te komen voor de huisvestingsvergunning wordt als volgt bepaald:

    • 1

      Voor op grond van artikel 4.1 aangewezen woningen:

      • a

        primair de woningzoekende met een urgentie passend bij woningtype en locatie.

      • b

        secundair de woningzoekende die een gemeentebinding heeft als bedoeld in 1.5 onder f, met de hoogste zoekwaarde zoals bepaald in artikel 1.2 binnen deze groep woningzoekenden voor die gemeente, mits de woning wordt aangeboden met de specificatie “gemeentebinding”.

      • c

        tertiair de woningzoekende die ingezetene van de regio is of een maatschappelijke of economische binding heeft met de regio, met de hoogste zoekwaarde zoals bepaalt in artikel 1.2 binnen deze groep woningzoekenden.

      • d

        quartair de woningzoekende die geen ingezetene is van de regio en geen maatschappelijke of economische binding heeft met de regio, met de hoogste zoekwaarde zoals bepaalt in artikel 1.2 binnen deze groep woningzoekenden.

    • 2

      Als op grond van lid 1 onder a meerdere urgente woningzoekenden in aanmerking komen:

      • a

        primair woningzoekenden met een urgentie op grond van artikel 2.1 lid 1 en 2.

      • b

        secundair woningzoekenden met een herhuisvestingsurgentie op grond van artikel 2.1 lid 3.

    • 3

      In afwijking van lid 2 komen woningzoekenden met een herhuisvestingsurgentie als eerste in aanmerking als sprake is van terugkeer naar de buurt waar de sloop of renovatie heeft plaatsgevonden.

    • 4

      Als op grond van lid 2 of 3 meerdere urgente woningzoekenden van dezelfde categorie in aanmerking komen: De woningzoekende met de oudste urgentie.

    • 5

      Als er in geval van lid 4 meerdere woningzoekenden zijn met een even oude urgentie: De woning-zoekende met de hoogste zoekwaarde.

    • 6

      Voor op grond van artikel 4.1 aangewezen woningen, tevens zijnde woonruimte aangeduid als van een bepaalde aard, grootte of prijs als bedoeld in artikel 1.5 geldt in aanvulling op de leden 1 tot en met 5 van artikel 4.2:

      • a

        woonruimte in een jongerencomplex kan met voorrang aangeboden worden aan woningzoekenden tot 23 jaar;

      • b

        woonruimte in een ouderencomplex kan met voorrang aangeboden worden aan woningzoekenden vanaf 55 jaar of 65 jaar en ouder;

      • c

        woonruimte met zorg als bedoeld in artikel 1.5 lid 1 onder b, c en d worden met voorrang aangeboden aan woningzoekenden met een bijpassende zorgindicatie;

      • d

        voor de eerste toewijzing van nieuwbouwwoningen komen woningzoekenden in aanmerking op grond van nader door burgemeester en wethouders te bepalen criteria. Zij vragen advies bij de verhurende corporatie.

    • 7

      Als de woningzoekende de woning weigert vervalt zijn rangorde voor deze specifieke woning.

    Artikel 4.3 Aanvraag huisvestingsvergunning

    Degene die de hoogste rangorde heeft op grond van artikel 4.2, 5.1 of 5.2 vraagt van rechtswege een huisvestingsvergunning aan.

    Artikel 4.4 Criteria voor verlening huisvestingsvergunning

    • 1

      Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen woningzoekenden voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking als zij:

      • a

        de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld of vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf in Nederland hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000 en,

      • b

        meerderjarig zijn, en,

      • c

        een gezamenlijk inkomen hebben dat lager is dan de regionale toewijzingsgrens voor sociale huurwoningen ( prijspeil 2015: €44.658,-).

    • 2

      De huisvestingsvergunning wordt verleend aan de woningzoekende met de hoogste rangorde bepaald op grond van artikel 4.2 respectievelijk 5.1 of 5.2.

    Artikel 4.5 Vruchteloos aanbieden

    • 1

      In afwijking van artikel 4.4 lid 3 kunnen burgemeester en wethouders de huisvestingsvergunning verlenen aan een woningzoekende die niet de hoogste rangorde heeft als de woning gedurende vier weken vruchteloos is aangeboden.

    • 2

      De in lid 1 bedoelde termijn van vier weken gaat lopen op de dag van eerste publicatie van de aanbieding van de woning.

    Artikel 4.6 Inhoud huisvestingsvergunning

    De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval:

    • a

      een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;

    • b

      aan wie de vergunning is verleend;

    • c

      het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt;

    • d

      de voorwaarde dat de vergunninghouder de woonruimte enkel binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik kan nemen.

    HOOFDSTUK 5 Woningverdeling door loting

    Artikel 5.1 Spoedzoekregeling

    • 1

      In afwijking van artikel 4.2 kunnen maximaal 10% van de toe te wijzen woningen per kalenderjaar aangeboden worden aan woningzoekenden die met spoed een woning zoeken.

    • 2

      In dat geval geldt het navolgende:

      • a

        de woningzoekende schrijft zich apart in voor de spoedzoekregeling;

      • b

        registratie en deelname vinden per maand plaats;

      • c

        de rangorde wordt bepaald door loting;

      • d

        het aanbod aan woningen is niet inzichtelijk voor de woningzoekenden.

    • 3

      Burgemeester en wethouders bepalen de passendheid van de woning, met dien verstande dat het aantal kamers het aantal bewoners met ten hoogste één mag overtreffen.

    • 4

      Bij weigering van een aangeboden woning wordt de woningzoekende voor twee jaar uitgesloten van de spoedzoekregeling.

    • 5

      Als de woningzoekende de woning weigert vervalt zijn rangorde voor deze specifieke woning.

    Artikel 5.2 Loting voor jongeren

    • 1

      In afwijking van artikel 4.2 kunnen woningen verloot worden onder jongeren tot en met 25 jaar.

    • 2

      Het maximaal aantal te verloten woningen per kalenderjaar is regionaal 350.

    • 3

      Het bruto woonoppervlak van de te verloten woningen is maximaal 55 vierkante meter.

    • 4

      Als de woningzoekende de woning weigert vervalt zijn rangorde voor deze specifieke woning.

    HOOFDSTUK 6 Wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad

    Artikel 6.1 Werkingsgebied

    Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op alle woningen, zoals genoemd in artikel 1.1. (begrips-bepalingen), lid 32 en 37 van deze verordening.

    Artikel 6.2 Woningonttrekking

    • 1.

      Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot woning te onttrekken.

    • 2.

      Onder het onttrekken aan de bestemming tot woning wordt in deze verordening verstaan het slopen of het gebruiken voor een ander doel dan bewoning. Onder onttrekking wordt mede verstaan het samenvoegen met een andere woning en het omzetten van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte.

    • 3.

      In afwijking van het bepaalde in lid 1 is geen vergunning vereist indien de sloop van de woning als bedoeld in lid 2 plaatsvindt met het oog op vervangende woningbouw zodanig, dat het aantal te slopen woningen gelijk is aan, dan wel kleiner is dan, het aantal nieuw te bouwen woningen.

    Artikel 6.3 Aanvragen omgevingsvergunning

    De aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.2 wordt ingediend bij burgemeester en wethouders danwel het bevoegd gezag en vermeldt:

    • a.

      naam en adres van de eigenaar;

    • b.

      de personalia van de bewoner(s);

    • c.

      de huur- of koopprijs van het pand;

    • d.

      een exacte aanduiding van de te onttrekken woning of vertrekken van het pand;

    • e.

      het beoogde gebruik van (de onttrokken delen van) het pand na de onttrekking.

    Artikel 6.4 Afwegingscriterium

    Het bevoegd gezag verleent de vergunning als bedoeld in artikel 6.3 tenzij het belang van het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad groter is dan het met het onttrekken aan de bestemming tot bewoning gediende belang en het belang van het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad niet door het stellen van voorwaarden of voorschriften voldoende kan worden gediend.

    Artikel 6.5 Compensatie

    • 1.

      Burgemeester en wethouders verbinden aan het verlenen van een omgevingsvergunning de voorwaarde van het, naar keuze van vergunninghouder, hetzij het bieden van compensatie door het toevoegen aan de woningvoorraad van andere, vervangende woning(en), welke naar hun oordeel gelijkwaardig zijn aan de te onttrekken woning(en), hetzij het bieden van een financiële compensatie, overeenkomstig het bepaalde in lid 2.

    • 2.

      Burgemeester en wethouders kunnen richtlijnen vaststellen met betrekking tot het beschikbaar stellen van vervangende woningen c.q. heffing van een financiële bijdrage bij onttrekking van woningen.

    HOOFDSTUK 7 Slotbepalingen

    Artikel 7.1 Experimenten

    Bij wijze van experiment kunnen burgemeester en wethouders besluiten om maximaal 10% van de per kalenderjaar toe te wijzen woningen te verdelen op grond van regels die afwijken van deze verordening. Burgemeester en wethouders besluiten na consultatie van het portefeuillehoudersoverleg.

    Artikel 7.2 Hardheidsclausule

    • 1

      Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de rangorde indien strikte toepassing van de regels zou leiden tot niet gerechtvaardigde hardheid.

    • 2

      Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de regels voor urgentie indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot niet gerechtvaardigde hardheid.

    • 3

      Afwijkingsbesluiten op grond van dit artikel worden ter kennis van het portefeuillehoudersoverleg gebracht.

    Artikel 7.3 Intrekking oude verordening en overgangsrecht

    • 1

      De Huisvestingsverordening Gooi- en Vechtstreek 2011 wordt ingetrokken per 1 juli 2015.

    • 2

      Verleende urgenties behouden hun gelding onder de nieuwe verordening.

    • 3

      Op aanvragen voor urgentie die zijn ingediend vóór 1 juli 2015 blijft de Huisvestingsverordening Gooi- en Vechtstreek 2011 van toepassing.

    Artikel 7.4 In werking treding en citeertitel

    • 1

      Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015 en vervalt op 30 juni 2019.

    • 2

      Deze verordening wordt aangehaald als: “Huisvestingsverordening Gooi- en Vechtstreek 2015”.

    Aldus besloten in de openbare vergadering van 25 juni 2015

    de griffier, de voorzitter,