Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Laarbeek

Legesverordening 2019 Laarbeek

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLaarbeek
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingLegesverordening 2019 Laarbeek
CiteertitelLegesverordening 2019 Laarbeek
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet
  2. artikel 156, tweede lid, van de Gemeentewet
  3. artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet
  4. artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet
  5. artikel 7 van de Paspoortwet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

15-12-2018Nieuwe regeling

06-12-2018

gmb-2018-269314

13891-2018

Tekst van de regeling

Intitulé

Legesverordening 2019 Laarbeek

De raad van de gemeente Laarbeek;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 oktober 2018;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet;

 

gezien het advies van commissie Algemene Zaken d.d. 15 november 2018;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2019.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    ’dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    ’week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    ’maand’: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • d.

    ’jaar’: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • e.

    'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

    • a.

      het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

    • b.

      het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

      een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

  • 2.

    Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

  • b.

    diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;

  • c.

    het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 10 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn, of;

  • b.

    een tariefsverlaging betreffen, of;

  • c.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      onderdeel 1.1.8 (akten burgerlijke stand);

    • 2.

      hoofdstuk 2 (reisdocumenten);

    • 3.

      hoofdstuk 3 (rijbewijzen);

    • 4.

      onderdeel 1.4.5 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen);

    • 5.

      onderdeel 1.9.1 (verklaring omtrent het gedrag);

    • 6.

      hoofdstuk 16 (kansspelen);

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

Artikel 12 Overgangsrecht

  • 1.

    De Legesverordening 2018 (door de raad vastgesteld op 7 december 2017) wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening 2019 Laarbeek.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 december 2018.

de raad voornoemd,

de griffier,

J.N.F. van denBerg (plv.)

de voorzitter,

F.L.J. van derMeijden

Bijlage 1 behorende bij de Legesverordening 2019

Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2019 Laarbeek, inclusief ROEB lijst

Titel 1 Algemene dienstverlening

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

1.1.1

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op:

 

1.1.1.1

Maandag 09.00 – 09.15 uur

gratis

1.1.1.1a

Maandag 09.00 – 09.15 uur op locatie

€ 693,00

1.1.1.2

Maandag 09.30 – 10.00 uur (eenvoudig huwelijk)

€ 174,00

1.1.1.2a

Maandag 09.30 – 10.00 uur (eenvoudig huwelijk) op locatie

€ 693,00

1.1.1.3

Maandag t/m vrijdag 09.00 – 17.00 uur

€ 405,00

1.1.1.3a

Maandag t/m vrijdag 09.00 – 17.00 uur op locatie

€ 693,00

1.1.1.4

Zaterdag en zondag 09.00 – 17.00 uur

€ 578,00

1.1.1.4a

Zaterdag en zondag 09.00 – 17.00 uur op locatie

€ 924,00

1.1.1.5

Buiten kantooruren (i.r.t. openingstijden burgerzaken)

€ 751,00

1.1.1.5a

Buiten kantooruren (i.r.t. openingstijden burgerzaken), op locatie

€ 1.155,00

1.1.1.6

Huwelijken of registratie van partnerschap voltrokken tussen het tijdstip van 19.00 uur en 09.00 uur wordt het tarief met € 315,00 vermeerderd.

 

1.1.2

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk indien daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte op:

 

1.1.2.1

Maandag t/m vrijdag 09.00 – 17.00 uur, zonder ceremonie

gratis

1.1.2.2

Maandag t/m vrijdag 09.00 – 17.00 uur

€ 405,00

1.1.2.2a

Maandag t/m vrijdag 09.00 – 17.00 uur op locatie

€ 693,00

1.1.2.3

Zaterdag en zondag 09.00 – 17.00 uur

€ 578,00

1.1.2.3a

Zaterdag en zondag 09.00 – 17.00 uur op locatie

€ 924,00

1.1.2.4

Buiten kantooruren (i.r.t. openingstijden burgerzaken)

€ 751,00

1.1.2.4a

Buiten kantooruren (i.r.t. openingstijden burgerzaken), op locatie

€ 1.155,00

 

Omzetting van geregistreerd partnerschap in een huwelijk tussen het tijdstip van 19.00 uur en 09.00 uur wordt het tarief met € 315,00 vermeerderd.

 

1.1.3

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek

Nihil

1.1.4

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek

Nihil

1.1.5

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:

 

1.1.5.1

een trouwboekje of partnerschapsboekje

€ 35,00

1.1.5.2

Getuigen (per persoon)

€ 59,00

1.1.6

Lijst geborenen en overledenen

N.v.t.

1.1.7

Abonnement lijsten t.a.v. 1.1.6

N.v.t.

1.1.8

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

 

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

1.2

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

 

1.2.1

van een nationaal paspoort:

 

1.2.1.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 71,00

1.2.1.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 53,00

1.2.2

van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in subonderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort):

 

1.2.2.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 71,00

1.2.2.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 53,00

1.2.3

van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

 

1.2.3.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 71,00

1.2.3.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 53,00

1.2.4

van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen

€ 53,00

1.2.5

van een Nederlandse identiteitskaart:

 

1.2.5.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 56,00

1.2.5.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 29,00

1.2.6

voor de versnelde uitreiking van een in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemd document, zijnde een toeslag op de in die onderdelen genoemde bedragen:

€ 48,00

1.2.7

voor het bezorgen van een in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemd document, zijnde een toeslag op de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.6 genoemde bedragen:

€ 15,00

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

1.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

€ 39,00

1.3.2

Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt:

 

1.3.2.1

bij een spoedlevering vermeerderd met

€ 34,00

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

1.4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 1.4.3 en 1.4.4, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

1.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.4.2.1

tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking

€ 5,00

1.4.2.1.1

voor de verstrekking op verzoek van een persoonslijst aan de persoon van de aanvrager, per verstrekking

€ 5,00

1.4.2.1.2

voor statistische gegevensverstrekking, zoals van leeftijdsopbouw, gezinssamenstelling en aantal woningen, per verstrekking

€ 15,00

1.4.2.1.3

voor andere niet met name genoemde statistische gegevensverstrekkingen, per verstrekking

€ 30,00

Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister (N.v.t.)

Hoofdstuk 6 (Vervallen)

Hoofdstuk 7 Bestuursstukken (N.v.t.)

Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie (N.v.t)

Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken

1.9

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.9.1

tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag

€ 41,35

1.9.2

tot het legaliseren van een handtekening

Gratis

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

1.10

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan

€ 16,50

Hoofdstuk 11 Huisvestingswet 2014 (N.v.t.)

Hoofdstuk 12 Leegstandwet

1.12

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.12.1.1

tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet

€ 50,00

1.12.1.2

tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet

€ 25,00

1.12.2

Indien aanvragen als bedoeld in de subonderdelen 1.12.1.1 en 1.12.1.2 gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die subonderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven. [Dit geldt ook als het gaat om een geheel van huurwoningen bestemd voor sloop of renovatie waarvoor gelijktijdig aanvragen worden ingediend.]

 

Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie (N.v.t.)

Hoofdstuk 14 (Vervallen)

Hoofdstuk 15 (Vervallen)

Hoofdstuk 16 Kansspelen

1.16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

1.16.1.1

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat

€ 56,50

1.16.1.2

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat

€ 56,50

 

en voor iedere volgende kansspelautomaat

€ 34,00

1.16.1.3

voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd

€ 196,00

1.16.1.4

voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste kansspelautomaat

€ 196,00

 

en voor iedere volgende kansspelautomaat

€ 113,00

1.16.2

De subonderdelen 1.16.1.1 en 1.16.1.2 zijn van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak, korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd onderscheidenlijk verhoogd worden.

 

Hoofdstuk 17 Telecommunicatie

1.17.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag, als bedoeld in artikel 2.1 en 3.1 van de "Verordening Ondergrondse Infrastructuur Laarbeek 2018", waarbij de graaflengte minder dan 100m¹ is of een lasgat / montagegat met een oppervlakte van meer dan 2m²

€ 192,34

1.17.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag, als bedoeld in artikel 2.1 en 3.1 van de "Verordening Ondergrondse Infrastructuur Laarbeek 2018", waarbij de graaflengte groter of gelijk is dan 100 meter

€ 384,68

1.17.3

Het tarief genoemd onder 1.17.1 en 1.17.2 wordt verhoogd per strekkende meter sleuflengte, voor zover binnen de bebouwde kom gelegen, met een bedrag van

€ 1,85

1.17.4

Het tarief genoemd onder 1.17.1 en 1.17.2 wordt verhoogd per strekkende meter sleuflengte, voor zover buiten de bebouwde kom gelegen, met een bedrag;

 

 

1. over de eerste 2.000 meter, een bedrag van

€ 1,31

 

2. over de lengte langer dan 2.000 meter doch kleiner of gelijk dan 50.000 meter, een bedrag van

€ 0,78

 

3. over de resterende totale lengte langer dan 50.000 meter, een bedrag van

€ 0,68

1.17.5

Voor degene aan wie het recht als bedoeld onder 1.17.1 tot en met 1.17.4 in rekening is gebracht bestaat aanspraak op teruggaaf van de leges, indien de aanvraag wordt ingetrokken voordat hierop een beslissing is genomen, óf als de gemeente de aanvraagt weigert of buiten behandeling stelt. De teruggaaf bedraagt:

50 %

Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

1.18

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.18.1

tot het verstrekken van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

€ 71,00

Hoofdstuk 19 Diversen

1.19.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.19.1.1

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 0,70

1.19.1.2

afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

1.19.1.2.1

per pagina op papier van A4-formaat

€ 0,70

1.19.1.2.2

per pagina op papier van een ander formaat

€ 1,15

1.19.1.3

kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in subonderdelen 1.19.1.1 en 1.19.1.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk

€ 8,00

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

2.1.1.1

aanlegkosten:

 

de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk

2.1.1.2

bouwkosten:

 

Alle bouwkosten van het bouwen en/of verbouwen, inclusief de afwerking, op basis van marktprijzen, exclusief 21% omzetbelasting, zoals deze marktprijzen zijn opgenomen in de in bijlage 2 weergegeven ROEB-lijst 2019, vastgesteld op 4 september 2018 door het ROEB (Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht). Voor zover deze vastgestelde lijst niet voorziet in een passende hoofdcategorie (vetgedrukt in de lijst) wordt onder bouwkosten verstaan, de aanneemsom als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (U.A.V. 2012) voor het uit te voeren werk, exclusief 21% omzetbelasting. In dit laatste geval zullen de overlegde gegevens getoetst worden aan hun wettelijke kaders.

2.1.1.3

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag (N.v.t.)

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

2.3.1

Bouwactiviteiten

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

2.3.1.1.1

indien de bouwkosten minder bedragen dan € 250.000,00; 33,99 ‰ van die bouwkosten met een minimum van € 98,00;

 

2.3.1.1.2

Bedragen de bouwkosten € 250.000,00 of meer, doch minder dan € 500.000,00, dan bedragen de leges € 8.498,00 vermeerderd met 27,20 ‰ van het bedrag waarmee die bouwkosten € 250.000,00 te boven gaan;

 

2.3.1.1.3

Bedragen de bouwkosten € 500.000,00 of meer, doch minder dan € 2.250.000,00 dan bedragen de leges € 15.298,00 vermeerderd met 24,48 ‰ van het bedrag waarmee die bouwkosten € 500.000,00 te boven gaan;

 

2.3.1.1.4

Bedragen de bouwkosten € 2.250.000,00 of meer, doch minder dan € 5.000.000,00 dan bedragen de leges € 58.138,00 vermeerderd met 21,63 ‰ van het bedrag waarmee die bouwkosten € 2.250.000,00 te boven gaan;

 

2.3.1.1.5

Bedragen de bouwkosten € 5.000.000,00 of meer dan bedragen de leges € 117.621,00, vermeerderd met 4,28 ‰ van het bedrag waarmee de bouwkosten € 5.000.000,00 te boven gaan.

 

2.3.1.2

Extra welstandtoets

N.v.t.

2.3.1.3

Verplicht advies agrarische commissie

 

Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld:

€ 703,00

2.3.1.4

Indien voor het beoordelen van de aanvraag voor de omgevingsvergunning (milieu) een aanvullend onderzoek over risico’s voor de volksgezondheid nodig is:

€ 2.000,00

2.3.1.5

Achteraf ingediende aanvraag

 

Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges:

200 %

2.3.1.6

Beoordeling aanvullende gegevens

N.v.t.

2.3.2

Aanlegactiviteiten

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 500,00

2.3.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1:

 

2.3.3.1

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 en 2, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken: (binnenplanse ontheffing)

€ 262,00

2.3.3.2

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 en 2 van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken: (kruimelgevallenregeling)

€ 262,00

2.3.3.3

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (uitgebreide procedure)

€ 9.837,00

2.3.3.4

indien met toepassing van artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo voor een bepaalde termijn van het bestemmingsplan is afgeweken (tijdelijke afwijking): 2.22 Wro

€ 262,00

2.3.3.5

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo van het exploitatieplan is afgeweken

€ 262,00

2.3.3.6

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft en met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo van de krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening bij of krachtens provinciale verordening gegeven regels is afgeweken wordt het tarief als bedoeld in het onderdeel 2.3.1.1 verhoogd met

€ 915,00

2.3.3.7

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft en met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo van de krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gegeven regels is afgeweken wordt het tarief als bedoeld in het onderdeel 2.3.1.1 verhoogd met

€ 915,00

2.3.3.8

Indien de aanvraag betrekking heeft op het tijdelijk plaatsen van een woonunit gedurende de bouw of verbouw van een woning is het legesbedrag

€ 98,00

2.3.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouw of aanlegactiviteit

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.3.4.1

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (binnenplanse afwijking):

€ 262,00

2.3.4.2

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (kruimelgevallenregeling)

€ 262,00

2.3.4.3

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (uitgebreide procedure)

€ 9.837,00

2.3.4.4

indien met toepassing van artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo voor een bepaalde termijn van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (tijdelijke afwijking, artikel 4 lid II BOR)

€ 262,00

2.3.4.5

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo van het exploitatieplan is afgeweken

€ 915,00

2.3.4.6

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft en met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo van de krachtens artikel 4.1, derde of vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening bij of krachtens provinciale verordening, onderscheidenlijk provinciale verklaring gegeven regels is afgeweken (aanwijzing provincie)

€ 915,00

2.3.4.7

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft en met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo van de krachtens artikel 4.3, derde of vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk ministeriële verklaring gegeven regels is afgeweken

€ 523,00

2.3.4.8

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo van een voorbereidingsbesluit is afgeweken

€ 523,00

2.3.5

Gebruiksvergunning in verband met brandveiligheid

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het in gebruik hebben of houden van bouwwerken of inrichtingen (bouwwerken geen gebouw zijnde) zoals bedoeld in:

1. artikel 6.1.1, lid 1,van de Bouwverordening.

2. artikel 2.1.1, lid 1, van de Brandbeveiligingsverordening ten behoeve van het gebruik van een in dat artikel omschreven inrichting niet zijnde een bouwwerk; met een gebruiksoppervlakte van:

 

2.3.5.1.1

Categorie 1: 0 m2 tot en met 100 m2

€ 591,00

2.3.5.1.2

Categorie 2: 101 m2 tot en met 500 m2 verhoogd met € 1,450 per m2

€ 418,00

2.3.5.1.3

Categorie 3: 501 m2 tot en met 2.000 m2 verhoogd met € 0,536 per m2

€ 968,00

2.3.5.1.4

Categorie 4: 2.001 m2 tot en met 5.000 m2 verhoogd met € 0,127 per m2

€ 1.969,00

2.3.5.1.5

Categorie 5: 5.001 m2 tot en met 50.000 m2 verhoogd met € 0,032 per m2

€ 2.596,00

2.3.5.1.6

Categorie 6: 50.001 m2 en meer verhoogd met € 0,011 per m2

€ 3.961,00

2.3.5.2

Indien een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op het tijdelijk gebruik van een bouwwerk ten behoeve van een evenement (gebruiksduur maximaal 4 weken) bedragen de leges 10% van de bedragen genoemd onder 2.3.5.1.1 t/m 2.3.5.1.6.

 

2.3.5.3

Indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een vergunning tot wijziging dan wel uitbreiding van een vergunning bedragen de leges, indien het betreft:

1. uitbreiding van de inrichting, met dien verstande dat de uitbreiding tenminste 10% van de oorspronkelijke gebruiksoppervlakte beslaat, het tarief genoemd onder 2.3.5.1.1 t/m 2.3.5.1.6 met dien verstande dat de toeslag uitsluitend wordt berekend over de oppervlakte van de uitbreiding;

2. herindeling, interne verbouwing of gewijzigd gebruik van de gehele inrichting dan wel een deel van de inrichting, met dien verstande dat deze herindeling tenminste 10% van de gebruiksoppervlakte beslaat, 50% van het tarief genoemd onder 2.3.5.1.1 t/m 2.3.5.1.6 met dien verstande dat de toeslag uitsluitend wordt berekend over de oppervlakte van de uitbreiding.

 

2.3.5.4

Het tarief voor een verklaring van overdracht van een gebruiksvergunning aan de nieuwe gebruiker bedraagt

€ 70,00

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

N.v.t.

2.3.7

Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 200,00

2.3.8

Aanleggen of veranderen weg

N.v.t.

2.3.9

Uitweg/inrit

N.v.t.

2.3.10

Kappen

N.v.t.

2.3.11

Opslag van roerende zaken

N.v.t.

2.3.12

Natura 2000-activiteiten

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit omgevingsrecht (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 200,00

2.3.13

Flora- en fauna-activiteiten (bescherming van soorten)

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 300,00

2.3.14

Andere activiteiten

N.v.t.

2.3.15

Omgevingsvergunning in twee fasen

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.3.15.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

2.3.15.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

2.3.16

Beoordeling bodemrapport

 

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

 

2.3.16.1

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport

€ 300,00

2.3.16.2

Indien in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 2.12 eerste lid, onder a, onder 3º van de Wabo archeologisch advies moet worden ingewonnen worden de navolgende tarieven in rekening gebracht:

 

2.3.16.2.1

het beoordelen van Programma’s van Eisen

€ 521,00

2.3.16.2.2

het beoordelen van offertes en plannen van aanpak

€ 346,00

2.3.16.2.3

het beoordelen van archeologische rapportages vooronderzoeken

€ 694,00

2.3.16.2.4

het beoordelen van evaluatierapporten opgravingen

€ 346,00

2.3.16.2.5

het opstellen van een Programma van Eisen

€ 1.388,00

2.3.17

Advies

 

2.3.17.1

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.3.17.2

Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 2.3.17.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

2.3.18

Verklaring van geen bedenkingen

 

2.3.18.1

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo:

 

2.3.18.1.1

indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven:

Nihil

2.3.18.1.2

indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.3.18.2

Indien een begroting als bedoeld in subsubonderdeel 2.3.18.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Hoofdstuk 4 Vermindering

2.4.1

Vermindering kosten vooroverleg

N.v.t.

2.4.2

Vermindering i.v.m. meerdere activiteiten

N.v.t.

2.4.3

Indien in het kader van een verzoek tot mantelzorg een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning als bedoeld in rubriek 2.3.1.1.1, 2.3.1.1.2, 2.3.1.1.3, 2.3.1.1.4 of 2.3.1.1.5 gedaan wordt, wordt over dat gedeelte van de bouwsom wat specifiek toe is te rekenen aan de realisatie van de mantelzorgvoorziening, geen leges geheven.

 

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

2.5.1

Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het bouwen in afwijking van een eerder ingediend bouwplan, waarvoor reeds een vergunning is verleend, maar waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden de voor de oorspronkelijke vergunning geheven leges verrekend met het bedrag dat verschuldigd is door toepassing van het tarief als vermeld in rubriek 2.3.1.1.1, 2.3.1.1.2, 2.3.1.1.3, 2.3.1.1.4 of 2.3.1.1.5 met dien verstande dat zij niet minder dan € 87,00 zullen bedragen. Het vorenstaande vindt geen toepassing indien de afwijking zodanig is dat naar de omstandigheden beoordeeld van een nieuw bouwplan sprake is.

2.5.2

Indien binnen drie maanden na de datum van ontvangst van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning, doch vóór het verlenen van de vergunning, deze aanvraag wordt ingetrokken, wordt op verzoek teruggaaf van 50 % van de geheven leges verleend.

2.5.3

Indien de gevraagde vergunning niet wordt verleend, wordt op aanvraag teruggaaf van 50% van de geheven leges verleend.

2.5.4

Indien 50 % van de geheven leges minder bedraagt dan € 87,00 wordt een bedrag terugbetaald dat gelijk is aan de geheven leges verminderd met € 87,00.

2.5.5

Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen

 

Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18 wordt geen teruggaaf verleend.

Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning

2.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 2.5.2 van toepassing is:

Nihil

Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

2.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project:

€ 98,00

Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

2.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening

€ 6.128,00

2.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening

€ 6.128,00

Hoofdstuk 9 [Vervallen]

Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking (N.v.t.)

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2

Hoofdstuk 1 Horeca

3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

 

3.1.1

een aanvraag tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet

€ 100,00

3.1.2

een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening

 

€ 86,80

3.1.3

Verlenging sluitingsuur cafés e.d.

 

Voor een ontheffing van het tijdstip van sluiting van een voor publiek toegankelijke inrichting als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening:

 

3.1.3.1

per uur of een gedeelte daarvan

€ 59,00

3.1.3.2

van één uur per dag gedurende een jaar of onbepaalde tijd

€ 481,00

3.1.3.3

voor het in behandeling nemen van een ontheffing van de schenktijden zoals genoemd in artikel 3 van de Drank- en Horecaverordening gemeente Laarbeek voor een para commerciële inrichting

Nihil

3.1.4

een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Drank- en Horecawet

€ 100,00

3.1.5

een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet

N.v.t.

3.1.6

een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Drank- en Horecawet

N.v.t.

3.1.7

een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

€ 11,80

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten (N.v.t.)

Hoofdstuk 3 Seksbedrijven

3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

3.3.1.1

tot het verlenen of verlengen van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening:

€ 86,80

Hoofdstuk 4 Huisvestingswet 2014 (N.v.t.)

Hoofdstuk 5 Standplaatsen

3.5.1

Standplaatsvergunning

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag ter verkrijging van een standplaatsvergunning, buiten de gebruikelijke warenmarkt om, als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (A.P.V.), geldig voor:

 

3.5.1.1

een dag

€ 14,50

3.5.1.2

een week

€ 26,70

3.5.1.3

een maand, of gedeelte daarvan

€ 40,60

3.5.1.4

een jaar, of gedeelte daarvan

€ 109,20

3.5.1.5

onbepaalde tijd

€ 209,50

Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet

3.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

3.6.1

tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet

€ 67,00

3.6.2

tot het wijzigen van een in onderdeel 3.6.1 bedoelde ontheffing

€ 67,00

Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

3.7.1

Vergunningen / ontheffingen (algemeen)

 

Voor vergunningen of toestemming tot handelingen waarvoor krachtens de wet, reglement of verordening vergunning of toestemming moet worden gevraagd, voor zover daarvoor geen wettelijke regeling of vrijstelling bestaat of voor zover daarvoor in deze verordening geen bijzondere regeling is opgenomen

Nihil

3.7.2

Voor ontheffingen tot handelingen waarvoor krachtens de wet, reglement of verordening ontheffing nodig is, voor zover daarvoor geen wettelijke regeling of vrijstelling bestaat of voor zover daarvoor in deze verordening geen bijzondere regeling is opgenomen

Nihil

3.7.3

Ingeval verlening van de vergunning / ontheffing als bedoeld onder 3.7.1 en/of 3.7.2 noopt tot het nemen van een tijdelijke verkeersmaatregel, worden de onder 3.7.1 en/of 3.7.2 vermelde bedragen verhoogd met

€ 166,70

Bijlage 2 behorende bij de Legesverordening 2019

de raad voornoemd,

de griffier,

J.N.F. van denBerg (plv.)

de voorzitter,

F.L.J. van derMeijden