Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Leiden

Verordening Tegemoetkoming woonlasten kamerhuurders Leiden 2014

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLeiden
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Tegemoetkoming woonlasten kamerhuurders Leiden 2014
CiteertitelVerordening Tegemoetkoming woonlasten kamerhuurders Leiden 2014
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Verordening Tegemoetkoming woonlasten kamerhuurders 2013.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 108
  2. Gemeentewet, art. 149
  3. Gemeentewet, art. 255
  4. Invorderingswet 1990, art. 26
  5. Wet werk en bijstand, art. 11, lid 1
  6. Wet werk en bijstand, art. 19, lid 1
  7. Wet werk en bijstand, art. 21
  8. Wet werk en bijstand, art. 22
  9. Wet werk en bijstand, art. 23
  10. Wet werk en bijstand, art. 25
  11. Wet werk en bijstand, art. 26

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2014nieuwe regeling

19-12-2013

Stadskrant, 24-12-2013

RV13.0123

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening Tegemoetkoming woonlasten kamerhuurders Leiden 2014

 

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    tegemoetkoming: een geldelijke tegemoetkoming aan kamerhuurders ter compensatie van de gemeentelijke belastingen, die via de (servicekosten van de) verhuurder aan de gemeente worden betaald.

  • b.

    gemeentelijke belastingen: de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.

  • c.

    kamerhuurder: een natuurlijke persoon die als huurder onzelfstandige woonruimte bewoont.

  • d.

    onzelfstandige woonruimte: een woning in Leiden waar sprake is van een noodzakelijk gebruik van gemeenschappelijke voorzieningen (wasgelegenheid, kookgelegenheid en/of toilet).

  • e.

    betalingscapaciteit: het positieve verschil tussen het netto-besteedbare inkomen en de kosten van bestaan.

  • f.

    netto-besteedbaar inkomen: overeenkomstig artikelen 14 en 15 van de uitvoeringsregeling invorderingswet 1990.

  • g.

    netto-besteedbaar inkomen en studiefinanciering: bij de berekening van het netto besteedbare inkomen wordt overeenkomstig artikel 26.2.12 Leidraad Invordering Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland rekening gehouden met inkomsten die studenten ontvangen op grond van de WSF en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten 18+.

  • h.

    kosten van bestaan: de normen uit artikel 21, 22, 23, 25 en 26 van de WWB (overeenkomstig artikel 16 van de uitvoeringsregeling invorderingswet 1990).

  • i.

    vermogen: overeenkomstig artikel 12 van de uitvoeringsregeling invorderingswet 1990.

  • j.

    belastingjaar: kalenderjaar waarop de gemeentelijke belastingen betrekking hebben.

Hoofdstuk 2 De tegemoetkoming

Artikel 2.1
  • 1.

    De afdelingsmanager Backoffice Dienstverlening kent op aanvraag een tegemoetkoming toe aan de kamerhuurder, die in de maand januari van het jaar van aanvraag geen betalingscapaciteit en geen vermogen heeft.

  • 2.

    De tegemoetkoming wordt verleend voor ten hoogste het betaalde bedrag van de gemeentelijke belastingen via de servicekosten nadat ten minste 80% van de betalingscapaciteit is aangewend.

Artikel 2.2

Geen tegemoetkoming wordt verleend in de gevallen genoemd in artikel 8 en 18 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

Artikel 2.3

De aanvraag kan alleen worden ingediend door de kamerhuurder die -bij gebreke van een op zijn naam gestelde aanslag gemeentelijke belastingen- geen beroep kan doen op het gemeentelijk kwijtscheldingsbesluit.

Artikel 2.4

De tegemoetkoming bedraagt maximaal het bedrag aan gemeentelijke belastingen dat in het betreffende belastingjaar door de kamerhuurder via de, servicekosten van de, verhuurder aan de gemeente is betaald.

Artikel 2.5

Bij tussentijdse verhuizing van de aanvrager wordt de tegemoetkoming verstrekt, uitgaande van de onzelfstandige woonruimte die de aanvrager in het betreffende belastingjaar als eerste bewoonde.

Artikel 2.6

De tegemoetkoming wordt éénmalig uitbetaald voor het belastingjaar waarop de aanvraag ziet.

Hoofdstuk 3 De aanvraag

Artikel 3.1

De aanvrager kan slechts éénmaal per jaar een aanvraag indienen. De aanvraag heeft betrekking op het belastingjaar voorafgaande aan dat van de aanvraag.

Artikel 3.2

De periode waarin aanvragen in behandeling worden genomen, loopt van 1 februari tot en met 30 april van het jaar na afloop van het belastingjaar zoals genoemd onder artikel 3.1.

Artikel 3.3

De aanvraag wordt ingediend door middel van het daartoe bestemde aanvraagformulier. Dit formulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en wordt vergezeld van bewijsstukken over het inkomen en het vermogen en met een opgave van de verhuurder over het, via de servicekosten, aan de huurder in rekening gebrachte deel gemeentelijke belastingen.

Artikel 3.4

Te laat ingediende aanvragen worden niet in behandeling genomen. Als de afdelingsmanager Backoffice Dienstverlening het aanvraagformulier onvolledig ingevuld terugontvangt, stelt hij de aanvrager in de gelegenheid de ontbrekende gegevens alsnog binnen twee weken te verstrekken.

Artikel 3.5

Op de aanvraag wordt door of namens de afdelingsmanager Backoffice Dienstverlening bij voor administratief beroep vatbare beschikking beslist. Het college van burgemeester en wethouders beslist op het administratieve beroep.

Hoofdstuk 4 Citeertitel en inwerkingtreding

Artikel 4.1

Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening Tegemoetkoming woonlasten kamerhuurders Leiden 2014’.

Artikel 4.2
  • 1.

    De “verordening Tegemoetkoming woonlasten kamerhuurders 2013” van 18 december 2012 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum.

  • 2.

    De verordening treedt in werking per 1 januari 2014.

Toelichting Verordening Tegemoetkoming woonlasten kamerhuurders Leiden 2014

 

Inleiding

Vanaf het belastingjaar 2012 is het wettelijk verplicht om in geval van onzelfstandige woonruimten de aanslag afvalstoffenheffing op te leggen aan de verhuurder en niet meer aan de bewoner zelf. In Leiden wordt de aanslag rioolheffing eveneens aan de verhuurder opgelegd. De bewoner zal de aanslag via de huur in rekening gebracht krijgen. Aangezien de bewoner de aanslag niet meer zelf ontvangt, is hierdoor het recht op kwijtschelding vervallen. Teneinde de bewoners van onzelfstandige woonruimten toch een vorm van compensatie te kunnen bieden, kan de Tegemoetkoming woonlasten kamerhuurders een uitkomst bieden. De bedoeling van de Tegemoetkoming is vergelijkbaar met die van de kwijtschelding. Kamerbewoners met een laag inkomen en vermogen kunnen hierdoor onder voorwaarden in aanmerking komen voor ‘kwijtschelding’ van de gemeentelijke belastingen. Een ongelijkheid tussen bewoners van onzelfstandige en van zelfstandige woonruimten wordt hiermee opgeheven.

 

Alleen huurders van een kamer in een (studenten)huis of een woonruimte in een zorginstelling in Leiden kunnen in aanmerking komen voor een geldelijke tegemoetkoming. De kamerhuurder moet, met behulp van een huurcontract, kunnen aantonen dat hij een onzelfstandige wooneenheid bewoont. Bij een onzelfstandige woning moeten was- en kookgelegenheid en het toilet gedeeld worden met andere bewoners van het gebouw.

De rioolheffing en de afvalstoffenheffing moeten via de huur of servicekosten worden doorbetaald aan de gemeente, dus niet rechtstreeks via een belastingaanslag van Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland.

De hoogte van de betalingscapaciteit, inkomen en vermogen worden bepaald volgens de regels van de kwijtschelding.

 

Hoofdstuk 2 De tegemoetkoming

De hoogte van inkomen en vermogen worden vastgesteld volgens de kwijtscheldingsregels. Een inkomen kan onder meer bestaan uit uitkering, studiefinanciering, pensioen en inkomsten uit bijbanen. Het vermogen kan onder meer bestaan uit banksaldo, spaarrekening of auto.

 

De artikelen 8 en 18 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 bepalen wanneer kwijtschelding niet wordt verleend.

 

In het geval de kamerhuurder zelf de belastingaanslag ontvangt van de Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland, kan hij een kwijtscheldingsverzoek indienen bij de Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland.

 

Het bedrag dat de kamerhuurder betaalt aan gemeentelijke belastingen via de verhuurder is het maximale bedrag waar de kamerhuurder een tegemoetkoming voor kan aanvragen in het onderhavige jaar. Uitgangspunt is hierbij de onzelfstandige woonruimte die de aanvrager als eerste bewoonde in het onderhavige jaar.

 

Hoofdstuk 3 De aanvraag

Eenmaal per jaar kan een aanvraag door de kamerhuurder worden ingediend. Dit is in de periode 1 februari tot en met 30 april na afloop van het betreffende belastingjaar. De aanvraag wordt slechts in behandeling genomen in het geval het aanvraagformulier volledig wordt ingevuld en waarbij alle relevante informatie om de aanvraag te kunnen beoordelen, wordt verstrekt.