Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Maastricht

Verordening op de Welstands-/Monumentencommissie 2010

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieMaastricht
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de Welstands-/Monumentencommissie 2010
CiteertitelVerordening op de Welstands/Monumentencommissie 2010
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerp
Externe bijlageProcesschema

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, artikel 149

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

04-06-2013Artikelen 2.1.1. en 4.7.2

21-05-2013

Gemeenteblad 2013, C. no. 36

Volgnummer 54-2013
01-10-201004-06-2013Regeling vervangt de Verordening op de Welstands-/ Monumentencommissie 2003

01-06-2010

Gemeenteblad 2010, C. no. 66

Volgnummer 28-2010
01-02-2004Nieuwe regeling

18-11-2003

Gemeenteblad 2003, C. no. 49

volgno. 116-2003

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de Welstands-/Monumentencommissie 2010

 

DE RAAD VAN DE GEMEENTE MAASTRICHT,

 

gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 23 april 2013, team Beleid en Advies, no. 2013-17378;

 

gehoord de commissie Stadsontwikkeling,

 

gelet op artikel 6.2 van het Besluit omgevingsrecht,

 

BESLUIT:

Verordening op de Welstands-/Monumentencommissie 2010

 

1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Inleidende bepaling

 

Teneinde het bevoegd gezag te adviseren omtrent al hetgeen betrekking heeft op de welstand en de monumentenzorg is op grond van het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Woningwet en de Monumentenwet 1988, de Welstands -/Monumentencommissie ingesteld.

Artikel 1.2 Begripsbepaling

 

In deze verordening wordt verstaan onder:

* de commissie: de Welstands-/Monumentencommissie;

* bevoegd gezag: het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 1.1 , lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;* burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van Maastricht.

2.Taakomschrijving
Artikel 2.1 Taakomschrijving van de commissie

 

- De commissie is belast met zowel wettelijke als niet wettelijke taken.

- De wettelijke taken van de commissie worden uitgevoerd op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Woningwet, de bouwverordening Maastricht 1999, de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening 2009 gemeente Maastricht;

- Met betrekking tot de advisering is de commissie beleidsmatig gebonden aan het vigerende beleid (welstands - en monumentenbeleid), zoals dit is vastgelegd in de Welstandsnota “Welstand transparant” van mei 2004 en de beleidsnota cultureel erfgoed “Springlevend verleden” 2007-2012, inclusief de door de gemeenteraad vastgestelde aanvullingen en actualisaties in dat kader.

Artikel 2.1.1 Wettelijke taken

 

- De commissie adviseert op grond van artikel 2.26, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 6.2 van het Besluit omgevingsrecht aan burgemeester en wethouders over welstandsaspecten van aanvragen en principeaanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in daartoe door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevallen;

- De commissie adviseert burgemeester en wethouders ten aanzien van situaties als bedoeld in artikel 12, lid 1 van de Woningwet en daaruit voortvloeiende aanschrijvingen op grond van artikel 13a van de Woningwet;

- De commissie adviseert op grond van artikel 2.1, lid 1, sub h van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aan het bevoegd gezag over aanvragen om omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht;

- De commissie adviseert het bevoegd gezag over de monumentenaspecten van aanvragen om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub f van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Erfgoedverordening 2009 gemeente Maastricht;

- De commissie legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar verrichte werkzaamheden met betrekking tot de welstandsadvisering.

Artikel 2.1.2 Niet wettelijke taken

 

- De commissie beoordeelt de welstandsaspecten in het kader van aanvragen om omgevingsvergunning voor het maken of voeren van handelsreclame op of aan een onroerende zaak, als bedoeld in artikel 2.2, lid 1 sub h van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht danwel in het kader van aanvragen op grond van de APV voor het plaatsen van reclame-objecten anderszins (plaatsen van voorwerpen op, in, over of boven de weg) ;

- De commissie beoordeelt schetsplannen en principeverzoeken;

- De commissie doet aanbevelingen ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit;

- De commissie adviseert en signaleert gevraagd en ongevraagd aangaande stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen, alsmede ontwikkelingen op het gebied van de monumentenzorg die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente.

- De commissie brengt desgevraagd adviezen uit aan de Sector Vergunnen,Toezicht en Handhaven c.q. de Sector Ruimte en/of burgemeester en wethouders over de welstandsaspecten c.q. monumentenaspecten van in voorbereiding zijnde structuurplannen, bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen, beeldkwaliteitplannen, inrichting openbare ruimten en overige relevante beleidsstukken.

- De commissie voert overleg over het welstandsbeleid en de welstandscriteria met vakafdelingen en het college van burgemeester en wethouders.

- De commissie adviseert over het toepassen van de excessenregeling (ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand).

- De commissie bevordert de openbaarheid van het welstandstoezicht, zij draagt zorg voor maatschappelijk draagvlak en stimuleert de discussie over de ruimtelijke kwaliteit en over belangrijke en invloedrijke plannen binnen de gemeente.

2.2 Taakomschrijving van de commissieleden
Artikel 2.2.1 Taken van de voorzitter

 

- De voorzitter draagt verantwoordelijkheid voor het functioneren van de commissie en de kwaliteit van de advisering. Hij/zij let erop dat de commissie adviseert binnen de kaders van het gemeentelijk welstands- en monumentenbeleid en draagt zorg voor consistentie en continuïteit in de beoordeling en de adviesgang.

- De voorzitter geeft leiding aan de vergadering en biedt alle commissieleden de gelegenheid om hun mening voldoende naar voren te brengen. Hij/zij zorgt ervoor dat, na een inhoudelijke discussie over een adviesaanvraag, voor alle aanwezigen een korte en heldere samenvatting van het uit te brengen advies wordt gegeven, als basis voor de schriftelijke uitwerking door de secretaris.

- Tijdens de openbare vergadering treedt de voorzitter op als gastheer/-vrouw voor alle aanwezigen.

- De voorzitter bewaakt de vergaderorde en de voortgang van de agenda.

- Bij het overleg met de gemeente (bestuurders en ambtenaren) treedt de voorzitter namens de commissie naar buiten.

- De voorzitter organiseert met de commissie een jaarlijkse inhoudelijke evaluatie van de werkzaamheden. De resultaten worden opgenomen in het jaarlijkse verslag van de commissie aan de gemeenteraad.

Artikel 2.2.2 Taken van de deskundige leden

 

- De leden geven vanuit hun ervaring en inzicht in het vakgebied een onafhankelijke en oplossingsgerichte visie op de adviesaanvragen, binnen de kaders van het vastgestelde beleid.

- Wanneer een lid op enigerlei wijze een zakelijke en/of persoonlijke binding heeft met een bouwplan waarvoor een advies wordt gevraagd, treedt hij/zij voor de duur van de behandeling van de aanvraag terug uit de commissie.

- De leden overleggen ter vergadering met aanvragers, architecten en andere ontwerpers. Zij dienen daarbij respect te tonen voor allen die bij de advisering een rol spelen. Dit vraagt naast vakinhoudelijke kennis vaardigheden op het gebied van communicatie.

- Een lid kan worden gemandateerd tot het uitbrengen van adviezen voor bouwplannen van een relatief geringe ruimtelijke betekenis en/of voor bouwplannen waar gelet op meerdere vergelijkbare gevallen de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld.

- In samenspraak met de voorzitter en de overige leden kan een deskundig lid worden gemandateerd tot het voeren van bouwplanoverleg met architecten en aanvragers van bouwplannen.

- In overleg met de voorzitter wordt bij diens afwezigheid één van de deskundige leden ter vervanging aangewezen.

Artikel 2.2.3 Taken van het burgerlid

 

- Het burgerlid geeft vanuit een andere dan architectonische of stedenbouwkundige deskundigheid een onafhankelijke en oplossingsgerichte visie op de adviesaanvragen, binnen de kaders van het vastgestelde beleid.

- Het burgerlid draagt mede zorg voor waarborging van de begrijpelijkheid van de uit te brengen adviezen, specifiek voor niet deskundige aanvragers.

- Wanneer het burgerlid op enigerlei wijze een zakelijke en/of persoonlijke binding heeft met een bouwplan waarvoor een advies wordt gevraagd, treedt hij/zij voor de duur van de behandeling van de aanvraag terug uit de commissie.

Artikel 2.2.4 Taken van de technisch adviseur

 

- De technisch adviseur adviseert de commissie vanuit zijn/haar betrokkenheid bij het gemeentelijk ruimtelijk beleid over relevante randvoorwaarden zoals bijvoorbeeld toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, politiek gevoelige plannen en specifieke projecten.

- Indien zich afstemmingsproblemen voordoen tussen de betrokkenen in het proces, draagt de technisch adviseur (mede) zorg voor bemiddeling in het bereiken van een passende oplossing.

- De technisch adviseur fungeert als voorzitter van het agenda-overleg.

Artikel 2.2.5 Taken van de adviseur uit de ambtelijke organisatie

 

- De adviseur uit de ambtelijke organisatie adviseert desgevraagd (ad hoc) de commissie vanuit zijn/haar ervaring en inzicht in het vakgebied waarin hij/zij specifieke expertise bezit.

Artikel 2.2.6 Taken van de secretaris

 

- De secretaris draagt zorg voor de inhoudelijke en praktische voorbereiding alsmede de organisatie van de commissievergaderingen, het agendaoverleg en alle overige aspecten, betrekking hebbend op de werkzaamheden van de commissie (opstellen vergaderrooster, financiële administratie, voorbereiding jaarverslag, opstellen rooster van aftreden van de leden etc).

- De secretaris verzorgt de agendering en administratieve afwikkeling van de commissievergaderingen. Tijdens de commissievergaderingen introduceert de secretaris de bouwplannen.

- De secretaris bewaakt mede de continuïteit en consistentie in de beoordeling en advisering van de adviesaanvragen, alsmede de juridische aspecten van de advisering.

- De secretaris redigeert de definitieve teksten van schriftelijk uit te brengen adviezen aan het college van burgemeester en wethouders.

- De secretaris onderhoudt de contacten met vergunningverleners, toezichthouders en handhavers en neemt de adviesaanvragen voor bouwplannen in en controleert op volledigheid van alle relevante informatie.

- De secretaris voert overleg met architecten, aanvragers, collega-ambtenaren alsmede overige belanghebbenden over adviesaanvragen, door de commissie verstrekte adviezen alsmede over het gemeentelijk welstands- en monumentenbeleid.

- De secretaris neemt deel aan overleggroepen c.q. werkgroepen waarbij het welstands - en monumentenbeleid aan de orde is.

- De secretaris formuleert mede nieuw beleid ten behoeve van wijzigingen in de Welstandsnota, de criteria inzake monumentenzorg alsmede beleid met betrekking de Algemene Plaatselijke Verordening.

- De secretaris vervangt de technisch adviseur bij diens afwezigheid.

3. Samenstelling en benoeming van de commissie
Artikel 3.1 Samenstelling van de commissie

 

- De commissie bestaat uit een voorzitter, vijf deskundige leden en één burgerlid. Van de deskundige leden zijn drie leden specifiek deskundig op het gebied van welstand, architectuur en ruimtelijke kwaliteit en twee leden specifiek deskundig op het gebied van de monumentenzorg en bouwhistorie.

- De voorzitter, de deskundige leden en het burgerlid zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties op basis waarvan de advisering wordt beïnvloed.

- De commissie wordt bijgestaan door een secretaris en een technisch adviseur.

- De commissie kan zich, voor wat betreft zeer specialistische onderwerpen, ad hoc laten bijstaan door adviseurs uit de ambtelijke organisatie en/of externe specialisten op die terreinen.

3.2 Benoeming

 

Artikel 3.2.1 Benoemingprocedure

 

- De voorzitter, de deskundige leden en het burgerlid van de commissie worden door de gemeenteraad op voorstel van burgemeester en wethouders benoemd en ontslagen.

- De voorzitter, de deskundige leden en het burgerlid kunnen voor een termijn van ten hoogste drie jaar worden benoemd en slechts éénmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.

- De voorzitter, de deskundige leden en het burgerlid treden af volgens een rooster van aftreden.

- Bij het ontstaan van een vacature wordt een nieuw commissielid geworven via een open sollicitatieprocedure, waarna een nader te formeren selectiecommissie een voordracht van één persoon aan burgemeester en wethouders doet.

- De technisch adviseur en de secretaris worden op voordracht van de directieraad, door burgemeester en wethouders benoemd. Hierbij wordt tevens de vervanging van de technisch adviseur en de secretaris geregeld.

3.2.2 Functie-eisen

 

Artikel 3.2.2.1 Functie-eisen voor de voorzitter

 

- De voorzitter heeft aantoonbare belangstelling voor en/of betrokkenheid bij de ruimtelijk/ architectonische kwaliteit.

- De voorzitter beschikt over inhoudelijk inzicht in het werkterrein van de commissie en bestuurlijke ervaring.

- De voorzitter is in staat om een openbare vergadering strak te leiden.

- De voorzitter is in staat ruimte te scheppen voor inbreng van alle leden.

- De voorzitter is in staat te zorgen voor consistentie en continuïteit in de beoordeling en de adviesgang.

- De voorzitter kan beraadslagingen kernachtig en begrijpelijk samenvatten.

- De voorzitter beschikt in grote mate over communicatieve vaardigheid.

- De voorzitter heeft gevoel voor verhoudingen tussen deskundige en niet -deskundige leden. Hij/zij dient ruimte te scheppen voor een zinvolle inbreng door niet-deskundige leden.

- De voorzitter stelt zich beschikbaar voor tussentijds en informeel overleg met het ambtelijk apparaat en het gemeentebestuur, en treedt als zodanig namens de commissie naar buiten.

Artikel 3.2.2.2 Functie-eisen voor de deskundige leden

 

- Commissieleden hebben professionele ervaring in het vakgebied van architectuur, stedenbouw en/of monumentenzorg en/of bouwhistorie. Zij zijn op de hoogte van belangrijke (inter)nationale architectuur- en stedenbouwkundige ontwikkelingen en hebben een brede interesse in maatschappij en cultuur.

- Commissieleden hebben een brede voeling met Maastricht en zijn motiverend en enthousiasmerend.

- Commissieleden beheersen niet slechts één architectuurstijl, doch kunnen alle handschriften c.q. stromingen op hun merites beoordelen.

- Commissieleden hebben blijk gegeven een professionele bijdrage te leveren aan de gebouwde omgeving.

- Commissieleden communiceren over kwaliteit, zijn goede raadgevers en vertegenwoordigen, onafhankelijk, het algemeen belang.

- Commissieleden zijn in staat de ingediende plannen goed te kunnen lezen in detail, verschijningsvorm en effect op de omgeving.

- Commissieleden hebben kennis van de stedenbouwkundige en architectonische opbouw van de stad en de buurten.

- Commissieleden zijn in staat in het openbaar te vergaderen.

- Commissieleden hebben gevoel voor bestuurlijk/politieke verhoudingen.

- Commissieleden kunnen in teamverband werken (teamspeler).

- Commissieleden brengen respect op voor architecten en stedenbouwkundigen die plannen ontwerpen.

- Commissieleden streven een hoog ambitieniveau na.

- Commissieleden zijn in staat in begrijpelijke taal over bouwplannen te communiceren, ook naar niet-deskundigen.

 

Artikel 3.2.2.3 Functie-eisen voor het burgerlid

 

- Het burgerlid heeft aantoonbare affiniteit met de ruimtelijk- architectonische kwaliteit c.q. de welstands- en/of monumentenzorg alsmede met lokale vraagstukken op het gebied van ruimtelijke ordening, bouwopgaven en cultuurhistorie van de stad Maastricht.

- Het burgerlid kan rekenen op een zeker maatschappelijk draagvlak in de stad Maastricht.

- Het burgerlid is in staat bouwkundige tekeningen te lezen.

- Het burgerlid heeft gevoel voor bestuurlijke en maatschappelijke verhoudingen en heeft oog voor het algemeen belang.

- Het burgerlid beschikt over goede communicatieve vaardigheden en toont respect voor allen die bij de advisering een rol spelen.

- Het burgerlid heeft een oplossingsgerichte houding.

- Het burgerlid is onafhankelijk van het gemeentebestuur en het ambtelijk apparaat.

- Het burgerlid vertegenwoordigt in de commissie geen enkele instantie, organisatie of groepering (geen “achterban”).

- Het burgerlid heeft geen professionele betrokkenheid bij bouwactiviteiten.

- Het burgerlid is woonachtig in Maastricht.

4. Werkwijze van de commissie
Artikel 4.1 Agenda-overleg

 

Teneinde de werkzaamheden van de commissie efficiënt en optimaal te doen verlopen, vindt er voorafgaande aan de commissievergadering een agenda-overleg plaats. In dit overleg vindt een finale check plaats op ontvankelijkheid, proceduregang en noodzakelijke aanwezigheid van ambtelijke preadviezen, voor alle adviesaanvragen die tijdig voor behandeling in een eerstvolgende ,commissievergadering bij het secretariaat van de commissie zijn ingekomen.

Voorts wordt in dit overleg aangegeven welke adviesaanvragen per mandaat door het gemandateerde commissielid kunnen worden afgehandeld en welke adviesaanvragen voor advies aan de commissie moeten worden voorgelegd.

Aan het agenda-overleg nemen deel de technisch adviseur (voorzitter), de secretaris, de teammanager Ruimte, de adviseur van Cultureel Erfgoed en de coördinator vergunningen.

Artikel 4.2 Behandelingswijze van adviesaanvragen

 

- De commissie vergadert tenminste éénmaal per twee weken op een vaste dag en een vast tijdstip volgens een tevoren vast te stellen vergaderrooster op een vaste locatie.

- Om een doelmatige werkwijze van de planbeoordeling te bevorderen wordt de vergadering opgedeeld in een kleine en een grote commissievergadering. Bij de kleine commissievergadering zijn minimaal de voorzitter en twee deskundige leden aanwezig, bij de grote commissievergadering als regel de voltallige commissie, doch minimaal de voorzitter en drie deskundige commissieleden en het burgerlid.

- Daarnaast worden de meer eenvoudige adviesaanvragen afgehandeld door een gemandateerd commissielid.

Artikel 4.2.1 Behandeling door het gemandateerde deskundig lid

 

- Het gemandateerde deskundig lid brengt advies uit over bouwplannen waarvan het oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld.

- Het gemandateerde deskundig lid heeft volledig mandaat om zowel positieve als negatieve adviezen uit te brengen.

- De commissie is verantwoordelijk voor de onder mandaat uitgebrachte adviezen.

- Bij iedere vorm van twijfel legt het gemandateerde deskundig lid een adviesaanvraag alsnog voor aan de voltallige commissie.

- Behandeling van plannen onder mandaat is openbaar.

Artikel 4.2.2 Behandeling in de (kleine en grote) commissievergadering

 

- De adviesaanvragen die niet in aanmerking komen voor mandaatbehandeling, worden ter beoordeling aan de commissie voorgelegd.

- De commissie kan geen besluit nemen indien niet tenminste drie leden aanwezig zijn, waarvan tenminste twee deskundige leden. Een besluit wordt genomen bij meerderheid van stemmen.

- Een lid van de commissie mag niet aanwezig zijn bij de beraadslaging over en de vaststelling van een advies over een eigen ontwerp of over een ontwerp, waarbij hij als belanghebbende betrokken is, noch een opdracht aanvaarden tot het verbeteren van een afgekeurd ontwerp of tot het maken van een nieuw ontwerp in de plaats daarvan.

Artikel 4.3 Toelichting opdrachtgever/ontwerper

 

- Opdrachtgevers en ontwerpers worden, op hun verzoek, in de gelegenheid gesteld om de behandeling van hun plan bij te wonen. Indien zij hun plan willen toelichten vermelden zij dit op het daarvoor bestemde formulier of melden dit rechtstreeks bij de vergunningverlener van de sector Vergunnen,Toezicht en Handhaven. Het secretariaat van de commissie zorgt voor de uitnodigingen.

- Indien noodzakelijk nodigt het secretariaat opdrachtgevers en/of ontwerpers uit hun plan in de vergadering nader toe te lichten.

Artikel 4.4 Openbaarheid

 

- De behandeling van adviesaanvragen door de commissie is openbaar. De openbaarheid geldt voor de beraadslaging, de beoordeling en voor de advisering. De commissievergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 10, tweede lid, van die wet genoemde belangen.

- De behandeling en advisering van plannen van gemeentelijke organisatieonderdelen waarvoor aan de commissie een interne beoordeling wordt gevraagd en waarvoor geen wettelijk vereiste welstandstoetsing noodzakelijk is, is niet openbaar.

Artikel 4.5 Spreekrecht

 

- Opdrachtgevers/ontwerpers hebben als direct belanghebbenden bij de behandeling van hun plan spreekrecht.

- Tijdens de openbare vergadering hebben toehoorders geen spreekrecht.

Artikel 4.6 Bouwplanoverleg

 

- De commissie kan na een eerste behandeling van een plan een of meer leden dan wel de secretaris verzoeken bouwplanoverleg te voeren met de ontwerper en/of aanvrager van het onderhavige plan.

- Het bouwplanoverleg wordt maximaal drie maal gevoerd, waarna het plan wederom ter beoordeling aan de commissie wordt voorgelegd

Artikel 4.7 Supervisie

 

Burgemeester en wethouders kunnen, op advies van de Sector Vergunnen,Toezicht en Handhaven, voor nader aan te wijzen gebieden een deskundig lid van de commissie, dan wel een extern deskundige aanwijzen, die de supervisie heeft over de architectuur, stedenbouw en/of de landschapsarchitectuur heeft over de binnen dit stadsdeel te ontwikkelen bouwplannen.

Artikel 4.7.1 Begripsomschrijving

 

Supervisie: leiding geven aan het ontwerpproces op zodanige wijze dat een hoog niveau wordt bereikt binnen vooraf gegeven kaders.

Supervisor: persoon die met de supervisie belast is; deskundige op het gebied van de architectuur, stedenbouwkunde en landschapsarchitectuur, die in stimulerende zin sturing geeft aan het ontwerpproces binnen vooraf gegeven kaders.

Artikel 4.7.2 Doel

 

De benoeming van een supervisor heeft tot doel:

- een bijdrage te leveren aan het trefzeker hanteren en eventueel ook formuleren van de welstandscriteria die verbonden zijn met het project, ontleend aan ambities ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsborging;

- een kwalitatieve impuls te geven aan het ontwerpproces binnen het project;

- de commissie doorlopend in een vroegtijdig stadium betrokken te houden bij het project en geïnformeerd te houden over de inhoud en voortgang daarvan;

- een ongestoorde advisering te bevorderen met kennis van zaken door de commissie over de plannen van het project.

Artikel 4.7.3 Principes

 

De supervisor draagt principieel gescheiden verantwoordelijkheden: die van lid van de Welstands-/Monumentencommissie en die van supervisor. De commissie beoordeelt aan de hand van criteria of plannen voldoen aan redelijke eisen van welstand of, als het om monumenten gaat, weegt de mate waarin cultuurhistorische en monumentale waarden gerespecteerd blijven. De supervisor, uitgaande van dezelfde criteria en uitgangspunten, streeft het hoogst bereikbare resultaat na. De commissie bewaakt de ondergrens, de supervisor reikt naar de bovengrens. De commissie adviseert het college over het plan of de plannen die het project met zich meebrengt, de supervisor onthoudt zich daarvan om advisering over eigen werk en werkzaamheden te vermijden.

Artikel 4.7.4 Omschrijving van de werkzaamheden

 

Afhankelijk van het gebied waarop de supervisor werkzaam is (architectuur, stedenbouw en/of landschap) zullen de te verrichten werkzaamheden omvatten:

- Kennisnemen van de ruimtelijke, landschappelijke, bouwtechnische, civieltechnische en infrastructurele ontwikkelingen in het plangebied.

- Mede adviseren over het programma van eisen en de ruimtelijke, landschappelijke, civieltechnische en infrastructurele ontwikkelingen.

- Begeleiden van de ontwerpers bij de uitwerking van projecten van bouwkundige, landschappelijke, civieltechnische en infrastructurele aard.

- Bewaken van en streven naar een hoge architectonische en ruimtelijke samenhang en kwaliteit van het geheel van de planprojecten.

- Stroomlijnen van het proces van de welstandsbeoordeling.

- Stimuleren van duurzame ontwikkelingen.

- Kortsluiten van archeologische en bouwhistorische ontwikkelingen met de Sector Ruimte.

- Regelmatig informeren en rapporteren aan de voltallige Welstands-/Monumentencommissie over de voortgang van het project.

 

Voor de werkwijze wordt verwezen naar het processchema (zie bijlage 1).

Artikel 4.7.5 Toetskader

 

De supervisor toetst plannen aan de hand van vastgestelde documenten.

- Specifieke stedenbouwkundige kaders in groter geheel.

- De Welstandsnota van de gemeente Maastricht.

Artikel 4.7.6 Duur

 

De duur van een benoeming tot supervisor wordt door burgemeester en wethouders bepaald in het licht van het project waarmee de supervisor wordt verbonden, maar is nooit langer dan drie jaar, waarna een herbenoeming van maximaal drie jaar kan plaatsvinden.

Artikel 4.7.7 Verantwoording over de rol van de supervisor

 

De supervisor legt van tijd tot tijd over zijn optreden verantwoording af aan de commissie. Bij deze verantwoording gaat het om de mate waarin en de wijze waarop het doel van de benoeming tot supervisor wordt bereikt. De voorzitter van de commissie brengt daarover verslag uit aan burgemeester en wethouders. Wanneer in de commissie gestemd moet worden over de strekking van het advies, dan onthoudt de supervisor zich van stemming.

Artikel 4.7.8 Inbedding

 

Over de inbedding van de supervisor in het project en een verdere invulling van de rol van supervisor worden werkafspraken gemaakt tussen de betreffende projectorganisatie, de supervisor namens de Welstands-/Monumentencommissie, de vergunningverlener namens de Sector Vergunnen –Toezicht - Handhaven en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht. Deze werkafspraken kunnen geen inbreuk maken op het doel dat met het belasten van een lid van de commissie met supervisie wordt nagestreefd en evenmin op de principes zoals die hierboven staan geformuleerd en de regels waaraan de commissie is gebonden.

Artikel 4.7.9 Processchema

Processchema

Artikel 4.8 Publicatie agenda

 

- De agenda van de commissievergadering ligt de dag voorafgaande aan de vergadering vanaf 12.00 uur voor een ieder ter inzage aan de stadsbalie en is tevens vanaf vorengenoemd tijdstip beschikbaar via internet.

Artikel 4.9 Het advies

 

- De commissie brengt schriftelijk heldere en goed beargumenteerde adviezen uit aan burgemeester en wethouders.

- Bij een positieve beoordeling motiveert de commissie desgewenst haar schriftelijk advies.

Adviseert de commissie negatief, dan geeft ze een duidelijke en nauwkeurige schriftelijke motivering met een verwijzing naar de van toepassing zijnde criteria en een samenvatting van de beoordeling van het plan op deze criteria.

- De commissie adviseert over de welstandsaspecten binnen de wettelijk gestelde termijn, zoals vermeld in de bouwverordening van de gemeente Maastricht (in geval van een reguliere procedure om omgevingsvergunning) danwel artikel 3.16, lid 1 Algemene wet bestuursrecht (in geval van een uitgebreide procedure om omgevingsvergunning) met dien verstande dat indien sprake is van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub f de termijn zoals bepaald in de Erfgoedverordening 2010 geldt.

Artikel 4.10 Afwijken van het advies en/of criteria

 

- Burgemeester en wethouders hebben de wettelijke mogelijkheid om ook op andere dan welstandsgronden, af te wijken van een welstandsadvies. De redenen voor afwijking worden bij de bekendmaking van het besluit vermeld.

- Burgemeester en wethouders stellen de commissie op de hoogte indien wordt afgeweken van het advies. Bovendien geven burgemeester en wethouders in de jaarlijkse verslaglegging aan de gemeenteraad aan in welke gevallen en op welke gronden is afgeweken van de advisering.

- Burgemeester en wethouders kunnen, op advies van de commissie, gemotiveerd – op welstandsgronden – afwijken van de vastgestelde welstandscriteria. Dit kan bij plannen die niet voldoen aan de vastgestelde criteria maar wél aan redelijke eisen van welstand.

Artikel 4.11 Second opinion

 

- Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de commissie de welstandscriteria niet juist heeft toegepast, dan wel de verkeerde criteria aan het advies ten grondslag heeft gelegd, kunnen zij op welstandsgronden afwijken van dit advies. Indien een dergelijke situatie zich voordoet kan, alvorens een beslissing wordt genomen, een second opinion worden gevraagd. Ook deze second opinion heeft het karakter van een advies.

Alvorens een second opinion te vragen bieden burgemeester en wethouders eerst de commissie de mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte advies. Indien alsnog een second opinion wordt gevraagd, wordt dit aan de commissie gemeld.

- Bij een second opinion wordt de adviesaanvraag voorgelegd aan een commissie van een vergelijkbare gemeente, een en ander in overleg met de Federatie Welstand.

 

5. EVALUATIE

Artikel 5.1 Jaarverslag Welstands-/Monumentencommissie

 

- De commissie stelt voor de gemeenteraad jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden, waarin tenminste aan de orde komen:

* op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota alsmede de richtlijnen inzake het monumentenbeleid;

* de werkwijze van de commissie;

* op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen;

* de aard van de beoordeelde plannen;

* de bijzondere projecten.

- De commissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota en het gemeentelijk monumentenbeleid in het bijzonder.

- Tenminste eenmaal per jaar vindt ten behoeve van het jaarverslag een evaluatiegesprek plaats tussen de betreffende portefeuillehouder van het gemeentebestuur en de commissie.

 

Artikel 5.2 Jaarverslag burgemeester en wethouders

 

Burgemeester en wethouders leggen de gemeenteraad jaarlijks een verslag voor waarin zij uiteenzetten:

- op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de commissie;

- in welke categorieën van gevallen:

* zij tot aanschrijving op grond van artikel 12, lid 1 juncto artikel 13a van de Woningwet zijn overgegaan, en

* zij bij of na een aanschrijving op grond van artikel 12, lid 1 juncto artikel 13a van de Woningwet zijn overgegaan tot toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 15 van die wet.

 

6. Slotbepalingen

Artikel 6.1 Inwerkingtreding, citeertitel

 

- In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het bevoegd gezag, gehoord de commissie.

- Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2010 of zoveel eerder of later als de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo; Staatsblad 2008, 946) en de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Staatsblad 2010, 142) in werking treden;

- Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening op de Welstands-/ Monumentencommissie 2010 ”.

- De Verordening op de Welstands-/Monumentencommissie 2003 (Gemeenteblad 2003 C 49) wordt ingetrokken met ingang van de dag waarop de Verordening op de Welstands-/Monumenten-commissie 2010, zoals hiervoor vermeld, in werking treedt.

 

Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 21 mei 2013.

 

De Griffier,

Drs. E. Willems.

 

De Voorzitter,

Dhr. O. Hoes.