| Overheidsorganisatie | Gemeente Moerdijk |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Algemene subsidieverordening gemeente Moerdijk |
| Citeertitel | Algemene subsidieverordening gemeente Moerdijk |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | financiën en economie |
| Eigen onderwerp |
Geen
artikel 149 van de Gemeentewet
Geen
| Datum inwerking- treding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerking- treding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 01-04-2012 | Nieuwe regeling | 08-03-2012 Moerdijkse Bode week 13, 2012 | Onbekend |
De raad van de gemeente Moerdijk;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 24 januari 2012;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
BESLUIT:
De Algemene Subsidieverordening gemeente Moerdijk vast te stellen;
In deze verordening wordt verstaan onder:
1. De Raad stelt vast dat voor de volgende beleidsterreinen subsidie kan worden verstrekt:
2. Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden omschreven.
1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
2. Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden.
1. De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten tot het instellen van subsidieplafond(s).
2. Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.
3. Het college kan - met inachtneming van de ingevolge artikel 2, door de raad vastgestelde beleidsterreinen en regels, nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.
4. Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.
5. Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.
1. Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens:
2. Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.
3. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.
1. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie dient door het college te zijn ontvangen vóór 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
2. Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.
3. Aan subsidieontvangers die na de onder lid 1 of lid 2 bepaalde termijn de aanvraag voor subsidieverstrekking indienen wordt een subsidie verstrekt van maximaal 90% van het bedrag bij tijdige indiening.
1. Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.
2. Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
1. Het college maakt afspraken met instellingen die structurele subsidie ontvangen over de maximale hoogte en de samenstelling van het eigen vermogen.
2. Het college legt deze afspraken vast in de subsidiebeschikking.
3. Indien de hoogte of de samenstelling van het eigen vermogen daartoe aanleiding geeft, kan het college een volgend subsidiejaar een aangepast subsidiebedrag beschikbaar stellen.
Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen.
Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.
1. Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt.
2. Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie.
1. Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.
2. Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100 procent bevoorschot.
3. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.
Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.
De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend.
2. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:
3. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.
1. Subsidies aan vrijwilligersorganisaties zonder uitvoeringsovereenkomst worden door het college direct vastgesteld.
2. Het college kan in afwijking van lid 1 bepalen dat een vrijwilligersorganisatie verantwoording dient af te leggen op basis van artikel 17 van deze verordening.
3. Het college kan bepalen dat ook andere, of meer dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.
1. Indien de subsidie is verleend met bijbehorende uitvoeringsovereenkomst zoals omschreven in artikel 4.36 van de Algemene Wet Bestuursrecht, moet de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling indienen bij het college:
2. De aanvraag tot vaststelling bevat:
3. wanneer de subsidie meer dan 50.000 euro bedraagt bevat de aanvraag tot vaststelling in aanvulling op de gegevens onder het tweede lid:
4. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.
1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.
2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.
3. In afwijking van lid 1 worden subsidies aan vrijwilligersorganisaties bij verlening direct vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen.
4. Het college kan in afwijking van lid 3 bepalen dat een vrijwilligersorganisatie een aanvraag tot subsidievaststelling moet indienen.
1. Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de subsidieaanvrager te worden berekend met gebruikmaking van een door het college voor te schrijven standaardberekeningswijze.
2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van door het college bepaalde definities.
Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.
De Algemene subsidieverordening gemeente Moerdijk vastgesteld op 16 juli 2009 wordt ingetrokken.
Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 april 2012 worden verleend en vastgesteld volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Moerdijk 2009.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking.
Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening gemeente Moerdijk.
Vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Moerdijk d.d. 8 maart 2012,
De griffier, de voorzitter,
J.A.M. Hereijgers J.P.M. Klijs