Verordening betreffende referendum en burgerinitiatief gemeente Moerdijk 2007

Geldend van 27-07-2007 t/m heden

Intitulé

Verordening betreffende referendum en burgerinitiatief gemeente Moerdijk 2007

De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 28 juni 2007,

gelezen het voorstel van de commissie Bestuur en Middelen van 10 mei 2007

gelet op artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet,

BESLUIT

vast te stellen de volgende verordening:

VERORDENING BETREFFENDE REFERENDUM EN BURGERINITIATIEF GEMEENTE MOERDIJK 2007

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijving

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder

  • a.

    referendum: een raadplegende volksstemming waarbij kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad te nemen besluit.

  • b.

    burgerinitiatief: een voorstel van een initiatiefgerechtigde ter plaatsing op de agenda van de vergadering van de raad.

  • c.

    kiesgerechtigde: een kiesgerechtigde zoals omschreven in artikel B3 van de Kieswet (kiesgerechtigd voor de verkiezing van de leden van de raad).

  • d.

    beeldvormende commissievergadering: een bijeenkomst van de leden van de betreffende commissie, waarin over de voor de raadsvergadering te agenderen onderwerpen in het algemeen op informerende wijze worden besproken.

  • e.

    meningsvormende commissievergadering: een bijeenkomst van de leden van de betreffende commissie waarin over de voor de raadsvergadering te agenderen onderwerpen in het algemeen argumenten worden uitgewisseld en meningen worden gevormd. Hierin wordt gevraagd of deze voorstellen rijp zijn voor besluitvorming door de raad en of deze voorstellen tot sterstuk c.q besluitstuk worden verklaard.

Hoofdstuk 2 Raadplegend referendum

Artikel 2 Uitzonderingen

Een referendum kan niet worden gehouden over:

  • 1.

    een voorgenomen besluit van de gemeenteraad inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan, dat uitsluitend betrekking heeft op:

    • a.

      de rechtspositie van ambtsdragers of gewezen ambtsdragers als zodanig dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden;

    • b.

      de gemeentelijke belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet

  • 2.

    Een voorgenomen besluit van de gemeenteraad, als bedoeld in artikel 1, eerste lid en derde lid, artikel 51, eerste lid en derde lid, artikel 61, eerste lid en derde lid, artikel 73, eerste lid en derde lid en artikel 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 3 Initiatief van de Raad

De raad kan besluiten tot het houden van een referendum.

Artikel 4 Datum van referendum

  • 1. De raad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan uiterlijk vier maanden na de dag waarop de Raad heeft besloten tot het houden van een referendum op basis van artikel 3.

  • 2. Er kunnen meerdere referenda op dezelfde dag worden gehouden.

Artikel 5 Vraagstelling

  • 1. de raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het referendum vast.

  • 2. De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepkaart.

Artikel 6 Adviescommissie

  • 1. de raad laat zich per referendum, bij het vaststellen van de vraagstelling adviseren door een commissie van advies.

  • 2. De taken van de commissie zijn:

    • a.

      advisering omtrent de vraagstelling en de antwoordcategorieën;

    • b.

      advisering omtrent de objectieve voorlichting, waarin de argumenten pro en contra worden genoemd.

  • 3. De raad stelt deze commissie van advies in en benoemt en ontslaat haar leden.

  • 4. Leden van de raad, noch van het college maken deel uit van deze commissie.

Artikel 7 Aanhouden beslissing

  • 1. Over het onderwerp waarover de raad conform artikel 3 heeft besloten een referendum te houden vindt geen besluitvorming plaats; deze besluitvorming wordt aangehouden tot ná het referendum;

  • 2. De voorbereiding van het onder lid 1 genoemd onderwerp vindt zoveel mogelijk plaats, dit in verband met de belangen zoals bedoeld in artikel 6 van deze verordening. Stukken over dit onderwerp kunnen worden aangeboden ter behandeling, met inachtneming van het onder lid 1 van dit artikel bepaalde.

Artikel 8 De stemming

  • 1. Stemgerechtigd zijn degenen die op de drieënveertigste dag vóór de dag waarop het referendum wordt gehouden, kiesgerechtigd zijn.

  • 2. De bepalingen van de Kieswet over de raadsverkiezingen zijn voor zover nodig van overeenkomstige toepassing voor het referendum.

Artikel 9 De beslissing van de Raad

Na de dag waarop het referendum is gehouden, vindt in de eerstvolgende reguliere vergadering van de raad besluitvorming plaats over het aangehouden raadsbesluit dat aan een referendum is onderworpen.

Artikel 10 Strafsanctie

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die:

  • 1.

    volmachtbewijzen of referendumkaarten namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

  • 2.

    stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen te doen gebruiken, dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft;

  • 3.

    stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten voorhanden heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

  • 4.

    als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden.

Hoofdstuk 3 Financiën

Artikel 11 Budget

De raad stelt een budget ter beschikking voor de organisatie en de voorlichting van het referendum op het moment dat een besluit wordt genomen tot het houden van een referendum zoals bedoeld in artikel 1 van deze verordening.

Hoofdstuk 4 Burgerinitiatief

Artikel 12 Initiatiefgerechtigd

  • 1. Initiatiefgerechtigd zijn alle kiesgerechtigden voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad in de gemeente.

  • 2. Voor de beoordeling of iemand initiatiefgerechtigd is, is de situatie op de dag van indiening van het verzoek bepalend.

  • 3. De raad plaatst een burgerinitiatief op de agenda van zijn vergadering indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend.

  • 4. Ongeldig is het verzoek dat:

    • a.

      Niet ondersteund wordt door tenminste 50 kiesgerechtigden

    • b.

      Een onderwerp als bedoeld in artikel 13 bevat, of

    • c.

      Niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 14.

Artikel 13 Uitgezonderde onderwerpen

  • 1. Een burgerinitiatief kan geen betrekking hebben op:

    • a.

      Een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur;

    • b.

      Een vraag over het gemeentelijk beleid;

    • c.

      Een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;

    • d.

      Een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur, of

    • e.

      Een onderwerp waarover tijdens de raadsperiode – waarin indiening van het voorstel plaatsvindt – door de raad een besluit is genomen, tenzij nieuwe argumenten tot een nieuwe afweging zouden kunnen leiden.

  • 2. Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur, zal door de raad, eventueel vergezeld van zijn advies, worden doorgezonden naar het college of naar de burgemeester in de hoedanigheid van portefeuillehouder.

  • 3. Het college of de burgemeester zal een onderwerp of voorstel als bedoeld in lid 2 behandelen als ware het een burgerinitiatief. Deze verordening is dan echter niet van toepassing.

Artikel 14 Wijze van indiening

  • 1. Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatief op de agenda van de vergadering van de raad wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad. Formulieren voor indiening van een burgerinitiatief zijn bij de griffie verkrijgbaar en kunnen – na invulling – weer bij diezelfde griffie worden ingediend. De griffie zal de initiatiefnemer gedurende de verdere procedure adviseren en begeleiden.

  • 2. Het verzoek bevat tenminste:

    • a.

      Een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatief;

    • b.

      Een toelichting op het burgerinitiatief, en

    • c.

      De achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening(en) van de initiatiefnemers.

    • d.

      Een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van kiesgerechtigden die het verzoek ondersteunen.

  • 3. Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in bijlage I van deze verordening opgenomen model.

Artikel 15 Agendering

  • 1. De raad agendeert het burgerinitiatief voor de eerst mogelijke vergadering na de datum van indiening van het initiatief, indien het voldoet aan de vereisten zoals gesteld in artikel 14. Voorafgaand aan de behandeling in de raad kan het initiatief behandeld worden in een beeldvormende of meningsvormende raadscommissie. Er dient tenminste vier weken te liggen tussen de dag van indiening van het burgerinitiatief en de dag van vergadering van de beeldvormende raadscommissie.

  • 2. De initiatiefnemer wordt schriftelijk uitgenodigd voor de commissievergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De initiatiefnemer of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatief mondeling nader toe te lichten.

  • 3. De initiatiefnemer wordt schriftelijk uitgenodigd voor de raadsvergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De initiatiefnemer of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatief mondeling nader toe te lichten.

  • 4. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.

  • 5. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefnemer.

  • 6. De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen inzake de uitwerking van het burgerinitiatief.

  • 7. Indien een burgerinitiatief is afgewezen is sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep open staat.

Artikel 16 Verslag

De burgemeester brengt in het burgerjaarverslag verslag uit over de werking van het recht van burgerinitiatief in de praktijk.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 17 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na publicatie ervan;

  • 2. De verordening wordt met inachtneming van de bepalingen in de Gemeentewet bekendgemaakt in huis aan huis blad de Moerdijkse Bode.

  • 3. De referendumverordening gemeente Moerdijk 2003 wordt voor wat betreft het gedeelte betreffende de raadplegende referenda ingetrokken. Voor het overige is de verordening van rechtswege vervallen als gevolg van het vervallen van de Tijdelijke referendumwet op 1 januari 2005.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als verordening betreffende referendum en burgerinitiatief gemeente Moerdijk 2007.

Ondertekening

Vastgesteld in de vergadering van de raad d.d. 28 juni 2007

de griffier

J.A.M. Hereijgers

de voorzitter

H.W. den Duijn