Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Montfoort

Protocol bijtincidenten honden Montfoort 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieMontfoort
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingProtocol bijtincidenten honden Montfoort 2017
CiteertitelProtocol bijtincidenten honden Montfoort 2017
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 125
  2. Gemeentewet, art. 172
  3. Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

04-10-2017nieuwe regeling

26-09-2017

IJsselbode, 03-10-2017

483921

Tekst van de regeling

Intitulé

Protocol bijtincidenten honden Montfoort 2017

Het college en de burgemeester van de gemeente Montfoort, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;

overwegende

  • -

    dat er in de gemeente bijtincidenten met honden hebben plaatsgevonden;

  • -

    dat het gewenst is om een protocol vast te stellen omtrent te uitleg van het wettelijk voorschrift in de Algemene Plaatselijke Verordening, artikel 2.59 (gevaarlijke honden); 

gelet op

  • -

    de Algemene wet bestuursrecht (Abw), artikelen 1:3, lid 4, 4:81, lid 1, 4:83, 5:31, lid 2;

  • -

    de Gemeentewet (GW), artikelen 125 en 172;

  • -

    de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), artikelen 2.57 en 2.59.

  

B E S L U I T

 

De beleidsregel ‘Protocol bijtincidenten honden’ vast te stellen.

 

Aldus besloten in de vergadering van 26 september 2017

Artikel 1 Hinderlijk

Het college acht een hond hinderlijk, in de zin van artikel 2:59 (APV), als een hond een persoon bijt of een ander dier, maar daarbij geen sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen.

Artikel 2 Gevaarlijk

  • 1.

    Het college acht een hond gevaarlijk, in de zin van artikel 2:59 (APV), en legt een aanlijngebod, zo mogelijk een muilkorfgebod voor de hond op aan een houder of eigenaar van de hond, als op grond van een bestuurlijke rapportage van politie blijkt dat deze hond een tweede bijtincident heeft veroorzaakt.

  • 2.

    Het college acht een hond gevaarlijk, in de zin van artikel 2:59 (APV), en legt een aanlijn- en muilkorfgebod op aan een houder of eigenaar van de hond, als de hond een persoon of een ander dier bijt en daarbij sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen.

  • 3.

    Het college acht een hond tevens gevaarlijk, in de zin van artikel 2:59 (APV) en legt een aanlijn- en muilkorfgebod voor de hond op aan de houder of eigenaar van de hond als de hond meerdere keren binnen een periode van twee jaar een persoon of een ander dier bijt, ook als daarbij geen sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen.

Artikel 3 Gedragstest

In opdracht van de eigenaar of houder kan bij de hond een risico-assessment worden afgenomen om aan te tonen dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is.

Een risico-assessment is bijvoorbeeld een MAG-test (maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag), agressietest (zoals ontwikkelt door de universiteit Utrecht) of een TOP-test (Toetsing Op Persoonlijkheid).

Een professionele bedragsbeoordelaar heeft de opleiding tot gedragskeurmeester of gedragsbeoordelaar met succes afgerond en beschikt over (voldoende recente) praktijkervaring, zoals een door de Raad van Beheer op kynologisch gebied Nederland benoemde gedragskeurmeester

Artikel 4 Afstand doen of inbeslagname

  • 1.

    Als de houder of eigenaar van een hond, welke op grond van artikel 2 van dit protocol door het college is aangewezen als gevaarlijk, in strijd met de bepalingen in artikel 2:59 (APV) handelt én vervolgens de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt waarbij sprake is van (ernstig) letsel of (ernstige) gevolgen, wordt de houder of eigenaar gevraagd om afstand te doen van zijn hond.

  • 2.

    Het college kan besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van een hond op grond van artikel 5:31, lid 2 Awb:

    • a.

      als de, in lid 1 genoemde situatie zich heeft voorgedaan en de houder hierop niet vrijwillig afstand doet van de hond en het college vreest dat de kans op bijtrecidive aanwezig is of;

    • b.

      bij (zeer ernstige vrees voor het ontstaan van) een zeer ernstig bijtincident.

  • 3.

    Bij het in lid 2 onder a en b omschreven onvrijwillig in beslag nemen van de hond kan in opdracht van de houder of eigenaar een risico-assessment worden afgenomen, conform hetgeen is bepaald onder artikel 3 van dit protocol.

  • 4.

    Wanneer uit het uitgevoerde risico-assessment, als bedoeld in lid 3, blijkt dat de hond niet kan worden terug geplaatst, resocialiseerbaar, elders herplaatsbaar, of anderszins het risico op bijtincidenten kan worden voorkomen, wordt door het college besloten deze hond te laten euthanaseren. Euthanaseren wordt uitsluitend gedaan door een daar toe bevoegde dierenarts.

  • 5.

    De kosten van vervoer, verblijf, de testen en eventueel de kosten voor het laten uitvoeren van euthanasie komen volledig voor rekening van de houder of eigenaar van de hond.

Artikel 5 Uitzonderingen

In uitzonderlijke gevallen of zeer ernstige situaties is het mogelijk om van dit protocol af te wijken en kan het college overgaan tot het toepassen van (spoed)bestuursdwang op grond van artikel 5:31, lid 2 Awb of de burgemeester besluiten op grond van artikel 172, lid 3 Gemeentewet direct over te gaan tot onvrijwillige inbeslagname van een hond.

Artikel 6 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als "Protocol bijtincidenten honden".

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

Toelichting op protocol

Mogelijkheden bestuursrechtelijke maatregelen door de gemeente

Bevoegdheid tot opleggen van bestuursdwang

Artikel 125 Gemeentewet juncto afdeling 5.3.1

Algemene wet bestuursrecht

Handhaving openbare orde

Artikel 172, eerste en derde lid, Gemeentewet

Algemene plaatselijke verordening

 

Voorbeelden: muilkorfgebod, aanlijngebod, aanpassen erfafscheidingen om ontsnappen van

honden onmogelijk te maken, opleggen van een gedragstest.

  

Begripsbepalingen

Bijtincident : Van een bijtincident is sprake wanneer een hond een persoon bijt of een ander dier, veelal een hond, maar daarbij geen sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen, dat gezien de context van de situatie verklaarbaar is.

Ernstig bijtincident:Bij een ernstig bijtincident brengt de hond ernstig letsel toe aan een persoon of een ander dier, veelal een hond. Meerdere bijtincidenten binnen een periode van twee jaar kunnen ook worden aangemerkt als een ernstig bijtincident.

Gebiedsverbod: Gebied binnen de gemeente waar de hond niet mag komen ter bescherming van de omgeving, bijvoorbeeld kinderrijke locaties zoals speeltuinen.

Gevaarlijke hond:Een hond, die een ernstig bijtincident heeft veroorzaakt.

Hinderlijke hond: Een hond, die een bijtincident heeft veroorzaakt.

Houd- en locatieverbod: Het verbod op het houden en of op locatie hebben van honden of type honden volgens de lijst agressieve honden van het ministerie van Economische Zaken.

Kort aanlijnen: Aanlijnen van een hond met een deugdelijke lijn met een lengte, die gemeten van hand tot halsband, niet langer is dan 1,50 meter.

Lijst agressieve honden:Het ministerie van Economische zaken heeft een lijst opgesteld met hondenrassen, lookalikes en kruisingen van honden waarvan bekend is dat ze een hoog risico vormen op agressief gedrag. Deze lijst is opgesteld door binnen- en buitenlandse experts.

Muilkorf: Een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof of van stevig leer, of van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van een mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek van de hond toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

   

Stap 1. Bijtincidenten worden geregistreerd bij Politie

Elk bijtincident moet worden geregistreerd. In de registratie moet minimaal worden vastgelegd:

  • -

    personalia eigenaar/houder

  • -

    personalia benadeelde partij

  • -

    personalia evt. getuige(n)

  • -

    gegevens van bijtende hond inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie van paspoort en/of stamboomgegevens.

  • -

    Of het ras of een kruising voorkomt op de lijst hoogrisicohonden van het ministerie EZ

  • -

    indien van toepassing

    • -

      gegevens slachtoffer

    • -

      gegevens van gebeten hond of inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie paspoort en/of stamboomgegevens

    • -

      gegevens van gebeten dier of object

  • -

    aard en omvang van letsel en schade

  • -

    omstandigheden en aanleiding waaronder de hond heeft gebeten

  • -

    of de hond mee naar huis is of in beslag is genomen en op welke grond (straf- of bestuursrecht)

  • -

    of er andere of ‘oudere’ meldingen (tot 2 jaar terug) over desbetreffende hond in het systeem aanwezig zijn.

Ook andere instanties (toezicht, burgers) doen soms meldingen van bijtincidenten bij de gemeente. De gemeente zorgt dat meldingen van bijtincidenten zo volledig mogelijk worden doorgestuurd naar het basisteam Montfoort. Als de gemeente een verzoek om kort aanlijngebod van de hond en of een muilkorfgebod voor de hond krijgt van een burger voor de hond van een andere burger, dan neemt ze altijd eerst contact op met het basisteam Montfoort.

 

Stap 2. Politie reikt na eerste bijtincident een waarschuwing uit

De politie reikt (of stuurt) na een eerste bijtincident een waarschuwing uit aan de eigenaar/houder van de hond of beslist dat het eerste bijtincident dermate ernstig is, dat direct tot strafrechtelijke of bestuursrechtelijke inbeslagname van de hond moet worden overgegaan. (Zie stap 9A/B of 10). Bij strafrechtelijke inbeslagname van een hond neemt het basisteam Montfoort contact op met het OM. Bij bestuursrechtelijke inbeslagname van een hond neemt het basisteam Montfoort contact op met de gemeente of burgemeester. In voorkomende gevallen vraagt de politie of de eigenaar/houder vrijwillig afstand wil doen van de hond.

  

BESTUURSRECHTELIJK TRAJECT

 

Stap 3. Na tweede bijtincident dient politie een verzoek in bij gemeente

Na een tweede bijtincident door dezelfde hond dient de politie een verzoek tot het opleggen van een kort aanlijngebod van de hond en/of zo mogelijk een muilkorfgebod voor de hond in bij de gemeente.

Dit verzoek is gemotiveerd op basis van een bestuurlijke rapportage (pv van bevindingen) van de geregistreerde gegevens.

 

Stap 4. Gemeente legt het voornemen tot

  • -

    het opleggen van een kort aanlijngebod van de hond en/of

  • -

    zo mogelijk een muilkorfgebod voor de hond en/of

  • -

    gebiedsverbod voor de hond

  • -

    houd- en locatieverbod en/of voor

Gemeente legt de voornemens tot het opleggen van een of meerdere van bovenstaande geboden of verboden voor de hond voor aan de houder/eigenaar van de hond. Houder/eigenaar krijgt maximaal tien dagen de gelegenheid om een zienswijze kenbaar te maken.

 

Een voorbeeld van een voornemen is opgenomen in BIJLAGE A

 

Stap 5. Zienswijze houder/eigenaar

De zienswijze van de houder/eigenaar kan leiden tot dat:

  • 1.

    De houder/eigenaar is het eens met het verzoek van politie en een besluit tot het opleggen van een kort aanlijngebod van de hond en/of zo mogelijk een muilkorfgebod voor de hond kan door de gemeente worden opgelegd.

  • 2.

    De houder/eigenaar is het niet eens met het verzoek en is bereid om voor zijn rekening een gedragstest uit te laten voeren via de daartoe bevoegde instantie om aan te tonen dat zijn hond niet hinderlijk of gevaarlijk is.

  • 3.

    De houder/eigenaar is het niet eens met het verzoek en is niet bereid om voor zijn rekening een gedragstest uit te laten voeren. 

Een voorbeeldbrief ad 1 is opgenomen in BIJLAGE B

Een voorbeeldbrief ad 2 is opgenomen in BIJLAGE C

Een voorbeeldbrief ad 2 (uitnodiging gedragstest) is opgenomen in BIJLAGE D

Een voorbeeldbrief ad 3 is gelijk aan ad 1 zie BIJLAGE B

 

Stap 6. Besluit tot het opleggen van geboden en verboden

  • 1.

    Als houder/eigenaar het eens is met bestuurlijke rapportage van de politie en het voornemen van de gemeente, wordt een besluit genomen tot het opleggen van een of meerdere geboden of verboden, dan is dit een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep openstaat.

  • 2.

    Als de test wel wordt uitgevoerd, dan dient houder/eigenaar de rekening voorafgaande aan de test te voldoen. In overleg met de onderzoeker en de houder/eigenaar/houder worden een datum, tijdstip en locatie afgesproken waarop de test kan worden afgenomen. Binnen drie weken na afname van de test ontvangt de gemeente van de onderzoeker een advies over het gedrag van de hond. De gemeente neemt in beginsel het advies van de onderzoeker over in het definitieve besluit aan de houder/eigenaar.

  • 3.

    Als houder/eigenaar afziet van de gedragstest, dan wordt alsnog een besluit tot het opleggen van een of meerdere geboden of verboden genomen voor onbepaalde tijd. Een besluit tot het opleggen van een de geboden of verboden is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep openstaat. 

Een voorbeeldbrief van een besluit (op grond van advies) is opgenomen in BIJLAGE E.

 

Stap 7. Bezwaar tegen besluit

De houder/eigenaar kan binnen zes weken bezwaar maken tegen het besluit.

 

Stap 8. Bestuursrechtelijk optreden na overtreding van een besluit

Als het besluit door de houder/eigenaar wordt genegeerd of overtreden, kan daartegen door de gemeente bestuursrechtelijk worden opgetreden met een dwangsom. De hier bedoelde bestuursrechtelijke handhaving is ook een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep openstaat.

 

Een voorbeeld van een dwangsomaanschrijving is opgenomen in BIJLAGE F.

 

Als het besluit door de houder/eigenaar wordt genegeerd of overtreden, kan daartegen door de gemeente bestuursrechtelijk worden opgetreden met bestuursdwang. Onder bestuursdwang wordt verstaan het door feitelijk handelen door of vanwege een bestuursorgaan optreden tegen hetgeen in strijd met bij of krachtens enig wettelijk voorschrift gestelde verplichtingen is of wordt gedaan gehouden of nagelaten. Bij bijtincidenten met honden is de situatie veelal dermate spoedeisend dat het

bestuursorgaan de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen en dit dus achteraf plaatsvindt. Spoedeisende bestuursdwang kan bijvoorbeeld worden toegepast indien inbeslagname van de hond noodzakelijk is, maar er op het moment van de overtreding niet direct sprake is van verstoring is van de openbare orde.

 

Stap 9a. Inbeslagname door college

Het college is op grond van artikel 5:31, lid 2 Awb bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften met spoed te beletten of te beëindigen.

 

Het college besluit tot inbeslagname van de hond als:

  • -

    de houder/eigenaar van een hond die door het college als gevaarlijke hond is aangewezen in strijd met artikel 2:59 APV houdt en vervolgens

  • -

    de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, waarbij sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen en direct optreden wordt verwacht.

 

De politie gaat direct ter plaatse over tot inbeslagname van de hond. Hond wordt ondergebracht op geheime locatie. I.o.m. met de taakaccenthouder handhaving dierenwelzijn (dierenpolitie) van de politie wordt het vervoer geregeld. De inbeslagname mag max. 4 weken duren, uitzonderingen daargelaten. De hond ondergaat een risico-assessment. Afhankelijk van de uitslag moet hond inslapen of wordt hij aangeboden aan een dierenasiel voor resocialisatie van de hond. De hond mag in geen geval opnieuw in het bezit komen van de oorspronkelijke eigenaar.

De coördinatie verloopt via het team Inbeslaggenomen goederen en dieren van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO), 088-0424959, ibg@rvo.nl. Zij zorgen voor een locatiehouder.

 

Stap 9b. Inbeslagname door burgemeester

De burgemeester is op grond van artikel 172 lid 3 Gemeentewet bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de openbare orde, te beletten of te beëindigen.

De burgemeester besluit tot inbeslagname van de hond als:

  • -

    de houder/eigenaar van een hond die door het college als gevaarlijke hond is aangewezen in strijd met artikel 2:59 APV houdt en vervolgens

  • -

    de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, waarbij sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen.

 

De burgemeester geeft bevel tot inbeslagname en geeft opvanglocatie door. De politie gaat direct ter plaatse over tot inbeslagname van de hond. Hond wordt ondergebracht op geheime locatie. I.o.m. met de taakaccenthouder handhaving dierenwelzijn (dierenpolitie) van de politie wordt het vervoer geregeld. De inbeslagname mag max. 4 weken duren, uitzonderingen daargelaten. De hond ondergaat een risico-assessment. Afhankelijk van de uitslag moet hond inslapen of wordt hij aangeboden aan een dierenasiel voor resocialisatie van de hond. De hond mag in geen geval opnieuw in het bezit komen van de oorspronkelijke eigenaar.

De coördinatie kan verlopen via het team Inbeslaggenomen goederen en dieren van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO), 088-0424959, ibg@rvo.nl. Zij zorgen voor een locatiehouder. Zij kunnen zorgen voor een locatiehouder. De kosten zijn dan voor de gemeente.

 

STRAFRECHTELIJK TRAJECT

 

Stap 10.Strafrechtelijke inbeslagname van de hond

Wanneer er sprake is van het door de eigenaar aanhitsen tot agressief gedrag of het niet terughouden van een hond, die een mens aanvalt (artikel 425, onder ten 1e of ten 2e Wetboek van strafrecht), kan de politie aangifte opnemen en in een heterdaad situatie (al dan niet in overleg met de officier van justitie) overgaan tot inbeslagname van de hond. De politie dient altijd te vragen of de eigenaar/houder afstand wil doen van de hond.

 

Stap 11. Strafrechtelijke overtreding van een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod

Bij overtreding van het korte aanlijn- en zo mogelijk het muilkorfgebod in combinatie met een nieuw bijtincident kan de officier van justitie onttrekking van de hond aan het verkeer vorderen. In het uitzonderlijke geval dat tot inbeslagname is overgegaan, gaat het OM over tot vervreemden van de hond en zal in het uiterste geval overgaan tot het laten inslapen van de gevaarlijke hond. Het laten inslapen van de gevaarlijke hond gebeurd onder toezicht (direct en op kosten) van verdachte/betrokkene.

  

CIVIELRECHTELIJK TRAJECT

 

Stap 12. Civielrechtelijk

Het is mogelijk dat slechts sprake is van een civielrechtelijk schade-incident. Politie de dader en het slachtoffer van het bijtincident op rechten en plichten en adviseert partijen om de schade onderling te regelen.

 

Relevante jurisprudentie:

RVS:2014:2380

RVS:2014:4779

RVS:2014:4659

RVS:2015:3689

Bijlage A Voornemen opleggen kort aanlijngebod en/of muilkorfgebod van de hond

Geachte heer, mevrouw,

 

Op (datum) hebben wij van de politie een aanvraag ontvangen om in verband met het gedrag van uw hond een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod voor uw hond op te leggen. Hieronder leest u hoe wij deze aanvraag hebben behandeld.

 

Aard van de aanvraag

(Kort samengevat de aanvraag van de politie)

 

Voornemen

Wij maken hierbij aan uw bekend dat wij uw hond op basis van de door politie ingediende stukken gevaarlijk achten en het voornemen hebben om aan u als houder/eigenaar van de hond, (naam en/of ras van de hond) een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod van de hond op te leggen.

 

Zienswijze

Voordat we een besluit nemen stellen wij u als belanghebbende op grond van artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid om een afspraak te maken voor inzage van de stukken van politie en uw zienswijze naar voren te brengen.

U heeft tot uiterlijk (maximaal 10 dagen na de verzenddatum van de brief) de gelegenheid om uw zienswijze over dit voornemen bij voorkeur schriftelijk (of mondeling) aan ons kenbaar te maken. Na deze reactietermijn nemen wij een definitief besluit.

 

Indien u de stukken wilt inzien, neemt u dan contact op met …………., telefoonnummer 14 035.

 

Vertrouwende u hiermee voor dit moment voldoende geïnformeerd te hebben.

 

Hoogachtend,

 

Burgemeester en wethouders van Montfoort,

de secretaris, de burgemeester,

Bijlage B Besluit opleggen kort aanlijngebod en/of muilkorfgebod van de hond

Geachte heer, mevrouw,

 

Op (datum) hebben wij u een brief gezonden met het voornemen om u een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod van uw hond op te leggen. Het betreft de hond (naam en/of ras hond). In deze brief leest u ons definitieve besluit.

 

Besluit

U krijgt met ingang van heden een kort aanlijngebod opgelegd voor uw hond op grond van artikel 2:59 van de APV / U krijgt met ingang van heden een kort aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd voor uw hond op grond van artikel 2:59 van de APV.

  • -

    U dient binnen een week na ontvangst van dit besluit een goede muilkorf aan te schaffen (niet zijnde een snuitje) en te gebruiken conform de aanwijzingen (zie bijlage).

  • -

    U dient binnen een week na ontvangst van dit besluit een U-lead (anti-trek-tuig) aan te schaffen en te gebruiken.

  • -

    U dient te voorkomen dat uw hond kan loslopen zonder muilkorf buiten uw eigen terrein en adviseren u het ontsnappen van de hond uit eigen huis en tuin (verder) onmogelijk te maken. 

Wij adviseren u samen met uw hond een gehoorzaamheidscursus te volgen. Dit besluit en de voorwaarden gelden ook voor degene die, in geval van ziekte of afwezigheid, uw hond uitlaat.

 

Motivering

(Beschrijving motivering op basis van de aanvraag van de politie en de navolgende documenten

(indien ter beschikking is gesteld) ter onderbouwing:

Mutatierapport (datum)

Toelichting bij incident (datum)

Verklaring van eigenaar van de gebeten hond (datum)

Foto’s van de gebeten hond

Verklaring van de dierenarts

 

Zienswijze

Voorafgaande aan dit besluit hebben wij u tot (datum) in de gelegenheid gesteld om op grond van artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht uw zienswijze naar voren te brengen.

 

U heeft uw zienswijze niet kenbaar gemaakt / mondeling kenbaar / schriftelijk kenbaar op (datum).

Uw zienswijze komt er kort samengevat op neer dat u ………………………..

 

Handhaving

Overtreding van dit besluit kan op grond van het bepaalde in artikel 6:1 van de APV worden bestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast zal bij een nieuw bijtincident door ons worden overwogen of uw hond (naam) in beslag moet worden genomen, vanwege de risico’s die de hond met zich meebrengt.

 

Bezwaar

Op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht kunt u of een derde wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken daartegen binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders. In de bijgevoegde kader leest u hier meer over.

 

Tenslotte

Wij verwachten dat u aan het opgelegde kort aanlijn- en of muilkorfgebod van de hond en de overige aanvullende voorwaarden gehoor zult geven.

 

Hoogachtend,

 

Burgemeester en wethouders van Montfoort,

   

de secretaris, de burgemeester,

 

Bijlage C Brief over risico-assessment

Geachte heer, mevrouw,

 

Op (datum) hebben wij van de politie een aanvraag ontvangen om in verband met het gedrag van uw hond een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod voor uw hond op te leggen. Hieronder leest u hoe wij deze aanvraag hebben behandeld.

 

Aard van de aanvraag

(Kort samengevat de aanvraag van de politie)

 

Voornemen

Wij maken hierbij aan uw bekend dat wij uw hond op basis van de door politie ingediende stukken gevaarlijk achten en het voornemen hebben om aan u als houder/eigenaar van de hond, (naam en/of ras van de hond) een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod van de hond op te leggen.

Wij hebben u als belanghebbende op grond van artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid om uw zienswijze naar voren te brengen. U heeft uw zienswijze niet kenbaar gemaakt /mondeling kenbaar / schriftelijk kenbaar op (datum).

Uw zienswijze komt er kort samengevat op neer dat u ………………………..

 

Risico-assessment

Er is voor u als eigenaar van de hond volgens ons protocol slechts één objectieve mogelijkheid om aan te tonen dat uw hond niet gevaarlijk is. Dit is het uitvoeren van een risico-assessment bij uw hond, dat via één onafhankelijke instantie in Nederland kan worden uitgevoerd. De kosten van dit onderzoek komen voor uw rekening.

De procedure voor het uitvoeren van een risico-assessment is als volgt. Eerst moeten de kosten van het onderzoek worden betaald aan de instantie van de onderzoeker en vervolgens wordt een afspraak gemaakt met u en de onderzoeker(s) om uw hond op een geschikte locatie te testen.

Indien u van mening bent dat uw hond niet gevaarlijk is en geen muilkorf nodig heeft, dan kunt u dit aan de hand van de uitslag van dit risico-assessment aantonen.

 

Besluit

Wij gaan over tot het opleggen een kort aanlijngebod opgelegd voor uw hond op grond van artikel 2:59 van de APV / een kort aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd voor uw hond op grond van artikel 2:59 van de APV, indien u afziet van dit risico-assessment, omdat wij van mening zijn dat het bijtincident en de verklaringen van politie in voldoende mate hebben aangetoond dat uw hond als gevaarlijk in de zin van artikel 2:59 van de Algemene Plaatselijke Verordening Montfoort (APV) kan worden beschouwd.

 

Reageren?

Wij verwachten uiterlijk (datum) een reactie van u of u al dan niet wilt overgaan tot afname van dit risicoassessment bij uw hond. Indien u wilt reageren op deze brief dan verzoeken wij u dit bij voorkeur schriftelijk te doen.

 

Vertrouwende u hiermee voor dit moment voldoende geïnformeerd te hebben.

 

Hoogachtend,

 

Burgemeester en wethouders van Montfoort,

de secretaris, de burgemeester,

Bijlage D Nadere informatie over + bevestiging van de uitvoering van de gedragstest

Geachte heer, mevrouw,

 

Op (datum) heeft er een bijtincident(en) plaatsgevonden in (locatie) met uw hond. U staat bij ons bekend als eigenaar/houder van deze hond. Uw hond wordt door de politie als (gevaarlijk of hinderlijk) beschouwd en ze heeft ons verzocht om op basis van artikel 2:59 aan uw hond een kort aanlijn- en een muilkorfgebod op te leggen.

De gemeente heeft zelf geen deskundigheid op dit gebied. Daarom hebben we in overleg met u besloten om een daartoe benoemde deskundige opdracht te verlenen om bij uw hond een gedrags- en agressietest uit te voeren en op basis van de uitkomsten van deze test een besluit te nemen over uw hond.

Op (datum) heeft u met ons contact opgenomen en heeft u toegezegd dat u hieraan uw medewerking wil verlenen.

 

Datum test

Deze test zal op (datum en tijdstip) worden uitgevoerd in (locatie).

De test wordt uitgevoerd door de………………………………………………... Voor het juist kunnen uitvoeren van de test is het van belang dat u hierbij aanwezig bent.

Wij verwachten dan ook van u dat u op het afgesproken tijdstip met u hond aanwezig bent bij het (locatie).

 

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met ………………………., telefoonnummer 14 035.

 

Hoogachtend,

 

Burgemeester en wethouders van Montfoort,

de secretaris, de burgemeester,

Bijlage E Besluit na uitvoering van risico-assessment

Geachte heer, mevrouw,

 

Op (datum) is een risico-assessment uitgevoerd bij uw hond (naam en/of ras) door……………. in het …………………….. De uitslag van dit onderzoek hebben wij op (datum) ontvangen. Hieronder leest u de resultaten van het onderzoek en ons definitieve besluit.

 

Resultaten onderzoek

Uit dit onderzoek is gebleken dat (nadere toelichting).

 

Besluit

Wij nemen het advies van de deskundige over. U krijgt met ingang van heden een kort aanlijngebod opgelegd voor uw hond op grond van artikel 2:59 van de APV / U krijgt met ingang van heden een kort aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd voor uw hond op grond van artikel 2:59 van de APV.

  • -

    U dient binnen een week na ontvangst van dit besluit een goede muilkorf aan te schaffen (niet zijnde een snuitje) en te gebruiken conform de aanwijzingen (zie bijlage).

  • -

    U dient binnen een week na ontvangst van dit besluit een U-lead (anti-trek-tuig) aan te schaffen en te gebruiken.

  • -

    U dient te voorkomen dat uw hond kan loslopen zonder muilkorf buiten uw eigen terrein en adviseren u het ontsnappen van de hond uit eigen huis en tuin (verder) onmogelijk te maken. 

Wij adviseren u samen met uw hond een gehoorzaamheidscursus te volgen. U mag u hond houden mits u zich houdt aan het besluit en voorwaarden. Dit besluit en de voorwaarden gelden ook voor degene die, in geval van ziekte of afwezigheid, uw hond uitlaat.

 

Motivering

Ter informatie en ter nadere onderbouwing van dit besluit, voegen wij een kopie van de bepalingen van de APV bij en de rapportage van het risico-assessment. In de aanbevelingen van het rapport treft u aanvullende informatie aan over waar u een geschikte muilkorf en anti-trek-tuig kunt aanschaffen.

 

Handhaving

Overtreding van dit besluit kan op grond van het bepaalde in artikel 6:1 van de APV worden bestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast zal bij een nieuw bijtincident door ons worden overwogen of uw hond (naam) in beslag moet worden genomen, vanwege de risico’s die de hond met zich meebrengt.

 

Bezwaar

Op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht kunt u of een derde wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken daartegen binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders. In het bijgevoegd kader leest u hier meer over.

 

Tenslotte

Wij verwachten dat u aan het opgelegde kort aanlijn- en of muilkorfgebod van de hond en de overige aanvullende voorwaarden gehoor zult geven.

 

Hoogachtend,

 

Burgemeester en wethouders van Montfoort,

de secretaris, de burgemeester,

Bijlage F Dwangsomaanschrijving na overtreding APV

Geachte heer, mevrouw,

 

Op (datum) hebben wij u op grond van artikel 2:59 van de Algemene Plaatselijke Verordening Montfoort (hierna APV) voor onbepaalde tijd een kort aanlijngebod opgelegd voor uw hond (ras en/of naam). Kort aanlijnen betekent het aanlijnen van een hond met een deugdelijke lijn, die niet langer is dan 1,50 meter, gemeten van hand tot halsband.

 

Constatering van overtreding

Wij hebben van de politie/boa een rapport ontvangen, waarin staat vermeld dat u op (datum) ons besluit heeft overtreden (eventueel extra toelichting).

 

Belangenafweging

Voordat tot het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel wordt overgegaan, is het noodzakelijk dat de belangen van alle betrokkenen tegen elkaar worden afgewogen. Dit zijn uw belang tegenover het algemeen belang. Uw belang ligt in het laten voortduren van de huidige situatie. Het algemeen belang, dat door de gemeente wordt behartigd, ligt in de naleving van het aanlijngebod en de leefbaarheid en veiligheid van uw buurtbewoners en passanten.

Wij achten hier het algemeen belang zwaarder wegen dan uw belang. Hierbij is mede in overweging genomen dat u op de hoogte bent van het feit dat buurtbewoners zich niet veilig voelen, omdat uw hond betrokken is geweest bij een bijtincident . Door het gebruik van een flexibele lijn is door u onvoldoende rekening gehouden met de veiligheid van uw buurtbewoners en passanten tijdens het uitlaten van uw hond en het geconstateerde onvoorspelbare gedrag van uw hond zoals in de gedragstest, die op (datum) is uitgevoerd door …………….. van ……………………………, is geconstateerd.

 

Last onder dwangsom

Vast staat dat er sprake is van een overtreding. Op grond van artikel 125 Gemeentewet en artikel 5:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) staat ook onze bevoegdheid vast om daartegen met bestuursrechtelijke handhaving op te treden.

Op grond van de overtreding van artikel 2:59 van de APV en op grond van artikel 5:32 van de Awb gelasten wij u om binnen één week na verzenddatum van deze brief uw hond met een deugdelijke lijn, die niet langer is dan 1,50 meter, gemeten van hand tot halsband uit te laten.

Indien u niet voor de gestelde datum het gebruik van een flexibele lijn heeft gestaakt, verbeurt u een dwangsom van € ….. per constatering tot een maximum van € …… als niet wordt voldaan aan voornoemde verplichting.

Wij geven de voorkeur aan het opleggen van een last onder dwangsom boven toepassing van een last onder bestuursdwang, omdat wij van mening zijn dat in beginsel de overtreder zelf een einde dient te maken aan de strijdige situatie. Dit middel is voor u het minst ingrijpend, nu u zelf in de hand heeft of u de dwangsom verbeurt.

 

Hoogte van de dwangsom

Bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom hebben wij de ernst van de overtreding in aanmerking genomen en het feit dat er een voldoende prikkel moet uitgaan van de dwangsom om de overtreding te beëindigen. De hoogte van deze dwangsom is gebaseerd op een strafrechtelijke boete de hond te laten lopen, terwijl deze niet kort is aangelijnd na schriftelijke aanzegging van het college van burgemeester en wethouders (feitnummer F 150B = € ……….) vermeerderd met het risico op schade aan ‘derden’ en een prikkel om de overtreding te beëindigen (€ 150,00).

 

Bezwaar

Tegen deze last onder dwangsom kunt u op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht kunt u binnen zes weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. In het bijgevoegd kader leest u hier meer over.

 

Het indienen van een bezwaarschrift heeft niet tot gevolg dat de uitvoering van dit dwangsombesluit wordt opgeschort. Indien daarvoor naar uw mening aanleiding bestaat, kunt u de voorzieningenrechter verzoeken een voorlopige voorziening te treffen.

 

Hoogachtend,

 

Burgemeester en wethouders van Montfoort,

de secretaris, de burgemeester,