Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Oost Gelre

Nadere regels welzijnssubsidies 2019 gemeente Oost Gelre

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOost Gelre
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingNadere regels welzijnssubsidies 2019 gemeente Oost Gelre
CiteertitelNadere regels welzijnssubsidies 2019
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpMaatschappelijke zorg en welzijn

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

N.v.t.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2019nieuwe regeling

04-12-2018

gmb-2018-264377

4-12-2019

Tekst van de regeling

Intitulé

Nadere regels welzijnssubsidies 2019 gemeente Oost Gelre

Gelet op het feit dat de raad in de Algemene subsidieverordening aan het college de bevoegdheid heeft toegekend tot het stellen van nadere regels, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsterrein worden omschreven;

 

Gelet op het feit dat het college van burgemeester en wethouders heeft besloten tot het volgen van “trapje op trapje af”, betekent dit dat de subsidies voor het jaar 2019 met 2,6% worden verhoogd;

 

B E S L U I T :

 

De volgende “nadere regels voor welzijnssubsidies 2019” vast te stellen:

 

Hoofdstuk 1. Definities

Artikel 1.1  

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • 1.

    organisatie: aanvrager als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Algemene subsidieverordening Oost Gelre;

 

  • 2.

    vrijwilligers: personen die voor hun activiteiten binnen de organisatie geen geldelijke vergoeding ontvangen;

 

  • 3.

    éénmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere activiteiten die niet behoren tot de reguliere activiteiten van de aanvrager en tot maximaal het begrotingskrediet;

 

  • 4.

    jaarlijkse subsidie: subsidie die per jaar of voor een bepaald aantal jaren voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt tot maximaal het begrotingskrediet;

 

  • 5.

    sport: georganiseerde vorm van lichaamsbeoefening en ontspanning, waarbij vaardigheid, kracht en inzicht worden vereist;

 

  • 6.

    jeugdleden: leden van verenigingen, die actief deelnemen aan de verenigingsactiviteit en die op de peildatum voor een bepaalde subsidieperiode minimaal 4 jaar en maximaal 17 jaar zijn;

 

  • 7.

    binnensport: zwemsport c.q. waterpolo, tafeltennis, handbal, volleybal, gymnastiek, badminton, zaalvoetbal;

 

  • 8.

    buitensport: voetbal, tennis, fietscross en klootschieten;

 

  • 9.

    gehandicaptensport: sport voor mensen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking;

 

  • 10.

    niveausubsidie: een subsidie aan sportverenigingen waarbij gespeeld wordt in de hoogste hetzij de één na hoogste landelijke afdeling van de betreffende sport;

 

  • 11.

    projectsubsidie: subsidie aan een organisatie waarbij eenmalig een maximaal bedrag aan financiële middelen wordt verstrekt om een vooraf goedgekeurd en een in de tijd en omvang afgebakend project uit te voeren;

 

  • 12.

    waarderingssubsidie: subsidie aan een organisatie waarbij eenmalig een maximaal bedrag aan financiële middelen wordt verstrekt voor activiteiten zonder deze naar aard en inhoud te willen beïnvloeden en waarbij geen verband bestaat tussen de kosten die de instelling maakt en de omvang van de subsidie;

 

  • 13.

    budgetsubsidie: een jaarlijkse subsidie gebaseerd op het verrichten van één of meer vooraf bepaalde activiteiten, welke de gemeente belangrijk vindt voor de leefbaarheid van Oost Gelre;

 

  • 14.

    normsubsidie: subsidie waarbij vooraf voor een bepaalde periode een maximum bedrag aan financiële middelen aan een organisatie wordt verstrekt, dat is berekend op basis van een aantal meetbare eenheden, bijvoorbeeld het aantal leden;

 

 

Hoofdstuk 2. Doelstellingen organisatie

Artikel 2.1  

Een subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan organisaties met activiteiten op de volgende terreinen:

  • a.

    muziekonderwijs

  • b.

    bibliotheekwerk

  • c.

    amateurkunst

  • d.

    ouderen

  • e.

    gezondheidszorg

  • f.

    maatschappelijke dienstverlening

  • g.

    kinder-, jeugd- en jongerenwerk

  • h.

    sport

  • i.

    volksfeesten

  • j.

    oudheidkunde

  • k.

    educatief werk

  • l.

    (volks)cultuur

  • m.

    vervallen

  • n.

    emancipatie

  • o.

    vrijwilligerswerk

  • p.

    belangenbehartiging kleine kernen

  • q.

    belangenbehartiging op bovengenoemde terreinen

  • r.

    integratie van nieuwkomers

 

Hoofdstuk 3. Randvoorwaarden voor subsidieverlening

Artikel 3.1  

Een organisatie komt slechts in aanmerking voor subsidie indien zij een belang dient dat verder reikt dan alleen het eigen belang. Hierbij wordt aandacht gevraagd voor social return on investment. Social return afspraken hebben als doel een bijdrage te leveren aan het vergroten van de participatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

 

Artikel 3.2  

Alleen de activiteiten die plaatsvinden in en bedoeld zijn voor de inwoners van Oost Gelre komen voor subsidie in aanmerking. Subsidiëring geschiedt uitsluitend op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurde begroting van de organisatie. Van de organisatie wordt verwacht dat naast inkomsten uit subsidies gelden elders worden gegenereerd (contributies, sponsorbijdragen, collectes, bijdragen van derden, etc.). Deze inkomsten behoren tenminste 20% van de baten te bedragen, een en ander ter beoordeling van burgemeester en wethouders.

 

Artikel 3.3  

Er wordt geen subsidie verstrekt als er met de activiteiten godsdienstige, levensbeschouwelijke of partijpolitieke uitgangspunten of doelstellingen worden nagestreefd.

 

Artikel 3.4  

De volgende organisatie- en activiteitskosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    De kosten van acties met betrekking tot verwerving van inkomsten;

  • b.

    De kosten van consumpties en traktaties;

  • c.

    De kosten van recepties en feesten bij bijzondere gelegenheden;

  • d.

    De kosten van goederen en diensten in natura;

  • e.

    De kosten voor het afvoeren van afval.

 

Artikel 3.5  

Onder organisatiekosten worden verstaan de kosten die noodzakelijk gemaakt worden tijdens de voorbereidende werkzaamheden voor een activiteit. Daarbij valt te denken aan bureaukosten, huur van ruimte, bestuurskosten en af te sluiten verzekeringen.

 

Artikel 3.6  

Onder activiteitskosten worden verstaan de kosten die noodzakelijk gemaakt worden voor het uitvoeren van de activiteiten waarbij de doelstelling van de organisatie in acht wordt genomen. Daarbij valt te denken aan ledenbladen, ledenbijeenkomsten, kosten van materialen, kosten van excursies en voorlichting.

 

 

Hoofdstuk 4. Budgetsubsidie

Artikel 4.1  

  • a.

    Een budgetsubsidie wordt uitsluitend verstrekt aan organisaties die:

    • een jaarlijkse omzet van € 50.000,-- of meer hebben en

    • twee of meer personen in vaste loondienst hebben.

  • b.

    De subsidieperiode kan minimaal één jaar en maximaal vier jaren bedragen. Wordt een subsidie voor twee, drie of vier jaren verleend, dan wordt zij verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld door de gemeenteraad (begrotingsvoorbehoud).

  • c.

    Het college stelt de duur van de subsidieperiode vast.

 

 

Hoofdstuk 5. Normsubsidie

Paragraaf 1. Algemeen

 

Artikel 5.1  

  • 1.

    De in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn bedragen per subsidieperiode van een kalenderjaar, tenzij anders vermeld.

  • 2.

    Een subsidie kan jaarlijks worden bijgesteld op basis van een door het college vast te stellen indexering.

 

Artikel 5.2  

Indien mogelijk dient de organisatie zich aan te sluiten bij een regionale, provinciale of landelijke koepelorganisatie.

 

Paragraaf 2. Amateurkunst

 

Artikel 5.3  

Aan een organisatie die amateurkunst beoefent, kan subsidie worden verstrekt overeenkomstig het bepaalde in deze paragraaf, mits:

  • 1.

    tenminste 2 openbare optredens per jaar worden verzorgd in de gemeente Oost Gelre;

  • 2.

    bij die optredens dienen de genoemde eenheden onder de artistieke leiding van dirigenten, regisseurs, instructeurs of choreografen te staan.

 

Artikel 5.4  

  • 1.

    Onder een zelfstandige eenheid wordt verstaan:

    • a.

      blaasorkest;

    • b.

      mars- en showorkest;

    • c.

      jeugdorkest.

  • 2.

    De organisatie dan wel de onderliggende eenheden dienen door een landelijke koepelorganisatie erkend te zijn.

  • 3.

     

    • a.

      een blaasorkest is een harmonie, fanfare of blaaskapel, echter niet zijnde een dweilorkest;

    • b.

      een mars- en showorkest is een drumfanfare, showband, drum- en malletbands, tamboer-, fluit-, lyra-, pijper- en/of jachthoornkorps eventueel aangevuld met een majorettegroep en/of met een vendelgroep;

    • c.

      een jeugdorkest is een jeugdafdeling van de in lid 1. onder a of b, genoemde eenheden.

  • 4.

    De subsidie voor blaasorkesten, mars- en showorkesten en jeugdorkesten bestaat uit:

    • a.

      een bedrag van € 2.120,00 voor één eenheid voor een onder lid 1.a. vallende organisatie of een bedrag van € 795,00 voor één eenheid voor een onder lid 1.b. vallende organisatie;

    • b.

      een bedrag van € 2.650,00 voor twee eenheden waarbij één eenheid valt onder lid 1.a. of een bedrag van € 1.590,00 voor twee eenheden wanneer geen eenheid valt onder lid 1.a.

    • c.

      een bedrag van € 3.180,00 voor drie of meer eenheden voor onder lid 1 vallende organisaties.

  • 5.

    Naast de subsidie per eenheid kan de organisatie een subsidie ontvangen voor het aantal leden. De subsidie bestaat uit:

    • a.

      een bedrag van € 529,00 voor een ledenaantal tot 50 leden;

    • b.

      een bedrag van € 775,00 voor een ledenaantal tussen 50 en 100 leden;

    • c.

      een bedrag van € 1060,00 voor een ledenaantal van 100 of meer leden.

De hoogte van deze subsidie wordt bepaald aan de hand van het ledenaantal op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

  • 6.

    Voor het werven en behouden van nieuwe jeugdleden door het aanbieden van nieuwe eigentijdse muziekactiviteiten kan de subsidie uit een bedrag van maximaal € 3157,00 bestaan.

 

Artikel 5.5  

  • 1.

    De subsidie voor zang- en toneelverenigingen bestaat uit:

    • a.

      een bedrag van € 529,00 voor een ledenaantal tot 25 jeugdleden;

    • b.

      een bedrag van € 1.060,00 voor een ledenaantal van 25 of meer jeugdleden. De hoogte van deze subsidie wordt bepaald aan de hand van het ledenaantal op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

 

  • 2.

    De subsidie voor de werkgroep orgelconcerten bestaat uit een bedrag van maximaal € 315,00 voor het organiseren van orgelconcerten in Groenlo.

  • 3.

    De subsidie voor de Stichting Passie voor cultuur en maatschappij bestaat uit een bedrag van maximaal € 558,00 voor het organiseren van ‘de Passion Lichtenvoorde’.

 

Paragraaf 3. Instellingen voor ouderen

 

Artikel 5.6  

De subsidie aan organisaties voor ouderen van 65 jaar en ouder bedraagt:

  • a.

    bij een ledental tot 150 leden een bedrag van € 553,00 vermeerderd met een bedrag van maximaal € 1.658,00 in de activiteitskosten;

  • b.

    bij ieder volgend ledental van 150 leden wordt het ledenbedrag verhoogd met € 553,00 en het bedrag in de activiteitskosten verhoogd met maximaal € 553,00;

  • c.

    bij een ledental van 1500 of meer een bedrag van € 6.625,00 vermeerderd met een bedrag van maximaal € 7.732,00 in de activiteitskosten;

  • d.

    voor MBVO-activiteiten in Zwolle een bedrag van maximaal € 1.658,00.

De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van het ledenaantal op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

 

Paragraaf 4. Belangenorganisaties op het terrein van de gezondheidszorg, leefbaarheid, maatschappelijke dienstverlening, ouderenzorg en de samenlevingsopbouw

 

Artikel 5.7  

Aan belangenorganisaties op het terrein van leefbaarheid, gezondheidszorg, maatschappelijk dienstverlening, ouderenzorg en samenlevingsopbouw wordt subsidie verstrekt, mits de activiteiten uitsluitend zijn gericht op het behartigen van de belangen van een specifieke doelgroep en door vrijwilligers, in nauw overleg met de betrokken doelgroep, worden uitgevoerd.

 

Artikel 5.8  

  • 1.

    Een dorpsbelangenorganisatie is een organisatie die zich richt op het verbeteren van de lokale leefbaarheid in een kleine kern en in nauw overleg met de inwoners van de betreffende kern.

  • 2.

    De subsidie voor de dorpsbelangenorganisaties bestaat uit een bedrag van € 1.104,00 voor iedere kleine kern.

  • 3.

    Daarnaast kan per kern een structurele subsidie worden verstrekt voor kleine initiatieven die voortvloeien uit de dorpsplannen.

Deze bedragen voor:

  • dbo Zwolle: vast bedrag van € 1.671,00 en € 2,34 per inwoner van de kern

  • dbo Mariënvelde: vast bedrag van € 1.671,00 en € 2,34 per inwoner van de kern

  • dbo Harreveld: vast bedrag van € 1.671,00 en € 2,34 per inwoner van de kern

  • dbo Vragender: vast bedrag van € 1.671,00 en € 2,34 per inwoner van de kern

  • dbo Lievelde: vast bedrag van € 1.671,00 en € 2,34 per inwoner van de kern

  • dbo Zieuwent: vast bedrag van € 1.671,00 en € 2,34 per inwoner van de kern

 

Artikel 5.9  

De subsidie voor de belangenorganisaties, als bedoeld in artikel 5.7, niet zijnde dorpsbelangenorganisaties, kan bestaan uit:

  • a.

    een bedrag van maximaal € 826,00 in de organisatiekosten;

  • b.

    een bedrag van maximaal € 1.381,00 in de activiteitskosten.

 

Artikel 5.10  

Aan de Vereniging van Kleine Kernen Gelderland wordt een subsidie verleend van maximaal

€ 1.350,00 per jaar voor het ondersteunen van de 6 dbo’s in de gemeente Oost Gelre op het terrein van de leefbaarheid in de kleine kernen,

 

Artikel 5.11  

De subsidie voor de SWOG kan bestaan uit:

  • a.

    een vast bedrag van € 1.104,00 voor het aantal deelnemers;

  • b.

    een bedrag van maximaal € 2.191,00 in de activiteitkosten;

  • c.

    een bedrag van maximaal € 1.381,00 voor de activiteiten op het belangenterrein.

 

Artikel 5.12  

Aan bezoekdiensten kan jaarlijks een subsidie verstrekt worden van;

  • a.

    maximaal € 553,00 bij een vrijwilligersaantal van 1 tot en met 10

  • b.

    maximaal € 1.104,00 bij een vrijwilligersaantal van 11 tot en met 20

  • c.

    maximaal € 1.658,00 bij een vrijwilligersaantal van 21 tot en met 30

  • d.

    maximaal € 2.208,00 bij een vrijwilligersaantal van 31 en meer.

De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van het vrijwilligersaantal op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

 

Artikel 5.13  

EHBO-organisaties kunnen jaarlijks een bedrag van maximaal € 553,00 ontvangen.

 

Paragraaf 5. Kinder-, jeugd- en jongerenwerk

 

Artikel 5.14  

De subsidie aan een organisatie voor vrijwillig kinder- en jeugd- en jongerenwerk kan bestaan uit een bedrag van maximaal € 1.658,00 in de activiteitskosten.

 

Artikel 5.15  

Vervallen.

 

Artikel 5.16  

Vervallen.

 

Artikel 5.17  

Vervallen.

 

Paragraaf 6. Sport

 

Artikel 5.18  

Aan een sportvereniging kan subsidie worden verstrekt, mits de sportvereniging:

  • a.

    feitelijk binnen de gemeente is gevestigd en hier zijn activiteiten ontplooit;

  • b.

    is aangesloten bij een landelijke, provinciale of regionale overkoepelende organisatie op het betreffende sportterrein die door de NOC/NSF is erkend.

 

 

Artikel 5.19  

  • 1.

    De subsidie aan de binnensportorganisaties wordt berekend op basis van het aantal actieve en contributie betalende jeugdleden.

  • 2.

    Voor deze jeugdleden bestaat de subsidie uit:

    • a.

      een bedrag van € 50,14 per jeugdlid bij een ledenaantal van 1 tot en met 100, en

    • b.

      een bedrag van € 39,38 per jeugdlid bij een ledenaantal van 101 en volgende;

De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van het ledenaantal op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

 

Artikel 5.20  

  • 1.

    De subsidie aan de buitensportorganisaties wordt berekend op basis van het aantal actieve en contributie betalende jeugdleden.

  • 2.

    Voor deze jeugdleden bestaat de subsidie uit:

    • a.

      een bedrag van € 33,92 per jeugdlid bij een ledenaantal van 1 tot en met 100, en

    • b.

      een bedrag van € 28,51 per jeugdlid bij een ledenaantal van 101 tot en met 200 en

    • c.

      een bedrag van € 23,07 per jeugdlid bij een ledenaantal van 200 en volgende.

De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van het ledenaantal op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

 

Artikel 5.21  

De subsidie voor de gehandicaptensport aan een lokale of regionale organisatie die sportactiviteiten ontplooit voor personen met een lichamelijke en/of verstandelijke handicap kan bestaan uit:

  • a.

    een bedrag van € 33,64 per lid en € 44,78 per jeugdlid, afkomstig uit de gemeente Oost Gelre;

  • b.

    voor paardrijden te vermeerderen met € 76,32 per lid afkomstig uit de gemeente Oost Gelre.

De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van het ledenaantal op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

 

Artikel 5.22  

Voor de waterpolowedstrijden die de zwem- en waterpolovereniging Livo in het zwembad ’t Walfort in Aalten houdt, kan zij een meerkostensubsidie ontvangen tot een bedrag van maximaal € 2.982,00 per kalenderjaar in de huurkosten.

 

Artikel 5.23  

  • 1.

    Uitgangspunten voor het kunnen ontvangen van een niveausubsidie zijn:

    • a.

      amateursport;

    • b.

      teamsport;

    • c.

      van toepassing zijn alleen de extra kosten voor het betreffende team.

  • 2.

    De niveausubsidie kan bestaan uit:

    • a.

      een bedrag van maximaal € 1.658,00 in de totale organisatiekosten; Hierbij wordt rekening gehouden met de grootte van het team.

 

Artikel 5.24  

Aan voetbalvereniging s.v. Grol te Groenlo kan de volgende subsidie worden verstrekt:

  • a.

    een bedrag van maximaal € 25.829,00 per jaar voor het onderhoud van de voetbalvelden in zijn algemeen;

  • b.

    een bedrag van maximaal € 1.595,00 per jaar voor extra onderhoud van één trainingsveld;

 

 

Artikel 5.25  

Aan voetbalvereniging s.v. Grolse Boys te Groenlo kan de volgende subsidie worden verstrekt:

  • a.

    een bedrag van maximaal € 10.554,00 per jaar voor het onderhoud van de voetbalvelden in zijn algemeen;

  • b.

    een bedrag van maximaal € 978,00 per jaar voor de huur van parkeergelegenheid nabij complex Wilgenpark;

  • c.

    een bedrag van maximaal € 3.039,00 per jaar voor het groot onderhoud van de opstallen, vooral de kleedkamers.

 

Artikel 5.26  

Aan voetbalvereniging v.v. Mariënvelde kan maximaal een bedrag van € 5.524,00 worden verstrekt voor het onderhoud van de voetbalvelden.

 

Artikel 5.27  

Aan de Sportverkiezingsraad wordt in verband met de Sportverkiezing Oost Gelre per jaar maximaal een subsidie verstrekt van € 1.114,00.

 

Artikel 5.28  

  • 1.

    Aan de volgende organisaties kan per jaar een maximale subsidie worden verstrekt van € 445,00 in de organisatiekosten:

    • a.

      de internationale voetbaltoernooien in Zieuwent (Wessels Tournament) en Groenlo (Marveldtoernooi), georganiseerd door respectievelijk de voetbalverenigingen RKZVC en sv Grol;

    • b.

      de Avondvierdaagse Lichtenvoorde en

    • c.

      de Stichting Survival Harreveld voor de organisatie van de jaarlijkse Survival Run.

 

Paragraaf 7. Volksfeesten, oudheidkunde, educatief werk, kunst en (volks)cultuur en het mediabeleid

 

Artikel 5.29  

Aan Stichting Bibliotheek Oost Achterhoek wordt ten behoeve van bibliotheekactiviteiten een subsidie verstrekt. De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks door het college vastgesteld.

 

Artikel 5.30  

Aan het Instituut voor kunst en cultuur Boogie Woogie wordt ten aanzien van het muziekonderwijs (HAFA) een subsidie verstrekt. De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks door het college vastgesteld.

 

Artikel 5.31  

Aan het Cultureel Centrum De Bron wordt ten aanzien van het faciliteren, organiseren en ondersteunen van sociaal-culturele activiteiten een subsidie verstrekt. De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks door het college vastgesteld.

 

Artikel 5.32  

Tot de volksfeesten behoren de kermissen, het kindercarnaval, intocht Sinterklaas, Koninginnedagfestiviteiten en folkloristische activiteiten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de kleine kernen en de grote kernen Groenlo en Lichtenvoorde.

  • a.

    voor de kleine kernen kan aan een lokale organisatie een bedrag worden verstrekt van maximaal € 579,00 per kern per activiteit met een maximum van 3 activiteiten per kern per jaar. Dit bedrag kan verstrekt worden voor activiteiten voor de jeugd tot 18 jaar en/of voor activiteiten voor ouderen vanaf 65 jaar.

  • b.

    voor Groenlo en Lichtenvoorde kan aan lokale organisaties een bedrag worden verstrekt van maximaal € 2.208,00 per kern voor het totale activiteitenplan. Dit bedrag kan verstrekt worden voor activiteiten voor de jeugd tot 18 jaar en/of voor activiteiten voor ouderen vanaf 65 jaar.

 

Artikel 5.33  

Wanneer aanvraagvereisten dan wel afspraken voor vergunningen en vergunningsvoorschriften betreffende georganiseerde volksfeesten niet worden nageleefd, kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken.

 

Artikel 5.34  

  • 1.

    Vervallen

  • 2.

    Lokale oudheidkundige verenigingen kunnen een bedrag van maximaal € 564,00 per jaar ontvangen.

  • 3.

    AVOG Crashmuseum kan een bedrag van maximaal € 564,00 per jaar ontvangen.

 

Artikel 5.35  

  • 1.

    Aan de Stichting Stadsmuseum Groenlo wordt ten behoeve van museale activiteiten, gericht op de geschiedenis van Groenlo, een jaarlijkse subsidie verstrekt van maximaal € 54.801,00 per jaar.

  • 2.

    Aan de Stichting Stadsboerderij Groenlo wordt ten behoeve van museale activiteiten een jaarlijkse subsidie verstrekt van maximaal € 12.867,00 per jaar.

 

 

Artikel 5.36  

De subsidie voor organisaties die activiteiten ontplooien, die vallen onder het educatief werk, kunst en cultuur, niet zijnde concerten van enige muzikale aard, kan bestaan uit:

  • a.

    een bedrag van maximaal € 278,00 in de organisatiekosten;

  • b.

    een bedrag van maximaal € 827,00 in de activiteitenkosten;

 

Artikel 5.37  

Vervallen.

 

Artikel 5.38  

Vervallen.

 

Paragraaf 8. Bijzondere evenementen

 

Artikel 5.39  

De navolgende organisaties kunnen subsidie ontvangen voor het organiseren van een bijzonder evenement, wanneer het evenement een bovenlokaal karakter kent. Wij onderscheiden daarbij de volgende evenementen/organisaties:

  • a.

    Stichting Bloemencorso Lichtenvoorde; de subsidie is gebaseerd op de kosten die worden gemaakt met betrekking tot het bloemencorso in Lichtenvoorde en is maximaal € 42.230,00.

  • b.

    Stichting Grolse kermis; de subsidie is voor de te houden kinderspelen, de volksspelen en de panelen en is maximaal € 5.631,00.

  • c.

    De Zandbieters (carnavalsoptocht Harreveld); de maximale subsidie is bepaald op €.2.758,00.

  • d.

    De Knunnekes (carnavalsoptocht Groenlo); de subsidie is voor de gehele organisatie van het carnaval in Groenlo en is maximaal € 5.789,00.

  • e.

    (Stichting steunfonds Inter Nos) (Dweilorkestendag Groenlo) = Stichting Dweilorkestenfestival; de subsidie is een bedrag in het negatieve saldo van het evenement met een maximum van € 5.631,00.

  • f.

    Vervallen.

  • g.

    Slag om Grolle: de subsidie wordt jaarlijks verleend en na afloop van het evenement vastgesteld. Jaarlijks wordt een maximumsubsidie van € 22.094,00 verstrekt.

  • h.

    De jaarlijkse bijdrage voor Stichting Paaspop Klassiek te Zieuwent kan bestaan uit een bedrag van maximaal € 7.878,00 voor de organisatie van dit jaarlijkse concert.

 

 

Artikel 5.40  

Wanneer aanvraagvereisten of dan wel afspraken voor vergunningen en vergunningsvoorschriften betreffende georganiseerde evenementen niet worden nageleefd, kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken.

 

Paragraaf 9 Subsidie aan jeugdgezondheidszorg

 

Artikel 5.41  

Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van:

  • a.

    het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg;

  • b.

    overige activiteiten die de gezondheid van 0 tot 18-jarigen bevorderen, waaronder;

    • het tegengaan van overgewicht,

    • het tegengaan van overmatig alcoholgebruik, .

De hoogte van het bedrag wordt jaarlijks door het college vastgesteld.

 

 

Paragraaf 10 Subsidie voor op preventie gericht ondersteuning jeugdigen

 

Artikel 5.42  

Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking of van de ouders bij opvoedingsproblemen, mits:

  • er voor deze activiteiten geen andere wettelijke grondslag is (zoals de Jeugdwet)

  • de organisatie geen winstoogmerk heeft.

De hoogte van het bedrag wordt jaarlijks door het college vastgesteld.

 

Paragraaf 11 Integratie

 

Artikel 5.43  

Aan een organisatie kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten welke de integratie van nieuwkomers aantoonbaar bevorderen. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal een bedrag van € 1.616,00 in de activiteitskosten.

 

Hoofdstuk 6 Eenmalige subsidies

Paragraaf 1. Projectsubsidie

 

Artikel 6.1  

Een projectsubsidie wordt slechts verleend indien het project:

  • a.

    experimenteel, origineel en vernieuwend van karakter is;

  • b.

    een meerwaarde heeft voor de gemeente Oost Gelre;

  • c.

    een belangrijke aanvulling vormt op het reguliere aanbod van activiteiten op een bepaald terrein binnen de gemeente Oost Gelre;

  • d.

    breed toegankelijk is.

 

Paragraaf 2. Waarderingssubsidie

 

Artikel 6.2.  

  • 1.

    Een waarderingssubsidie wordt slechts verleend indien sprake is van:

    • a.

      een organisatie die voornamelijk wordt gedreven door vrijwilligers;

    • b.

      activiteiten die breed toegankelijk zijn;

    • c.

      de activiteit dient de interesse in de actieve cultuur- en sportbeleving te stimuleren;

  • 2.

    De subsidie kan bestaan uit:

    • a.

      een bedrag van maximaal € 588,00 in de activiteitskosten bij een exploitatie lager dan

      € 5.434,00;

    • b.

      een bedrag van maximaal € 1.114,00 in de activiteitskosten bij een exploitatie hoger dan

      € 5.434,00.

 

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 7.1  

Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek van de organisatie of uit eigen beweging ontheffing verlenen van één of meer in deze nadere regels opgenomen regels.

 

Artikel 7.2  

  • 1.

    Deze regels treden in werking met ingang van 1 januari 2019.

  • 2.

    Deze regels worden bekendgemaakt door publicatie van het besluit tot vaststelling van deze regels op de gebruikelijke wijze.

  • 3.

    Bij de inwerkingtreding van de “Nadere regels welzijnssubsidies 2019” worden de “Nadere regels welzijnssubsidies 2018 ingetrokken.

  • 4.

    Op subsidieaanvragen voor 2019, welke in 2018 zijn ingediend, zijn de “Nadere regels welzijnssubsidies 2019” van toepassing.

 

 

Artikel 7.3  

Deze regels kunnen worden aangehaald als: “Nadere regels welzijnssubsidies 2019”.

 

 

Lichtenvoorde, 4 december 2018

burgemeester en wethouders,

Marjan Nekkers

gemeentesecretaris

Annette Bronsvoort

Burgemeester