Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Opmeer

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Opmeer houdende de heffing en invordering van leges Legesverordening 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOpmeer
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Opmeer houdende de heffing en invordering van leges Legesverordening 2018
CiteertitelLegesverordening 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze verordening vervangt de Verordening op de heffing en invordering van Leges 2017.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 156, tweede lid, van de Gemeentewet
  2. artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2018nieuwe regeling

21-12-2017

gmb-2017-232826

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Opmeer houdende de heffing en invordering van leges Legesverordening 2018

De raad van de gemeente Opmeer;

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 december 2017;

gelet op de artikelen 156, tweede lid, aanhef en onderdeel h en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2018

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    “dag”: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    “week”: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    “maand’: het tijdvak dat loopt van n e dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1) e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is

  • d.

    “jaar”: het tijdvak dat loopt van de n e dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1) dag in het volgende kalenderjaar;

  • e.

    “kalenderjaar”: de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam 'leges' worden rechten geheven voor

    • a.

      het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

    • b.

      het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

  • een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

  • 2.

    Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

  • b.

    diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • c.

    het afgeven van bewijzen van onvermogen;

  • d.

    het doen van verrichtingen of afgeven van stukken, in het persoonlijk belang benodigd door personen, die door een verklaring, afgegeven door de burgemeester van woon- of verblijfplaats, of op andere wijze van hun onvermogen hebben doen blijken;

  • e.

    het afgeven van stukken, nodig voor de ontvangst van pensioenen;

  • f.

    het afgeven van beschikkingen op verzoek- en bezwaarschriften terzake van plaatselijke belastingen;

  • g.

    de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan, houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging hiervan, betrekkelijk enige gemeentelijke functie of dienstverrichting jegens de gemeente;

  • h.

    de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan, houdende beslissing op een verzoek om subsidie uit de gemeentekas.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.

Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    de Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend in overeenstemming met een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening in de loop van het kalenderjaar, indien de wijzigingen:

  • a.

    zuiver van redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      onderdeel 1.1.9 (akten burgerlijke stand);

    • 2.

      hoofdstuk 2 (reisdocumenten);

    • 3.

      hoofdstuk 3 (rijbewijzen);

    • 4.

      hoofdstuk 4 (Verstrekkingen uit de gemeentelijke basisregistratie);

    • 5.

      onderdeel 1.9.1 (verklaring omtrent het gedrag);

    • 6.

      hoofdstuk 16 (kansspelen).

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de Leges.

Artikel 12 Overgangsrecht

  • 1

    De verordening op de heffing en invordering van Leges 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.

Artikel 14 Citeertitel

Deze (gewijzigde) verordening kan worden aangehaald als "Legesverordening 2018".

 

Besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Opmeer

van 21 december 2017.

mevrouw M.C.G.M. de Vree-Bekker

griffier gemeenteraad Opmeer

de heer G.J.A.M. Nijpels

voorzitter gemeenteraad Opmeer

Bijlage 1 Tarieventabel, behorende bij legesverordening

 

Inhoudsopgave

Titel 1 Algemene Dienstverlening

  • Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

  • Hoofdstuk 2 Reisdocumenten

    Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

    Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen (BRP)

    Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister

    Hoofdstuk 6 Vervallen

    Hoofdstuk 7 Bestuursstukken

    Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie

    Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken

    Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

    Hoofdstuk 11 Huisvestingswet

    Hoofdstuk 12 Leegstandswet

    Hoofdstuk 13 Gereserveerd

    Hoofdstuk 14 Zondagswet

    Hoofdstuk 15 Winkeltijdenwet

    Hoofdstuk 16 Kansspelen

    Hoofdstuk 17 Verkeer en vervoer

    Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

    Hoofdstuk 19 Diversen

    Hoofdstuk 20 Kinderopvang

    Hoofdstuk 21 Urgentieaanvraag

    Hoofdstuk 22 Rioolrecht

     

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

  • Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

  • Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag

  • Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

  • Hoofdstuk 4 Vermindering

  • Hoofdstuk 5 Teruggaaf

  • Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning

  • Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

  • Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

  • Hoofdstuk 9 Sloopmelding

  • Hoofdstuk 10 Advisering op het gebied van agrarische bouwaanvragen

  • Hoofdstuk 11 In deze titel niet benoemde beschikking

     

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

  • Hoofdstuk 1 Horeca

  • Hoofdstuk 2 Teruggaaf

  • Hoofdstuk 3 Organiseren van evenementen of markten

  • Hoofdstuk 4 Diversen

  • Hoofdstuk 5 Prostitutiebedrijven

    Hoofdstuk 6 Brandbeveiligingsverordening

    Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

 

Titel 1 Algemene Dienstverlening

 

Artikel

Omschrijving

Tarief

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

1.1.1

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap dan wel het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, op:

 

1.1.1.1

maandag en dinsdag (tussen 10:00 en 17:00 uur) en woensdag en donderdag (tussen 9:00 en 17:00)

€ 295,55

1.1.1.2

vrijdag (tussen 9:00 en 13:00 uur)

€ 295,55

1.1.1.3

vrijdag (tussen 13:00 en 17:00 uur)

€ 403,45

1.1.1.4

zaterdag (tussen 9:00 en 17:00 uur)

€ 539,10

1.1.1.5

zondag en algemeen erkende feestdagen (tussen 9:00 en 17:00 uur)

€ 807,20

1.1.1.6

Indien het huwelijk wordt voltrokken in het bijzijn van een door de gemeente beschikbaar gestelde getuige, worden de onder 1.1.1 t/m 1.1.5 vermelde bedragen verhoogd per getuige met

€ 14,65

1.1.2

De onder 1.1.1 tot en met 1.1.5 vermelde tarieven gelden voor alle door de gemeente aangewezen locaties en voor de voltrekking in een bijzonder huis op grond van artikel 64, boek 1, van het Burgerlijk Wetboek.

 

1.1.3

De onder 1.1.1 tot en met 1.1.5 vermelde tarieven worden verhoogd:

 

1.1.3.1

indien het huwelijk wordt voltrokken in het oude raadhuisje op het perceel Spanbroekerweg 39 te Spanbroek of in de raadzaal van het perceel Burgemeester Hoogenboomlaan 22 te Hoogwoud, met

€ 167,05

1.1.3.2

indien ten behoeve van de voorbereiding van het huwelijk door de ambtenaar van de burgerlijke stand reis- en verblijfskosten worden gemaakt naar een woon- of verblijfsplaats van één of meerdere bij de voltrekking betrokken personen buiten de gemeente Opmeer, worden de onder 1.1.1 tot en met 1.1.5 vermelde bedragen verhoogd met deze reis- en verblijfskosten zoals dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager is meegedeeld en blijkt uit een begroting die ter zake door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van de vorige volzin geldt als dag van het in behandeling nemen van de aanvraag, de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting van de reis- en verblijfskosten aan de aanvrager ter kennis is gebracht.

 

1.1.4

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of geregistreerd partnerschapsboekje.

€ 18,00

1.1.5

Het tarief voor het doen van naspeuring in de registers van de burgerlijke stand, voor ieder daaraan besteed kwartier:

€ 21,95

1.1.6

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand (stb. 1879, 72) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

 

1.1.7

Verklaringen van huwelijks bevoegdheid

€ 22,90

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten

1.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.2.1.1

Een reisdocument van het Koninkrijk der Nederlanden als bedoeld in artikel 2, eerst lid van de paspoortwet, ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt het maximale tarief zoals dat is opgenomen in het besluit Paspoortgelden afgerond op € 0,05 naar beneden.

Max. tarief Rijk

1.2.1.2

Een reisdocument van het Koninkrijk der Nederlanden als bedoeld in artikel 2, eerst lid van de paspoortwet, ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt het maximale tarief zoals dat is opgenomen in het besluit Paspoortgelden afgerond op € 0,05 naar beneden.

Max. tarief Rijk

1.2.2

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van Nederlandse Identiteitskaart

 

1.2.2.1

Een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de paspoortwet, ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt het maximale tarief zoals dat is opgenomen in het besluit Paspoortgelden afgerond op € 0,05 naar beneden.

Max. tarief Rijk

1.2.2.2

Een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de paspoortwet, ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt het maximale tarief zoals dat is opgenomen in het besluit Paspoortgelden afgerond op € 0,05 naar beneden.

Max. tarief Rijk

1.2.3

Voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.2 genoemde documenten, wordt het tarief vermeerderd zoals dat is opgenomen in het besluit Paspoortgelden

Max. tarief Rijk

1.2.3.1

Toeslag bezorging van de in onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.3 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag van

€ 15,00

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

1.3.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

Max. tarief Rijk

1.3.2

Het tarief genoemd in onderdeel 3.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met

Max. tarief Rijk

 

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen

1.4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verstrekken van een bewijs van opneming in de basisregistratie personen

€ 7,55

1.4.2

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen voor ieder daaraan besteed kwartier of deel daarvan

€ 21,90

1.4.3

Het tarief bedraagt voor het schriftelijk opvragen van gegevens door afnemers welke als landelijke dat afnemers zijn geautoriseerd, na het overleggen van de zogenaamde no-hit verklaring, per verstrekking

€ 7,55

 

Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister

1.5.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een inlichting betreffende de registratie van de aanvrager als kiezer bedoeld in artikel D4 van de Kieswet

€ 17,80

 

Hoofdstuk 6 Vervallen

1.6.1

Vervallen

 

 

Hoofdstuk 7 Bestuursstukken

1.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.7.1.1

een afschrift van de gemeentebegroting, gemeenterekening of rekening woningbedrijf

€ 110,35

1.7.1.2

een afschrift van de gemeentebegroting, gemeenterekening of rekening woningbedrijf, per pagina

€ 0,60

1.7.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag

 

1.7.2.1

tot het verstrekken van:

 

1.7.2.1.1

een afschrift van het verslag van een raadsvergadering

€ 3,55

1.7.2.1.2

een afschrift van de stukken behorende bij een raadsvergadering

€ 3,55

1.7.2.2

tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar:

 

1.7.2.2.1

op de verslagen van de raadsvergaderingen

€ 36,70

1.7.2.2.2

op de stukken behorende bij de raadsvergaderingen

€ 36,70

1.7.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag

 

1.7.3.1

tot het verstrekken van:

 

1.7.3.1.1

een afschrift van het verslag van een commissievergadering

€ 3,55

1.7.3.1.2

een afschrift van de stukken behorende bij een commissievergadering

€ 3,55

1.7.3.2

tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar:

 

1.7.3.2.1

op de verslagen van de commissievergaderingen

€ 36,70

1.7.3.2.2

op de stukken behorende bij de commissievergaderingen

€ 36,70

1.7.4

Indien de afschriften bedoeld onder 7.2 en 7.3 worden toegezonden, dan worden de vermelde tarieven verhoogd met de te maken portokosten

 

1.7.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.7.5.1

een afschrift van de Algemene Plaatselijke Verordening

€ 22,15

1.7.5.2

een afschrift van een andere dan de onder 7.5.1 genoemde verordening, per pagina

€ 0,55

Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie

1.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.8.1.1

tot het verstrekken van een fotokopie van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoelt in onderdeel 8.2.2, structuurplan of dorpsvernieuwingsplan:

 

1.8.1.1.1

in formaat A4 of A3

€ 3,55

1.8.1.1.2

in formaat A0

€ 27,20

1.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een (gewaarmerkt) afschrift van of uittreksel uit:

 

1.8.2.1

de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen

€ 21,50

1.8.2.2

de inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de erfgoedwet

€ 21,50

1.8.2.3

het openbare register van beschermde monumenten bedoeld in artikel 20 van de Monumentenwet 1988

€ 21,50

1.8.2.4

het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen

€ 21,50

1.8.3

Het tarief bedraagt voor het doen van nasporingen in de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte ervan

€ 21,50

Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken

1.9.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag geldt het tarief zoals dat in artikel 39 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens voor dit document is vastgesteld.

Max. tarief Rijk

1.9.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening

€ 8,75

1.9.3

Bewijs van inleven zijn

€ 8,75

 

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

1.10.1

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan

€ 21,90

1.10.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een afschrift of fotokopie van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina

€ 0,55

Hoofdstuk 11 Huisvestingswet

1.11.1

Gereserveerd

 

Hoofdstuk 12 Leegstandswet

1.12.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.12.1.1

Tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandswet

€ 66,55

1.12.1.2

Tot verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van de leegstandswet

€ 27,70

1.12.2

Indien aanvragen als bedoeld in de subonderdelen 12.1.1 en 12.1.2 gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die subonderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven. Dit geldt ook als het gaat om een geheel van huurwoningen bestemd voor sloop of renovatie waarvoor gelijktijdig aanvragen worden ingediend.

 

Hoofdstuk 13 Gereserveerd

1.13.1

Gereserveerd

 

Hoofdstuk 14 Zondagswet

1.14.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 3 en/of 4 van de Zondagswet

€ 21,70

1.14.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een meerjaren ontheffing Zondagswet

€ 32,15

1.14.3

Er worden voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing Zondagswet bij een meerdaags evenement waarbij ook een geluidsontheffing nodig is geen leges in rekening gebracht voor de ontheffing Zondagswet.

 

 

Hoofdstuk 15 Winkeltijdenwet

1.15.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet

€ 21,70

1.15.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verlenen van toestemming om een in onderdeel 1.15.1 bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander

€ 21,70

1.15.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het intrekken of wijzigen van een in onderdeel 1.15.1 bedoelde ontheffing

€ 21,70

Hoofdstuk 16 Kansspelen

1.16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

1.16.1.1

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat

€ 56,50

1.16.1.2

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat

€ 56,50

1.16.1.2.1

en voor iedere volgende kansspelautomaat

€ 22,50

1.16.1.3

voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van langer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd

€ 226,00

1.16.1.4

Voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van langer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste kansspelautomaat

€ 226,00

1.16.1.4.1

en voor iedere volgende speelautomaat

€ 90,00

1.16.2

Indien de aanwezigheidsvergunning geldt voor een kortere termijn dan 12 maanden of langer dan 12 maanden docht ten hoogste vier jaar, worden de in 16.1.1 en 16.1.2 vermelden bedragen naar evenredigheid van het verschil in de loop van de tijd verlaagd onderscheidenlijk verhoogd.

 

1.16.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

€ 21,70

1.16.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning) voor een periode van maximaal 3 jaar per vergunning

€ 33,15

1.16.4

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in (artikel 2:39 van de algemene plaatselijke verordening).

€ 169,10

 

Hoofdstuk 17 Verkeer en vervoer

1.17.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van een instemmingsbesluit, als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden:

 

1.17.1.1

Indien het betreft tracés van 25 tot 250m2

€ 277,85

1.17.1.2

Indien het betreft tracés van 250 tot 1000m2

€ 389,80

1.17.1.3

Indien het betreft tracés van 1000 tot 2500m2

€ 515,75

1.17.1.4

Indien het betreft tracés vanaf 2500m2. Op basis van een begroting.

 

1.17.1.5

Indien een begroting als bedoeld in 17.1.4 is uitgebracht, wordt een aanvraag pas in behandeling genomen nadat de uitgebrachte begroting is geaccordeerd

 

1.17.2

indien het betreft het in behandeling nemen van een graafmelding

€ 59,70

1.17.3

indien het betreft dat er met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente en de netbeheerder of de gemeente, andere beheerder van openbare gronden en de netbeheerder, wordt het in 17.1 genoemde bedrag per overleg verhoogd met:

€ 252,00

1.17.4

Als met betrekking tot een aanvraag naar de status van de kabel en/of leiding plaatsvindt, wordt het in 17.1 genoemde bedrag verhoogd met de voorafgaand aan het in de behandeling nemen van de aanvraag aan de netbeheerders meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die terzake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

1.17.5

Indien een begroting als bedoeld in 17,4 is uitgebracht, wordt een aanvraag pas in behandeling genomen nadat de uitgebrachte begroting is geaccordeerd.

 

Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

1.18.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459):

 

1.18.1.1

voor zover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten

€ 35,70

1.18.1.2

voor de parkeerschijfzone winkelcentrum Spanbroek/Opmeer door bewoners per kalenderjaar ("bewonersontheffing")

 

1.18.1.3

voor de parkeerschijfzone winkelcentrum Spanbroek/Opmeer door ondernemers per kalenderjaar ("ondernemersontheffing")

 

1.18.1.4

voor de parkeerschijfzone winkelcentrum Spanbroek/Opmeer door standplaatshouders per kalenderjaar ("standplaatshoudersontheffing")

 

1.18.1.5

voor de parkeerschijfzone winkelcentrum Spanbroek/Opmeer, anders dan bedoeld in onderdeel 18.1.2, 18.1.3 en 18.1.4 per aanvraag ("tijdelijke ontheffing")

€ 14,35

1.18.1.6

anders dan bedoeld in onderdeel 18.1.1, 18.1.2, 18.1.3, 18.1.4 en 18.1.5

€ 7,65

1.18.2

tot het verkrijgen van een duplicaat voor de ontheffing als genoemd in onderdeel 18.1.2, 18.1.3, 18.1.4 en 18.1.5

€ 14,35

1.18.3

tot het wijzigen van kenteken voor de ontheffing als genoemd in onderdeel 18.1.2, 18.1.3, 18.1.4 en 18.1.5, indien vaker dan 1 maal per jaar

€ 14,65

1.18.4

tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen

 

1.18.5

tot het aanvragen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

€ 46,95

1.18.6

tot het verkrijgen van een duplicaat gehandicaptenparkeerkaart

€ 30,50

1.18.7

het verkrijgen van een gehandicapten parkeerplaats op kenteken, conform het besluit administratie bepalingen in het wegverkeer artikel 29

€ 139,40

1.18.8

Het wijzigen van het onderbord t.b.v. een gehandicapten parkeerplaats, conform het besluit administratie bepalingen in het wegverkeer artikel 29

€ 23,05

1.18.9

Het verhuizen van een gehandicapten parkeerplaats, conform bepalingen in het wegverkeer artikel 29

€ 23,05

Hoofdstuk 19 Diversen

1.19.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verstrekken van:

 

1.19.1.1

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 5,10

1.19.1.2

afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

1.19.1.2.1

per pagina op papier van A4-formaat

€ 0,55

1.19.1.2.2

per pagina op papier van A3-formaat

€ 0,75

1.19.1.2.3

per pagina een document gescand op de A-0 scanner

€ 27,20

1.19.1.3

kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in de onderdelen 19.1.1 en 19.1.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk

€ 5,10

1.19.1.4

een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

€ 21,50

1.19.1.5

stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 6,70

1.19.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

1.19.2.1

een vergunning voor het aanbrengen op een onroerende zaak van commerciële reclame, in welke vorm dan ook, die vanaf de openbare weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is

€ 43,75

1.19.2.1.1

en indien de aanvraag uit een oogpunt van welstand, door de Welstandscommissie als bedoeld in artikel 48 van de Woningwet (Stb. 1991,439) is beoordeeld, wordt het in onderdeel 1.19.2.1 vermelde tarief verhoogd met

€ 17,30

 

Hoofdstuk 20 Kinderopvang

1.20.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot registratie in het Landelijk Register Kinderopvang: voor kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus.

€ 598,30

1.20.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot registratie in het Landelijk Register Kinderopvang: voor gastouders

€ 239,25

 

Hoofdstuk 21 Urgentieaanvraag

1.21.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verkrijgen van een urgentieverklaring als woningzoekende

€ 51,75

Hoofdstuk 22 Rioolrecht

1.22.1

Het tarief bedraagt voor het tot stand brengen van een standaardaansluiting op de gemeentelijke riolering. Onder standaardaansluiting wordt verstaan het aansluiten van een perceel op de bestaande gemeentelijke riolering, waarvoor de nodige voorzieningen in de openbare weg reeds aanwezig zijn, en de aansluiting kan worden gerealiseerd tot een standaardlengte van maximaal 6 m 1 en een standaard diameter van 125 mm. Het tarief geldt niet voor het tot stand brengen van een standaardaansluiting binnen uitbreidingsplannen 'Industrieterrein De Veken','Hoogwoud Oost' en 'Heerenweide', voor zover het een aansluiting betreft ten behoeve van de eerste ingebruikname van het betreffende perceel en voor zover de gemeente Opmeer de bouwgronden exploiteert. Voor het tot stand brengen van een andersoortige aansluiting is de exploitatieovereenkomst respectievelijk het exploitatieplan bedoeld in artikel 6.1 WRO van toepassing. Onder andersoortige aansluitingen wordt verstaan een aansluiting op de bestaande gemeentelijke riolering, niet zijnde een standaard aansluiting, waarvoor extra (externe) kosten moeten worden gemaakt (zoals plaatsen van een pompinstallatie, werkzaamheden in de openbare weg, meer lengte en/ of grotere diameter rioolbuis).

€ 588,05

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

Artikel

Omschrijving

Tarief

Variabel tarief

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

 

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

 

 

2.1.1.1

Aanlegkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt.2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft;

 

 

2.1.1.2

Bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt.2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

 

 

2.1.1.3

Sloopkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting,, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt.2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

 

 

2.1.1.4

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

 

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

 

 

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

 

Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag

 

2.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergun baar is:

€ 301,50

 

2.2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om beoordeling van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het project zouden worden vastgesteld

 

50,00%

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

 

2.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en in overeenstemming met het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

 

2.3.1.1

Bouwactiviteit, indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

2.3.1.1.1

bouwkosten tot € 6.000

€ 248,40

 

2.3.1.1.2

bouwkosten van € 6.000 tot € 20.000

€ 462,05

 

2.3.1.1.3

bouwkosten van € 20.000 tot € 70.000

 

2,28%

2.3.1.1.4

bouwkosten van € 70.000 tot € 250.000, met een minimum van € 1.573,20

 

2,13%

2.3.1.1.5

bouwkosten van € 250.000 tot € 1.000.000, met een minimum van € 5.303,70

 

1,92%

2.3.1.1.6

bouwkosten van € 1.000.000 en meer, met een minimum van € 19.180,00

 

1,77%

2.3.1.2

Welstandstoets het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 3.1.1 wordt, in verband met een toetsing aan welstandscriteria, als volgt verhoogd:

 

 

2.3.1.2.1

bij een aanvraag waarbij niet het advies van de adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit wordt ingewonnen:

€ 33,55

 

2.3.1.2.2

bij de aanvraag waarbij wel het advies wordt ingewonnen, het bedrag zoals de adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteiten bij de gemeente in rekening brengt. Op verzoek wordt dit vooraf aan de aanvrager kenbaar gemaakt.

 

 

2.3.1.3

Beoordeling bodemrapport: Onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

 

 

2.3.1.3.1

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

€ 205,00

 

2.3.1.3.2

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:

€ 205,00

 

2.3.1.4

Verplicht advies agrarische commissie Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 3.1.1 wordt, indien de aanvraag van een omgevings-vergunning krachtens wettelijk voorschrift slechts kan worden afgehandeld wanneer een advies van de agrarische commissie wordt beoordeeld, verhoogd met de kosten die aan dit advies verbonden zijn. Het feit dat hiervoor kosten in rekening worden gebracht, wordt vooraf kenbaar gemaakt.

 

 

2.3.1.5

Achteraf ingediende aanvraag: Onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges:

 

12,50%

2.3.2

Aanlegactiviteiten

 

 

2.3.2.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief: van de aanlegkosten met een minimum van € 277,90

 

0,75%

2.3.2.2

Beoordeling bodemrapport: Onderdeel 3.1.3.2 vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de in onderdeel 3.2.1 bedoelde aanvraag, tenzij onderdeel 3.1.3.2 zelf toepassing vindt.

 

 

2.3.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit, indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1:

 

 

2.3.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

€ 232,95

 

2.3.3.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

€ 232,95

 

2.3.3.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): van het op grond van onderdeel 3.1.1 verschuldigde bedrag wordt dit bedrag afhankelijk van de bouwkosten verhoogd met:

 

 

2.3.3.3.1

bouwkosten tot € 50.000

€ 2.746,75

 

2.3.3.3.2

bouwkosten vanaf € 50.000 tot € 250.000

€ 3.296,10

 

2.3.3.3.3

bouwkosten vanaf € 250.000

€ 4.394,90

 

2.3.3.4

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking):

€ 232,90

 

2.3.3.5

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

€ 232,90

 

2.3.3.6

Als de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): van het op grond van onderdeel 3.1.1 verschuldigde bedrag

€ 3.167,55

 

2.3.3.7

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): van het op grond van onderdeel 3.1.1 verschuldigde bedrag.

€ 3.167,55

 

2.3.3.8

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): van het op grond van onderdeel 3.1.1 verschuldigde bedrag.

 

12,50%

2.3.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

2.3.4.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

€ 232,90

 

2.3.4.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

€ 232,90

 

2.3.4.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

€ 2.692,95

 

2.3.4.4

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking)

€ 232,90

 

2.3.4.5

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

€ 232,90

 

2.3.4.6

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

€ 3.295,50

 

2.3.4.7

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

€ 3.295,50

 

2.3.4.8

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

€ 232,90

 

2.3.4.9

indien artikel 3 van de Wet vergunning onrechtmatige bewoning recreatiewoningen wordt toegepast

€ 232,90

 

2.3.4.10

indien artikel 4 van de Wet vergunning onrechtmatige bewoning recreatiewoningen wordt toegepast

€ 232,90

 

2.3.4.11

indien artikel 2.12 eerste lid onder a, onder 1° van de Wabo wordt toegepast, om toestemming te verlenen om af te wijken van het bestemmingsplanverbod om buiten het zomerseizoen in de recreatieverblijven op het park “”Bungalowpark onder de Perelear-Recreatiepark West-Friesland” te verblijven, bedraagt het tarief:

€ 54,30

 

2.3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid.Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 571,50

 

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

 

2.3.6.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, vande Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening aangewezen monument, waarvoor op grond van die proviciale verordening of artikel 4 van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

 

 

2.3.6.1.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument:

€ 668,80

 

2.3.6.1.2

voor het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald (artikel 2.1 eerste lid, onder g, van de wabo)

€ 620,75

 

2.3.7

Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht

 

 

2.3.7.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, of waarvoor op grond van een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 219,90

 

2.3.7.2

Beoordeling bodemrapport Onderdeel 3.1.3.2 vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de in onderdeel 3.7.1 bedoelde aanvraag, tenzij de onderdelen 3.1.3.2 of 3.2.2 zelf toepassing vinden.

 

 

2.3.7.3

Asbesthoudende materialen Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.7.1 bedraagt het tarief, indien de in die onderdelen bedoelde aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk waarin asbest of een asbesthoudend product aanwezig is:

€ 219,90

 

2.3.8

Aanleggen of veranderen weg. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 68,50

 

2.3.9

Uitweg/inrit: Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief, eventueel verhoogd met de kosten verbonden aan de aanpassing van de openbare ruimte door de wegbeheerder. Deze verhoging geldt niet voor de eerste ontsluiting van (bouw)percelen in gebieden waar de gemeente Opmeer de bouwgrond exploiteert.:

€ 51,35

 

2.3.10

Kappen: Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 68,50

 

2.3.11

Opslag van roerende zaken: Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

€ 171,40

 

2.3.11.1

indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo:

€ 171,40

 

2.3.11.2

indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo:

€ 171,40

 

2.3.12

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit omgevingsrecht (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 171,40

 

 

 

 

 

2.3.13

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 85,65

 

2.3.14

Andere activiteiten: Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling:

 

 

2.3.14.1

behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 200,05

 

2.3.14.2

behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschaps-verordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 200,05

 

2.3.14.2.1

als het een gemeentelijke verordening betreft: het bedrag dat op grond van deze tarieventabel voor de betreffende vergunning of ontheffing verschuldigd is als de activiteit zou worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning;

€ 200,05

 

2.3.14.2.2

als het een provinciale of waterschapsverordening betreft: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

2.3.15

Omgevingsvergunning in twee fasenIndien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

2.3.15.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

 

2.3.15.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

 

2.3.16

Advies

 

 

2.3.16.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld

 

 

2.3.16.2

Indien een begroting als bedoeld in 3.16.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

2.3.17

Verklaring van geen bedenkingen.

 

 

2.3.17.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo:

 

 

2.3.17.1.1

indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven:

€ 480,00

 

2.3.17.1.2

indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

 

2.3.17.2

Indien een begroting als bedoeld in 3.17.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

2.3.18

Handeling in het kader van de Wet op de Archeologische monumentenzorg.

 

 

2.3.18.1

Indien de aanvraag betrekking heeft op een handeling waarvoor op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg en de Erfgoedverordening Opmeer 2010 (voor) onderzoek nodig is, bedraagt het tarief voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:

 

 

2.3.18.1.1

500 m² of minder bedraagt

€ 171,40

 

2.3.18.1.2

meer bedraagt dan 500 m², doch minder dan 2.000 m²

€ 342,75

 

2.3.18.1.3

2.000 m² of meer bedraagt

€ 685,55

 

2.3.18.2

Indien op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg en de Erfgoedverordening Opmeer 2010 een Programma’s van Eisen beoordeeld moet worden:

€ 171,40

 

2.3.18.3

Indien op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg en de Erfgoedverordening Opmeer 2010 een Plan van aanpak beoordeeld moet worden:

€ 171,40

 

2.3.18.4

Indien op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg en de Erfgoedverordening Opmeer 2010 rapportages beoordeeld moeten worden die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek:

€ 171,40

 

Hoofdstuk 4 Vermindering

 

2.4.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg of beoordeling van een conceptaanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van het vooroverleg of de beoordeling van de conceptaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk 3.

 

 

2.4.2

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen of verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de onderdelen 3.16 en 3.17. De vermindering bedraagt: Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen of verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de onderdelen 2.3.16 en 2.3.17. De vermindering bedraagt:

 

 

2.4.2.1

bij 5 tot 10 activiteiten:2% van de voor die activiteiten verschuldigde leges;

 

2,00%

2.4.2.2

bij 10 tot 15 activiteiten:3% van de voor die activiteiten verschuldigde leges;

 

3,00%

2.4.2.3

bij 15 of meer activiteiten:5% van de voor die activiteiten verschuldigde leges;

 

5,00%

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

 

2.5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten.Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw‐, aanleg‐ of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.2, 3.6 en 3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

 

2.5.1.1

indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen 4 weken na het in behandeling nemen ervan, doch voor het verlenen van de omgevingsvergunning: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

75,00%

2.5.1.2

indien de aanvraag wordt ingetrokken na 4 weken en binnen 8 weken na het in behandeling nemen ervan maar voor het verlenen van de omgevingsvergunning: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

60,00%

2.5.1.3

indien de aanvraag wordt ingetrokken na 8 weken en binnen 12 weken na het in behandeling nemen ervan maar voor het verlenen van de omgevingsvergunning: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

45,00%

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten. Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw‐, aanleg‐ of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.2, 3.6 en 3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

50,00%

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten.

 

 

2.5.3.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw‐, aanleg‐ of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 3.1, 3.2, 3.6 of 3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

60,00%

2.5.3.2

Onder een weigering bedoeld in onderdeel 5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

 

2.5.4

Minimumbedrag voor teruggaaf, Een bedrag minder dan € 150 wordt niet teruggegeven.

 

 

2.5.5

Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen. Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 3.16 en 3.17 wordt geen teruggaaf verleend.

 

 

Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning

 

2.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 5.2 van toepassing is:

€ 57,10

 

Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

 

2.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeelt, geringe wijziging in het project:

€ 57,10

 

Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

 

2.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening.

€ 9.268,80

 

2.8.1.2

Het tarief onder 2.8.1.1 wordt verlaagd met € 5.000,- indien door aanvrager bij de aanvraag een voorontwerp van een bestemmingsplan wordt ingediend en deze is voorzien van een volledige en goede ruimtelijke onderbouwing

 

 

2.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening

€ 1.647,45

 

2.8.3

De in 2.8.1.1 en 2.8.2 genoemde tarieven worden verhoogd met het eventuele bedrag dat een externe adviseur de gemeente in rekening brengt

 

 

2.8.4

Indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving – verklaring van geen bedenkingen van G.S.):

€ 3.296,10

 

Hoofdstuk 9 Sloopmelding

 

2.9.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een sloopmelding als bedoeld in artikel 8.2.1 van de Bouwverordening:

€ 28,55

 

Hoofdstuk 10 Advisering op het gebied van agrarische bouwaanvragen

 

2.10.1

Voor advisering op het gebied van agrarische bouwaanvragen en uitbreiding bouwvlakken door een onafhankelijke Agrarische beoordelingscommissie gelden de volgende leges:

 

 

2.10.1.1

Standaardadvies bestaande bedrijven

€ 763,80

 

2.10.1.2

Inzake nieuwe vestigingen en/of beoordeling van een bedrijfsplan

€ 904,50

 

2.10.1.3

Waarbij ons wordt verzocht ook uitspraken van een commissie voor bezwaar en beroep en/of gerechtelijke uitspraken te betrekken

€ 954,75

 

2.10.1.4

Nadere adviezen op eerder uitgebrachte adviezen

€ 452,25

 

2.10.1.5

Second opinion

€ 1.206,00

 

Hoofdstuk 11 In deze titel niet benoemde beschikking

 

2.11.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

€ 171,40

 

Bijlage 4 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Artikel

Omschrijving

Tarief

Hoofdstuk 1 Horeca

 

3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet

€ 350,30

3.1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet

€ 286,65

3.1.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30a van de Drank- en Horecawet

€ 65,20

3.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

€ 87,00

3.1.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een meer jaren ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

€ 137,25

3.1.4.2

Voor iedere extra dag in hetzelfde kalenderjaar en een aanvraag

€ 25,00

3.1.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een:

 

3.1.5.1

exploitatievergunning, als gevolg van artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening

€ 350,10

3.1.5.2

verlenging van een ongewijzigde vergunning als bedoeld in 1.5.1

€ 64,90

3.1.5.3

Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek van de aanvrager om een wijziging van de exploitatie vergunning

€ 87,00

3.1.5.4

Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek van de aanvrager om een wijziging van het aanhangsel bij de exploitatievergunning

€ 64,90

3.1.5.5

Indienen bij de aanvraag om een wijziging aanhangsel exploitatievergunning tevens een wijzing zoals vermeld in artikel 1.3 van deze tabel nodig is, worden alleen de leges zoals vermeld in artikel 1.3 in rekening gebracht.

 

3.1.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een verlenging van het sluitingsuur als bedoeld in artikel 2.29 van de Algemene Plaatselijke Verordening:

 

3.1.6.1

afgifte verlenging van het sluitingsuur voor 1 dag per aanvraag voor sportverenigingen

€ 35,40

3.1.6.1.1

voor iedere extra dag in een aanvraag

€ 13,60

3.1.6.2

afgifte verlenging van het sluitingsuur per aanvraag voor 1 kalenderjaar voor bedrijfsmatige horeca en jeugd en jongerencentra

€ 50,25

3.1.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing schenktijden als bedoeld in artikel 2:34b lid 4 van de Algemene Plaatselijke Verordening

€ 35,40

3.1.7.1

voor iedere extra dag in een aanvraag

€ 13,60

3.1.7.2

Indien bij de aanvraag om een ontheffing sluitingsuur tevens een ontheffing schenktijden nodig is, worden alleen de leges voor de ontheffing sluitingsuur in rekening gebracht.

 

3.1.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing vertrekken sterke drank als bedoeld in artikel 2:34 lid 5 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor 1 kalenderjaar

€ 50,25

3.1.8.1

voor iedere extra dag in een aanvraag

€ 13,60

3.1.8.2

Indien bij de aanvraag om een ontheffing sluitingsuur en/of een ontheffing schenktijden tevens een ontheffing verstrekken sterke drank nodig is, worden alleen de leges voor de ontheffing verstrekken sterke drank in rekening gebracht.

 

Hoofdstuk 2 Teruggaaf

 

3.2.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag Drank en Horecavergunning. Als een aanvrager zijn aanvraag om een drank en horecawetvergunning intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

3.2.1.1

indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van twee weken na het in behandeling nemen ervan: 75% van de verschuldigde leges genoemd in titel 3 hoofdstuk 1 van deze tabel.

 

3.2.1.2

indien de aanvraag wordt ingetrokken na twee weken en binnen vier weken na het in behandeling nemen ervan: 50% van de verschuldigde leges genoemd in titel 3 hoofdstuk 1 van deze tabel.

 

3.2.1.3

indien de aanvraag wordt ingetrokken na vier weken en binnen acht weken na het in behandeling nemen ervan: 25% van de verschuldigde leges genoemd in titel 3 hoofdstuk 1 van deze tabel.

 

Hoofdstuk 3 Organiseren van evenementen of markten

 

3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25 van de Algemene plaatselijke Verordening en gelet op de evenementenbeleid gemeente Opmeer 2014, indien het betreft:

 

3.3.1.1

de Categorie regulier, vergunningsplichtige evenementen, per evenement

€ 61,50

3.3.1.2

de Categorie aandacht / risico, vergunningsplichtige evenementen, belastend, per evenement

€ 123,00

3.3.1.3

Een meerjaren vergunning evenementen maximaal voor 3 jaar per vergunning

€ 71,75

3.3.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening.

€ 347,50

3.3.3.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:23 van de Algemene Plaatselijke Verordening.

€ 61,50

3.3.3.2.1

voor elke extra dag per afgegeven vergunning binnen één jaar

€ 13,60

3.3.3.2.2

Een meerjarenvergunning snuffelmarkt maximaal voor 3 jaar per vergunning

€ 71,75

3.3.3.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

3.3.3.3.1

om een standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 5 van de Marktverordening gemeente Opmeer:

 

3.3.3.3.2

tot het verkrijgen van een standplaatsvergunning voor een standplaats op de weekmarkt:

 

3.3.3.3.3

geldig voor 1 dag, per kraam van 4 m 1

€ 5,85

3.3.3.3.4

geldig voor 1 dag, per kraam van 4 m 1, inclusief stroom, per kwartaal

€ 79,20

3.3.3.3.5

tot het verkrijgen van een standplaatsvergunning voor een standplaats op de jaarmarkt (lappendag): geldig voor 1 dag, per kraam van 4 m1

€ 43,20

3.3.3.3.6

om overschrijving van de standplaatsvergunning op naam van een ander als bedoeld in artikel 12 van de Marktverordening gemeente Opmeer

€ 21,50

3.3.3.3.7

om een vergunning om zich op de standplaats te laten vervangen als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Marktverordening gemeente Opmeer

€ 21,50

3.3.3.3.8

tot ontheffing van het verbod om de standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Marktverordening gemeente Opmeer

€ 21,50

Hoofdstuk 4 Diversen

 

3.4.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een standplaatsvergunning voor een standplaats als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening, per standplaats:

 

3.4.1.1

Indien de standplaatsvergunning een geldigheidsduur heeft tot een maand

€ 81,55

3.4.1.2

Indien de standplaatsvergunning een geldigheidsduur heeft langer dan 1 maand, voor iedere extra kalendermaand dan wel een deel daarvan.

€ 13,60

3.4.1.3

Indien de standplaatsvergunning een geldigheidsduur heeft van één dag

€ 43,50

3.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een collectevergunning als bedoeld in artikel 5:13 van de Algemene Plaatselijke Verordening, per collecte:

€ 21,70

3.4.2.1

Het tarief zoals genoemd in artikel 3.4.2 van dit hoofdstuk wordt verhoogd wanneer het een aanvraag tot het verkrijgen van een doorlopende collectevergunning door CBF gecertificeerde organisaties betreft met

€ 13,60

3.4.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:10A van de Algemene Plaatselijke Verordening:

 

3.4.3.1

Voor reclameborden/spandoeken vergunning

€ 43,50

3.4.3.1.1

Het tarief zoals genoemd in artikel 4.3.1 van dit hoofdstuk wordt verhoogd wanneer het een aanvraag tot het verkrijgen van een meer jaren reclameborden / spandoeken vergunning betreft

€ 13,60

3.4.3.2

Voor het plaatsen van overige voorwerpen op, boven of aan de weg indien de vergunning een geldigheidsduur heeft tot één maand

€ 81,55

3.4.3.3

Voor het plaatsen van overige voorwerpen op, boven of aan de weg indien de vergunning een geldigheidsduur heeft langer dan één maand

€ 102,50

3.4.3.4

Voor het plaatsen van overige voorwerpen op, boven of aan de weg indien de vergunning een geldigheidsduur heeft van één dag

€ 43,50

3.4.4

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing overige geluidshinder als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene Plaatselijke verordening

 

3.4.4.1

Indien de ontheffing geldt op een dag (dagen) niet zijnde een zondag

€ 21,70

3.4.4.2

Indien de ontheffing geldt op zondag en de Zondagswet van toepassing is en er een ontheffing Zondagswet wordt verleend

 

3.4.4.3

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een meer jaren ontheffing overige geluidshinder

€ 32,15

3.4.4.5

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen als bedoeld in artikel4:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening

€ 43,30

Hoofdstuk 5 Prostitutiebedrijven

 

3.5.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3.2.1.van de Algemene Plaatselijke Verordening:

 

3.5.1.1

voor een seksinrichting

€ 1.631,10

3.5.1.2

voor een escortbedrijf

€ 815,85

Hoofdstuk 6 Brandbeveiligingsverordening

 

3.6.1

Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het krijgen van een vergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een inrichting zoals bedoeld is in artikel 2, eerste lid van de brandbeveiligingsverordening

€ 29,30

Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde aanvraag

 

3.7.

Aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, een ontheffing, een vrijstelling of een andere beschikking voor zover daarvoor niet elders in dit hoofdstuk een tarief is opgenomen voor elke 15 minuten of gedeelte daarvan van de behandelduur van de aanvraag

€ 16,00

3.7.2

De afgifte van gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 0,65

3.7.3

afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 0,65