Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Regio Gooi en Vechtstreek

Financiële Verordening Regio Gooi en Vechtstreek

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieRegio Gooi en Vechtstreek
OrganisatietypeRegionaal samenwerkingsorgaan
Officiële naam regelingFinanciële Verordening Regio Gooi en Vechtstreek
CiteertitelFinanciële Verordening Regio Gooi en Vechtstreek
Vastgesteld dooralgemeen bestuur
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpde organisatie van de financiën

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
  2. Regeling Regio Gooi en Vechtstreek

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2015Actualisering

12-11-2014

Onbekend

Algemeen geldende regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Financiële Verordening Regio Gooi en Vechtstreek

 

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

 

Resultaatverantwoordelijke Eenheid: Organisatorische eenheid in de Regio met een zelfstandige resultaatverantwoordelijkheid;

Inkomsten: totaal van de baten voor onttrekking reserves;

 

Netto Schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;

 

Overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;

 

Doelstelling: beoogd resultaat te bereiken via een samenstel van een aantal samenhangende producten of een enkel product van de productenraming en productenrealisatie;

 

Artikel 2 Programma-indeling

1. Het algemeen bestuur stelt een programma-indeling vast.

2. Het algemeen bestuur stelt op basis van de door de portefeuillehoudersoverleggen aan de programma’s toegewezen producten en de onderverdeling van de programma’s de door de portefeuillehoudersoverleggen aangegeven doelstellingen vast.

3. Het algemeen bestuur stelt, op aanwijzing van de betrokken portefeuillehoudersoverleggen, per Resultaatverantwoordelijke Eenheid de relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van de gestelde doelen.

4. Het algemeen bestuur stelt op aanwijzing van de betrokken portefeuillehoudersoverleggen vast over welke onderwerpen in extra paragrafen - naast de verplichte paragrafen - in de begroting kaders worden gesteld en waarover de portefeuillehoudersoverleggen worden geïnformeerd en waarover in de rekening verantwoording wordt afgelegd.

 

Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken

1. Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten per doelstelling weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per doelstelling weergegeven.

2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven.

3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen.

4. In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.

 

Artikel 4 Kaders begroting

1. Op voorstel van de portefeuillehoudersoverleggen zendt het dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten jaarlijks vóór 15 april een nota met de beleids- en de financiële kaders voor de begroting van het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming.

2. In de begroting wordt per Resultaatverantwoordelijke Eenheid een post onvoorzien opgenomen gerelateerd aan het specifieke risico en de aard van de taak- en doelstelling.

 

Artikel 5 Autorisatie en investeringskredieten

1. Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per doelstelling.

2. Bij de begrotingsbehandeling geeft het algemeen bestuur aan van welke nieuwe investeringen op een later tijdstip een apart voorstel wordt verwacht voor autorisatie van het investeringskrediet. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.

3. Het dagelijks bestuur informeert achtereenvolgend het betrokken portefeuillehoudersoverleg en het algemeen bestuur vooraf als het verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Het betrokken portefeuillehoudersoverleg doet voorstellen tot bijstelling van het door de gemeenten beschikbaar gestelde budget of tot bijstelling van de gestelde doelen.

4. Bij de behandeling van de bestuursrapportage doet het betrokken portefeuillehoudersoverleg aan het algemeen bestuur voorstellen tot het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van de gestelde doelen.

5. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het dagelijks bestuur voorafgaande aan het aangaan van verplichtingen of het starten van de voorbereidingen, een investeringsvoorstel met een voorstel tot het vaststellen van een investeringskrediet voor aan het algemeen bestuur.

6. Indien een begrotingswijziging leidt tot verhoging van de bijdrage per inwoner, worden de betrokken gemeenteraden - met kennisgeving van het standpunt van het betrokken portefeuillehoudersoverleg - overeenkomstig artikel 35 van de Wgr en de Regeling Regio Gooi en Vechtstreek, gedurende 8 weken in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te brengen.

 

Artikel 6 Bestuursrapportage

1. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur en de portefeuillehoudersoverleggen door middel van een bestuursrapportage over de realisatie van de begroting van de Regio. De bestuursrapportage vindt plaats over de eerste 6 maanden van het lopende boekjaar.

2. De bestuursrapportages bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van de doelstellingen en een overzicht met de bijgestelde raming van:

a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar doelstellingen;

b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar doelstellingen;

c. het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a en b;

d. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; en

e. het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d,

alsmede de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.

3. In de bestuursrapportage worden naast de verantwoording van de doelstellingen over de afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en de lasten van doelstellingen en investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht.

 

Artikel 7 EMU-saldo

Wanneer het Rijk de Regio bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het dagelijks bestuur de deelnemende gemeenten of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het dagelijks bestuur een aanpassing nodig acht, wordt het algemeen bestuur aangeboden een voorstel tot wijziging van de begroting.

 

 

Artikel 8 Waardering en afschrijving vaste activa

1. Materiële vaste activa met een meerjarig economisch nut worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd.

2. Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening.

3. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

4. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden lineair in 5 jaar afgeschreven.

 

Artikel 9 Voorziening voor oninbare vorderingen

Voor de vorderingen op derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.

 

Artikel 10 Reserves en voorzieningen

1. Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur via de jaarrekening een toelichting op en een overzicht van de reserves en voorzieningen. Deze toelichting en het overzicht worden door het algemeen bestuur met de jaarrekening vastgesteld.

De toelichting behandelt:

a. de vorming en besteding van reserves;

b. de vorming en besteding van voorzieningen; en

c. de rentetoerekening aan reserves.

2. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven:

a. het specifieke doel van de reserve;

b. de voeding van de reserve;

c. de maximale hoogte van de reserve; en

d. de maximale looptijd.

3. Indien een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.

 

Artikel 11 Kostprijsberekening

1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de Regio, die worden geleverd aan gemeenten, overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de Regio verleende diensten.

2. Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa.

3. Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten, indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling van de begroting vastgesteld.

 

Artikel 12 Prijzen economische activiteiten

Voor de levering van goederen, diensten of werken aan gemeenten, overheidsbedrijven en derden met welke bijbehorende activiteiten de Regio in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het dagelijks bestuur vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel aan het algemeen bestuur, waarin het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd.

 

Artikel 13 Vaststelling hoogte tarieven voor diensten en leveringen

Het dagelijks bestuur doet het algemeen bestuur jaarlijks bij de begroting een voorstel voor de hoogte van de tarieven voor de verschillende diensten en leveringen.

 

Artikel 14 Financieringsfunctie

1. Het dagelijks bestuur neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de uitgangspunten van het Treasurystatuut 2015 in acht.

2. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur vooraf als de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te worden overschreden.

 

Artikel 15 Financiering

In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

a. de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage;

b. de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage;

c. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar.

 

Artikel 16 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

1. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

a. de solvabiliteitsratio;

b. de ontwikkeling van de netto schuld;

c. de ontwikkeling van de netto schuld als percentage van de inkomsten van de Regio;

2. Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de Regio wordt beoordeeld of de Regio bij een risicoscenario de schuldverplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat de uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen.

 

Artikel 17 Onderhoud kapitaalgoederen

1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op de voortgang van het geplande onderhoud van werken en gebouwen.

 

2. Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur eens in de 4 jaar een onderhoudsplan voor werken en gebouwen aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen. Het algemeen bestuur stelt het plan vast.

 

Artikel 18 Bedrijfsvoering

In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten;

b. de kosten van inhuur derden;

c. de huisvestingskosten;

d. de automatiseringskosten;

e. het budget voor de accountant.

 

Artikel 19 Administratie

1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de Regio als geheel en in de Resultaatverantwoordelijke Eenheden;

b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;

c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de productie van goederen en diensten en de realisatie van de doelstellingen;

e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de doelstellingen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en

f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de doelstellingen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

2. Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie van de Regio en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

 

Artikel 20 Verbonden partijen

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het dagelijks bestuur de verbonden partijen op conform artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

 

Artikel 21 Financiële organisatie

Het dagelijks bestuur draagt zorgt voor:

a. een eenduidige indeling van de organisatie van de Regio en een eenduidige toewijzing van de regionale taken aan de Resultaatverantwoordelijke Eenheden;

b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;

c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten van de productenraming en de productenrealisatie;

g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

 

Artikel 22 Interne controle

1. Het dagelijks bestuur zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, overeenkomstig hoofdstuk 9 van de gemeenschappelijke Regio Gooi en Vechtstreek juncto artikel 213, derde lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het dagelijks bestuur maatregelen tot herstel.

2. Het dagelijks bestuur zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de Regio met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd evenals de registergoederen en de bedrijfsmiddelen. Bij afwijkingen in de registratie neemt het dagelijks bestuur maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

 

Artikel 23 Intrekken oude verordening en overgangsrecht

De Financiële verordening Gewest Gooi en Vechtstreek nr 2007100018 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.

 

Artikel 24 Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.

2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening Regio Gooi en Vechtstreek 2015.