Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Renkum

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Renkum houdende regels omtrent bomen Bomenverordening gemeente Renkum 2009, wijzigingen 2016

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Renkum
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Renkum houdende regels omtrent bomen Bomenverordening gemeente Renkum 2009, wijzigingen 2016
CiteertitelBomenverordening gemeente Renkum 2009, wijzigingen 2016
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling bevat de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 147 Gemeentewet
  2. artikel 149 Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

16-02-2017nieuwe regeling

29-11-2016

Gemeenteblad 2017, 22699

.

Tekst van de regeling

Intitulé

De raad van de gemeente Renkum

Gelet op het bepaalde in de artikelen 147en 149 van de Gemeentewet,

besluit vast te stellen de volgende

Bomenverordening Renkum 2009, wijzigingen 2016

Artikel 1 Definities

  • 1. In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum.

    • b.

      Boom: een houtachtig, overblijvend en opgaand gewas.

    • c.

      Houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg, met een minimale omtrek van meer dan 60 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld, herplant daaronder begrepen.

    • d.

      Waardevolle boom: een boom die is opgenomen in de door het college vastgestelde lijst van waardevolle bomen.

    • e.

      Vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

    • f.

      Boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.

    • g.

      Knotten: bomen van de top of van zijscheuten ontdoen.

    • h.

      Kandelaberen: een boom snoeien tot op de hoofdtakken.

    • i.

      openbare weg: de voor publiek en/of verkeer toegankelijke wegen, stoepen, paden, parkeerterreinen en pleinen.

    • j.

      Besluit vergunningsvrij kappen: het door het college vastgestelde besluit, waarin criteria zijn opgenomen voor het vergunningsvrij vellen van houtopstand.

    • k.

      Herplant: vervangende houtopstand op grond van een voorschrift uit de omgevingsvergunning of een aanschrijving van het college.

    • l.

      Herplantcompensatie: de omvang en de waarde van de herplant die door het college wordt opgelegd.

    • m.

      Dunning: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd.

    • n.

      Beheervlakken: vlakken als zodanig aangewezen binnen het Groenstructuurplan.

    • o.

      Boomstructuur: in het Groenstructuurplan aangewezen hoofdgroenstructuur een lijnvormige beplanting van houtopstanden die een functioneel geheel vormen.

    • p.

      Iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);

    • q.

      iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.

  • 2. De definitie van de hieronder genoemde begrippen zijn overeenkomstig het Besluit omgevingsrecht en de daarbij behorende bijlagen:

    • -

      Bevoegd gezag, erf, achtererfgebied, voorerfgebied, hoofdgebouw, openbaar toegankelijk gebied

Artikel 2 Kapverbod

  • 1. Het is verboden zonder vergunning (omgevingsvergunning) van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen.

  • 2. Het in lid 1 van dit artikel gestelde verbod geldt niet voor houtopstand dat voldoet aan de criteria zoals genoemd in het Besluit vergunningsvrij kappen. Het college is bevoegd tot het wijzigen van het Besluit vergunningsvrij kappen.

  • 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor de houtopstanden, zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid van de Boswet, dan wel artikel 4.1 van de Natuurbeschermingswet, nadat deze in werking is getreden.

  • 4. Het is verboden zonder vergunning (omgevingsvergunning) van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen, voor zover deze is aangeplant ter voldoening van de herplantplicht, zoals bedoeld in artikel 8 en 9 van deze verordening, ook voor zover deze een omtrek heeft van minder dan 60 cm op 1,3 m hoogte boven het maaiveld.

Artikel 3 Meldingplicht

(vervallen)

Artikel 4 Aanvraag vergunning

  • 1. De vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd worden aangevraagd door of namens degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

  • 2. Wanneer namens de Minister van Economische Zaken aan het college een afschrift is toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwt het college dit afschrift mede als een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit kappen.

Artikel 5 Criteria vergunning

  • 1. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning weigeren dan wel (onder voorschriften) verlenen.

  • 2. Een omgevingsvergunning kan slechts en moet worden verleend indien:

  • a. de houtopstand aantoonbaar onevenredige overlast veroorzaakt;

  • b. de houtopstand aantoonbaar onevenredige schade veroorzaakt;

  • c. het dunning betreft, of;

  • d. de vergunning noodzakelijk is voor de realisering van een bouw- of civieltechnisch werk.

  • 3. Een omgevingsvergunning voor het vellen van een waardevolle boom wordt geweigerd, tenzij er sprake is van een uitzonderlijke situatie waardoor instandhouding niet langer verantwoord is.

Artikel 6 Procedure

(vervallen)

Artikel 7 Vervaltermijn vergunning

(vervallen)

Artikel 8 Bijzondere vergunningvoorschriften

  • 1. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Een voorschrift kan zijn dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. Het bevoegd gezag bepaalt tevens de omvang van de herplant.

  • 2. In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt tevens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

  • 3. Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag het vellen van een houtopstand ter plaatse niet voldoende kan worden gecompenseerd door herplant, kan aan een vergunning het voorschrift worden verbonden dat de herplant in de nabijheid van het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft moet worden uitgevoerd.

  • 4. Indien een vergunning wordt aangevraagd ter realisering van een bouwplan kan aan de vergunning het voorschrift worden verbonden dat volgens aanwijzingen van het bevoegd gezag tijdens de werkzaamheden de te handhaven bomen afdoende worden beschermd.

  • 5. Indien een herplantplicht is opgelegd in de vergunning, dan geldt hiervoor een instandhoudingsplicht totdat de houtopstand een omtrek heeft van meer dan 60 cm.

Artikel 9 Herplantplicht bij overtreding van het kapverbod

  • 1. Bij overtreding van het verbod, zoals genoemd in artikel 2, eerste lid, kan het bevoegd gezag aan de overtreder en de zakelijk gerechtigde van de grond de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn.

  • 2. Indien een houtopstand, waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd cq. teniet is gegaan door moedwillige vernieling of verwaarlozing, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen, dan wel een herplantplicht opleggen, zoals bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Artikel 8, tweede, derde en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing bij de herplantplicht bij overtreding van het kapverbod, zoals bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat waar ‘vergunning’ staat, moet worden gelezen: ‘verplichting’.

Artikel 10 Afstand tot de erfgrens

De afstand als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld

op 1 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen.

Artikel 11 Bestrijding van iepziekte en andere boomziekten

  • 1. Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:

    • a.

      indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;

    • b.

      de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;

    • c.

      de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.

  • 2. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben. Dit verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter.

  • 3. Het college kan ontheffing verlenen van het onder lid 2 gestelde verbod.

  • 4. Indien gevaar voor besmetting door ander ziekte of voor vermeerdering van ziekteverspreiders, zoals insecten, het noodzakelijk maakt, kan het college de rechthebbende verplichten binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn de daarin genoemde maatregelen te nemen.

  • 5. Indien niet wordt voldaan aan de aanschrijving zoals bedoeld in lid 1 en lid 4 van dit artikel, dan is het college bevoegd tot het nemen van een herstelsanctie, zoals bedoeld in titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 12 Lijst met waardevolle bomen

  • 1. Het college is bevoegd tot de vaststelling van een Lijst met waardevolle bomen. Op deze lijst staan alle waardevolle bomen binnen de gemeente opgesomd.

  • 2. Op de vaststelling van de lijst, zoals bedoeld in het vorige lid, is de voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Deze procedure is eveneens van toepassing op de toevoeging, wijziging of verwijdering van houtopstanden op de lijst.

  • 3. De lijst bevat minimaal de volgende gegevens, inzake de te beschermen waardevolle houtopstand:

    • ·

      een omschrijving;

    • ·

      standplaats;

  • 4. Om te voorkomen dat de aan te wijzen bo(o)m(-en) onvoldoende zijn beschermd, kan bij het ontwerp-besluit tevens worden bepaald dat het verboden is de bo(o)m(-en) te kappen, zoals bedoeld in deze verordening. Deze voorbereidingsbescherming vervalt van rechtswege, indien na verloop van een jaar na vaststelling van het ontwerp-besluit geen definitief besluit is genomen.

  • 5. Op het college rust een bijzondere onderhoudsplicht ten aanzien van de gemeentelijke waardevolle bomen, zoals een goed beheerder betaamt.

Artikel 13 Bescherming gemeentelijke houtopstand

  • 1. Het is verboden om houtopstanden, die gemeentelijk eigendom zijn:

  • a. te beschadigen, te bekladden of te beplakken;

  • b. daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door het college opgedragen boomverzorgende taken.

  • 2. Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van het college.

Artikel 14 Verplichtingen en strafbepaling

(vervallen)

Artikel 15 Toezichthouders

  • 1. Met toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen.

  • 2. Met de opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn behalve ambtenaren genoemd in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering belast de daartoe door het college aangewezen ambtenaren.

  • 3. De bevoegdheden van de aangewezen toezichthouders zijn overeenkomstig titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 16 Betreden van gebouwen en terreinen

(vervallen)

Artikel 17 Overgangsbepalingen

  • 1. Vergunningen, alsmede de daarin opgenomen voorschriften, krachtens een voorheen geldende Bomenverordening blijven van kracht voor zover niet eerder vervallen of ingetrokken.

  • 2. Verplichtingen opgelegd krachtens de voorheen geldende Bomenverordening blijven van kracht, voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

  • 3. Aanvragen om omgevingsvergunning waarop ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, worden overeenkomstig deze verordening behandeld.

  • 4. Op aanvragen om omgevingsvergunning waarop voor inwerkingtreding van deze verordening reeds in primo is beslist blijven de bepalingen van toepassing, zoals die golden voor inwerkingtreding van deze verordening, zoals bedoeld in artikel 18.

Artikel 18 Slotbepaling

  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald als “Bomenverordening gemeente Renkum 2009, wijzigingen 2016”.

  • 2. Deze verordening treedt in werking op de dag van publicatie.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergaderingen 22 april 2009, 2 juni 2010 en 29 november 2016,

DE RAAD VAN DE GEMEENTE RENKUM

De griffier, de voorzitter,

mr. J.I.M. le Comte mr. H.L.M. Bloemen