Gemeente Rozendaal

Verordening ruimte- en inrichtingseeisen peuterspeelzaalwerk gemeente Rozendaal

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Rozendaal
Officiƫle naam regelingVerordening ruimte- en inrichtingseeisen peuterspeelzaalwerk gemeente Rozendaal
CiteertitelVerordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzaalwerk gemeente Rozendaal
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art 149

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerking-
treding
Terugwerkende
kracht t/m
Datum uitwerking-
treding
BetreftDatum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk voorstel
05-02-201101-01-2011Onbekend01-02-2011
Gemeentelijk informatieblad "In de Roos"
Onbekend

Tekst van de regeling

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Rozendaal;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 januari 2011, nummer MJ-11-06;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

overwegende dat het gewenst is, in aanvulling op de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vastgestelde Beleidsregels kwaliteit peuterspeelzalen, nadere eisen te stellen aan de inrichting van peuterspeelzalen;

BESLUIT

Vast te stellen: de navolgende verordening:

.

Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Rozendaal 2011

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Artikel 2 Melding in exploitatie nemen peuterspeelzaal

Degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen binnen de gemeente doet daarvan melding aan het college.

Artikel 3 Verbod op het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal

Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 7 lid 1, blijkt dat niet aan de eisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, de beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en de eisen van deze verordening wordt voldaan.

Artikel 4 Groepspeelruimte
  • 1. In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar.

  • 2. Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.

Artikel 5 Buitenspeelruimte
  • 1. De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte.

  • 2. De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen:

    • a. voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;
    • b. een oppervlakte van minimaal 3 m2 bruto-oppervlakte speelruimte per aanwezig kind;
    • c. ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen.
Artikel 6 Aanwijzing toezichthouders
  • 1. Het college ziet toe op de naleving van de bij deze verordening gestelde regels.

  • 2. Het college wijst de directeur van de Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) aan als toezichthouder.

Artikel 7 Onderzoek door de toezichthouder
  • 1. De toezichthouder onderzoekt na een melding als bedoeld in artikel 2 binnen 10 weken of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening.

  • 2. De toezichthouder onderzoekt jaarlijks of de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening.

  • 3. Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de bij deze verordening gestelde voorschriften.

Artikel 8 Vastleggen onderzoeksresultaten
  • 1. De toezichthouder legt zijn oordeel, naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 5, schriftelijk vast in een inspectierapport.

  • 2. De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder van de peuterspeelzaal, die een afschrift daarvan ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.

  • 3. De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na ontvangst door de houder van de peuterspeelzaal openbaar op diens website.

  • 4. De toezichthouder zendt een afschrift van het inspectierapport aan het college.

Artikel 9 Hardheidsclausule

Het college kan de artikelen 4 en 5 buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover van toepassing gelet op het belang van kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 10 Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding
  • 1. De Verordening Kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Rozendaal, vastgesteld in de raadsvergadering van 22 september 2009, wordt ingetrokken.

  • 2. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2011.

Artikel 11 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Rozendaal 2011.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Rozendaal d.d. 1 februari 2011,
de griffier K.M. Schaapde voorzitter drs. J.H. Klein Molekamp