Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Sint Anthonis

Beleidsnota “Harmonisatie minimabeleid gemeente Boxmeer en gemeente Sint Anthonis 2015”

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieSint Anthonis
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsnota “Harmonisatie minimabeleid gemeente Boxmeer en gemeente Sint Anthonis 2015”
CiteertitelBeleidsnota “Harmonisatie minimabeleid gemeente Boxmeer en gemeente Sint Anthonis 2015”
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpWWB

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet werk en bijstand, art. 35

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2015Nieuwe regelgeving

23-09-2014

Gemeenterubriek weekblad Sint Anthonis; website gemeente Sint Anthonis

I-SZ/2014/1161

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsnota ''Harmonisatie minimabeleid gemeente Boxmeer en gemeente Sint Anthonis 2015''

INHOUDSOPGAVE

HOOFDSTUK 1 - Inleiding 5

1.1 De Wet werk en bijstand (WWB) 5

1.2 Aanleiding voor de harmonisatie 5

1.3 Beoogd doel 5

1.4 Ingangsdatum beleid 5

1.5 Wettelijke voorwaarden 5

1.6 Gemeentelijk beleid - uitgangspunten 5

1.7 De hoogte van de vergoeding 6

1.8 Overgangsregeling bij periodieke bijzondere bijstand 6

 

HOOFDSTUK 2 - Besluiten 7

Incidentele bijzondere bijstand 7

2.1 Brillen en contactlenzen 7

2.2 Duurzame gebruiksgoederen 7

2.3 Uitvaartkosten 8

2.4 Identiteitsbewijs 8

Periodieke bijzondere bijstand 9

2.5 Warme maaltijden 9

2.6 Reiskosten naar school 9

HOOFDSTUK 1 - Inleiding

 

1.1 De Wet werk en bijstand (WWB)

De Wet werk en bijstand (WWB) vormt het wettelijk kader voor inkomensondersteuning via de bijzondere bijstand en minimabeleid. Op grond van artikel 35 WWB heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om gemeentelijk beleid vorm te geven en daarmee af te stemmen op de lokale behoeften. Het college legt het beleid vast in beleidsregels. Met de beleidsnota “Harmonisatie minimabeleid gemeente Boxmeer en gemeente Sint Anthonis 2015” vult het college de beleidsruimte in.

 

1.2 Aanleiding voor de harmonisatie

Om de dienstverlening aan burgers te waarborgen zijn de afdelingen sociale zaken van de gemeente Boxmeer en de gemeente Sint Anthonis samengevoegd. Een belangrijke volgende stap was de afstemming van het minimabeleid tussen beide gemeenten. Immers iedereen heeft recht op eenduidige uitvoering van beleid.

 

1.3 Beoogd doel

Een goed sociaal beleid is belangrijk voor burgers. Het vormt een vangnet waarvan tijdelijk gebruik kan worden gemaakt als dit noodzakelijk is. Een vangnet voorkomt ook sociaal isolement en bevordert de maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid.

De gemeente heeft als taak er voor te zorgen dat burgers krijgen waar ze recht op hebben. Met de harmonisatie van het minimabeleid tussen de gemeente Boxmeer en de gemeente Sint Anthonis is sprake van gelijkluidend beleid dat transparant en toekomstbestendig is.

 

1.4 Ingangsdatum beleid

Het beleid dat is vastgelegd in deze nota gaat in op 1 januari 2015.

 

1.5 Wettelijke voorwaarden

In artikel 35 WWB wordt het recht op bijzondere bijstand geregeld. De WWB schrijft voor dat iemand voor bijstand in aanmerking komt als duidelijk blijkt dat er onvoldoende eigen middelen aanwezig zijn om in de kosten te voorzien. Daarnaast moeten de noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere en individuele omstandigheden. Ook moet het college telkens beoordelen of er een beroep kan worden gedaan op een andere voorziening alvorens bijstand te kunnen verstrekken.

 

1.6 Gemeentelijk beleid

Bij het verstrekken van bijzondere bijstand hebben gemeenten naast de wettelijke bepalingen ook eigen beleidsvrijheid. In de gemeente Boxmeer en de gemeente Sint Anthonis is bij de invoering van de WWB in 2004 gemeentelijk beleid vastgesteld dat wordt toegepast bij de afhandeling van aanvragen voor bijzondere bijstand. Deze uitgangspunten gelden ook voor het geharmoniseerde beleid.

- Voor bijzondere bijstand geldt een inkomensgrens van 115% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; de draagkracht is € 0,00.

- Voor inkomens vanaf 115% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm geldt wel een draagkrachtberekening;

- Men wordt geacht te reserveren voor onverwachte kosten en een geldlening gaat vóór het verstrekken van bijstand;

- Er wordt geen vermogen in aanmerking genomen beneden de geldende vermogensgrens;

- Er is geen drempelbedrag van toepassing. Dit betekent dat de volledige kosten in aanmerking worden genomen bij het verstrekken van bijstand;

- De individuele inkomenstoeslag (voorheen langdurigheidstoeslag) wordt niet als voorliggende voorziening aangemerkt. Met andere woorden: deze toeslag hoeft niet te worden gebruikt om de bijzondere kosten uit te voldoen;

- Als er meerdere voorzieningen mogelijk zijn waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd dan wordt de bijstand gebaseerd op de goedkoops/adequate voorziening.

- Als men een beroep doet op bijzondere bijstand voor medische kosten dan is het uitgangspunt dat men over een aanvullende ziektekostenverzekering beschikt. Is er geen aanvullende verzekering dan wordt slechts bijzondere bijstand verstrekt ter hoogte van de vergoeding die zou gelden als er wel een aanvullende verzekering zou zijn.

- Als men een beroep doet op bijzondere bijstand voor tandartskosten dan is het uitgangspunt dat men over een aanvullende tandartsverzekering beschikt. Is er geen tandartsverzekering dan wordt slechts bijzondere bijstand verstrekt ter hoogte van de vergoeding die zou gelden als er wel een tandartsverzekering zou zijn.

 

1.7 De hoogte van de vergoeding

Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding worden de richtlijnen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) gehanteerd. De richtprijs geldt zoals die door Nibud op 1 januari van een kalenderjaar is vastgesteld. Voor brillen en contactlenzen geeft het Nibud geen richtlijn en verwijst naar de ziektekostenverzekeraars.

 

1.8 Overgangsregeling bij periodieke bijzondere bijstand

Waar sprake is van “periodieke” bijzondere bijstand wordt bij een wijziging van beleid een overgangsregeling geboden. Klanten worden daardoor in staat gesteld om te wennen aan de verandering. Belanghebbenden worden daarover schriftelijk bericht. In hoofdstuk 2 staan de overgangsregelingen beschreven bij die kostensoorten waarbij dit van toepassing is.

 

HOOFDSTUK 2 - Besluiten

 

In dit hoofdstuk wordt het geharmoniseerde beleid specifiek beschreven en ingedeeld naar kostensoort. Er is sprake van incidentele bijzondere bijstand als de kosten eenmalig zijn. De toegekende bijzondere bijstand wordt dan ineens uitbetaald. Als kosten zich daarvoor niet lenen omdat ze bijvoorbeeld maandelijks terugkeren dan is er sprake van periodieke bijzondere bijstand. De uitbetaling vindt dan maandelijks plaats.

 

Incidentele bijzondere bijstand

2.1 Brillen en contactlenzen

Het beleid rondom brillen en contactlenzen stamt uit 2006 en was in beide gemeenten dringend aan herijking toe. In de loop der jaren is de vergoeding voor een complete bril vanuit de collectieve ziektekostenverzekering (CZV) verhoogd van € 50,- naar € 260,-. De deelname aan de CZV is door de gemeenten Land van Cuijk niet verplicht gesteld.

 

Beleid per 1 januari 2015:

1. De bijzondere bijstand voor een complete bril wordt vastgesteld op:

- maximaal € 250,- voor een enkelfocus bril, eenmaal per 2 kalenderjaren;

- maximaal € 350,- voor een dubbelfocus bril, eenmaal per 2 kalenderjaren;

2. De bijzondere bijstand voor lenzen wordt vastgesteld op:

- maximaal € 250,- voor een paar lenzen, eenmaal per 2 kalenderjaren;

3. De vergoeding vanuit de zorgverzekeraar wordt in mindering gebracht op de bijzondere bijstand;

4. De kosten worden aangetoond door overleg van een betaalbewijs;

5. Varilux- en dunne glazen worden als niet medisch noodzakelijk beschouwd. Hiervoor wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.

2.2 Duurzame gebruiksgoederen

Als aanschaf of vervanging van duurzame gebruiksgoederen aan de orde is kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Daarvoor gelden een aantal voorwaarden.

 

Beleid per 1 januari 2015:

1. Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt individueel beoordeeld met toepassing van art. 35 WWB;

2. Om in aanmerking te komen voor een gebruiksgoed “om niet” is betrokkene drie jaar (of langer) aangewezen op een minimuminkomen (tot 115% van de geldende bijstandsnorm);

3. Onder duurzame gebruiksgoederen wordt verstaan een koelkast; kookplaat; stofzuiger; televisie en wasmachine;

4. De kosten worden aangetoond door overleg van een betaalbewijs;

5. De hoogte van de bijzondere bijstand is gebaseerd op de Nibud richtlijnen (peildatum 1 januari);

6. Binnen een periode van 3 jaar verstrekt de gemeente maximaal € 500,- voor onder punt 3 benoemde duurzame gebruiksgoederen samen.

7. Aanvragen waarbij sprake is van een hoger aankoopbedrag dan: de Nibudprijs +25%, worden niet in behandeling genomen. De noodzaak om bijzondere bijstand te verstrekken vervalt wanneer belanghebbende “meer luxe” wenst te verwerven.

8. Voor duurzame gebruiksgoederen wordt de kringloopwinkel niet als voorliggende voorziening aangemerkt. Aanvragers worden wel gewezen op deze mogelijkheid.

 

Overzicht van de vergoedingen:

Bedragen Nibud in €

Per 1 januari 2014

Kookplaat

190,--

Koelkast

245,--

Wasmachine

350,--

Stofzuiger

180,--

Televisie

215,--

2.3 Uitvaartkosten

Bijzondere bijstand voor uitvaartkosten is aan de orde als er geen voorliggende voorzieningen aanwezig zijn zoals verzekeringen of een erfenis.

Er moet zich een belanghebbende melden, zijnde een erfgenaam, bloedverwant of aanverwant, die de aanvraag indient. De eigen middelen van deze belanghebbende zijn relevant voor de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand.

Vastgelegd is wat als noodzakelijke kosten wordt gezien en wat daar niet onder valt.

 

Beleid per 1 januari 2015:

1. Als noodzakelijke uitvaartkosten worden aangemerkt:

- legeskosten overlijdensakte;

- rouwkaarten;

- werkzaamheden uitvaartverzorger;

- meest eenvoudige kist;

- grafrechten (voor een algemeen graf, geen eigendom, voor max. 10 jaar);

- rouwauto;

- opbaren in rouwcentrum;

- dragers;

- eenvoudige grafzerk (alleen als maatwerkoptie);

2. De hoogte van de bijzondere bijstand voor noodzakelijke uitvaartkosten is gebaseerd op de geldende Nibud richtlijnen (peildatum 1 januari);

3. De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt maximaal € 5.000,-;

4. De kosten worden aangetoond door overleg van bewijsstukken;

5. Als niet noodzakelijke kosten worden aangemerkt:

- rouwadvertentie;

- kosten eredienst en/of kosten die voortvloeien uit culturele en religieuze achtergrond;

- koffietafel etc.

- volgauto's

- condoleanceregister

- opname dienst op DVD of CD

- bedankkaarten

 

2.4 Identiteitsbewijs

In de gemeente Boxmeer wordt bijstand verstrekt voor identiteitsbewijzen. Dit beleid dateert uit 2005 toen de identificatieplicht werd ingevoerd voor personen vanaf 14 jaar.

De identificatieplicht is inmiddels goed ingeburgerd. Kosten hiervoor worden nu als algemene kosten van het bestaan gezien. Iedere burger wordt geacht deze uit het eigen inkomen te voldoen. De gemeente Sint Anthonis verstrekt geen bijstand voor deze kosten.

 

Beleid per 1 januari 2015:

De kosten voor aanschaf/vervanging van een identiteitsbewijs worden tot de algemene kosten van het bestaan gerekend. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.

 

Periodieke bijzondere bijstand

2.5 Warme maaltijden

Personen die als gevolg van (tijdelijke) beperkingen van medische en/of psychische aard niet in staat zijn om zelf een warme maaltijd te bereiden kunnen daarvoor bijzondere bijstand aanvragen. Voor een bijdrage in de kosten van een warme maaltijd gelden een aantal voorwaarden.

 

Beleid per 1 januari 2015:

1. Er ligt een indicatie ten grondslag aan bijzondere bijstand voor warme maaltijden;

2. De indicering wordt door de gemeente uitgevoerd volgens vastgestelde criteria;

3. De hoogte van de bijzondere bijstand is gebaseerd op de Nibud richtlijn;

4. Gedurende een kalenderjaar geldt de vergoeding zoals die volgens Nibud is vastgesteld op 1 januari;

5. Er geldt een overgangsregeling voor klanten die in 2014 bijzondere bijstand hebben ontvangen voor warme maaltijden.

 

Overgangsregeling Boxmeer

- De maaltijdvergoeding wordt in twee stappen afgebouwd naar de geldende Nibud richtlijn. Over de periode 1 januari 2015 tot 1 april 2015 geldt per warme maaltijd een bedrag van € 3,50. Vanaf 1 april 2015 geldt de Nibud richtlijn (op 1 januari 2014: € 2,09).

- Belanghebbenden die bijzondere bijstand ontvangen voor maaltijden in 2014 ontvangen tijdig schriftelijk bericht over de beleidswijziging per 1 januari 2015.

 

Overgangsregeling Sint Anthonis

- Het verhogen van de vergoeding voor warme maaltijden wordt in Sint Anthonis stapsgewijs ingevoerd. Over de periode 1 januari 2015 tot 1 juli 2015 geldt per warme maaltijd een vergoeding van € 1,20 voor zowel bestaande als nieuwe klanten. Vanaf 1 juli 2015 geldt het bedrag dat door Nibud op 1 januari 2015 is vastgesteld.

- Belanghebbenden die bijzondere bijstand ontvangen voor maaltijden in 2014 ontvangen schriftelijk bericht over de beleidswijziging per 1 januari 2015.

 

2.6 Reiskosten naar school

In de gemeente Boxmeer wordt bijzondere bijstand verstrekt voor reiskosten van minderjarige kinderen naar het voortgezet- of middelbaar beroepsonderwijs als het soort onderwijs niet binnen de eigen gemeentegrenzen is te vinden. De gemeente Sint Anthonis verstrekt geen bijstand voor deze kosten.

Leerlingenvervoer als voorliggende voorziening

Gemeenten voeren de Wet Leerlingenvervoer uit. Op basis daarvan wordt vervoer naar school geregeld als kinderen niet zelfstandig kunnen reizen. Naast de wettelijke verplichting heeft de gemeente eigen beleidsvrijheid dat wordt vastgelegd in een verordening leerlingenvervoer. Bijzondere bijstand is pas aan de orde als geen beroep op het leerlingenvervoer kan worden gedaan.

 

Beleid per 1 januari 2015:

1. De Wet Leerlingenvervoer en de Verordening Leerlingenvervoer worden als voorliggende voorziening aangemerkt;

2. Bij het verstrekken van bijzondere bijstand voor reiskosten naar voortgezet (speciaal) onderwijs gelden onderstaande voorwaarden:

- het voortgezet (speciaal) onderwijs is niet binnen de eigen gemeentegrenzen aanwezig;

- De reisafstand naar de betreffende school bedraagt (enkele reis) 15 kilometer of meer;

- Indien de reisafstand naar de betreffende school (enkele reis) minder dan 15 kilometer bedraagt wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.

 

Overgangsregeling Boxmeer

- Belanghebbenden die bijzondere bijstand ontvangen voor reiskosten naar school in 2014 ontvangen schriftelijk bericht over de beleidswijziging per 1 januari 2015.

 

Overgangsregeling Sint Anthonis

Niet van toepassing.

 

2.7 Kosten bewindvoering

In Nederland hebben alle gemeenten te maken met hoge uitgaven voor bijzondere bijstand bij bewindvoering. De stijgende uitgaven maken een substantieel deel uit van het totale budget minimabeleid/bijzondere bijstand. Ook in de gemeente Boxmeer en Sint Anthonis is dit het geval.

De invloed die gemeenten kunnen uitoefenen is echter gering. Op korte termijn onderzoekt het College de mogelijkheden om de kosten te beheersen. Schuldhulpverlening en ketenpartners spelen daarbij een belangrijke rol. Boxmeer en Sint Anthonis trekken hierin samen op en stemmen het beleid ook met de andere drie gemeenten Land van Cuijk af.

 

Beleid per 1 januari 2015:

Op korte termijn nieuw beleid ontwikkelen. Ketenpartners betrekken.