Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Sluis

Verordening parkeerbelastingen 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieSluis
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening parkeerbelastingen 2020
Citeertitel
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 225 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-03-2020wijziging artikelen 6,7 en tarieventabel

27-02-2020

gmb-2020-56389

01-01-202001-03-2020nieuwe regeling

19-12-2019

gmb-2019-317313

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening parkeerbelastingen 2020

De raad van de gemeente Sluis

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 november 2019;

 

gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening;

 

gezien het advies van de commissie Samenleving/Middelen van 10 december 2019;

 

besluit:

 

vast te stellen de volgende verordening

 

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen2020

(Verordening parkeerbelastingen 2020)

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • b.

    motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

  • c.

    houder: degene op wiens naam het motorvoertuig ten tijde van het parkeren, in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;

  • d.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.

  • e.

    centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Sluis een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel.

 

Artikel 2 belastbaar feit

Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

  • a.

    degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

  • b.

    zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat

  • 1.

    indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

  • 2.

    indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruikgemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 4.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 9 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 64,50.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht

De “verordening parkeerbelastingen 2012”, van 31 mei 2012, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 20 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2020

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening parkeerbelastingen 2020".

 

Sluis, 19 december 2019

DE RAAD VOORNOEMD,

De griffier, De voorzitter,

Mr. P.T.G. Claeijs Mr. M.M.D. Vermue

Tarieventabel

Behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2020.

  • I.

    Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt:

1.

In de kern Sluis:

 

 

1.a

voor het parkeerterrein aan de Sint Annastraat te Sluis met een onbeperkte parkeerduur;

per 10 minuten

€ 0,20;

 

 

met een maximum per 24 aaneengesloten uren van

€ 3,50;

1.b

voor het parkeerterrein achter het Walplein (Maria- en Havenpolder) te Sluis met een onbeperkte parkeerduur;

per 12 minuten

€ 0,20;

 

 

met een maximum per 24 aaneengesloten uren van

€ 3,00;

 1.c

voor het parkeerterrein aan de Nieuwstraat/Burgemeester Aernoudtsweg te Sluis met een onbeperkte parkeerduur;

per 12 minuten

€ 0,20;

 

 

met een maximum per 24 aaneengesloten uren van

€ 3,00;

 

 

met dien verstande dat, indien het parkeerterrein verlaten wordt binnen 24 minuten na aankomst, er geen parkeerbelasting verschuldigd is

 

1.d

voor de parkeerterreinen en parkeerplaatsen, gelegen op de Grote Markt, de Beestenmarkt, de Kapellestraat, de Garenmarkt, de Klokstraat en St. Donaes, waarbij een onbeperkte parkeerduur geldt;

per 12 minuten

€ 0,30;

1.e

voor de parkeerplaatsen aan de Nieuweweg, Nieuwstraat, Plompe Toren en Dinsdagstraat, waarbij een beperkte parkeerduur geldt van 20 minuten;

per 4 minuten

€ 0,10;

1.f

voor de parkeerterreinen en parkeerplaatsen, gelegen aan het Walplein, de Kaai, de Hoogstraat, de Oude Kerkstraat, de Lange Wolstraat en de Klokstraat, waarbij een beperkte parkeerduur van 2 uur geldt;

per 12 minuten

€ 0,30

2.

Langs de kuststrook:

 

 

2.a

voor het parkeerterrein aan de Boulevard de Wielingen ter hoogte van het winkelcentrum (gelegen tussen de Kievitenlaan en de Leeuwerikenlaan) in Cadzand Bad, waarbij een beperkte parkeerduur van 2 uur geldt;

per 12 minuten

€ 0,30;

2.b

voor de overige parkeerterreinen en parkeerplaatsen langs de Boulevard de Wielingen in Cadzand Bad, waarbij een onbeperkte parkeerduur geldt;

per 12 minuten

€ 0,30;

2.c

voor het parkeerterrein aan Leeuwerikenlaan (gelegen tussen de Egelantierlaan en de Boulevard de Wielingen) in Cadzand Bad, waarbij een onbeperkte parkeerduur geldt:

per 12 minuten

€ 0,30;

2.d

voor het parkeerterrein aan de Stijn Albregtstraat te Cadzand-bad, waarbij een onbeperkte parkeerduur geldt;

per 12 minuten

€ 0,30;

2.e

voor de parkeerterreinen en de parkeerplaatsen aan de Gerrit van Hoekestraat te Retranchement (bij bezoekerscentrum het Zwin), aan de Zeedijk te Nieuwvliet-Bad Oost (tussen Baanstpoldersedijk en Zouterik), de Kanaalweg te Cadzand-Bad (tussen Noordzeestraat en Sincfal), de Duinweg te Retranchement (toegangsweg naar de Zwinhoeve), aan de Groedse Duintjes aan de Zeeweg te Groede (kad. aand. OBGOO S 1174 GO en OBGOO S 860 ged.), aan Tankval aan de Zeeweg te Groede (achter en naast restaurant de Deining; kad. aand. OBGOO S1230 GO), aan de Zeeweg te Groede bij strandpaviljoen Matour (kad. aand. OOBGOO S1174 GO), aan het rioolgemaal aan de Dwarsdijk (Zwartepolder) te Nieuwvliet (kad. aand. OBGOO V587 GO), aan de Radartoren aan de Zwartepolderweg te Cadzand (kad. aand. OBG00 V587 GO), aan de Zwartepolderweg te Cadzand (plaatselijk bekend als van Grol); kad. aand. OBGOO W3 GO), aan de Vlamingpolderweg te Cadzand-Bad (kad. aand. OBGOO EC1716 DI), aan de Walendijk te Groede, kad. aand. OBG S 1550 G en een terrein gelegen tussen de de Nieuwesluisweg (noordelijk gelegen) en de Langeweg (zuidelijk gelegen) te Breskens met de kad. aand. OBG EL 1366 G, waarbij een onbeperkte parkeerduur geldt;

per 12 minuten

€ 0,20;

 

 

met een maximum per 24 aaneengesloten uren van

€ 4,00

  • II.

    Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt per vergunning voor een:

a.

belanghebbendenparkeervergunning, als bedoeld in artikel 3, lid 3, sub a, van de parkeerverordening 2020

per kalenderjaar

€ 50,00

b.

de verblijfsrecreantenparkeervergunning, als bedoeld in artikel 3, lid 3, sub c, van de parkeerverordening 2020 in Cadzand-Bad

per kalenderjaar

€ 55,00

c.

de verblijfsrecreantenparkeervergunning, als bedoeld in artikel 3, lid 3, sub c, van de parkeerverordening 2020 voor de parking Zeeweg 11/ St. Bavodijk Nieuwvliet

per kalenderjaar

€ 150,00

d.

voor een vergunning woon-werkverkeer, als bedoeld in artikel 3, lid 3, sub d, de van de parkeerverordening 2020

per kalenderjaar

€ 110,00

e.

voor een bezoekersvergunning, als bedoeld in artikel 3, lid 3, sub e, van de parkeerverordening 2020

per kalenderjaar

€ 20,00

f.

voor een vergunning, als bedoeld in artikel 3, lid 3, sub f,. van de parkeerverordening 2020

per kalenderjaar

€ 110,00

  • III.

    Indien een vergunning, als bedoeld in onderdeel II van deze tarieventabel, m.u.v. de bezoekersvergunning (onderdeel II.e) voor een deel van een kalenderjaar wordt verleend, wordt de belasting geheven naar rato van het aantal kwartalen dat er in dat kalenderjaar, na het verlenen van de vergunning, nog overblijven. Daarbij zal de navolgende regeling gelden:

  • a.

    Indien de vergunning is verleend vóór 15 februari dan wordt uitgegaan van vier kwartalen;

  • b.

    Indien de vergunning na 15 februari doch vóór 15 mei wordt verleend dan wordt uitgegaan van drie kwartalen;

  • c.

    Indien de vergunning na 15 mei doch vóór 15 augustus wordt verleend dan wordt uitgegaan van twee kwartalen;

  • d.

    Indien de vergunning na 15 augustus wordt verleend dan wordt uitgegaan van één kwartaal.

  •  

  • IV.

    Indien de aanvrager van een verleende parkeervergunning, als bedoeld in onderdeel II.a en II.d van deze tarieventabel, gedurende het jaar waarvoor een vergunning is verleend, verhuist en daardoor niet meer woonachtig dan wel gevestigd is binnen het gebied waarvoor de vergunning is afgegeven, wordt de belasting op verzoek van de belastingplichtige teruggegeven voor zoveel kwartaalgedeelten van de voor dat jaar verschuldigde parkeerbelasting als er in dat kalenderjaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kwartalen overblijven.

Behorende bij het raadsbesluit van 19 december 2019

De griffier van de gemeente Sluis,

Mr. P.T.G. Claeijs