Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Stichtse Vecht

Algemene subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieStichtse Vecht
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingAlgemene subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht 2015
CiteertitelAlgemene subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpsubsidiebeleid 2016 – 2019 en subsidieverordening

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-09-2015Nieuwe regeling

30-06-2015

Gemeenteblad, 7-7-2015, 60515

SV 185

Tekst van de regeling

Intitulé

Algemene subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht 2015

De raad van de gemeente Stichtse Vecht,

 

Gelet op:

het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 mei 2015;

de bespreking in de commissie Sociaal Domein en Werk van 2 juni 2015;

de bepalingen van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

de subsidievisie gemeente Stichtse Vecht 2016-2019;

besluit

Vast te stellen de

Algemene Subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht 2015

 

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • a.

    aanvrager : de rechtspersoon of natuurlijke persoon die subsidie aanvraagt op grond van deze verordening;

  • b.

    activiteit : het geheel van inspanningen gericht op een met subsidiëring te bereiken product of prestatie, resultaat of effect (zie Uitvoeringsvoorschrift subsidies Stichtse Vecht);

  • c.

    college : college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht;

  • d.

    financieel verslag : een jaarlijkse financiële verantwoording van de exploitatie (baten en lasten) van de subsidieontvanger over een kalenderjaar of over bepaalde activiteiten die correspondeert met de begroting voor dat betreffende kalenderjaar of voor de betreffende activiteiten;

  • e.

    gemeente : de gemeente Stichtse Vecht

  • f.

    gemeenteraad : de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht;

  • g.

    instelling : elke rechtspersoon, niet zijnde een publiekrechtelijke instantie, die zich de behartiging van door het gemeentebestuur erkende belangen van ideële of materiële aard ten doel stelt;

  • h.

    subsidie : een aanspraak op financiële middelen, door het college verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan betaling voor aan het college geleverde goederen of diensten;

  • i.

    subsidieontvanger : de rechtspersoon of natuurlijke persoon die subsidie ontvangt op grond van deze verordening;

  • j.

    subsidieplafond : het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift;

  • k.

    subsidiebeleid : een periodiek vastgesteld overzicht van beleidsdoelen en criteria waarvoor de raad budget beschikbaar stelt;

  • l.

    uitvoeringsvoorschrift : geheel van regels voor de uitvoering van de subsidieverordening;

  • m.

    wet : Algemene wet bestuursrecht.

  • n.

    Europees steunkader : een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besschikking of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 42,87,88,106, derde lid , 107, 108 en van het Verdrag heeft vastgesteld;

  • o.

    Onderneming : iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

  • p.

    Verdrag : Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.

  • q.

    De-minimisverordening: Europese verordening van 1-4-2014 waarin is geregeld dat decentrale overheden aan ondernemingen tot € 200.000 aan steun kunnen verlenen zonder dat er sprake is van staatssteun. Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Subsidies die binnen deze drempel vallen hoeven niet aangemeld te worden overeenkomstig artikel 108, lid 3, van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Artikel 2 Rechtspersoonlijkheid

Subsidies worden verstrekt aan instellingen. Het verstrekken van subsidie aan natuurlijke personen kan alleen geschieden door het college, indien de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verstrekking zich hiertegen niet verzetten.

Artikel 3 Reikwijdte van de verordening

Deze verordening is van toepassing op alle door de gemeente toe te kennen subsidies tenzij een andere wettelijke regeling of gemeentelijke verordening daarin voorziet.

Artikel 4 Bevoegdheid

Voor zover in deze verordening niet anders is bepaald, is het college het bevoegde bestuursorgaan voor de toepassing van deze verordening en van titel 4.2. van de wet.

Artikel 5 Subsidiebeleid

  • 1.

    De raad stelt periodiek het subsidiebeleid vast op basis waarvan subsidies kunnen worden aangevraagd.

  • 2.

    In het subsidiebeleid wordt in elk geval opgenomen:

    • a.

      de beleidseffecten van de subsidie

    • b.

      het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde budget;

Artikel 6 Meerjarige subsidie

  • 1.

    Het college kan voor een periode van maximaal vier jaar subsidie verlenen.

  • 2.

    Het college kan bij de verlening van de subsidie bepalen op welke wijze de verleende subsidie jaarlijks wordt aangepast aan het loon- en prijspeil.

Artikel 7 Beslistermijn

  • 1.

    In de gevallen waarin een aanvraag om subsidie betrekking heeft op het kalenderjaar of kalenderjaren volgend op dat waarin de aanvraag is ingediend, wordt op de aanvraag beslist binnen uiterlijk acht weken na de dag waarop de gemeentebegroting voor het eerstvolgende kalenderjaar door de gemeenteraad is vastgesteld.

  • 2.

    In alle andere gevallen geldt dat binnen acht weken na indiening van een aanvraag wordt beslist, tenzij het college bij nadere regels hiervoor een andere termijn heeft vastgesteld.

  • 3.

    Een aanvraag als bedoeld in het eerste en tweede lid geldt slechts als een aanvraag, indien deze aan alle wettelijke voorschriften voldoet.

  • 4.

    Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 8 Subsidieplafond

  • 1.

    Het college kan, al dan niet per beleidsterrein, een subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 4:22 van de wet vaststellen.

  • 2.

    Het college stelt - in het geval dat hij gebruik maakt van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid - zo spoedig mogelijk na vaststelling van de gemeentebegroting door de raad het subsidieplafond voor het desbetreffende beleidsterrein vast, dat in het daarop volgende kalenderjaar ten hoogste beschikbaar is voor het verstrekken van subsidie ten behoeve van (clusters van) activiteiten.

    • a.

      Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

    • b.

      Het college kan per beleidsterrein nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.

    • c.

      Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

Artikel 9 Europees Steunkader

  • 1.

    Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

  • 2.

    Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader.

  • 3.

    Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

  • 4.

    Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

  • 5.

    Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen onderneming alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.

Artikel 10 Wet openbaarmaking publieke middelen gefinancierde topinkomens

De subsidieontvanger, waarop artikel 6 van de Wet Openbaarmaking publieke middelen gefinancierde topinkomens van toepassing is, is verplicht om de inkomensgrens zoals bedoeld in het eerste lid van dat artikel als bezoldigingsmaximmum in acht te nemen. Indien voor een sector een hoger bezoldigingsmaximum is afgesproken tussen de sector en de minister, geldt dit als maximum.

Artikel 11 Begrotingsvoorbehoud

Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 12 Regels aanvraag subsidieverlening

Het college kan regels stellen over de termijn waarbinnen een aanvraag tot subsidieverlening moet worden ingediend en over de stukken die de aanvrager daarbij moet overleggen.

Artikel 13 Weigerings- en intrekkingsgronden- en terugvorderingsgronden

  • 1.

    Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4;35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval:

    • a.

      als de Europese commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt.

    • b.

      als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.

    • c.

      als de subsidieontvanger niet voldoet aan de in artikel 10 beschreven voorwaarde.

  • 2.

    De subsidieverlening kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de wet genoemde gevallen in ieder geval geweigerd worden indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:

    • a.

      de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente;

    • b.

      de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie is aangevraagd;

    • c.

      de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

    • d.

      In het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbevoordelingen door het openbaar bestuur;

    • e.

      subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het beleid van de gemeente.

    • f.

      Als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt.

  • 3.

    Naast de in artikel 4:50 van de wet bedoelde gevallen kan de subsidieverlening ook worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd op grond van de in het eerste lid onder a. tot en met f. genoemde gevallen.

  • 4.

    Het college kan een subsidie in ieder geval Na een dergelijk besluit zullen reeds uitbetaalde voorschotten teruggevorderd worden.

  • 5.

    intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • 6.

    Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Artikel 14 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    Het college kan naast de in artikel 4:37 van de wet bedoelde verplichtingen bij nadere regels of bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen.

  • 2.

    Bij de subsidieverlening kunnen daarnaast aanvullende verplichtingen worden opgelegd, die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. (4:38)

  • 3.

    Het college kan voorts verplichtingen opleggen die betrekking hebben op de wijze waarop, of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. (4:39)

  • 4.

    De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een onderzoek van de rekenkamercommissie als bedoeld in de Verordening op de rekenkamercommissie, indien deze commissie daarom verzoekt.

  • 5.

    De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor subsidie is verleend.

  • 6.

    De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk over:

  • a.

    besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

  • b.

    relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

  • c.

    ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;

  • d.

    wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 15 Voorschotten

Het college verleent, zo nodig, voorschotten op de subsidie en beslist met betrekking tot de hoogte en wijze van bevoorschotting.

Artikel 16 Uitbetaling

  • 1.

    De subsidie wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald onder verrekening van de betaalde voorschotten. Indien feiten of omstandigheden aanleiding geven tot een lagere vaststelling van de subsidie over het betreffende jaar, kan verrekening plaatsvinden door inhouding op de nog uit te betalen subsidie in hetzelfde jaar of bij vaststelling van de subsidie over het volgend subsidiejaar.

  • 2.

    Subsidies worden binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald, tenzij in de beschikking tot vaststelling anders is bepaald.

Artikel 17 Meldingsplicht

De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

Artikel 18 Regels subsidievaststelling

  • 1.

    De subsidie wordt per boekjaar vastgesteld, tenzij het college bij nadere regels of bij de subsidieverlening anders bepaalt, of het een subsidie voor een incidentele activiteit betreft.

  • 2.

    Het college kan regels stellen over de termijn waarbinnen een aanvraag om subsidievaststelling moet worden ingediend, de stukken die daarbij moeten worden overgelegd en de termijn waarop na de subsidievaststelling de betaling uiterlijk dient plaats te vinden

  • 3.

    Het college beslist uiterlijk binnen twaalf weken op een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij het bij nadere regels hiervoor een andere termijn heeft vastgesteld.

  • 4.

    Indien uit de aard van de subsidie danwel de verantwoording ervan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het derde lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 5.

    Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen.

  • 6.

    Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het tweede lid genoemd tijdstip is ontvangen, kan het college zes weken na een eenmalig rappel overgaan tot ambtshalve vaststelling.

  • 7.

    Een aanvraag als bedoeld in de voorgaande leden geldt slechts als een aanvraag, indien deze aan alle wettelijke voorschriften voldoet.

Artikel 19 Accountantsrapport

  • 1.

    Indien en voor zover het college heeft bepaald dat bij de aanvraag om subsidievaststelling een accountantsrapport moet worden overgelegd, moet uit de verklaring van de accountant blijken of de subsidie is aangewend voor het doel waarvoor deze ter beschikking is gesteld.

  • 2.

    In geval van een heronderzoek wijst het college de accountant aan die bevoegd is tot heronderzoek van de verrichte werkzaamheden van de controlerend accountant van de subsidieontvanger. De subsidieontvanger en de door de subsidieontvanger ingeschakelde accountant dienen aan het heronderzoek medewerking te verlenen.

Artikel 20 Periodieke evaluatie

  • 1.

    Het college toetst ten minste eens per vier jaar of subsidies die op jaarbasis worden verleend rechtmatig, doelmatig en doeltreffend zijn besteed, en rapporteren over zijn bevindingen aan de gemeenteraad.

  • 2.

    Het college kan nadere regels stellen voor de wijze waarop deze toetsing plaatsvindt.

  • 3.

    De in het eerste lid bedoelde toetsing geldt niet voor subsidies die zijn vastgesteld zonder dat daaraan een verlening is vooraf gegaan.

Artikel 21 Financieel verslag

Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan subsidie die op basis van deze verordening is verstrekt, is artikel 4:76 van de wet van overeenkomstige toepassing op het financiële verslag.

Artikel 22 Vrijstelling accountantsonderzoek

Het college kan regels stellen over het door hen verlenen van vrijstelling van de verplichtingen als bedoeld in artikel 4:78, eerste tot en met vierde lid, van de wet.

Artikel 23 Toezicht

Het college kan toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 van de wet aanwijzen. Deze toezichthouders zijn belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.

Artikel 24 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere, individuele gevallen een of meer bepalingen uit deze verordening dan wel uit een bijzondere subsidieverordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing van deze bepalingen leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 25 Overgangsbepaling

  • 1.

    Aanvragen om verlening, die op basis van de in artikel 27 ingetrokken verordening zijn ingediend en waarover bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, worden geacht op basis van deze verordening te zijn ingediend.

  • 2.

    Aanvragen om vaststelling van subsidie die op basis van de in artikel 27 ingetrokken verordening is verleend, worden afgedaan op basis van die ingetrokken verordening.

  • 3.

    Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag krachtens de in artikel 27 ingetrokken verordening, wordt beslist met toepassing van deze ingetrokken verordening.

Artikel 26 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking, maar niet eerder dan op 1 september 2015 en geldt voor subsidieaanvragen voor de periode vanaf het jaar 2016;

  • 2.

    De Algemene subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht 2012 wordt ingetrokken, met dien verstande dat deze verordening van kracht blijft voor subsidieaanvragen voor het jaar 2015.

Artikel 27 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene subsidieverordening gemeente Stichtse Vecht 2015”.

 

 

30 juni 2015

Griffier Voorzitter

TOELICHTING

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE STICHTSE VECHT 2015

Grondslag en systematiek

Subsidies zijn geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb bepaalt dat subsidies alleen kunnen worden verstrekt als daarvoor een wettelijke basis is. Die wettelijke basis wordt binnen de gemeente gevonden in de subsidieverordening. Omdat de subsidieverordening vorm moet geven aan het juridisch kader van de subsidieverstrekking kan deze het karakter hebben van een procedureverordening. De gemeenteraad geeft in de verordening het kader voor de subsidieverstrekking, draagt bevoegdheden over aan het college van burgemeester en wethouders en verklaart daar waar nodig de niet dwingende artikelen van de Awb van toepassing. Binnen de aldus gestelde kaders is het college bevoegd nadere procedurele en beleidsmatige regels te ontwikkelen op basis waarvan overgegaan wordt tot de subsidieverstrekking. De beleidsmatige inbreng van de gemeenteraad is door de vaststelling van de begroting gewaarborgd. Daarin geeft de raad aan voor welke beleidsdoelen en criteria het de subsidiegelden beschikbaar stelt.

Subsidieverstrekking

Het subsidiehoofdstuk van de Awb is voor een belangrijk deel gebaseerd op een onderscheid tussen twee beschikkingen: de subsidieverlening en de subsidievaststelling. De eerste beschikking is de basis voor de toekenning van subsidies op basis van onder andere een omschrijving van de te subsidiëren activiteiten, de hoogte van de subsidie, het tijdvak van de subsidie en de voorwaarden waaronder de subsidie gegeven kan worden. Deze beschikking gaat vooraf aan de te subsidiëren activiteiten en geeft de subsidieontvanger een voorwaardelijke aanspraak op de financiële middelen. Op dat moment hoeft de precieze omvang nog niet vast te staan.

De vaststellingsbeschikking stelt na beëindiging van de activiteit of het subsidietijdvak vast in hoeverre aan de voorwaarden werd voldaan die in de aanvankelijke beschikking tot subsidieverlening waren gesteld. In de vaststellingsbeschikking wordt het definitieve subsidiebedrag vastgesteld waarna de uitbetaling, de nabetaling of, indien met voorschotten is gewerkt, een mogelijke terugbetaling geschiedt.

Het totale proces wordt aangeduid met de term subsidieverstrekking.

Rechtsbescherming

De gebruikelijke rechtsbescherming tegen besluiten van de overheid die in de Awb is opgenomen geldt ook voor de subsidieaanvrager of -ontvanger. In de subsidieverordening mogen hiervoor dan ook geen aparte regels opgenomen worden. Een subsidieontvanger kan tegen alle besluiten van het college bezwaar maken. Vervolgens is er de mogelijkheid van beroep tegen de uitspraak op het bezwaarschrift bij de rechtbank.

Dualisering

De in subsidieverordening neergelegde rolverdeling sluit aan bij de dualisering. De gemeenteraad geeft de procedurele kaders terwijl het college de regeling uitvoert.

De raad zet de beleidslijnen en prioriteiten uit in de subsidievisie en stelt elk jaar bij de begroting de financiële middelen beschikbaar. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de verordening (en de uitvoeringsvoorschriften), de subsidieregeling en voor de subsidieverlening, bevoorschotting, subsidievaststelling, subsidiebetaling en controle op de naleving van de bij de subsidieverstrekking gemaakte afspraken. De rechtmatigheid van het subsidieproces heeft hierdoor tegelijkertijd de uitdrukkelijke zorg van het college.

Deregulering

Bij de subsidieverstrekker streeft onveranderd naar een systeem dat de subsidieverstrekking vereenvoudigt. In de nieuwe regeling wordt rekening gehouden met het verschil in aanpak tussen relatief kleine subsidiebedragen en grote bedragen. De verordening biedt het college de mogelijkheid om te differentiëren en onderscheid te maken bij de op te leggen voorwaarden bij de subsidieverstrekking. Bovendien is het mogelijk dat bij subsidieaanvragen waar geen prestaties tegenover staan het college er toe overgaat om in één beschikking zowel de subsidieverlening als de subsidievaststelling te regelen. Voor deze subsidieontvangers is niet vereist dat zij verantwoording indienen door het indienen van een vaststellingsverzoek.

De verordening regelt niet meer dan noodzakelijk is. Omdat de uitvoering van de subsidieverstrekking in handen is gelegd van het college, is het mogelijk maatwerk te leveren. Dat neemt niet weg dat in de uitvoeringsregeling op verschillende plaatsen eisen worden gesteld aan de subsidieontvangers. Maar, in de regel kan het college daarvan afwijken mits de rechtmatigheid niet in geding komt. De subsidiebeschikkingen worden zodoende toegesneden op de specifieke situatie van de subsidieaanvrager.

Rechtmatigheid

De rechtmatigheid van het handelen van de overheid is een belangrijk aandachtspunt in de hedendaagse overheidspraktijk. Accountants hebben niet meer de opdracht om alleen de financiële getrouwheid van de boekhouding te controleren, maar moeten ook de rechtmatigheid daarvan aan onderzoek onderwerpen. Dit onderzoek moet resulteren in een verklaring. In de gemeentelijke subsidiesfeer betekent dit dat de gemeente de regels die zijn opgelegd in de Awb en de regelgeving die men zelf in of op basis van de subsidieverordening heeft opgesteld, moet volgen. In de praktijk is dat niet altijd eenvoudig vanwege de veelheid aan voorschriften en eisen. Toch is het in het kader van het rechtmatigheidonderzoek onontkoombaar dat de gemeente zowel de subsidieontvangers als zichzelf houdt aan de eigen bepalingen en verplichtingen.

Verhouding Awb en subsidieverordening

De Awb regelt die elementen van de subsidieverhouding die gemeenschappelijk zijn voor elke subsidie. Daar waar het gaat om het proces van de subsidieverstrekking geeft de Awb een gedetailleerde regeling. Het proces start met een aanvraag om subsidie, waarop in principe een beslissing volgt in de vorm van de beschikking tot subsidieverlening, en eindigt het met het vaststellen van de subsidie in de vorm van de beschikking tot vaststelling en de betaling. In enkele gevallen opent de Awb bovendien de mogelijkheid om (facultatieve) bepalingen over te nemen. In de verordening is dat gebeurd door het instellen van subsidieplafonds (4:22 Awb) en de verplichtingen met betrekking tot de subsidie (4:37 Awb).

De Awb bevat echter ook enkele dwingende bepalingen die onverkort gelden. Deze zijn niet nogmaals in de verordening opgenomen (de gemeenteraad mag immers niet op de stoel van de centrale wetgever gaan zitten). Voorbeelden van dergelijke bepalingen zijn:

a. Weigeringsgronden: artikel 4:25 lid 2 Awb bepaalt dat een subsidie wordt geweigerd indien het subsidieplafond daardoor zou worden overschreden.

b. Bekendmaking subsidieplafond: een subsidieplafond, alsmede een verlaging daarvan, moet voorafgaande aan de periode waarop het plafond betrekking heeft, bekend gemaakt worden. Vaststelling van dit plafond vindt plaats bij de begrotingsbehandeling en dient onmiddellijk gepubliceerd te worden (4:27 Awb).

c. Inhoud van de beschikking tot subsidieverlening

  • ·

    een omschrijving van de activiteiten/voorwaarden/grondslagen waarvoor subsidie wordt verleend (art 4:30 lid 1 Awb);

  • ·

    vermelding van het subsidiebedrag of de wijze waarop het zal worden bepaald, inclusief het maximum (art. 4:31 lid 1 Awb)

  • ·

    bij meerjarige subsidies het tijdvak waarvoor de subsidie wordt gegeven (art 4:32 Awb);

d. Inhoud beschikking subsidievaststelling

  • ·

    Aanduiding van de activiteiten waarvoor subsidie is gegeven indien er geen voorafgaande beschikking tot subsidieverlening is gegeven (art. 4: 43 Awb)

  • ·

    Definitieve vaststelling van het subsidiebedrag (art 4:46 Awb)

e. Weigeren voortzetting langdurige subsidie: bij subsidieverstrekking van drie of meer achtereenvolgende jaren kan voortzetting geweigerd of gewijzigd worden indien veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten dit noodzakelijk maken; in dat geval moet een redelijke termijn van afbouw in acht genomen worden (art 4:51 Awb).

Subsidiebegrip

De Awb geeft aan wat onder een subsidie moet worden verstaan:

“Een subsidie is de aanspraak op financiële middelen die door een bestuursorgaan wordt verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde zaken of diensten. “

Bij een subsidie gaat het altijd om financiële middelen. Dit betekent dat verstrekkingen in natura niet vallen onder het begrip subsidie.

Een aanspraak betekent dat de financiële middelen niet daadwerkelijk hoeven te worden verstrekt. Het garant staan voor de rente en aflossing van een lening is ook subsidie, omdat dit kan leiden tot een verplichting tot betaling. Het cruciale moment voor de Awb is niet de feitelijke verstrekking maar de beslissing tot subsidiëring van de voorgenomen activiteit.

Een betaling voor een geleverde zaak of dienst is nooit een subsidie. Commerciële transacties waarbij de gemeente partij is, vallen niet onder het subsidiebegrip.

Subsidie wordt verstrekt door een bestuursorgaan. In de gemeente is dit de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders.

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE STICHTSE VECHT 2015

Ter verduidelijking en om de aansluiting met de Awb te laten zien is hieronder een toelichting op de subsidieverordening opgenomen. Daarnaast zijn relevante artikelen uit de Awb opgenomen.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Drie elementen zijn van belang:

  • 1.

    de beslissing van het bestuursorgaan dat de voorgenomen activiteit gesubsidieerd wordt doet een aanspraak op financiële middelen ontstaan;

  • 2.

    subsidiebeslissingen zijn publiekrechtelijke rechtshandelingen, voor zover het bestuursorgaan subsidie verstrekt in het kader van de uitoefening van een publieke taak;

  • 3.

    buiten het subsidiebegrip valt betaling voor aan het bestuur geleverde goederen of diensten.

Artikel 2 Rechtspersoonlijkheid

Uitgangspunt is dat subsidies alleen worden verstrekt aan instellingen die beschikken over een vorm van rechtspersoonlijkheid. Er kunnen omstandigheden zijn waarbij het gewenst of redelijk is hiervan af te wijken (bijvoorbeeld initiatiefgroepen).

Artikel 3 Reikwijdte van de verordening

Het doel van de term “gemeentelijk belang” is de belangen waarbij inwoners c.q. bezoekers van Stichtse Vecht niet betrokken zijn, uit te sluiten.

Artikel 4 Bevoegdheid

Dit artikel wijst het college aan als het voor subsidiëring relevante bestuursorgaan. De raad stuurt op hoofdlijnen, het college zorgt voor de uitvoering. In het dualistische stelsel stelt de raad de beleidskaders vast en voert het college de verordening uit door middel van onder andere het verlenen en vaststellen van subsidies. Het college is bevoegd om voor de uitvoering van de subsidiebeschikking een uitvoeringsovereenkomst te sluiten met daarin de door het college verlangde prestaties.

Artikel 5 Subsidiebeleid

Het subsidiebeleid wordt periodiek vastgesteld voor één of voor meerdere jaren.

Het college is bij de subsidiëring gehouden aan de beleidsmatige en financiële grenzen die de raad vaststelt in de gemeentebegroting, en de vastgestelde te subsidiëren beleidseffecten. Omdat in de verordening de voorwaarden zijn genoemd waaraan de subsidieregeling ten minste moet voldoen geeft de subsidieregeling de wettelijke basis voor de subsidieverstrekking.

Artikel 6 Meerjarige subsidie

Het subsidietijdvak is de periode waarvoor subsidie wordt verleend. Subsidies kunnen voor meerdere jaren worden verleend. De gemeente heeft wat dat betreft beleidsvrijheid, maar artikel 4:32 Awb voorkomt dat subsidies voor een onbepaalde tijd verleend worden. De beschikking tot subsidieverlening bepaalt het tijdvak voor de subsidie, dat op basis van dit artikel in de verordening niet langer kan zijn dan vier jaar. Uitzondering hierop kan bij raadsbesluit worden vastgesteld.

De subsidievaststelling bij subsidies hoger dan € 10.000 geschiedt (op basis van artikel 4:44 lid 1b) wel periodiek waardoor het college in de gelegenheid wordt gesteld om jaarlijks te beoordelen of de subsidieontvanger zich aan de afgesproken prestaties of voorgeschreven voorwaarden houdt en waardoor een doorlopende subsidieroutine ontstaat. Zie hiertoe artikel 17 van de verordening.

Het is mogelijk dat het college bepaalt dat een verleende subsidie jaarlijks wordt aangepast aan gestegen of gedaalde kosten.

Artikel 4:32

Een subsidie in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële middelen wordt verleend voor een bepaald tijdvak, dat in de beschikking tot subsidieverlening wordt vermeld.

Artikel 7 Beslistermijn

De standaard voor de afhandelingtermijn voor subsidieaanvragen is gesteld op acht weken.

Deze termijn gaat lopen zodra de aanvraag volledig is. De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen (vierde lid). Dit om te voorkomen dat subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en vervolgens teruggevorderd dient te worden.

Artikel 8 Subsidieplafond

De Awb geeft de mogelijkheid tot het hanteren van een subsidieplafond. Deze bevoegdheid moet dan wel in de verordening zijn opgenomen. Dit gebeurt door dit artikel. De gemeente Stichtse Vecht kiest ervoor om de budgetten te laten vaststellen door de gemeenteraad bij de begroting (budgetrecht van de raad) en op basis daarvan het college de bevoegdheid te geven subsidieplafonds vast te stellen voor diverse activiteiten.

Artikel 4:26

  • 1.

    Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

  • 2.

    Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van verdeling vermeld.

Artikel 4:27

  • 1. Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld.

  • 2. Indien het subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt bekendgemaakt, heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien ingediende aanvragen.

Artikel 4:28

Artikel 4:27, tweede lid, is niet van toepassing, indien:

  • a. de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld ingevolge wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op een tijdstip waarop de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd;

  • b. het een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of goedkeuring van de begroting, en

  • c. bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

    Artikel 9 Europees Steunkader

    Staatssteun is in principe verboden (artikel 107, eerste lid, van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna VWEU). Er is sprake van staatssteun als financiële steun aan een onderneming (subsidies, garanties, leningen, korting op grondprijs, erc) voldoet aan de hierna volgende criteria uit het staatssteunverbod:

    • ·

      Er is sprake van staats- (dat wil zeggen: overheids-) middelen die aan een onderneming worden verleend. Een onderneming is een entiteit die economische activiteiten verricht. Eenheden die uitsluitend een typische overheidstaak zonder economisch karakter verrichten (activiteiten van puur sociale aard of het uitoefenen van overheidsgezag) zijn geen ondernemingen. Steun aan burgers houdt geen staatssteun in, mits de steun niet indirect alsnog bij een onderneming terechtkomt;

    • ·

      De steun geeft de onderneming een economisch voordeel dat niet via de normale commerciële weg zou zijn verkregen (non-marktconformiteit);

    • ·

      De steun is selectief: deze geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector of regio ; en

    • ·

      De steun vervalt de mededinging (in potentie) en leidt of dreigt te leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in Europa.

    Deze criteria zijn cumulatief. Als niet aan alle punten is voldaan, is er geen sprake van staatssteun.

    Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste lid maakt het college daartoe bevoegd.

    Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld.

    Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het betreffende steunkader (lid 4). Net goed als dat bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, ondernemingen alleen in aanmerking komen voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening (lid 5).

    Artikel 10 Wet openbaarmaking publieke middelen gefinancierde topinkomens

Deze bepaling behoeft geen toelichting.

Artikel 11 Begrotingsvoorbehoud

Een algemene voorwaarde bij de subsidiëring is dat er uiteindelijk financiële middelen beschikbaar moeten zijn in de gemeentebegroting om de subsidie te betalen. Omdat vaak nog niet duidelijk zal zijn of de raad inderdaad een budget beschikbaar stelt, zal het college een voorbehoud moeten maken. Dit voorbehoud moet worden gesteld bij de beschikking tot subsidieverlening. Artikel 4:34 maakt het mogelijk dit voorbehoud op te nemen in de beschikking. Wel moet het college binnen vier weken na de goedkeuring van de begroting een beroep doen op het voorbehoud.

Artikel 4:34

  • 1.

    Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  • 2.

    De voorwaarde kan niet worden gesteld, voor zover zulks voortvloeit uit het wettelijk voorschrift waarop de subsidie berust.

  • 3.

    De voorwaarde vervalt, indien het bestuursorgaan daarop niet binnen vier weken na de vaststelling of goedkeuring van de begroting een beroep heeft gedaan.

  • 4.

    Het beroep op de voorwaarde geschiedt bij een subsidie voor een activiteit die door het bestuursorgaan ook in het voorafgaande begrotingsjaar werd gesubsidieerd door een intrekking wegens veranderde omstandigheden overeenkomstig artikel 4:50.

  • 5.

    In andere gevallen geschiedt het beroep op de voorwaarde door een intrekking overeenkomstig artikel 4:48, eerste lid.

Artikel 12 Regels aanvraag subsidieverlening

In het uitvoeringsvoorschrift is bepaald welke gegevens de instelling moet overleggen. Dit kan verschillen per instelling. Wanneer een instelling voor het eerst gemeentelijke subsidie verzoekt, zullen aanvullende bescheiden worden opgevraagd, zoals statuten, huishoudelijk reglement, inschrijvingsbewijs Kamer van Koophandel, e.d..

Het tijdstip waarop de aanvraag ingeleverd moet zijn, houdt verband met de begrotingscyclus van de gemeente. In artikel 4:37 Awb staat een niet-limitatieve opsomming van gegevens die zoal gevraagd kunnen worden in het kader van de subsidieverstrekking (d.w.z. niet alleen bij de aanvraag).

Door het college te laten bepalen welke gegevens worden overgelegd is sprake van maximale flexibiliteit. Het college kan dus besluiten op aanvragen te beslissen op basis van minder vergaande gegevens.

Artikel 4:37

  • 1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot:

    • a. de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;

    • b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;

    • c. het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie;

    • d. de te verzekeren risico’s;

    • e. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;

    • f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;

    • g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden;

    • h. Het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoording daarover.

  • 2.

    Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van overeenkomstige toepassing.

    Artikel 13 Weigerings- en intrekkings- en terugvorderingsgronden

    In de artikelen 4:25 en 4:35 Awb zijn de weigeringen op juridische gronden opgenomen. Die opsomming is niet limitatief en de weigeringgronden mogen aangevuld worden. Hiervan wordt in deze verordening gebruik gemaakt.

    Artikel 4:25

    • 1. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.

    • 2. Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep of ter uitvoering van een rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking wordt beslist, geldt de verplichting van het tweede lid slechts voor zover zij ook gold op het tijdstip, waarop de beslissing in eerste aanleg werd genomen of had moeten worden genomen.

    Artikel 4:35

    • 1. De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

      • a. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;

      • b. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

      • c. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.

      2. De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager:

      a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of

    • b.

      failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

    Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is, kan goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele melding. Als de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moet het college overgaan tot weigering (vandaar de verplichte weigeringsgrond onder lid 1 a). In aanvulling daarop wordt met lid 1 onder b bepaald dat aanvragers tegen wie een terugvorderingsactie loopt niet in aanmerking komen voor subsidie.

    Via het derde lid wordt bereikt dat ook artikel 4:50 Awb wordt aangevuld met de weigeringgronden in lid 1. Deze zijn zo ook een wettelijke grond voor de intrekking van reeds verleende subsidies. Omdat het hier een zware inbreuk betekent op het vertrouwensbeginsel zijn de gestelde eisen zwaar. Maar een ten onrechte verleende subsidie behoeft niet te worden voortgezet. De intrekking ex nunc is bedoeld voor het geval de subsidieontvanger de onjuistheid niet kende of behoorde te kennen. Indien de subsidieontvanger wel op de hoogte was of behoorde te zijn kan de subsidie met terugwerkende kracht ingetrokken worden (artikel 4:48 Awb).

Artikel 4:50

1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:

  • a. voor zover de subsidieverlening onjuist is;

  • b. voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, of

  • c. in andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen.

2. Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid, onderdeel a of b, vergoedt het bestuursorgaan de schade die de subsidieontvanger lijdt doordat hij in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou hebben gedaan.

Na een besluit tot wijziging of intrekking zullen reeds uitbetaalde voorschotten worden teruggevorderd.

Artikel 14 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 4:37 Awb bevat een overzicht van standaardverplichtingen die het bestuursorgaan kan opleggen.

Op grond van artikel 4:38 Awb kan het bestuursorgaan ook nog andere verplichtingen aan de subsidieverlening verbinden die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Deze verplichtingen dienen dan bij of krachtens de verordening te worden opgelegd bij de subsidieverlening. Om dit te kunnen doen is het tweede lid opgenomen (doelgebonden verplichtingen). Hetzelfde wordt bereikt in het derde lid ten aanzien van de wijze waarop en de middelen waarmee de activiteit wordt verricht (niet-doelgebonden verplichtingen). Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan regels omtrent het democratisch functioneren van instellingen.

Artikel 4:37

1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot:

  • a. de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;

  • b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;

  • c. het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie;

  • d. de te verzekeren risico’s;

  • e. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;

  • f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;

  • g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden;

  • h. het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoording daarover.

2. Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4:38

  • 1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

  • 2. Indien de subsidie op een wettelijk voorschrift berust, worden de verplichtingen opgelegd bij wettelijk voorschrift of krachtens wettelijk voorschrift bij de subsidieverlening.

  • 3. Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kunnen de verplichtingen worden opgelegd bij de subsidieverlening.

Artikel 4:39

  • 1. Verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie kunnen slechts aan de subsidie worden verbonden voor zover dit bij wettelijk voorschrift is bepaald.

  • 2.

    Verplichtingen als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.

    Artikel 15 Voorschotten

    In de subsidiepraktijk wordt veel gewerkt met voorschotten. Op basis van de Awb is een voorschot alleen mogelijk als dit in de verordening of bij de subsidieverlening is opgenomen. Hier wordt deze bevoegdheid neergelegd bij het college. Voorschotverlening is naast de subsidieverlening en subsidievaststelling één van de drie beschikkingen die de Awb noemt. Op het betalen van de voorschotten zijn de regels neergelegd in de Awb van toepassing. Omdat tegen deze beschikking beroep en bezwaar mogelijk is, is het verstandig de bevoorschotting te combineren met de subsidieverlening. De feitelijke vaststelling kan na afloop van een jaar plaatsvinden. Een voorschot geeft dus geen recht op subsidie. Bevoorschotting aan een instelling waarvan het voortbestaan onzeker wordt, kan worden gestopt. Voorkomen moet worden dat naderhand voorschotten moeten worden teruggevorderd van een instelling die niet voldoet aan haar verplichtingen.

Artikel 4:54

  • 1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen, voor zover dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald.

  • 2. De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.

    Is er een voorschot verleend dan ontstaat de verplichting tot betaling.

Artikel 4:55

  • 1. Voorschotten worden overeenkomstig de voorschotverlening betaald.

  • 2. De voorschotten worden binnen vier weken na de voorschotverlening betaald, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij de voorschotverlening anders is bepaald.

    Artikel 16 Uitbetaling

    In dit artikel wordt geregeld dat er verrekening kan plaatsvinden met voorschotten en toekomstige subsidies.

    Artikel 17 Meldingsplicht

    Dit artikel geeft aan dat de subsidieontvanger gewijzigde omstandigheden dient te melden aan het college. Deze omstandigheden kunnen zowel te maken hebben met de activiteit/prestatie als met de hoedanigheid van de aanvrager.

    Artikel 18 Regels subsidievaststelling

    De subsidievaststelling is het vervolg op de subsidieverlening. Subsidie kan voor een tijdvak van één of meerdere jaren worden verleend, maar de vaststelling geschiedt per boekjaar. Bij een subsidie hoger dan € 10.000 wordt na afloop van ieder afzonderlijk jaar van het subsidietijdvak de subsidie voor het betreffende jaar vastgesteld. Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen. Deze mogelijkheid is opgenomen in het kader van het uitgangspunt de verantwoordingslasten terug te dringen.

    Het college stelt vast aan welke eisen een verzoek om subsidievaststelling moet voldoen. Binnen twaalf weken wordt op een verzoek om vaststelling beslist, waarbij weer is bepaald dat die termijn pas gaat lopen op het moment dat een vaststellingsaanvraag compleet is.

    Artikel 19 Accountantsrapport

    Het college kan eisen dat bij de aanvraag voor de vaststelling van de subsidie een accountantsrapport is gevoegd. Als dit het geval is, geeft dit artikel aan waaraan de rapportage moet voldoen. Bijzonder is dat de subsidieontvanger er voor zorg moet dragen dat de gemeenteaccountant desgewenst nader onderzoek kan doen.

    Voor het accountantsonderzoek van “per boekjaar verstrekte subsidies” is een afzonderlijke regeling opgenomen in afdeling 4.2.8. van de Awb.

    Artikel 20 Periodieke evaluatie

    Dit artikel is een uitwerking van artikel 4:24 Awb. Aan de inhoud van de evaluatie zijn geen eisen gesteld. Deze kunnen immers per subsidie anders zijn. Ook is geen termijn voorgeschreven. Dit omdat een termijn afhankelijk is van het effect dat in beeld moeten komen (soms op korte termijn, soms op langere termijn, soms periodiek).

Artikel 4:24

Indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, wordt ten minste eenmaal in de vijf jaren een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.

Artikel 21 Financieel verslag

Instellingen die wat betreft de inkomsten geheel afhankelijk zijn van de gemeentelijke subsidie zijn op grond van artikel 4:76 verplicht een financieel verslag te maken dat aan de Awb opgesomde eisen voldoet. Dezelfde eisen worden via de verordening nu ook opgelegd aan instellingen die in overwegende mate voor hun inkomsten afhankelijk zijn van de gemeente. Dit legt weliswaar een aanzienlijke last op aan de subsidieontvangers, maar vanwege het karakter van de hier bedoelde subsidies is het opleggen van die administratieve last te rechtvaardigen.

Artikel 4:76

  • 1. Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan de subsidie omvat het financiële verslag de balans en de exploitatierekening met de toelichting en zijn het tweede tot en met het vijfde lid van toepassing.

  • 2. Het financiële verslag geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel gevormd kan worden omtrent:

  • a. het vermogen en het exploitatiesaldo, en

  • b. voor zover de aard van het financiële verslag dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de subsidieontvanger.

  • 3.

    De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer.

  • 4.

    De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo van het boekjaar weer.

  • 5.

    Het financiële verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar.

Artikel 22 Vrijstelling accountantsonderzoek

Artikel 4:28 verplicht tot een accountantsonderzoek van het financiële verslag. Dit is een vergaande controle met daaraan gerelateerde hoge accountantskosten. Het college krijgt de mogelijkheid om vrijstelling van de accountantscontrole te geven om onnodige kosten of kosten die niet in vergelijk staan met de hoogte van het subsidiebedrag te voorkomen.

Artikel 4:78

  • 1.

    De subsidieontvanger geeft opdracht tot onderzoek van het financiële verslag aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 2.

    De accountant onderzoekt of het financiële verslag voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag, voor zover hij dat verslag kan beoordelen, met het financiële verslag verenigbaar is.

  • 3.

    De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een schriftelijke verklaring omtrent de rechtmatigheid van het financiële verslag.

  • 4.

    De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van de in het derde lid bedoelde verklaring.

  • 5.

    Bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening kan vrijstelling of ontheffing worden verleend van het eerste tot en met het vijfde lid.

Artikel 23 Toezichthouders

De Awb regelt het nodige over toezichthouders en hun bevoegdheden. In de verordening wordt de mogelijkheid gegeven om de toezichthouders ook bij de subsidieverlening een rol te geven. Een verwijzing naar de Awb is daartoe voldoende. Enkele bevoegdheden die toezichthouders in het algemeen hebben, zijn echter uitdrukkelijk uitgezonderd (nemen van monsters, onderzoek vervoermiddelen).

Artikel 4:59

  • 1.

    Het bestuursorgaan dat met toepassing van deze afdeling een subsidie verleent kan een of meer toezichthouders aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de ontvanger van de subsidie opgelegde verplichtingen.

  • 2.

    De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in de artikelen 5:18 en 5:19.

Artikel 24 Hardheidsclausule

In dit artikel is een hardheidsclausule opgenomen, die echter alleen met grote terughoudendheid toegepast mag worden.

Artikel 25 Overgangsbepaling

Om geen juridische leemte te laten ontstaan, geldt de bestaande, oude regelgeving voor de subsidieaanvragen, waarop nog niet is beslist. De nieuwe regelgeving is van toepassing op alle subsidies die in behandeling worden genomen na inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 26 Inwerkingtreding

Deze bepaling behoeft geen toelichting.

Artikel 27 Citeertitel

Deze bepaling behoeft geen toelichting.

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-