Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Strijen

Gemeenschappelijke regeling ICT-samenwerking Hoeksche Waard (ISHW)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieStrijen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingGemeenschappelijke regeling ICT-samenwerking Hoeksche Waard (ISHW)
CiteertitelGemeenschappelijke regeling ISHW
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene wet bestuursrecht
  2. Algemene wet bestuursrecht
  3. Wet gemeenschappelijke regelingen
  4. Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2016art. 5, 6, 14, 21, 22, 29

03-12-2013

Staatscourant 2015, 48938

Onbekend
01-01-201401-01-2016nieuwe regeling

03-12-2013

Het Kompas, 13-12-2013

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling ICT-samenwerking Hoeksche Waard (ISHW)

Vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen op 3 december 2013

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen na verkregen toestemming door de raden van die gemeenten als bedoeld in artikel 1, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Overwegende dat

  • -

    gemeenten worden overstelpt met ontwikkelingen met een ICT-component en deze ontwikkelingen steeds minder vrijblijvend zijn;

  • -

    gemeenten door wet- en regelgeving steeds meer gedwongen worden grote ICT-vernieuwingen door te voeren;

  • -

    bovenstaande ontwikkelingen aanzienlijke investeringen in de techniek vragen en ook om organisatorische professionalisering;

  • -

    in de praktijk blijkt dat kleinere gemeenten (<50.000 inwoners) niet of slechts tegen onevenredig hoge kosten in staat zijn om invulling te geven aan deze ontwikkelingen;

  • -

    de oplossing hiervoor kan worden gevonden in het aangaan van een samenwerkingsverband;

  • -

    de gemeenten in de Hoeksche Waard daarom een gezamenlijke ICT-organisatie inrichten die stoelt op een volledige integratie van de bestaande ICT-activiteiten;

  • -

    deze samenwerking moet leiden tot meer kwaliteit van de dienstverlening en bedrijfsvoering, minder kwetsbaarheid en minder (meer)kosten dan wanneer dit individueel zou plaatsvinden;

  • -

    deze samenwerking wordt ingericht als een gemeenschappelijke regeling met het uitgangspunt van een compact bestuur waarin Algemeen Bestuur (AB) en Dagelijks Bestuur (DB) in elkaar zijn geschoven en waarin de DB-taken worden uitgevoerd door het regioMT ISHW, daartoe gemandateerd door het /DB.

Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet

B E S L U I T E N:

tot het treffen van de navolgende gemeenschappelijke regeling ICT-samenwerking Hoeksche Waard (ISHW)

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. deelnemende gemeente: de gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen; b. Dienst: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2; c. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; d. Gemeentewet: de Gemeentewet, met inachtneming van artikel VIIIa Wet dualisering gemeentebestuur; e. ICT: informatie- en communicatietechnologie; f. personeel: het personeel dat op basis van een ambtelijke aanstelling dan wel een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is bij ISHW; g. regeling: de gemeenschappelijke regeling ISHW; h. regioMT ISHW: regionaal managementteam ICT-samenwerking Hoeksche Waard, waarin de gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten zitten; i. Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 2.

    Waar in deze regeling gesproken wordt van de Gemeentewet, dient voor raad, college en burgemeester gelezen te worden algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter.

Artikel 2 Openbaar lichaam

  • 1.

    Er is een openbaar lichaam met de naam ICT-samenwerking Hoeksche Waard (ISHW).

  • 2.

    Het openbaar lichaam is gevestigd te Binnenmaas en heeft rechtspersoonlijkheid volgens de wet.

Hoofdstuk II Doelstelling, taken en bevoegdheden

Artikel 3 Doel

De Dienst verzorgt voor de deelnemende gemeenten in brede zin de ondersteuning op het terrein van de ICT en creëert de voorwaarden voor een efficiënte bedrijfsvoering en een efficiënte en klantgerichte dienstverlening.

Artikel 4 Taken en bevoegdheden

  • 1.

    De dienst voert op ICT-gebied de volgende basistaken uit voor de deelnemende gemeenten: a. systeem- en netwerkbeheer; b. beheer werkplekken; c. beheer mobiele telefoons; d. beheer overige apparatuur; e. servicedesk en storingsdienst; f. inkoop; g. projectleiding; h. gegevensbeheer; i. applicatiebeheer; j. informatiemanagement; k. technisch en functioneel beheer website; l. beleid en beheer GIS (Geografische Informatie Systemen) m. het ontwikkelen van beleid op ICT-gebied

  • 2.

    De basistaken worden vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst en worden jaarlijks door het dagelijks bestuur in een bij de begroting behorend jaarwerkplan nader uitgewerkt en vastgesteld. In de dienstverleningsovereenkomst wordt voorts uitgewerkt hoe de relatie tussen het ISHW en haar klanten is (strategisch, tactisch en operationeel), welk niveau van de dienstverlening door het ISHW wordt geleverd en op welke manier het ISHW invulling geeft aan de uniforme (voor iedere klant geldende) toepassing van ICT.

  • 3.

    Naast het uitvoeren van de basistaken kan de Dienst ook aanvullende dienstverlening voor één of meer van de deelnemende gemeenten verzorgen, zolang deze verband houden met het doel zoals geformuleerd in artikel 3 van deze regeling. Deze aanvullende dienstverlening wordt apart in rekening gebracht. Ook deze aanvullende dienstverlening wordt jaarlijks, voor zover voorzienbaar, door het dagelijks bestuur in een bij de begroting behorend jaarwerkplan vastgelegd. Tevens zal daarbij door het dagelijks bestuur het overeengekomen tarief voor de aanvullende dienstverlening worden vastgesteld. De Dienst sluit hiertoe een aparte dienstverleningsovereenkomst met de betreffende gemeente of gemeenten waarin tevens de gevolgen worden geregeld voor de beëindiging van de dienstverlening.

  • 4.

    Naast de in het eerste, tweede en derde lid genoemde taakuitoefening voor de deelnemende gemeenten kan de Dienst basistaken of aanvullende dienstverlening verrichten voor andere organisaties die zijn ingesteld ter uitvoering van aan de deelnemende gemeenten opgedragen wettelijke taken. Deze dienstverlening wordt apart in rekening gebracht tegen een door het dagelijks bestuur vastgesteld tarief en deze wordt in het jaarwerkplan vastgelegd.

Artikel 5 Overdracht bevoegdheden

  • 1.

    De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten dragen hun taken en bevoegdheden die bij of krachtens de Gemeentewet, waaronder artikel 160 lid 1 sub a aan hen zijn opgedragen, over aan de ISHW voor zover deze nodig zijn om het doel zoals genoemd in artikel 3 en de taken genoemd in artikel 4 te verwezenlijken.

  • 2.

    ISHW kan niet zelfstandig besluiten tot uitbreiding van de overgedragen bevoegdheden.

Hoofdstuk III Het algemeen bestuur

Artikel 6 Samenstelling

  • 1.

    Het algemeen bestuur bestaat uit tien leden.

  • 2.

    De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten wijzen per gemeente twee leden uit hun midden aan. Voor ieder lid wordt tevens een plaatsvervangend lid aangewezen door en uit het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het tijdstip waarop het lid ophoudt lid te zijn van het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen.

  • 4.

    Indien een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijst het betreffende college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.

  • 5.

    Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden.

  • 6.

    Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.

  • 7.

    Elk lid heeft één stem. Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen.

Artikel 7 Werkwijze

  • 1.

    Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of een lid van het algemeen bestuur daarom vraagt onder schriftelijke opgave van te behandelen onderwerpen.

  • 2.

    Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen.

  • 3.

    Tot de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur behoren in ieder geval: a. Het aanwijzen en zo nodig ontslaan van de leden van het dagelijks bestuur; b. Het aanwijzen van de voorzitter; c. Het instellen van een commissie; d. Het geven van inlichtingen aan de raden van de deelnemende gemeenten; e. Het vaststellen van de begroting; f. Het vaststellen van de rekening; g. Het regelen van de toetreding van andere gemeenten h. Het regelen van de uittreding van gemeenten, en i. Het opstellen van een liquidatieplan bij opheffing.

  • 4.

    De in lid 3 genoemde taken en bevoegdheden zijn niet overdraagbaar.

Hoofdstuk IV Het dagelijks bestuur

Artikel 8 Samenstelling

  • 1.

    Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden.

  • 2.

    De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur.

  • 3.

    De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.

  • 4.

    Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt op het tijdstip waarop het lid ophoudt lid te zijn van het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen.

  • 5.

    Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.

Artikel 9 Werkwijze

  • 1.

    Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht, zulks onder opgave van de te behandelen onderwerpen.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur kan de uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden in mandaat opdragen aan een of meer leden van dat bestuur en aan de (roulerend) voorzitter van het regioMT ISHW zoals bedoeld in artikel 15. Deze voorzitter is op zijn beurt bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden door te mandateren aan de manager van de dienst. De manager is vervolgens bevoegd om, na verkregen toestemming van de voorzitter van het regioMT ISHW, deze bevoegdheden door te mandateren aan een medewerker.

  • 3.

    De opgedragen bevoegdheid wordt uit naam en onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur uitgeoefend.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur kan in het kader van de opgedragen bevoegdheden, bedoeld in het tweede en derde lid, alle aanwijzingen geven die het nodig acht.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast, dat ter kennis wordt gebracht van het algemeen bestuur. Artikel 58 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 6.

    Elk lid heeft één stem. Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen.

Artikel 10 Taak

Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse leiding van de Dienst, inclusief het nemen van rechtspositionele besluiten, behoudens de rechtspositionele besluiten die krachtens deze regeling bij het algemeen bestuur berusten. Tot de dagelijkse leiding van de dienst behoort in elk geval:

  • a.

    het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd;

  • b.

    het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur;

  • c.

    het beheer van de gelden van de regeling;

  • d.

    de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding;

  • e.

    het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in en buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit, voor zover het belangen en bevoegdheden betreft die aan de regeling zijn toegekend dan wel overgedragen;

  • f.

    het houden van toezicht op alles wat de regeling aangaat;

  • g.

    de algehele verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering over de organisatie van de Dienst.

Hoofdstuk V De Voorzitter

Artikel 11 Benoeming en taak

  • 1.

    De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen.

  • 2.

    Het voorzitterschap eindigt indien betrokkene ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.

  • 3.

    De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

  • 4.

    Bij verhindering van de voorzitter wordt deze vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, aan te wijzen door het dagelijks bestuur.

  • 5.

    De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan, tenzij hij hiertoe een ander gemachtigd heeft.

  • 6.

    De voorzitter vertegenwoordigt de Dienst in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.

Hoofdstuk VI De manager

Artikel 12 Benoeming en taak

  • 1.

    Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden bijgestaan door een manager die in de vergaderingen van deze bestuursorganen een adviserende taak heeft. De manager vervult ten behoeve van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur de functie van ambtelijk secretaris.

  • 2.

    De aanstelling, de schorsing en het ontslag van de manager geschiedt door het algemeen bestuur, het regioMT, bedoeld in artikel 15, gehoord.

  • 3.

    De manager is belast met de dagelijkse leiding van de Dienst.

  • 4.

    De manager ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.

  • 5.

    De manager legt verantwoording af aan het dagelijks bestuur.

Artikel 13 Managementstatuut

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt, het regioMT uit artikel 15 gehoord, een managementstatuut vast waarin de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in hoofdlijnen zijn vastgelegd.

  • 2.

    Bij het managementstatuut wordt een bijlage gevoegd waarin de bevoegdheden worden opgenomen die in ondermandaat aan de manager zijn opgedragen door de voorzitter van het regioMT ISHW, die daartoe is gemandateerd door het dagelijks bestuur of de voorzitter van het bestuur.

Hoofdstuk VII Commissies

Artikel 14 Commissies

  • 1.

    Het algemeen bestuur kan vaste commissies van advies instellen, overeenkomstig artikel 24 van de Wet.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt op voorstel van het dagelijks bestuur, in ieder geval een adviescommissie, genaamd Gebruikerscommissie, in ten behoeve van het dagelijks bestuur, bestaande uit ambtelijke functionarissen die door de deelnemende gemeenten zijn aangewezen. Elke deelnemende gemeente vaardigt één functionaris af. Naast het geven van advies aan het dagelijks bestuur zal deze commissie ook advies geven aan de manager en fungeren als klankbord voor deze functionaris.

  • 3.

    Het regioMT ISHW adviseert in de hoedanigheid van de Auditcommissie het algemeen en dagelijkse bestuur gevraagd en ongevraagd met betrekking tot financiëleaangelegenheden en is in die hoedanigheid ook toezichthouder bij de Audits.

  • 4.

    Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin de samenstelling, taken en bevoegdheden en de werkwijze van de Auditcommissie verder wordt uitgewerkt.

Hoofdstuk VIII Regionaal Managementteam ISHW

Artikel 15 Regionaal Managementteam ISHW

  • 1.

    Er is een regionaal managementteam ICT-samenwerking Hoeksche Waard (regioMT ISHW) bestaande uit de gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    De voorzitter van het regioMT ISHW oefent de bevoegdheden uit die hem op grond van de artikelen 7 lid 2 en 9 lid 2 kunnen worden gemandateerd. Hij neemt geen besluit zonder het regioMT te hebben gehoord.

  • 3.

    Het regioMT ISHW adviseert de voorzitter op basis van consensus ten aanzien van de bevoegdheden benoemd in het tweede lid. Indien niet tot een eensluidend advies kan worden gekomen en er dus geen consensus is, maakt de voorzitter geen gebruik van het mandaat en beslist de oorspronkelijke mandaatgever.

  • 4.

    In de door het algemeen bestuur op te stellen organisatieverordening over de ambtelijke organisatie van de dienst worden ook de positie en de taken van het RegioMT en de onderlinge verhoudingen binnen het regioMT ISHW nader uitgewerkt.

Hoofdstuk IX Inlichtingen en verantwoording

Artikel 16 Naar de gemeenten

  • 1.

    Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, schriftelijk aan de raden van de deelnemende gemeenten de door hen, of de door een of meer van hun leden, gevraagde inlichtingen.

  • 2.

    Het algemeen en het dagelijks bestuur geven daarnaast aan de raden en colleges van burgemeester en wethouders ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door die bestuursorganen gevoerde beleid nodig is.

  • 3.

    Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door het college, of een of meer leden daarvan, worden verlangd. Het verschaffen van die inlichtingen geschiedt volgens de door de betrokken deelnemende gemeente geregelde wijze.

  • 4.

    Een lid van het algemeen bestuur is aan het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen, of een of meer leden daarvan, verantwoording schuldig voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid. Het afleggen van verantwoording geschiedt volgens de door de betrokken deelnemende gemeente geregelde wijze.

  • 5.

    Een lid van het algemeen bestuur kan door het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen worden ontslagen indien dit lid niet meer het vertrouwen van dat college bezit.

  • 6.

    Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raad van de gemeente van welk het college van burgemeester en wethouders het betreffende lid heeft aangewezen.

Artikel 17 Intern

  • 1.

    De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door hen gevoerde bestuur.

  • 2.

    Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het algemeen bestuur of aan een of meer leden daarvan alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

  • 3.

    Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur bezit. Artikel 49 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 4.

    Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter.

Hoofdstuk X Personeel

Artikel 18 Personeel

  • 1.

    Bij de Dienst is personeel werkzaam.

  • 2.

    Op het personeel in ambtelijke dienst is de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor het gemeentepersoneel, de CAR/UWO, zoals geldend in de gemeente Binnenmaas, van toepassing.

  • 3.

    Naast het bepaalde in het tweede lid kan het dagelijks bestuur aanvullende rechtspositieregelingen vaststellen.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur hoort de manager, alvorens een besluit tot aanstelling, schorsing of ontslag te nemen omtrent het personeel van de Dienst.

Hoofdstuk XI Archief

Artikel 19 Archief

Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de Dienst. Ten aanzien van de archiefbescheiden zijn de voorschriften die voor gemeenten gelden van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk XII Begroting en rekening

Artikel 20 Financiën algemeen

Met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie, het kasbeheer en de controle zijn de artikelen 212 tot en met 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21 Begroting

  • 1.

    Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op voor het volgende kalenderjaar en zendt deze, voorzien van een toelichting, voor 15 april toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. Tegelijkertijd zendt het dagelijks bestuur voor de looptijd van de begroting een meerjarenbeleidsvisietoe aan de raden van de deelnemende gemeenten. Deze visie beslaat een looptijd gelijk aan de looptijd van de meerjarenbegroting.

  • 2.

    De begroting, de jaarrekening en het jaarverslag dienen te voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

  • 3.

    De raden van de deelnemende gemeenten kunnen het dagelijks bestuur van hun gevoelen over de ontwerpbegroting en over de meerjarenbeleidsvisie doen blijken.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk de opmerkingen van de raden over de begroting, de opmerkingen over de meerjarenbeleidsvisie en eventueel een nota van wijzigingen aan het algemeen bestuur.

  • 5.

    Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenbeleidsvisie vast en zendt terstond afschriften aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

  • 7.

    De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens deze wet niet is afgeweken.

  • 8.

    In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente voor dat jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage in de kosten voor de basistaken als bedoeld in artikel 4 lid 1, voortvloeiende uit de regeling. Deze bijdrage wordt voor alle deelnemende gemeenten bepaald naar het aantal inwoners.

  • 9.

    Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage naar inwonersaantal wordt uitgegaan van het inwonersaantal op 1 januari van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van het inwonersaantal wordt aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het lopende jaar openbaar gemaakte cijfers.

  • 10.

    De deelnemende gemeenten nemen de in de begroting geraamde bijdragen voor hun gemeente op in de gemeentebegroting.

  • 11.

    Indien aan het algemeen bestuur van het ISHW blijkt dat een deelnemende gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.

  • 12.

    De deelnemende gemeenten zullen er steeds voor zorg dragen dat het openbaar lichaam te allen tijden over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

  • 13.

    Baten en lasten die verband houden met de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 4 leden 3 en 4 worden afzonderlijk in de begroting van de ISHW opgenomen.

  • 14.

    De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli de helft van de in het achtste lid bedoelde bijdrage.

  • 15.

    In een door het algemeen bestuur op te stellen Financiële Verordening wordt de nadere financiële kaderstelling geregeld.

Artikel 22 De rekening

  • 1.

    Het dagelijks bestuur biedt de rekening, na toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet aangewezen deskundige en van hetgeen het dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan en zendt deze vóór 15 april ter kennisname aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

  • 4.

    De vaststelling strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.

  • 5.

    De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld naar het inwonersaantal op 1 januari van het jaar, waarop de rekening betrekking heeft.

  • 6.

    Voor de vaststelling van het inwonersaantal wordt aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het lopende jaar openbaar gemaakte cijfers.

  • 7.

    Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 21 betaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats na de vaststelling van de rekening.

  • 8.

    Facturering van de aanvullende dienstverlening geschiedt achteraf per kwartaal. De basis hiervoor vormt de boekhouding die door de Dienst ten aanzien van de aanvullende dienstverlening wordt bijgehouden en de overeengekomen tarieven.

Hoofdstuk XIII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 23 Toetreding

  • 1.

    Toetreding tot deze regeling kan geschieden bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van die gemeente, doch slechts wanneer de colleges van burgemeesters en wethouders van alle deelnemende gemeenten hiertoe besluiten, zulks na verkregen toestemming van de gemeenteraden.

  • 2.

    Aan een besluit bedoeld in lid 1, eerste zin, van dit artikel gaat de volgende procedure vooraf: a. het verzoek tot toetreding wordt ingediend bij het algemeen bestuur, dat zo spoedig mogelijk dit verzoek behandelt in een vergadering; b. in deze vergadering stelt het algemeen bestuur een advies op, gericht aan de colleges van burgemeesters en wethouders en de raden der deelnemende gemeenten, betreffende de gevraagde toetreding; c. het verzoek om toetreding wordt, vergezeld van het onder b. bedoelde advies, doorgezonden aan de colleges van burgemeesters en wethouders en de raden der deelnemende gemeenten, die beslissen respectievelijk verzocht worden te beslissen over de in het eerste lid bedoelde toestemming; d. het dagelijks bestuur stelt de verzoekende gemeente in kennis van de genomen besluiten, als bedoeld onder c.

  • 3.

    De toetreding treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin het gemeentebestuur dat daartoe bij deze regeling is aangewezen de wijziging van de regeling aan gedeputeerde staten heeft toegezonden, tenzij het besluit een latere datum van ingang heeft en overigens de toetreding op de gebruikelijke wijze is bekend gemaakt.

  • 4.

    De toetredende gemeente is de in artikel 21 bedoelde bijdrage voor het eerst verschuldigd met ingang van 1 januari van het jaar, waarin het besluit tot toetreding is toegezonden aan Gedeputeerde staten, tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt.

Artikel 24 Uittreding

  • 1.

    Een deelnemende gemeente kan uittreden door een besluit van het college van burgemeester en wethouders van die gemeente, zulks na verkregen toestemming van de raad van die gemeente.

  • 2.

    De uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van een jaar, met dien verstande dat ten minste een opzegperiode van één kalenderjaar na het besluit, bedoeld in het eerste lid in acht is genomen.

  • 3.

    Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding.

  • 4.

    De uittredende gemeente dient een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingssom te betalen. Over de hoogte van deze uittredingssom wordt geadviseerd door een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant die een plan opstelt dat ten minste inzicht geeft in alle kosten, die direct en indirect samenhangen met de uittreding. De kosten van het plan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. Het algemeen bestuur betrekt dit plan, dat dus ook een advies bevat over de hoogte van de uittredingssom, bij het vaststellen van de uittredingssom.

Artikel 25 Wijziging

  • 1.

    Zowel het dagelijks bestuur van het samenwerkingsorgaan als het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente kunnen bij het algemeen bestuur voorstellen indienen inzake wijziging van de regeling.

  • 2.

    Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten.

  • 3.

    Een wijziging van deze regeling vindt slechts plaats wanneer de colleges van burgemeesters en wethouders van alle deelnemende gemeenten hiertoe besluiten, zulks na verkregen toestemming van de gemeenteraden.

  • 4.

    De wijziging gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die waarin de wijziging openbaar is bekendgemaakt op de wijze zoals bedoeld in artikel 26 van de wet, tenzij het besluit tot wijziging een latere datum van ingang heeft. Het gemeentebestuur dat daartoe bij deze regeling is aangewezen zend de wijziging van de regeling aan gedeputeerde staten toe.

Artikel 26 Opheffing

  • 1.

    De regeling wordt opgeheven wanneer de colleges van burgemeester en wethouders van alle deelnemende gemeenten daartoe besluiten, zulks na verkregen toestemming van gemeenteraden.

  • 2.

    De opheffing gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die waarin de opheffing openbaar is bekendgemaakt, tenzij het besluit tot opheffing een latere datum van ingang heeft.

  • 3.

    In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en het stelt daarvoor regels vast. Hierbij kan van de bepalingen in de regeling worden afgeweken. Alle rechten en plichten van de regeling zijn in het liquidatieplan verdeeld over de deelnemers.

  • 4.

    Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten gehoord zijn, vastgesteld.

  • 5.

    Het liquidatieplan voorziet in de financiële gevolgen van de opheffing. Op de liquidatierekening is het bepaalde ten aanzien van de jaarlijkse rekening zoveel mogelijk van toepassing. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die opheffing heeft voor het personeel.

  • 6.

    De bestuursorganen van de regeling blijven zo nodig ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.

Hoofdstuk XIV Geschillen

Artikel 27 Geschillen

Ten aanzien van geschillen omtrent de toepassing van de regeling in de ruimste zin, geldt het gestelde in artikel 28 van de wet.

Hoofdstuk XV Extern klachtrecht

Artikel 28 Klachten

De externe beoordeling van verzoekschriften als bedoeld in titel 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht is opgedragen aan de Ombudscommissie Hoeksche Waard. De werkwijze zoals vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling Ombudscommissie Hoeksche Waard is op de behandeling van deze verzoekschriften van toepassing.

Hoofdstuk XVI Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 29 Inwerkingtreding en duur van de regeling

  • 1.

    De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die van opname in de registers als bedoeld in artikel 27 lid 1, van de wet en de regeling op de gebruikelijke wijze als bedoeld in artikel 26 van de wet is bekend gemaakt.

  • 2.

    De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders van Binnenmaas draagt zorg voor de inzending van de regeling aan gedeputeerde staten, als bedoeld in artikel 26 van de wet, binnen een maand na vaststelling van de regeling en voor de bekendmaking als bedoeld in aritkel 26 tweede lid van de wet.

Artikel 30 Titel

De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling ISHW.

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Strijen op 24 november 2015, de secretaris, de burgemeester,

C.de Visser A.J. Moerkerke