Nota Horecabeleid

Geldend van 01-01-2009 t/m heden

Intitulé

Nota Horecabeleid

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1. Alcohol in onze samenleving

Alcohol is het meest gebruikte genotmiddel in ons land. Het gebruik is sociaal en economisch diep in onze samenleving geworteld. Er zijn ruim 61.000 vaste plaatsen waar alcoholhoudende dranken gekocht kunnen worden. Daarnaast is alcohol beschikbaar tijdens vele evenementen van tijdelijke aard (braderieën, buurtfeesten, kermissen, carnaval, Koninginnedag etc..). Jaarlijks wordt voor € 3,2 miljard aan alcoholhoudende dranken in levensmiddelenwinkels en slijterijen gekocht. Van deze detailhandelsbestedingen vindt 28% plaats via de slijter. De omzet in de horeca is circa

€ 13,6 miljard. Daarvan wordt naar schatting een kwart aan alcoholhoudende drank besteed. De werkgelegenheid in de productiesector bedraagt circa 8.500 werknemers, in de horeca werken 300.000 mensen, in de slijterijsector 2.600.

1.2. Alcoholgebruik en alcoholproblemen

In 2005 dronken 11 miljoen Nederlanders gezamenlijk ruim 8,8 miljard glazen bier, wijn, mixdranken en gedistilleerd. Sinds 1980 zijn we méér wijn en mixdranken en minder gedistilleerd en bier gaan drinken. Toch is bier nog steeds de meest gedronken alcoholhoudende drank. Onmiskenbaar zijn aan alcoholgebruik positieve aspecten verbonden. Velen vinden het lekker en gezellig om te drinken. Bovendien versoepelt het gezamenlijk alcoholgebruik het leggen van sociale contacten. Van oudsher speelt alcohol ook een belangrijke rol wanneer er iets te vieren valt. Het drinken van een enkel glas alcoholhoudende drank levert bij volwassenen vrijwel nooit lichamelijke problemen op. Bij mensen van middelbare leeftijd heeft matig en verstandig gebruik zelfs een beschermend effect op het ontstaan van bepaalde hart- en vaatziekten.

Dat neemt anderzijds niet weg dat overmatig gebruik riskant is en in de praktijk leidt tot lichamelijke en maatschappelijke schade. Overmatig alcoholgebruik op jonge leeftijd leidt gemakkelijk tot alcoholvergiftiging en tot schade aan de hersenen. Die zijn immers nog in de groei.

In Zeeuws-Vlaanderen hebben meer jongeren (14/15 jaar) wel eens alcohol gedronken dan op Walcheren en in de Oosterschelderegio. Ook geven meer Zeeuws-Vlaamse jongeren aan wel eens dronken te zijn geweest. Eén op de elf Zeeuws-Vlamingen van 14/15 jaar drinkt op een weekenddag 11 of meer glazen alcohol. Van de Zeeuws-Vlaamse ouderen is één op de tien een zware drinker.

1.3. Uitgangspunten nota gemeente Terneuzen

Horeca is essentieel voor de levendigheid en de aantrekkelijkheid van de gemeente Terneuzen. Verder is het een niet te onderschatten economische factor in termen van werkgelegenheid en aantrekkende werking. Dit laatste komt tot uiting in de ondersteunende functie voor activiteiten zoals toerisme, winkelen, sporten en sociaal-culturele aangelegenheden. Daarom is het belangrijk dat kwaliteit en kwantiteit gewaarborgd zijn.

Met de kwaliteitseis hangt de basisvoorwaarde samen dat mensen op een veilige manier kunnen uitgaan in de gemeente Terneuzen, maar ook dat overlast voor de omgeving wordt tegengegaan.

Om te zorgen dat dit laatste aspect wordt gewaarborgd is het noodzakelijk dat een integrale beleidsnota wordt opgesteld, waarin alle ter zake relevante aspecten aan de orde komen. Hoewel voorop blijft staan dat in geval van conflicterende belangen van overheid en ondernemers de oplossing gevonden dient te worden in onderling overleg, is met het oog op de beheersbaarheid regulering onontbeerlijk. Omdat regulering haaks staat op het beleid van de gemeente Terneuzen om daar waar mogelijk, te komen tot deregulering, is het van belang dat in de nota duidelijk kan worden aangegeven wat de gemeente wil bereiken en welk instrument daarbij ingezet wordt.

De Nota Horecabeleid heeft de vorm van een kaderplan, waarin zo mogelijk beleid over de ontwikkelingsmogelijkheden wordt geschetst, maar waar in ieder geval de randvoorwaarden van het gemeentelijk beleid worden beschreven. Niet mag uit het oog worden verloren dat het primaat bij verbreding, verdieping en vergroting van het aanbod vooral bij de branche ligt. De gemeente heeft daarbij een faciliterende en randvoorwaardenscheppende rol.

De volgende doelstellingen kunnen worden geformuleerd:

Het beleid dient een belangrijke bijdrage te leveren aan de verhoging van de aantrekkelijkheid van de centrumfuncties binnen de kernen in de gemeente;

Integrale, efficiënte en klantgerichte afhandeling van vergunningaanvragen voor horeca-inrichtingen;

Ontwikkeling van een doorzichtig en integraal beleid voor horeca-inrichtingen;

Ontwikkeling van een beheerssysteem van alle horecarelevante vergunningen en ontheffingen;

Het zoveel mogelijk voorkomen van verstoring van de openbare orde en veiligheid;

Een goede afstemming van de horeca-inrichtingen op het woon- en leefmilieu, waardoor vermenging zoveel mogelijk voorkomen wordt;

Een consequente handhaving van regelgeving;

Tot stand brengen van een structureel overleg met horecaondernemers, gemeente en politie.

Goede ordening in verband met samenhang/scheiding andere functies zoals wonen, recreatie, winkelen etc. op een zodanige wijze dat conflicten worden voorkomen en/of opgelost;

Situatieve beoordeling van de inpassing van diverse soorten horeca.

1.4. Centraal aanspreekpunt en horecaoverleg

Voor de ondernemer is het van belang dat er binnen de gemeentelijke organisatie één aanspreekpunt is waar hij met al zijn vragen terecht kan. Per 1 juli 2008 heeft een reorganisatie plaatsgevonden hetgeen geresulteerd heeft in een afdeling Vergunningen en Handhaving. De persoon op de afdeling Vergunningen & Handhaving die met de uitvoering van de Drank- en Horecawet belast is, is de aangewezen persoon om horecaondernemers met hun vragen te helpen.Via één punt kan een goede doorgeleiding en afhandeling plaatsvinden naar de betreffende vakafdelingen, politie en brandweer.

Alhoewel vaak wordt gesproken over de functie van één loket, wordt de voorkeur gegeven aan de benaming ‘centraal aanspreekpunt’, om er geen enkel misverstand over te laten bestaan dat binnen het gemeentelijk apparaat diverse disciplines zich met het fenomeen ‘ondernemen’ bezighouden.

Een bijzonder aspect dat eigen is aan de horeca is het openbare orde en veiligheidsaspect, dat een eigen regiem kent. Het beleid terzake is in bestuurlijk opzicht met uitsluiting van anderen een zaak van de burgemeester, die hierbij ambtelijk terzijde wordt gestaan door het Team Bestuur. Wel brengt deze verdeling mogelijk onduidelijkheid op het gebied van communicatie, met name daar waar overlegsituaties met de sector plaatsvinden. Er moet voor worden gewaakt dat een sterke benadrukking van de economische betekenis van de horeca het openbare orde- en veiligheidsaspect wegdrukt èn omgekeerd.

Twee keer per jaar worden de plaatselijke horecaondernemers (of een afvaardiging daarvan), vertegenwoordigers van Horeca Nederland, afdeling Zeeuwsch-Vlaanderen, de burgemeester, de bedrijfscontactfunctionaris, de ambtenaar belast met de Drank- en Horecawet, een ambtenaar van Omgeving en Economie (belast met milieuzaken), een ambtenaar van wijkbeheer, een ambtenaar van Vergunningen en Handhaving en de ambtenaar openbare orde en veiligheid alsmede een vertegenwoordiger van de regiopolitie en de brandweer schriftelijk benaderd of er behoefte bestaat aan een overleg teneinde actuele zaken, problemen of ontwikkelingen te bespreken. Zij dienen dan agendapunten aan te dragen. Naast dit overleg kan, afhankelijk van de agenda, beperkt overleg worden ingesteld met betrekking tot het beleid betreffende een bepaalde kern of concentratiegebied. Vanzelfsprekend kan te allen tijde bij belangrijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld wijziging Drank- en Horecawet) door de gemeente een informatiebijeenkomst georganiseerd worden voor de horecaondernemers.

Door deze overlegstructuur wordt de ‘kwaliteitskring’, die enkele jaren geleden uitsluitend is ingesteld voor de situatie in de Nieuwstraat en omgeving, overbodig.

Op 1 juli 2008 is de Wet samenhangende besluiten Algemene wet bestuursrecht (Awb) in werking getreden. Met deze aanvulling op de Algemene wet bestuursrecht wordt ernaar gestreefd om de kwaliteit van de dienstverlening door de overheid te verbeteren en om het bestuursrecht slagvaardiger te maken.

Naar verwachting treedt de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) met ingang van 1 januari 2010 in werking. Met de invoering van de Wabo zal een aantal vergunningen, zoals bouwvergunning, milieuvergunning en evenementenvergunning, plaats maken voor één integrale omgevingsvergunning. Daarmee komt er één procedure voor hetzelfde project met daarbij één loket, één bevoegd gezag, één integrale afweging en één beroepsgang. De Drank- en Horecawet valt overigens niet onder de werkingssfeer van de Wabo maar de vergunningverlening en handhaving van de Drank- en Horecawet behoort in het werkproces van de Wabo te worden meegenomen. Met de komst van de nieuwe afdeling Vergunningen & Handhaving is de gemeentelijke organisatie hierop inmiddels aangepast.

2. Uitgaanscentra

2.1 Uitgaanscentrum Nieuwstraat

In maart 2003 is door Bureau Polyground Management & Advies een rapport opgesteld met betrekking tot de uitgaansfunctie van de Nieuwstraat. Hier worden in het kort de aanbevelingen en conclusies herhaald.

Naar aanleiding van de gesprekken en de bijeenkomst voor de horeca werd aanbevolen om een kwaliteitskring voor de Nieuwstraat op te richten om de veiligheid en aantrekkelijkheid van het uitgaansleven te vergroten. In de kwaliteitskring nemen de politie, de horeca en de gemeente deel.

Uitgangspunten voor de actiepunten vormden:

Geweld en ongewenst gedrag uitgaanspubliek

Bereikbaarheid politie

Straatverlichting en aankleding

Vervoer en parkeren.

De aanbevelingen in de rapportage zijn nog gedeeltelijk actueel. De straatverlichting is een aantal jaren geleden aangepast. Daarnaast is de straat aangekleed met boombanken en bloembakken. Momenteel wordt bekeken om in de nabijheid van de Nieuwstraat een tweetal taxistandplaatsen te realiseren en door de opening van de tweede parkeergarage kan het uitgaanspubliek gemakkelijk parkeren in Terneuzen. Geweld en ongewenst gedrag van het uitgaanspubliek blijven een issue alhoewel de politie daarbij aangeeft dat het aantal geweldsdelicten is afgenomen sinds de invoering van de sluitingstijden. Horecaondernemers in de Nieuwstraat zouden nog steeds graag zien dat politieagenten die op dat moment van dienst zijn via een rechtstreeks mobiel nummer te bereiken zijn in het geval van calamiteiten. De politie wil echter vasthouden aan het algemeen nummer 0900-8844. De inspanningen blijven gericht om de kwaliteit van de horeca in de Nieuwstraat te verbeteren.

Zoals reeds bij paragraaf 1.4 aangegeven wordt de ‘kwaliteitskring’ op korte termijn vervangen door een andere vorm van horecaoverleg.

2.2 Andere uitgaanscentra

Ook in andere kernen zoals bijvoorbeeld Axel en Sas van Gent, zijn uitgaanscentra herkenbaar. De in deze notitie vastgelegde doelstellingen zijn uiteraard ook van toepassing op andere of andersoortige uitgaanscentra in de gemeente Terneuzen.

In 2008 zijn er 14 geluidsklachten bij milieu gemeld met betrekking tot horecabedrijven (Terneuzen: 7, Axel: 4, Sas van Gent: 2 en Philippine: 1).

3. Vestigingsbeleid

Het aantal horeca-inrichtingen in de huidige gemeente Terneuzen bedraagt 25 tot 35 bedrijven per 10.000 inwoners. Ter vergelijking: voor de gemeenten Veere , Noord-Beveland en Sluis bedraagt dit cijfer meer dan 45; voor Hulst 35 tot 45; voor Goes , Vlissingen en Middelburg 25 tot 35 en voor Borssele , Kapelle , Reimerswaal en Tholen 15 tot 25 (bron: bedrijfschap Horeca en catering).

Het ligt voor de hand dat horecabedrijven bij voorkeur gevestigd zijn daar, waar de omgeving de belevingswaarde van het bedrijf ondersteunt. Daarbij zijn bereikbaarheid (verkeer en parkeren), sfeer, waaronder ook de inrichting van de openbare ruimte wordt begrepen en milieuaspecten (geluid!) van belang.

De vestiging van de horeca in de gemeente mist nog de nodige ruimtelijke samenhang. Op de meeste plaatsen is er sprake van een spontane groei en concentratie aan de hand van bovengenoemde belevingswaarden. In het (verre) verleden speelden deze aspecten een niet zo grote rol, zodat ongetwijfeld de vestiging van veel horeca-inrichtingen historisch bepaald is, met name in de kleinere kernen. In het kader van de actualisatie van bestemmingsplannen dient met name aandacht te worden besteed aan de Binnenstad van Terneuzen en de kernen Sas van Gent en Axel. Elke kern kent zijn eigen specifieke situatie, zodat met betrekking tot vestiging van horeca maatwerk geleverd moet worden.

3.1 Terneuzen Binnenstad

Het vestigingsbeleid spitst zich in eerste aanleg toe op Terneuzen binnenstad. In de periode 1992 tot 1996 is gezocht naar een goed instrumentarium om de overlast in met name de binnenstad ten gevolge van het uitgaansleven en drugs beheersbaar te maken. Drugs en horeca waren nauw verweven. Alhoewel de overlast zeker niet beperkt bleef tot alleen de binnenstad, spitste zich deze wel toe op enkele delen van het uitgaansgebied: omgeving Walstraat en omgeving Korte Kerkstraat/Nieuwediepstraat. Beide gebieden liggen in een overgangszone van horeca naar winkels en woningen. Op advies van Kuiper Compagnons (februari 1996) heeft het college ingestemd met de volgende uitgangspunten:

Bevriezing naar aantal, plaats en categorie van huidige horecagelegenheden. Alleen via vrijstelling zou uitbreiding van de centrumfunctie in de toekomst mogelijk zijn.

Terugdringen horecafunctie voor de gebieden Walstraat en Korte Kerkstraat/ Nieuwediepstraat en de Nieuwstraat-Zuid.

Doorvertaling van het beleid in bestemmingsplannen.

In de notitie van Kuiper compagnons wordt overigens gepleit voor een gedifferentieerd beleid waarbij sprake is van gericht stimuleren van horecaontwikkeling. Dat betekent: in woongebieden geen horeca toestaan, in centrumgebieden verspreide ligging van dagzaken stimuleren en in gemengde gebieden een gedifferentieerd aanbod van horecavoorzieningen nastreven, met als uitgangspunt ‘niet teveel van hetzelfde op een rij’.

Inmiddels zijn de knelpunten nabij Walstraat en Korte Kerkstraat nagenoeg opgehevendoor verwerving van een aantal panden en verplaatsing en beëindiging van een aantal horecabedrijven en transformatie van functies. Het plan Smidswal/Walstraat/ Arsenaalstraat is inmiddels afgerond, terwijl is gestart met de uitvoering van het plan Korte Kerkstraat, dat voorziet in een ingrijpende herstructurering van deze omgeving. In aansluiting daarop is verder een plan voor de revitalisering van het gebied Nieuwstraat-Zuid in ontwikkeling. Met deze maatregelen wordt de ruimtelijke verblijfskwaliteit in deze gebieden weer op peil gebracht, terwijl in combinatie met versterking van recreatieve functies aan de Scheldeboulevard (plan Veerhaven e.o.) daarmede ruimte wordt geboden voor een kwalitatief hoogwaardiger aanbod aan horecafuncties in het aangewezen uitgaansgebied aan de Nieuwstraat, het Arsenaalplein en de Westkolkstraat.

Het tot nu toe gevoerde ruimtelijke horecabeleid werd sterk bepaald door de noodzaak verschillende vormen van overlast beheersbaar te maken. Daarna is het accent komen te liggen op de uitbouw van de centrumfunctie van Terneuzen. Het gebied rond de Nieuwstraat blijft bij uitstek geschikt als horecaconcentratiegebied voor een breed publiek. Voor de binnenstad als geheel is een zoneringskaart opgesteld die zal worden vertaald in het kader van de actualisatie van het bestemmingsplan binnenstad.

Op dit moment is dus de ruimtelijke ontwikkeling van het zuidelijk gedeelte van de Nieuwstraat (grenzend aan de Korte Kerkstraat, Dijkstraat en Dijkgang) actueel. Bij deze ontwikkeling is relevant dat de horecabranche in het gehele uitgaansgebied Nieuwstraat en omgeving een ruime overcapaciteit bezit. Gevolg daarvan is onder andere leegstand, een slechte kwaliteit van de bedrijfsvoering en soms zelfs overlast en criminaliteit in het gebied. Aangezien uit landelijk onderzoek blijkt dat in zijn algemeenheid sprake is van een versnelde daling van het aantal uitgaansgelegenheden, lijkt in deze branche een redelijk perspectief verder weg dan ooit. Voorop moet staan dat bevordering van de kwaliteit van de horecasector in dit gebied gebaat is bij de inkrimping van de capaciteit. In de toelichting bij het bestemmingsplan ‘Arsenaal’ werd al opgemerkt dat ter plaatse van de Korte Kerkstraat en het zuidelijk gedeelte van de Nieuwstraat sprake is van een concentratie van horecavestigingen, waarvan de negatieve uitstraling op het woongebied ter plaatse van de Dijkstraat en Lange Kerkstraat zorgen baart.

In overeenstemming met de uitgangspunten van het project stadsherstel voorziet het nieuwbouwproject aan de Korte Kerkstraat en omgeving in oprukkende woonfuncties, die juist moeten zorgen voor versterking van het woonklimaat en geen afbreuk verdragen door overlast van nabijgelegen horecavestigingen. Daarnaast staat een goede aansluiting met het winkelgebied en de Scheldeboulevard voorop. Het is van essentieel belang dat hier een duidelijke ruimtelijke scheiding tussen wonen en horeca tot stand wordt gebracht.

Uitbreiding van kansrijke nieuwe horecafuncties in meerwaarde biedende situaties mag niet worden gefrustreerd door de bestaande overcapaciteit. In dit verband kan naast een gewenste ontwikkeling van bedrijven aan de Markt ook worden gewezen op de effecten van de vestiging van een bioscoop aan de Veemarkt, waarbij een horecavoorziening is opgenomen. Door deze vestiging doet zich een ideale situatie voor om de horeca te concentreren in een beter begrensd uitgaansgebied, dat kan bestaan uit Westkolkstraat en aansluitend gedeelte Nieuwstraat tot Dijkgang, het Arsenaalgebouw en Veemarktgebied. Dit uitgaansgebied vormt dan tevens een logische aansluiting met de verblijfs- en recreatieve mogelijkheden die de Scheldeboulevard biedt.

3.2 Ruimtelijke Ordening: bestemmingsplan Arsenaal

Het bestemmingsplan Arsenaal, waarin bovengenoemde uitgangspunten zijn vertaald, is in 2000 in werking getreden. Via vrijstelling kunnen alleen in het Gemengde Doeleinden I (GD-I) en Centrumdoeleindengebied (Nieuwstraat) nieuwe horecabedrijven worden toegestaan of bestaande worden omgezet in een andere klasse, mits:

Het woon- en leefmilieu niet wordt aangetast en de ruimtelijke structuur gehandhaafd blijft;

De vestiging past in het concentratiegebied van uitgaansfuncties;

De pluriformiteit van de horecasoorten wordt gehandhaafd.

Concreet betekent dit dat het bestemmingsplan Arsenaal ruimte biedt voor nieuwe bedrijven, mits de pluriformiteit toeneemt en de overlast niet toeneemt.

3.3 Marktgebied: Steenen Beer

Het marktgebied wordt beheerst door het bestemmingsplan Steenen Beer (1998). Het verdient aanbeveling om medewerking te verlenen aan het vestigen van een dagzaak (cat. 1) en/of restaurant (cat. 2a) voor zover het horecabedrijf een versterking van de centrumfunctie met zich mee brengt en zodoende bijdraagt aan het verbeteren van de uitstraling van de Markt. Het bestemmingsplan bevat vestigingseisen met betrekking tot de Markt en kent alleen Centrumdoeleinden, waarbinnen een vrijstellingsmogelijkheid inzake vestiging van horecagelegenheden mogelijk is. Vestiging van gelijksoortige horeca binnen een straal van 50 meter is niet mogelijk. De vraag is of voor een goede ontwikkeling van de aantrekkelijkheid voor (delen van) de Markt dit 50 meter criterium gehandhaafd moet worden. Naast de toegestane dagzaken lijkt ook de vestiging van restaurants met het bijbehorend terrassengebied gewenst met het oog op de bovengenoemde versterking.

4. Horecavergunning en exploitatievergunning

4.1 Horecavergunning

Op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet (DHW) is het verboden zonder daartoe strekkende vergunning van burgemeester en wethouders het horecabedrijf uit te oefenen. Om een horecavergunning te verkrijgen, dient voldaan te worden aan artikel 8 tot en met 10 van de Drank- en Horecawet. De exploitant en overige leidinggevenden dienen minimaal 21 jaar oud te zijn, zij dienen van goed levensgedrag te zijn en te beschikken over een verklaring van sociale hygiëne. Daarnaast vermeldt artikel 10 Drank- en Horecawet dat de inrichting dient te voldoen aan de eisen zoals die zijn vastgelegd in het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet.

De afgelopen jaren is een wijziging van de Drank- en Horecawet voorbereid die onder meer tot doel heeft het vergunningstelsel te vereenvoudigen, om zodoende de administratieve lasten te verlagen. Men wil het vergunningstelsel vereenvoudigen door de Drank- en Horecawetvergunning op naam van het bedrijf of de ondernemer te stellen en daarbij een meldingsplicht voor nieuwe leidinggevenden. Op dit moment moet bij iedere nieuwe leidinggevende een geheel nieuwe vergunning aangevraagd worden. Het zal nadrukkelijk gaan om vereenvoudigingen die per saldo geen afbreuk doen aan het belang van bevordering van de integriteit binnen de bedrijfstak noch aan de volksgezondheidsbelangen die de Drank- en Horecawet dient, maar het voor ondernemers wèl minder ingewikkeld maakt en hierdoor minder lasten geeft.

In het nieuwe wetsvoorstel Drank- en Horecawet zullen ten aanzien van de rol van de burgemeester enkele belangrijke wijzigingen worden voorgesteld. Zo zal de burgemeester in plaats van het college worden belast met de uitvoering van de Drank- en Horecawet. Daarnaast zal de burgemeester ook gemeentelijke toezichthouders kunnen aanwijzen als toezichthouder op de Drank- en Horecawet. Deze toezichthouders kunnen dan namens de burgemeester een bestuurlijke boete opleggen. Ook zal de burgemeester in staat worden gesteld om bij vergunningplichtige inrichtingen die de regels van de Drank- en Horecawet niet naleven de vergunning voor een bepaalde periode te schorsen (naast de reeds bestaande mogelijkheden als het opleggen van een dwangsom of een boete en het intrekken van de vergunning). De verwachting is dat introductie van het instrument schorsing zal leiden tot een flexibeler inzet van sancties en derhalve tot een betere handhaving van de Drank- en Horecawet. Het kabinet wil het in sommige landen geldende systeem ‘drie keer fout, einde vergunning’ niét wettelijk vastleggen.

Daarnaast wil men in de nieuwe Drank- en Horecawet gemeenten bevoegdheden geven om op lokaal niveau beter invulling te kunnen geven aan het alcoholbeleid, met name om het overmatig alcoholgebruik onder jongeren tegen te gaan. Het zou dan gaan om vier extra bevoegdheden voor de gemeenteraad: optrekken van de leeftijdsgrens tot 18 jaar, jongeren die alcohol bezitten strafbaar stellen, jongeren vroeger op stap laten gaan en regulering van prijsacties (bijv. Happy Hour).

Het is nog niet bekend wanneer de wijziging van de Drank- en Horecawet van kracht zal worden.

4.2 Exploitatievergunning annex terrasvergunning

Op grond van artikel 2.28, eerste lid van de APV is het verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. De redactie van dit artikel is zodanig dat het in principe betrekking heeft op alle vormen van horeca op het gehele grondgebied van de gemeente. Van bijzonder belang in de gemeente Terneuzen is dat een dergelijke exploitatievergunning ook is vereist voor een coffeeshop.

Op grond van artikel 2.28, lid 7 van de APV kunnen bepaalde categorieën worden uitgezonderd. In deze gemeente zijn uitgezonderd: een horecabedrijf in zorginstellingen, hotelbedrijven en paracommerciële horecabedrijven.

De aanwezigheid van horecainrichtingen is van invloed op het woon- en leefklimaat alsmede op de openbare orde en veiligheid. Door middel van een horeca-exploitatievergunning kan de aanwezigheid van dergelijke inrichtingen zodanig gereguleerd worden dat er sprake is van een acceptabele situatie.

De vergunning heeft een persoonsgebonden karakter. Derhalve heeft de persoon van de exploitant een belangrijke rol in de exploitatie van de inrichting. Dit heeft als gevolg dat bij wijziging van de exploitant van een horeca-inrichting een nieuwe exploitatievergunning moet worden aangevraagd. De controle hierop is eenvoudig omdat wijziging van de persoon van de exploitant ook betekent dat een nieuwe Drank- en Horecavergunning dient te worden aangevraagd.

4.3 BIBOB-advies

Indien daar gegronde redenen voor zijn, kan het bestuursorgaan een beroep doen op Bureau BIBOB. Dit bureau stelt in opdracht van het desbetreffende bestuursorgaan een onderzoek in naar de aanvrager van de horecavergunning. Met de resultaten uit dit onderzoek zal het bureau een advies formuleren over het gevaar dat met de afgifte van de gevraagde beschikking criminele activiteiten worden gefaciliteerd. Bestuursorganen kunnen dit advies gebruiken om de door hen genomen beslissing te motiveren. Het college heeft beleidsregels opgesteld voor de toepassing van de Wet BIBOB in de gemeente Terneuzen. Sinds de invoering van deze beleidsregels op 1 januari 2006 zijn in onze gemeente 7 BIBOB-adviezen aangevraagd.

De kern van de wet vormt artikel 3. Op basis van die bepaling kunnen in de wet nader omschreven vergunningen of ontheffingen worden geweigerd of ingetrokken indien er een ernstige mate van gevaar bestaat dat deze mede zullen worden gebruikt voor het benutten van crimineel geld of het plegen van strafbare feiten. De mate van gevaar moet worden vastgesteld aan de hand van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de aanvrager in relatie staat met strafbare feiten.

In de gemeente Terneuzen heeft het aanvragen van een BIBOB-advies ertoe geleid dat enkele ondernemers besloten hun aanvraag om vergunning in te trekken. Ook is een vergunning geweigerd.

5 Sluitingstijdenbeleid

5.1 De sluitingstijden

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van sluitingstijden blijft actueel en is vaak onderwerp van discussie. Tot september 2007 kende de gemeente Terneuzen geen sluitingstijd.

Uit politierapporten bleek echter dat met name in de late nachtelijke uren met name in de kern Terneuzen regelmatig sprake was van (ernstige) verstoring van de openbare orde. Daarom heeft de gemeenteraad in zijn vergadering van 5 april 2007 besloten om sluitingstijden in te voeren. De sluitingstijden liggen vast in de Algemene Plaatselijke Verordening.

De voordelen van een sluitingsregiem zijn duidelijk: in het kader van de openbare orde en veiligheid kan er van uitgegaan worden dat na een bepaald tijdstip in de nacht de horecagelegenheden gesloten zijn en de bezoekers huiswaarts keren, in ieder geval het horecagebied verlaten. Het systeem laat geen twijfel over duidelijkheid en de kans op excessen is beperkt, mits er op de tijdstippen van sluiting voldoende toezicht is. Nadeel is dat op de vastgelegde sluitingstijd bezoekers en masse de horecagelegenheden verlaten en het vestigingsgebied onder druk kan komen te staan, omdat mensen kunnen samenscholen op straat, in een kort tijdsbestek parkeerplaatsen verlaten etc.

Hierin schuilt tevens het voordeel van het loslaten van een sluitingsuur. Bezoekers zullen dan min of meer geleidelijk de gelegenheden verlaten, zodat het straatbeeld rustiger is. De vraag doet zich echter voor of dit een veiliger beeld oplevert. Voortdurend toezicht is niet mogelijk, zodat daar waar dwingende ogen ontbreken de kans op escalatie toeneemt.

Hoe dan ook, om te voorkomen dat binnen de gemeente horecabezoekers elders nog gelegenheden bezoeken, is het noodzakelijk een eventueel sluitingsregiem voor de gehele gemeente te laten gelden. De mogelijkheid blijft dan wel aanwezig en wordt zelfs groter dat bezoekers een plek buiten de gemeente gaan opzoeken, bijvoorbeeld in de buurgemeenten Sluis of Hulst, waar geen sluitingsuur geldt of zelfs hun verdere plezier in België gaan zoeken.

Het sluitingstijdenbeleid mag niet te eng zijn. De gemeente dient wel de voorwaarden te scheppen die ondernemers nodig hebben om in te spelen op ontwikkelingen die zich op uitgaansgebied voordoen. Daarom is in 2007 een sluitingsuur voor elke dag in de week vastgesteld van 04.00 uur. Daaraan is wel de verplichting verbonden dat één uur voor sluitingstijd, dus vanaf 03.00 uur, geen bezoekers meer worden toegelaten.

De sluitingstijden voor de droge horeca wordt voor alle dagen van de week gesteld op 04.00 uur. Ook hier geldt dat één uur voor sluitingstijd, dus vanaf 03.00 uur, geen bezoekers meer mogen worden toegelaten.

Ook voor zogenaamde ‘besloten feesten’ gelden de sluitingstijden. Als iemand woonachtig is boven het horecabedrijf, kan er geen sprake van zijn dat na 04.00 uur het horecabedrijf nog in gebruik is omdat de exploitant zijn horecabedrijf dan als ‘huiskamer’ beschouwt. De huiskamer bevindt zich in de woning en niet in de horeca-inrichting.

Het voorgestelde sluitingstijdenbeleid zou logischerwijs wel met zich meebrengen dat het aanbeveling verdient om het tijdstip waarop horecagelegenheden open mogen gaan op 07.00 uur te stellen. Dit voorkomt dat men na een uur ‘stilte’ om 05.00 uur doorgaat met hetgeen om 04.00 uur is gestopt. Gekozen is voor een tijdstip van 07.00 uur omdat dit aansluit bij de systematiek van het Activiteitenbesluit. Volgens het Activiteitenbesluit is 07.00 uur het eind van de nachtperiode (van 23.00 tot 07.00 uur) en het begin van de dagperiode (van 07.00 tot 19.00 uur). Het tijdstip van 07.00 uur in het Activiteitenbesluit zegt niets over de sluitingstijden. Dit wordt in de Algemene Plaatselijke Verordening geregeld en is uit het oogpunt van openbare orde en veiligheid.

Met betrekking tot bepaalde in acht te nemen gedragsregels kunnen convenanten worden gesloten tussen gemeente, horeca, politie en Openbaar Ministerie. Door alle vier partijen in het convenant te betrekken blijven de lijnen kort en kan direct gereageerd worden op het niet nakomen van de afspraken. Nadeel van het sluiten van een convenant is dat de afspraken in een convenant niet juridisch afdwingbaar zijn. De ‘goede’ horecaondernemers zullen willen meewerken. De horecaondernemers die voor de problemen zorgen, zullen geen medewerking willen verlenen aan een dergelijk convenant.

Sinds 1 oktober 2007 zijn de sluitingstijden van kracht. Door de teamchefs van de politie in Terneuzen is aangegeven dat zij het sluitingstijdenbeleid als zeer positief ervaren. Het aantal zware geweldsdelicten tijdens het uitgaan, voornamelijk in de vroege ochtenduren, is naar hun mening duidelijk afgenomen. Ook bestaat de indruk dat het excessief drankgebruik is afgenomen. Er wordt vanuit gegaan dat dit een positief gevolg is van het sluitingstijdenbeleid. Daarnaast heeft het sluitingstijdenbeleid een positieve invloed op de bedrijfsvoering van de politie. De preventieve aanwezigheid van de politie kan effectiever ingevuld worden.

5.2 Ontheffingsmogelijkheid

Voor de natte horeca in alle kernen van de gemeente Terneuzen bestaat de mogelijkheid om onder voorwaarden ontheffing van de sluitingstijden uit de APV te verkrijgen om in de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag open te mogen zijn tot 05.00 uur. De horecaondernemingen die in aanmerking wensen te komen voor een dergelijke ontheffing moeten wel aan een aantal vereisten voldoen. Deze eisen hebben tot doel dat de openbare orde en veiligheid niet in gevaar mogen komen. De volgende (aanvullende) eisen worden in ieder geval gesteld:

Portiersverplichting op vrijdag en zaterdag. Vanaf 23.00 uur tot een half uur na sluitingstijd dient er een portier aanwezig te zijn, die voldoet aan de eisen van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties (Wet Pbor);

Vanaf 04.30 uur worden geen bezoekers meer toegelaten;

Vanaf 04.30 uur moeten de lichten aan, wordt de muziek uitgezet en worden er geen consumpties meer verstrekt.

Uit een reeds in het kader van het Activiteitenbesluit1 verstrekt akoestisch onderzoek kan blijken hoe het gesteld is met de geluidwerendheid van het horecabedrijf. Vooralsnog zal bij het ontbreken van een akoestisch onderzoek ten behoeve van de ontheffing een dergelijk rapport niet apart worden geëist.Het Activiteitenbesluit biedt geen juridische basis om een akoestisch rapport te eisen indien een horecaondernemer op vrijdag en/of zaterdag tot 05.00 uur wil open blijven. Op basis van artikel 1.11 van het Activiteitenbesluit kan de gemeente alleen bij het doen van een melding voor het oprichten van een horecabedrijf direct of uiterlijk binnen vier weken een akoestisch rapport eisen. Daarnaast kan de gemeente in een handhavingstraject een akoestisch rapport eisen wanneer een inrichting de geluidsnormen voortdurend overschrijdt en geluidwerende maatregelen moet treffen.

In de volgende situaties wordt voor de natte horeca een portier verplicht gesteld:

Als de inrichting beschikt over een vergunning om tot 05.00 uur open te zijn op vrijdag- en zaterdagavond (te lezen als de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag).

Als er structurele klachten zijn met betrekking tot de openbare orde en veiligheid.

Als er gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid van het inzetten van een portier dient deze aanwezig te zijn vanaf 23.00 uurtot een half uur na sluitingstijd. Hierdoor kan preventief tegen ordeverstoring worden opgetreden, hetgeen een verlichting van de taak van de politie kan betekenen. Om te voorkomen dat de figuur van de portier nu juist verstoring uitlokt, dient deze gekwalificeerd te zijn in die zin dat horecaportiers dienen te voldoen aan de eisen, gesteld op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wet Pbor). Het eerstelijns toezicht en handhavend optreden berust bij de politie. Aan dit uitgangspunt kan en mag het portiersbeleid geen afbreuk doen.

Het primaat voor toezicht in de openbare ruimte ligt bij de politie. De verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid ín de horecagelegenheden is een eerste verantwoordelijkheid van de ondernemer. Hierbij hoort voor de ondernemer ook het toezicht in een straal van 25 meter rondom de horecagelegenheid en dient de ondernemer de politie actief te ondersteunen bij de handhaving van de openbare orde.

In de praktijk is gebleken dat er behoefte bestaat aan een ontheffingsmogelijkheid van de sluitingstijden bij bijvoorbeeld grote evenementen. Evenementen (Havenfeesten, Jazzfestival e.d.) zijn echter te allen tijde om 01.00 uur (uiterlijk 02.00 uur) ten einde. Dit is dan ook geen reden om de horecagelegenheden tijdens evenementen een ontheffing te verlenen om later te sluiten dan 04.00 uur. Eén keer per jaar gelden de sluitingstijden nièt en dat is tijdens de jaarwisseling.

6.Terrassenbeleid

6.1 Vergunningverlening

Een terrasvergunning maakt deel uit van de horeca-exploitatievergunning en wordt dan ook alleen verleend aan een gevestigd horecabedrijf met een exploitatievergunning. De exploitatie van het horecabedrijf mag niet in strijd zijn met een geldend bestemmingsplan.

Ingevolge het bepaalde in artikel 2.28 van de APV beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die betrekking heeft op een terras voor zover dit zich op de weg bevindt over de ingebruikneming van de weg ten behoeve van een terras. Een terrasvergunning wordt verleend voor het uitstallen van een terras op eigen grond of openbare gemeentegrond (gelegen in de directe nabijheid van de horeca-inrichting).

Waar terrassen zich bevinden op particulier terrein (bijvoorbeeld in een tuin) is deze vergunning niet vereist, zij het dat wel voldaan moet worden aan de voorschriften van het ter plekke geldend bestemmingsplan.

De terrasvergunning is voor onbepaalde tijd geldig maar is persoons- en inrichtingsgebonden. De gemeente behoudt zich het recht voor het in de terrasvergunning genoemde oppervlak aan te passen.

Bij vergunningverlening wordt tevens gecontroleerd of aan de volgende criteria wordt voldaan:

waarborgen van de doorgang voor voetgangers (tenminste 1,5 meter op trottoirs e.d.), hulpverleningsdiensten (tenminste 3,5 meter breed en 4,2 meter hoog), vrije toegankelijkheid van brandkranen en toegankelijkheid voor laad- en losverkeer.

Waarborgen van de verkeersveiligheid.

Voorkomen van aantasting van de openbare orde en de woon- en leefomgeving van omwonenden.

6.2 Algemene inrichtingseisen voor terrassen

Welstandsaspecten

In de gemeente Terneuzen is een welstandsnota van kracht. In deze nota staan beleidsregels waarin de criteria zijn opgenomen die burgemeester en wethouders toepassen bij hun beoordeling of het uiterlijk van een bouwwerk of standplaats waarop een aanvraag om bouwvergunning betrekking heeft, voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Naast een beschrijving van het ruimtelijk beleid als basis voor het welstandstoezicht, zijn in de welstandsnota de algemene welstandscriteria beschreven, die gelden als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling. De gemeente is hiervoor in verschillende gebieden verdeeld. Voor alle bouwvergunningplichtige activiteiten dient een bouwvergunning aangevraagd te worden. Indien dat in reguliere welstandsgebieden geschiedt, vindt er automatisch een welstandstoets plaats.

De inrichting van de terrassen bevat voldoende elementen met betrekking tot welstand dat de te stellen eisen een plaats hebben gekregen in deze horecanota. Deze eisen voor terrassen gelden in de gehele gemeente Terneuzen, dus ook in die gebieden waar voor wat betreft welstand een repressief toezicht geldt.

Terrasmeubilair

Het meubilair is bij voorkeur riet of rotan of meubilair met eenzelfde uitstraling. Het meubilair moet een vriendelijke uitstraling hebben. Ook het zitcomfort moet hoog zijn. Gestreefd wordt naar eenvormigheid in het gebied.

Terrasschermen

Schermen zullen de volgende eigenschappen moeten hebben:

Hoogte maximaal 1,50 meter;

De indeling van de schermen moet zodanig zijn dat minimaal 50% van het oppervlak ‘open’ (helder glas of kunststof) is. Dit doorzichtige gedeelte zal omwille van het zicht over de omgeving en het zicht vanaf het terras aan de bovenzijde van het scherm zitten;

Schermen moeten verplaatsbaar zijn en niet verankerd aan de straat en/of straatmeubilair of aan elkaar. Dit geldt overigens ook voor parasols, verlichting e.d;

De schermen moeten bestaan uit een combinatie van een frame met donkere, ingetogen kleuren (donker groen, donker grijs, diep rood) en het gesloten paneel dient ecru/beige of een donkere dekkende kleur te zijn;

Eventuele reclame-uitingen dienen bescheiden van omvang en kleur te zijn. De naam van de onderneming mag aan de zijkant op het onderste gedeelte van het scherm staan, maar met reclame van drankmerken dient terughoudend te worden omgegaan.

Minimale diepte van een terras

Door het hanteren van een minimale doorgangsruimte van 1,5 meter kan het voorkomen dat de ruimte voor het terras zelf zo gering is dat een terras niet kan worden geëxploiteerd. Alhoewel de voorkeur uitgaat naar een diepte van 2 meter kan genoegen worden genomen met 1,5 meter. Is de diepte minder, dan kan geen terras geëxploiteerd worden.

Maximale oppervlakte van een terras

Op sommige plekken kan met inachtneming van bovenstaande een terras zo groot worden, dat het niet overeenkomt met het beoogd straatbeeld. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen op markten en plekken waar de voor voetgangers bestemde ruimte erg breed is. Daarom kan aan de vergunning een maximumoppervlakte worden gebonden.

De inrichting van een terras

De inrichting van een terras dient te voldoen aan bepaalde kwaliteitscriteria. Aangezien het moeilijk is om hiervoor criteria voor te schrijven, moet wel de mogelijkheid worden geopend om, als het uiterlijk aanzien van het terras ernstig afbreuk doet aan het straatbeeld, hiertegen op te treden.

Overlast voor gebruikers van in nabijheid gelegen onroerend goed

De aanwezigheid van een terras mag nimmer de toegang of ontsluiting van belendende percelen belemmeren. Ook dient indirecte hinder in ogenschouw te worden genomen.

Openingstijden van een terras en het ten gehore brengen van muziek.

De sluitingstijden van een terras zijn niet gelijk aan de sluitingstijden van een horeca-inrichting. Ongeacht of een nachtvergunning is verleend, dienen terrassen in de nacht van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag gesloten te worden om 01.00 uur en mag na 00.30 uur niet meer bediend worden. Voor de overige dagen van de week geldt een sluitingsuur van 00.00 uur. Voor 08.00 mag een terras niet geopend worden.

Afgelopen jaar is gebleken dat de tijden waarop ontheffing van de geluidsnormen wordt verleend bij evenementen niet overeen kwamen met de sluitingstijden van de terrassen. Daarom worden deze tijden op elkaar afgestemd en mogen terrassen tijdens dergelijke festiviteiten geopend blijven tot de eindtijd van de collectieve festiviteit (01.00 uur c.q 02.00 uur). Tot deze tijden mag dan ook bediend worden op het terras. Na de eindtijd van de collectieve festiviteit zijn de geluidsnormen zoals die voor de inrichting gelden weer van kracht.

In de wijziging van de APV (januari 2009) is opgenomen dat voor incidentele festiviteiten muziek maken hoger dan de geluidsnormen tot 01.00 uur uitsluitend is toegestaan in het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte (dus niet op terrassen).

In het activiteitenbesluit staan geluidsvoorschriften waaraan bedrijven zich dienen te houden. Volgens het Activiteitenbesluit mag er muziekgeluid ten gehore worden gebracht op een terras als aan deze geluidsnormen wordt voldaan (versterkte muziek d.m.v. (boxen van) een muziekinstallatie, elektrisch versterkt geluid van een muziekbandje).

Ondernemers hebben aangegeven dat de openingstijden van het terras in relatie tot het rookverbod, zoals dat per 1 juli 2008 van kracht is, voor hen grote problemen opleveren. Bezoekers van horecagelegenheden gaan buiten, op het terras, roken maar mogen daar na sluitingstijd van het terras vervolgens geen alcoholhoudende drank aanwezig hebben. Het is voor de horeca-exploitanten erg moeilijk om hier toezicht op uit te oefenen. Het is echter niet wenselijk om de openingstijden van de terrassen te verruimen. Vooral in de nachtelijke uren is de nadelige invloed van het terrasgedeelte van de inrichting op de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving groter dan die van de caféruimte zelf. Het stellen van een sluitingstijd strekt dan ook tot bescherming van de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving.

Van de ondernemer wordt overigens niet geëist dat hij na sluitingstijd van het terras onmiddellijk de tafels en stoelen opruimt. Het is, met name voor kleine horecabedrijven waar maar één leidinggevende aanwezig is, niet doenlijk om na sluiting van het terras het meubilair op te ruimen. De exploitant blijft echter verantwoordelijk voor de orde en handhaving als personen, bijvoorbeeld om te roken, na sluitingstijd van het terras op het terras plaatsnemen (zonder consumpties bij zich te hebben).

7. Paracommercieel beleid

7.1 Wat is paracommercie?

Uit artikel 4 van de Drank- en Horecawet is de volgende omschrijving op te maken:

‘Een vanuit het oogpunt van ordelijk economisch verkeer ongewenste mededinging bij het verstrekken van alcoholhoudende dranken door rechtspersonen, niet zijnde naamloze vennootschappen of besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, die zich richten op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard’.

Het bedrijfschap Horeca en Catering hanteert een ruimere definitie, die algemeen wordt aanvaard:

‘Een vorm van oneerlijke concurrentie door al of niet op enigerlei wijze gesubsidieerde instellingen die buiten hun doelstelling om horecadiensten verlenen aan het publiek’.

Onder ‘horecadiensten’ wordt dan verstaan: het verstrekken van logies of maaltijden, spijzen en/of (alcoholische en alcoholvrije) dranken, voor gebruik ter plaatse, gepaard gaande met dienstverlening.

‘Aan het publiek’ wil zeggen: een instelling richt zich op een openbare exploitatie in die zin dat eenieder een bijeenkomst in de zakelijke sfeer of privé-sfeer kan houden.

Bij ‘op enigerlei wijze’ moet sprake zijn van: een subsidie, direct of indirect, van bijvoorbeeld de gemeente, die (mede) de prijsstelling kan beïnvloeden.

7.2 Wat is een paracommerciële instelling?

De Drank- en Horecawet maakt onderscheid tussen commerciële, niet-commerciële en zogenoemde paracommerciële horeca-inrichtingen. Commerciële horeca-instellingen zijn horecabedrijven zoals bars, cafés, restaurants en hotels. Niet-commerciële inrichtingen worden gedreven door verenigingen of stichtingen die niet uit winstbelang opereren (bijvoorbeeld een kantine in een ziekenhuis). Paracommerciële inrichtingen zijn niet-commerciële inrichtingen die zich specifiek richten op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard (artikel 4 Drank- en Horecawet).

Paracommerciële inrichtingen moeten voldoen aan de volgende criteria:

de instelling is niet-commercieel;

de instelling is een rechtspersoon, niet zijnde een BV of NV;

de instelling moet voldoen aan één van de doelstellingen, die genoemd worden in artikel 4 van de Drank- en Horecawet.

Het opereren door paracommerciële inrichtingen geschiedt vaak onder ongelijke voorwaarden in vergelijking met de commerciële inrichtingen. Deze ongelijke voorwaarden kunnen onder meer bestaan uit:

het krijgen van subsidies;

het niet als bedrijf ingeschreven staan in het handelsregister;

het in beginsel niet-inschrijfplichtig zijn bij het Bedrijfschap Horeca en Catering, met als gevolg dat men zich niet behoeft te houden aan de horeca-cao;

het dikwijls werken met vrijwilligers;

het van toepassing zijn van fiscaal gunstiger voorwaarden;

het (mogelijk) vrijgesteld zijn van een exploitatievergunning als bedoeld in de APV.

Voor paracommerciële inrichtingen gelden andere regels als voor commerciële horeca-inrichtingen. Vaak wordt gewerkt met vrijwilligers, die niet beschikken over het diploma Sociale Hygiëne. Daarom gelden voor paracommerciële inrichtingen andere eisen en een andere afwijkende regeling.

Aparte eisen zijn:

het bestuur stelt een bestuursreglement vast;

ten minste twee leidinggevenden dienen te beschikken over de vereiste Verklaring Sociale Hygiëne;

gedurende de tijden dat alcoholhoudende drank geschonken wordt, dient een leidinggevende aanwezig te zijn of een ‘barvrijwilliger’ van tenminste 18 jaar oud die door het bestuur is geïnstrueerd over verantwoord alcoholgebruik;

de tijden waarop alcohol wordt geschonken moeten zichtbaar aanwezig zijn.

Uiteraard gelden ook de regels die voor commerciële instellingen gelden:

de wettelijke leeftijdsgrenzen moeten zichtbaar worden aangegeven;

er mag niet schonken worden aan mensen die onder invloed zijn van alcohol, drugs en/of medicijnen;

de vergunning dient op een zichtbare plaats te worden opgehangen;

overtreding van regels kan leiden tot intrekking van de vergunning;

iedere wijziging die van belang is voor de vergunning, moet aan de gemeente worden gemeld.

De gemeente toetst het bestuursreglement aan de Drank- en Horecawet. Volgens deze wet dient het bestuursreglement te voldoen aan de volgende regels:

waarborgen dat verstrekking van alcoholhoudende drank te allen tijde geschiedt door ofwel een persoon in het bezit van de vereiste verklaring Sociale Hygiëne of door een geïnstrueerde ‘barvrijwilliger’;

de kwalificatienormen hiervoor vaststellen en opnemen in het reglement;

aangeven op welke dagen en op welke tijdstippen bedrijfsmatig of tegen betaling alcoholhoudende drank wordt verstrekt;

voorzien in de wijze waarop wordt toegezien op de naleving van het reglement.

Gezien de doelstelling van de vereniging of stichting is het verstrekken van een gemeentelijke subsidie binnen de kaders van het gemeentelijk subsidiebeleid niet alleen acceptabel, maar zelfs wenselijk. Zoveel als mogelijk moet wel voorkomen worden dat de subsidie wordt aangewend om de prijzen van consumpties te drukken.

7.3 Wat is wel èn niet toegestaan in een paracommercieel horecabedrijf?

Wanneer sprake is van paracommercie kunnen aan een te verlenen drank- en horecavergunning op basis van artikel 4 DHW voorschriften en beperkingen worden opgenomen in de vergunning.

In de vergunningen voor paracommerciële horecabedrijven in de gemeente Terneuzen worden de volgende voorwaarden opgenomen:

De vergunning geldt niet voor het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard zoals bruiloften en partijen;

Het is de vergunninghouder verboden de mogelijkheid van het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard openlijk aan te prijzen, hiermee te adverteren of reclame te maken;

Deze vergunning geldt uitsluitend voor het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van zwakalcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, één uur voor, tijdens en twee uur na activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard, in instellingsverband georganiseerd of in het kader van activiteiten van de instelling zelf.

Onder ‘bijeenkomsten van persoonlijke aard’ worden blijkens de Memorie van Toelichting die bij de Drank- en Horecawet behoort, gedoeld op bijeenkomsten die geen direct verband houden met de statutaire doelstelling(en) van de instelling en de daaruit voortvloeiende activiteiten van de rechtspersoon, zoals:

bijeenkomsten die betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer waarbij het gaat om de privé-situatie van een of meer natuurlijke personen zoals bruiloften en partijen;

bijeenkomst die de instelling zelf houdt en die betrekking hebben op de (bedrijfsmatige) activiteiten van een andere rechtspersoon dan de vergunninghouder;

bijeenkomsten waarbij de vergunninghouder aan een andere rechtspersoon de gelegenheid geeft een bijeenkomst te houden die betrekking heeft op de (bedrijfsmatige) activiteiten van die andere rechtspersoon.

Bruiloften zijn bijeenkomsten ter viering van een huwelijkssluiting of een –jubileum. Partijen zijn bijeenkomsten bij gelegenheid van een feit of gebeurtenis in de persoonlijke levenssfeer, zoals het houden van een receptie (ontvangst) ter gelegenheid van een (bijzondere) verjaardag, een religieuze gebeurtenis (doop, communie), een bedrijfs- of beroepsjubileum (pensioen). Ook een condoleancebijeenkomst behoort tot deze categorie.

Hieronder staat een niet-limitatieve lijst vermeld die gebruikt kan worden door paracommerciële instellingen om te bepalen of de activiteiten die zijn voornemens zijn te organiseren, passen binnen de voorschriften van de verleende drank- en horecavergunning.

Sportieve instellingen / recreatieve instellingen

Jubileumfeest van het bestuur

Kampioenschap

Afscheidsfeest van het bestuur/ een bestuurslid

Feestavond voor vrijwilligers (1 à 2 keer per jaar)

Jaarfeest of afsluiting seizoen (1 keer per jaar)

Toernooi

Overige strikt clubgerelateerde feesten voor leden

Nieuwjaarsborrel (alleen voor leden)

Sociaal-culturele instellingen

Bijeenkomsten/vergaderingen/feesten van en voor verenigingen en stichtingen die gebruik maken van het pand (dus alleen toegankelijk voor leden)

Sociaal-culturele evenementen (ook voor publiek toegankelijk)

Jaarvergaderingen

Kerstviering

Nieuwjaarsborrel

Educatieve instellingen

Lessen/cursussen

Afstudeerbijeenkomst/diploma-uitreiking

Schoolfeesten voor leerlingen

Ouderavond

Laatste schooldag

Sportdag voor leerlingen en leraren

Instellingen van levensbeschouwelijke of godsdienstige aard

Alle activiteiten die te maken hebben met levensbeschouwelijke of godsdienstige zaken, zoals bijeenkomsten, cursussen, kerstviering etc..

Bijeenkomsten, waarbij geen alcoholhoudende dranken worden gebruikt, zijn op grond van het bepaalde in de Drank- en Horecawet toegestaan. Maar op dit gebied kunnen zich echter weer andere belemmeringen voordoen, omdat de bestemming van het (verenigings)gebouw geen horecabestemming is. Een voorbeeld om dit duidelijk te maken. Een kantine van een voetbalclub heeft (met de omliggende terreinen) een bestemming tot sportbeoefening. Binnen deze bestemming is de exploitatie van de kantine begrepen binnen de doelstelling van de vereniging, dus met het oog op de behartiging van de belangen van de eigen leden. Wordt deze doelstelling verlaten door het organiseren of toelaten van een bijeenkomst van persoonlijke aard, dan wordt gehandeld in strijd met de bestemming, omdat het pand dan voorzien zou moeten zijn van een horecabestemming. In die zin wijkt het niet af van bijvoorbeeld een lunchroom, waar geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt. De bestemming van de lunchroom is een horecabestemming.

Toegestaan zijn bijeenkomsten waarbij geen alcoholhoudende dranken worden geschonken, maar deze moeten dan wel:

binnen de doelstelling van de paracommerciële inrichting vallen en

toegestaan zijn op grond van de bestemmingsplanvoorschriften, en

passen binnen andere gemeentelijke regelgeving (bijvoorbeeld de APV) en

niet in strijd met een privaatrechtelijke overeenkomst.

De kantine van de vereniging mag wel geëxploiteerd worden in het kader van de doelstelling van de vereniging. Hieronder wordt verstaan: het doen beoefenen en het bevorderen van de betreffende sport, alsmede het stimuleren en organiseren van activiteiten die in het kader van de betreffende sport de ontwikkeling, vorming en recreatie van de mens beogen.

Sociale binding van de leden onderling is toegestaan door activiteiten die op zich niet of niet veel met de betreffende sport te maken hebben. Voorwaarde is echter wel dat het door en voor de leden is.

Een speciaal probleem vormt de groep accommodaties die verhuurd worden aan derden. Voor hen gelden de volgende regels:

Alleen indien een paracommerciële instelling zijn zaal/pand verhuurt aan een commerciële horecaondernemer kan er een tijdelijke ontheffing worden verleend. Aan de commerciële ondernemer met een eigen horecabedrijf zal dan (mits wordt voldaan aan alle voorwaarden) een zogenaamde artikel 35-ontheffing Drank- en Horecawet verleend worden. Hij zal vervolgens zorgdragen voor de drankverstrekking in de instelling en zal ook verantwoordelijk en aansprakelijk zijn voor en rondom de juiste toepassing van de Drank- en Horecawet;

Indien de inrichting wordt verhuurd of gebruikt voor bijeenkomsten die georganiseerd zijn door een commerciële instelling, gelden de sluitingsuren voor de reguliere horeca.

7.4 Sluitingstijdenbeleid

In eerste instantie werd voor paracommerciële instellingen gedacht aan een sluitingsuur van maximaal 01.00 uur met een mogelijke ontheffing tot 02.00 uur. Deze ontheffing zou dan maximaal 5 keer per jaar worden verleend.

Uiteindelijk is besloten om de paracommerciële instellingen geen sluitingstijd van maximaal 01.00 uur op te leggen. Het huidige regime blijft van kracht hetgeen door middel van voorwaarden in de drank- en horecavergunning geregeld is. Dat betekent dat alcoholhoudende dranken geschonken mogen worden één uur voor, tijdens en twee uur na activiteiten die georganiseerd worden (wedstrijden, culturele bijeenkomsten, verenigingsbijeenkomsten, vergaderingen etc..). Vanzelfsprekend kan het nooit zo zijn dat paracommerciële instellingen langer open zijn dan de reguliere horecabedrijven.

7.5 Nieuwe regelgeving

De huidige regelgeving (Drank- en Horecawet) ter voorkoming van onwenselijke mededinging ten opzichte van de reguliere horeca zal bij het van kracht worden van de nieuwe Drank- en Horecawet worden herzien. Nu is er een lappendeken aan mededingingsregelgeving: koepelovereenkomsten, regels bij bestuursreglementen, gemeentelijke regels. Het plan is om al die regelingen te vervangen door uniforme landelijke paracommercie-regels, neergelegd in de Drank- en Horecawet. Het gaat in de praktijk om de regels die bepalen wannéér aan wíe in kantines van bijv. sportverenigingen alcohol mag worden verstrekt. De nieuwe regelgeving betekent voor de verenigingen met een kantine in eigen beheer dat de mogelijkheden om aan niet-leden alcohol te verstrekken om en privé-feesten te organiseren landelijk geregeld zullen worden. In de wet zal opgenomen worden dat de burgemeester in bepaalde gevallen een ontheffing kan verlenen van de nieuwe regels.

8.Milieubeleid

Met ingang van 1 januari 2008 is het ‘Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer’ vervallen en vervangen door het ‘Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’ van 19 oktober 2007 (het ‘Activiteitenbesluit’).

Horeca-inrichtingen vallen in principe onder het Activiteitenbesluit. Hierin worden regels gesteld met betrekking tot geluid en trilling, energie, afvalstoffen en afvalwater, lucht, verlichting, veiligheid en waterbesparing. In plaats van een vergunning ingevolge de Wet milieubeheer kan worden volstaan met het indienen van een melding.

Het belangrijkste milieuaspect betreft geluid. Vaak wordt in horecagelegenheden levende muziek ten gehore gebracht. Om inzicht te krijgen in dit soort muziekuitvoeringen en om de controle en handhaving van de geluidsvoorschriften uit het Besluit vorm te kunnen geven, is het gewenst dat dergelijke festiviteiten van tevoren bij de gemeente worden gemeld. Deze melding dient tenminste twee weken van te voren te worden ingediend.

Bij collectieve festiviteiten, zoals geregeld in artikel 4.1.2. APV hoeven horeca-inrichtingen niet aan de geluidsvoorschriften, zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit, te voldoen. Dit wordt door een eindtijd begrensd. Voor elk kalenderjaar worden deze collectieve festiviteiten vastgesteld, zowel voor de gehele gemeente als voor elke kern afzonderlijk. Voorbeelden van collectieve festiviteiten zijn grotere evenementen (Havendagen, Jazzfestival, Mosselfeesten, Gildefeesten etc..), kermissen, carnaval etc.

Naast de collectieve festiviteiten is er ook een regeling met betrekking tot incidentele festiviteiten, waarbij een beperking geldt van 12 festiviteiten per horeca-inrichting (art. 4.3. APV). De eindtijd wordt begrensd op 01.00 uur.

9.Rookbeleid

Per 1 juli 2008 is met brede maatschappelijke steun een totaal rookverbod in de horeca ingevoerd. Een maatregel die geldt voor alle horecabedrijven. Volgens de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Sport verdient de horeca een pluim omdat de meeste horecabedrijven zich keurig aan de regels van het rookverbod houden. Voor een groot aantal cafés luidt Horeca Nederland echter de noodklok omdat zij aangeven dat de omzet drastisch gedaald is en de aloude typische sfeer in het kleine bruine café dreigt te verdwijnen. Koninklijke Horeca Nederland (KHN) vecht voor het behoud van deze ‘huiskamers van de samenleving’.

Koninklijke Horeca Nederland heeft op 12 oktober 2008 een paginagrote advertentie geplaatst in de Telegraaf om aan te geven dat de organisatie eensgezind achter de cafés staat. In de advertentie wordt de overheid opgeroepen om aan de slag te gaan met de problematiek. Horeca Nederland heeft de overheid verzocht om enkele maatregelen te nemen zodat horecaondernemers ook daadwerkelijk kunnen blijven ondernemen:

Illegale horeca

De zuipketen moeten keihard worden aangepakt omdat hier zonder enige controle overmatig wordt gedronken en gerookt. Veel cafés zien hun gasten hier naar toe verdwijnen. Sommige gemeenten gedogen deze illegale bedrijven. In de gemeente Terneuzen zijn geen zuipketen bekend.

De roker aansprakelijk stellen

In de meeste Europese landen krijgt zowel de roker als de ondernemer een boete als er wordt gerookt waar het niet mag. Waarom niet in Nederland? Het aansprakelijk stellen van de roker zou de handhavingstaak van de horecaondernemer verlichten.

Gemeenten moeten zich soepeler opstellen

Gemeenten moeten de ondernemers helpen bij het verstrekken van vergunningen voor rokersfaciliteiten buiten de horecagelegenheid zoals terrassen, rookruimtes en terrasverwarming.

Compensatieregeling

Er zou volgens Koninklijke Horeca Nederland een compensatieregeling moeten komen als blijkt dat ondernemers het echt niet redden door de invoering van het rookverbod.

De VWA (Voedsel en Waren Autoriteit) controleert de handhaving van het rookverbod. Voor de gemeente is hier geen rol weggelegd.

Voor de horecabedrijven is er de mogelijkheid om een afsluitbaar gedeelte van het bedrijf tot rookkamer te maken, echter zonder bediening. Bij de ingang naar deze ruimte dient aangegeven te worden dat dit een ruimte voor rokers is. Als een ondernemer een rookkamer in het bedrijf gaat inrichten, dient hij rekening te houden met de inrichtingseisen uit de Drank- en Horecawet en de brandveiligheid (vluchtroutes). Het is dan ook verstandig om contact met de brandweer op te nemen alvorens de rookkamer te realiseren. In principe zal geen bouwvergunning vereist zijn voor een eenvoudige afscheiding. Het verdient daarbij de voorkeur om de afscheiding doorzichtig te maken zodat de exploitant en zijn personeel zicht houden op hetgeen in de rookkamer gebeurt.

Het is ons bekend dat enkele ondernemers in de Nieuwstraat te Terneuzen een aparte rookruimte gecreëerd hebben voor hun rokende klanten.

Vooralsnog is de discussie in Nederland omtrent het rookverbod nog niet teneinde. Momenteel wordt nader onderzocht of een tijdelijke ontheffing van het verbod voor kleine cafés met een maximale oppervlakte van 100 vierkante meter, waar niet kan worden gegeten en waar geen jongeren komen, mogelijk is. Zo’n ontheffing is er in Duitsland en België.

10.Lokaal Alcoholbeleid

In de gemeente Terneuzen zijn horecavoorzieningen aanwezig die zich richten op jeugd en jongeren. Landelijk onderzoek heeft uitgewezen dat waar bij volwassenen 75% van de alcoholconsumptie thuis plaatsvindt, voor jongeren het omgekeerde geldt: 75% van de alcoholconsumptie vindt plaats in publieke drinkgelegenheden. Dit gegeven legt op de exploitant een extra verantwoordelijkheid.

Wettelijk is bepaald dat alcoholhoudende drank niet mag worden verkocht aan jongeren onder 16 jaar en sterke drank niet aan jongeren onder 18 jaar. Door diverse campagnes is dit aspect onder de aandacht gebracht, maar de vraag blijft hoe er mee omgegaan wordt. Voor de verkoper is het niet altijd even gemakkelijk om de leeftijd in te schatten en vaak is het te druk om de koper te vragen zich te legitimeren.

De vraag is of en in hoeverre de gemeente een taak heeft in het kader van verantwoord alcoholgebruik. Maar daar waar zij wel wordt geconfronteerd met de (ongewenste) gevolgen ervan, mag van haar wel op dit gebied een stimulerende rol worden verwacht. Niet met de bedoeling om wettelijke kaders ter discussie te stellen, wel om binnen die kaders met name jongeren te wijzen op de nadelige gevolgen van drankmisbruik. Terecht maakt men zich in onze maatschappij zorgen over de toename van alcoholgebruik vooral onder de jeugd. Aanpak van alcoholproblemen op gemeentelijk niveau vereist kennis van zaken, uithoudingsvermogen en politieke moed. Uitgangspunt moet zijn dat het terugdringen van alcoholgebruik het beste kan beginnen met beïnvloeding van de alcoholvriendelijke omgeving van jongeren. Maar daarvoor moet op de eerste plaats het (lokale) alcoholprobleem zichtbaar worden gemaakt. Op basis van het ontstane inzicht kunnen al dan niet verdere maatregelen worden genomen.

Onlangs zijn in de media berichten verschenen over klachten die kunnen optreden op latere leeftijd ten gevolge van overmatig alcoholgebruik in de jeugdjaren. Dit aspect kan worden meegenomen in het preventief beleid inzake drank, drugs en gokken, zoals dat momenteel op de scholen wordt gepresenteerd.

In de Kadernota Jeugdbeleid 2005-2008 is een passage opgenomen met betrekking tot veilig uitgaan.

Stichting Welzijn Terneuzen, Stichting Welzijn West Zeeuws-Vlaanderen, Emergis Verslavingszorg afd. Preventie en GGD Zeeland zijn inmiddels gestart met een project “Alcohol- en drugspreventie Terneuzen”.

Het project is gericht op het bewegen van instellingen en organisaties tot het structureel aandacht besteden aan:

jongeren van groep 7 en 8 van het (speciaal) basisonderwijs;

jongeren van klas 1 en 2 van het (speciaal) voortgezet onderwijs;

jongeren die actief zijn binnen het jeugd- en jongerenwerk van de Stichting welzijn Terneuzen.

Het project moet uiteindelijk leiden tot de implementatie van een structurele alcohol- en drugspreventie aan bovengenoemde jongeren. Daarnaast is het project gericht op het terugdringen van problemen als gevolg van roken, gebruik van alcohol en andere drugs bij jongeren.

Het bureau PREVENTIE 4U is een samenwerkingsverband van de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen. PREVENTIE 4U biedt via een keuzemenu jaarlijks een ruim aantal gastlessen aan. In het aanbod van PREVENTIE 4U zijn ook enkele lessen opgenomen over gokken, alcohol, roken en drugs (G.A.R.D.). De lessen sluiten inhoudelijk aan bij het project ‘Alcohol en drugspreventie’ maar bereiken ook die scholen en/of klassen die niet deelnemen aan dit project.

Het lessenaanbod is bedoeld voor basis-, speciaal- en voortgezet onderwijs. Elk schooljaar wordt het menu geactualiseerd en aangepast aan de vraag van het onderwijsveld. Sinds het afgelopen schooljaar is het accent veel nadrukkelijker gelegd op de schadelijke gevolgen van alcohol drinken onder 16 jaar. Na elke les ontvangen de leerlingen een folder met een samenvatting van de lesinhoud en voor de klas is er een themaposter.

Het project gezonde school en genotmiddelen gaat ook gewoon door de komende jaren. Dit is opgenomen in de nota Gezondheidsbeleid Zeeuws-Vlaanderen 2009-2012. Naast deze aanpak is de gemeente ook voornemens om middelengebruik in het verkeer (en dus ook alcohol) aan te pakken. De eerste contacten met het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Zeeland zijn inmiddels gelegd. Tenslotte zal ook aandacht besteed worden aan het alcoholgebruik in sportkantines. Vanuit Emergis, sector preventie verslavingszorg, is menskracht beschikbaar om ingezet te worden op plaatsen waar dat nodig is, zonder dat dit direct financiële consequenties heeft.

11.Overig beleid

Vanzelfsprekend heeft de nota Horecabeleid ook nog (belangrijke) raakvlakken met andere beleidsterreinen. Deze worden hieronder vermeld.

Coffeeshopbeleid

Op grond van de APV worden ook coffeeshops begrepen onder horecabedrijven. Er is een coffeeshopbeleid, waarnaar kortheidshalve wordt verwezen.

Speelautomatenbeleid

Dit beleid ligt vast in de Verordening Speelautomaten.

Evenementenbeleid

Eind 2005 heeft het college een evenementenbeleid vastgesteld dat een jaar later nog geëvalueerd is.

Beleidsregels Wet BIBOB

Met ingang van 1 januari 2006 zijn beleidsregels van kracht geworden voor toepassing van de Wet BIBOB in de gemeente Terneuzen.

12.Handhavingsbeleid

Zowel landelijke als gemeentelijke regelingen geven het gemeentebestuur een breed toepasbaar instrument in het kader van de handhaving. Juist omdat dit instrumentarium zo divers is, is het belangrijk dat handhaving zoveel mogelijk geïntegreerd plaatsvindt, enerzijds met het oog op efficiëntie, anderzijds om te voorkomen dat de verschillende te behartigen belangen met elkaar conflicteren.

Landelijke regelingen zijn de volgende:

Gemeentewet;

Drank- en Horecawet;

Wet op de Kansspelen.

Wet op de Ruimtelijke Ordening en Woningwet

Bouwbesluit

Wet milieubeheer

Gebruiksbesluit

Gemeentelijke regelgeving:

Algemene Plaatselijke Verordening;

Bouwverordening;

Speelautomatenverordening.

De commissie Korthals-Altes heeft in 1998 een overzicht ontwikkeld van knelpunten in de bestuurlijke handhaving door gemeenten:

Juridisch: versnipperde en (daardoor) ondoorzichtige regelgeving, onuitvoerbaarheid regelgeving, leemten in regelgeving, inconsequente jurisprudentie

Procedureel: langdurige en ingewikkelde procedures, problemen in verband met de bewijslast/informatievergaring, rechtsbescherming

Organisatorisch:

versnipperde organisatie binnen gemeente/ontbreken van één loket, gebrek aan samenwerking/afstemming/communicatie op organisatorisch niveau (zowel binnen gemeente als regionaal), onvoldoende afstemming aanbod en vraag naar handhavende capaciteit, ontbreken van aanspreekpunt vanuit de horeca op lokaal niveau

Praktisch: gebrek aan samenwerking/communicatie op operationeel niveau, gebrekkige equipering handhavers, gebrek aan specifieke (handhavings)deskundigheid

Financieel: gebrek aan capaciteit (zowel mensen als middelen), financiële consequenties

Politiek: belangentegenstellingen, gebrek aan prioriteit bij sommige partners, competentiestrijd

Beleidsmatig:

Ontbreken van gemeentelijke visie op de horeca, ontbreken van eenduidig horecabeleid, gebrek aan draagvlak gemeentelijk horecabeleid.

Een aantal van deze problemen doet zich nagenoeg bij elke gemeente voor en dus ook in Terneuzen. Met name de problemen genoemd onder organisatorisch, praktisch, financieel en beleidsmatig zijn aanwezig.

Het volgende wordt voorgesteld:

Organisatorisch:

instelling van een horecawerkgroep waarin ook de handhaving onderwerp van gesprek is en de coördinatie tussen de verschillende afdelingen/handhavers aandacht krijgt.

Praktisch:

afstemming op operationeel gebied door deelname (coördinator) handhaver en politiefunctionaris in werkgroep horeca;

deskundigheid handhavers bevorderen/continueren door specifieke opleiding/training op het gebied van wet- en regelgeving van de horeca, voor zover deze nog leemten zou vertonen.

Financieel:

voldoende personeel en middelen om gemeentelijke handhaving vorm te geven. Handhaving op het terrein van de Drank- en Horecawet wordt geïntegreerd in het totale handhavingsprogramma en daaraan wordt programmatisch uitvoering gegeven. Ook binnen de regionale politie zal voor specifieke horecahandhaving capaciteit beschikbaar moeten zijn.

Beleidsmatig:

Zodra het horecabeleid is vastgesteld en de effecten zichtbaar zijn geworden, wordt het beleid geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

Het zou aanbeveling verdienen alle horeca-inrichtingen integraalregelmatig te controleren. Onder integraal wordt verstaan: Drank- en Horecawet, Algemene Plaatselijke Verordening, Bouwbesluit en –verordening, het Activiteitenbesluit, Gebruiksbesluit (brandveiligheidseisen) en Wet Milieubeheer en Wet op de Kansspelen. In de praktijk blijkt dit echter moeilijk realiseerbaar. Niet voor alle disciplines is een jaarlijkse controle noodzakelijk c.q. realiseerbaar. De capaciteit op de afdeling speelt hierbij vanzelfsprekend ook een rol.

Sinds 1 juli 2008 is de sector REO gereorganiseerd. Dit heeft onder meer geresulteerd in een afdeling Vergunningen en Handhaving. Eén van de speerpunten van het cluster Handhaving is dat er een Nota Integraal Handhavingsbeleid wordt opgesteld. Deze Nota wordt in 2009 verwacht. In deze nota zal de intensiteit / de speerpunten afgezet worden tegen de beschikbare capaciteit van het cluster. En natuurlijk ook: welke speerpunten op het gebied van handhaving gaat de gemeente prioriteit geven?

13.Sanctiebeleid

In de Nota Horecabeleid van 5 april 2007 is een sanctiebeleid opgenomen met betrekking tot horecabedrijven die open zijn zonder vergunning. Dit sanctiebeleid kon duidelijker. Er wordt in Zeeuwsch-Vlaanderen gestreefd naar eenzelfde handhavingsbeleid met betrekking tot de horeca. Dat maakt het voor de politie ook duidelijker.

13.1 Exploitatie horecabedrijf zonder vergunning

Overtreding:

Exploitatie van een nieuwe horecabedrijf zonder vergunning DHW, exploitatievergunning of vergunning op grond van Verordening tot het verstrekken van alcoholvrije dranken en eetwaren

Fase

Politie / voedsel-

en warenautoriteit

Bevoegd gezag van de gemeente

Openbaar Ministerie

1e overtreding:

open zonder vergunning

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Aanzegging dat pand per onmiddellijke ingang moet worden gesloten

Strafvervolging

2e overtreding:

niet aan eerste aanzegging voldaan

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Toepassen bestuursdwang door sluiten pand

Strafvervolging

Overtreding:

Exploitatie horecabedrijf als gevolg van een gewijzigde ondernemersvorm door onvoorziene omstandigheden zonder vergunning DHW, exploitatievergunning of vergunning op grond van de Verordening tot het verstrekken van alcoholvrije dranken en eetwaren

Fase

Politie / voedsel-

en warenautoriteit

Bevoegd gezag van de gemeente

Openbaar Ministerie

1e overtreding:

open zonder vergunning

Constatering overtreding en melding aan gemeente en OM

Wanneer vergunningverlening wel mogelijk lijkt: binnen 2 weken een ontvankelijke vergunningaanvraag indie-nen.

Indien vergunningverle-ning niet mogelijk lijkt: directe sluiting pand aanzeggen

2e overtreding:

vergunningaanvraag niet

binnen 2 weken ingediend

Constatering overtreding

Opmaken PV

Aanzegging dat pand per onmiddellijke ingang dient te worden gesloten

Strafvervolging

3e overtreding:

niet aan aanzegging tot sluiten pand voldaan

Constatering overtreding

Opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Toepassen bestuursdwang door sluiten pand

Strafvervolging

Overtreding:

Exploitatie van een horecabedrijf na het vervallen van de Drank- en Horecavergunning

Fase

Politie / voedsel-

en warenautoriteit

Bevoegd gezag van de gemeente

Openbaar Ministerie

1e overtreding:

in werking zijn van bedrijf nadat vergunning is vervallen.

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Aanzegging dat pand per onmiddellijke ingang moet worden gesloten

Strafvervolging

2e overtreding:

niet aan eerste aanzegging voldaan

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Toepassen bestuursdwang door sluiten pand

Strafvervolging

13.2 Intrekken Drank- en Horecavergunning

Overtreding:

Vergunning is ingetrokken conform artikel 31, eerste lid van de DHW

Fase

Politie / voedsel-

en warenautoriteit

Bevoegd gezag van de gemeente

Openbaar Ministerie

1e overtreding:

open zonder vergunning

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Aanzegging dat pand per onmiddellijke ingang moet worden gesloten

Strafvervolging

2e overtreding:

niet aan eerste aanzegging voldaan

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Toepassen bestuursdwang door sluiten pand

Strafvervolging

Overtreding:

Intrekken vergunning conform artikel 31, tweede lid van de DHW wegens handelen in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen, bedoeld in artikel 4 of artikel 23, derde lid DHW

Fase

Politie / voedsel-

en warenautoriteit

Bevoegd gezag van de gemeente

Openbaar Ministerie

1e overtreding:

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Schriftelijke waarschuwing

Strafvervolging

2e overtreding:

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Overgaan tot het opleggen van een dwangsom met maximum van 3

overtredingen

Strafvervolging

3e , 4e en 5e overtreding

Melding aan gemeente

Inningsprocedure dwangsommen starten

Strafvervolging

6e overtreding

Constatering overtreding,

opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Bevoegd gezag start procedure voor het intrekken van de vergunning

Strafvervolging

Overtreding:

Intrekken vergunning conform artikel 31, tweede lid van de DHW wegens handelen in strijd met / krachtens artikel 2, 9 (eerste lid), 13 t/m 24 of artikel 29 (tweede lid) DHW

Fase

Politie / voedsel-

en warenautoriteit

Bevoegd gezag van de gemeente

Openbaar Ministerie

1e overtreding:

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Schriftelijke waarschuwing

Strafvervolging

2e overtreding:

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Overgaan tot het opleggen van een dwangsom met maximum van 3

overtredingen

Strafvervolging

3e , 4e en 5e overtreding

Melding aan gemeente

Inningsprocedure dwangsommen starten

Strafvervolging

6e overtreding

Constatering overtreding,

opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Bevoegd gezag start procedure voor het intrekken van de vergunning

Strafvervolging

13.3 Intrekken exploitatievergunning ex artikel 2.28 APV

13. en artikel 2.29 en 2.29A APV (overtreden sluitingstijden)

Overtreding:

Intrekken vergunning conform artikel 1.6, onder punt c van de APV, zijnde het niet-naleven van de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen (incl. sluitingstijden)

Fase

Politie / voedsel-

en warenautoriteit

Bevoegd gezag van de gemeente

Openbaar Ministerie

1e overtreding:

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Schriftelijke waarschuwing

Strafvervolging

2e overtreding:

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Overgaan tot het opleggen van een dwangsom met maximum van 3

Overtredingen

Strafvervolging

3e , 4e en 5e overtreding

Constatering overtreding, opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Inningsprocedure dwangsommen starten

Strafvervolging

6e overtreding

Constatering overtreding,

opmaken PV en melding aan gemeente en OM

Bevoegd gezag start procedure voor het intrekken van de vergunning

Strafvervolging

13.4 Verblijfsontzeggingen

In de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Terneuzen zijn de bepalingen aangaande verblijfsontzeggingen geplaatst onder artikel 2.41a onder het hoofdstuk Openbare Orde, afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid. Hierdoor is het betreffende artikel breder te gebruiken dan alleen bij overlast door drugshandel en/of drugsgebruik. Het artikel luidt als volgt:

Artikel 2.41a Verblijfsontzeggingen

  • 1.

    Het is degenen, aan wie dit door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde is bekend gemaakt, verboden zich anders dan in een openbaar middel van vervoer te bevinden op of aan de in de bekendmaking aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren daarin vermeld.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt gedurende de in de bekendmaking vermelde periode van ten hoogste vier weken of ten hoogste twaalf weekenden.

  • 3.

    Een ieder aan wie een verbod als bedoeld in het eerste lid is bekendgemaakt, is verplicht op daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zich onmiddellijk te begeven buiten de wegen en/of plaatsen waarop het verbod van toepassing is.

    Personen die binnen een aangewezen gebied een overtreding of misdrijf begaan gerelateerd aan uitgaansgeweld dan wel drugsgebruik of het dealen van drugs kunnen voor een bepaalde periode het verblijf in de binnenstad van Terneuzen worden ontzegd. Verblijfsontzeggingen kunnen ook worden uitgereikt tijdens het jaarlijkse carnaval te Sas van Gent. De uitvoering voor het opleggen van een verblijfsontzegging is door de burgemeester gemandateerd aan de politie.

Resumé

Vastgesteld moet worden dat de horecaproblematiek zodanige vormen heeft aangenomen dat algemeen de wens leeft om op lokaal niveau tot een intensievere aanpak hiervan te komen. Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat horeca essentieel is voor de levendigheid en de aantrekkelijkheid van de gemeente Terneuzen. Kwaliteit en kwantiteit dient te allen tijde gewaarborgd te zijn.

Om dit te bereiken worden de volgende doelstellingen geformuleerd:

Het beleid dient een belangrijke bijdrage te leveren aan de verhoging van de aantrekkelijkheid van de centrumfuncties binnen de kernen van de gemeente;

Integrale, efficiënte en klantgerichte afhandeling van vergunningaanvragen voor horeca-inrichtingen;

Ontwikkeling van een doorzichtig en integraal beleid voor horeca-inrichtingen;

Ontwikkeling van een beheerssysteem van alle horecarelevante vergunningen en ontheffingen;

Het zoveel mogelijk voorkomen van verstoring van de openbare orde en veiligheid;

Een goede afstemming van horeca-inrichtingen op het woon- en leefmilieu, waardoor vermenging zoveel mogelijk voorkomen wordt;

Een consequente handhaving van regelgeving;

Het tot stand brengen van een structureel overleg met horecaondernemers, gemeente en politie;

Goede ordening in verband met samenhang/scheiding andere functies, zoals wonen, winkelen, recreatie etc., op een zodanige wijze dat conflicten worden voorkomen en opgelost;

Situatieve beoordeling van de inpassing van diverse soorten horeca.

Ten behoeve van de evaluatie van de horecanota kan, ruim één jaar later, het volgende opgemerkt worden.

Centraal aanspreekpunt en horecaoverleg

Met onze nieuwe organisatiestructuur, de vraaggericht is vormgegeven, kunnen we de klantvraag beter structuren en behandelen. Zo zijn de afdeling Vergunningen en Handhaving, afdeling Klantenservice en Team Bestuur organisatieonderdelen waarmee de horeca vaak te maken zal hebben. Er wordt daarbij vanuit gegaan dat de ondernemer zich vooral tot de ambtenaar die belast is met de Drank- en Horecawet zal wenden met vragen omdat deze persoon de meeste contacten heeft met deze ondernemers.

Twee keer per jaar zullen de plaatselijke horeca-ondernemers (of een afvaardiging daarvan) schriftelijk benaderd worden of er behoefte bestaat aan een overleg teneinde actuele zaken, problemen en ontwikkelingen te bespreken.

Uitgaanscentra

Door de hierboven genoemde overlegstructuur kan de kwaliteitskring komen te vervallen.

Drank- en Horecawet

Landelijk is een wijziging van de Drank- en Horecawet in een gevorderd stadium. Het is nog niet bekend wanneer de wijziging van de DHW van kracht wordt. Ten aanzien van de rol van de burgemeester worden enkele belangrijke wijzigingen voorgesteld.

Daarnaast wil men in de nieuwe DHW gemeenten bevoegdheden geven om op lokaal niveau beter invulling te kunnen geven aan het alcoholbeleid, met name om het overmatig alcoholgebruik onder jongeren tegen te gaan.

Sluitingstijdenbeleid

De sinds 1 oktober 2007 ingevoerde sluitingstijden verlopen naar wens. Er zijn 4

ondernemers aangeschreven die zich niet aan de sluitingstijden hielden. Aan 2 ondernemers is een ontheffing verleend om tot 05.00 uur open te mogen blijven.

Door de teamchefs van de politie in Terneuzen is aangegeven dat zij het sluitingstijdenbeleid als zeer positief ervaren. Het aantal zware geweldsdelicten tijdens het uitgaan, voornamelijk in de vroege ochtenduren, is naar hun mening duidelijk afgenomen. Er wordt vanuit gegaan dat dit een positief gevolg is van het sluitingstijdenbeleid. Daarnaast heeft het sluitingstijdenbeleid een positieve invloed op de bedrijfsvoering van de politie. De preventieve aanwezigheid van de politie kan effectiever ingevuld worden.

Bij de horecaondernemers bestaat behoefte aan een ontheffingsmogelijkheid van de sluitingstijden bij grote evenementen. Evenementen zijn echter om 01.00 uur of 02.00 uur ten einde. Dit is dan ook geen reden om de horecagelegenheden tijdens evenementen ontheffing te verlenen van het sluitingsuur van 04.00 uur. Eén keer per jaar gelden de sluitingstijden nìet en dat is tijdens de jaarwisseling.

Terrassenbeleid

Afgelopen jaar is gebleken dat de tijden waarop ontheffing van de geluidsnormen wordt verleend niet overeen kwamen met de sluitingstijden van de terrassen. Daarom worden deze tijden op elkaar afgestemd en mogen terrassen tijdens dergelijke festiviteiten geopend blijven tot de eindtijd van de collectieve festiviteit (01.00 uur c.q. 02.00 uur). Tot deze tijden mag dan ook bediend worden op het terras. Horeca-ondernemers hebben aangegeven dat de openingstijden van de terrassen wat hen betreft ruimer zouden mogen gezien het rookbeleid dat sinds 1 juli 2008 van kracht is geworden. Bezoekers gaan buiten roken maar mogen dan, na sluitingstijd van het terras, geen alcoholhoudende drank nuttigen op het terras. Het is echter niet wenselijk de openingstijden van de terrassen te verruimen. Het stellen van een sluitingstijd strekt dan ook tot bescherming van de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving.

Handhavingsbeleid

Sinds 1 juli 2008 is er een afdeling Vergunningen en Handhaving. Eén van de speerpunten van het cluster Handhaving is dat er een Nota Integraal Handhavingsbeleid wordt opgesteld. Deze Nota wordt in 2009 verwacht. In deze nota zal de intensiteit van handhaven afgezet worden tegen de beschikbare capaciteit en zal aangegeven worden waar de gemeente prioriteit aan wil geven.

Sanctiebeleid

Het sanctiebeleid in de horecanota kon duidelijker. De politie heeft de voorkeur uitgesproken voor eenzelfde handhavingsbeleid op Zeeuws-Vlaams niveau. Daarom is de handhavingsparagraaf aangepast.