Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Texel

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieTexel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2018
CiteertitelVerordening toeristenbelasting 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

09-12-2017Nieuwe regeling

09-11-2017

Gemeenteblad Texel 2017 nr 39

Raadsbesluit 077

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2018

De raad van de gemeente Texel:

 

gelezen het advies van burgemeester en wethouders van 10 oktober 2017;

 

gehoord de raadscommissie van 26 oktober 2017

Gelet op

Artikel 224 van de Gemeentewet

Besluit

Vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2018

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 2 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

  • 3.

    Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

Artikel 3 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • 1.

    van degene, die:

    • a.

      als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van hulpbehoevenden of van bejaarden verblijft;

    • b.

      verblijf houdt in een gemeubileerde woning ter zake waarvan forensenbelasting is verschuldigd;

    • c.

      als student, ingeschreven bij een van overheidswege erkende onderwijsinstelling, een stage loopt als verplicht onderdeel van zijn studiepakket, bij een in de gemeente gevestigde instelling;

       

  • 2.

    waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting;

     

  • 3.

    dat gebeurt ter uitvoering van beroeps- of bedrijfswerkzaamheden;

     

  • 4.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

     

  • 5.

    als het een schoolreis en/of werkweek betreft, georganiseerd door een van overheidswege erkende onderwijsinstelling.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

  • 1.

    De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten met dien verstande dat er niet meer dan 7 aaneengesloten overnachtingen per persoon per verblijfsperiode worden berekend.

  • 2.

    Indien een standplaats gedurende een of meerdere verhuurperiode(n) binnen het kalenderjaar gedurende minimaal 28 aaneengesloten dagen aan dezelfde persoon of personen wordt verhuurd, wordt de belasting voor die verhuurperiode(n) forfaitair geheven naar rato van de duur van de door belastingplichtige overeengekomen afzonderlijke verhuurperiode(n).

     

    Hierbij worden de volgende verhuurperioden onderscheiiden:

     

    • .

      verhuurperiode A van 28 t/m 45 dagen

    • ·

      verhuurperiode B van 46 t/m 76 dagen

    • .

      verhuurperiode C van 77 t/m 107 dagen

    • .

      verhuurperiode D van 108 t/m 138 dagen

    • .

      verhuurperiode E van 139 t/m 169 dagen

    • .

      verhuurperiode F van 170 t/m 200 dagen

    • .

      verhuurperiode G van 201 dagen of meer

     

    Hierbij wordt verstaan onder:

    Een standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een periode van minimaal 1 maand plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen.

  • 3.

    Indien een standplaats in de loop van een jaar afwisselend voor kortere en langere perioden wordt verhuurd, wordt de heffing bepaald op de som van de afzonderlijke heffingen die op grond van lid 1 en 2 verschuldigd zijn.

Artikel 5 Belastingtarief

  • 1.

    Tarief per overnachting:

    Het tarief bedraagt per overnachting per persoon € 1,75 met dien verstande dat er niet meer dan 7 aaneengesloten overnachtingen per persoon en per verblijfsperiode worden berekend.

  • 2.

    Tarief standplaatsen per verhuurperiode:

    Verhuurperiode

    Tarief

    Verhuurperiode A

    € 50,75

    Verhuurperiode B

    € 77,00

    Verhuurperiode C

    € 103,25

    Verhuurperiode D

    € 129,50

    Verhuurperiode E

    € 154,00

    Verhuurperiode F

    € 180,25

    Verhuurperiode G

    € 206,50

Artikel 6 Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing

De belastingplichtige kan bij het doen van aangifte voor een standplaats in afwijking van artikel 4 lid 2 opteren voor een niet-forfaitaire maatstaf van heffing. De belasting wordt in dat geval geheven conform artikel 4 lid 1.

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 9 Aanslaggrens

Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen dertig dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting.

Artikel 12 Aanmeldingsplicht

  • 1.

    De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal gelegenheid tot overnachten verschaft, dit schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet.

  • 2.

    De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden een nachtregister bij te houden.

Artikel 13 Overgangsbepaling

De ‘Verordening toeristenbelasting 2017’ van november 2016 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening toeristenbelasting 2018.

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 november 2017,

De griffier, De voorzitter,

M. de Porto. M.C. Uitdehaag.