Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Uden

Notitie Handhaving Kinderopvang

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieUden
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingNotitie Handhaving Kinderopvang
CiteertitelHandhaving Kinderopvang
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerponderwijs
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Notitie bevat beleidsregels

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, art. 1

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

27-09-2011Nieuwe regeling

20-09-2011

Infopagina Udens Weekblad 26-10-2011

Collegevoorstel 20-09-2011

Tekst van de regeling

Intitulé

Notitie Handhaving Kinderopvang

 

 

Artikel 0 Dit artikel moet nog worden gesplitst

Bijlage 1

Notitie handhaving Kinderopvang

Gemeente Uden

September 2011

RvV

INHOUDSOPGAVE

Inleiding blz. 2

1. Toezicht blz. 3

  • -

    1.1. Kader

  • -

    1.2. Afwegingsmodel kinderopvang

2. Het Landelijk Register blz. 3

3. Kwaliteit in de kinderopvang blz. 4

4. Verantwoordelijkheden, organisatie en mandatering blz. 4 en 5

  • -

    4.1. De houder

  • -

    4.2. De oudercommissie

  • -

    4.3. Het college van B&W

  • -

    4.4. De toezichthouder

  • -

    4.5. De brandweer en afdeling Bouwen en Milieu

5. Vormen van onderzoek blz. 6

  • -

    5.1. Vormen

  • -

    5.2. Inspectierapport

6. Gemeentelijke ingrijpen, handhaven en sanctioneren (op basis van VNG model) blz. 6, 7 en 8

  • -

    6.1. Maatregelen

  • -

    6.2. Aanwijzing

  • -

    6.3. Schriftelijke waarschuwing

  • -

    6.4. Werking afwegingsmodel

  • -

    6.5. Mandatering

  • -

    6.6. Samenvatting handhavingtraject

  • -

    6.7. Handhaving ten opzichte van ouders

  • -

    6.8. Integrale handhaving

7. Jaarlijkse verantwoording blz. 8

8. Financiën en monitoring blz. 8

Inleiding

Beleidskader

De Wet kinderopvang regelt o.a. de kwaliteit van de kinderopvang. De wet voorziet in landelijke uniforme kwaliteitseisen aan houders van kindercentra en gastouderbureaus. De eisen dragen bij aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind en een veilige en gezonde omgeving.

Volgens de wet is de gemeente verantwoordelijk voor het directe (eerste) lijns toezicht op de kwaliteit in de kinderopvang.

Gemeenten hebben op grond van de wet de plicht een register bij te houden van voorzieningen die onder de wet vallen (kinderdagverblijven, locaties buitenschoolse opvang, gastouders en gastouderbureaus). De houder van een voorziening is verplicht zich te melden bij de gemeente. Per 1 januari 2010 moeten alle voorzieningen opgenomen worden in het Landelijk register kinderopvang.

Visie jeugd

In 2002 is de volgende visie door de gemeenteraad vastgesteld:

De gemeente Uden maakt zich sterk om ieder kind en iedere jongere in de gemeente Uden de kans te bieden om zich optimaal te kunnen ontwikkelen en om op den duur een zelfstandige positie in de samenleving te kunnen verwerven.

Het is voor ons belangrijk dat de jeugd gezond blijft, veilig kan opgroeien en gestimuleerd en ondersteund wordt bij het ontwikkelen van hun competenties en vaardigheden, zodat ze zich kan ontwikkelen tot zelfstandige volwassenen die actief kunnen deelnemen aan de maatschappij. De aandacht gaat vooral uit naar preventie; proberen te voorkomen dat kinderen op welke manier dan ook buiten de boot vallen. Wij vinden het daarom belangrijk om goede en toegankelijke (basis)voorzieningen te hebben en in stand te houden.

1. Toezicht

1.1.Kader

Het toezicht op naleving van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (verder Wet Kinderopvang) is op grond van de wet toegewezen aan de GGD. De Wet kinderopvang voorziet in beleidsregels voor de werkwijze van de GGD als toezichthouder. In deze wet zijn toetsingskaders voor de verschillende vormen van kinderopvang opgenomen.

Met de GGD Hart voor Brabant zijn afspraken gemaakt over de invulling van de toezichthoudende rol. Jaarlijks vindt er een klantgesprek plaats waarin een en ander wordt afgestemd.

De GGD controleert o.a. nieuw gemelde voorzieningen, voert de jaarlijks verplichte controles uit (aangekondigd en niet aangekondigd), verricht zo nodig herinspecties en kan in opdracht van de gemeente incidentele controles uitvoeren. Bovendien kan de GGD worden ingeschakeld voor een onderzoek bij een vermoeden van niet gemelde kinderopvang.

1.2. Afwegingsmodel kinderopvang

Het is belangrijk om vast te leggen hoe de gemeente met overtredingen omgaat. Transparantie is van belang om consequent te kunnen optreden. Om die reden is het VNG- afwegingsmodel kinderopvang de basis voor ons handhavingsbeleid.

Kinderopvang bestaat uit de volgende 5 vormen:

  • -

    Dagopvang

  • -

    Buitenschoolse opvang

  • -

    Gastouderbureau

  • -

    Gastouders

  • -

    Peuterspeelzalen

De gemeente Uden hanteert afzonderlijke afwegingsmodellen voor de 5 vormen van kinderopvang die de wet onderscheidt (zie bijlage 1).

Met dit model kan onderbouwd worden weergegeven welke overtredingen prioriteit verdienen, welke hersteltermijn bij welke overtreding gehanteerd worden en welke handhavingmaatregelen van toepassing zijn.

2. Het Landelijk register kinderopvang

In het Landelijk register kinderopvang (LRK) worden alle kinderdagverblijven, organisaties voor buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en gastouders geregistreerd, die voldoen aan de kwaliteitseisen van de Wet Kinderopvang. Ouders hebben alleen recht op kinderopvangtoeslag als ze gebruik maken van kinderopvang die in het LRK staat.

De GGD controleert volgens wettelijk voorschrift in opdracht van de gemeente of aan de voorwaarden wordt voldaan.

3. Kwaliteit in de kinderopvang

Alvorens stil te staan bij het handhavingsbeleid is het goed in te gaan op de kwaliteitsaspecten van de Wet Kinderopvang. De kwaliteitsaspecten zijn opgesteld om een uniforme werkwijze van de toezichthouders te bevorderen De onderstaande kwaliteitsaspecten zijn vertaald in beleidsregels.

Hierbij gaat het om de volgende kwaliteitsaspecten:

  • ·

    Opvang in de zin van de wet

  • ·

    Ouders

  • ·

    Personeel

  • ·

    Veiligheid en gezondheid

  • ·

    Accommodatie en inrichting

  • ·

    Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

  • ·

    Pedagogisch beleid

  • ·

    Klachten

Voor elke vorm van kinderopvang zijn specifieke toetsingskaders (zie afwegingsmodel bijlage 1)

4. Verantwoordelijkheden, organisatie en mandatering

4.1.De houder

De houder is degene die de opvanginstelling exploiteert. De houder is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de opvanginstelling.

4.2.De oudercommissie

In elke vestiging hoort een oudercommissie te zijn. Oudercommissies hebben een belangrijke advies taak en functioneren op basis van een reglement. Zij adviseren de houder gevraagd en ongevraagd over ten minste de volgende aangelegenheden: de specifieke interpretatie van verantwoorde kinderopvang, het beleid over veiligheid en gezondheid in het algemeen en voeding in het bijzonder, openingstijden, spel- en ontwikkelingsactiviteiten, de prijs van kinderopvang en de klachtenregeling.

4.3 Het college van B&W

Het college ziet toe op de naleving van de Wet kinderopvang (artikel 61). Hiertoe wijst het college de GGD aan als toezichthouder. Het college kan op basis van de bevindingen van de toezichthouder ingrijpen. Op grond van de Wet kinderopvang is het college van Burgemeester en Wethouders verantwoordelijk en bevoegd om beleid c.q. beleidsregels vast te stellen voor de handhaving van de kinderopvang. Het college beoordeelt op basis van het GGD-inspectierapport en het advies van de toezichthouder of de kinderopvanginstelling voldoet aan wettelijke kwaliteitseisen. Indien het inspectierapport op onderdelen onvoldoende of slecht scoort beslist het college op basis van een sanctieprotocol op welke manier gesanctioneerd moet worden. Het sanctieprotocol is opgesteld op basis van het VNG afwegingsmodel. In de eerste fase van sanctioneren zal het gaan om waarschuwingen, aanwijzingen en bevel met een mogelijkheid om herstel te plegen en opdracht te geven aan de GGD voor een extra tussentijdse controle. In de wet bestaat de mogelijkheid deze bevoegdheid toe te wijzen aan de toezichthouder (GGD).

Voorstel is dat het college het hoofd van afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling mandateert tot het nemen van besluiten in de eerste fase (zie afwegingsmodel) van sanctioneren. Worden overtredingen niet opgelost dan treden de procedures van de tweede fase in werking. Hiertoe dient per overtreding een collegebesluit te worden genomen.

4.4 De toezichthouder

Er moet jaarlijks een inspectie worden uitgevoerd door de toezichthouder. Hoe dat gebeurt, hangt af van te maken werkafspraken die de gemeente hierover met de GGD maakt. Inspecties kunnen verschillende vormen aannemen. Er kan bijvoorbeeld onderzocht worden volgens een bepaalde planning en er kan incidenteel worden geïnspecteerd, bijvoorbeeld naar aanleiding van een klacht. Een bijzondere controle is de herinspectie. De herinspectie dient een specifiek doel, bijvoorbeeld nagaan of de houder uitvoering heeft gegeven aan een aanwijzing.

De dienstverlening van de GGD in opdracht van de gemeente met betrekking tot de

kinderopvangsector bestaat onder meer uit de volgende activiteiten:

  • ·

    inspectie voor aanvang nieuw kindercentrum, na melding (art. 62 lid 1 Wk.);

  • ·

    reguliere ofwel jaarlijkse inspectie o.b.v. landelijke uniforme regels (art. 62 lid 2 Wk.);

  • ·

    nader onderzoek/ herinspectie met een specifiek doel, bijvoorbeeld of afspraken zijn nagekomen respectievelijk een aanwijzing of bevel is opgevolgd;

  • ·

    inspectie na klacht of signaal/ incidenteel onderzoek, bijvoorbeeld ingeval van niet gemelde kinderopvang of klacht over een kwaliteitsaspect (art. 62 lid 3 Wk.);

  • ·

    rapporteren aan en adviseren van gemeente (art. 63 lid 1 Wk .);

  • ·

    openbaarmaking inspectierapportages (art. 63 lid 5 Wk.).

De toezichthouder beschikt over de volgende bevoegdheden:

  • ·

    Het betreden van plaatsen.

  • ·

    Het vorderen van inlichtingen.

  • ·

    Het vorderen van inzage in zakelijke gegevens.

  • ·

    Onderzoek, opneming en monsterneming.

  • ·

    Onderzoek vervoermiddelen.

Betrokkenen zijn verplicht om mee te werken aan de verzoeken van de toezichthouder. Wie aan een handeling van het college of van een toezichthouder redelijkerwijs de gevolgtrekking kan verbinden dat hem een bestuurlijke boete wacht, is niet verplicht om inlichtingen te verstrekken die de basis vormen voor de oplegging van deze boete. Kortom: de betrokkene hoeft niet mee te werken aan zijn eigen strafoplegging. De overtreder moet op zijn zwijgrecht worden gewezen voordat hem mondeling wordt gevraagd de inlichtingen te verstrekken.

4.5 De brandweer en afdeling Bouwen & Milieu

Naast de Wet kinderopvang heeft de kinderopvang te maken met (gemeentelijke) regelgeving op grond van andere wetten. De brandweer is verantwoordelijk voor de brandveiligheid op grond van de bouwverordening van de gemeente Uden. Kindercentra die aan meer dan 10 kinderen jonger dan twaalf jaar opvang bieden zijn gebruiksvergunningplichtig. Tevens moeten kindercentra beschikken over een ontruimingsplan. Naast de voorwaarden die de Brandweer op het punt van brandveiligheid stelt, heeft de houder een verplichting op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. De Arbeidsinspectie kan in voorkomende gevallen op het punt van het ontruimingsplan en –oefening handhaven en sanctioneren als de houder in gebreke blijft.

De afdeling Bouwen & Milieu en de afdeling Stedelijke ontwikkeling zijn betrokken bij de kinderopvang vanwege het ruimtelijk kader (realisatie en/of ruimtelijke veranderingen) en handhaving hiervan.

5. Vormen van onderzoek

5.1. Vormen

Indien duidelijk is dat er sprake is van kinderopvang in de zin van de wet, kan de toezichthouder

verschillende typen onderzoek uitvoeren. Dit is afhankelijk van de aanleiding van het onderzoek:

  • ·

    Onderzoek na melding: nog niet gestart bedrijf.

  • ·

    Onderzoek na aanvangsdatum exploitatie: net gestart bedrijf.

  • ·

    Regulier onderzoek: jaarlijkse standaardinspectie.

  • ·

    Nader onderzoek: herinspectie naar aanleiding van eerdere inspectie.

  • ·

    Incidenteel onderzoek: inspectie naar aanleiding van signaal of klacht.

  • ·

    Onderzoek bij niet-gemelde kinderopvang.

5.2. Inspectierapport

Bij elk onderzoekstype toetst de toezichthouder of er aan (een deel van) de kwaliteitseisen in de

toetsingskaders wordt voldaan. Hij legt dit vast in een rapport en stuurt dit naar de houder, de

oudercommissie en de gemeente. (In artikel 63 van de Wet kinderopvang is vastgelegd dat de

toezichthouder zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een kindercentrum of

gastouderbureau vastlegt in een inspectierapport.)

Alvorens het inspectierapport vast te stellen vindt hoor- en wederhoor plaats tussen de

toezichthouder en de houder. Dit geldt voor alle vormen van onderzoek, dus van inspectie na

melding tot en met incidenteel onderzoek. Nadat het inspectierapport is vastgesteld, dient de

toezichthouder het binnen drie weken openbaar te maken. Hiervoor geldt één uitzondering: Indien

de aard of omvang van een inspectierapport naar aanleiding van een incidenteel onderzoek zich

tegen openbare rapportage verzet, kan de toezichthouder besluiten het inspectierapport niet

openbaar te maken.

6. Gemeentelijk ingrijpen, handhaven en sanctioneren (op basis van VNG model)

6.1. Maatregelen

Indien blijkt dat de houder van een kindercentrum niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen moet de gemeente een handhavingstraject starten. De bevoegdheid om handhavend op te treden ligt bij het

college en is gemandateerd aan het hoofd van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling. Het college kan een keuze maken uit de volgende wettelijke maatregelen om naleving van de kwaliteitseisen af te dwingen:

  • ·

    Aanwijzing (door college) of bevel (door toezichthouder)

  • ·

    Bestuursdwang

  • ·

    Last onder dwangsom

  • ·

    Exploitatieverbod

  • ·

    Uitschrijving uit register

  • ·

    Bestuurlijke boete

6.2. Aanwijzing

In de meeste gevallen moet het college eerst een aanwijzing opleggen alvorens tot een zwaarder

handhavingsmiddel wordt overgegaan. In spoedeisende gevallen heeft de toezichthouder de mogelijkheid om een bevel op te leggen. Voorwaarde voor het opleggen van een bevel is dat de toezichthouder van oordeel is dat de tekortkomingen bij een kindercentrum of gastouderbureau zodanig zijn dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden.

6.3 Schriftelijke waarschuwing

De gemeente kan, voordat de eerste juridische stap van aanwijzing wordt gezet, overwegen eerst een

schriftelijke waarschuwing te geven. Ook kan overwogen worden eerst op basis van mondelinge

overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen. Zowel de waarschuwing als de

mondelinge overreding hebben geen juridische status en betekenen een uitstel van het sanctioneringtraject. Bij de keuze van de te nemen maatregelen moeten motieven van de overtreder

worden meegenomen.

6.4 Werking afwegingsmodel

Alle maatregelen en de daarbij horende procedures staan beschreven in de handreiking 'Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang' (zie bijlage 1). De gemeente Uden hanteert dit afwegingsmodel bij het uitvoeren van de handhavingacties als blijkt dat een houder van een kindercentrum niet voldoet aan een of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang.

In het afwegingsmodel zijn prioriteiten gesteld. De zwaarte van de prioriteit komt tot uiting in de

hersteltermijnen van de aanwijzing. De hersteltermijn in het afwegingsmodel wordt aangegeven in een bandbreedte. Na het verstrijken van een hersteltermijn dient de overtreding beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel de GGD de opdracht geven voor een herinspectie.

6.5 Mandatering

Indien het nodig is om een handhavingactie te staken, is het van belang dat er binnen de gestelde

termijnen gehandeld wordt. Om de procedure efficiënt te laten verlopen, is het hoofd van de afdeling

Maatschappelijke Ontwikkeling gemandateerd door het College met betrekking tot hoofdstuk 3 paragraaf 2, en hoofdstuk 4 paragraaf 1 en 2 van de Wet kinderopvang.

6.6. Samenvatting handhavingtraject

1.In principe start het gemeentelijke handhavingtraject direct na ontvangst van het definitieve

inspectierapport van de GGD.

2.Op basis van het 'Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang' wordt bepaald welke maatregel

genomen wordt.

3.In dit Afwegingsmodel zijn ook de hersteltermijnen vastgelegd. De eerste (juridische) stap is

meestal het opleggen van een aanwijzing, fase 1.

4.In geval de GGD al een bevel heeft gegeven, kan het bevel beschouwd worden als fase 1. In dit

geval kan de gemeente de aanwijzing overslaan en direct overgaan naar fase 2: een andere

maatregel opleggen.

5.De gemeente kan in bijzondere gevallen, voordat de eerste juridische stap van aanwijzing wordt

gezet, overwegen eerst een schriftelijke waarschuwing te geven of op basis van een mondelinge

overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen.

6.7 Handhaving ten opzichte van ouders

Deze nota heeft betrekking op de handhaving ten opzichte van de houders van kindercentra. In het kader van de Wet kinderopvang heeft de gemeente voor vastgestelde doelgroepen nog een taak in het mede bekostigen van de kinderopvang. Deze taak is neergelegd bij de afdeling Sociale Zaken. Ook in dat kader kan handhaving aan de orde komen. Voor een volledig overzicht wordt dit ook in deze nota

benoemd.

Als een ouder bepaalde verplichtingen niet nakomt, kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. Het

gaat hierbij om de verplichting om desgevraagd binnen een redelijke termijn alle gegevens te verstrekken van de ouder en zijn partner die van belang zijn voor de beoordeling op de aanspraak op de

tegemoetkoming door de gemeente. Het gaat hierbij ook om de verplichting om gegevens te verstrekken aan het college die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming, onmiddellijk na het bekend worden van die gegevens. De bestuurlijke boete mag ten hoogste € 2.269,— bedragen.

6.8 Integrale handhaving

Houders van kindercentra hebben niet alleen te maken met regels die voortvloeien uit de Wet

kinderopvang, maar moeten ook voldoen aan tal van andere regels waarvan het toezicht bij de gemeente berust. Uit oogpunt van efficiency kan het de aanbeveling verdienen om de handhaving integraal uit te voeren samen met de brandweer en bouw- en woningtoezicht. Zo ontstaat een beter beeld van de mate waarin wetten worden nageleefd en wordt voorkomen dat de wijze, waarop regels worden uitgevoerd, verschillend worden geïnterpreteerd.

Bij een binnengekomen melding vindt tussen de vakafdelingen gegevensuitwisseling plaats.

7. Jaarlijkse verantwoording

De Minister van OCW houdt toezicht op de rechtmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering van de wettelijke taken door het college (art. 68 Wk). Het zogenaamde tweedelijnstoezicht wordt onder gezag van de Minister van OCW uitgevoerd door de Inspectie voor het Onderwijs (voorheen door de Inspectie Werk en Inkomen).

Het college stelt jaarlijks voor 1 juli een verslag vast van alle toezicht- en handhavingstaken die de

gemeente in een kalenderjaar in het kader van de Wet kinderopvang heeft verricht (art. 12 lid 1 Regeling Wk). Het verslag bevat een overzicht en geeft inzicht in:

· De uitgevoerde onderzoeken door de toezichthouder, gespecificeerd naar onderzoek.

· De situaties die aanleiding hebben gegeven tot een incidenteel onderzoek.

· De wijze waarop de onderzoeken zijn uitgevoerd.

· De onderzoeksresultaten.

· De wijze waarop handhaving van de kwaliteitseisen heeft plaatsgevonden.

Het college zendt het verslag naar de gemeenteraad en naar de minister. De minister stelt jaarlijks een

verslag op van de werkzaamheden in het kader van het tweedelijntoezicht van het voorafgaande

kalenderjaar (art. 70 Wk). Het verslag wordt naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het gemeentelijke jaarverslag heeft dus twee belangrijke functies:

  • 1.

    De beoordeling van het gemeentelijke toezicht op het aanbod van kinderopvang.

  • 2.

    De verzameling van aanvullende informatie ten aanzien van de effectiviteit van het systeem van het eerstelijntoezicht Wet kinderopvang.

8. Financiën en monitoring

De kosten voor de inspecties maken deel uit van het beschikbare budget Kinderopvang.

Jaarlijks vindt er een klantgesprek plaats met de GGD. Hierin wordt de stand van zaken besproken, afspraken gemaakt en bijzondere gevallen besproken.

Bijlage 2

AFWEGINGSMODEL HANDHAVING KINDEROPVANG

Gemeente Uden

Handhaving- en sanctiebeleid gemeenten betreffende kwaliteit en handhaving kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

  • 1.

    Dagopvang

  • 2.

    Buitenschoolse opvang (BSO)

  • 3.

    Gastouderbureau

  • 4.

    Gastouders

  • 5.

    Peuterspeelzalen

  • 6.

    Overige overtredingen

Algemeen

1. Inleiding

De gemeente Uden hanteert het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang bij het uitvoeren van de handhavingacties die nodig zijn als een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (kortweg aangeduid als Wet kinderopvang) en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (verder: Beleidsregels kwaliteit) van de staatssecretaris van OCW. In het model zijn de algemene stappen opgenomen die de gemeente kan hanteren bij het overtreden van de kwaliteitseisen.

Handhaving is maatwerk en zal in elke situatie apart afgewogen moeten worden. Proportionaliteit is daarbij van belang. Daardoor zijn niet automatisch alle genoemde stappen onverkort van toepassing op een geconstateerde overtreding, maar zal telkens afgewogen worden of toepassing onder meer proportioneel is.

Dit Afwegingsmodel heeft als basis de model(inspectie)rapporten van de GGD. De tekst van het rapport en het Afwegingsmodel is gelijk. Voor de leesbaarheid van het Afwegingsmodel zijn de meeste voetnoten die in het modelrapport zijn opgenomen ten behoeve van de inspectie in het Afwegingsmodel verwijderd. Dit betekent echter niet dat de toelichtingen in de voetnoten niet van overeenkomstige toepassing zijn op de bepalingen van het Afwegingsmodel.

Start handhavingstraject

Het gemeentelijke handhavingtraject begint direct na ontvangst van het inspectierapport van de GGD. De GGD geeft in het rapport een handhavingadvies aan de gemeente. In het rapport is het ‘Overzicht bevindingen toezichthouder per inspectiedomein’ de basis voor het afwegen van de te ondernemen handhavingactie. In dit overzicht beschrijft de toezichthouder per domein de context van de voorwaarden waar de houder niet aan voldoet. Ook de resultaten van eventueel door de inspecteur toegepast overleg en overreding worden hierin genoemd. De gemeente kan de aangegeven verzwarende of verzachtende omstandigheden, de inspanning van de houder etc. mee laten wegen bij het beoordelen van de te nemen handhavingactie.

De gemeente kan in bijzondere gevallen, voordat de eerste juridische stap van aanwijzing wordt gezet, overwegen eerst een schriftelijke waarschuwing te geven. Ook kan overwogen worden eerst op basis van mondelinge overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen. Zowel de waarschuwing als de overreding hebben geen juridische status en betekenen daarom een uitstel van het handhavingtraject.

Handhaving peuterspeelzalen

Zolang afdeling 2.2 en art 2.20 Wko niet in werking zijn getreden, is het handhavingsbeleid voor peuterspeelzalen (hoofdstuk 5 van dit Afwegingsmodel) nog niet van toepassing. Zodra deze artikelen wel in werking treden, treedt op datzelfde moment ook het handhavingsbeleid peuterspeelzalen inwerking.

2. Verschillende soorten sancties

Binnen de handhaving kunnen 2 typen sancties onderscheiden worden, te weten herstellende sancties en bestraffende sancties. Deze typen sancties bestaan naast elkaar en derhalve kunnen sancties van een verschillend type tegelijkertijd worden opgelegd.

A. Herstelsancties

In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een herstelsanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding.

Hieruit volgt dat het doel van de herstellende sanctie dus ook met name gelegen is in het voorkomen van voortduren van de overtreding en/of herhaling in de toekomst. Bestraffing van reeds begane overtredingen kan via de bestraffende sanctie (zie hieronder)

Welke herstellende sancties worden er onderscheiden binnen dit handhavingsbeleid?

Stap 1

Bevel

Dit is een handhavingsmiddel dat in spoedeisende gevallen door de GGD-inspecteur direct tijdens een inspectie ingezet kan worden. Omdat het middel door de GGD-inspecteur wordt ingezet en niet door het college wordt dit bevel in onderhavig Afwegingsmodel niet nader genoemd. Inzet van dit middel wordt door de GGD-inspecteur bepaald. De GGD geeft alleen een bevel indien hij van mening is dat de kwaliteit bij een kindercentrum of peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. Ingeval van overtredingen met een lage of gemiddelde prioritering zal hier niet snel sprake van zijn.

In artikel 1.65 lid 4 wet Kinderopvang staat dat een bevel een geldigheidsduur heeft van 7 dagen en door het college van B&W verlengd kan worden.

OF Aanwijzing

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of een peuterspeelzaal bevindt dat de bij of krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3, of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften (de ‘kwaliteitseisen”) niet of in onvoldoende mate naleeft, kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven.

In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder genomen dienen te worden.

Hersteltermijn

Bij een aanwijzing wordt de houder een hersteltermijn gegeven. De hersteltermijn wordt bepaald door de zwaarte van de prioritering. De hersteltermijn in dit model wordt aangegeven in een bandbreedte. De handhaver geeft per concreet geval de exacte hersteltermijn aan. Na het verstrijken van een hersteltermijn dient de overtreding beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel de GGD de opdracht geven voor een herinspectie. Is de overtreding niet beëindigd, dan zal een volgende stap worden ingezet.

Stap 2

Last onder dwangsom

Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

  • o

    a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

  • o

    b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit vereist dan wel een nieuw besluit.

Of eventueel Last onder bestuursdwang

Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

  • o

    a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

  • o

    b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding op te lossen (op kosten van de overtreder) kan een last onder bestuursdwang opgelegd worden. Omdat in het kader van handhaving kinderopvang de overtredingen zich maar in zeer beperkte mate lenen voor toepassing van bestuursdwang, is de optie last onder bestuursdwang op een enkele overtreding na niet opgenomen. Echter, op grond van het bestuursrecht geldt dat in die gevallen waarin last onder dwangsom mogelijk is, ook bestuursdwang kan worden toegepast indien de gemeente de overtreding daardoor zelf kan doen beëindigen.

Stap 3

Exploitatieverbod

Het college van burgemeester en wethouders kan de houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of de instandhouding van een peuterspeelzaal voort te zetten, zolang hij een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is.

Ook kan het college van burgemeester en wethouders de houder verbieden dat kindercentrum, die voorziening voor gastouderopvang, dat gastouderbureau of die peuterspeelzaal in exploitatie te nemen, zolang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen uit hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 2 is voldaan.

Stap 4

Verwijdering uit landelijk register

Er zijn verschillende gronden waarop het college een voorziening uit het register kinderopvang kan verwijderen:

  • ·

    indien is gebleken dat de houder niet langer de organisatie voor kinderopvang exploiteert

  • ·

    indien uit een GGD-inspectie is gebleken dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de bij en krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 van de Wko gegeven voorschriften

  • ·

    indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de organisatie voor kinderopvang niet daadwerkelijk is aangevangen

Vanaf het moment dat een kindercentrum (dagopvang of BSO), een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of een peuterspeelzaal is verwijderd uit het register, is er geen sprake meer van kinderopvang in de zin van de wet. Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale kinderopvang en tot een boete op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten.

Doordat een kindercentrum (dagopvang of BSO), een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau uit het register is verwijderd, wordt ook grond voor het recht op kinderopvangtoeslag voor vraagouders beëindigd.

Verloop herstel handhavingstraject

Een herstel handhavingstraject verloopt in beginsel volgens de hierboven beschreven stappen. Er kunnen zich echter situaties voordoen, waarin het naar beoordeling van het college gerechtvaardigd is om, gezien de aard en/of ernst van de overtreding, bepaalde stappen ‘over te slaan’ en direct over te gaan tot inzet van een zwaardere sanctie. Eén van de situaties waarin dit zich kan voordoen is recidive.

B. Bestraffende sancties

In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een bestraffende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie voor zover deze beoogt de overtreder leed toe te voegen.

Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die ‘in het verleden’ begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang is de bestuurlijke boete.

Een bestuurlijke boete kan apart maar ook gelijktijdig met een herstellend handhavingstraject worden opgelegd.

Grondslag bestuurlijke boete

Bij kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureau’s

Op grond van artikel 1.72 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste € 45.000 bedragen.

Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties:

  • ·

    In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 1.45 tot en met 1.60a Wko (hoofdstuk 1 afdeling 3 Kwaliteit kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureau’s);

  • ·

    In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 1.65 WKo) niet nakomt;

  • ·

    In geval de houder een kinderopvangcentrum blijft exploiteren terwijl op grond van artikel 1.66 Wko aan hem een exploitatieverbod is opgelegd;

  • ·

    In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (5:20 Awb).

  • ·

    In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt

Gastouders

Gastouders vallen ook volledig onder het regime van toezicht en handhaving en daarbij is ook de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen van toepassing. Omdat echter een gastouder toch een bijzondere vorm van opvang is, is ervoor gekozen niet vooraf in dit model boetebedragen te noemen in het domein ‘gastouderopvang’. Indien een gemeente een overtreding van een gastouder wil sanctioneren met een bestuurlijke boete, zal in dat geval het boetebedrag bepaald worden, met inachtneming van de algemene bepalingen hieromtrent in dit handhavingsbeleid. Daarbij kan bijvoorbeeld een relatie worden gelegd met de boetebedragen zoals die zijn bepaald binnen de kinderopvang.

Bij peuterspeelzalen

Voor peuterspeelzalen geldt dat de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen, is bepaald in artikel 2.27 Wko. Dit artikel bepaalt dat een bestuurlijke boete alleen opgelegd kan worden aan niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen. Dit betekent dat het onderdeel ‘bestraffende sanctie’ in dit Afwegingsmodel alleen van toepassing is op niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen.

Op grond van artikel 2.28 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste € 45.000 bedragen.

Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties:

  • ·

    In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 2.2 tot en met 2.13 Wko (hoofdstuk 2 afdeling 2 Kwaliteit peuterspeelzalen);

  • ·

    In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 2.23 WKo) niet nakomt;

  • ·

    In geval de houder een peuterspeelzaal in stand blijft houden terwijl op grond van artikel 2.24 Wko de voortzetting van de instandhouding is verboden;

  • ·

    In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (5:20 Awb).

  • ·

    In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt

Opleggen bestuurlijke boete

Wanneer wordt een boete opgelegd?

Bij een overtreding van de prioriteit ‘hoog’ zal in beginsel een boete ter hoogte van het in het Afwegingsmodel genoemde bedrag worden opgelegd.

Bij overtredingen met een prioriteit ‘gemiddeld’ of ‘laag’ kan het college besluiten een boete op te leggen.

Wanneer geen bestuurlijke boete?

Het college legt geen boete op indien:

  • ·

    de overtreder aannemelijk maakt dat elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt

  • ·

    indien de houder, zijnde een natuurlijk persoon (en geen rechtspersoon), is overleden.

  • ·

    bij opzet of bewuste roekeloosheid en een direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen tot gevolg heeft

Hoogte bestuurlijke boete

De in dit Afwegingsmodel genoemde boetebedragen zijn richtlijnen. Per geconstateerde overtreding zal bepaald moeten worden of het genoemde boetebedrag proportioneel is. Het college stemt de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het college houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.

Boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden

In het geval de overtreder in de afgelopen drie jaar al eerder is beboet voor eenzelfde type overtreding kan het college de boete verhogen. Daarbij is irrelevant of de in het verleden gepleegde overtreding(en) al dan niet betrekking hadden op hetzelfde kindercentrum, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal waarvoor de nieuwe boete wordt opgelegd. Bepalend is of de overtreder als houder al eerder een boete is opgelegd.

Ook kan sprake zijn van boeteverlagende omstandigheden.

Als boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden kunnen onder meer in aanmerking worden genomen:

  • ·

    De omstandigheid dat de houder al eerder eenzelfde type overtreding heeft gepleegd. Daaronder wordt ook een overtreding in een ander kindercentrum, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal van dezelfde houder begrepen (recidive, boeteverhogend)

  • ·

    De omstandigheid dat de overtreding betrekking heeft op een kleine onderneming (boeteverlagend)

  • ·

    De omstandigheid dat de overtreder door de verboden gedraging een aanzienlijk voordeel heeft verkregen (boeteverhogend)

  • ·

    De omstandigheid dat de overtreder uit eigen beweging derden, aan wie direct of indirect door de overtreding schade is berokkend, schadeloos heeft gesteld (boeteverlagend)

  • ·

    Een andere omstandigheid die naar het oordeel van het college aanleiding geeft tot verhoging/verlaging van de boete.

3. Begripsomschrijvingen

In dit Afwegingsmodel wordt verstaan onder: beroepskracht: de persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een kindercentrum en is belast met de verzorging en opvoeding van kinderen; of de persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een gastouderbureau en is belast met het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang;

beroepskracht in opleiding: degene die de beroepsbegeleidende leerweg volgt, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, en ten behoeve van beroepspraktijkvorming is belast met de verzorging en opvoeding van kinderen bij een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang;

gastouder: de natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder die gastouderopvang biedt, met uitzondering van natuurlijke personen van wie een of meer kinderen op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gronden onderworpen zijn aan ondertoezichtstelling of voorlopige ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 254, onderscheidenlijk artikel 255, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, en met uitzondering van de persoon die op hetzelfde woonadres als de ouder of diens partner staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

gastouderbureau: een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders geschiedt;

houder: de rechtspersoon of natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder die een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau exploiteert;

kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang;

kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;

ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft, met dien verstande dat bij de beoordeling of sprake is van pleegouderschap een subsidie op grond van de Wet op de jeugdzorg buiten beschouwing blijft;

oudercommissie: de commissie, bedoeld in artikel 1.58 Wet kinderopvang;

dagopvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen;

buitenschoolse opvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd, evenals gedurende vrije dagen of middagen en in de schoolvakanties;

stamgroep: een vaste groep kinderen in de dagopvang in een passend ingerichte vaste groepsruimte;

stamgroepruimte: de ruimte waarin de kinderen in de dagopvang het grootste deel van de dag aanwezig zijn;

basisgroep: een vaste groep kinderen in de buitenschoolse opvang in een passend ingerichte ruimte;

risico-inventarisatie: de risico-inventarisatie, bedoeld in artikel 1.51 Wet kinderopvang;

bemiddelingsmedewerker: de medewerker die zich bezighoudt met de taken, bedoeld in de artikelen 12, 15 en 15e Beleidsregels kwaliteit kinderopvang.

Voor eventuele overige begrippen is artikel 1.1 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en artikel 1 Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen van toepassing.

Deze begripsbepalingen zijn opgenomen ter bevordering van de leesbaarheid van dit Afwegingsmodel en zijn overeenkomstig de begripsbepalingen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen. Mochten in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen deze begripsbepalingen worden aangepast dan geldt ook voor dit Afwegingsmodel vanaf dat moment de omschrijving zoals die dan geldt volgens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en/of de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.

4. Gebruikte afkortingen

Art: artikel

Artt: artikelen

Beleidsregels kwaliteit: Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

BSO: buitenschoolse opvang

GOB: gastouderbureau

Jo: juncto (in samenhang met)

Kdv: kinderdagverblijf

Psz: peuterspeelzaal

Wkcz: Wet klachtrecht cliënten zorgsector

Wko: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

1. Afwegingsmodel handhaving dagopvang

De kwaliteitsaspecten voor dagopvang, zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

  • 0.

    Kinderopvang in de zin van de wet

  • 1.

    Ouders

  • 2.

    Personeel

  • 3.

    Veiligheid en gezondheid

  • 4.

    Accommodatie en inrichting

  • 5.

    Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

  • 6.

    Pedagogisch beleid

  • 7.

    Klachten

    0.Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    0.1 Kinderopvang in de zin van de wet

    Wet kinderopvang (artikel 1.1, eerste lid)

    Beleidsregels werkwijze toezichthouder (artikel 4, eerste lid)

     

    constatering

    gevolg

    verdere sancties mogelijk?

    1De opvang vindt bedrijfsmatig of anders dan om niet plaats (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    2Gedurende de opvang wordt verzorging en opvoeding geboden (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    3De opvang is gericht op kinderen in de leeftijd van 0 jaar tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    1. Ouders

    1.1 Reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    1.1.1 Inhoud reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 lid 2 sub a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 lid 2 sub b Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 lid 2 sub c Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 lid 5 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2 Instellen oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 lid 1 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2.1 Voorwaarden oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder is geen lid (art 1.58 lid 2 en 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2Het personeel is geen lid (art 1.58 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 1.58 lid 2 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2.2 Adviesrecht oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.60)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 3 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 lid 4 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 3 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3Van een gevraagd advies van deoudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 lid 2 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 3 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 3 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 3 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    1.3 Informatie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.54 en 1.63, vierde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2De houder informeert de ouders en de kinderen in welke stamgroep het kind verblijft en welke beroepskrachten op welke dag bij welke groep horen (art 1.54 Wko jo art 3 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3De houder legt een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 1.63 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2. Personeel

    2.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang (artikel 1.50, derde, vierde en vijfde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Personen werkzaam bij het kindercentrum zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.50 lid 3 Wko en art 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    (het duurt zeker 4 weken voordat bewijs binnen is)

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende VOG

    2De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het kindercentrum overlegd (art 1.50 lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

    3De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 1.50 lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per te oude VOG

    2.2 Passende beroepskwalificatie

    Wet kinderopvang (artikel 1.50, eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 9, eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Alle beroepskrachten beschikken over de voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen (art 1.50 lid 1 Wko jo art 9 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 3 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

    2.3 Voorwaarden en inzet van pedagogisch medewerkers in ontwikkeling (PMIO)

    Wet kinderopvang (artikel 1.50, eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 9, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a Alle PMIO’ers beschikken over een diploma op minimaal MBO-3 niveau;

    OF

    1b Een HAVO of VWO diploma;

    OF

    1c Een voor de kinderopvang relevant, maar nog niet gelijkgesteld buitenlands diploma én relevante werkervaring.

    (art 1.50 lid 1 Wko jo art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    2Voor alle PMIO’ers is binnen 2 maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld (art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit jo art 1.50 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    3Alle PMIO’ers worden ingezet conform een actueel persoonlijk ontwikkelplan (art 1.50 lid 1 Wko jo art 9 lid 2Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

    Wet kinderopvang (artikel 1.55)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 lid 1 Wko)

    OF

    1b Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 lid 2 Wko)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    3.Veiligheid en gezondheid

    3.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.1.1 Beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De risico-inventarisatie beschrijft de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, (verstikking), verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3Er is een registratie van ongevallen, waarbij per ongeval de aard en plaats van het ongeval, de leeftijd van het kind, de datum van het ongeval en een overzicht van te treffen maatregelen worden vermeld (art 1.51 Wko jo art 8 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De houder draagt zorg voor uitvoering van het plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 1.51 Wko jo art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.2.1 Beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De risico-inventarisatie beschrijft de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De houder draagt zorg voor uitvoering van plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 1.51 Wko jo art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49, 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een protocol kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art 1.49 lid 1 Wko jo art 10a lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000

    3.3.1 Beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49, 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder draagt er zorg voor dat beroepskrachten op de hoogte zijn van de inhoud van het protocol kindermishandeling (art 1.49 lid 1 Wko jo art 10a lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3.3.2 Uitvoering beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (art 1.49, 1.51 Wko)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskrachten kennen de inhoud van het protocol (art 1.49 lid 1 Wko jo art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De beroepskrachten handelen aantoonbaar naar het protocol kindermishandeling (art 1.49 lid 1 Wko jo art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4. Accommodatie en inrichting

    4.1 Binnenspeelruimte

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 5)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste groepsruimte (art 1.50 Wko jo art 5 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 (per ontbrekende ruimte)

    2Er is ten minste 3,5 m2 bruto oppervlakte in de groepsruimte beschikbaar per kind, waaronder mede begrepen passend voor spelactiviteiten ingerichte ruimtes buiten de groepsruimte (art 1.50 Wko jo art 5 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3.0-3.5 m2: 2000

    < 3.0 m2: 4000

    3De binnenspeelruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 Wko jo art 5 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4De binnenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 Wko jo art 5 lid 1 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom (evt bestuursdwang)

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4.2 Slaapruimte

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 6)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Er is een afzonderlijke slaapruimte voor in ieder geval kinderen tot anderhalf jaar (art 1.50 Wko jo art 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    2De slaapruimte is afgestemd op het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 Wko jo art 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    4.3 Buitenspeelruimte

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 7, eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Er is ten minste 3 m2bruto buitenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind (art 1.50 Wko jo art 7 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2.5-3.0 m2: 1000

    < 2.5 m2: 2000

    2De buitenspeelruimte is voor kinderen toegankelijk (art 1.50 Wko jo art 7 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De buitenspeelruimte is aangrenzend aan het kindercentrum (art 1.50 Wko jo art 7 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4De buitenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 Wko jo art 7 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5. Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

    5.1 Opvang in groepen

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, eerste en vierde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De opvang vindt plaats in stamgroepen (art 1.50 Wko jo art 3 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    2a De stamgroep bestaat uit maximaal 12 kinderen tot 1 jaar (art 1.50 Wko jo art 3 lid 1 sub a beleidsregels kwaliteit).

    OF

    2b De stamgroep bestaat uit maximaal 16 kinderen van 0 tot 4 jaar waarvan maximaal 8 kinderen tot 1 jaar (art 1.50 Wko jo art 3 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 per kind teveel

    5.2 Vaste beroepskrachten en vaste ruimtes

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, derde en vierde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Ieder kind heeft maximaal drie vaste beroepskrachten (art 1.50 Wko jo art 3 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Dagelijks is minimaal één van de vaste beroepskrachten werkzaam op de groep van het kind (art 1.50 Wko jo art 3 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3Ieder kind maakt van maximaal twee stamgroepruimtes gebruik gedurende een week (art 1.50 Wko jo art 3 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.3 Beroepskracht-kind-ratio

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, tweede, derde, zevende en achtste en twaalfde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste:

    -1 beroepskracht per 4 aanwezige kinderen tot 1 jaar;

    -1 beroepskracht per 5 aanwezige kinderen van 1 tot 2 jaar;

    -1 beroepskracht per 6 aanwezige kinderen van 2 tot 3 jaar;

    -1 beroepskracht per 8 aanwezige kinderen van 3 tot 4 jaar.

    (art 1.50 Wko jo art 3 lid 7 Beleidsregels kwaliteit)

    Bij kinderen van verschillende leeftijden in één groep wordt het rekenkundig gemiddelde berekend

    (art 1.50 Wko jo art 3 lid 8 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    5000 per ontbrekende beroepskracht

    2Indien conform de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld (art 1.50 Wko jo art 3 lid 12 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    5.4 Inzet beroepskrachten in afwijking van de beroepskracht-kind-ratio bij openingstijden van 10 uur of langer

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, tiende, elfde en twaalfde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Gedurende de genoemde openingstijden kunnen ten hoogste drie uur per dag, niet aaneengesloten, minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is (art 1.50 Wko jo art 3 lid 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    2De drie uur afwijkende inzet betreft uitsluitend de tijd voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze (art 1.50 Wko jo art 3 lid 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3De afwijking betreft maximaal anderhalf aaneengesloten uren voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze gedurende maximaal twee uur aaneengesloten (art 1.50 Wko jo art 3 lid 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4Minstens de helft van het aantal vereiste beroepskrachten wordt ingezet wanneer er tijdelijk wordt afgeweken van de beroepskracht-kind-ratio (art 1.50 Wko jo art 3 lid 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    5Indien als gevolg van het afwijken van de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum ingezet wordt, dan is er ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig (art 1.50 Wko jo art 3 lid 11 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    6. Pedagogisch beleid

    6.1 Pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat kindercentrum kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.50 lid 1Wko jo art 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    6.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    Herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de werkwijze, de maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de stamgroep (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 2 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen bij welke (spel)activiteiten kinderen hun stamgroep verlaten (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 2 sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen hoe beroepskrachten bij hun werkzaamheden worden ondersteund door andere volwassenen (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 2 sub d Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    6.1.2 Pedagogische praktijk

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskrachten kennen de inhoud van het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 lid 1 Wko en art 2 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De beroepskrachten handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.2 Emotionele veiligheid

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskracht communiceert met de kinderen (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De beroepskracht heeft een respectvolle houding naar de kinderen (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3Er heerst een ontspannen, open sfeer in de groep (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4De kinderen worden uitgenodigd tot participatie (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5Kinderen hebben vaste beroepskrachten en bekende leeftijdsgenootjes om zich heen(artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6Er is informatieoverdracht tussen ouders en beroepskracht (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.3 Persoonlijke competentie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskracht ondersteunt en stimuleert individuele kinderen (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Er is een goede interactie tussen beroepskracht en individuele kinderen (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3Kinderen hebben de mogelijkheid om eigen ervaringen op te doen middels spelmateriaal, activiteitenaanbod en inrichting (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4Er is aandacht voor leermomenten. Hierbij is taal en motorisch spel van jonge kinderen belangrijk (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.4 Sociale competentie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskracht ondersteunt de kinderen in de interactie tussen kinderen onderling (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De beroepskracht ondersteunt de kinderen in het voorkómen en oplossen van conflicten (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De kinderen maken deel uit van het groepsgebeuren (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.5 Overdracht van normen en waarden

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Afspraken, regels en omgangsvormen zijn aanwezig (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Afspraken, regels en omgangsvormen zijn duidelijk (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3Afspraken, regels en omgangsvormen worden aan de kinderen uitgelegd (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4Beroepskrachten geven zelf in hun spreken en handelen het goede voorbeeld (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    7 Klachten

    7.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector

    Wet klachtrecht cliënten zorgsector (artikelen 1, 2, 2a, 3c en 4)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1. De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten die voldoet aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz)

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

    2. De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van ouders (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3. De houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4. De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5. De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 4 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6. De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7. De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7.2 Klachtenregeling oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.60a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

    2De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3De houder zorgt voor naleving van de regeling (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2. Afwegingsmodel handhaving BSO

    De kwaliteitsaspecten voor BSO zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

    • 0.

      Kinderopvang in de zin van de wet kinderopvang

    • 1.

      Ouders

    • 2.

      Personeel

    • 3.

      Veiligheid en gezondheid

    • 4.

      Accommodatie en inrichting

    • 5.

      Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

    • 6.

      Pedagogisch beleid

    • 7.

      Klachten

    • 0.

      Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    0.1 Kinderopvang in de zin van de wet

    Wet kinderopvang (artikel 1.1, eerste lid)

    Beleidsregels werkwijze toezichthouder (artikel 4, eerste lid)

     

    constatering

    gevolg

    Verdere sancties mogelijk?

    1.De opvang vindt bedrijfsmatig of anders dan om niet plaats (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    2.Gedurende de opvang wordt verzorging en opvoeding geboden (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    3.De opvang is gericht op kinderen in de leeftijd van 0 jaar tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    1. Ouders

    1.1 Reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    1.1.1 Inhoud reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 lid 2 sub a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 lid 2 sub b Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 lid 2 sub c Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 lid 5 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2 Instellen oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 lid 1 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2.1 Voorwaarden oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder is geen lid (art 1.58 lid 2 en 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.Het personeel is geen lid (art 1.58 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 1.58 lid 2 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2.2 Adviesrecht oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.60)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2.De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 lid 4 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3.Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 lid 2 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4.De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 3 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    1.3 Informatie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.54 en 1.63 vierde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.De houder informeert de ouders en de kinderen in welke basisgroep het kind verblijft en welke beroepskrachten op welke dag bij welke groep horen (art 3 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder legt een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 1.63 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie (art 1.54 WKo).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2. Personeel

    2.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang (artikel 1.50 derde, vierde en vijfde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Personen werkzaam bij het kindercentrum zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.50 lid 3 en art 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende VOG

    2.De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het kindercentrum overlegd (art 1.50 lid 4 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende of t elaat overlegde VOG

    3.De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 1.50 lid 4 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per te oude VOG

    2.2 Passende beroepskwalificatie

    Wet kinderopvang (artikel 1.50 eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 9, eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Alle beroepskrachten beschikken over de voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen (art 1.50 lid 1 WKo jo art 9 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

    2.3 Voorwaarden en inzet van pedagogisch medewerkers in ontwikkeling (PMIO)

    Wet kinderopvang (artikel 1.50 eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 9, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a Alle PMIO’ers beschikken over een diploma op minimaal MBO-3 niveau;

    OF

    1b Een HAVO of VWO diploma;

    OF

    1c Een voor de kinderopvang relevant, maar nog niet gelijkgesteld buitenlands diploma én relevante werkervaring.

    (art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    2.Voor alle PMIO’ers is binnen 2 maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld (art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit jo art 1.50 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    3.Alle PMIO’ers worden ingezet conform een actueel persoonlijk ontwikkelplan (art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

    Wet kinderopvang (artikel 1.55)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 lid 1 WKo).

    OF

    1b Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 lid 2 WKo).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    3. Veiligheid en gezondheid

    3.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (art 1.51 WKo jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2.De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (art 1.51 WKo jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.1.1 Beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De risico-inventarisatie beschrijft de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, (verstikking), verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2.Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.Er is een registratie van ongevallen, waarbij per ongeval de aard en plaats van het ongeval, de leeftijd van het kind, de datum van het ongeval en een overzicht van te treffen maatregelen worden vermeld (art 1.51 WKo en art 8 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.De houder draagt zorg voor uitvoering van het plan van aanpak art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 1.51 WKo en art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2.De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.2.1 Beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De risico-inventarisatie beschrijft de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2.Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.De houder draagt zorg voor uitvoering van plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 1.51 WKo en art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49, 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een protocol kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art 1.51 WKo en art 10a lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000

    3.3.1 Beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder draagt er zorg voor dat beroepskrachten op de hoogte zijn van de inhoud van het protocol kindermishandeling (art 1.49 lid 1 WKo en art 10a lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3.3.2 Uitvoering beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskrachten kennen de inhoud van het protocol (art 1.49 lid 1 WKo en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskrachten handelen aantoonbaar naar het protocol kindermishandeling (art 1.49 lid 1 WKo en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4. Accommodatie en inrichting

    4.1 Binnenspeelruimte

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 5)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Er is ten minste 3,5 m2 bruto oppervlakte voor spelactiviteiten ingerichte ruimtes beschikbaar per kind (art 1.50 WKo en art 5 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3.0-3.5 m2: 2000

    < 3.0 m2: 4000

    2De binnenspeelruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 WKo en art 5 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3De binnenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 WKo en art 5 lid 2 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom (evt bestuursdwang)

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4.2 Buitenspeelruimte

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 7, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Er is ten minste 3 m2bruto buitenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2.5-3.0 m2: 1000

    < 2.5 m2: 2000

    2De buitenspeelruimte is voor kinderen toegankelijk (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De buitenspeelruimte is vast beschikbaar voor de buitenschoolse opvang (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4De buitenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom (evt bestuursdwang)

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.3 Aanvullende eisen indien de buitenspeelruimte niet-aangrenzend is

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 7, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is in de directe nabijheid van het kindercentrum (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is voor kinderen goed bereikbaar (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is voor kinderen veilig bereikbaar (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5. Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

    5.1 Opvang in groepen

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 4, eerste, tweede, vijfde en zesde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Ieder kind behoort bij een basisgroep (art 1.50 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    2a De basisgroep bestaat uit maximaal twintig kinderen in de leeftijd van 4 jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt (art 1.50 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    OF

    2b De basisgroep bestaat uit maximaal dertig kinderen in de leeftijd van 8 jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt (art 1.50 Wko jo art 4 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 per kind teveel

    5.2 Beroepskracht-kind-ratio

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 4, derde, vierde, en negende lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste:

    1a - 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 4 jaar

    - 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar (art 1.50 Wko jo art 4 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    .

    OF

    1b - 2 beroepskrachten en een extra volwassene per 30 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar (art 1.50 Wko jo art 4 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    5000 per ontbrekende beroepskracht

    2Indien conform de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 9 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    5.3 Inzet beroepskrachten in afwijking van de beroepskracht-kind-ratio

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 4, derde, vierde, zevende en achtste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Bij buitenschoolse opvang gedurende schooldagen, kunnen ten hoogste een half uur per dag minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 7 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    2Bij buitenschoolse opvang gedurende vrije dagen, kunnen ten hoogste drie uur per dag minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is. Deze inzet betreft de tijd voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 7 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3De afwijking betreft maximaal anderhalf aaneengesloten uren voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze gedurende maximaal twee uur aaneengesloten

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 7 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4Minstens de helft van het aantal vereiste beroepskrachten wordt ingezet wanneer er tijdelijk wordt afgeweken van de beroepskracht-kind-ratio.

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 7 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    5Indien als gevolg van het afwijken van de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum ingezet wordt, dan is er ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 8 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    6. Pedagogisch beleid

    6.1 Pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat kindercentrum kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.50 Wko jo art 2 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    6.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2 en 4)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2.Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de werkwijze, de maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de basisgroep (art 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3.Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen bij welke (spel)activiteiten kinderen hun basisgroep verlaten (art 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4. Bij activiteiten in groepen groter dan dertig kinderen besteedt de houder in het pedagogisch beleidsplan aantoonbaar extra aandacht aan de omgang met de basisgroep (art 1.50 Wko jo art 4 lid 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    5. Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen hoe beroepskrachten bij hun werkzaamheden worden ondersteund door andere volwassenen (art 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    6.1.2 Pedagogische praktijk

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskrachten kennen de inhoud van het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 Wko jo art 2 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskrachten handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 Wko jo art 2 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.2 Emotionele veiligheid

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskracht communiceert met de kinderen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskracht heeft een respectvolle houding naar de kinderen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.Er heerst een ontspannen, open sfeer in de groep(art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.De kinderen worden uitgenodigd tot participatie (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.Kinderen hebben vaste beroepskrachten en bekende leeftijdsgenootjes om zich heen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.Er is informatieoverdracht tussen ouders en beroepskracht (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.3 Persoonlijke competentie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskracht ondersteunt en stimuleert individuele kinderen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Er is een goede interactie tussen beroepskracht en individuele kinderen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.Kinderen hebben de mogelijkheid om eigen ervaringen op te doen middels spelmateriaal, activiteitenaanbod en inrichting (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Er is aandacht voor leermomenten. Hierbij is taal en motorisch spel van jonge kinderen belangrijk (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.4 Sociale competentie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskracht ondersteunt de kinderen in de interactie tussen kinderen onderling (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskracht ondersteunt de kinderen in het voorkómen en oplossen van conflicten (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.De kinderen maken deel uit van het groepsgebeuren (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.5 Overdracht van normen en waarden

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Afspraken, regels en omgangsvormen zijn aanwezig (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Afspraken, regels en omgangsvormen zijn duidelijk (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.Afspraken, regels en omgangsvormen worden aan de kinderen uitgelegd (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Beroepskrachten geven zelf in hun spreken en handelen het goede voorbeeld (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    7. Klachten

    7.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector

    Wet klachtrecht cliënten zorgsector (artikelen 1, 2, 2a, 3c en 4)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten die voldoet aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

    2.De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van ouders (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz)

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 4 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6.De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7.De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7.2 Klachtenregeling oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.60a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

    2.De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder zorgt voor naleving van de regeling (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3. Afwegingsmodel handhaving Gastouderbureau

    De kwaliteitsaspecten voor Gastouderbureau’s zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

    • 1

      Gastouderbureau in de zin van de wet

    • 2

      Ouders

    • 3

      Personeel

    • 4

      Pedagogisch beleid

    • 5

      Klachten

    • 6

      Veiligheid en gezondheid

    • 7

      Kwaliteit gastouderbureau

    1.Gastouderbureau in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    1.0Gastouderbureau en handhaving

    Wet kinderopvang (Verzamelwet, wordt in de loop van 2011 vastgesteld), wordt later aan Handhavingsbeleid toegevoegd

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    1Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de onderneming(en) van de houder.

     

     

     

     

     

     

     

    2De houder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in zijn onderneming(en) te voorkomen.

     

     

     

     

     

     

     

    1.1 Gastouderbureau in de zin van de wet

    Wet kinderopvang (artikelen 1.1 en 1.49 derde lid)

     

    constatering

    gevolg

    Verdere sancties mogelijk?

    1a.Het gastouderbureau is een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders geschiedt (art 1.1 jo 1.49 lid 2 Wko).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    1.2 Administratie gastouderbureau

    Wet kinderopvang (artikelen 1.1, 1.50 en 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12)

    Regeling Wet kinderopvang (artikel 11 tm 11 e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De administratie van het gastouderbureau bevat een contract per vraagouder (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000 per ontbrekende overeenkomst

    2De administratie van het gastouderbureau bevat kopieën van de verklaringen omtrent gedrag van de gastouders en volwassen huisgenoten (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 per ontbrekende VOG

    3De administratie van het gastouderbureau bevat kopieën van de getuigschriften en/of EVC-bewijsstukken en certificaten Eerste Hulp aan kinderen van de gastouders (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 per ontbrekend stuk

    4In de administratie van het gastouderbureau is de betaling van de vraagouders aan het gastouderbureau inzichtelijk (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 per vraagouder waarbij dit ontbreekt

    5In de administratie van het gastouderbureau is de betaling van het gastouderbureau aan de gastouder inzichtelijk (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 per gastouder waarbij dit ontbreekt

    6De administratie van het gastouderbureau bevat een origineel van de door de gastouder en bemiddelingsmedewerker ondertekende versie van iedere risico-inventarisatie en bijbehorende plan van aanpak (art 1.56 Wko jo art 12 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000 per ontbrekend stuk

    2.Ouders

    2.1 Informatie voor vraagouders

    Wet kinderopvang (artikel 1.56 lid 4 en 1.63 lid 4)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikelen 11 en 13)

    Regeling Wet kinderopvang (artikel 11)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1Het gastouderbureau laat in de schriftelijke overeenkomst met de vraagouder duidelijk zien welk deel van het betaalde bedrag naar het gastouderbureau gaat (uitvoeringskosten) en welk deel van het betaalde bedrag naar de gastouder gaat (art 1.56 lid 4 Wko jo art 11b Regeling Wko)

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000 per onjuiste overeenkomst

    2De houder informeert de vraagouders over het te voeren beleid (art 1.56 Wko)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3Het gastouderbureau draagt zorg voor een goede bereikbaarheid van het gastouderbureau voor de vraagouder en informeert de vraagouders hierover (art 1.56 Wko jo art 13 lid 4 Beleidsregels kwaliteit)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De informatie is gedetailleerd genoeg om vraagouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.56 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5De praktijk sluit aan bij de aan de vraagouders verstrekte informatie (art 1.56 Wko)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6De houder legt een afschrift van het inspectierapport op een voor vraagouders, gastouders en personeel toegankelijke plaats (artikel 1.63 lid 4 Wko)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.2 Reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    2.2.1 Inhoud reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3 Instellen oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.3.1 Voorwaarden oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder is geen lid (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2Het personeel is geen lid (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3De leden worden gekozen uit en door de vraagouders (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3.2 Adviesrecht oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.60)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 Wko)

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 Wko)

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 Wko)

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3. Personeel

    3.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang (artikelen 1.56 derde lid en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 13)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1.Personen werkzaam bij het gastouderbureau zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.56 lid 3 jo 1.50 Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende VOG

    2.De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het gastouderbureau overlegd (art 1.56 lid 3 jo 1.50 Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

    3a De verklaring omtrent het gedrag is bij aanvraag om opname in het landelijk register niet ouder dan twee maanden.

    OF

    3b De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden

    (art 1.56 lid 3 jo 1.50 Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per te oude VOG

    3.2 Beroepskwalificatie bemiddelingsmedewerkers

    Wet kinderopvang (artikel 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikelen 13 en 14)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1Alle bemiddelingsmedewerkers werkzaam bij het gastouderbureau beschikken over relevante pedagogische opleiding op MBO-niveau (art 1.56 Wko jo art 13 lid 2 en 14 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per bemiddelingsmedewerker die niet voldoet

    3.3 Personeelsformatie per gastouder

    Wet kinderopvang (artikel 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 13)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling (art 1.56 Wko jo artikel 13 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per gastouder met < 16 uur

    4. Pedagogisch beleid

    4.1 Pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (artikel 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 11)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.56 Wko jo art 11 lid 1 beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    4.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikelen 11, 15c en 15d)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.56 Wko jo art 11 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de leeftijdsopbouw en aantallen van de kinderen die door een gastouder worden opgevangen (art 1.56 Wko jo art 11 lid 2 beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3Het pedagogisch plan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de eisen die aan het opvangadres worden gesteld (art 1.56 Wko jo art 11 lid 1 beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4.1.2 Pedagogische praktijk

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 11 en art 15b sub c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder informeert de gastouders over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan waardoor zij ernaar kunnen handelen (art 1.49 en 1.56 Wko jo art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De houder ziet er op toe dat gastouders handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.49 en 1.56 Wko jo art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De houder begeleidt gastouders, zodat zij handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.49 en 1.56 Wko jo art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5. Klachten

    5.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector

    Wet klachtrecht cliënten zorgsector (artikelen 1, 2, 2a, 3c en 4)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1.De regeling voor de behandeling van klachten voorziet erin dat er wordt voldaan aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien deze ontbreekt; 500 indien deze niet voldoet

    2.De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van vraagouders (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.Een houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 4 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6.De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin een minimaal aantal zaken wordt aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7.De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.2 Klachtenregeling oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.60a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1.De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (art 1.60a Wko)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien deze ontbreekt;

    500 indien deze niet voldoet aan de eisen

    2.De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (art 1.60a Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder zorgt voor naleving van de regeling (art 1.60a Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin een minimaal aantal zaken wordt aangegeven (art 1.60a Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 1.60a Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6. Veiligheid en gezondheid

    6.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 tweede lid en 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8 en 12)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1.De houder draagt er zorg voor dat samen met de gastouder door een bemiddelingsmedewerker van het bureau op het opvangadres in elke voor de op te vangen kinderen toegankelijke ruimte de veiligheidsrisico’s in een risico-inventarisatie vastgelegd worden (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 indien deze ontbreekt

    2.De houder draagt zorg voor een inventarisatie van de veiligheidsrisico’s door een bemiddelingsmedewerker van het bureau vóór aanvang van de opvang en daarna jaarlijks voor elke woning waar gastouderopvang plaatsvindt (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.De houder draagt er zorg voor dat de risico-inventarisatie de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, verstikking, verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden beschrijft (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 6 jo art 8 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    4.De houder draagt er zorg voor dat de gastouder en huisgenoten op de hoogte zijn van de uitkomsten van de risico-inventarisatie veiligheid en het daaruit voortvloeiende plan van aanpak (art 1.49 lid 2 Wko)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    5.De houder draagt er zorg voor dat de veiligheidsrisico’s worden gereduceerd door in het plan van aanpak preventieve maatregelen te beschrijven die effectief en adequaat zijn (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 4 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    6.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 tweede lid en 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8 en 12)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    De houder draagt er zorg voor dat samen met de gastouder door een bemiddelingsmedewerker van het bureau op het opvangadres in elke voor de op te vangen kinderen toegankelijke ruimte de gezondheidsrisico’s in een risico-inventarisatie vastgelegd worden (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 indien deze ontbreekt

    De houder draagt zorg voor een inventarisatie van de gezondheidsrisico’s door een bemiddelingsmedewerker van het bureau vóór aanvang van de opvang en daarna jaarlijks voor elke woning waar gastouderopvang plaatsvindt (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3De houder draagt er zorg voor dat de risico-inventarisatie de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen beschrijft (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 jo art 8 lid 3 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    4De houder draagt er zorg voor dat de gastouder en huisgenoten op de hoogte zijn van de uitkomsten van de risico-inventarisatie gezondheid en het daaruit voortvloeiende plan van aanpak (art 1.49 lid 2 Wko)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    5De houder draagt er zorg voor dat de gezondheidsrisico’s worden gereduceerd door in het plan van aanpak preventieve maatregelen te beschrijven die effectief en adequaat zijn. (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 4 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    6.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a en 15a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder heeft een protocol kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art 1.56 Wko en art 10a en 15a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000

    6.3.1 Beleid protocol kindermishandeling

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder draagt er zorg voor dat de gastouder op de hoogte is van de inhoud van het protocol kindermishandeling(art 1.56 Wko en art 10a en 15a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    7. Kwaliteit gastouderbureau

    7.1 Kwaliteitscriteria

    Wet kinderopvang (artikelen 1.1 lid 1 en 1.56 eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikelen 13, 14, 15 en 15d)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    De houder draagt er zorg voor dat per gastouder beoordeeld wordt hoeveel kinderen bij de betreffende gastouder verantwoord opgevangen kunnen worden (art 1.56 Wko jo art 13 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 per kind teveel

    De houder draagt zorg voor een intakegesprek met de gastouder (art 1.56 Wko jo art 15 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    De houder draagt zorg voor een intakegesprek met de vraagouder (art 1.56 Wko jo art 15 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    De houder draagt zorg voor een koppelingsgesprek voor elke nieuwe koppeling tussen vraag- en gastouder in de woning waar de opvang plaats vindt (art 1.56 Wko jo art 15 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    De houder draagt er zorg voor dat ieder opvangadres minstens twee maal per jaar wordt bezocht, waarbij het jaarlijkse voortgangsgesprek met de gastouder een onderdeel is van één van deze bezoeken (art 1.56 Wko jo art 15 lid 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250 per ontbrekend bezoek

    De houder evalueert jaarlijks mondeling de gastouderopvang met de vraagouders en legt deze schriftelijk vast (art 1.56 Wko jo art 15 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    Een ondertekend origineel verslag van het evaluatiegesprek is aanwezig in het dossier op het gastouderbureau en een kopie is verstrekt aan de vraagouder (art 1.56 Wko jo art 15 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    4. Afwegingsmodel handhaving gastouderopvang

    De kwaliteitsaspecten voor voorzieningen voor gastouderopvang zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

    • 1.

      Gastouderopvang in de zin van de wet

    • 2.

      Gastouder

    • 3.

      Accommodatie en inrichting

    • 4.

      Pedagogisch beleid

    • 5.

      Aantal kinderen

    • 6.

      Veiligheid en gezondheid

      1Gastouderopvang in de zin van de wet

    1.0 Gastouderopvang en handhaving

    Wet kinderopvang (Verzamelwet, wordt in de loop van 2011 vastgesteld), wordt later aan Handhavingsbeleid toegevoegd

     

     

     

    1 Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de gastouder.

     

     

    2 De gastouder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in de opvangsituatie te voorkomen.

     

     

    1.1 Gastouderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    Wet kinderopvang (artikel 1.1 eerste lid)

    Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 4 eerste lid)

     

    Constatering

    gevolg

    1 De opvang vindt plaats door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    2 De opvang vindt plaats door een gastouder welke niet de ouder van de op te vangen kinderen is noch de partner van de vraagouder (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    3 De gastouder exploiteert maximaal één voorziening voor gastouderopvang (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastoudervang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    4 De opvang vindt plaats op het woonadres van de gastouder of van één van de vraagouders (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    5 De gastouder is niet inwonend bij de vraagouder (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    2 Gastouder

    2.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b, derde, vierde en vijfde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.56b lid 3 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Bij opvang in de woning van de gastouder zijn alle huisgenoten vanaf 18 jaar in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.56b lid 3 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het gastouderbureau overlegd (art 1.56b lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De verklaring omtrent het gedrag is bij aanvraag om opname in het landelijk register niet ouder dan twee maanden.

    OF

    De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden

    (art 1.56b lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2.2 Onder toezicht

    Wet kinderopvang (artikel 1.1 eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder heeft geen kinderen die (tijdelijk) onder toezicht staan (art 1.1 lid 1 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder is niet (tijdelijk) ontheven of ontzet uit het ouderlijke gezag (art 1.1 lid 1 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2.3 Deskundigheidseisen

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b, eerste lid)

    Besluit deskundigheidseisen gastouders kinderopvang (artikel 3 en 4)

    Regeling Wet kinderopvang (art 10 t/m 10c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder beschikt over een getuigschrift conform de ministeriële regeling.

    OF

    De gastouder beschikt over een EVC-bewijsstuk waaruit blijkt dat de gastouder voldoet aan alle competenties van de bij ministeriële regeling aangewezen MBO-2 opleiding(en).

    (art 1.56b Wko jo art 10-10b Regeling Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 (deze formulering is aangepast aan de laatste toevoegingen en wijkt daarmee af van letterlijke tekst modelrapport)

    De gastouder beschikt over:

    ·* een geregistreerd certificaat Eerste Hulp aan kinderen van het Oranje Kruis;

    ·OF

    ·* een geregistreerd certificaat Spoedeisende Hulpverlening bij Slachtoffers (SEHSO) of Spoedeisende Hulpverlening bij Kinderen (SEHBK) van NedCert;

    ·OF

    ·* een geregistreerd certificaat Acute Zorg bij kinderen van Nikta;

    ·OF

    ·* een geregistreerd certificaat Acute Zorgverlener Module Kind en Omgeving van Nikta

    ·OF

    ·* een geregistreerd certificaat Eerstehulpverlener van Nikta.

    (art 1.56b Wko jo art 10c Regeling Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2.4 Overige eisen

    Wet kinderopvang (artikel 1.1 eerste lid en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15a onder a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder is 18 jaar of ouder (artikel 1.1 lid 1 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder is telefonisch bereikbaar (artikel 1.56b Wko jo 15a sub a Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2.5 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

    Wet kinderopvang (artikel 1.55)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 Wko).

    OF

    Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, daar de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3. Accomodatie en inrichting

    3.1 Woning

    Wet kinderopvang (art 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De woning waar gastouderopvang plaats vindt is te allen tijde rookvrij (art 1.56b Wko en art 15c lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De woning waar gastouderopvang plaats vindt beschikt over voldoende binnenspeelruimte voor kinderen, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 sub 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De woning waar gastouderopvang plaats vindt beschikt over voldoende buitenspeelmogelijkheden voor kinderen, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 onder 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De woning waar gastouderopvang plaats vindt dient voorzien te zijn van voldoende en werkende rookmelders (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 onder 3 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3.2 Slaapruimte

    Wet kinderopvang (art 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Er is een afzonderlijke slaapruimte voor in ieder geval kinderen tot anderhalf jaar (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 onder 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De slaapruimte is afgestemd op het aantal op te vangen kinderen (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 onder 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 Pedagogisch beleid

    4.1 Pedagogische praktijk

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15b)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder kent de inhoud van het pedagogisch beleidsplan (art 1.56b Wko en art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder handelt conform het pedagogisch beleidsplan(artikel 1.56b en art 15b onder c Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4.2 Emotionele en sociale veiligheid, persoonlijke competenties, overdracht normen en waarden

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 11 en 15b onder c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder draagt zorg voor het waarborgen van sociaal emotionele veiligheid (art 1.56b Wko en art 11 en 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder biedt de opvangkinderen de mogelijkheid om tot ontwikkeling van persoonlijke competentie te komen (art 1.56b Wko en art 11 en 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De gastouder biedt de opvangkinderen de mogelijkheid om tot ontwikkeling van sociale competentie te komen (art 1.56b Wko en art 11 en 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De gastouder draagt zorg voor de overdracht van normen en waarden (art 1.56b Wko en art 11 en 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    5 Aantal kinderen

    5.1 Aantal kinderen

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15d)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Bij een gastouder worden maximaal twee kinderen van 0 jaar gelijktijdig opgevangen (art 1.56b Wko en art 15d lid 3)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Bij een gastouder worden maximaal vier kinderen van 0 en 1 jaar gelijktijdig opgevangen (art 1.56b Wko en art 15d lid 3)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 Bij een gastouder worden maximaal vijf kinderen gelijktijdig opgevangen, als de kinderen (op te vangen én eigen kinderen) allemaal jonger zijn dan 4 jaar (art 1.56b Wko en art 15d lid 3)

    OF

    Bij een gastouder worden maximaal zes kinderen gelijktijdig opgevangen, als de op te vangen kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar zijn. Eigen kinderen tot 10 jaar worden meegerekend (art 1.56b Wko en art 15d lid 3)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    5.2 Achterwacht

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15b onder b)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Indien er drie of meer kinderen op het opvangadres aanwezig zijn, dan is ondersteuning van de gastouder door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld (artikel 1.56b Wko en art 15b onder b).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De achterwacht is telefonisch bereikbaar tijdens de opvangtijden (artikel 1.56b Wko en art 15b onder b).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De achterwacht is in geval van calamiteiten binnen 15 minuten op het opvangadres aanwezig (artikel 1.56b Wko en art 15b onder b).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6 Veiligheid en gezondheid

    6.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder heeft op het opvangadres een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.1.1 Beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8, 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen ((art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Er is een registratie van ongevallen, waarbij per ongeval de aard en plaats van het ongeval, de leeftijd van het kind, de datum van het ongeval en een overzicht van te treffen maatregelen worden vermeld (art 1.56b Wko en art 15e lid 5 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De gastouder is op de hoogte van de risico’s en handelt conform het plan van aanpak (art 1.56b Wko en art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De gastouder informeert de volwassen huisgenoten over de risico’s en de daarbij behorende maatregelen uit het plan van aanpak (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder heeft op het opvangadres een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.2.1 Beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12, 15 b en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De gastouder is op de hoogte van de risico’s en handelt conform het plan van aanpak (art 1.56b Wko en art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De gastouder informeert de volwassen huisgenoten over de risico’s en de daarbij behorende maatregelen uit het plan van aanpak (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Op het opvangadres is een protocol kindermishandeling van het gastouderbureau aanwezig (art 1.49 Wko en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.3.1 Uitvoering beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder kent de inhoud van het protocol (art 1.49 en 1.56b Wko en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder handelt aantoonbaar naar het protocol (art 1.49 en 1.56b Wko en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    5. Afwegingsmodel handhaving peuterspeelzaal

    De kwaliteitsaspecten voor de peuterspeelzaal zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

    • 1.

      Peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    • 2.

      Ouders

    • 3.

      Personeel

    • 4.

      Veiligheid en gezondheid

    • 5.

      Groepsgrootte en beroepskracht/vrijwilliger-kind-ratio

    • 6.

      Pedagogisch beleid

    • 7.

      Klachten

    Voor het boetebeleid (de bestraffende sanctie) geldt dat dit alleen van toepassing is op niet-gesubsidieerde instellingen (art 2.27 Wko). 1 Peuterspeelzaalwerk in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    1.1Peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.1)

    Beleidsregels werkwijze toezichthouder (artikel 4, eerste lid)

     

    Constatering

    gevolg

    1Gedurende het verblijf in de peuterspeelzaal wordt verzorging en opvoeding geboden en wordt een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van kinderen.

    Indien niet voldaan: geen peuterspeelzaal in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    2Het verblijf in de peuterspeelzaal is uitsluitend bestemd voor kinderen in de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs.

    Indien niet voldaan: geen peuterspeelzaal in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    2 Ouders

    2.1Informatie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikelen 2.11 en 2.21 vierde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikelen 19 en 20 tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art. 2.11 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.De houder informeert de ouders en de kinderen tot welke peuterspeelzaalgroep het kind behoort en welke beroepskrachten op welke dag voor welke groep verantwoordelijk zijn en welke vrijwilligers op deze dag aanwezig zijn (art 2.11 Wko en art 19 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder legt een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 2.21 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 2.11 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5. De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie.

    (art 2.11 Wko)

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Items 2.2 t/m 2.3.2 zijn alléén van toepassing op niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen

    2.2 Reglement oudercommissie,

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.16 en 2.17)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 2.16 lid 1 Wko)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    2.1.1 Inhoud reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.16)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 2.16 lid 2 sub a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 2.16 lid 2 sub b Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 2.16 lid 2 sub c Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4. Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 2.16 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5 De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 2.16 lid 5 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3 Instellen oudercommissie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.15 eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art. 2.15 lid 1 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3.1 Voorwaarden oudercommissie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.15, tweede, derde en vierde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder is geen lid (art 2.15 lid 2 en 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.Het personeel is geen lid (art 2.15 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 2.15 lid 2 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 2.15 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3.2 Adviesrecht oudercommissie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.17)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art. 2.17 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2.De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art. 2.17 lid 4 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3.Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art. 2.17 lid 2 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4.De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen(art. 2.17 lid 3 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3 Personeel

    3.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.6, derde, vierde en vijfde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 21)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Personen werkzaam bij de peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 2.6 lid 3 Wko en art 21 lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende VOG

    2.De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij de peuterspeelzaal overlegd (art 2.6 lid 4 Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

    3.De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 2.6 lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per te oude VOG

    3.2 Passende beroepskwalificatie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.6 eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 9 eerste lid en artikel 24)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Alle beroepskrachten beschikken over een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie overeenkomstig de CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening (art 2.6 lid 1 Wko en art 20 lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

    3.3 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.12)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 2.12 lid 1 Wko).

    OF

    1b Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 2.12 lid 2 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    3.4 Vrijwilligersbeleid

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art 2.6)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 23)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een vrijwilligersbeleid, wat tot uitdrukking komt in een beleidsplan (art 2.6 lid 1 Wko en art 23 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    3.4.1 Inhoud vrijwilligersbeleid

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art 2.6)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 23)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1In het vrijwilligersbeleid staan minimumeisen waar een in de peuterspeelzaal werkzame vrijwilliger aan dient te voldoen (art 2.6 lid 1 Wko en art 23 lid 1 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    2In het vrijwilligersbeleid staan afspraken die de houder met vrijwilligers maakt (art 2.6 lid 1 Wko en art 23 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    3In het vrijwilligersbeleid staan de taakomschrijvingen waarin wordt omschreven welke bijdrage aan het werk in de peuterspeelzaal van de vrijwilligers wordt verwacht en op welke wijze dit samenhangt met het pedagogisch beleid (art 2.6 lid 1 Wko en art 23 lid 1 sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    3.4.2 Aansprakelijkheidsverzekering

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (art 2.6)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 23)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder draagt er zorg voor dat alle vrijwilligers werkzaam bij de peuterspeelzaal voor wettelijke aansprakelijkheid verzekerd zijn (art 2.6 lid 1 Wko en art 23 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    4 Veiligheid en gezondheid

    4.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.9)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 8 en 18)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2.De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    4.1.1 Beleid veiligheid

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.9)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 8 en 18)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De risico-inventarisatie beschrijft de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, (verstikking), verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden (art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2.Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.Er is een registratie van ongevallen, waarbij per ongeval de aard en plaats van het ongeval, de leeftijd van het kind, de datum van het ongeval en een overzicht van te treffen maatregelen worden vermeld (art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    4.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.9)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 18)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 2.9 Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.De houder draagt zorg voor uitvoering van het plan van aanpak (art 2.9 Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan ((art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 2.9 Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.9)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2.De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie(art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    4.2.1 Beleid gezondheid

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.9)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 18)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De risico-inventarisatie beschrijft de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen (art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 1 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2.Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    4.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.9)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 18)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art. 2.9 Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.De houder draagt zorg voor uitvoering van plan van aanpak (art 2.9 Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 2.9 Wko en art 18 jo art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 2.9 Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.5 en 2.9)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 10a en 22)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een protocol kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art.2.5 Wko en art 22 jo 10a lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000

    4.3.1 Beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.5 en 2.9)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 22)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder draagt er zorg voor dat beroepskrachten op de hoogte zijn van de inhoud van het protocol kindermishandeling (art 2.5 Wko en art 22 jo art 10a lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4.3.2 Uitvoering beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.5 en 2.9)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 22)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskrachten kennen de inhoud van het protocol (art 2.5 Wko en art 22 jo art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskrachten handelen aantoonbaar naar het protocol kindermishandeling (art 2.5 Wko en art 22 jo art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5 Groepsgrootte en beroepskracht/vrijwilliger-kind-ratio

    5.1 Opvang in groepen

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.6)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 19)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De opvang vindt plaats in groepen (art 2.6 Wko en art 19 lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    2.De peuterspeelzaalgroep bestaat uit maximaal 16 kinderen (art 2.6 Wko en art 19 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 per kind teveel

    5.2 Vaste beroepskrachten

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.6)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 19, derde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Ieder kind heeft maximaal drie vaste beroepskrachten (art 2.6 Wko en art 19 lid 3 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Dagelijks is minimaal één van de vaste beroepskrachten werkzaam op de groep van het kind (art 2.6 Wko en art 19 lid 3 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.3 Beroepskracht/vrijwilliger-kind-ratio

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.6)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 17 en artikel 19 lid 4, 5 en 6)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Het aantal beroepskrachten en vrijwilligers per groep bedraagt:

    - in een groep met maximaal 8 kinderen ten minste 1 beroepskracht;

    - in een groep met 9 t/m 16 kinderen ten minste 1 beroepskracht, en een vrijwilliger of tweede beroepskracht.

    (art 2.6 Wko en art 19 lid 5 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    5000 per ontbrekende beroepskracht

    2Indien conform de beroepskracht / vrijwilliger-kind-ratio slechts één beroepskracht in een peuterspeelzaal aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld (art 2.6 Wko en art 17 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    6 Pedagogisch beleid

    6.1 Pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikelen 2.5, 2.6 en 2.9)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 16)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor die peuterspeelzaal kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 2.6 Wko en art 16 lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    6.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikelen 2.5, 2.6 en 2.9)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 16)

     

     

     

    Herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 2.6 Wko en art 16 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de werkwijze, de maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de peuterspeelzaalgroep (art 2.6 Wko en art 16 lid 2 sub b Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de (spel)activiteiten waarbij kinderen hun peuterspeelzaalgroep danwel de peuterspeelzaalgroepsruimte verlaten (art 2.6 Wko en art 16 lid 2 sub c Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de wijze waarop beroepskrachten bij hun werkzaamheden met kinderen worden ondersteund do