Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Uitgeest

Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieUitgeest
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2019
CiteertitelVerordening precariobelasting 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 228 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-12-2018Nieuwe regeling

29-11-2018

gmb-2018-276662

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2019

De raad van de gemeente Uitgeest;

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 oktober 2018;

 

gezien het advies van de commissie Algemene Zaken en Financiën d.d. 15 november 2018;

 

gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2019

Artikel 1 Begripsomschrijvingen
  • 1.

    Voor de toepassing van deze verordening en de bijbehorende tarieventabel wordt verstaan onder:

    • a.

      dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur, of een gedeelte daarvan;

    • b.

      week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;

    • c.

      maand: een kalendermaand;

    • d.

      jaar: een kalenderjaar;

    • e.

      feest: een feest als bedoeld in artikel 2:25A van de Algemene Plaatselijke Verordening Uitgeest 2018 (APV);

    • f.

      evenement: een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de APV;

    • g.

      standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 5:18 van de APV;

    • h.

      terras: een terras als bedoeld in artikel 2:27 van de APV;

    • i.

      horecabedrijf: een horecabedrijf als bedoeld in 2:27 van de APV.

  • 2.

    Gedeelten van de in de tabel genoemde tijds- en andere eenheden worden voor een geheel gerekend, met dien verstande dat indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en het hebben van voorwerpen aanvangt in de loop van dit tijdvak, de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar te betalen bedrag beloopt als er na het aanvangstijdstip nog volle maanden van het tijdvak resteren.

  • 3.

    Indien op grond van de verordening meer dan één tarief zou kunnen worden toegepast, wordt de aanslag berekend naar het laagste tarief.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4 Vrijstellingen

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van:

  • a)

    voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

  • b)

    voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;

  • c)

    voorwerpen welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;

  • d)

    buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud- of van hemelwater;

  • e)

    voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, geestelijk, wereldbeschouwelijk, sociaal, weldadig doel dan wel, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven) activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel, recreatief of mediadoel;

  • f)

    voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet commerciële buurtactiviteiten;

  • g)

    voorzieningen aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot het toegankelijk maken van een eigendom;

  • h)

    voorwerpen op de openbare weg bij het houden van een fietstocht of wandelmars van maximaal één dag en bij de fiets- en wandelvierdaagsen;

  • i)

    voorwerpen, die noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak door het rijk, de provincie of het waterschap worden geplaatst of aangebracht.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 6 Berekening van de precariobelasting

  • 1.

    Bij het hebben van voorwerpen op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, wordt de oppervlakte bepaald op die, welke door de voorwerpen wordt overdekt.

  • 2.

    Bij het hebben van voorwerpen onder gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, wordt de oppervlakte bepaald op die uitgaande van een horizontale projectie van de voorwerpen op de grond.

  • 3.

    Bij de berekening van de belasting worden waarden van vijf tot tien eurocent op tien eurocent vastgesteld.

Artikel 7 Belastingtijdvak

Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak het kalenderjaar waarin voorwerpen aanwezig zijn. In de overige gevallen is het belastingtijdvak het kwartaal, de maand, de week of de dag waarin de voorwerpen aanwezig zijn, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden.

Artikel 8 Ontheffing

Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de voorwerpen zijn verwijderd voor het verstrijken van dit jaar, wordt op aanvraag van de belastingplichtige naar evenredigheid ontheffing verleend over de na verwijdering resterende volle maanden van het belastingtijdvak.

Artikel 9 Wijze van heffing; tijdstip van verschuldigdheid

  • 1.

    De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    Voor de vaste standplaatsen wordt belasting geheven bij wege van nota.

  • 3.

    De belasting wordt verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van voorwerpen een aanvang neemt.

  • 4.

    Aanslagen en nota’s van minder dan € 4,50 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van het op één aanslagbiljet of nota verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingaanslag of nota.

Artikel 10 Betalingstermijn

In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting.

Artikel 12 Overgangsrecht

De Verordening precariobelasting Uitgeest 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening precariobelasting 2019’.

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Uitgeest, gehouden op 29 november 2018.

de griffier,

de heer A.P.A.Koolen

de voorzitter,

mw. W.J.A.Verkleij

TARIEVENTABEL 2019 als bedoeld in artikel 4 van de Verordening Precariobelasting 2019

 

1. Standplaatsen:

1.1 Het tarief bedraagt voor het hebben van een kraam, verkoopwagen of soortgelijk voorwerp of een standplaats (met uitzondering van standplaatsen op de reguliere weekmarkt en de kermis):

a

Per dag

9,95

Per m

b

Per week, of gedeelte van de week dat gebruik wordt gemaakt van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond

 

 

15,70

 

Per m

c

Per maand, per dag of gedeelte daarvan dat per week gebruik wordt gemaakt van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond

 

 

33,25

 

Per m

d

Per jaar, per dag of gedeelte daarvan dat per week gebruik wordt gemaakt van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond

 

 

66,85

 

Per m

2. Terrassen:

2.1 Het tarief bedraagt voor het hebben van een terras:

a

Per maand of korter: voor een terras tot en met

33,30

 

Per maand of korter: voor een terras groter dan

134,90

b

Per seizoen: voor een terras tot en met

67,35

 

Per seizoen: voor een terras groter dan

335,30

3. Evenementen en feesten:

3.1 De belasting bedraagt voor het hebben van een tent (t.b.v. feest, dansen e.d.):

a

Per dag

67,35

b

Per week

134,90

3.2 Het tarief bedraagt voor circussen, motor(auto)-acrobatiekshow, bungeejumping en vergelijkbare

activiteiten per dag bij het in gebruik nemen van:

a

minder dan

134,90

b

meer dan

335,30

Bij de berekening van de verschuldigde belasting wordt uitgegaan van de totale oppervlakte van de (het) in gebruik genomen grond (terrein), inclusief het opslaan/stallen van materialen/materieel en de aanwezigheid van voorzieningen (zoals zitplaatsen, tribunes) t.b.v. het publiek.

3.3 Het tarief bedraagt voor het houden van de navolgende activiteiten:

Braderie, snuffel- en rommelmarkten e.d. per kraam of verkoopwagen of soortgelijk voertuig:

a

Per dag

1,85

b

Per week

5,85

3.4 Het tarief is niet verschuldigd voor terrassen op Koningsdag en Bevrijdingsdag.

 

4. Ander gebruik van de weg:

4.1 Het tarief bedraagt voor het hebben van een container, afvalbak of soortgelijk voorwerp langer dan

 

5 dagen: per week (tijdvak van 7 dagen) of gedeelte ervan

32,15

4.2 Het tarief bedraagt voor het hebben van bouwmaterialen op de openbare weg langer dan

 

5 dagen: per week (tijdvak van 7 dagen) of gedeelte ervan per m2

1,70

 

met een minimum van

32,15

4.3 Het tarief bedraagt voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, voor zover niet in de hierboven vermelde onderdelen een bijzonder tarief is vastgesteld:

a

gedurende een week per m2

0,90

b

gedurende een maand, per m2

3,95

c

gedurende een jaar, per m2

47,15

4.4 Onder weg wordt verstaan hetgeen onder “Weg” en “Openbaar water” wordt begrepen in artikel

1.1 van de Algemeen Plaatselijke Verordening, voor zoveel zij eigendom zijn van de gemeente Uitgeest.

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Uitgeest, gehouden op 29 november 2018.

de griffier,

de heer A.P.A.Koolen

de voorzitter,

mw. W.J.A.Verkleij