Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Vaals

Verordening op de rekenkamercommissie Vaals 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVaals
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de rekenkamercommissie Vaals 2015
CiteertitelVerordening op de Rekenkamercommissie Vaals 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Verordening op de Rekenkamercommissie Vaals vastgesteld op 23 mei 2011.

Deze regeling bevat de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 81o

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-08-2015nieuwe regeling

09-02-2015

Gemeenteblad, 2015, 70701

Onbekend.

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING OP DE REKENKAMERCOMMISSIE VAALS 2015

 

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Wet: de Gemeentewet

  • b.

    Rekenkamercommissie: de rekenkamerfunctie van Vaals als bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet.

  • c.

    Voorzitter: de voorzitter van de rekenkamercommissie Vaals

  • d.

    Leden: de leden van de rekenkamercommissie Vaals

  • e.

    Raad: de gemeenteraad van Vaals

  • f.

    Griffier: de functionaris als bedoeld in artikel 100 van de Gemeentewet

  • g.

    Seniorenconvent: het convent van de gemeenteraad zoals bedoeld in artikel 2 van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Vaals

  • i.

    College: het college van burgemeester en wethouders van Vaals

  • j.

    Organisatie: de ambtelijke organisatie van de gemeente, met uitzondering van de organisatie van de griffie

  • k.

    Enkelvoudige voordracht: Voordracht van één kandidaat per benoembare plek

  • l.

    Gemeentebestuur: Gemeentelijk bestuur bestaande uit raad, burgemeester en wethouders

Artikel 2 Rekenkamercommissie

  • 1.

    Er is een rekenkamercommissie.

  • 2.

    De rekenkamercommissie bestaat uit drie leden.

  • 3.

    De leden hebben geen politieke binding met het gemeentebestuur van Vaals. De leden zijn als zodanig onafhankelijk van de gemeente en het gemeentebestuur en zijn ook niet bestuurlijk verbonden aan een organisatie die op enige wijze financieel aan de gemeente Vaals is gelieerd.

  • 4.

    De rekenkamercommissie heeft tot taak onderzoek te doen als bedoeld in artikel 182 van de wet.

Artikel 3 Benoeming leden

  • 1.

    De raad benoemt de voorzitter en de overige leden op enkelvoudige voordracht van het seniorenconvent.

  • 2.

    Elke voordracht gaat vergezeld van een verklaring van de kandidaat bevattende:

    • a.

      de mededeling dat hij/zij de benoeming zal aanvaarden;

    • b.

      een overzicht van de openbare betrekkingen die hij/zij bekleedt;

    • c.

      een verklaring omtrent het gedrag

  • 3.

    Wijzigingen in het 2b genoemde overzicht worden terstond door het lid aan de raad gemeld.

  • 4.

    De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming.

  • 5.

    Bij afwezigheid c.q. verhindering van de voorzitter treedt het langstzittende lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren.

  • 6.

    De voorzitter en de leden worden benoemd voor een periode van 3 jaar.

  • 7.

    De voorzitter en de leden kunnen op voordracht van het seniorenconvent worden herbenoemd.

  • 8.

    De rekenkamercommissie is, met in acht name van hetgeen hierover in deze verordening is geregeld, belast met de inrichting en organisatie van de rekenkamerfunctie in Vaals.

Artikel 4 Eed

De voorzitter en de leden leggen, alvorens zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de volgende eed (verklaring en belofte) af:

“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot voorzitter/lid van de rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven

of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als voorzitter/lid van de rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)”.

Artikel 5 Ontslag en non-activiteit

De raad ontslaat de voorzitter en de overige leden of stelt hen op non-actief:

  • a.

    bij een verzoek daartoe ingediend door de voorzitter of een lid zelf;

  • b.

    bij de aanvaarding van een functie die naar het oordeel van de raad onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie;

  • c.

    als de raad van oordeel is dat de voorzitter of een lid niet langer geschikt is om zijn functie te vervullen. Hierbij besluit de raad met een gekwalificeerde meerderheid van tweederde van de aanwezige leden;

  • d.

    indien de voorzitter of het lid bij onherroepelijk geworden gerechtelijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

  • e.

    indien de voorzitter of het lid bij onherroepelijk geworden gerechtelijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;

  • f.

    indien de voorzitter of het lid door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen;

  • g.

    indien de raad besluit tot een andere invulling van de rekenkamerfunctie.

Artikel 6 Vergoeding voor werkzaamheden van leden van de rekenkamercommissie

  • 1.

    De voorzitter ontvangt een vaste vergoeding voor zijn werkzaamheden voor de rekenkamercommissie gelijk aan 45% van de vergoeding en de onkostenvergoeding van een raadslid. De vergoeding en onkostenvergoeding zijn all-in, inclusief reiskosten en worden maandelijks uitbetaald.

  • 2.

    De leden ontvangen een vaste vergoeding voor hun werkzaamheden voor de rekenkamercommissie gelijk aan 35% van de vergoeding en de onkostenvergoeding van een raadslid. De vergoeding en onkostenvergoeding zijn all-in, inclusief reiskosten en worden maandelijks uitbetaald.

  • 3.

    De bedragen worden jaarlijks per 1 januari aangepast overeenkomstig de indexering van de vergoeding voor de raadsleden.

Artikel 7 Ondersteuning van de rekenkamercommissie

  • 1.

    De rekenkamercommissie wordt ambtelijk secretarieel ondersteund.

  • 2.

    De griffier benoemt namens de gemeenteraad de secretariële ondersteuner.

Artikel 8 Reglement van orde

De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad.

Artikel 9 Onderwerpselectie en opdrachtverlening

  • 1.

    De rekenkamercommissie houdt op basis van haar kennis van en ervaring met de gemeentelijke organisatie gedurende het jaar een groslijst bij van potentiële onderzoeksonderwerpen.

  • 2.

    De rekenkamercommissie biedt de fracties in de raad, het college en de inwoners jaarlijks de gelegenheid suggesties in te dienen voor het verrichten van onderzoek.

  • 3.

    De rekenkamercommissie maakt jaarlijks op basis van de informatie genoemd in lid 1 en 2 een overzicht van maximaal 10 onderzoekswaardige onderwerpen en doet voor die onderwerpen een kort oriënterend onderzoek naar het belang en de uitvoerbaarheid en stuurt het overzicht jaarlijks in oktober naar de raad.

  • 4.

    De rekenkamercommissie stelt jaarlijks in december het onderzoeksplan voor het volgend jaar vast en stuurt het plan naar de raad en het college.

  • 5.

    De rekenkamercommissie formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.

  • 6.

    De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de rekenkamercommissie ter kennisneming aan de raad verstuurd.

Artikel 10 Werkwijze

  • 1.

    De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.

  • 2.

    De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.

  • 3.

    De rekenkamercommissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken.

  • 4.

    De rekenkamercommissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.

  • 5.

    De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten en jaarverslagen zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. Een verzoek daartoe van het college wordt aan de Wet openbaarheid van bestuur getoetst. Indien de rekenkamercommissie een gemotiveerd verzoek tot geheimhouding van het college afwijst, stelt zij de openbaarmaking van het rapport met een week uit, teneinde het college de gelegenheid te geven de noodzaak of wenselijkheid tot het nemen van gerechtelijke stappen te overwegen.

  • 6.

    De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

  • 7.

    Voor de uitvoering van het onderzoek kan de rekenkamercommissie in voorkomend geval, met inachtneming van het beschikbare budget ook externe personen of bureaus inschakelen.

  • 8.

    De rekenkamercommissie stelt de betrokkenen en in ieder geval het college in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken.

Betrokkenen zijn degenen wier taakuitoefening (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamercommissie bepaalt ook wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.

  • 9.

    Na vaststelling door de rekenkamercommissie worden het onderzoeksrapport, de nota van conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.

  • 10.

    De rekenkamercommissie stelt ieder jaar voor één april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar. Dit verslag bevat:

    • a.

      een verantwoording over verrichtingen met toetsing aan het onderzoeksplan;

    • b.

      een overzicht van het beschikbare budget en de gemaakte kosten minimaal gesplitst in kosten commissieleden en overige kosten;

    • c.

      eventuele voorstellen voor aanpassingen in de werkwijze.

Artikel 11 Budget

  • 1.

    De raad neemt jaarlijks in de begroting een budget op voor de kosten van de rekenkamercommissie en het aantal daarvoor uit te voeren onderzoeken.

  • 2.

    Hiertoe dient de rekenkamercommissie uiterlijk in maart een begroting in bij het seniorenconvent voor het daaropvolgende jaar, waarbij naast de budgetten ook de daarbij behorende prestaties worden vermeld.

  • 3.

    Het seniorenconvent bespreekt deze begroting jaarlijks in april, waarna de (aangepaste) begroting aan het college wordt aangeboden. Het college neemt beleidswijzigingen mee in de Kadernota en verwerkt de gegevens in de begroting. Indien er sprake is van een door het seniorenconvent aangepaste begroting, informeert zij de rekenkamercommissie vóór de begroting naar het college wordt gestuurd.

  • 4.

    Ten laste van het in lid 2 genoemde budget worden de kosten gebracht van:

    • a.

      de vergoeding van de voorzitter en de leden en zo nodig de kosten van de rechtsvoorganger van de rekenkamercommissie;

    • b.

      externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie zijn geconsulteerd;

    • c.

      eventuele overige uitgaven die de rekenkamercommissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

  • 5.

    De rekenkamercommissie is voor de besteding van hun budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 10 februari 2015 onder intrekking van de op 23 mei 2011 vastgestelde Verordening op de Rekenkamercommissie Vaals.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening op de Rekenkamercommissie Vaals 2015.

Ondertekening

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 februari 2015.

mr. B.G.P. Hoevenagel drs. R.L.T. van Loo

Griffier Voorzitter