Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Vaals

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vaals houdende regels omtrent de heffing en invordering van toeristenbelasting Verordening toeristenbelasting 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVaals
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Vaals houdende regels omtrent de heffing en invordering van toeristenbelasting Verordening toeristenbelasting 2018
CiteertitelVerordening toeristenbelasting 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.

Deze regeling vervangt de Verordening toeristenbelasting 2017.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 224 Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-12-2017nieuwe regeling

11-12-2017

Gemeenteblad, 2017, 232672

17.0007636

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting

Kenmerk: FC

Agendapunt nr:

Onderwerp: Verordening

toeristenbelasting 2018

DE RAAD VAN DE GEMEENTE VAALS;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van

7 november 2017;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

vast te stellen de 'Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting (Verordening toeristenbelasting 2018).

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;

b mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;

c niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;

d vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan;

e een groepsaccommodatie: een gebouw of een deel van een gebouw welke blijvend bestemd is voor tijdelijk recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij wordt overnacht in slaapzalen en/of grote slaapkamers waar een dagverblijf beschikbaar is waarin gasten mede huishoudelijke werkzaamheden kunnen verrichten en waarbij kenmerkend is het gemeenschappelijk gebruik van sanitaire voorzieningen, keuken, verblijfsruimten en slaapzalen/grote slaapkamers.

Artikel 2 Belastbaar feit

Ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente in hotels,pensions, vakantie-onderkomens, groepsaccommodatie mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam 'toeristenbelasting' een directe belasting geheven.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, terzake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

  • 3.

    Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtige degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt.

Artikel 4 Vrijstellingen

  • 1.

    De belasting wordt niet geheven ter zake voor het verblijf door degene, die:

    • a.

      verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

    • b.

      op de dag, waarop de eerste overnachting plaats vindt, nog niet de leeftijd van zes jaren heeft bereikt.

  • 2.

    De belasting wordt niet geheven ter zake voor het verblijf van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belasting tijdvak. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.

Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

  • 1.

    Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op 2,5 per mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.

  • 2.

    Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt, indien de mobiele kampeeronderkomens of stacaravans geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van:

    • -

      ten hoogste drie aaneengesloten maanden (naseizoen) bepaald op 20;

    • -

      meer dan drie doch ten hoogste vier aaneengesloten maanden (voorseizoen) bepaald op 25;

    • -

      meer dan vier doch ten hoogste twaalf aaneengesloten maanden (seizoens- en jaarplaatsen) bepaald op 45.

Artikel 7 Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing

In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.

Artikel 8 Belastingtarief

Het tarief bedraagt per persoon per overnachting op/in

  • a.

    een camping of een kampeerboerderij € 1,00

  • b.

    een groepsaccommodatie € 1,00

  • c.

    overige verblijven € 1,48

Artikel 9 Belastingtijdvak

  • 1.

    Voor de belastingen bedoeld in artikel 6 is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar

  • 2.

    Voor de niet-forfaitaire aanslagen is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderkwartaal

Artikel 10 Wijze van heffing

1.De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 11 Tijdstip waarop de belasting moet worden voldaan

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen één termijn die vervalt één maand na dagtekening  van het aanslagbiljet

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten aanslagen, als bedoeld in artikel 6 van deze verordening, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 3.

    De leden 1 en 2 gelden zowel voor betaling via automatisch incasso als ook voor betalingen  via niet-automatisch incasso

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen

Artikel 12 Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige bedoeld in artikel 3 , eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het inwerkingtreden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulk schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet.

Artikel 13 Kwijtschelding

Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld inartikel 26 van de Invorderingswet 1990.

Artikel 14 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.

Artikel 15 Overgangsrecht

1.De 'Verordening toeristenbelasting 2017' van 12 december 2016 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 16 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.

Artikel 17 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Verordening toeristenbelasting 2018’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 december 2017.

B.G.P. Hoevenagel drs. R.L.T. van Loo

Griffier Voorzitter

`

Bekendgemaakt door: F.L.M.H. Coenen

* Ter inzage - legging bij de receptie van het gemeentehuis, jaargang 2017

* Publicatie in Vaalser Weekblad d.d. 15 december 2017

* Inwerking getreden d.d. 16 december 2017

__________________________________________________________________________________