Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Veldhoven

Nadere regels vrijgestelde evenementen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVeldhoven
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingNadere regels vrijgestelde evenementen
CiteertitelNadere regels vrijgestelde evenementen
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene plaatselijke verordening, art. 2:13

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

15-04-2012Nieuwe regeling

03-04-2012

De Ahrenberger, 11-04-2012

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Nadere regels vrijgestelde evenementen

 

 

De onderstaande nadere regels zijn van toepassing op vrijgestelde evenementen.

 

Nadere regels

  • 1.

    Een uitpandig evenement mag uiterlijk 2 dagen voorafgaand aan het evenement tussen 07.00 uur en 19.00 uur opgebouwd worden;

  • 2.

    Het evenement duurt maximaal 1 dag (deze regel geldt niet voor tochten);

  • 3.

    Het maximum aantal gelijktijdig aanwezigen bedraagt 250 personen (deze regel geldt niet voor tochten);

  • 4.

    Het uitpandige evenement moet plaatsvinden tussen 10.00 uur en 01.00 uur;

  • 5.

    Het inpandige evenement moet plaatsvinden tussen 10.00 uur en de sluitingstijd van het bedrijf waarin het evenement plaatsvindt, indien het bedrijf de deuren en ramen gesloten houdt tijdens het evenement (met uitzondering van het direct doorlaten van personen en goederen); indien niet aan deze voorwaarde voor de sluitingstijd van het bedrijf voldaan wordt, geldt de eindtijd van 01.00 uur;

  • 6.

    Er dienen voldoende parkeervoorzieningen aanwezig te zijn tijdens het evenement;

  • 7.

    Binnen de organisatie moet één persoon fungeren als aanspreekpunt tijdens het evenement en deze moet tijdens het evenement aanwezig zijn;

  • 8.

    De organisatie van het evenement is, voor zover dit tot zijn verantwoordelijkheid kan worden gerekend, gehouden in een afstand van 25 meter, gerekend vanaf de grens van het evenemententerrein zwerfvuil (afkomstig van het evenement) te verwijderen;

  • 9.

    De organisatie moet er zorg voor dragen dat het evenemententerrein uiterlijk op de 2e dag na afloop van het evenement om 19.00 uur is opgeruimd en in oorspronkelijke staat is teruggebracht. Indien het evenemententerrein niet volledig is opgeruimd en/of in oorspronkelijke staat is teruggebracht, zal de gemeente dit doen op kosten van de organisatie;

  • 10.

    De organisatie mag geen schade aanrichten aan gemeente-eigendommen (o.a. bestrating en beplanting) of andermans eigendommen door het organiseren van het evenement;

  • 11.

    Bij het organiseren van het evenement mag de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu niet in gevaar komen;

  • 12.

    Voor het gebruik maken een tent dan wel overkapping waarin meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn, dient u te voldoen aan de voorschriften die vermeld staan in het Aanwijzingsbesluit en nadere regels ‘‘Tijdelijke gebruiksvergunningsvrije tenten en overkappingen’’. Dit aanwijzingsbesluit is bijgevoegd;Alle door bevoegde ambtenaren van politie, brandweer en gemeente te geven aanwijzingen dienen strikt en onverwijld te worden opgevolgd.

 

Geluid

  • 13.

    Buitenactiviteiten (in de openlucht, in een tent of onder een overkapping etc.): Het equivalente geluidsniveau (LAeq), afkomstig van de geluidsinstallatie en plaatsvindende activiteiten tijdens het uitpandige evenement, mag van 10.00 uur tot 01.00 uur, niet meer bedragen dan 90 dB(A), gemeten op de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woning of andere geluidsgevoelige bestemmingen. In afwijking van de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai” wordt bij buitenactiviteiten voor muziekgeluid geen strafcorrectie van 10 dB(A) toegepast;

  • 14.

    Inpandige activiteiten: Voor zover het inpandige activiteiten betreft, mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en maximaal geluidsniveau (LAmax), afkomstig van de geluidsinstallatie en plaatsvindende activiteiten, gedurende de hieronder genoemde tijden, bedragen:

Tijdstip (van – tot)

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L Ar,LT )

Maximaal geluidsniveau (L A max)

Meetpunt

10.00 uur – 19.00 uur

70 dB(A)

90 dB(A)

Gemeten op de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woning

19.00 uur – 23.00 uur

65 dB(A)

85 dB(A)

Gemeten op de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woning

23.00 uur – 01.00 uur

(01.00 uur of sluitingstijd bedrijf, indien voldaan wordt aan voorwaarde voor eindtijd evenement als sluitingstijd bedrijf)

60 dB(A)

80 dB(A)

Gemeten op de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woning

N.B. Geluidsmetingen bij inpandige activiteiten worden uitgevoerd volgens de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai”.

Indien evenementen zowel inpandig als buiten gevierd worden prevaleren de geluidsnormen voor buiten-activiteiten boven de geluidsnormen voor inpandige activiteiten.

 

Veiligheid

  • 15.

    Er mogen geen wegen en openbare parkeerplaatsen afgesloten worden (het verbod voor afsluiting van wegen geldt niet voor buurt- en wijkevenementen, zolang er geen hoofd- en doorgangswegen worden afgesloten en daarnaast voldaan wordt aan de regels 21 en 22);

  • 16.

    Er mogen geen omleidingsroutes voor het verkeer ingesteld worden (dit verbod geldt niet voor buurt- en wijkevenementen);

  • 17.

    Bij het organiseren van een tocht is de organisatie verplicht op drukke punten door of namens de burgemeester aangestelde verkeersregelaars in te zetten. Bij het inzetten van verkeersregelaars is de organisatie van het evenement verantwoordelijk voor de (inzet van) verkeersregelaars en kan daarvoor aansprakelijk gesteld worden. Om deze reden is een verzekering voor verkeersregelaars verplicht;

  • 18.

    De organisatie dient voldoende personen c.q. vrijwilligers (minimaal 1 persoon per 200 gelijktijdig aanwezige personen) in te zetten om gedurende het evenement de aanwezigen en activiteiten in de gaten te houden (toezicht houden). Deze personen dienen als zodanig duidelijk herkenbaar te zijn;

  • 19.

    Indien bij inpandige evenementen gebruik wordt gemaakt van drinkgerei en flessen, anders dan van kunststof materiaal, dient bij elke doorgang een portier te staan die toeziet op dat drinkgerei en flessen anders dan van kunststof materiaal (zoals glaswerk en porselein) niet buiten de lokaliteit van het evenement en het pand worden gebracht;

  • 20.

    Indien bij uitpandige evenementen gebruik wordt gemaakt van drinkgerei en flessen, anders dan van kunststof materiaal, dient:

    • a.

      het evenement fysiek geheel afgebakend/omsloten te zijn, waarbij een doorgang een maximale doorgangsbreedte van 1,5 meter mag hebben en een minimale doorgangsbreedte van 0,85 meter moet hebben. De vereiste minimale totale doorgangsbreedte van de afbakening/omsluiting van het terrein bedraagt 1 meter per 135 aanwezige personen, vanwege een veilige ontvluchting van personen. Voorbeeld: bij een evenement met 250 aanwezige personen is totaal minimaal 1,85 meter uitgangsbreedte vereist, waarbij de doorgangsbreedte per doorgang maximaal 1,5 meter mag zijn en minimaal 0,85 meter moet zijn;

    • b.

      bij elke doorgang een portier te staan die toeziet op dat drinkgerei en flessen anders dan van kunststof materiaal (zoals glaswerk en porselein) niet buiten de afbakening van het evenement worden gebracht.

 

Brandveiligheid

  • 21.

    Het evenement moet zodanig worden georganiseerd dat een vrije doorgang voor hulpdiensten (brandweer, politie en ambulance) mogelijk blijft. Voor locaties waarvoor een rijloper voor de hulpdiensten is vastgesteld, geldt deze rijloper als minimale doorrijdbreedte voor hulpdiensten en dient deze rijloper vrijgehouden te worden van obstakels. De vastgestelde rijlopers zijn bijgevoegd. Voor locaties waarvoor geen rijloper voor de hulpdiensten is vastgesteld, moet de doorrijdbreedte op de openbare weg minstens 4,00 meter zijn waar de openbare weg deze breedte toelaat. Indien de openbare weg deze breedte niet toelaat, wordt voor de minimale doorrijdbreedte, de breedte van de openbare weg aangehouden;

  • 22.

    De doorrijdhoogte voor hulpdiensten moet, gemeten over de gehele minimale doorrijdbreedte, minstens 4,20 meter zijn. Deze minimale hoogte geldt voor alle gebieden, ongeacht of er een rijloper is vastgesteld;

  • 23.

    Bij gebruik van tent c.q. overkapping waarin/waaronder tegelijkertijd meer dan 50 personen aanwezig zullen zijn, dient u te voldoen aan de voorschriften van het Aanwijzingsbesluit en nadere regels “Tijdelijke gebruiksvergunningsvrije tenten en overkappingen”. Deze voorschriften zijn bijgevoegd;

  • 24.

    Overnachten in of op een niet daarvoor ingericht gebouw of locatie is niet toegestaan;

  • 25.

    (Aansluitingen voor) bluswatervoorzieningen moeten vrijgehouden worden (minimaal een straal van 50 centimeter, gemeten vanuit de brandkraan);

  • 26.

    Bordjes voor bluswatervoorzieningen moeten duidelijk zichtbaar blijven;

  • 27.

    Toegangen tot belendende percelen mogen niet worden geblokkeerd;

  • 28.

    Reguliere uitgangen en nooduitgangen van openbare inrichtingen (o.a. bioscopen, ziekenhuizen, cafés en dergelijke) moeten worden vrijgehouden;

  • 29.

    Voor het stoken van vuur moet u voldoen aan artikel 5:21 van de Algemene plaatselijke verordening. Dit houdt in dat enkel is toegestaan:

    • a.

      verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    • b.

      sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand,

    • c.

      vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert, voor zover dit niet plaatsvindt in bossen en natuurgebieden of binnen een afstand van 30 meter daarvan in de periode van 1 april tot 1 november;

  • 30.

    Bij gebruik van een barbecue en bakkramen en –wagens dient u te voldoen aan de volgende voorschriften:

  • a.

    Algemeen Nabij het bereidingstoestel (o.a. barbecue) moet een blusmiddel met een inhoud van tenminste 6 kg c.q. liter voor de brandklassen A, B en C aanwezig zijn;

  • b.

    Bereiding op vaste stoffen, zoals houtskool (bijvoorbeeld: barbecue op houtskool)

    • i.

      Een bereidingstoestel gestookt op vaste stoffen (o.a. houtskool) mag niet in een tent dan wel onder een overkapping geplaatst worden. Het bereidingstoestel dient op tenminste 5 meter afstand buiten een tent dan wel overkapping te worden geplaatst, zodanig dat er geen brandgevaar bestaat voor de directe omgeving en het tijdelijk bouwsel;

    • ii.

      Voor het aanmaken van een met houtskool gestookt bereidingstoestel mag alleen gebruik worden gemaakt van de speciaal daarvoor bestemde aanmaakblokjes. Het gebruik van brandbare vloeistoffen voor het aanmaken van een dergelijk bereidingstoestel is verboden;

  • c.

    Bereiding op gas of elektriciteit

    • i.

      De aangesloten en reserve gasflessen bij een barbecue op gas dienen:

      • 1.

        buiten een tent en overkapping te zijn opgesteld,

      • 2.

        niet voor onbevoegden toegankelijk te zijn,

      • 3.

        goed geventileerd te zijn opgesteld en

      • 4.

        tegen opwarming door zonnestraling te zijn beschermd;

    • ii.

      De waterinhoud van een gevulde of een lege gasfles mag niet meer dan 45 liter bedragen. De aanwezige gevulde en lege gasflessen mogen gezamenlijk maximaal een totale waterinhoud hebben van 115 liter;

    • iii.

      De verbindingsslang(en) tussen de gasflessen en het bereidingstoestel moet(en):

      • 1.

        zijn vervaardigd van synthetisch rubber met één of meer staaldraad- en/of textielinlagen, volgens NEN 3143;

      • 2.

        met behulp van deugdelijke slangenklemmen vast aan de gasflessen en aan het bereidingstoestel zijn bevestigd en vrij ongespannen zijn aangelegd;

      • 3.

        zodanig zijn aangebracht dat zij op geen enkele wijze aan ontoelaatbare temperatuursinvloeden worden bloot gesteld of mechanisch kunnen worden beschadigd;

      • 4.

        zo kort mogelijk worden gehouden en geen grotere lengte hebben dan 1 meter;

      • 5.

        in goede staat verkeren; dit wil zeggen dat de verbindingsslang niet poreus mag zijn;

  • d.

    Bakkramen, niet zijnde mobiele bakwagens

    • i.

      Een frituurtoestel is thermisch zodanig beveiligd dat de temperatuur van het bakmedium niet boven 200°C kan oplopen;

    • ii.

      Indien met de verwarmingsapparatuur olie of vet wordt verwarmd, dan dienen in de onmiddellijke nabijheid van de verwarmingsapparatuur goed passende en hanteerbare deksels aanwezig te zijn om pannen of vaatwerk met oververhit of brandend vet of olie af te dekken;

    • iii.

      Het draagvlak onder de bak- en braadtoestellen moet tenminste 0,1 meter buiten de toestellen onbrandbaar zijn (NEN 6065 klasse 2), dan wel zijn bekleed met een onbrandbaar en een warmte slecht geleidende materiaal. De wanden, in de nabijheid waarvan toestellen zijn geplaatst, moeten 0,30 meter buiten het toestel op dezelfde wijze zijn bekleed;

    • iv.

      Een bakkraam in de omgeving van brandgevaarlijke materialen is niet toegestaan. Er dienen zodanige maatregelen getroffen te worden, bijvoorbeeld door het verplaatsen van de kraam of het aanbrengen van een isolerende laag, dat de brandbare materialen niet hun eigen ontbrandingstemperatuur zullen bereiken;

  • e.

    Mobiele bakwagens

    • i.

      De LPG-systemen ten behoeve van kook- en verwarmingsdoeleinden in bak- en frituurvoertuigen dienen te voldoen aan het gestelde in NPR 2577:2006. Waar de richtlijn NPR 2577:2006 conflicteert met de norm NEN-EN 1949:2002 geldt de norm;

    • ii.

      Het voorhanden hebben en het gebruik van autogas, handelspropaan of –butaan in autogastanks, anders dan voor de tractie van motorvoertuigen, is verboden.

 

Geneeskundig en gezondheid

  • 31.

    Er dient vanaf 1000 gelijktijdig aanwezige personen minimaal 1 persoon met een geldig EHBO-diploma per 1000 gelijktijdig aanwezige personen op een EHBO-post aanwezig te zijn. Deze persoon dient als zodanig duidelijk herkenbaar te zijn;

  • 32.

    In de EHBO-koffer dient een standaarduitrusting volgens de richtlijnen van het Oranje Kruis aanwezig te zijn; bij sportevenementen dienen daarnaast materialen om te koelen beschikbaar te zijn;

  • 33.

    Er dient minimaal 1 toilet per 150 gelijktijdig aanwezige personen aanwezig te zijn op het evenemententerrein, waarbij een minimum van 2 toiletten geldt. Bij voorkeur zijn deze toiletten aangesloten op bestaande voorzieningen;

  • 34.

    Er dient minimaal 1 tappunt voor gratis schoon leidingwater per 150 gelijktijdig aanwezige personen aanwezig te zijn op het evenemententerrein.