Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Veldhoven

Algemene Subsidie Verordening Veldhoven 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVeldhoven
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingAlgemene Subsidie Verordening Veldhoven 2017
CiteertitelAlgemene Subsidie Verordening Veldhoven 2017
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene wet bestuursrecht, art. 4:23

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-12-2015Nieuwe regeling

15-12-2015

Gemeenteblad, 17-12-2015

15.160

Tekst van de regeling

Intitulé

Algemene Subsidie Verordening Veldhoven 2017

 

 

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veldhoven;

  • c.

    De-minimisverklaring: een door het college vastgestelde verklaring inzake de-minimissteun, zoals bedoeld in Europese regelgeving;

  • d.

    Eenmalige subsidie: een subsidie voor een activiteit met een eenmalig karakter die maximaal 4 jaar voortduurt dan wel een subsidie die slechts eenmaal wordt verstrekt voor een activiteit die langer dan 4 jaar voortduurt;

  • e.

    Raad: raad van de gemeente Veldhoven;

  • f.

    Subsidietijdvak: een periode, langer dan één kalenderjaar en van maximaal 3 jaren waarop één besluit tot subsidieverlening dan wel –vaststelling betrekking kan hebben.

Artikel 2. Reikwijdte verordening

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, op het gebied van de kerndoelen Vitale Samenleving en Goed Woon- en Leefklimaat.

  • 2.

    Deze verordening is nadrukkelijk niet van toepassing op subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen, subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid Awb (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) en subsidies op het gebied van:

    • a.

      Volkshuisvesting;

    • b.

      Economische zaken;

    • c.

      Loonkostensubsidies;

    • d.

      Duurzaamheid.

  • 3.

    Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3. Subsidieregelingen

Het college stelt bij subsidieregeling(en) vast welke activiteiten, binnen de reikwijdte van artikel 2 lid 1, voor subsidie in aanmerking kunnen komen.

Artikel 4. Rechtspersoonlijkheid

Subsidie op basis van deze verordening wordt verstrekt aan een rechtspersoon of een rechtspersoon in oprichting. Het college kan bij subsidieregeling in afwijking hiervan bepalen dat subsidieverstrekking aan een natuurlijk persoon mogelijk is.

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1.

    Het college kan subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepaalt het college bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betreffende subsidie.

  • 2.

    Het college kan een subsidieplafond verlagen, indien het betreffende subsidieplafond is vastgesteld voordat de begroting voor het jaar of de jaren, waarop het subsidieplafond betrekking heeft, is vastgesteld of goedgekeurd; of

  • 3.

    Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd op grond van het tweede lid wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.

  • 4.

    Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. In de verleningsbeschikking wordt hierop gewezen.

Artikel 6. Aanvraag tot subsidieverlening

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met gebruikmaking van een aanvraagformulier.

  • 2.

    Bij de aanvraag om subsidie voegt de aanvrager de volgende gegevens:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      de doelen en de resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd en een toelichting hoe de activiteiten daaraan bijdragen. Daarbij wordt vermeld in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente Veldhoven en haar ingezetenen en op de door de gemeente Veldhoven vastgestelde doelen of beleidsterreinen;

    • c.

      een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of bijdragen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • d.

      inzicht in de reservepositie van de aanvrager in het jaar van de aanvraag;

    • e.

      indien de aanvrager een onderneming is:

      • 1.

        een opgave van subsidies, vergoeding of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

      • 2.

        een de-minimisverklaring.

  • 3.

    Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten en, indien mogelijk, van het jaarverslag en de jaarrekening van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.

  • 4.

    Het college is bevoegd om, al dan niet bij subsidieregeling, van de voorgaande leden af te wijken.

Artikel 7. Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar of subsidietijdvak wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk voor 1 juni van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar of subsidietijdvak waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Een aanvraag om een eenmalige subsidie wordt minimaal 13 weken voor aanvang van de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft, ingediend.

  • 3.

    Het college is bevoegd om, al dan niet bij subsidieregeling, van de voorgaande leden af te wijken.

Artikel 8. Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag om subsidie voor een kalenderjaar of subsidietijdvak uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2.

    Het college beslist op een aanvraag om eenmalige subsidie binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

  • 3.

    Het college is bevoegd de termijnen als genoemd in lid 1 en 2 te verdagen met een periode van maximaal 4 weken.

  • 4.

    Het college is bevoegd om bij subsidieregeling van de termijnen in de leden 1 en 2 af te wijken.

Artikel 9. Weigeringsgronden en intrekking subsidieverlening

  • 1.

    De aanvraag om subsidie wordt, naast de in artikel 4:25, tweede lid en artikel 4:35 bedoelde gevallen, in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      aantoonbare redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit of zal ontplooien die in strijd zijn met de wet- en regelgeving;

    • b.

      de gevraagde subsidie is aangemerkt als ontoelaatbare staatssteun;

    • c.

      de activiteiten niet zijn benoemd als activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen op grond van een door het college vastgestelde subsidieregeling;

    • d.

      subsidieverstrekking niet past binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders en financiële kaders.

  • 2.

    Onverminderd het vorige lid kan het college een aanvraag om subsidie weigeren indien:

    • a.

      de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente Veldhoven en haar ingezetenen;

    • b.

      de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van het college geen waardevolle aanvulling vormen op het bestaande aanbod van activiteiten in de gemeente Veldhoven en – indien sprake is van activiteiten met een regionale werking – de regio;

    • c.

      niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

    • d.

      sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

    • e.

      de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • f.

      subsidieverstrekking in strijd zou zijn met enig wettelijk voorschrift;

    • g.

      een van de weigeringsgronden als opgenomen in een door het college vastgestelde subsidieregeling aan de orde is.

  • 3.

    Het college kan een verleende subsidie intrekken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • 4.

    Het college kan een verleende subsidie intrekken en met rente terugvorderen op basis van een besluit van de Europese Commissie of op grond van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is besloten.

Artikel 10. Subsidieverlening

  • 1.

    In het besluit tot subsidieverlening voor een subsidietijdvak geeft het college aan welke gegevens en bescheiden de subsidieontvanger binnen welke termijn(en) moet indienen.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid geldt dat, indien het subsidiebedrag meer dan € 150.000 per kalenderjaar bedraagt, in ieder geval jaarlijks rekening en verantwoording moet worden overlegd omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten van het voorgaande kalenderjaar, onder toevoeging van een accountantsverklaring. In het besluit tot subsidieverlening wordt bepaald op welk moment dit moet worden overlegd en aan welke eisen de accountantsverklaring dient te voldoen.

  • 3.

    Indien de subsidieontvanger de gegevens en bescheiden als bedoeld in lid 1 en 2 niet heeft ingediend binnen de in het besluit tot subsidieverlening vastgestelde termijn, en het college voor het einde van deze termijn geen uitstel heeft verleend op verzoek van de subsidieontvanger, kan het college besluiten om het besluit tot subsidieverlening te wijzigen, waarbij de volgende systematiek wordt gehanteerd:

    • a.

      indien de subsidieontvanger voor de eerste maal de gegevens en bescheiden niet of niet tijdig indient, kan het college besluiten tot een korting van 1/3 van het totale subsidiebedrag;

    • b.

      indien de subsidieontvanger in het daaropvolgende kalenderjaar of subsidietijdvak wederom de gegevens niet of niet tijdig indient, kan het college besluiten tot een korting van 2/3 van het totale subsidiebedrag.

  • 4.

    Het eerste lid is niet van toepassing op subsidieverleningen die minder dan € 5.000 per kalenderjaar bedragen.

  • 5.

    Het college kan verplichtingen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie en die betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteiten worden verricht, aan het besluit tot subsidieverlening verbinden.

  • 6.

    Het college kan verplichtingen met betrekking tot het beheer van de subsidie, waaronder in ieder geval de reservevorming, aan het besluit tot subsidieverlening verbinden.

Artikel 11. Betaling en bevoorschotting

  • 1.

    Indien een subsidie minder dan € 2.500 per kalenderjaar bedraagt, vindt de betaling dan wel bevoorschotting van het gehele subsidiebedrag in één termijn plaats.

  • 2.

    Indien een verleende subsidie meer dan € 2.500 per kalenderjaar bedraagt, vindt bevoorschotting per kalenderjaar als volgt plaats:

 

Subsidiebedrag

Termijnen

€ 2.500 - € 5.000

2 gelijke termijnen

€ 5.001 - € 22.500

4 gelijke termijnen

€ 22.501 - € 45.000

6 gelijke termijnen

€ 45.001 en meer

12 gelijke termijnen

  • 3.

    Het college kan bij besluit tot subsidieverlening afwijken van het tweede lid.

  • 4.

    Indien een al betaalde subsidie over enige voorgaande periode op grond van een onherroepelijke beschikking als bedoeld in artikel 4:57 Awb teruggevorderd wordt, wordt het teruggevorderde bedrag indien mogelijk verrekend met de betaalbaar te stellen termijnbedragen.

Artikel 12. Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht.

  • 2.

    De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college zodra aannemelijk is dat niet of niet geheel zal worden voldaan aan de aan het besluit tot subsidieverlening verbonden verplichtingen.

  • 3.

    De subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:

    • a.

      beslissingen en procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend of die zijn gericht op ontbinding van de rechtspersoon;

    • b.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan het besluit tot subsidieverlening verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen worden nagekomen;

    • d.

      wijziging van de statuten, voor zover het de vorm van de rechtspersoon, de persoon van een bestuurder en het doel van de rechtspersoon betreft.

  • 4.

    De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen, als bedoeld in artikel 4:71 Awb, indien deze handelingen van invloed zijn op de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 13. Aanvraag tot subsidievaststelling

  • 1.

    Een subsidieontvanger hoeft geen aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen als het subsidiebedrag lager is dan € 5.000 per kalenderjaar. Het college kan in het besluit tot subsidieverlening wel bepalen dat de subsidieontvanger op een door het college aan te geven wijze en moment aantoont dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan het besluit tot subsidieverlening verbonden verplichtingen.

  • 2.

    De aanvraag tot subsidievaststelling van een subsidie van € 5.000 tot € 50.000 per kalenderjaar dient:

    • a.

      voor 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar of subsidietijdvak waarop de subsidieverlening betrekking heeft, te worden ingediend;

    • b.

      in geval van een eenmalige subsidie binnen 13 weken na afloop van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, te worden ingediend;

    • c.

      een inhoudelijk verslag te bevatten, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht;

    • d.

      een financieel verslag of een jaarrekening te bevatten, met daarin in ieder geval een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden baten en lasten;

    • e.

      alle overige gegevens en bescheiden te bevatten die in het besluit tot subsidieverlening zijn benoemd.

  • 3.

    De aanvraag tot subsidievaststelling van een subsidie vanaf € 50.000 per kalenderjaar dient:

    • a.

      voor 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar of het subsidietijdvak waarop de subsidieverlening betrekking heeft, te worden ingediend;

    • b.

      in geval van een eenmalige subsidie binnen 13 weken na afloop van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, te worden ingediend;

    • c.

      een inhoudelijk verslag te bevatten, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht;

    • d.

      een financieel verslag of een jaarrekening te bevatten, met daarin in ieder geval een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden baten en lasten;

    • e.

      een balans te bevatten van het afgelopen kalenderjaar of subsidietijdvak waarop de subsidie betrekking heeft, met een toelichting daarop;

    • f.

      een accountantsverklaring te bevatten, die voldoet aan de eisen die daarvoor zijn gesteld in het besluit tot subsidieverlening;

    • g.

      alle overige gegevens en bescheiden te bevatten die in het besluit tot subsidieverlening zijn benoemd.

  • 4.

    Bij subsidieregeling kunnen in afwijking van of aanvulling op lid 4 en 5 andere termijnen en gegevens en bescheiden worden opgenomen.

Artikel 14. Subsidievaststelling

  • 1.

    Subsidies die minder dan € 5.000 per kalenderjaar bedragen worden:

    • a.

      direct vastgesteld door het college; of

    • b.

      ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht dan wel na afloop van het kalenderjaar of subsidietijdvak waarop de subsidie betrekking heeft.

  • 2.

    Het college beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 13 lid 2 en 3 over de vaststelling van de verleende subsidie.

  • 3.

    Het college is bevoegd de termijn genoemd in het tweede lid te verdagen met maximaal 4 weken.

  • 4.

    Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet binnen de in artikel 13 lid 2 onder a en lid 3 onder a genoemde termijn is ontvangen, gaat het college zes weken na eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling.

  • 5.

    Het college is bevoegd de subsidie lager vast te stellen indien de aanvraag tot vaststelling niet of niet tijdig wordt ingediend. Hierbij geldt de volgende systematiek:

    • a.

      indien de subsidieontvanger voor de eerste maal een aanvraag tot vaststelling niet of niet tijdig indient, en evenmin toepassing is gegeven aan artikel 10 lid 3, bedraagt de korting op het totale subsidiebedrag vanwege het niet of niet tijdig indienen van de aanvraag tot vaststelling 1/3 deel van dit bedrag.

    • b.

      indien de subsidieontvanger reeds vaker een aanvraag tot vaststelling niet of niet tijdig heeft ingediend en/of indien toepassing is gegeven aan artikel 10 lid 3, wordt de eerder toegepaste korting verhoogd met 1/3 deel van het totale subsidiebedrag.

Artikel 15. Hardheidsclausule

Het college kan in individuele gevallen afwijken van de bepalingen van deze verordening, en van de bepalingen van de op basis van artikel 3 vastgestelde subsidieregelingen, voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

Artikel 16. Slotbepalingen

  • 1.

    De Algemene Subsidie Verordening Veldhoven, de Deelverordening Amateurkunst, de Deelverordening Jeugdsport, de Deelverordening Jeugdwerk, de Deelverordening Onderwijsranddiensten, de Deelverordening Ouderen, de Deelverordening Theatervoorstellingen Theater De Schalm, de Deelverordening Subsidiëring peuterplaatsen Veldhoven, de Deelverordening Torenuurwerken, de Deelverordening Volksfeesten, de Deelverordening Vrijwilligers, de Deelverordening Vrouwenorganisaties, de Deelverordening Wijk en Buurt, de Deelverordening aangepast sporten, de Deelverordening bevordering ondernemerschap, de Deelverordening culturele evenementen, worden ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidies die betrekking hebben op het jaar 2016.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    Deze verordening is van toepassing op subsidies die betrekking hebben op het jaar 2017 en verder.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Algemene Subsidie Verordening Veldhoven 2017”.