Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Veldhoven

Raadsbesluit Verordening Afvalstoffenheffingen 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVeldhoven
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingRaadsbesluit Verordening Afvalstoffenheffingen 2019
Citeertitel
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 15.33 van de Wet milieubeheer

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2019nieuwe regeling

13-11-2018

gmb-2018-255325

18.075

Tekst van de regeling

Intitulé

Raadsbesluit Verordening Afvalstoffenheffingen 2019

 

De raad van de gemeente Veldhoven;

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 oktober 2018, nr. 18.075

 

Overwegende dat het noodzakelijk is de tarieven van de afvalstoffenheffing aan te passen om de kostendekking te waarborgen;

 

gelet op:

 

- Artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de:

 

"Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffingen 2019".

 

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN.

Artikel 1. Inleidende bepaling.

Krachtens deze verordening wordt een afvalstoffenheffing geheven.

 

Artikel 2. Begripsomschrijvingen.

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • *

    “gebruik maken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;

  • *

    G.F.T.-container: een container bestemd voor de afvoer van groente-, fruit- en tuinafval;

  • *

    gewone container: een container bestemd voor het overige afval, met een maximale inhoud van 0,24 m3.

  • *

    ondergrondse container: een container bestemd voor het overige afval, welke ondergronds is aangelegd en toegankelijk via een inzamelklep.

 

HOOFDSTUK II. AFVALSTOFFENHEFFING.

Artikel 3. Aard van de belasting en belastbaar feit.

  • 1.

    Onder de naam "Afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 4. Belastingplicht.

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief.

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

  • 1.

    Indien voor de inzameling van huishoudelijk rest- en GFT+E. –afval als inzamelmiddel gebruik moet worden gemaakt van plastic huisvuilzakken dan wel een boven- of ondergrondse container € 191,87 (181,13)

  • 2.

    Indien voor de inzameling van huishoudelijk rest- en GFT+E. - afval gebruik moet worden gemaakt van een grijze en groene mini-container € 206,31 (194,76)

  • 3.

    De belasting voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van één extra grijze of groene mini-container, bedraagt per belastingjaar € 100,00 (100,00)

  • 4.

    De belasting als bedoeld in lid 1 en 2 wordt verminderd met € 61,89 (58,43) indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon.

  • 5.

    Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.

  • 6.

    Voor de toepassing van het bepaalde in het vijfde lid wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als een belastingbedrag.

 

Artikel 6. Belastingjaar.

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 7. Wijze van heffing.

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang.

  • 1.

    De belasting bedoeld is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

 

Artikel 9. Termijnen van betaling.

  • 1.

    De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijn drie maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, dat zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande, dat het aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste elf bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

HOOFDSTUK III. AANVULLENDE BEPALINGEN.

 

 

Artikel 10. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders.

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffingen.

 

Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel.

  • 1.

    De "Verordening afvalstoffenheffingen 2018" van 7 november 2017, nummer 17.093, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2019.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffingen 2019".

 

 

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Veldhoven in zijn openbare vergadering van 13 november 2018.

mr. G.M.W.M. Wasser A.M. Demmers

griffier voorzitter