Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Velsen

Subsidieregeling innovatiefonds MKB Velsen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVelsen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingSubsidieregeling innovatiefonds MKB Velsen
CiteertitelSubsidieregeling innovatiefonds MKB Velsen
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-03-2018Nieuwe regeling

20-02-2018

Elektronisch gemeenteblad 1 maart 2018

B18.0053

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling innovatiefonds MKB Velsen

 

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Subsidieplafond: bedrag dat gedurende het tijdvak als genoemd in artikel 6 ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidie op grond van deze regeling.

  • 2.

    Beoordelingscommissie: de commissie die het college adviseert over de toekenning van de subsidieaanvragen aan de hand van de beoordelingscriteria.

  • 3.

    College: het college van Burgemeester en Wethouders van Velsen

  • 4.

    Midden- en kleinbedrijf (hierna MKB): bedrijven tot 250 werknemers en een jaaromzet van maximaal € 50 miljoen of een jaarlijks balanstotaal van maximaal € 43 miljoen.

  • 5.

    Aanvrager: een rechtspersoon die de aanvraag indient en eerste aanspreekpunt is en verantwoordelijkheid draagt over het project waarvoor een aanvraag wordt ingediend. De aanvrager dient direct belanghebbende te zijn van de uitvoering van het project en zelfstandig aan alle eisen en criteria zoals genoemd in deze regeling te voldoen.

  • 6.

    Kennisinstelling: onderzoeks-of onderwijsinstelling

  • 7.

    Maak- en onderhoudsindustrie: deelgebied in de industrie met als activiteit de vervaardiging van nieuwe producten uit materialen en het in "een aanvaardbare conditie" houden of terugbrengen van machines, gebouwen, verkeersinfrastructuur, enzovoort

  • 8.

    ASV: de vigerende Algemene subsidieverordening Velsen

  • 9.

    Aanvraag: een aanvraag voor subsidiegeld voor de realisatie van een project. Een aanvraag kan uit een of meerdere rechtspersonen ingediend worden

  • 10.

    Project: een afgebakende activiteit als onderdeel van de bedrijfsvoering van de aanvrager, gericht op het realiseren van de impact als beschreven in onderhavige regeling

  • 11.

    TRL-fase: een Technology Readiness Level (TRL) geeft een indicatie van de fase waarin een ontwikkelingsproject zich bevindt. In totaal zijn er negen fases gedefinieerd die samen het totale ontwikkelingsproces van innovatie vormen (zie bijlage

Artikel 2 Doel en impact

  • 1.

    Het doel van deze regeling is het stimuleren van innovatieve ontwikkelingen binnen de MKB maak-, en onderhoudsindustrie in de gemeente Velsen waarmee de volgende impact wordt beoogd:

    • a.

      Een impuls geven aan de economie in de gemeente Velsen (werkgelegenheid en/of groei bruto regionaal product) of leiden tot directe lagere milieubelasting van bedrijfsactiviteiten.

    • b

      Het betrekken van het MKB bij innovatie in de maak- en onderhoudsindustrie.

    c.Het realiseren van structurele samenwerking tussen MKB onderling, MKB en grootbedrijf en MKB en kennisinstellingen.

Artikel 3 Algemene bepalingen

  • 1.

    Het college kan subsidies verstrekken aan aanvragers die invulling geven aan doel en impact en voldoen aan de criteria van dit reglement.

  • 2.

    Op deze regeling zijn de bepalingen van de ASV van toepassing, voor zover hiervan niet wordt afgeweken

Artikel 4 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze subsidieregeling is van toepassing op product- en procesinnovaties geïnitieerd vanuit het MKB in de maak-, en onderhoudssector in het bijzonder, maar niet exclusief voor de gebieden:

    a.Staal;

    b.Apparatenbouw

    c.Papier

    d.Offshore

    e.Maritiem

  • 2.

    Innovatie vindt plaats door middel van, maar niet beperkt tot digitalisering en verduurzaming van productieprocessen door investering in kennisontwikkeling en kapitaalgoederen

  • 3.

    De innovatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd bevindt zich in TRL-fase 3 t/m 9 (van proof of concept tot aan marktintroductie).

  • 4.

    De subsidie levert een additionele bijdrage aan doel en impact en is niet bedoeld om reguliere processen bij aanvragers te optimaliseren

Artikel 5 Subsidie
  • 1.

    De regeling kent een subsidie ten behoeve van inzet personeel en investering in kapitaalgoederen in een daartoe afgebakend project, waarbij maximaal 60% van de aanvaardbare werkelijke kosten van de aanvrager worden vergoed waarbij de subsidie een maximum kent van € 200.000,

  • 2.

    De voortgang van de ontwikkeling van het project wordt maximaal twee keer per jaar kenbaar gemaakt aan de subsidieverstrekker. De subsidieverstrekker kan de monitoring en beoordeling van voortgang overlaten aan een daartoe aangewezen partij

  • 3.

    De subsidies worden op basis van een melding van de aanvrager als bedoeld in artikel 15 vastgesteld of, bij gebreke van een gereedmelding, ambtshalve uiterlijk 2 jaar na de datum van de verleningsbeschikking.

  • 4.

    De subsidie kan aangevraagd worden als co-financiering bij een andere subsidieregeling  In dat geval wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat  de aanvraag op basis van de andere regeling wordt  toegekend

  • 5.

    Realisatie van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd dient binnen 2 jaar na verlening afgerond te zijn tenzij anders afgesproken

  • 6.

    Binnen 6 maanden na verlening  dient het project gestart te zijn, zo niet dan kan worden het besluit tot subsidieverlening op grond van artikel 4:48 Awb ingetrokken

Artikel 6 Subsidieplafond

Het subsidieplafond bedraagt € 1.850.000,-.

 

Artikel 7 Uitsluitingscriteria

  • 1.

    De ingediende aanvraag dient volgens aangeleverd format ingediend te zijn

  • 2.

    De aanvrager dient;

    • -

      gevestigd te zijn, of

    • -

      vestigt zich binnen 1 jaar, en

    • -

      dient minimaal 1 jaar na toekenning gevestigd te blijven, en

    • -

      het zwaartepunt van de subsidieerde activiteiten dient plaats te vinden in gemeente Velsen.

  • 3.

    De aanvrager is:

    • -

      een rechtspersoon die voldoet aan MKB-criteria,

    • -

      die past in het toepassingsbereik zoals beschreven in artikel 4

  • 4.

    De aanvrager:

    - Kan maximaal € 200.000, - ontvangen uit deze regeling

Artikel 8 Beoordelingscriteria

  • 1.

    Het bij de subsidieaanvraag ingediende projectplan wordt getoetst op de volgende criteria:

     

    • a.

      zijn erop gericht om de samenwerking tussen bedrijven onderling en met kennisinstellingen te bevorderen; en

    • b.

      zijn voldoende vernieuwend en dragen bij aan een versterking van de economische groei, werkgelegenheid, imago en versterking en verduurzaming van de maak- en onderhoudsindustrie in gemeente Velsen. De aanvraag bevat daarvan een duidelijke onderbouwing; en

    • c.

      zijn innovaties die normaliter als commercieel project in deze fase niet tot stand zouden zijn gekomen; en

    • d.

      de aanvrager de competenties heeft aan de hand van kennis en ervaring dat zij het project overziet en in staat is te realiseren; en

    • e.

      Sluiten aan bij het doel- en toepassingsbereik beschreven in de artikel 2 en 4; en

    • f.

      Commerciële en financiële haalbaarheid van het project.

  • 2.

    De beoordelingscommissie toetst de aanvragen inhoudelijk op grond van de beoordelingscriteria en stelt op basis van een expert opinion een advies op

  • 3.

    De beoordelingscommissie kan de aanvrager verzoeken om het projectplan nader te onderbouwen

  • 4.

    De beoordelingscommissie adviseert het college over de toekenning van de subsidie

Artikel 9 Vereisten aanvraag

  • 1.

    De aanvraag wordt ingediend op het daartoe ingerichte communicatieplatform door middel van een daartoe door het college vast te stellen format, voor aanvang van de activiteiten

  • 2.

    Bij de aanvraag wordt vermeld hoeveel subsidie wordt aangevraagd

  • 3.

    Naast de gegevens zoals genoemd in artikel 6, tweede lid, onderdelen d en e en derde lid 3 van de ASV bevat de aanvraag een projectplan (een format daartoe is opgenomen in het aanvraagformulier), waarin wordt aangegeven:

     

    • a.

      een omschrijving van de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd (het project) en de afbakening ten opzichte van de totale bedrijfsvoering;

    • b.

      een toelichting op de wijze waarop en de mate waarin de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een bijdrage levert aan de doel en gewenste impact van deze regeling;

    • c.

      de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de beoordelingscriteria, genoemd in artikel 8.

    • d.

      een begroting, die inzicht geeft in de geraamde uitgaven voor zover deze betrekking hebben op de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd;

    • e.

      een tijdsplanning, met startdatum, tussenresultaten waaruit blijkt wanneer de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd worden uitgevoerd en de verwachtte oplevering

    f. een dekkingsplan voor de kosten van de activiteiten inclusief een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoeding ten behoeve van dezelfde activiteiten onder vermelding van de stand van zaken daarvan

Artikel 10 Behandeling aanvraag

  • 1.

    De aanvragen worden op volgorde van ontvangst in behandeling genomen (wie het eerst komt, die het eerst maalt).

  • 2.

    Indien een aanvraag onvolledig is of anderszins niet voldoet aan de wettelijke vereisten, wordt voor de vaststelling van de volgorde uitgegaan van het tijdstip waarop de aanvraag volledig is en/of het gebrek is hersteld

Artikel 11 Weigeringsgronden

  • 1.

    Het college kan de  subsidieaanvraag, naast de in de ASV en de Algemene wet bestuursrecht genoemde gronden, afwijzen indien:

    • a.

      één van de uitsluitingscriteria van artikel 7 van toepassing is.

    • b.

      het projectplan niet voldoet aan de beoordelingscriteria van artikel 8 en de beoordelingscommissie hierover een negatief advies heeft afgegeven.

    • c.

      het project reeds subsidie ontvangt op grond van een andere Velsense subsidieregeling;

    • d.

      het project in strijd is met geldende wet- en regelgeving waaronder gemeentelijk beleid, verordeningen of bestemmingsplannen

    • e.

      het bedrijf in financiële moeilijkheden verkeert dan wel sprake is van een negatief advies ingevolge de wet Bibob.

    f. Het subsidieplafond door verlening van de subsidie wordt overschreden, In dat geval wordt de aanvraag geheel geweigerd

Artikel 12 Beslissen op aanvraag
  • 1.

    Bij zijn besluitvorming laat het college zich adviseren door de beoordelingscommissie.

  • 2.

    Indien gewenst kan voor de beoordeling van een aanvraag een extern advies bij één of meerdere deskundigen worden ingewonnen

  • 3.

    Het college beslist op de aanvragen binnen 12 weken na ontvangst van de volledige aanvraag

  • 4.

    Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste met vier weken worden verlengd

  • 5.

    Het college kan besluiten een aanvraag gedeeltelijk toe te kennen.

Artikel 13 Voorschot

De subsidie wordt voor 100 procent bevoorschot  Bij subsidieverlening kan bepaald worden dat de subsidie in één keer vooraf wordt uitbetaald of dat bevoorschotting in gedeeltes plaatsvindt

Artikel 14 Gereedmelding en verantwoording
  • 1.

    De aanvrager meldt het gereedkomen van de werkzaamheden of activiteiten op een door het college beschikbaar te stellen formulier

  • 2.

    Binnen drie maanden na de gereedmelding dient de aanvrager een gespecificeerd overzicht in van de werkelijk gemaakte kosten, vergezeld van de hierop betrekking hebbende facturen en betalingsbewijzen

  • 3.

    De verantwoording bevat een opgaaf van alle eventuele wijzigingen die zich hebben voorgedaan in de gegevens vermeld op de aanvraag als bedoeld in artikel 9

  • 4.

    De verantwoording bevat een verklaring dat de werkzaamheden zijn verricht overeenkomstig het bij de aanvraag ingediende projectplan

  • 5.

    Significante wijzigingen die meer dan 20% van het de begroting betreffen in het om te voldoen aan de projectdoelstellingen zoals vooraf zijn bepaald dienen van tevoren voorgelegd te worden aan de beoordelingscommissie ter goedkeuring

  • 6.

    Het college kan verruiming verlenen van de in lid 2 genoemde termijn.

Artikel 15 Vaststelling

  • 1.

    Het college stelt de subsidie vast op basis van de aanvaardbare werkelijk gemaakte kosten

  • 2.

    Een verantwoording die voldoet aan de in artikel 15 genoemde voorwaarden wordt aangemerkt als een aanvraag tot vaststelling van de subsidie

  • 3.

    De aanvraag tot vaststelling bevat naast het bepaalde in artikel 15 afhankelijk van de hoogte van de subsidie de gegevens genoemd in artikel 14, lid 2 of artikel 15, lid 2 ASV.

    Artikel 16 Specifieke verplichtingen voor de subsidieontvanger

    • 1.

      De subsidieontvanger vermeldt in alle berichtgevingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten dat een bijdrage is verkregen in het kader van deze subsidieregeling.

    • 2.

      Een samenvatting van het projectplan wordt geplaatst op het gemeentelijk communicatieplatform.

     

    Artikel 17 Evaluatie

    • 1.

      Deze subsidieregeling wordt een jaar na inwerkingtreding geëvalueerd of, als dit eerder van toepassing is, op het moment dat er een bedrag van € 500.000,- aan subsidie verleend is.

    • 2.

      Indien de evaluatie hiertoe aanleiding geeft wordt de regeling aangepast of ingetrokken.

    • 3.

      Indien de regeling na evaluatie wordt gehandhaafd vindt jaarlijks een evaluatie plaats of zoveel eerder als het college nodig acht.

     

    Artikel 18 Bekendmaking en inwerkingtreding

    • 1.

      Deze regeling kan worden aangehaald als "Subsidieregeling Innovatiefonds MKB Velsen".

    • 2.

      2. De regeling treedt in werking op 1 maart 2018 en vervalt op het moment dat het subsidieplafond van

    € 1.850.000,-- bereikt wordt.

    BIJLAGE 1: TOELICHTING INNOVATIEREGELING

     

    Investeren in innovatie is voor veel MKB-bedrijven geen vanzelfsprekendheid. Innovatie kost veel geld en draagt vanwege de onzekerheid over opbrengst per definitie een groot risico met zich mee. De gemeente Velsen wil ondernemers hierin ondersteunen zodat zij hun ontwikkelambities waar kunnen maken en ook in de toekomst succesvol kunnen zijn. Ook wil de gemeente graag nieuwe bedrijven verwelkomen die innovaties in de gemeente willen ontplooien. Het Innovatiefonds MKB Velsen ondersteunt bedrijven afkomstig of gelieerd aan de maakindustrie bij de realisatie van product- dienst, en procesinnovaties. Dit betreffen onder andere nieuwe oplossingen die de maak- en onderhoudsindustrie verder digitaliseren, automatiseren, verduurzamen of schoner maken. Vernieuwingen die bijdragen aan het toekomstige verdienvermogen van de regionale economie, een verhoging van de regionale arbeidsproductiviteit en creatie van nieuwe banen in sectoren van de toekomst.

    Ondernemers kunnen bij de gemeente subsidie aanvragen ten behoeve van een innovatieproject. Innovaties worden inhoudelijk beoordeeld op basis van een ingediend projectplan. Leden van de beoordelingscommissie beoordelen of de innovatie voldoende vernieuwend, commercieel- en financieel haalbaar is. De inzet van de regeling is dat de economie van Velsen wordt versterkt. De commissie betrekt in haar beoordeling daarom ook de effecten van de innovatie op de concurrentiekracht, werkgelegenheid, duurzaamheid en het imago van de maak- en onderhoudsindustrie, en stelt in samenhang een advies op. De commissie erkent dat samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen essentieel zijn voor innovatie, en houdt bij de beoordeling van projectaanvragen rekening met de regionale dimensie van samenwerking.

    Het innovatiefonds draagt bij aan de versterking van de economie van Velsen en het regionale cluster van de maak- en onderhoudsindustrie. De IJmond is van oudsher de thuisbasis van toonaangevende maakbedrijven, gespecialiseerde nichespelers en een breed ondersteunende schil van toeleveranciers. Veerkrachtige bedrijven waarvan sommige in hun lange historie hebben bewezen steeds te innoveren en nieuwe kansen te pakken. Door te investeren in R&D en technologische ontwikkelingen blijvend te omarmen, kan ons bedrijfsleven ook in de toekomst blijven acteren in de wereldtop en is het voorbereid op de maakindustrie van de 21ste eeuw.

     

    BIJLAGE 2: TECHNOLOGY READINESS LEVELSEen TRL geeft een indicatie van de fase waarin een ontwikkelingsproject zich bevindt. In totaal zijn er negen fases gedefinieerd die samen het totale ontwikkelingsproces weergeven. Subsidieregelingen als Horizon 2020 en de Vroege Fase Financiering spreken al over het TRL waarin een innovatieproject zich moet bevinden.

    Level 1: Het innovatieve idee en de basisprincipes worden onderzocht. Denk hierbij aan fundamenteel onderzoek en deskresearch.

    Level 2: Wanneer de basisprincipes zijn onderzocht, kunnen het technologisch concept en de praktische toepassingen worden geformuleerd. In deze fase vindt experimentele en/of analytische studie plaats.

    Level 3: De toepasbaarheid van het concept wordt op experimentele basis onderzocht (experimenteel proof of concept). Hypotheses over verschillende componenten van het concept worden getoetst en gevalideerd.

    Level 4: Proof of concept wordt op labschaal getest: design, ontwikkeling en het testen van technologische componenten vinden plaats in een lab omgeving. Technische basiscomponenten worden geïntegreerd met elkaar om de werking te garanderen. Een prototype dat in deze fase wordt ontwikkeld kost relatief weinig geld en tijd om te ontwikkelen en is daarmee nog ver verwijderd van een definitief product, proces of dienst.

    Level 5: De werking van het technologisch concept wordt onderzocht in een relevante omgeving (validatie in pilot). Dit is de eerste stap in demonstratie van de technologie. Een prototype dat in deze fase wordt ontwikkeld kost relatief veel tijd en geld om te ontwikkelen en is niet ver verwijderd van het uiteindelijke product of systeem. Functionaliteiten en de eerste look & feel van een product, proces of dienst zijn hier veelal aanwezig.

    Level 6: De demonstratie van het concept in een relevante omgeving is actueel. Het vindt plaats na de technische validatie in een relevante (pilot) omgeving. Een prototype wordt uitgebreid getest en gedemonstreerd in een testopstelling, die lijkt op een operationele omgeving (pilot plant bijvoorbeeld). Het concept geeft inzicht in de werking van alle componenten tezamen in deze relevante pilot omgeving.

    Level 7: De demonstratie van het concept vindt plaats in een gebruikersomgeving; bewijzen van de werking in een operationele omgeving. Demonstratie van het concept in een praktijkomgeving levert nieuwe inzichten op voor de definitieve markttoepassing van een product, proces of dienst.