Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Vught

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieVught
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingGemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord
CiteertitelGemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerpgemeenschappelijke regeling

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

06-07-2006Onbekend

29-06-2006

Onbekend

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord

de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord

De Raden, de Colleges en de burgemeesters van de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, Heusden, ’s-Hertogenbosch, Landerd, Lith, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Oss, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel en Vught enhet Regionaal College en de korpsbeheerder van de politieregio Brabant-Noordieder voor zover het zijn verantwoordelijkheden aangaat;

overwegende dat;

dat het voor een goede behartiging van de zorg voor de veiligheid van en de hulpverlening aan de burgers in hun werkgebied van belang is bestuurlijk samen te werken;

dat die bestuurlijke samenwerking beter kan verlopen naarmate met elkaar samenhangende taken meer in onderlinge samenhang worden georganiseerd;

dat het gewenst is, in het kader van de rampenbestrijding, crisisbeheersing en alarmering & verbindingen, nadrukkelijk af te stemmen tussen de hulpverleningsdiensten;

dat het gewenst is daartoe de gemeenschappelijke regeling Regionale Hulpverleningsdienst Brabant-Noord en de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Meldcentrum Brabant-Noord te integreren;

dat het voorts gewenst is daarbij zo veel mogelijk rekening te houden met actuele bestuurlijke ontwikkelingen in Nederland en in de regio Brabant-Noord met betrekking tot de verdeling van taken en verantwoordelijkheden bij de hulpverleningsdiensten;

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Algemene Wet Bestuursrecht, de Politiewet 1993, de Brandweerwet 1985, de Wet rampen en zware ongevallen en de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, de Wet ambulancevervoer/Wet ambulancezorg;

 

b e s l u i t e n

aan te gaan

 

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1. Begripsomschrijvingen

  • 1

    In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Wet : Wet gemeenschappelijke regelingen;

    • b.

      regeling : deze gemeenschappelijke regeling;

    • c.

      gemeente : aan deze regeling deelnemende gemeente;

    • d.

      College : College van burgemeester en wethouders van een gemeente;

    • e.

      politieregio : de politieregio Brabant-Noord;

    • f.

      Regionaal College : het Regionaal College van de politieregio zoals bedoeld in artikel 22 van de Politiewet 1993;

    • g.

      werkgebied : het gezamenlijk grondgebied van de deelnemende gemeenten, dat samenvalt met de politieregio;

    • h.

      Gedeputeerde Staten : Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant;

    • i.

      korpsbeheerder : de korpsbeheerder van de politieregio zoals bedoeld in artikel 1 van de Politiewet 1993;

    • j.

      regionaal commandant (brandweer) : commandant, zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 van de Brandweerwet 1985;

    • k.

      regionaal geneeskundig functionaris : functionaris zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen;

    • l.

      korpschef : de korpschef van de politieregio zoals bedoeld in artikel 1 van de Politiewet 1993;

    • m.

      coördinerend gemeentesecretaris : de secretaris van één van de deelnemende gemeenten, welke -uit hun midden- is aangewezen;

    • n.

      regionale ambulancevoorziening : de rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 1 van (het wetsvoorstel) Wet ambulancezorg, die ambulancezorg voor het werkgebied verricht;

    • o.

      hulpverlening : hulpverlening door politie, brandweer en GHOR, waarbij onder hulpverlening door politie wordt verstaan: de hulpverlening, zoals bedoeld in artikel 2 Politiewet, maar beperkt zich tot situaties waarin sprake is van een ramp of crisis.

    • p.

      op. geneeskundige hulpverlening : hulpverlening zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen;

    • q.

      gemeenschappelijk meldcentrum : een facilitaire infrastructurele voorziening inclusief ‘112-centrale’ voor het werkgebied waarvan gebruik wordt gemaakt door de regionale brandweeralarmcentrale, de meldkamer van de politieregio en de meldkamer ambulancezorg en waarin het callcenter van de politieregio en een regionaal coördinatiecentrum is ondergebracht;

    • r.

      meldkamer ambulancezorg : centrale post (ambulancevervoer) zoals bedoeld in de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en de Wet ambulancevervoer;

    • s.

      Regionaal coördinatiecentrum : gezamenlijk centrum van waaruit (multidisciplinair) grootschalig en bijzonder optreden kan worden gecoördineerd;

    • t.

      operationele leiding : bevoegdheid tot het geven van bindende aanwijzingen aan commandanten van de bij de bestrijding van branden, zware ongevallen en rampen samenwerkende diensten, zonder daarbij te treden in de bevoegdheden van de commandanten van die diensten aangaande de wijze van uitvoering van de aan hen opgedragen taken;

    • u.

      veiligheidsbureau : een voorziening waarbinnen op projectbasis werkzaamheden worden uitgevoerd;

    • v.

      bijstand : aanvullend personeel en materieel ten behoeve van de ondersteuning binnen en buiten de eigen regio, aangevraagd door of namens het bevoegd gezag.

  • 2.

    Waar in de regeling de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard, treden - voor zover relevant - in plaats van de gemeente, de Raad, het College en de burgemeester onderscheidenlijk: het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

  • 3.

    Waar in de regeling met betrekking tot personen, een mannelijk voornaamwoord of een mannelijk functionarisbegrip gebruikt wordt, worden zowel mannelijke als vrouwelijke personen bedoeld.

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen

Artikel 2.1. Het openbaar lichaam

  • 1.

    Er is een openbaar lichaam, genaamd ‘Veiligheidsregio Brabant-Noord’. Het is gevestigd te ’s-Hertogenbosch.

  • 2.

    Het bestuur van de Veiligheidsregio Brabant-Noord bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 2.2. Beperking deelname politieregio

De politieregio Brabant Noord neemt aan deze regeling slechts deel voor zover het betreft het gemeenschappelijk meldcentrum zoals bedoeld in artikel 3.5 en voor zover het betreft het veiligheidsbureau zoals bedoeld in artikel 3.6.

Artikel 2.3. Toepassing Gemeentewet

Voor zover daarvan niet in deze regeling is afgeweken is de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing op deze regeling.

Hoofdstuk 3. Doelstelling, taken en verantwoordelijkheden

Artikel 3.1. Doelstelling

De veiligheidsregio Brabant-Noord behartigt het belang van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde, waar mogelijk integrale, uitvoering van de hulpverlening in het werkgebied alsmede de voorbereiding daarop.

Artikel 3.2. Taken algemeen

De aan de regeling deelnemende rechtspersonen werken in de Veiligheidsregio Brabant-Noord bestuurlijk samen ter behartiging van het in artikel 3.1 genoemde belang.

Artikel 3.3. Taken brandweerzorg

  • 1.

    De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een Regionale Brandweer Brabant-Noord.

  • 2.

    De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op het terrein van de regionale brandweerzorg tot taak:

    • I

      Het zorgdragen voor:

      • a.

        het instellen en in stand houden van een regionale brandweeralarmcentrale;

      • b.

        het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;

      • c.

        het benoemen, schorsen en ontslaan van de commandant en het overige personeel van de regionale brandweer en het vaststellen van een instructie voor het personeel;

      • d.

        het beschikbaar stellen van personeel en materieel voor bijstandverlening;

      • e.

        het voorbereiden van de coördinatie bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen;

      • f.

        het voorbereiden van de organisatie voor het optreden van de brandweer in buitengewone omstandigheden en het regelen van de operationele leiding bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen;

      • g.

        het verzamelen en evalueren van gegevens ten behoeve van de waarschuwing en alarmering van de bevolking in geval van een ramp of een zwaar ongeval of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan;

      • h.

        het waarschuwen van de bevolking door middel van het sirenenet;

      • i.

        het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting;

      • j.

        de coördinatie van de bijstandverlening bedoeld onder d.;

      • k.

        de coördinatie van de brandweerkwaliteitszorg in het werkgebied;

      • l.

        het verzorgen van oefeningen met het oog op het optreden in groter verband;

      • m.

        het verzorgen van opleidingen.

    • II.

      Het vaststellen van:

      • a.

        een beheersplan als bedoeld in artikel 5 van de Wet rampen en zware ongevallen;

      • b.

        een organisatieplan als bedoeld in artikel 4a van de Brandweerwet 1985;

      • c.

        het niveau van lokale brandweerzorg waaraan ieder van de deelnemende gemeenten minimaal moet voldoen en het daartoe vaststellen van prestatie-eisen en kwaliteitskaders;

      • d.

        een uitvoeringsregeling voor de bijstand, die de gemeenten elkaar op verzoek verlenen op het gebied van brandweerzorg, openbare veiligheid, crisisbeheersing en rampenbestrijding.

    • III.

      Het adviseren van de besturen van de gemeenten:

      • a.

        op het gebied van de brandpreventie;

      • b.

        ter zake van voorbereidende maatregelen op het gebied van de brandbestrijding en -beperking in bepaalde objecten;

      • c.

        over het aanschaffen van materieel;

      • d.

        over de benoeming door deelnemende gemeenten van een lokale brandweercommandant.

Artikel 3.4. Taken geneeskundige hulpverlening

  • 1.

    De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een organisatorisch samenwerkingsverband voor de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.

  • 2.

    De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op het terrein van de geneeskundige hulpverlening tot taak:

    • a.

      het instellen en in stand houden van een centrale post voor het ambulancevervoer;

    • b.

      het vaststellen van de taken van de binnen het werkgebied werkzame gezondheidsdiensten in het kader van de geneeskundige hulpverlening en de realisering daarvan;

    • c

      het instellen en in stand houden van een organisatorisch samenwerkingsverband gericht op geneeskundige hulpverlening;

    • d.

      het zorgdragen voor onderlinge bijstand bij de uitvoering van de geneeskundige hulpverlening;

    • e.

      het benoemen, schorsen en ontslaan van de regionaal geneeskundig functionaris;

    • f.

      het vaststellen van een organisatieplan als bedoeld in artikel 6 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen;

    • g.

      het vaststellen van een regeling met betrekking tot de inzet van het organisatorisch samenwerkingsverband zoals bedoeld onder c) bij het verlenen van geneeskundige hulp;

    • h.

      het stellen van regels ten aanzien van het beslissen op aanvragen van ambulancevervoer zoals bedoeld in artikel 7 lid 3 van de Wet ambulancevervoer.

Artikel 3.5. Taken gemeenschappelijk meldcentrum

  • 1.

    De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een gemeenschappelijk meldcentrum.

  • 2.

    De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op het terrein van het gemeenschappelijk meldcentrum tot taak:

    • a.

      het beheer van het gemeenschappelijk meldcentrum dat omvat de exploitatie van het gebouw en de technische infrastructuur en het genereren van managementinformatie ten behoeve van een adequate taakuitoefening;

    • b.

      het aanbieden, instandhouden en doorontwikkelen van onderlinge en vernieuwende communicatie- en informatiemogelijkheden en –voorzieningen waardoor de hulpverleningsdiensten hun inzet efficiënt en effectief kunnen aansturen.

  • 3.

    De inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de meldkamers is als volgt geregeld:

    • a.

      de veiligheidsregio Brabant-Noord is verantwoordelijk voor de organisatie, operationele aansturing en wijze van invulling van de operationele prestaties van de meldkamer brandweer;

    • b.

      de politieregio is verantwoordelijk voor de organisatie, operationele aansturing en wijze van invulling van de operationele prestaties van de meldkamer politie en het call center politie;

    • c.

      de regionale ambulancevoorziening is verantwoordelijk voor de organisatie, operationele aansturing en wijze van invulling van de operationele prestaties van de meldkamer ambulancezorg.

    • d.

      Met betrekking tot de inhoudelijke verantwoordelijkheid van de meldkamers, zoals omschreven in het vorige lid, hebben de Veiligheidsregio, de politieregio en de regionale ambulancevoorziening een verplichting zich in te spannen voor een zo groot mogelijke integrale samenwerking op de meldkamers.

Artikel 3.6. Taken Veiligheidsbureau

  • 1.

    De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een veiligheidsbureau.

  • 2.

    De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op het terrein van het veiligheidsbureau tot taak: het projectmatig samenwerken aan het opstellen van plannen voor het voorkomen, beperken en bestrijden van crises, rampen en ongevallen in de regio met behoud van de eigen verantwoordelijkheid van de samenwerkende organisaties.

Hoofdstuk 4. Het algemeen bestuur

Artikel 4.1. Samenstelling

  • 1.

    Het algemeen bestuur bestaat maximaal uit zoveel leden als het aantal rechtspersonen dat aan de regeling deelneemt. Ieder lid heeft een plaatsvervanger.

  • 2.

    De Raden van de deelnemende gemeenten wijzen de burgemeester aan als lid van het algemeen bestuur. Het Regionaal College wijst uit zijn midden de voorzitter aan als lid.

  • 3.

    De Raden van de deelnemende gemeenten wijzen elk een wethouder aan als plaatsvervangend lid. Het Regionaal College wijst uit zijn midden een plaatsvervangend lid aan.

  • 4.
      • a.

        De leden van het algemeen bestuur hebben ieder één stem.

      • b.

        Het lid van het Regionaal College heeft zowel een stem namens de gemeente waarvan hij burgemeester is als namens de politieregio

      • c.

        Het lid dat door het Regionaal College is aangewezen neemt als vertegenwoordiger van de politieregio slechts aan de besluitvorming deel voorzover het betreft het gemeenschappelijk meldcentrum en het veiligheidsbureau.

Artikel 4.2. Zittingsduur

  • 1.

    De (plaatsvervangende) leden van het algemeen bestuur hebben zitting gedurende de zittingsduur van de gemeenteraad. In een nieuwe zittingsduur van de gemeenteraad kunnen zij terstond opnieuw worden aangewezen. Zij blijven, onverminderd in het bepaalde in lid 2, als lid van het algemeen bestuur fungeren totdat hun opvolgers zijn aangewezen.

  • 2.

    Het (plaatsvervangend) lidmaatschap eindigt zodra het (plaatsvervangend) lid ophoudt burgemeester c.q. wethouder c.q. lid van het Regionaal College te zijn.

  • 3.

    Van elke wijziging in het (plaatsvervangend) lidmaatschap geeft het College van de gemeente die het aangaat c.q. het Regionaal College binnen 14 dagen kennis aan de voorzitter.

Artikel 4.3. Vergaderingen

  • 1.

    Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal. Het algemeen bestuur vergadert voorts zo vaak als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of tenminste een vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur daarom verzoekt. De voorzitter is gehouden binnen drie weken na ontvangst ervan uitvoering te geven aan een dergelijk verzoek.

  • 2.

    De artikelen 16, 19, 20, 22, 23, 24, 25, 26 en 28 tot en met 32 van de Gemeentewet zijn, voor zover daarvan bij de wet niet is afgeweken, op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 5. Het dagelijks bestuur

Artikel 5.1. Samenstelling

  • 1.

    Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen bestuur en vier andere leden. Ieder lid heeft een plaatsvervanger.

  • 2.

    De leden en de plaatsvervangende leden worden uit en door het algemeen bestuur aangewezen.

Artikel 5.2. Zittingsduur

  • 1.

    Het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt of wanneer het lid van het dagelijks bestuur als zodanig ontslag neemt.

  • 2.

    Het (plaatsvervangend) lid van het dagelijks bestuur dat ontslag neemt, blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur.

Artikel 5.3. Onvrijwillig ontslag

  • 1.

    Het algemeen bestuur kan een (plaatsvervangend) lid van het dagelijks bestuur ontslag verlenen indien dit lid niet meer het vertrouwen bezit van het algemeen bestuur.

  • 2.

    Artikel 49 van de Gemeentewet is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5.4. Vergaderingen

  • 1.

    Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden.

  • 2.

    De artikelen 54 t/m 60 van de Gemeentewet zijn op de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 6. De voorzitter

Artikel 6.1. Aanwijzing en vervanging

  • 1.

    Het algemeen bestuur wijst de voorzitter aan van het openbaar lichaam.

  • 2.

    De voorzitter is tevens voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

  • 3.

    Bij verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen plaatsvervanger.

  • 4.

    De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. Deze stukken worden door de secretaris mede-ondertekend.

  • 5.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan het dagelijks bestuur de voorzitter toestaan om de ondertekening van stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan op te dragen aan een ander lid van het dagelijks bestuur of de ondertekening te mandateren aan de secretaris of aan een ander persoon.

  • 6.

    De voorzitter vertegenwoordigt de veiligheidsregio Brabant-Noord in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.

Hoofdstuk 7. Taken en bevoegdheden bestuursorganen

Artikel 7.1. Bevoegdheden algemeen

Aan de veiligheidsregio Brabant-Noord zijn door de (organen van) de deelnemende rechtspersonen alle bevoegdheden tot regeling en bestuur toegekend die op enig moment nodig zijn voor de uitvoering van de aan de veiligheidsregio Brabant-Noord opgedragen taken. De bevoegdheden genoemd in artikel 1 lid 6 van de Brandweerwet 1985 en de bevoegdheden genoemd in artikel 2 en 4 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen zijn daaronder begrepen.

Artikel 7.2. Verdeling van taken en bevoegdheden

Voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken is op de veiligheidsregio Brabant-Noord en haar bestuursorganen de verdeling van taken en bevoegdheden van toepassing zoals deze geldt in de Gemeentewet. Met dien verstande dat voor gemeente, gemeenteraad, burgemeester en wethouders en burgemeester in de plaats treden respectievelijk: veiligheidsregio Brabant-Noord, algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter. En met dien verstande dat de verdeling van bevoegdheden over die organen de in deze regeling bepaalde verdeling van taken volgt.

Artikel 7.3. Algemeen bestuur

  • 1.

    Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de veiligheidsregio Brabant-Noord.

  • 2.

    Het algemeen bestuur is bevoegd tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de veiligheidsregio Brabant-Noord voor zover bij de wet of in deze regeling de bevoegdheid daartoe niet aan het dagelijks bestuur of de voorzitter is toegekend.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt de verordeningen van de veiligheidsregio Brabant-Noord vast die het in het belang van de veiligheidsregio nodig acht en voor zover bij de wet of in deze regeling de bevoegdheid daartoe niet aan het dagelijks bestuur is toegekend.

Artikel 7.4. Bindende voorschriften brandweerzorg

  • 1.

    Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam is bevoegd bindende voorschriften te geven aan het bestuur van een gemeente ten aanzien van het niveau van lokale brandweerzorg en daarbij behorende prestatie-eisen en kwaliteitskaders, waaraan die gemeente minimaal moet voldoen.

  • 2.

    Indien het bestuur van een gemeente naar het oordeel het algemeen bestuur in gebreke blijft bij het opvolgen van de voorschriften bedoeld in het eerste lid, kan het algemeen bestuur dit geschil op grond van artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, ter beslissing voorleggen aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 7.5. Dagelijks bestuur

  • 1.

    Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur.

  • 2.

    De artikelen 53, 53a, 74, 170 lid 1 en lid 3 en 171 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter.

Hoofdstuk 8. Informatie en verantwoording

Artikel 8.1 Informatie- en verantwoordingsplicht leden algemeen bestuur

  • 1.

    Een lid van het algemeen bestuur geeft het orgaan dat hem heeft aangewezen ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door de veiligheidsregio Brabant-Noord gevoerde en te voeren beleid nodig is.

  • 2.

    Een lid van het algemeen bestuur geeft het orgaan dat hem heeft aangewezen de door een of meer leden van dat orgaan gevraagde inlichtingen. Schriftelijk gevraagde inlichtingen worden schriftelijk gegeven.

  • 3.

    Alvorens de gevraagde inlichtingen te verstrekken kan het lid van het algemeen bestuur zich daarover laten adviseren door het dagelijks bestuur.

  • 4.

    Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het orgaan dat hem heeft aangewezen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

  • 5.

    Het afleggen van verantwoording vindt plaats overeenkomstig het reglement van orde van het desbetreffende orgaan met dien verstande dat termijnen worden verdubbeld om het lid van het algemeen bestuur de gelegenheid te geven zich door het dagelijks bestuur te laten informeren.

  • 6.

    Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag vast waarin verslag wordt gedaan over het door de veiligheidsregio Brabant-Noord gevoerde bestuur en bereikte resultaten. Het jaarverslag wordt gezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan het Regionaal College van de politieregio Brabant-Noord.

Artikel 8.2. Informatie- en verantwoordingsplicht (leden) dagelijks bestuur

  • 1.

    De leden van het dagelijks bestuur verstrekken zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk de door het algemeen bestuur of door een of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen. Schriftelijk gevraagde inlichtingen worden zo mogelijk schriftelijk gegeven.

  • 2.

    De leden van het dagelijks bestuur verstrekken zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk de, door de organen van de deelnemers of een of meer leden daarvan, gevraagde inlichtingen.

  • 3.

    De leden van het dagelijks bestuur leggen zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk verantwoording af aan het algemeen bestuur voor het door hen gevoerde bestuur.

Artikel 8.3. Informatie- en verantwoordingsplicht voorzitter

Het bepaalde in artikel 8.2 is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem als zodanig gevoerde bestuur.Hoofdstuk 9. Functies, personeel en organisatie

Artikel 9.1. Secretaris

  • 1.

    De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een secretaris die door het algemeen bestuur wordt benoemd, geschorst en ontslagen.

  • 2.

    De secretaris is tevens regionaal commandant brandweer zoals bedoeld in artikel 9.2.

  • 3.

    De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter, bij de uitoefening van hun taak terzijde.

  • 4.

    Het algemeen en het dagelijks bestuur stellen nadere regels voor de taak en de bevoegdheden van de secretaris.

  • 5.

    De secretaris is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur aanwezig.

  • 6.

    De stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan worden door de secretaris mede ondertekend tenzij de ondertekening door de voorzitter aan hem is opgedragen.

  • 7.

    Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de secretaris.

Artikel 9.2. Regionaal commandant brandweer

  • 1.

    De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een regionaal commandant brandweer die door het algemeen bestuur wordt benoemd, geschorst en ontslagen.

  • 2.

    De regionaal commandant brandweer is tevens secretaris zoals bedoeld in artikel 9.1.

  • 3.

    De regionaal commandant is belast met de leiding over het veiligheidsbureau.

  • 4.

    De regionaal commandant brandweer is belast met de operationele leiding bij buitengewone omstandigheden, rampen, zware ongevallen en grootschalige incidenten of ernstige vrees daarvoor, tenzij het bevoegde gezag als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van de Wet rampen en zware ongevallen, een andere voorziening treft.

Artikel 9.3. Regionaal geneeskundig functionaris

  • 1.

    De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een regionaal geneeskundig functionaris die door het algemeen bestuur wordt benoemd, geschorst en ontslagen. De regionaal geneeskundig functionaris is belast met de operationele leiding over de geneeskundige hulpverlening.

  • 2.

    De regionaal geneeskundig functionaris coördineert de voorbereiding van de spoedeisende medische hulpverlening op de geneeskundige hulpverlening en stemt de maatregelen ter voorbereiding van de geneeskundige hulpverlening af op de maatregelen van de andere bij de rampenbestrijding betrokken disciplines.

Artikel 9.4. Korpschef politie

De korpschef is belast met de uitvoering van taken, zoals bedoeld in artikel 3.5., lid 2.

Artikel 9.5. Overig personeel

Overig personeel in dienst van het openbaar lichaam wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.

Artikel 9.6. Organisatieverordening

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt een organisatieverordening vast.

  • 2.

    De organisatieverordening bevat in ieder geval bepalingen betreffende:

    • a.

      de onderlinge verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de secretaris/regionaal commandant, de regionaal geneeskundig functionaris, de korpschef en de coördinerend gemeentesecretaris;

    • b.

      de voorbereiding van de bestuurlijke besluitvorming en de wijze waarop daarbij een of meer adviseurs worden betrokken;

    • c.

      het veiligheidsbureau zoals bedoeld in artikel 3.6.

Artikel 9.7. Rechtspositieregeling

  • 1.

    Op personeel aangesteld bij de veiligheidsregio Brabant-Noord, de in deze regeling benoemde functionarissen inbegrepen, is de rechtspositie van de gemeente ’s-Hertogenbosch van toepassing.

  • 2.

    Het algemeen bestuur kan besluiten, op het gehele personeel of een deel daarvan een andere rechtspositieregeling van toepassing te verklaren.

  • 3.

    Het algemeen bestuur kan afwijken van enige van toepassing verklaarde rechtspositieregeling.

Hoofdstuk 10. Financiële bepalingen

Artikel 10.1. Algemene bepaling

Voor zover daarvan niet bij of krachtens de wet of deze regeling is afgeweken is op dit hoofdstuk van

overeenkomstige toepassing Titel IV van de Gemeentewet.

Artikel 10.2. Financiële administratie, geldelijk beheer en controle

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Artikel 212 Gemeentewet is hierop van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Het algemeen bestuur wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen. Artikel 213 Gemeentewet is hierop van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10.3. Begroting

  • 1.

    In de begroting worden aangegeven de door elke aan deze regeling deelnemende rechtspersoon naar raming verschuldigde bijdrage voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. De begroting vermeldt tevens de termijnen waarin de bijdrage is verschuldigd en de daarbij behorende vervaldata.

  • 2.

    In de begroting wordt aangegeven in hoeverre deze bijdragen verdeeld worden naar verhouding van de inwonertallen van de in de regeling deelnemende gemeenten en/of in hoeverre een andere verdeelsleutel wordt toegepast.

  • 3.

    Voor zover de in lid 2 bedoelde bijdrage berekend wordt naar verhouding van de inwonertallen, wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

  • 4.

    Voor zover de bijdragen bedoeld in lid 1 betrekking hebben op de kosten van het gemeenschappelijk meldcentrum worden deze naar rato verdeeld over de al dan niet in de regeling deelnemende rechtspersonen die functioneel verantwoordelijk zijn voor de onderscheidenlijke functies.

  • 5.

    De aan de meldkamer ambulancezorg toe te rekenen kosten worden in rekening gebracht bij de regionale ambulancevoorziening.

Artikel 10.4. Begrotingsprocedure

  • 1.

    Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting jaarlijks voor 1 mei toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan het Regionaal College. De ontwerpbegroting gaat vergezeld van een meerjarenraming voor het lopende en de drie op het begrotingsjaar volgende jaren.

  • 2.

    De ontwerpbegroting wordt door de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De raden van de deelnemende gemeenten en het Regionaal College kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden.

  • 4.

    Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 1 juli de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

  • 5.

    Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur daarover bericht aan de raden van de deelnemende gemeenten en het Regionaal College, zo nodig vergezeld van de vastgestelde begroting, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

  • 6.

    Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.

  • 7.

    Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen in dit artikel van overeenkomstige toepassing tenzij die wijziging geen verhoging geeft voor de bijdrage van de gemeenten en/of de politieregio.

Artikel 10.5. Jaarrekening

  • 1.

    Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk dienstjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening met daarbij behorende bescheiden. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van bevindingen van de accountant(s) overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende gemeenten, aan het Regionaal College en aan Gedeputeerde Staten.

  • 4.

    Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer.

  • 5.

    In de jaarrekening wordt -overeenkomstig de in de desbetreffende begroting opgenomen verdeelsleutel- het door elk van de onderscheidenlijke rechtspersonen over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.

Hoofdstuk 11. Archieffunctie en ombudsfunctie

Artikel 11.1. Archiefbescheiden

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt een verordening vast op de zorg voor de archiefbescheiden van het openbaar lichaam alsmede op het beheer daarvan en op het toezicht op het beheer.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archieven.

  • 3.

    De aan de uitvoering van deze zorg verbonden kosten komen voor rekening van deze regeling.

Artikel 11.2. Ombudsfunctie

De behandeling van verzoekschriften zoals bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vindt plaats door de ombudscommissie van de gemeente ’s-Hertogenbosch.

Hoofdstuk 12. Toetreden, uittreden, wijzigen, opheffen

Artikel 12.1. Toetreden

Na het aangaan van deze regeling kan een rechtspersoon alleen toetreden na instemming van het algemeen bestuur, dat de gevolgen van toetreding regelt.

Artikel 12.2. Uittreden

Na het aangaan van deze regeling kan een rechtspersoon alleen uittreden na instemming van het algemeen bestuur, dat de gevolgen van uittreden regelt.

Artikel 12.3. Wijzigen

  • 1.

    Deze regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de organen van tenminste vijftien deelnemende rechtspersonen.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur maakt de wijziging bekend.

Artikel 12.4. Opheffen

  • 1.

    Deze regeling kan worden opgeheven bij eensluidende besluiten van de organen van tenminste vijftien deelnemende rechtspersonen.

  • 2.

    Bij opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt, nadat de organen van de deelnemende gemeenten en de politieregio zijn gehoord, een liquidatieplan op. Daarbij kan hij van deze regeling afwijken.

  • 3.

    In dit liquidatieplan wordt een regeling getroffen voor de bewaring en het toekomstig beheer van de archieven.

  • 4.

    De organen van het openbaar lichaam blijven na de opheffing in functie tot dat de liquidatie volledig is voltooid.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur maakt de opheffing openbaar bekend.

Hoofdstuk 13. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking per 1 juli 2006.

  • 2.

    Deze regeling kent een toelichting.

  • 3.

    De deelnemende gemeenten en de politieregio dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van deze regeling.

  • 4.

    Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord’.

  • 5.

    Het bestuur van de gemeente ’s-Hertogenbosch wordt aangewezen als het gemeentebestuur zoals bedoeld in artikel 26 van de wet.

  • 6.

    Tegelijk met de inwerkingtreding van deze regeling worden opgeheven:

    • a.

      de ‘Gemeenschappelijke regeling Regionale Hulpverleningsdienst Brabant-Noord’ en

    • b.

      de ‘Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Meldcentrum Brabant-Noord’

Aldus vastgesteld door de Raad van de gemeente Vught,

in zijn openbare vergadering van 29 juni 2006.

de griffier, de voorzitter,

………………… …………………..

Aldus vastgesteld door het College van de gemeente ……………,

in zijn vergadering van……………….

de secretaris, de voorzitter,

…………………..……………………...

Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente ……………………..,

de burgemeester,