Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Waterschap Reest en Wieden

Regeling ligplaatsen schepen Waterschap Reest en Wieden 2011

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieWaterschap Reest en Wieden
Officiële naam regelingRegeling ligplaatsen schepen Waterschap Reest en Wieden 2011
CiteertitelRegeling ligplaatsen schepen waterschap Reest en Wieden 2011
Vastgesteld doordagelijks bestuur
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerpverkeer – water

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Waterschapswet, art. 59
  2. Scheepvaartverkeerswet, art. 2
  3. Scheepvaartverkeerswet, art. 13

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

09-06-2011nieuwe regeling

31-05-2011

Onbekend.

WM/MBZ/NdL/6571

Tekst van de regeling

Het Dagelijks Bestuur van het waterschap Reest en Wieden;

Overwegende,

  • dat volgens het bij besluit van provinciale staten van Drenthe en Overijssel d.d. 20 februari 2008 vastgestelde Reglement voor het Waterschap Reest en Wieden, het waterschap als taak heeft de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied en dat deze taak onder andere omvat de zorg voor vaarwegen, voor zover deze zorg bij inwerkingtreding van voornoemde reglement bij het waterschap berustte;

  • dat de vaarwegen, waarover het waterschap het beheer heeft, zijn opgesomd in de bij de Omgevingsverordening Overijssel 2009 behorende bijlage 6 lijst B en / of zijn opgenomen in de legger van waterstaatswerken van het waterschap Reest en Wieden;

  • dat op grond van het bepaalde in artikel 2, lid 3 van de Scheepvaartverkeerswet het Dagelijks Bestuur het bevoegd gezag is over de hiervoor bedoelde vaarwegen;

  • dat op grond van het bepaalde in artikel 2 van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer het bevoegd gezag slechts verkeerstekens aanbrengt die opgenomen zijn in de bijlagen 7 en 8 behorende bij het Binnenvaartpolitiereglement;

  • dat op grond van het bepaalde in artikel 13 van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer om reden van doelmatigheid verkeerstekens vervangen kunnen worden door bekendmakingen met dezelfde strekking als een verkeersteken;

  • dat artikel 7.02, lid 1, sub a van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) het nemen van ligplaatsen door schepen, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting alleen verbiedt op gedeelten van vaarwegen waar bij algemene regeling dan wel krachtens een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken ligplaats nemen verboden is;

  • dat het noodzakelijk is om regels te stellen over het nemen van ligplaats in het belang van:

  • a.

    het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;

  • b.

    het instandhouden van scheepvaartwegen;

  • c.

    het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan

  • d.

    het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;

  • e.

    het voorkomen of beperken van hinder of gevaar door het scheepvaartverkeer voor derden;

  • f.

    het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan landschappelijke of natuurwetenschappelijke waarden. 

  • dat op alle vaarwegen, waarvan het Dagelijks Bestuur het bevoegd gezag is, ook de regelgeving uit de Keur Waterschap Reest en Wieden 2009 van toepassing is omdat deze alle vallen onder het begrip waterstaatswerk;

  • dat het op grond van het bepaalde in artikel 3.1 van de Keur van het waterschap verboden is zonder vergunning van het bestuur in een waterstaatswerk een ligplaats in te nemen met een schip;

  • dat het voor de eenduidigheid aan te bevelen is, dat voor de vaarwegen, waarvan het Dagelijks Bestuur het bevoegd gezag is, een regeling van kracht is, die zo veel mogelijk aansluiting vindt bij de provinciale regeling ligplaatsen;

  • dat het voornemen van dit verkeersbesluit overeenkomstig artikel 6 van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer is bekendgemaakt aan belanghebbende openbare lichamen en instellingen, zoals die staan vermeld in bijlage 1.

  • dat de belanghebbende openbare lichamen en instellingen hebben aangegeven ten aanzien van het onderhavige verkeersbesluit wel/geen gebruik te willen maken van genoemd overleg;

  • dat voor het onderhavige verkeersbesluit de openbare voorbereidingsprocedure is gevolgd zoals bepaald in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • dat het ontwerp verkeersbesluit op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en op grond van de Inspraakverordening van het Waterschap Reest en Wieden vanaf 6 april 2011 gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen;

  • dat over het ontwerp besluit geen zienswijzen naar voren zijn gebracht;

Gelet op het bepaalde in artikel 59 van de Waterschapswet, artikel 2, 5, 6, 7 en 8 van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2 en 13 van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer, artikel 7.01 en 7.02 van het Binnenvaartpolitiereglement, de Omgevingsverordening Overijssel 2009 en artikel 3.1 sub i van de Keur Waterschap Reest en Wieden 2009;

BE S L U I T :

Vast te stellen de Regeling ligplaatsen schepen Waterschap Reest en Wieden 2011.

Regeling ligplaatsen schepen waterschap Reest en Wieden 2011

Artikel 1                       Toepassingsbereik

Deze regeling is van toepassing op de oppervlaktewaterlichamen die ingevolge de keur Waterschap Reest en Wieden 2009 vallen onder het begrip waterstaatswerk en die tevens als vaarwegen in beheer zijn bij het waterschap (bijlage I en II).

Artikel 2                       Algeheel verbod

Het is verboden in de vaarwegen die in beheer zijn bij Waterschap Reest en Wieden ligplaats in te nemen, af te meren of te ankeren met een schip, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting, waaronder mede begrepen een kano, punter, (roei)boot, vlot, schip of woonboot, ongeacht of deze met een motor worden voortbewogen.

Artikel 3                       Vrijstelling aangewezen ligplaatsen

Van het verbod als bedoeld in artikel 2 geldt vrijstelling voor het aanmeren op aangewezen ligplaatsen (bijlage III) voor een maximale ligduur van 2 x 24 uur.

De aangewezen ligplaatsen zijn ter plekke aangegeven door plaatsing van aanwijzingstekens E5 en indien nodig met de bijkomende tekens F2 uit bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement (bijlage IV)

Artikel 4                       Vrijstelling zonder belemmering van uitzicht, veiligheid en doorstroming

Van het verbod als bedoeld in artikel 2 geldt vrijstelling indien naar het oordeel van het bevoegd gezag het uitzicht op en bij de vaarweg niet wordt belemmerd of de veiligheid en de doorstroming van het scheepvaartverkeer niet in gevaar wordt gebracht en het betreft:

  • a.

    maximaal twee schepen, geen woonschepen zijnde, die elk niet langer zijn dan 8 meter en die niet verder liggen dan 20 meter van een tot bewoning bestemd gebouw, dat in eigendom is van betrokkene dan wel gedurig bij betrokkene in gebruik is;

  • b.

    maximaal twee open schepen voor bedrijfsuitoefening (kano's, roeiboten of punters e.d.), die elk niet langer zijn dan 8 meter, per direct grenzend aan de vaarweg grenzend perceel dat eigendom is van betrokkene dan wel gedurig bij betrokkene in gebruik is.

Artikel 5                       Vrijstelling voor ligplaatsen particulieren

Van het verbod als bedoeld in artikel 2 geldt vrijstelling indien het een particuliere ligplaats betreft en aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a.

    De eigenaar en/of gebruiker van het schip woont of verblijft op het kadastrale perceel. De afstand tussen de woning en de vaarweg bedraagt maximaal 20 meter;

  • b.

    Het perceel, waartegen het schip langszij wordt afgemeerd, heeft zodanige afmetingen dat het schip over de volle lengte langszij het perceel ligplaats kan hebben, rekening houdend met één meter ruimte aan de vóór- en achterzijde van het schip;

  • c.

    Het schip dat op grond van dit artikel in aanmerking komt voor vrijstelling:

    • a.

      heeft maximaal de afmetingen van een klein schip conform de definitie van artikel 1.01 van het Binnenvaartpolitiereglement (minder dan 20 meter);

    • b.

      is aantoonbaar in eigendom of in bezit van de eigenaar en/of gebruiker zelf en

    • c.

      is kennelijk bedoeld en heeft de mogelijkheid om er mee te varen.

  • d.

    Per perceel wordt maximaal één vaartuig langer dan 8 meter toegestaan;

  • e.

    De oever van de vaarweg is ter plaatse van de ligplaats voorzien van een deugdelijke beschoeiing van onbehandeld hout;

  • f.

    De benodigde vaarbreedte van de desbetreffende vaarweg ter plaatse van de ligplaats blijft vrij van afgemeerde schepen;

De vrijstelling geldt niet voor het plaatsen van een steiger in de vaarweg.

Artikel 6                       Vrijstelling voor ligplaatsen bedrijven

Van het verbod als bedoeld in artikel 2 geldt vrijstelling indien het een ligplaats betreft voor bedrijven die in het kader van de uitoefening van hun bedrijf over een bepaald gedeelte van de oeverstrook ligplaatsen nodig hebben en aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a.

    Het perceel van het bedrijf moet grenzen aan de vaarweg;

  • b.

    De benodigde vaarbreedte van de desbetreffende vaarweg ter plaatse van de ligplaats blijft vrij van afgemeerde schepen;

  • c.

    De oever van de vaarweg is ter plaatse van de ligplaats voorzien van een deugdelijke beschoeiing van onbehandeld hout;

  • d.

    De schepen worden in de lengterichting van de vaarweg afgemeerd;

De vrijstelling geldt niet voor het plaatsen van een steiger in de vaarweg.

Artikel 7                       Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling ligplaatsen schepen waterschap Reest en Wieden 2011.

Artikel 8                       Bekendmaking en Inwerkintreding

Deze regeling treedt in werking op 9 juni 2011.

Aldus besloten door het Dagelijks Bestuur van het waterschap Reest en Wieden d.d. 31 mei 2011.

Mr. A.K. Schuttinga,

Secretaris-directeur

M.M. Kool,

Dijkgraaf

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2   Algeheel verbod

Het besluit tot vaststelling van deze regeling wordt op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt. Voor wateren, waar (nog) geen borden zijn geplaatst, is bekendmaking voldoende, want verkeerstekens kunnen vervangen worden door een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken.

Artikel 3   Vrijstelling aangewezen ligplaatsen

Op vrije ligplaatsen mag maximaal 48 uur ligplaats worden genomen. Indien een vaartuig gedurende 60 opeenvolgende uren driemaal met tussenpozen van ten minste 15 uren op een vrije ligplaats als hierboven bedoeld wordt aangetroffen en tussen de eerste en de laatste controle ten minste 48 uren liggen, wordt het vaartuig geacht gedurende twee of meer etmalen op die plaats ligplaats te hebben genomen. De ligplaatsen zijn aangelegd op plaatsen die de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer niet belemmeren.

De aangewezen ligplaatsen zijn nader aangegeven op de kaart met vaarwegen (bijlage II) en de lijst van aangewezen ligplaatsen (bijlage III).

Artikel 4   Vrijstelling zonder belemmering van uitzicht, veiligheid en doorstroming

In lid 1 van artikel 4 is aangegeven, dat de afstand tussen de woning en de vaarweg maximaal 20 meter bedraagt. Het is geen bezwaar indien er een openbare weg tussen de vaarweg en het perceel ligt.

Artikel 5   Vrijstelling voor ligplaatsen particulieren

In lid 6 van artikel 5 wordt aangegeven, dat de benodigde vaarbreedte van de desbetreffende vaarweg ter plaatse vrij dient te blijven van afgemeerde schepen. In de Richtlijn Vaarwegen 2005 (Rijkswaterstaat) wordt beschreven welke ruimte een vaartuig nodig heeft om te kunnen varen en manoeuvreren. Het bevoegde gezag beoordeelt de situatie op basis van de Richtlijn Vaarwegen (2005, of de meest recente versie) en de plaatselijke omstandigheden. 

Artikel 6   Vrijstelling voor ligplaatsen bedrijven

Voor bepaalde bedrijven geldt dat zij hun oeverstrook nodig hebben voor bedrijfsmatige activiteiten. Daarom biedt de regeling voor deze bedrijven vrijstelling, mits men voldoet aan de voorwaarden die in dit artikel genoemd zijn. Het gaat hier bijvoorbeeld om bedrijven in de watersport- of horecasector, de riethandel of om campings, maar het kunnen ook andere bedrijven zijn die voor hun bedrijfsvoering afhankelijk zijn van het gebruik van de vaarweg.