Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Werk en Inkomen Lekstroom

Mandaatregeling gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWerk en Inkomen Lekstroom
OrganisatietypeRegionaal samenwerkingsorgaan
Officiële naam regelingMandaatregeling gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom
CiteertitelMandaatregeling Werk en Inkomen Lekstroom
Vastgesteld doordagelijks bestuur
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Bij deze regeling hoort het Overzicht Mandaatregeling

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, Algemene wet bestuursrecht, de regelgeving gemeentelijke sociale zekerheid en de Gemeenschappelijke Regeling Werk en Inkomen Lekstroom

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

30-10-2013nieuwe regeling

24-10-2013

Houten: Houtens Nieuws van 30 oktober 2013; Nieuwegein: De Molenkruier van 6 november 2013 (niet helemaal goed); rectificatie op 27 november 2013; Vianen: Het Kontakt van 29 oktober 2013; Lopik: Het Kontakt van 5 november 2013; IJsselstein: Zenderstreeknieuws 6 november 2013

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Mandaatregeling Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom

Het dagelijks bestuur en de voorzitter van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

overwegende dat het, uit het oogpunt van doelmatig en doeltreffend bestuur, en voor het efficiënt functioneren van de gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom gewenst is een mandaatregeling vast te stellen;

Gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht, de regelgeving gemeentelijke sociale zekerheid en de Gemeenschappelijke Regeling Werk en Inkomen Lekstroom;

 

B E S L U I T E N :

  • I.

    het krachtens mandaat, volmacht of machtiging nemen van besluiten, verrichten van privaatrechtelijke rechtshandeling en verrichten van feitelijke handelingen, welke zijn vermeld op het bij deze regeling behorende overzicht, op te dragen aan de daarbij genoemde functionarissen, en

  • II.

    ten aanzien van de uitoefening van deze mandaten, volmachten en machtigingen de navolgende regeling vast te stellen, te weten:

     

de Mandaatregeling gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan (de mandaatgever) een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: Awb);

  • b.

    volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan (de volmachtverlener) privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • c.

    machtiging: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan (de machtigingverlener) fei- telijke handelingen te verrichten, geen besluiten en/of privaatrechtelijke rechtshandelingen zijnde;

  • d.

    gemandateerde: degene die het mandaat ontvangt;

  • e.

    ondermandaat: de door de mandaatgever aan de gemandateerde verleende bevoegdheid het mandaat door te mandateren aan een derde;

  • f.

    uitvoeringsmandaat: de bevoegdheid om door het bevoegde bestuursorgaan genomen besluiten namens hem uit te voeren, onder meer door deze besluiten schriftelijk te verwoorden in correspondentie aan belanghebbenden;

  • g.

    beslissingsmandaat: de bevoegdheid om in naam en onder verantwoordelijkheid van het bevoegde bestuursorgaan beslissingen te nemen;

  • h.

    vertegenwoordigingsmandaat: de bevoegdheid om het bevoegde bestuursorgaan te vertegenwoordigen in bestuursrechtelijke geschillen door middel van machtiging;

  • i.

    mandaatregister: een overzicht van de door de mandaatgever aan gemandateerde opgedragen bevoegdheden;

  • j.

    GR: gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom;

  • k.

    voorzitter: voorzitter van het dagelijks bestuur;

  • l.

    directeur: de directeur van de dienst zoals bedoeld in de GR, of diens plaatsvervanger.

  • m.

    manager: een leidinggevende, hiërarchisch direct onder de directeur;

  • n.

    medewerker: alle functionarissen lager dan het niveau van manager.

Artikel 2 Uitoefening bevoegdheden

  • 1.

    De uitoefening van de bevoegdheden, aangeduid in het bij deze regeling behorende overzicht, wordt opgedragen aan de daarbij genoemde functionarissen.

  • 2.

    De mandaten zoals opgenomen in de overzichten zien zowel op de afdoening als op de ondertekening van de daarin opgenomen besluiten en privaatrechtelijke rechtshandelingen. Met betrekking tot de afdoening van klachten, anders dan in eenvoudige gevallen in de zin van artikel 9:5 Awb, blijft in geval van ondermandaat de tekenbevoegdheid echter liggen bij de directeur.

Artikel 3 Ondermandaat

  • 1.

    Indien en voor zover in het bij dit besluit behorende overzicht niet anders is aangegeven, is ondermandaat toegestaan.

  • 2.

    Ondermandatering geschiedt bij schriftelijk besluit door de oorspronkelijke gemandateerde. Ook dit blijkt uit het mandaatoverzicht. De oorspronkelijke gemandateerde blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de ondergemandateerde bevoegdheden.

  • 3.

    Ondermandaten worden ter kennis van het Dagelijks Bestuur van de GR gebracht.

  • 4.

    Bij ondermandaat geschiedt de ondertekening op de wijze als bepaald in artikel 8, waarbij voor gemandateerde de naam en functie van de ondergemandateerde moet worden ingevuld.

Artikel 4 Plaatsvervanging

  • 1.

    Ingeval van ondermandaat aan medewerkers wordt bij afwezigheid of verhindering van de gemandateerde de aan hem/haar gemandateerde bevoegdheden uitgeoefend door zijn/haar manager.

  • 2.

    Bij afwezigheid of verhindering van een manager worden de aan hem/haar gemandateerde bevoegdheden, welke niet verder zijn ondergemandateerd, uitgeoefend door een collega manager.

Artikel 5 Algemene regels, uitzonderingen

  • 1.

    Het mandaat omvat naast het nemen en ondertekenen van besluiten, ook het verrichten van alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die bij de uitoefening van de bevoegdheid behoren, zoals:

    • a.

      het verstrekken van mondelinge en / of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard;

    • b.

      het verzenden van ontvangstbewijzen;

    • c.

      het voeren van overige correspondentie (informatieverstrekking);

    • d.

      het vragen van adviezen en inwinnen van inlichtingen;

    • e.

      het verzorgen van publicaties.

  • 2.

    Het mandaat is voorbehouden aan de directeur indien:

    • a.

      mogelijke strijdigheid met de door mandaatgever vastgestelde beleidskaders/-regels en voorschriften aanwezig wordt geacht;

    • b.

      uit het besluit belangrijke juridische, organisatorische, politieke of publicitaire consequenties (kunnen) voortvloeien;

    • c.

      uit het besluit financiële consequenties voortvloeien die niet zijn opgenomen in de gespecificeerde ramingen van de begroting, dan wel wanneer de gespecificeerde ramingen van de begroting van Werk en Inkomen Lekstroom worden overschreden. In dit geval meldt de directeur deze uitgaven zo spoedig mogelijk aan de voorzitter van de GR.

  • 3.

    Geen mandaat wordt gegeven voor besluiten indien de mandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen.

Artikel 6 Uitoefening mandaat

De gemandateerde neemt bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid de op die bevoegdheid van toepassing zijnde wetten, verordeningen, circulaires, beleidsregels of richtlijnen in acht.

Artikel 7 Verantwoording; verslaglegging en informatieverstrekking

  • 1.

    In geval van ondermandaat draagt de manager die rechtstreeks leiding geeft aan de gemandateerde, zorg voor het toezicht op de gemandateerde bevoegdheden.

  • 2.

    In het kader van het toezicht als bedoeld in het eerste lid, rapporteert de gemandateerde in overeenstemming met de daarbij gegeven instructies, over de wijze waarop uitvoering is of wordt gegeven aan de uitoefening van de aan hem gemandateerde bevoegdheden.

Artikel 8 Ondertekening

In de ondertekening dient tot uitdrukking te worden gebracht, dat het besluit is genomen krachtens mandaat. Hierbij wordt de volgende formulering aangehouden:

“Het dagelijks bestuur van WIL,

namens dezen:”

(gevolgd door de functie en naam van de gemandateerde en zijn of haar handtekening),

OF

“De voorzitter van WIL,

namens deze:”

(gevolgd door de functie en naam van de gemandateerde en zijn of haar handtekening).

Artikel 9 Schakelbepaling volmachten en machtigingen

  • 1.

    De artikelen 1 tot en met 8 zijn van overeenkomstige toepassing indien een bestuursorgaan aan een functionaris, werkzaam onder zijn verantwoordelijkheid, volmacht verleent tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, of machtiging verleent tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

  • 2.

    Met betrekking tot de formele handelingen voor de vestiging van een krediethypotheek of pandrecht is de directeur bevoegd om extern volmacht te verlenen aan een medewerker van een notariskantoor.

Artikel 10 Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    Het Mandaat-, Volmacht- en Machtigingenbesluit Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom, zoals vastgesteld bij besluit van het dagelijks bestuur van de GR van 18 april 2013 vervalt gelijktijdig met de inwerkingtreding van het onderhavige besluit.

Artikel 11 Citeerwijze

Dit besluit wordt aangehaald als “Mandaatregeling Werk en Inkomen Lekstroom”.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom gehouden op 24 oktober 2013,

Het dagelijks bestuur voornoemd,

de secretaris, de voorzitter,

R.Esser drs. C. van Dalen

 

Aldus vastgesteld door de voorzitter van de gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom op 24 oktober 2013,

De voorzitter voornoemd,

Drs. C. van Dalen

Toelichting op de Mandaatregeling Werk en Inkomen Lekstroom

Inleiding

Bij mandaatverlening worden bevoegdheden die een bestuursorgaan op grond van diverse wet- en regelgeving bezit, opgedragen aan functionarissen die werkzaam zijn in de ambtelijke organisatie. Mandaatverlening is de rechtsfiguur om besluiten met een uitvoerend karakter op te dragen aan de uitvoerende organisatie. In het algemeen kan gesteld worden dat de navolgende besluiten voor mandatering in aanmerking komen:

  • ·

    routinematige besluiten, dat wil zeggen besluiten die regelmatig terugkeren en waarbij geen of nauwelijks bestuurlijk gevoelige zaken optreden;

  • ·

    gebonden beschikkingen, dat wil zeggen besluiten die binnen een vastgesteld beleidskader worden genomen, zoals de criteria van een wet of een plan.

Voorop staat dat mandatering voor een groot deel een kwestie van vertrouwen is. De bestuurder moet erop kunnen vertrouwen dat de ambtenaar een correct besluit namens hem doet uitgaan. De ambtenaar neemt een zelfde besluit als het bestuur zou nemen en dient terug te koppelen naar het bestuur als er met een zaak iets “aan de hand” is dat voor het bestuur van betekenis is of kan worden. Een dergelijke houding past bij mandatering, omdat het bestuur eindverantwoordelijk is en blijft voor de genomen beslissing.

De wettelijke regels over het gebruik van mandaat zijn te vinden in hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In de Mandaatregeling Werk en Inkomen Lekstroom zijn aanvullende spelregels en randvoorwaarden opgenomen waaronder mandaatverlening binnen WIL plaatsheeft. Deze spelregels en randvoorwaarden bieden duidelijkheid en uniformiteit bij de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden. Een juiste naleving ervan vormt de waarborg dat WIL ook bij mandaatverlening bevoegd besluiten neemt.

Opzet van de mandaatregeling

Allereerst is een overkoepelend mandaatbesluit van het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter, een ieder voorzover het de eigen bevoegdheden betreft, opgenomen. Artikelsgewijs zijn in dit overkoepelend besluit de randvoorwaarden genoemd waaraan gemandateerden zich dienen te houden bij de uitvoering van de aan hen opgedragen taken. In het mandaatoverzicht bij dit overkoepelend besluit is – verdeeld over de onderwerpen ‘algemeen’, ‘bedrijfsbureau’, ‘sociale zaken’ en ‘personeelszaken’ - een integraal overzicht gegeven van alle taken die door middel van mandaten, volmachten of machtigingen kunnen worden afgedaan.

Artikel 1 Begripsbepalingen - onderscheid mandaat, volmacht, machtiging

WIL kan verschillende handelingen verrichten: bestuursrechtelijke rechtshandelingen, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen. Afhankelijk van de soort (rechts)handeling kan deze worden opgedragen aan de uitvoerende organisatie. Juridisch spreken we dan over mandaat, volmacht en machtiging. In de Awb zijn volmacht en machtiging door middel van een schakelbepaling onder de werking van de bepalingen over mandaat gebracht (artikel 10:12 Awb). Wat geldt voor de mandaten, geldt ook voor de volmachten en de machtigingen. Ook in de Mandaatregeling van Werk en Inkomen Lekstroom zijn volmachten en machtigingen onder de werking ervan gebracht (zie de schakelbepaling in artikel 9). Zij zijn dan ook samen met de mandaten, opgenomen in het bij de Mandaatregeling behorende mandaatoverzicht.

Mandaat

De bestuursorganen van WIL voeren bestuursrechtelijke rechtshandelingen uit. Voorbeelden: het dagelijks bestuur verleent bijzondere bijstand, vordert een uitkering Wwb terug of neemt een beslissing op een bezwaarschrift. Al deze bevoegdheden steunen op een bestuursrechtelijke wet, waarin die bevoegdheid zijn grondslag kent.

Als een bestuursorgaan een bestuursbevoegdheid opdraagt aan een ambtenaar noemen we dat mandaat. De ambtenaar oefent die bevoegdheid uit namens het bestuursorgaan. Verschil met delegatie1 is dat het bestuursorgaan bij mandaat de bevoegdheid niet verliest. De verantwoordelijkheid voor de uitoefening van de bevoegdheid blijft bij het bestuursorgaan. Hierbij mag het bestuursorgaan op elk moment de bevoegdheid zelf uitoefenen en tussentijds algemene en bijzondere instructies geven aan de ambtenaar over de wijze waarop de bevoegdheid wordt uitgeoefend.

Voorwaarde voor de juridische binding is dat het besluit is genomen binnen de grenzen van de gemandateerde bevoegdheid. Dit spreekt voor zichzelf, omdat buiten de grenzen van wat is gemandateerd geen bevoegdheid bestaat. Wordt een besluit genomen over een onderwerp dat buiten de bevoegdheid ligt, dan is sprake van een onbevoegd genomen besluit. Het gevolg van een onbevoegd genomen besluit kan zijn dat dit in rechte wordt vernietigd. De bestuursrechter mag een dergelijk bevoegdheidsgebrek ambtshalve constateren.

Mandaat en budgethouderschap

Het algemeen bestuur stelt budgetten beschikbaar door de begroting vast te stellen (budgetrecht artikel 191 Gemeentewet en artikel 7 Gemeenschappelijke regeling). Het dagelijks bestuur voert de begroting uit (taak van het dagelijks bestuur op grond van artikel 160 Gemeentewet en 16 Gemeenschappelijke regeling). In de Budgethoudersregeling WIL is geregeld welke functionaris op welke wijze over bepaalde budgetten kan beschikken. Om budgetten te kunnen aanwenden is het nodig dat bepaalde bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke of feitelijke handelingen worden verricht. Er moet bijvoorbeeld een overeenkomst met een leverancier worden gesloten. Het is belangrijk om te beseffen dat de budgethouder niet automatisch op grond van zijn budgethouderschap de nodige bijbehorende handelingen mag verrichten, maar hiervoor aparte mandaten, volmachten en machtigingen nodig heeft van het ter zake bevoegd bestuursorgaan. Deze zijn te vinden in de lijst met algemene mandaten.

Volmacht

De dienst kan ook als ´gewoon´ rechtspersoon (net als een B.V. bijvoorbeeld) deelnemen aan het rechtsverkeer en voert in die hoedanigheid privaatrechtelijke rechtshandelingen uit. Voorbeelden: het sluiten van een contract, het verlenen van een opdracht tot onderzoek of het aanschaffen van een product.

De privaatrechtelijke tegenhanger van mandaat is de volmacht. Voorbeeld: de voorzitter van het DB kan zijn bevoegdheid om een overeenkomst te ondertekenen opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon, bijvoorbeeld een ambtenaar of een notaris. Dit gebeurt dan met een volmacht.

Machtiging

Naast bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke rechtshandelingen verricht WIL ook feitelijke handelingen. Dit zijn de gewone dagelijkse handelingen die geen rechtsgevolgen hebben. Voorbeelden daarvan zijn: het voeren van verweer bij de rechtbank, het uitoefenen van toezicht en het verstrekken van informatie aan burgers. Een machtiging wordt verleend in het geval dat er geen sprake is van een besluit, maar ook niet van een privaatrechtelijke rechtshandeling.

Artikel 2 Mandaat, plaatsvervanging en ondermandaat

Lid 1

Mandaat is in de regel een opdracht aan een hiërarchisch ondergeschikte. Het dagelijks bestuur mandateert bijvoorbeeld de manager van een afdeling om namens het dagelijks bestuur een uitkering te verstrekken. In het mandaatoverzicht komt naar voren dat het dagelijks bestuur een mandaat in ieder geval aan de directeur verleend en daarnaast aan managers. De ene keer is elke manager gemachtigd tot het nemen van een besluit en een andere keer zijn dat één of meer specifiek aangewezen managers, afhankelijk van het gemandateerde besluit. De managers hebben vervolgens in veel gevallen ondermandaat verleend aan onder hen ressorterende medewerkers. Binnen WIL is het uitgangspunt dat bevoegdheden zo laag mogelijk in de uitvoerende organisatie worden neergelegd. Wel is het zo dat de oorspronkelijk gemandateerde verantwoordelijk blijft voor de uitvoering van de ondergemandateerde bevoegdheden.

 

Lid 2 Mandaat is beslissen én ondertekenen.

In het verleden werd dikwijls een onderscheid gemaakt tussen beslissingsmandaat en onderte-keningsmandaat. Bekeken in het licht van artikel 10:1 Awb is het echter niet juist om bij louter ondertekening namens een bestuursorgaan te spreken van mandaat. Veeleer zou je hier moeten spreken van ambtelijke afdoening. Vertrekpunt is dat degene die een besluit neemt dit besluit ook ondertekent. Een bevoegdheid in mandaat uitoefenen houdt zowel beslissingsbevoegdheid als ondertekeningsbevoegdheid in.

Een uitzondering wordt gemaakt voor de afdoeningsbrieven in geval van klachten (m.u.v. eenvoudige gevallen). In geval van ondermandaat blijft de tekenbevoegdheid bij klachten liggen bij de directeur.

Artikel 3 Ondermandaat

Lid 1

Het verlenen van ondermandaat is op grond van de Awb een mogelijkheid, maar bestuursorganen moeten hiertoe wel uitdrukkelijk besluiten. In de Mandaatregeling is deze bepaling opgenomen in artikel 3, eerste lid. In het mandaatoverzicht staat met streepjes (--) aangegeven, wanneer het niet is toegestaan een ondermandaat te verlenen.

 

Lid 2

Ondermandatering geschiedt bij schriftelijk besluit door de oorspronkelijk gemandateerde. Dit komt bij WIL tot uiting doordat alle managers het mandaatoverzicht behorende bij de Mandaatregeling ondertekenen.

Artikel 4 Plaatsvervanging

Wanneer een gemandateerde afwezig is, is zijn plaatsvervanger bevoegd om het mandaat uit te oefenen. De plaatsvervanger van een manager is een collega manager. De exacte vervanging wordt in het Managementteam geregeld. Mochten zowel gemandateerde als zijn plaatsvervanger afwezig zijn, dan is de directeur bevoegd.

Artikel 5 Algemene regels en uitzonderingen

Lid 1

Een gemandateerde bevoegdheid omvat ook de daarbij behorende voorbereiding en uitvoering, zoals het inwinnen van de nodige inlichtingen, het doen van mededelingen over bestaand beleid, correspondentie over de uitvoering van besluitvorming enz.

 

Lid 2

In de Mandaatregeling worden grenzen gesteld aan de omvang van de mandaatverlening, in die zin dat er situaties zijn waarin het mandaat aan de managers niet geldt en het besluit door de directeur moet worden genomen. Als regel wordt bijvoorbeeld gesteld dat besluiten geen afwijking van het bestaande beleid tot gevolg mogen hebben. Besluiten die afwijken van het beleid, moeten aan de directeur worden voorgelegd. Zo ook voor besluiten waaruit mogelijk belangrijke juridische, organisatorische, politieke of publicitaire consequenties (kunnen) voortvloeien en voor besluiten waaruit financiële consequenties voortvloeien die niet zijn opgenomen in de ramingen van de begroting.

De verantwoordelijkheid en de beslissing om in de artikel 5 beschreven situaties niet van het gegeven (onder)mandaat gebruik te maken ligt bij de gemandateerde functionaris.

 

Lid 3

Er kunnen zich situaties voordoen waarbij de mandaatgever al van tevoren te kennen geeft dat hij over bepaalde besluiten zelf de beslissing wil nemen. Een gegeven mandaat geldt in zo’n geval dus niet.

Artikel 8 Ondertekening

De burger die met een besluit wordt geconfronteerd dat in mandaat is genomen dient hierover te worden geïnformeerd, zo bepaalt artikel 10:10 van de Awb. Deze informatieplicht vloeit voort uit het meer omvattende beginsel van de rechtszekerheid. Het krachtens mandaat genomen besluit moet dan ook vermelden namens welk bestuursorgaan het is genomen.

In artikel 8 van de Mandaatregeling staat precies beschreven hoe besluiten die in (onder)mandaat zijn genomen moeten worden ondertekend.

Artikel 9 Schakelbepaling volmachten en machtigingen

In dit artikel is bepaald dat de artikelen 1 t/m 8 (die geschreven zijn voor mandaten) ook gelden als er volmacht is verleend tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, of machtiging tot het verrichten van feitelijke handelingen.

 

 

Overzicht behorende bij de Mandaatregeling Werk en Inkomen Lekstroom

Algemeen

A/1

Mandaat

Verzenden van algemene ontvangstbevestigingen, verdagingsbesluiten, herstel verzuim, buiten behandeling stellen en kennisgeving nieuwe termijn

Diverse artikelen Awb

DB,

Vz.

Directeur;

Alle managers

Alle medewerkers

Op taakveld afdeling

A/2

Machtiging

Ondertekenen van brieven die geen besluit vergen (informatieverstrekking)

 

DB,

Vz.

Directeur;

Alle managers

Alle medewerkers

Op taakveld afdeling

A/3

Mandaat

Tekenen voor ontvangst bij aanbieding van aangetekende stukken, tekenen van deurwaardersexploiten en gerechtelijke stukken zoals bedoeld in artikel 104 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

 

DB,

Vz.

Directeur;

Alle managers

Medewerkers gegevensbeheer;

Medewerkers JZ;

Medewerkers bezwaar en beroep;

Medewerkers terugvordering en verhaal

 

A/4

Mandaat

Doorzenden van stukken die onjuist zijn geadresseerd

2:3 Awb

DB,

Vz.

Directeur;

Alle managers

Alle medewerkers

 

A/5

Machtiging

Indienen van aanvragen om vergunningen, ontheffingen, subsidies en dergelijke ingevolge wet- en regelgeving waarvan het primaat bij de afdeling berust

108 Gemeentewet

DB,

Vz.

Directeur;

Alle managers

--

Op taakveld afdeling

A/6

Mandaat

Het nemen van een besluit tot het doen van aangifte terzake van:

-sociale zekerheidsfraude;

-van de weigering tot het verstrekken van inlichtingen door natuurlijke personen en niet-publiekrechtelijke rechtsorganen;

-agressie tegen personen en goederen van WIL

Wetboek van Strafrecht, Abw, WWB, Ioaw, Ioaz, Bbz en Bbz 2004 en WIJ

DB,

Vz.

Directeur;

Alle managers

--

 

A/7

Machtiging

het doen van aangifte terzake van:

-sociale zekerheidsfraude;

-de weigering tot het verstrekken van inlichtingen door natuurlijke personen en niet-publiekrechtelijke rechtsorganen;

-agressie tegen medewerkers, hun bezittingen en/of bezittingen van WIL

160 Gemeentewet

DB,

Vz.

Directeur;

Alle managers

Alle medewerkers

Sociaal rechercheur van de Regionale Sociale Recherche Nieuwegein (RSRN)

Machtiging alleen als daartoe een besluit tot het doen van aangifte genomen is (A/6).

SR alleen inzake soc. zekerheidsfraude

A/8

Mandaat

Besluiten tot het aangaan van overeenkomsten of andere privaatrechtelijke rechtshandelingen

160, lid 1 onder e. Gemeentewet

DB

Alle budgethouders

--

Met inachtneming van het Inkoop- en aanbestedingsbeleid WIL en de Budgethoudersregeling

A/9

Volmacht

Het (extern) feitelijk aangaan en ondertekenen van de overeenkomst of andere privaatrechtelijke rechtshandelingen

171 Gemeentewet

Vz.

Bevoegd budgethouder

--

Met inachtneming van het Inkoop- en aanbestedingsbeleid WIL en de Budgethoudersregeling.

Het tekenen vindt plaats samen met de controller.

A/10

Mandaat

Het fiatteren van facturen

 

DB

Directeur;

Alle managers

--

Met inachtneming van het Inkoop- en aanbestedingsbeleid WIL en de Budgethoudersregeling

A/11

Mandaat

Beslissen of een dwangsom verschuldigd is en tot welk bedrag en het terugvorderen van onverschuldigd betaalde dwangsommen

4:18 en 4:20 Awb

DB,

Vz.

Directeur;

Alle managers

 

Afstemmen met JZ

A/12

Mandaat

Het behandelen van klachten en het beslissen op een ingediende klacht

Hoofdstuk 9

Awb

DB

Directeur;

Alle managers

Klachtencoördinator

Met inachtneming van de Klachtenregeling WIL

A/13

Mandaat

Besluiten tot een toepassingsbeschikking, invorderingsbeschikking, betalingsbeschikking en kostenbeschikking

Artikel 4:86, 4:94 tot en met 4:96, 4:99 Awb

DB

Directeur;

Alle managers

Medewerkers terugvordering en verhaal;

Medewerkers JZ;

Medewerkers bezwaar en beroep

Op taakveld afdeling

A/14

Mandaat

Machtiging

Het verstrekken van informatie aan derden m.b.t. cliënten, uitkeringsgerechtigden of ex-uitkeringsgerechtigden

Div.

DB

Directeur;

Alle managers

Alle medewerkers

-Ieder op het terrein van zijn eigen werkzaamheden.

-Met inachtneming van Wet Bescherming Persoonsgegevens en Wet openbaarheid van

Bestuur

-Bij twijfel advies inwinnen bij JZ.

-Zie ook: BB/1

A/15

Mandaat

Het opvragen van informatie bij derden m.b.t. cliënten, uitkeringsgerechtigden en ex-uitkeringsgerechtigden, alsmede m.b.t. degene op wie kosten van een verstrekte uitkering worden verhaald

Div.

DB

Directeur;

Alle managers

Alle medewerkers

Ieder op het terrein van zijn eigen werkzaamheden.

A/16

Mandaat

Machtiging

Het verstrekken van informatie die (niet) herleidbaar is tot op cliëntniveau aan instanties als het Centraal Bureau voor de Statistiek, Inlichtingenbureau e.d.

Div.

DB

Directeur;

Alle managers

Applicatiemedewerkers

Ieder op het terrein van zijn eigen werkzaamheden.

Bedrijfsbureau

BB/1

Mandaat

Beslissen op verzoeken om informatie en het verdagen ervan op grond van de Wet openbaarheid bestuur

Wob

DB

Vz.

Directeur;

Manager BB

Medewerkers JZ;

-Geen bevoegdheid medewerkers JZ bij gehele of gedeeltelijke weigering van het verzoek zonder overeenstemming met de verzoeker.

-Zie ook A/14

BB/2

Mandaat

Correspondentie inzake bezwaarschriften

2:1, 6:6, 6:17, 7:3, 7:4 en 7:6 Awb

DB

Directeur;

Manager BB

Medewerkers bezwaar en beroep

 

BB/3

Mandaat

Het nemen van een beslissing op bezwaar

7:11 Awb

DB

Directeur

--

 

BB/4

Mandaat

Het instemmen met het verzoek tot rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter

7:1a Awb

DB

Directeur

--

 

BB/5

Mandaat

Het instellen van bezwaar en (hoger) beroep

7:1 en 8:1 Awb

DB

Directeur

--

 

BB/6

Mandaat

Het nemen van een procesbesluit als verwerende partij in civiele procedure

160 Gemeentewet

DB

Directeur

--

 

BB/7

Mandaat

Besluiten tot aanspannen van rechtszaken over vorderingen

160 Gemeentewet

DB

Directeur;

Manager BB

--

Bevoegdheid beperkt tot procedures waarvoor geen verplichte proces-vertegenwoordiging (door een advocaat) geldt.

BB/8

Mandaat

Machtigen van functionarissen om het DB en de Vz. te vertegenwoordigen in bezwaar- en beroepszaken in publiekrechtelijke en privaatrechtelijke aangelegenheden bij de behandeling van bezwaarschriften, de rechtbank, de Centrale Raad van Beroep en andere gerechtelijke instanties

160 Gemeentewet

DB,

Vz.

Directeur

Gemachtigd zijn:

Medewerkers bezwaar en beroep;

Medewerkers JZ

-Op taakveld afdeling;

-de vertegenwoordiging omvat het indienen van een verweerschrift en stukken, het voeren van alle correspondentie over de bezwaar- of beroeps-procedure of de privaat-rechtelijke procedure (tenzij sprake is van verplichte proces-vertegenwoordiging) en het verschijnen en het woord voeren op (hoor)zittingen van genoemde instanties (incl. actief meedenken e.d. bij de ‘nieuwe Zaaksbehandeling’).

-Terugkoppeling naar directeur en manager van betreffende afdeling bij gegronde beroepschriften en beroepschriften die worden geschikt.

BB/9

Mandaat

Besluiten tot het opnemen van leningen ter voorziening in de behoefte aan kort- en langlopende middelen

160 Gemeentewet

DB

Directeur;

Manager BB

--

Zie beperkingen en voorwaarden in het Treasurystatuut

BB/10

Volmacht

Het aantrekken van liquide middelen

 

DB

Directeur;

Manager BB

Senior financieel medewerker

Zie beperkingen en voorwaarden in het Treasurystatuut

BB/11

Mandaat

Besluiten tot het uitzetten van overtollige liquide middelen

160 Gemeentewet

DB

Directeur;

Manager BB

--

Zie beperkingen en voorwaarden in het Treasurystatuut

BB/12

Volmacht

Het uitzetten van overtollige liquide middelen

 

DB

Directeur;

Manager BB

Senior financieel medewerker

Zie beperkingen en voorwaarden in het Treasurystatuut

BB/13

Volmacht

Betalingsopdrachten voorbereiden

160 Gemeentewet

DB

Directeur;

Manager BB;

Controller

Financieel medewerker;

Medew. financiële administratie

Zie voorwaarden en beperkingen in budgethoudersregeling

BB/14

Volmacht

Opdracht geven tot betaling

 

DB

Directeur;

Manager BB;

Controller

--

 

BB/15

Volmacht

Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen

160

Gemeentewet

DB

Manager BB

Controller

Zie beperkingen en voorwaarden in het Treasurystatuut

BB/16

Volmacht

Bankcondities en tarieven afspreken

160 Gemeentewet

DB

Manager BB

Controller

Zie beperkingen en voorwaarden in het Treasurystatuut

BB/17

Mandaat

Uitvoering van BTW-regelingen waarbij de dienst is betrokken, waaronder onder meer correspondentie met de Inspecteur en het indienen van bezwaar- en beroepschriften

160 Gemeentewet

DB

Directeur;

Manager BB

Controller

 

BB/18

Mandaat

Volmacht

Uitvoering van het verzekeringsbeleid van de dienst, waaronder registratie, behandeling en afdoening van alle correspondentie, afsluiten, wijzigen en opheffen van verzekeringen.

160 Gemeentewet

DB

Directeur;

Manager BB

Medewerkers JZ

 

BB/19

Mandaat

Het nemen van besluiten inzake aansprakelijkstellingen namens en jegens de GR

160 Gemeentewet

DB

Directeur;

Manager BB

--

Tot een bedrag van

€ 2.500,- (eigen risico GR). Daarboven is Centraal Beheer bevoegd. Alle aansprakelijkstellingen die buiten de dekking van de aansprakelijkheids-verzekering vallen en boven een bedrag van € 2.500,- moeten naar de directeur.

BB/20

Mandaat

-Het vaststellen en wijzigen van richtlijnen;

-het vaststellen van uitvoerings-richtlijnen uit een beleidsplan

Div.

DB

Directeur;

Manager BB

--

Voor zover betrekking hebben op de aan WIL opgedragen taken en bevoegdheden.

Na afstemming in het MT.

BB/21

Mandaat

Het verwerken van wijzigingen, aangedragen vanuit de rijksoverheid en het verwerken van correcties

Div.

DB

Directeur;

Manager BB

Team strategie;

Kwaliteitsadviseurs

 

BB/22

Mandaat

Het uitvoeren van de bepalingen van de Archiefverordening WIL en het Besluit Archiefbeheer WIL

Archiefwet;

Archiefveror-dening WIL;

Besluit Informatie-beheer WIL

DB

Directeur;

Manager BB

Medewerkers gegevensbeheer

 

Sociale zaken

SZ/1

Mandaat

Machtiging

Het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen ingevolge de Wet werk en bijstand (Wwb) en toekomstige wetten die hiervoor in de plaats treden en de hierop gebaseerde verordeningen en beleidsregels.

Wwb

DB

Directeur;

Managers

Medewerkers afdeling Inkomen

Medewerkers afdeling Werk

Medewerkers team bijzondere regelingen

Ondermandaat aan medewerkers geldt niet voor het nemen van besluiten die meer bedragen dan € 10.000,-

SZ/2

Mandaat

Machtiging

Het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen ingevolge de Ioaw en toekomstige wetten die hiervoor in de plaats treden en de hierop gebaseerde verordeningen en beleidsregels.

Ioaw

DB

Directeur;

Managers

Medewerkers afdeling Inkomen

Medewerkers afdeling Werk

 

SZ/3

Mandaat

Machtiging

Het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen ingevolge de Ioaz en toekomstige wetten die hiervoor in de plaats treden en de hierop gebaseerde verordeningen en beleidsregels.

Ioaz

DB

Directeur;

Managers

Medewerkers afdeling Inkomen

Medewerkers afdeling Werk

Medewerkers van externe bedrijven die de Ioaz voor WIL uitvoeren

 

SZ/4

Mandaat

Machtiging

Het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen ingevolge het Minimabeleid en toekomstige wetten/toekomstig beleid die/dat hiervoor in de plaats treden/treedt en de hierop gebaseerde beleidsregels.

Minimabeleid

DB

Directeur;

Manager Inkomens-ondersteuning

Medewerkers team bijzondere regelingen

 

SZ/5

Mandaat

Machtiging

Het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen ingevolge de Bbz 2004 (incl. artikel 36) en toekomstige wetten die hiervoor in de plaats treden en de hierop gebaseerde verordeningen en beleidsregels.

Bbz 2004

DB

Directeur;

Managers

Medewerkers afdeling Inkomen

Medewerkers afdeling Werk

Medewerkers van externe bedrijven die de Ioaz voor WIL uitvoeren

Ondermandaat aan medewerkers geldt niet voor het nemen van besluiten die meer bedragen dan € 10.000,-

Mandaat aan medew. extern bedrijf alleen voor zover dat uit het contract met het bedrijf voortvloeit.

SZ/6

Mandaat

Machtiging

Het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen ingevolge artikel 1.13 van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en toekomstige wetten die hiervoor in de plaats treden en de hierop gebaseerde verordeningen en beleidsregels

1.13 WKO

DB

Directeur;

Manager Inkomens-ondersteuning

Medewerkers team bijzondere regelingen

 

SZ/7

Mandaat

Machtiging

Het nemen van besluiten en het verrichten van handelingen ingevolge de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en toekomstige wetten die hiervoor in de plaats treden en de hierop gebaseerde verordeningen en beleidsregels.

WGS

DB

Directeur;

Manager Inkomens-ondersteuning

Medewerkers team Schuldhulpverlening

 

SZ/8

Mandaat

Machtiging

Volmacht

Het nemen van besluiten, het invorderen van lijkschouwingskosten en het verrichten van handelingen ingevolge de artikelen 21 en 22 Wet op de Lijkbezorging en toekomstige wetten die hiervoor in de plaats treden en de hierop gebaseerde verordeningen en beleidsregels.

Wet op de Lijkbezorging

DB

Directeur;

Manager Inkomen

Medewerkers team terugvordering en verhaal

Ondermandaat aan medewerkers geldt niet voor het nemen van een besluit tot het geheel afzien van verhaal

SZ/9

Volmacht

Het vertegenwoordigen van de dienst bij buitengerechtelijke rechtshandelingen

171 Gemeentewet

Vz.

Directeur;

Manager Inkomens-ondersteuning

Medewerkers afdeling Inkomensonder-

steuning;

Terzake van borgstellingen als uitvloeisel van besluiten waarbij bijzondere bijstand in de vorm van borg wordt toegekend.

Idem m.b.t. bijzondere bijstand borgstelling saneringskrediet

SZ/10

Mandaat

Het aanwijzen van toezichthouders ten behoeve van de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving dat tot het taakgebied van WIL behoort

WWB, Ioaw, Ioaz, Bbz 2004, Wgs, MinimabeleidWko, Wlb

DB

Directeur

--

Aangewezen zijn:

Medewerkers Handhaving

Personele zaken / Human Resource management

HR/1

Mandaat

Het toekennen en weigeren van een extra periodiek, de functionerings-beloning en de persoonlijke toelage

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

Mandaat voor alle functies tot en met niveau manager.

Indien het de manager HR betreft: de directeur

HR/2

Mandaat

De bevoegdheid tot benoeming in vast dienstverband en/of functionele schaal en verlengen van een tijdelijk dienstverband

2:1 CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

Mandaat voor alle functies tot en met niveau manager.

Indien het de manager HR betreft: de directeur

HR/3

Mandaat

Het beslissen op verzoeken tot verrichten van nevenwerkzaamheden

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

Mandaat voor alle functies tot en met niveau manager.

Indien het de manager HR betreft: de directeur

HR/4

Mandaat

Het toekennen van toelage onregelmatige dienst, beschikbaarheidsdienst en bereidheidstoelage

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

Mandaat voor alle functies tot en met niveau manager.

Indien het de manager HR betreft: de directeur

HR/5

Mandaat

Het ontzeggen van de toegang tot het werkterrein

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

 

HR/6

Mandaat

Het toekennen van studiefaciliteiten

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

Mandaat voor alle functies tot en met niveau manager.

Indien het de manager HR betreft: de directeur

HR/7

Mandaat

Het bepalen van vakantieverlof

6:2 CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

Medewerker salarisadministratie

 

HR/8

Mandaat

Het toekennen van verlof (uitsluitend overeenkomstig CAR-Uwo)

6:4 t/m 6:12 CAR-Uwo

DB

Directeur;

Alle managers

--

Ondermandaat manager: - voor alle functies beneden het niveau van manager;

-betrekking hebbend op de eigen afdeling

HR/9

Mandaat

Het intrekken van vakantieverlof

6:2:5 CAR-Uwo

DB

Directeur

--

 

HR/10

Mandaat

Besluiten op verzoeken tot het uitwisselen van arbeidsvoorwaarden

4a:1 t/m 4a:3 CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

 

HR/11

Mandaat

Het vaststellen van een persoonlijk ontwikkelplan (POP)

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

Indien het de manager HR betreft: de directeur

HR/12

Mandaat

Het benoemen van tijdelijk personeel met inbegrip van externe inhuur, stage- en werkervaringsplaatsen

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

Na goedkeuring MT

HR/13

Mandaat

Het detacheren van eigen personeel

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

Na goedkeuring MT

HR/14

Mandaat

Het tijdelijk of structureel uitbreiden van uren van vast personeel indien er geen sprake is van formatieuitbreiding

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

-Indien het de manager HR betreft: de directeur

-Na goedkeuring MT

HR/15

Mandaat

Het verminderen van arbeidsuren

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

-Indien het de manager HR betreft: de directeur

-Na goedkeuring MT

HR/16

Mandaat

Schorsing i.v.m. het belang van de dienst

8:15:1, lid 1, sub d CAR-Uwo

DB

Directeur

--

 

HR/17

Mandaat

Het personeel ontslag te verlenen op eigen verzoek, bij ouderdoms- en invaliditeitspensioen.

Hfst. 8 CAR-Uwo, m.u.v. 8:6 en 8:13

DB

Directeur;

Manager HR

--

Indien het de manager HR betreft: de directeur

HR/18

Mandaat

Het verlenen van ontslag, niet op eigen verzoek

8:6 en 8:13 CAR-Uwo

DB

Directeur

--

Na goedkeuring MT

HR/19

Mandaat

Het treffen van een disciplinaire maatregel

16:1:2, lid 1, h. en i. en 8:13 CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

-Indien het de manager HR betreft: de directeur

-na goedkeuring MT

-overige disciplinaire straffen zijn voor-behouden aan het DB. Zie artikel 16:1: lid 2

HR/20

Mandaat

Berekenen en uitkeren van salaris

3:1, lid 6 CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

Medewerker salarisadministratie

 

HR/21

Mandaat

Vaststellen eindejaarsuitkering

3:6 CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HRM

Medewerker salarisadministratie

 

HR/22

Mandaat

Vaststellen van reis- en verblijfkosten

15:1:22 CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HRM

Medewerker salarisadministratie

Na goedkeuring afdelingsmanager

HR/23

Mandaat

Besluiten op verzoeken om voorschot op bezoldiging

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

--

Indien het de manager HR betreft: de directeur

HR/24

Mandaat

Volmacht

Opdracht verstrekken tot individuele werkplekonderzoeken en besluiten op aanvragen voor aangepaste voorzieningen op de werkplek

Arbowet

DB,

Vz.

Directeur;

Manager HR

Adviseur HR

 

HR/25

Mandaat

Alle bevoegdheden met betrekking tot aanspraken bij ziekte

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

Medewerkers HR

-Indien het de medewerkers HR betreft: de manager HR

-Indien het de manager HR betreft: de directeur

HR/26

Mandaat

Alle bevoegdheden met betrekking tot de wachtgeld- en uitkeringsregeling

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Manager HR

Medewerker salarisadministratie

Indien het de manager HR betreft: de directeur

HR/27

Mandaat

Machtiging

Het verstrekken van verklaringen ten behoeve van belastingdienst, ABP e.d.

CAR-Uwo

DB

Directeur;

Alle managers

Medewerker salarisadministratie

 

HR/28

Mandaat

Het toekennen van subsidies aan de personeelsvereniging

 

DB

Directeur

--

Op voorstel HR en na bespreking in MT

R. Esser, H. Vos,

Directeur Manager afdeling Inkomensondersteuning

R.van Twisk, R. Esser,

Manager afdeling Bedrijfsbureau Wnd. manager afdeling Werk

H.Burggraaff H. Rutten,

Manager afdeling Inkomen Manager afdeling Human Resource