Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Weststellingwerf

Subsidieverordening beschermde gemeentelijke monumenten gemeente Weststellingwerf 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Weststellingwerf
Officiële naam regelingSubsidieverordening beschermde gemeentelijke monumenten gemeente Weststellingwerf 2017
CiteertitelSubsidieverordening beschermde gemeentelijke monumenten gemeente Weststellingwerf 2017
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerp

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

12-10-2017Nieuwe regeling

25-09-2017

Gemeenteblad

2017-1208/r

Tekst van de regeling

De raad van de gemeente Weststellingwerf;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

b e s l u i t

de navolgende: “Subsidieverordening beschermde gemeentelijke monumenten gemeente Weststellingwerf 2017” vast te stellen

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

Deze verordening verstaat onder:

a.College:

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westststellingwerf.

b.Gemeentelijk Erfgoedregister:

Een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register met aangewezen cultureel erfgoed.

c.Gemeentelijke beschermde monumenten:

De gemeentelijke beschermde monumenten bedoeld in artikel. 5.2 van de Erfgoedverordening gemeente Weststellingwerf 2017 en die zijn ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister.

d.Subsidie:

De aanspraak op financiële middelen bedoeld in artikel 4:21 lid 1 Algemene wet bestuursrecht.

  • e.

    Subsidiebeschikking:

    Een schriftelijk besluit tot subsidieverlening waarbij een omschrijving van te leveren activiteiten, de maximale hoogte en eventuele subsidievoorwaarden worden meegedeeld.

  • f.

    Subsidietijdvak:

Kalenderjaar waarin de subsidie is of wordt verstrekt.

  • g.

    Subsidieplafond:

    Het maximale subsidiebedrag dat gedurende een bepaald kalenderjaar beschikbaar is.

  • h.

    Subsidievaststelling:

    De beschikking waarbij het bedrag van subsidie wordt vastgesteld dat aanspraak geeft op betaling van de subsidie.

  • i.

    Instandhouding: Door het college aan te merken periodieke werkzaamheden aan een gemeentelijk monument, uitsluitend ertoe dienend om de karakteristieke delen ervan in stand te houden.

  • j.

    Instandhoudingkosten:

    Kosten die noodzakelijk zijn voor herstel en/of instandhouding van een gemeentelijk monument bedoeld in de “Leidraad Subsidiabele instandhoudingskosten” (SIM). Hieronder zijn niet begrepen kosten die uitsluitend of in overwegende mate worden gemaakt voor verbetering van het wooncomfort.

  • k.

    Instandhoudingplan: Door het college goedgekeurd overzicht van instandhoudingswerkzaamheden die gedurende een langere periode (zes jaren) nodig worden geacht om het bouwtechnisch kwaliteitsniveau te handhaven dat met het treffen van de voorzieningen wordt beoogd.

  • l.

    Reconstructie: iets wat in oorspronkelijke vorm wordt hersteld of nagebootst.

  • m.

    Eigenaar:

    • a.

      degene die het recht van eigendom heeft;

    • b.

      degene die het recht van erfpacht heeft;

    • c.

      degene die het recht van opstal heeft.

Artikel 1.2 Reikwijdte

  • 1. Deze verordening is van toepassing op beschermde gemeentelijke monumenten in de gemeente Weststellingwerf.

  • 2. De subsidieverlening heeft alleen betrekking op beschermde gemeentelijke monumenten vermeld in het door het college vastgestelde Gemeentelijk Erfgoedregister ().

Artikel 1.3 Bevoegdheden

Het college is belast met de uitvoering van deze verordening en het bepaalde in titel 4.2. Algemene wet bestuursrecht, tenzij de raad de uitvoering geheel of gedeeltelijk aan zich heeft voorbehouden.

Artikel 1.4 Begrotingsvoorbehoud

Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd wordt deze verleend onder de voorwaarde dat voldoende geldmiddelen ter beschikking worden gesteld.

Artikel 1.5 Subsidieplafond

  • 1. De gemeenteraad kan (jaarlijks) een subsidieplafond instellen.

  • 2. Burgemeester en wethouders maken bekend hoe het jaarlijks beschikbaar gestelde budget wordt verdeeld.

Artikel 1.6 Aanvragen

  • 1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld formulier.

  • 2. Een aanvraag wordt als zodanig aangemerkt indien deze voldoet aan alle wettelijke voorschriften.

  • 3. De aanvraag moet uiterlijk zijn ingediend op 31 december in het subsidietijdvak waarop de subsidie betrekking heeft.

Artikel 1.7 Te overleggen stukken

1. Bij een aanvraag om subsidie dienen te worden overlegd:

    • a.

      een gespecificeerde begroting van de kosten, die niet ouder is dan 2 jaar;

    • b.

      een technische omschrijving van de te verrichten werkzaamheden;

    • c.

      bij voorgenomen wijzigingen: tekeningen van de bestaande en toekomstige situatie (minimaal op schaal 1:100);

    • d.

      voor zover vereist: een recent inspectierapport opgemaakt door een onafhankelijke deskundige op het gebied van de monumentenzorg.

  • 2.

    Het college kan om nadere gegevens en stukken verzoeken als dit voor de beoordeling van de aanvraag nodig wordt geacht.

Artikel 1.8 Beslistermijn

  • 1. Het college beslist op een aanvraag om subsidie binnen 12 weken na de dag waarop deze is ontvangen.

  • 2. De beslissing kan eenmaal worden verdaagd gedurende ten hoogste 8 weken.

Artikel 1.9 Weigering en intrekking

  • 1. De subsidie kan naast de gevallen bedoeld in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht in ieder geval worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:

    • a.

      de instandhouding van het monument niet zal plaatsvinden of omdat een daarvoor vereiste omgevingsvergunning ontbreekt;

    • b.

      de activiteiten van de aanvrager niet passen in het gemeentelijke beleid met betrekking tot de subsidieverlening;

    • c.

      het monument niet is vermeld in het Erfgoedregister van gemeentelijke beschermde monumenten als bedoeld in artikel 1.2 van deze verordening;

    • d.

      de geldmiddelen niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie is aangevraagd;

    • e.

      de eigenaar het beschermd monument niet behoorlijk onderhoudt, voldoende verzekert of verzekerd houdt tegen brand-, storm- en bliksemschade;

    • f.

      de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

    • g.

      de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken - hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden - om de kosten van de activiteiten te dekken.

    • h.

      de aanvrager niet binnen 12 maanden na de verzenddatum van de beschikking tot subsidieverlening met de uitvoering van de activiteiten is begonnen.

    • i.

      het verzoek om subsidie minder bedraagt dan € 250,00.

  • 2. Naast de gevallen als bedoeld in artikel 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidie ook worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd in de gevallen in het eerste lid onder a tot en met f.

Artikel 1.10 Verplichtingen

  • 1. De subsidieontvanger is verplicht het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat deze van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en het recht erop.

  • 2. De subsidieontvanger is verplicht uiterlijk binnen twee jaar na het verlenen van de subsidie de werkzaamheden bij het college gereed te melden. Het college kan deze termijn met maximaal een jaar verlengen. Gereed melding geschiedt door middel van een door het college vastgesteld formulier. Een gereed melding wordt aangemerkt als aanvraag om vaststelling van de subsidie. Indien de maximale termijn van gereedmelding is overschreden wordt de toegekende subsidie geweigerd op grond van artikel 1.9.b. van deze verordening.

  • 3. De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een onderzoek van de rekenkamercommissie als bedoeld in de Verordening op de rekenkamercommissie, indien deze commissie daarom verzoekt.

  • 4. Voor zover subsidie wordt aangevraagd voor activiteiten die mede door andere bestuursorganen, uit andere fondsen of geldmiddelen kunnen worden gesubsidieerd, doet de aanvrager daarvan mededeling onder vermelding van de stand van zaken.

  • 5. Burgemeester en wethouders kunnen - naast de verplichtingen bedoeld in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht voorwaarden stellen met betrekking tot:

  • a. het stellen van zekerheid met betrekking tot verleende voorschotten;

  • b. de manier waarop de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.

Artikel 1.11 Subsidievaststelling en verantwoording

  • 1. De aanvraag tot vaststelling van subsidie (gereed melding) wordt ingediend binnen 6 weken na afloop van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend.

  • 2. De aanvraag tot vaststelling (gereedmelding) gaat in elk geval vergezeld van:

    a.een verklaring van de subsidieontvanger dat bij het realiseren van het project is voldaan aan de opgelegde verplichtingen;

  • b. een opgave van de datum waarop de activiteiten zijn gerealiseerd;

  • c. een gespecificeerde opgave van de uitgevoerde activiteiten, onder overlegging van de originele rekeningen betaalbewijzen die daarop betrekking hebben.

  • 3. Het college beslist op een verzoek tot vaststelling van subsidie (gereedmelding) uiterlijk twaalf weken na ontvangst.

  • 4. Indien bij controle komt vast te staan dat de werkelijk gemaakte kosten hoger zijn dan de geraamde kosten, leidt dit gegeven niet tot verhoging van de subsidie.

Artikel 1.12 Voorschotten en deelbetalingen

Het college kan de subsidie in gedeelten uitbetalen en indien de noodzaak aantoonbaar is voorschotten op de subsidie verlenen.

Artikel 1.13 Hardheidsclausule

  • 1. Het college kan - in bijzondere gevallen - ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

  • 2. In de gevallen waarin de uitvoering van deze verordening niet voorziet beslist het college.

HOOFDSTUK II

Artikel 2.1 Aan wie en waarvoor

  • 1. Aan de eigenaar van een beschermd gemeentelijk monument kan een subsidie worden toegekend in de kosten in verband met instandhouding van een gemeentelijk monument voor zover deze:

    • a.

      het normale onderhoud te boven gaan; en

    • b.

      voor de instandhouding van het object noodzakelijk zijn.

  • 2. De subsidie bedraagt maximaal 25% van de instandhoudingkosten.

Artikel 2.2 Subsidiabele kosten

  • 1. De kosten in verband met instandhouding van een gemeentelijk monument worden door of namens het college beoordeeld en goedgekeurd aan de hand van:

  • a. de aanneemsom;

  • b. de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen;

  • c. het honorarium van de architect en de constructeur;

  • d. de kosten van het dagelijks toezicht;

  • e. de aanbestedingskosten;

  • f. de verschuldigde omzetbelasting (tenzij deze fiscaal verrekenbaar is).

  • 2. De beoordeling in het vorige lid vindt plaats aan de hand van de volgende criteria:

    • a.

      soberheid en doelmatigheid strekkend tot de instandhouding van het beschermde gemeentelijk monument en zijn monumentale waarden;

    • b.

      aanwending om verval of gevolgschade te voorkomen;

    • c.

      gerichtheid op maximaal behoud van aanwezig historische materialen en constructies en/of ter vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen.

  • 3. Bij het vaststellen van de subsidiabele instandhoudingkosten worden de beleidsregels van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) inzake instandhouding monumenten als uitgangspunt gehanteerd.

  • 4. Niet subsidiabel zijn de kosten voor werkzaamheden die:

  • a. bedoeld zijn voor reconstructie, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van het college ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn;

  • b. voortvloeien uit veranderd gebruik;

  • c. zijn gericht op comfortverbetering.

Artikel 2.3 Slotbepalingen, citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Bij nader besluit van het college kunnen functionarissen worden aangewezen belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

  • 2.

    Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Subsidieverordening beschermde gemeentelijke monumenten Weststellingwerf 2017’.

  • 3.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

  • 4.

    Met ingang van de datum genoemd in lid 3 vervalt de “Subsidieverordening beschermde gemeentelijke monumenten gemeente Weststellingwerf 2012”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25 september 2017,

de griffier, de voorzitter,