Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zeewolde

Besluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Zeewolde houdende regels omtrent mandaat Mandaatbesluit 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZeewolde
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBesluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Zeewolde houdende regels omtrent mandaat Mandaatbesluit 2017
CiteertitelMandaatbesluit 2017
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp
Externe bijlageBijlage 1: Bevoegdhedenregister 2017

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling bevat de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding.

Deze regeling is tevens vastgesteld door de burgemeester.

Deze regeling is gerectificeerd omdat het vaststellende bestuursorgaan niet juist genoemd werd in de aanhef, de sluiting en in de bijlage.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. art. 10:13 Algemene wet bestuursrecht
  2. art. 10:12 Algemene wet bestuursrecht
  3. art. 160 Gemeentewet
  4. art. 168 Gemeentewet
  5. art. 171 Gemeentewet
  6. art. 173 Gemeentewet
  7. art. 232 Gemeentewet
  8. art. 233 Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

04-04-2019bijlage 1

26-02-2019

gmb-2019-79187

V083
18-01-201804-04-2019bijlage 1

19-12-2017

gmb-2018-10540

V083
03-01-201818-01-2018artikel 5, 6, bijlage

14-12-2017

gmb-2018-1403

00500000033293
06-02-201703-01-2018nieuwe regeling

10-01-2017

Gemeenteblad 2017, 17475

z160052406

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Zeewolde houdende regels omtrent mandaat Mandaatbesluit 2017

Burgemeester en wethouders, de Burgemeester van de gemeente Zeewolde,

ieder voor zover hun bevoegdheid betreft;

gelezen het voorstel van afdeling Ondersteuning d.d. 2 december 2016;

gelet op artikel 10:3 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht,

gelet op de artikelen 160, 168, 171, 173, 232 en 233 van de Gemeentewet;

Besluiten

  • I.

    het uitoefenen van de bevoegdheden, genoemd in het bij dit besluit behorende overzicht, met inbegrip van de ondertekening van stukken te mandateren aan de daarbij in de kolom 4 genoemde functionarissen;

  • II.

    ten aanzien van de uitoefening van de bevoegdheden in mandaat of ondermandaat de volgende voorschriften vast te stellen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    besluit: een beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling;

  • b.

    mandaat: de bevoegdheid tot het nemen van besluiten in naam en onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan;

  • c.

    volmacht/machtiging: de bevoegdheid tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen of andere handelingen namens de gemeente als rechtspersoon, in dit besluit en de bijbehorende lijst (bevoegdhedenregister) ook als mandaat aangeduid.

  • d.

    ondermandaat: een door een gemandateerde verleend mandaat;

  • e.

    aangaan van overeenkomsten: het aangaan van overeenkomsten, waaronder het opzeggen van overeenkomsten, het vorderen van ontbinding en nakoming en voorts alle bevoegdheden die daarmee samenhangen.

  • f.

    bevoegdhedenregister: de aan dit besluit gehechte lijst met mandaten, machtigingen en volmachten

Artikel 2. Algemeen

  • 1.

    Een bevoegdheid wordt formeel toebedeeld aan een functie en niet aan een persoon, tenzij het laatste wettelijk vereist is;

  • 2.

    De mandaatgever blijft bevoegd om de gemandateerde per geval of in het algemeen instructies te geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid;

  • 3.

    De mandaatgever is te allen tijde bevoegd het mandaat te beëindigen, indien hij voortzetting daarvan niet langer wenselijk acht.

  • 4.

    Een verleend mandaat omvat, onverminderd het bepaalde in lid 5 en 6 van dit artikel:

    • het nemen van besluiten in positieve of negatieve zin;

    • het ondertekenen van besluiten;

    • het nemen van alle voorbereidingsbesluiten en het verrichten van alle voorbereidingshandelingen;

    • het intrekken van besluiten (niet in kader van bestuurlijke handhaving);

    • het uitreiken van bewijs van ontvangst aanvragen etc.;

    • het vaststellen van formulieren voor het indienen van aanvragen etc.;

    • verdagen en/of uitstellen;

    • verzoeken om aanvullende informatie;

    • verzoeken tot kosteloze advisering aan derden

    • het voeren van correspondentie, die direct te maken heeft met de opgedragen taken;

    • het verstrekken van inlichtingen over vastgesteld beleid;

    • het stellen van nadere voorwaarden;

    • het toekennen van bedragen in termijnen;

    • het toekennen van voorschotten;

    • het uitvoeren van selectie en gunning conform het inkoopbeleid Meerinzicht;

    • het bekend maken van besluiten/beschikkingen, daar waar de verplichting daartoe in de wetgeving is opgenomen;

    • het toezenden van besluiten/beschikkingen aan instanties, daar waar de verplichting daartoe in de wetgeving is opgenomen;

    • alle andere besluiten die genomen moeten worden en alle andere handelingen die moeten worden verricht binnen het kader van de uitvoering van de verleende bevoegdheid.

  • 5.

    De bevoegdheid tot het verrichten van uitvoeringscorrespondentie en het verstrekken van informatie voor niet-gemandateerde bevoegdheden worden bij machtiging opgedragen aan alle ambtelijke functionarissen, voor zover een relatie hebbend met hun functie en geen nieuwe rechtsverhoudingen worden geschapen.

  • 6.

    Het bepaalde in dit besluit is ook van toepassing op volmacht en machtiging.

Artikel 3. Bij het mandaat in acht te nemen voorschriften

  • 1.

    De gemandateerde houdt bij het uitoefenen van de bevoegdheden de specifieke bepalingen als opgenomen in kolom 6 van het bij dit besluit behorend overzicht in acht;

  • 2.

    Bij het nemen van besluiten op grond van mandaat dienen alle van toepassing zijnde wetten, voorschriften, verordeningen, raadsbesluiten, circulaires, aanwijzingen, richtlijnen, beleidsregels etc. in acht genomen te worden.

  • 3.

    In het bijzonder dienen de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht in acht genomen te worden.

Artikel 4. Wanneer is het mandaat niet van toepassing

  • 1.

    Het mandaat is niet van toepassing, indien:

    • a.

      het besluit niet binnen het gegeven wetgevings- en/of beleidskader kan worden genomen dan wel bij het te nemen besluit van het gangbare of vastgestelde beleid wordt afgeweken. In dat geval legt de gemandateerde de zaak vooraf aan de betrokken portefeuillehouder voor. Indien deze zulks nodig acht, wordt de zaak ter verdere besluitvorming aan burgemeester en wethouders voorgelegd. Negatieve beslissingen, voor zover deze niet vallen binnen het bestaande beleid, worden aan burgemeester en wethouders voorgelegd;

    • b.

      het besluit niet leidt tot in de begroting geraamde uitgaven, met uitzondering van uitgaven die gedaan worden in het kader van een wettelijke verplichting waarbij een open-eind regeling van toepassing is;

    • c.

      het besluit leidt tot derving van inkomsten;

    • d.

      het besluit niet spoort met een voorgenomen verandering in geformuleerd beleid;

    • e.

      burgemeester en wethouders en/of de directie te kennen hebben gegeven dat zij besluitvorming door burgemeester en wethouders wenselijk achten;

    • f.

      het besluit een beslissing op een verzoek- / bezwaarschrift betreft, met uitzondering van het beslissen op bezwaar inzake gemeentelijke belastingen;

    • g.

      meerdere afdelingen over een te nemen besluit geheel of gedeeltelijk tegenstrijdige adviezen hebben uitgebracht.

  • 2.

    Voor zover het mandaat betrekking heeft op het gebied van de gemeentelijke belastingen vindt in de in het eerste lid genoemde gevallen eerst overleg plaats met de heffings- en/of invorderingsambtenaar.

Artikel 5. Plaatsvervanger

  • 1.

    Ingeval van afwezigheid van functionarissen aan wie bij of krachtens dit besluit bevoegdheden in mandaat zijn verleend, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door hun plaatsvervanger.

  • 2.

    De plaatsvervanger wordt - voor zover het niet de aan de directie gemandateerde bevoegdheden betreft- aangewezen door het afdelingshoofd of de domeindirecteur. De directie wordt van die aanwijzing schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 6. Ondermandaat

  • 1.

    De gemandateerde is bevoegd om de aan hem gemandateerde bevoegdheden geheel of gedeeltelijk onder te mandateren, indien dit in kolom 5 van het bij dit besluit behorend overzicht is aangegeven.

  • 2.

    Bij het ondermandateren van een bevoegdheid kunnen voorwaarden worden gesteld, die bij het uitoefenen van de ondergemandateerde bevoegdheden in acht genomen dienen te worden.

  • 3.

    Bij het ondermandateren van bevoegdheden dient het daartoe strekkend besluit ter opberging naar het archief gezonden te worden.

Artikel 7. Overleg met andere afdelingen

Indien op grond van een bij mandaat te nemen besluit een andere afdeling belang heeft of de desbetreffende zaak het taakgebied van een andere afdeling raakt, legt degene die gerechtigd is de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen, de zaak vooraf voor aan die andere afdeling. Indien met die andere afdeling geen overeenstemming wordt bereikt, wordt de zaak eerst voorgelegd aan de directie.

Artikel 8. Redactie en ondertekening van bij mandaat genomen besluiten

  • 1.

    In geval van uitoefening van bevoegdheden namens burgemeester en wethouders worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: "namens burgemeester en wethouders", gevolgd door de handtekening van de gemandateerde, zijn of haar naam en functie.

  • 2.

    In geval van uitoefening van bevoegdheden namens de burgemeester worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: "namens de burgemeester", gevolgd door de handtekening van de gemandateerde, zijn of haar naam en functie.

  • 3.

    In geval van uitoefening van bevoegdheden namens de heffings- en/of invorderingsambtenaar worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: "namens de heffingsambtenaar en/of namens de invorderingsambtenaar", gevolgd door de handtekening van de gemandateerde, zijn of haar naam en functie.

Artikel 9. Besluitenlijst

Jaarlijks wordt per afdeling een lijst bijgehouden en gearchiveerd van de in mandaat genomen besluiten.

Artikel 10. Intrekking eerder mandaatbesluit

Het mandaatbesluit van 2010 en de daarbij behorende bevoegdhedenregister (mandaatlijst) worden ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van dit besluit met bijbehorend overzicht.

Artikel 11 Citeertitel van deze regeling en inwerkingtreding

Dit besluit kan worden aangehaald als Mandaatbesluit 2017 en treedt, samen met het daarbij behorend overzicht het ‘bevoegdhedenregister (mandaatlijst) 2017’, in werking op 6 februari 2017.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde op 10 januari 2017.

Zeewolde,

Burgemeester en Wethouders voornoemd,

de secretaris, de burgemeester,

R.C. van Nunspeet G.J. Gorter

De burgemeester,

G.J. Gorter