Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zutphen

Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het haven- en opslaggelden 2019 (Verordening haven- en opslaggelden gemeente Zutphen 2019)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZutphen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het haven- en opslaggelden 2019 (Verordening haven- en opslaggelden gemeente Zutphen 2019)
CiteertitelVerordening haven- en opslaggelden gemeente Zutphen 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze verordening vervangt de Verordening haven- en opslaggelden gemeente Zutphen 2018.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

28-12-2018Nieuwe regeling

17-12-2018

gmb-2018-275216

129427

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het haven- en opslaggelden 2019 (Verordening haven- en opslaggelden gemeente Zutphen 2019)

 

De raad van de gemeente Zutphen,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 november 2018 met nummer 129427;

 

gelet op artikel(en) 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a. van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de:

 

Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het haven- en opslaggelden 2019 (Verordening haven- en opslaggelden gemeente Zutphen 2019)

 

 

Hoofdstuk 1 Havengeld

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • b.

    laden of lossen: het in- of ontschepen van goederen met uitzondering van winkelwaren, bestemd voor de opvarenden en brandstoffen ten behoeve van de opvarenden en de voortbeweging van het vaartuig;

  • c.

    vaartuigen: alle soorten drijvende lichamen, welke wegens hun drijfvermogen worden gebezigd dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of handelswaren.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘havengeld’ wordt een recht geheven wegens het gebruik van de gemeentelijke haven of kade ten behoeve van vaartuigen, hieronder mede begrepen het meren van genoemde objecten aan een ander vaartuig of drijvend voorwerp, dat met de kade is verbonden.

Artikel 3 Belastingplicht

Het havengeld wordt geheven van de schipper, van de gezagvoerder, van de eigenaar, van de beheerder of van de bewoner van de in artikel 1 genoemde objecten.

Artikel 4 Bepaling waterverplaatsing

  • 1.

    De waterverplaatsing van een vaartuig wordt bepaald overeenkomstig de bij het vaartuig behorende, mits in Nederland geldige, meetbrief. Onder waterverplaatsing wordt verstaan: de in m3 uitgedrukte waterverplaatsing van een vaartuig tussen het vlak van de grootste toegelaten diepgang en het vlak van inzinking van het ledige vaartuig.

  • 2.

    De ingenomen wateroppervlakte wordt bepaald door vermenigvuldiging van de grootste lengte met de grootste breedte van het vaartuig, zoals die in de bij het vaartuig behorende, mits in Nederland geldige, meetbrief zijn vermeld.

  • 3.

    Bij gebreke van de in het eerste en tweede lid bedoelde meetbrieven, bij weigering deze te tonen of in geval deze de noodzakelijke gegevens niet of niet volledig vermelden, wordt de waterverplaatsing of de oppervlakte op basis van andere beschikbare gegevens vastgesteld.

 

Artikel 5 Grondslag van de heffing

De grondslag van de heffing voor vaartuigen, kantoorboten, boothuizen, pontons, vlotten en balken, roeiboten, bergings-, heffings-, bagger- en dergelijk drijvend materiaal vormt het aantal m2 ingenomen wateroppervlakte.

 

Artikel 6 Tarieven

Het havengeld bedraagt per keer voor een onafgebroken verblijf van ten hoogste vijf achtereenvolgende dagen, per 10 m2 ingenomen wateroppervlakte of gedeelte hiervan € 1,75. Reserveringskosten: als gebruik wordt gemaakt van reservering van een ligplaats, per ligplaats: € 39,65.

 

Artikel 7 Bijbetaling

Als het havengeld is betaald volgens het tarief per keer, en het gebruik van de haven of de kade voortduurt na afloop van de termijn waarvoor het havengeld is betaald, wordt opnieuw havengeld geheven volgens het tarief per keer.

 

Artikel 8 Vervanging van vaartuigen

  • 1.

    Als een vaartuig, waarvoor het havengeld is voldaan, in de loop van het belastingjaar wordt vervangen door een ander vaartuig, kan, op schriftelijk verzoek, het betaalde havengeld door het college geldig worden verklaard voor het nieuwe vaartuig.

  • 2.

    Als het havengeld, dat anders voor het nieuwe vaartuig zou worden geheven, hoger is dan hetgeen eerder in rekening is gebracht, moet het verschil in havengeld, berekend over het aantal nog niet verstreken volle kalendermaanden van het belastingjaar, worden bijbetaald.

 

Artikel 9 Vrijstellingen

Geen havengeld wordt geheven van:

  • a.

    vaartuigen, geen pleziervaartuigen of passagiersschepen zijnde, gedurende de eerste twaalf uren dat zij, zonder te laden of te lossen, van de haven of de kade gebruik maken;

  • b.

    vaartuigen, uitgezonderd pleziervaartuigen en passagiersschepen, welke aankomen maximaal 10 uur voor de aanvang van een zondag en vertrekken maximaal 9 uur na afloop van die zondag zonder te hebben geladen en/ of gelost; in dit verband worden mede voor een zondag gerekend de nieuwjaarsdag en de algemeen erkende christelijke feestdagen;

  • c.

    rijksvaartuigen, uitsluitend bestemd voor de openbare dienst;

  • d.

    gemeentevaartuigen;

  • e.

    vaartuigen, die worden gebezigd ter uitvoering van werkzaamheden in opdracht van de gemeente;

  • f.

    hospitaalschepen;

  • g.

    vaartuigen, waarvan de schipper aantoont, dat wegens ernstige familieomstandigheden van de haven of de kade gebruik wordt gemaakt, mits niet wordt geladen en/of gelost;

  • h.

    vaartuigen, die ten gevolge van ijsgang of weersgesteldheden of de lage waterstand zijn gedwongen langer dan zeven achtereenvolgende dagen in de haven of aan de kade te verblijven, mits niet wordt geladen en/ of gelost, met dien verstande, dat over de eerste vijf achtereenvolgende dagen normaal havengeld wordt geheven volgens het tarief per keer;

  • i.

    woonschepen, gedurende de eerste veertien al dan niet achtereenvolgende dagen in een belastingjaar;

  • j.

    roeiboten, behorende bij vaartuigen waarvoor havengeld is verschuldigd;

  • k.

    lichterschepen, als vaartuigen bij laag water of als gevolg van averij verplicht zijn hun lading door middel van deze schepen te lossen.

 

Hoofdstuk 2 Opslaggeld

Artikel 10 Aard van de heffing

Onder de naam van ‘opslaggeld’ wordt een recht geheven voor het gebruik van de gemeentelijke kade door het daarop plaatsen van voorwerpen en/ of goederen hoe ook genaamd, waaronder onder meer begrepen mobiele kranen, laadtrechters, jacobsladders en transportbanden.

 

Artikel 11 Belastingplicht

Het opslaggeld wordt geheven van degene, die de in artikel 10 genoemde voorwerpen c.q. goederen op de gemeentelijke kade heeft.

 

Artikel 12 Grondslag van de heffing

  • 1.

    De grondslag van de heffing voor het opslaggeld vormt het door de voorwerpen en/ of de goederen in gebruik genomen aantal m2 kade-oppervlakte.

  • 2.

    Als de voorwerpen en/ of goederen hoger worden opgestapeld of hoger zijn dan 3 meter, wordt voor de toepassing van deze verordening het in het eerste lid bedoelde aantal m2 verdubbeld.

 

Artikel 13 Tarief

Het opslaggeld bedraagt per 10 m2 in gebruik genomen kade-oppervlakte of gedeelte hiervan, per dag € 1,75.

 

Artikel 14 Vrijstelling

Als en voor zolang de waterstand van de IJssel zodanig is, dat de op de kade geplaatste voorwerpen en/ of goederen niet kunnen worden afgevoerd, wordt na het tijdstip waarop, volgens een aan de havenmeester vóór de opslag gedane verklaring, die goederen zouden worden afgevoerd, hiervoor geen opslaggeld geheven.

 

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 15 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 16 Wijze van heffing

De haven- en opslaggelden worden geheven door middel van een gedagtekende nota, waarin de naam van de belastingschuldige, het verschuldigde bedrag en de aard van het gebruik worden vermeld.

 

Artikel 17 Betaling

  • 1.

    Het havengeld moet worden voldaan zodra het gebruik van de haven of kade aanvangt.

  • 2.

    Het opslaggeld moet worden voldaan zodra het gebruik van de kade aanvangt.

 

Artikel 18 Nadere regels door het bestuur van de gemeenschappelijke regeling

Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking kan nadere regels geven over de heffing en de invordering van haven- en opslaggeld.

 

Artikel 19 Datum van ingang heffing

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

 

Artikel 20 Intrekking oude regeling

De Verordening haven- en opslaggelden gemeente Zutphen 2018, zoals vastgesteld bij besluit van 18 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2019, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 21 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

 

Artikel 22 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening haven- en opslaggelden gemeente Zutphen 2019.

 

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van

de raad van de gemeente Zutphen,

gehouden op: 17 december 2018

De voorzitter, de griffier,