Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zwolle

Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie 2010

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZwolle
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening gemeentelijke rekenkamercommissie 2010
CiteertitelVerordening gemeentelijke rekenkamercommissie 2010
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpBestuurlijke organisatie

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Hoe werkt de gemeentelijke rekenkamer?

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 81 oa Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

06-07-201011-04-2010Nieuwe regeling

05-07-2010

n.v.t.

gb1-2010.104

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie 2010

 

 

VERORDENING OP DE GEMEENTELIJKE REKENKAMERCOMMISSIE 2010

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    De rekenkamercommissie: de gemeentelijke commissie ter uitoefening van de rekenkamerfunctie.

  • 2.

    Doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin de organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of beoogde maatschappelijke effecten te bereiken.

  • 3.

    Doelmatigheid of efficiency: het streven om met een zo gunstig mogelijke inzet van de beschikbare productiemiddelen het gewenst resultaat te bereiken.

Artikel 2 Taak

De taak van de rekenkamercommissie is het uitvoeren of doen uitvoeren van beleidsevaluatieonderzoeken. De doeltreffendheid en doelmatigheid van het gemeentelijk beleid staan hierbij centraal.

Artikel 3 Samenstelling en benoeming

  • 1

    De rekenkamercommissie bestaat uit zes leden, waarvan vijf raadsleden en één niet-raadslid Benoeming en ontslag van de leden is een bevoegdheid van de raad.

  • 2

    De benoemde raadsleden moeten een redelijke afspiegeling van de raad vormen; ten minste één raadslid moet komen uit een niet in het college van burgemeester en wethouders vertegenwoordigde partij.

  • 3

    Leden van het college van burgemeester en wethouders kunnen geen lid zijn van de rekenkamercommissie

  • 4

    Het niet-raadslid wordt als vast lid benoemd voor de duur van de raadsperiode. Dit lid moet specifieke deskundigheid hebben op het gebied van het uitvoeren van beleidsevaluaties bij de overheid, bij voorkeur de lokale overheid.

    Personen die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur of in opdracht van de gemeente werkzaamheden hebben uitgevoerd die betrekking hebben op het te onderzoeken onderwerp, kunnen niet als lid van de rekenkamercommissie worden benoemd.

  • 5.

    Voor ieder onderzoekkande rekenkamercommissie een niet-raadslid met specifieke deskundigheid op het terrein van dat onderzoek als ad-hoc adviseur inhuren.

  • 6.

    De rekenkamercommissie kan een lid van de directie uitnodigen om op te treden als ad hoc adviseur.

Artikel 4 Voorzitter en secretaris

  • 1.

    De rekenkamercommissie kiest uit haar midden een voorzitter. De voorzitter draagt zorg voor:

    • a.

      het tot stand komen van de concept onderzoeksopdracht.

    • b.

      het tot stand komen van een onderzoeksrapport met conclusies en aanbevelingen.

    • c.

      het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming binnen de rekenkamercommissie.

    • d.

      de leiding van de vergaderingen aan de rekenkamercommissie.

    • e.

      in voorkomende gevallen optreden namens de rekenkamercommissie.

  • 2.

    De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, die door het collegevan burgemeester en wethouders wordt aangewezen. Deze draagt zorg voor:

    • a.

      de procescoördinatie van de onderzoeken.

    • b.

      de ondersteuning van de rekenkamercommissie.

    • c.

      de organisatie van de vergaderingen in overleg met de voorzitter.

Artikel 5 Selectie onderzoeksonderwerp

  • 1.

    Selectie onderzoeksonderwerp:

  • a.

    De rekenkamercommissie bepaalt het onderwerp dat zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.

  • b.

    De in het eerste lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de rekenkamercommissie ter kennisneming aan de raad gestuurd.

  • c.

    Voor de keuze van het onderwerp van onderzoek beheert de rekenkamercommissie een niet openbare groslijst

  • d.

    De raad kan de rekenkamercommissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamercommissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamercommissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

  • 2.

    De rekenkamercommissie benoemt 1 zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de onderzoeksopdracht het ad hoc lid,. overeenkomstig art 3 lid

  • 3.

    Bij de keuze van het onderzoeksonderwerp worden de volgende richtinggevende criteria zo veel mogelijk in acht genomen:

  • a.

    Het onderwerp moet op effectiviteit van beleid en/of efficiency van de uitvoering kunnen worden getoetst

  • b.

    Het onderwerp moet bestuurlijk relevant zijn, waarbij het maatschappelijk effect zwaar weegt

  • c.

    Het gemeentebestuur moet van de uitkomsten kunnen leren.

  • d.

    De betrokkenheid van het gemeentebestuur bij het onderwerp dient substantieel en aanwijsbaar te zijn.

  • e.

    Het onderwerp dient betrekking te hebben op een (deels) afgerond beleidsonderdeel, waardoor de relatie met in raadsdocumenten vastgelegde beleidsdoelen en gewenste resultaten gelegd kan worden.

Artikel 6 Werkwijze

  • 1.

    De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van het onderzoek.

  • 2.

    Het directielid, zoals bedoeld in artikel 3 lid 6, draagt zorg voor tijdige en volledige informatieverschaffing vanuit het ambtelijk apparaat aan de rekenkamercommissie.

  • 3.

    Indien de rekenkamercommissie inlichtingen wenst van leden van het college, van raadsledenof medewerkers van de gemeente, zijn zij verplicht daaraan gehoor te geven.

  • 4.

    De directie wordt tijdens het onderzoek gevraagd het conceptrapport te toetsen op onjuistheden, die relevant zijn voor de oordeelsvorming van de rekenkamercommissie.

  • 5.

    De rekenkamercommissie kan,terugkoppelen naar de raad op momenten die zij dienstig acht.

  • 6.

    De rekenkamercommissie kan burgers betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en rapportering van onderzoeken, wanneer de rekenkamercommissie dat wenselijk acht.

  • 7.

    De rekenkamercommissie publiceert over de voorbereiding, uitvoering en rapportering van onderzoeken op de momenten dat zij dat wenselijk acht.

Artikel 7 Beslotenheid en geheimhouding

  • 1.

    De vergaderingen van de rekenkamercommissie worden in beslotenheid gehouden.

  • 2.

    De rekenkamercommissie kan geheimhouding opleggen over de inhoud van stukken die aan de rekenkamercommissie zijn overgelegd en op alles wat tijdens het onderzoek aan het licht komt. Geheimhouding kan tevens worden opgelegd over hetgeen in de vergadering is behandeld.

  • 3.

    De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de rekenkamercommissie haar opheft. Betreft het stukken waarover door andere organen geheimhouding is opgelegd, of het verslag van de behandeling van dergelijke stukken, dan blijft geheimhouding gehandhaafd tot het betreffende orgaan of de raad deze opheft.

  • 4.

    De rapporten en de verslagen van de rekenkamercommissie zijn conform artikel 185 lid 5 van de Gemeentewet openbaar.

Artikel 8 Resultaten onderzoek

  • 1.

    Het onderzoek van de rekenkamercommissie resulteert in een openbaar onderzoeksrapport, waarin bevindingen, conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen. Eventuele minderheidsstandpunten worden weergegeven.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders geeft binnen 6 weken na het gereedkomen van het onderzoeksrapport een reactie op de conclusies en aanbevelingen van het onderzoeksrapport.

  • 3.

    Het onderzoeksrapport wordt samen met de reactie van het college van burgemeester en wethouders in de raad besproken.

  • 4.

    De raad neemt besluiten naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen van het onderzoeksrapport met inachtneming van de reactie van het college van burgemeester en wethouders.

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1: Begripsbepalingen

Volgens artikel 81oa lid 1 van de gemeentewet is er sprake van een rekenkamerfunctie als er geen rekenkamer conform artikel 81a wordt ingesteld (wettelijke rekenkamer). De raad stelt bij verordening nadere regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie.

Artikel 2: Taak

Met de instelling van de rekenkamercommissie wordt beoogd de raad een mogelijkheid te geven om door middel van beleidsevaluaties een bijdrage te leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde gemeentelijk beleid alsmede de doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan. Met andere woorden, zijn de bedoelingen van de raadsbesluiten in praktijk gebracht, is het doel bereikt en tegen welke inspanningen.

Bij het onderzoek zal, vanuit overwegingen van doelmatigheid, uiteraard zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden gemaakt van of worden voortgeborduurd op reeds uitgevoerde toetsen ter zake; gedacht kan bijvoorbeeld worden aan door de externe accountant uitgevoerde toetsing op de getroffen maatregelen ter waarborging van de doelmatigheid van het beheer en de administratie.

De rekenkamercommissie heeft geen taak in het kader van de behandeling en vaststelling van de jaarrekening. De rechtmatigheid daarvan wordt niet beoordeeld.

Artikel 3: Werving en vergoeding niet-raadsleden

Voor de werving van de niet raadsleden wordt een profielschets opgesteld, waarin duidelijk de gewenste eigenschappen en vaardigheden staan vermeld.

Uitgangspunt voor de vergoeding is het gestelde in de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010.

Artikel 4:

De werkzaamheden van de ambtelijk secretaris vinden plaats onder de verantwoordelijkheid van de raadsgriffier

Artikel 5 lid 1 Onderzoek op verzoek van de raad.

Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid, van de Gemeentewet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

Artikel 5 : Onderzoekskeuze

  • a.

    De rekenkamercommissie beheert een groslijst met potentiële onderzoeksonderwerpen.

  • b.

    Deze groslijst wordt gevuld door de rekenkamercommissie op basis van een systematische screening van de beleidsontwikkeling en –uitvoering van de gemeente.

  • c.

    Ook kunnen signalen vanuit de samenleving of uit de ambtelijke of bestuurlijke organisatie aanleiding geven een onderwerp op de groslijst te plaatsen.

  • d.

    De rekenkamercommissie selecteert een of meerdere onderwerpen die vervolgens in de tijd worden geprogrammeerd

  • e.

    De groslijst is niet openbaar, omdat de op de lijst staande onderwerpen nog niet zijn onderzocht op hun onderzoekswaardigheid.

Artikel 5: Onderzoeksopzet

De onderzoeksopzet bestaat in ieder geval uit de volgende elementen:

  • a.

    Onderzoeksvragen en uitgangspunten.

  • b.

    Inzicht in de te verwachten resultaten, waarbij zoveel mogelijk aangesloten wordt op de geformuleerde doelen en de te verwachten resultaten uit het Meerjarig ontwikkelingsplan (MOP).

  • c.

    Planning.

  • d.

    Begroting van de onderzoekskosten.

Artikel 6: Terugkoppeling

Eventuele terugkoppeling gedurende het onderzoek zal met name procedureel en informatief van aard zijn.

Artikel 6: Burgers

Het meer betrekken van burgers bij de onderzoeken kan geschieden via reeds bestaande media als de website van de rekenkamercommissie en de gemeentelijke meldingen in de lokale kranten. Suggesties van burgers moeten kunnen worden vertaald naar onderwerpen op de groslijst. Het vernemen van opvattingen van (legitieme) vertegenwoordigers van betrokken burgers is standaard onderdeel van de onderzoeksprocedure. Daarnaast is het zaak dat de rekenkamer ook publiek maakt waarmee zij bezig is en dit houdt tevens een min of meer publieke verantwoording in.

Artikel 7: Beslotenheid van de vergaderingen

De vergaderingen en overige werkzaamheden van de rekenkamercommissie hebben het karakter van onderzoek naar feiten. Om een zo volledig mogelijk beeld van de feiten te krijgen, ook in gesprekken met betrokkenen, verdient het sterk de voorkeur, dat het werk van de rekenkamercommissie in beslotenheid plaats vindt.