Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zwolle

Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZwolle
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010
CiteertitelVerordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpBestuurlijke organisatie

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Wat zijn regels t.a.v. wethouders, raads- en commissieleden van de gemeente Zwolle?

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Artikel 149 Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

12-04-2012Wijziging artikel 20

09-01-2012

De Peperbus 04/04/2012

gb 2012-01.09
27-05-201011-03-201012-04-2012Nieuwe regeling

26-04-2010

De Peperbus 19/05/2010

gb1-2010.055

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN 2010

 

 

Hoofdstuk I Begripsomschrijvingen

Artikel 1

Deze verordening bevat de financiële voorzieningen voor wethouders, raads- en commisieleden van de gemeente Zwolle, zoals deze lokaal zijn vastgesteld in aanvulling op de geldende de dwingende regels in de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders, Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (APPA alleen voor wethouders) en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.

Ten aanzien van het gebruik van de ter beschikking gestelde voorzieningen houden de Raadsleden en de wethouders zich aan de voor hen geldende gedragscodes, te weten de Gedragscode bestuurders (19 juni 2006, gb 1-2006.090) en de Gedragscode Gemeenteraad Zwolle (7 januari 2008, gb 1-2008.003).

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Commissie: een commissie als bedoeld in titel II, hoofdstuk V (artikel 82 t/m 84) van de Gemeentewet. Op het moment van vaststelling van deze verordening gaat het concreet om de volgende commissies;

    • ·

      de Commissie Beeldende Kunst;

    • ·

      de Adviescommissie Bezwaarschriften;

    • ·

      de Cliëntenraad Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Cliëntenraad SoZaWe);

    • ·

      de Cliëntenraad WMO;

    • ·

      de Cliëntenraad Wsw

    • ·

      de Commissie Culturele Activiteiten;

    • ·

      de Integratieraad;

    • ·

      de Schadebeoordelingscommissie;

    • ·

      de Commissie Stimulering Producties Podiumkunsten;

    • ·

      de Commissie Naamgeving;

    • ·

      de Belanghebbendenraad Kranenburg;

    • ·

      de Programmaraad IJsselland c.a.

    • ·

      Werkgeverscommissie Raadsgriffie

    • ·

      Rekenkamercommissie

    • ·

      het “Raadsplein” de vergaderingen van de raad, bestaande uit informatierondes, meningsvormende rondes en besluitvormingsrondes (opvolger van de vroegere Raadscommissies);

  • b.

    Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243;

  • c.

    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;

  • d.

    Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;

  • e.

    Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;

  • f.

    Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;

  • g.

    Circulaire ”Vergoedingen reis- en verblijfkosten van 27 februari 2007”

  • h.

    Raadslid: lid van de gemeenteraad als bedoeld in titel I, hoofdstuk II van de Gemeentewet, niet zijnde wethouder;

  • i.

    Griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;

  • j.

    Gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet.

  • k.

    Burgerleden: de door de fracties aangewezen leden, niet zijnde raadsleden, die het woord mogen voeren namens de fractie. tijdens de informatie- en meningsvormende ronde van het Raadsplein.

  • l.

    Fractievoorzitter: voorzitter van een fractie in de gemeenteraad zoals omschreven in artikel 11 van het Reglement van Orde (RvO).

     

Hoofdstuk II Voorzieningen voor raadsleden

Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden

  • 1.

    Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het (maximum)bedrag voor de gemeenteklasse van de gemeente Zwolle, vermeld in de voor raadsleden toepasselijke tabel (I) bij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.

  • 2.

    Fractievoorzitters ontvangen naast de vergoeding voor de werkzaamheden als raadslid voor de duur van hun voorzitterschap per jaar een toelage. Deze toelage is gelijk aan 1,2% van de vergoeding op jaarbasis en een toelage gelijk aan 0,4% van de vergoeding op jaarbasis voor elk lid dat de fractie buiten de fractievoorzitter telt. De toelagen tezamen bedragen ten hoogste 6,4% van de vergoeding op jaarbasis. De burgemeester stelt vast hoeveel leden een fractie telt en de duur van het fractievoorzitterschap.

     

Artikel 3 Onkostenvergoeding

  • 1.

    De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden onkosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse van de gemeente Zwolle, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.

  • 2.

    Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor de gemeenteklasse van de gemeente Zwolle, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.

     

Artikel 4 Berekening en betaling vaste vergoedingen

  • 1.

    Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.

  • 2.

    De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.

     

Artikel 5 Reiskosten dienstreizen

  • 1.

    Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed conform het Reisbesluit – en de Reisregeling binnenland. De vergoeding betreft:

    • a.

      bij gebruik van openbare middelen van vervoer (als trein en bus): een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;

    • b.

      bij gebruik van een eigen vervoermiddel (auto, motor, bromfiets of fiets) als openbaar vervoer niet mogelijk of niet doelmatig is: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig de artikelen 2 en 4 van de Reisregeling binnenland;

    • c.

      bij gebruik van een eigen vervoermiddel als openbaar vervoer wel mogelijk en doelmatig is: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van de Reisregeling binnenland.

       

Artikel 6 Verblijfkosten dienstreizen

De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden met inachtneming van de regels van de Gedragscode van de Gemeenteraad aan het raadslid vergoed. Uitgangspunt is vergoeding conform het bepaalde in de artikel 5 van de Reisregeling binnenland” en onze lokale circulaire ”Vergoedingen reis- en verblijfkosten”, tenzij er sprake is van een in opdracht van de gemeente gemaakte dienstreis, waaraan bijzondere kosten verbonden zijn.

 

Artikel 7 Cursus, congres, seminar of symposium

  • 1.

    De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.

  • 2.

    Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname naar het oordeel van het presidium van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap. Tevens geldt wat in de Gedragscode Gemeenteraad is opgenomen onder het kopje “Gebruik gemeentelijke voorzieningen, faciliteiten en onkostenvergoedingen”.

     

Artikel 8 Computer inclusief internetverbinding

  • 1.

    Aan het raadslid wordt gedurende zijn/haar raadslidmaatschap ten laste van de gemeente voor de uitoefening van het raadslidmaatschap op aanvraag een vergoeding verstrekt voor het gebruik van computer, bijbehorende apparatuur en software. Het betreft een bruto vergoeding die jaarlijks wordt uitgekeerd. Dit bedrag is een bijdrage in de kosten van aanschaf en onderhoud van een computer, bijbehorende apparatuur en software.

  • 2.

    De hoogte van de vergoeding voor computergebruik bedraagt € 700,- per jaar en is gebaseerd op de aanschaf van een computer (laptop) bijbehorende apparatuur en software tot een maximum van € 2333,33. Er wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 3 jaar en een privé gebruik van 10%. ( € 2333,33 x 90% : 3 = € 700,-) Deze vergoeding is tevens bedoeld als een tegemoetkoming in de kosten van een servicecontract of technische ondersteuning en verbruiksmaterialen zoals inktcartridges en papier.

  • 3.

    Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een ten laste van de gemeente verstrekte vergoeding voor computergebruik, wordt deze niet gecompenseerd.

  • 4.

    Naast de vergoeding voor computergebruik, wordt op aanvraag een vergoeding verstrekt voor de aansluit- en abonnementskosten ten behoeve van aansluiting op internet. Deze laatste vergoeding kan wel belastingvrij worden uitgekeerd. Voor de aansluiting op internet bedraagt de vergoeding € 300,-- per jaar

  • 5.

    Het raadslid houdt zich verder aan de door de gemeente opgestelde integriteitregels, waaronder de vuistregel betreffende functioneel gebruik van bedrijfsmiddelen, alsmede de toepasselijke regels voor internet en e-mailgebruik.

     

Artikel 9 Spaarloonregeling/levensloopregeling

  • 1.

    Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.

  • 2.

    Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.

  • 3.

    Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.

  • 4.

    Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.

     

Artikel 10 Fietsregeling

  • 1.

    Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.

  • 2.

    Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.

     

Artikel 11 Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid

De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

 

Artikel 12 Compensatie korting werkloosheidsuitkering

  • 1

    In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.

  • 2

    In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.

     

Artikel 13 Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de Gemeenteraad

Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de Gemeenteraad waarneemt ontvangt voor en gedurende die waarneming een toeslag conform het bepaalde artikel 8a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.

 

Artikel 14 Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

  • 1.

    De artikelen 2 tot en met 4 en 8 tot en met 12 blijven van toepassing op het raadslid aan wie (met toepassing van artikel 9 Reglement van orde van de Raad) ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is.

  • 2.

    De artikelen 1 tot en met 8 en 11 tot en met 13 van deze verordening zijn van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.

     

Hoofdstuk III Voorzieningen voor wethouders

Artikel 15 Onkostenvergoeding

De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse van de gemeente Zwolle, vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders.

Artikel 16 Kosten in verband met dienstreizen

  • 1.

    Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van binnenlandse reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt, niet zijnde woon-werkverkeer. Daarvoor gelden tevens de regels voor dienstreizen, zoals opgenomen in de gedragscode bestuurders van de gemeente Zwolle. De vergoeding betreft:

  • a.

    bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige vergoeding van de reiskosten;

  • b.

    bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders;

  • c.

    een vergoeding van noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten.

     

Artikel 17 Dienstauto

  • 1.

    De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente, niet zijnde woon-werkverkeer, gebruik maken van een dienstauto met chauffeur. Onder dienstauto wordt voor de toepassing van dit artikel mede verstaan een door de gemeente ingehuurde auto. Voor gebruik van de dienstauto gelden de regels, zoals opgenomen in het Protocol gebruik dienstauto d.d. 4 april 2008.

  • 2.

    Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van ambtsgebonden nevenfuncties gebruik maakt van de gemeentelijke dienstauto en daarvoor een vergoeding van reiskosten ontvangt wordt die vergoeding in de gemeentelijke kas gestort.

     

Artikel 18 Buitenlandse dienstreis

  • 1.

    Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed conform het Reisbesluit en de Reisregeling buitenland en de gemaakte afspraken voor buitenlandse reizen, zoals vermeld in de lokale circulaire ”Vergoedingen reis- en verblijfkosten van 27 februari 2007”.

  • 2.

    De voorwaarden in de Gedragscode van het college, zoals vastgesteld op 19 juni 2006, zijn van toepassing. Dit betekent onder meer dat het college na bespreking bepaalt of een buitenlandse reis functioneel in het belang is van de gemeente en of een uitnodiging kan worden aanvaard.

     

Artikel 19 Cursus, congres, seminar of symposium

  • 1.

    De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.

  • 2.

    De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij het college. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname naar het oordeel van het college van algemeen belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder.

     

Artikel 20 Computer inclusief internetverbinding

  • 1.

    Aan de wethouder wordt gedurende zijn/haar ambtsperiode ten laste van de gemeente voor de uitoefening van het ambt op aanvraag een vergoeding verstrekt voor het gebruik van computer, bijbehorende apparatuur en software. Het betreft een bruto vergoeding die jaarlijks wort uitgekeerd. Dit bedrag is een bijdrage in de kosten van aanschaf en onderhoud van een computer, bijbehorende apparatuur en software.

  • 2.

    De hoogte van de vergoeding voor computergebruik bedraagt € 700,-- per jaar. Deze vergoeding is tevens bedoeld als een tegemoetkoming in de kosten van een servicecontract of technische ondersteuning en verbruiksmaterialen zoals inntcartridges en papier.

  • 3.

    Naast de vergoeding voor computergebruik, wordt op aanvraag een vergoeding verstrekt voor de aansluit- en abonnementskosten ten behoeve van aansluiting op internet. Deze laatste vergoeding kan wel belastingvrij worden uitgekeerd. Voor de aansluiting op internet bedraagt de vergoeding €300,-- per jaar.

  • 4.

    De wethouder houdt zich met betrekking tot het gebruik van de computer voor zijn ambt aan de door de gemeente opgestelde integriteitregels.

Artikel 21 Communicatie-apparatuur (mobiele telefoon en blackberry)

  • 1.

    Aan de wethouder wordt gedurende zijn/haar ambtsperiode uitsluitend voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon met toegang tot het systeem voor inbewaringstellingen (IBS) in bruikleen ter beschikking gesteld, evenals een blackberry. De ter beschikking gestelde apparatuur blijft eigendom van de gemeente.

  • 2.

    De wethouder tekent voor het in goede staat in ontvangst nemen van de mobiele communicatie-apparatuur en draagt zorg voor een zorgvuldig en professioneel gebruik ervan. Bij beëindiging van het ambt zonder aansluitende herbenoeming is de wethouder verplicht de apparatuur binnen 14 dagen aan de gemeente te retourneren. Hij/zij is niet aansprakelijk voor schade aan de apparatuur, tenzij in geval van grove schuld of opzet. De wethouder houdt zich verder aan de door de gemeente opgestelde integriteitsregels, waaronder de vuistregel betreffende functioneel gebruik van bedrijfsmiddelen.

  • 3.

    Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een verrekening van de gesprekskosten plaats.

     

Artikel 22 Spaarloonregeling/levensloopregeling

  • 1.

    De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.

  • 2.

    De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.

  • 3.

    Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.

  • 4.

    Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.

     

Artikel 23 Fietsregeling

  • 1.

    De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.

  • 2.

    Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.

     

Artikel 24 Reis- pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming

  • De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van:

  • a.

    reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders;

  • b.

    verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders.

     

Hoofdstuk IV Voorzieningen voor leden van een commissie in de zin van artikel 1 onder a van deze Verordening, VOOR ZOVER NIET IS VOORZIEN IN EEN SPECIFIEKE AFWIJKENDE REGELING.

Artikel 25 Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen

  • 1.

    Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de commissievergaderingen een vergoeding ter grootte van het (maximum)bedrag, vermeld in de bij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden behorende en voor hen geldende tabel (IV) voor de gemeenteklasse van de gemeente Zwolle, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.

  • 2.

    Het eerste lid heeft betrekking op leden van de:

    • -

      Commissie Culturele Activiteiten;

    • -

      Commissie Naamgeving;

    • -

      Belanghebbendenraad Kranenburg;

    • -

      Rekenkamercommissie, voor zover deze geen raadslid zijn (zie lid 4, onder a);

  • 3.

    Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt. Concreet geldt dit voor de burgerleden als bedoeld in artikel 1 onder k, die deelnemen aan het in artikel 1 onder a genoemde Raadsplein. Zij ontvangen de maximale vaste onbelaste vergoeding conform de door de fiscus gehanteerde vrijwilligersregeling.

  • 4.

    Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie

    • a.

      als raadslid of wethouder; Dit geldt concreet voor de leden van de Werkgeverscommissie Raadsgriffie en voor een deel van de leden van Rekenkamercommissie.

    • b.

      uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid, dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;

    • c.

      als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.

  • 5.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid ontvangen:

    • a.

      de leden van de Cliëntenraad SoZaWe en de Cliëntenraad WMO een vergoeding op grond van de Verordening Cliëntenraad SoZaWe gemeente Zwolle 2008, respectievelijk de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle 2007. In deze vergoeding is een bedrag voor compensatie onkosten/reiskosten inbegrepen.

    • b.

      de leden van de Cliëntenraad Wsw een (onkosten)vergoeding op grond van de Verordening cliëntenparticipatie sociale werkvoorziening gemeente Zwolle 2008.

    • c.

      de leden van de Integratieraad een vergoeding ten bedrage van 75% en de voorzitter een vergoeding van 100% van het (maximum)bedrag, vermeld in de bij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden behorende tabel (IV) voor de gemeenteklasse van de gemeente Zwolle, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. In deze vergoeding is een bedrag voor compensatie onkosten/reiskosten inbegrepen. De adviseur van de Integratieraad ontvangt bij oproep voor een vergadering alleen een onkosten/reiskostenvergoeding.

    • d.

      de leden van de Programmaraad IJsselland c.a. geen vergoeding.

    • e.

      de leden van de Schadebeoordelingscommissie (in elk geval tot de benoeming van een nieuwe commissie in 2009) een vergoeding op basis van een overeengekomen uurtarief.

  • 6.

    Wegens bijzondere beroepsmatige deskundigheid en de zwaarte en omvang van hun taak als bedoeld in artikel 15 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden ontvangen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid:

    • a.

      de leden van de Adviescommissie bezwaarschriften een vergoeding ten bedrage van 140 % en de (vice-)voorzitter een vergoeding van 180 %van het (maximum)bedrag, vermeld in de bij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden behorende tabel (IV) voor de gemeenteklasse van de gemeente Zwolle, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.

    • b.

      de leden van de Commissie Stimulering Producties Podiumkunsten een vergoeding ten bedrage van 100 % en de voorzitter een vergoeding van 150 % van het (maximum)bedrag, vermeld in de bij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden behorende tabel (IV) voor de gemeenteklasse van de gemeente Zwolle, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.

    • c.

      de leden van de Commissie Beeldende Kunst een vergoeding ten bedrage van 100 % en de voorzitter een vergoeding van 150 % van het (maximum)bedrag, vermeld in de bij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden behorende tabel (IV) voor de gemeenteklasse van de gemeente Zwolle, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.

       

Artikel 26 Reis- en verblijfkosten

  • 1.

    Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed conform het Reisbesluit – en de Reisregeling binnenland. De vergoeding betreft:

    • a.

      bij gebruik van openbare middelen van vervoer (als trein en bus): een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;

    • b.

      bij gebruik van een eigen vervoermiddel (auto, motor, bromfiets of fiets) als openbaar vervoer niet mogelijk of niet doelmatig is: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig de artikelen 2 en 4 van de Reisregeling binnenland;

    • c.

      bij gebruik van een eigen vervoermiddel als openbaar vervoer wel mogelijk en doelmatig is: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van de Reisregeling binnenland;

    • d.

      Slechts indien (voor een deel van de reis) geen middelen van openbaar vervoer beschikbaar zijn en ook geen gebruik kan worden gemaakt van eigen vervoer, kunnen taxikosten worden gedeclareerd.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in lid 1 ontvangen de leden van de Cliëntenraad SoZaWe, de Cliëntenraad WMO, de Integratieraad, de Programmaraad IJsselland c.a. en de burgerleden die deelnemen aan het Raadsplein geen aparte reiskostenvergoeding. Voor de leden van de Cliëntenraad Wsw kan in de Verordening cliëntenparticipatie sociale werkvoorziening gemeente Zwolle 2008 worden voorzien in een eigen reiskostenregeling.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 van de Reisregeling binnenland. Burgerleden-deelnemers aan het Raadsplein zijn uitgesloten van vergoeding van eventuele verblijfskosten of enige andere vergoeding bovenop hun vaste onbelaste vergoeding, gezien de regels voor de fiscale vrijwilligersregeling.

     

Hoofdstuk V De procedure van declaratie

Artikel 27 Betaling van kosten

Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door

  • a.

    betaling uit eigen middelen; of

  • b.

    rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of

  • c.

    een gemeentelijke creditcard.

     

Artikel 28 Declaratie van vooruit betaalde kosten

  • 1.

    Voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens dienstreizen, alsmede de reis- , pension- en verhuiskosten van een benoemde wethouder van buiten de gemeente wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald.

  • 2.

    Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid dient het declaratieformulier binnen twee weken na afloop van de maand waarop de declaratie betrekking heeft in bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. Na accordering wordt de declaratie zo spoedig mogelijk aan de indiener betaald.

     

Artikel 29 Rechtstreekse facturering bij de gemeente

  • 1.

    De vergoeding van kosten voor cursussen, congressen, seminars of symposia , dienstreizen, alsmede de reis- , pension- en verhuiskosten van een benoemde wethouder van buiten de gemeente kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente.

  • 2.

    Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient de voor akkoord ondertekende factuur binnen twee weken na afloop van de maand waarin de factuur bij de gemeente is binnengekomen in bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaar. Na accordering wordt de factuur zo spoedig mogelijk betaald.

     

Artikel 30 Gebruik creditcard

  • 1.

    Een gemeentelijke creditcard wordt aan de wethouder in bruikleen ter beschikking gesteld voor het doen van zakelijke uitgaven die in verband met de uitoefening van de functie noodzakelijk zijn en die conform de binnen de gemeente gemaakte afspraken en de Gedragscode bestuurders voor vergoeding ten laste van de gemeente in aanmerking komen. Aan de verstrekking van de creditcard kunnen voorwaarden worden verbonden.

  • 2.

    Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.

  • 3.

    Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen twee weken na afloop van de maand waarin de factuur bij de gemeente is binnengekomen na parafering door de gemeentesecretaris ingediend bij de afdeling Financiën.

  • 4.

    Bij beëindiging van het ambt van wethouder wordt de creditcard door de betrokkene onverwijld ingeleverd.

     

Hoofdstuk VI Inwerkingtreding

Artikel 31 Intrekking oude regelingen

De verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2008 kan worden ingetrokken. Hiervoor treedt de onderhavige verordening in de plaats.

Artikel 32 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met terugwerkende kracht tot 11 maart 2010.

Artikel 33 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010.

TOELICHTING BIJ VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN 2008 (UITLEG ALGEMEEN EN PER ARTIKEL) [1]

 

ALGEMEEN

 

Wettelijke regelingen

De regeling van de rechtspositie van wethouders, raadsleden en van leden van gemeentelijke commissies (als bedoeld in artikel 82 t/m 84 van de Gemeentewet) vindt op meerdere niveaus plaats, te weten bij wet (Gemeentewet en voor de wethouders ook de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers Appa), AMvB (Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden), ministeriële regeling (Regeling rechtspositie wethouders) en gemeentelijke verordening. In deze wetten en nadere regelgeving zijn alle voor de rechtspositie van belang zijnde onderwerpen geregeld. Een aantal belangrijke voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de verschillende onkostenvergoedingen, is in de genoemde rechtspositiebesluiten geregeld in dwingende bepalingen. Voor een aantal voornamelijk secundaire voorzieningen geldt dat de gemeente de vrijheid heeft om deze voorzieningen te treffen. De gemeenteraad dient de voorzieningen in een lokale verordening vast te stellen, zodat samen met de landelijk vastgelegde regels een totaalpakket aan arbeidsvoorwaarden vast ligt.

 

Hoofdlijnen gemeentelijke verordening

In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van wethouders, raadsleden en leden van gemeentelijke commissies. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en de hierboven genoemde rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend genieten de wethouders als zodanig geen inkomsten, in welke vorm dan ook, ten laste van de gemeente (artikel 44 van de Gemeentewet). Een soortgelijke bepaling is voor raads- en commissieleden opgenomen in artikel 99 van de Gemeentewet met als (enige) uitzondering de situatie dat gedeputeerde staten toestemming geeft voor het aan raads- en commissieleden bij gemeentelijke verordening toekennen van voordelen, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen.

 

De verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2008 bevat bepalingen inzake:

  • 4

    de beloning voor de werkzaamheden van raads- en commissieleden, waarbij is op te merken dat voor wethouders niets is opgenomen, omdat hun bezoldiging uitputtend is geregeld in het Rechtspositiebesluit wethouders;

  • 5

    een vaste algemene onkostenvergoeding voor wethouders en raadsleden;

  • 6

    reis- en verblijfkosten van wethouders, raads- en commissieleden;

  • 7

    reis- en pensionkosten en verhuiskosten van de bij benoeming verhuisplichtige wethouder;

  • 8

    tegemoetkoming in de kosten van computergebruik voor raadsleden, beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur aan wethouders en faciliteiten in de vorm van deelname van wethouders en raadsleden aan cursussen, congressen e.d.;

  • 9

    een aantal secundaire voorzieningen voor raadsleden, zoals voor zowel wethouders als raadsleden de spaarloonregeling of levensloopregeling en de fietsregeling;

  • 10

    de procedure van declareren.

     

Voor de voor de raadsleden en de wethouders zijn in vergelijking met de oude verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 1994 en de verordening regels kostenvergoeding wethouders 1993 met name nieuw de bepalingen over computer en internetverbinding, cursus/congres/seminar/symposium, dienstauto, communicatie-apparatuur en creditcard (voorheen niet geregeld), spaarloon/levensloopregeling en fietsregeling (wegens de door nieuwe fiscale regels ontstane mogelijkheid van een fictief dienstverband), verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid, compensatie korting werkloosheidsuitkering en reis-, pension- en verhuiskosten bij benoeming van een wethouder van buiten (in verband met nieuwe landelijke regelgeving).

Door vaststelling van de nieuwe, aangepaste verordening is er de benodigde juridische basis voor wat doorgaans al praktijk is. De aanpassing van de verordening in 2010 betreft het van kracht worden van de wijigingen van het rechtpositiebesluit ten aanzien van een extra vergoeding voor fractievoorzitters. Tevens was aanpassing noodzakelijk in verband met het verstrekken van een vergoeding als tegoetkoming in de kosten van computergebruik van raadsleden ter vervanging van de bruikleenregeling.

 

Ten aanzien van de rechtspositie van de commissieleden betekent invoering van de huidige nieuwe verordening een meer gestandaardiseerd systeem voor vergoedingen met afwijkingen voor bepaalde commissies als maatwerk vereist is. Ook zijn sommige vergoedingbedragen naar boven aangepast.

De belangrijkste verschillen met de oude Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 1994 zijn dat in de oude situatie (artikel 3) het standaardbedrag voor vergoeding van de commissieleden doorgaans lager was zonder verschil te maken tussen voorzitter en gewone leden, maar met wel een specifieke, gedetailleerde regeling voor de vergoeding voor de secretaris en de adviseur. Verder waren in artikel 4 aparte regels opgenomen over de Adviescommissie bezwaarschriften en het inmiddels -net als de Ombudscommissie- opgeheven Sociaal Economisch Forum, waarbij de vergoeding voor de (vice)voorzitter apart was geregeld. Bovendien was de toekenning voor de Adviescommissie bezwaarschriften uitgesplitst naar een gewone vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen en een tegemoetkoming in de kosten

-nog afgezien van reiskosten-, terwijl daarnaast nog verschil werd gemaakt tussen de Personeelskamer en de andere kamers van de Adviescommissie bezwaarschriften.

Omdat veel andere commissies sinds 1994 hun eigen Verordening hebben en deze meer recent zijn, heeft de nieuwe verordening in de praktijk qua vergoeding de meeste gevolgen voor de Adviescommissie bezwaarschriften. De nieuwe verordening gaat in artikel 25 uit van jaarlijks te indexeren vergoedingsbedragen zonder apart deel voor tegemoetkoming in kosten. Ook wordt het (niet onderbouwde) verschil tussen de vergoedingen voor de Personeelskamer en de andere kamers van de Adviescommissie bezwaarschriften opgeheven.

 

Inhoudelijk zijn vrijwel alle mogelijkheden en voorzieningen uit de voorbeeld-regeling van de VNG overgenomen, zij het aangepast aan de Zwolse lokale situatie en regels (bijvoorbeeld door verwijzing naar Gedragscodes en Circulaires e.d.), met uitzondering van een vergoeding woon-werkverkeer voor wethouders en een ziektekostenvoorziening voor raadsleden.

 

De arbeidsverhouding van de wethouder

Wethouders zijn sinds de dualisering van het gemeentebestuur ingevolge de Ambtenarenwet als benoemde bestuurders in openbare dienst aangesteld en vallen onder de werking van die wet. Echter de bepalingen over het materiële ambtenarenrecht uit de Ambtenarenwet zijn niet van toepassing op wethouders. Hun rechtspositie wordt, zoals hiervoor is aangegeven, beheerst door specifieke wet- en regelgeving. De aanstelling in openbare dienst houdt voor de toepassing van de fiscale wetgeving in dat sprake is van een arbeidsverhouding, die als dienstbetrekking wordt aangemerkt. Dit betekent dat wethouders direct onder de werking van de Wet op de loonbelasting vallen. Er is sinds de dualisering van het gemeentebestuur dus geen mogelijkheid meer om wel of niet voor de loonbelasting te opteren. Wethouders vallen niet onder de werking van de Ziektewet, Werkloosheidswet en WIA. Evenmin geldt voor hen de pensioenvoorziening bij het ABP. Wachtgeld na aftreden en ouderdoms- en nabestaandenpensioen zijn voor wethouders geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Wethouders zijn verder werknemers in de zin van de Zorgverzekeringswet.

 

De arbeidsverhouding van het raadslid

Raadsleden zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet, Ziektewet en WIA. Raadsleden worden ook niet aangemerkt als werknemer in de zin van de Zorgverzekeringswet. Omdat er geen dienstbetrekking met de gemeente is vallen raadsleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964, maar worden hun inkomsten getoetst aan de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kan een raadslid opteren voor de loonbelasting door te kiezen voor het fictief werknemerschap (zie hieronder).

 

De mogelijkheid voor een raadslid om al dan niet te kiezen voor een fictief dienstverband en de fiscale gevolgen voor wat betreft loon- en inkomstenbelasting

Opting in regeling / fictief dienstverband

Raadsleden kunnen opteren voor de loonbelasting. Het raadslid kan met de gemeente overeenkomen dat deze loonheffing inhoudt. Dat wordt de “opting in regeling” genoemd. Als gezamenlijk wordt gekozen voor het loonbelastingsysteem dan draagt de gemeente de ingehouden loonheffing af aan de Belastingdienst. Omdat een raadslid geen werknemer in de formele zin van het woord is, valt hij zoals gezegd vanwege het raadslidmaatschap niet onder de sociale zekerheidswetgeving en worden over de raadsvergoeding dus ook geen premies sociale zekerheid ingehouden.

De inkomsten worden als loon belast in box 1. Het raadslid hoeft in dat geval geen administratie bij te houden. Kosten die worden gemaakt kunnen niet worden afgetrokken. Wel kan de gemeente onder voorwaarden bepaalde vergoedingen onbelast verstrekken en bepaalde faciliteiten onbelast in bruikleen beschikbaar stellen. Genoemd kunnen worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten en de zakelijke deelname aan cursussen en congressen. Er zijn ook vergoedingen die niet belastingvrij kunnen worden verstrekt, zoals de vaste onkostenvergoeding. Deze vergoedingen worden voor raadsleden die gekozen hebben voor een fictief dienstverband gebruteerd toegekend, waardoor na inhouding van de loonheffing de netto bedoelde vergoeding resteert. Raadsleden die gekozen hebben voor inhouding van de loonbelasting kunnen ook deelnemen aan de spaarloonregeling of de levensloopregeling en de fietsregeling.

 

Fiscale standaardregeling

Als niet voor de loonbelasting wordt geopteerd, dan geldt voor het raadslid dat hij voor de Wet inkomstenbelasting 2001 resultaat uit onderneming/werkzaamheid geniet. In dat geval moet het betrokken raadslid alle ontvangsten verantwoorden als opbrengst en kan hij/zij bij de aangifte inkomstenbelasting de daadwerkelijk gemaakte (beroeps)kosten, met inachtneming van een aantal wettelijke beperkingen en normeringen, in mindering brengen op het belastbaar inkomen (belastbare resultaat). De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen aan de Belastingdienst te melden middels een opgave IB47, waarbij de waarde in het economische verkeer uitgangspunt is.

 

Raadsleden in de standaardregeling kunnen niet deelnemen aan de spaarloonregeling, de levensloopregeling en de fietsregeling.

Ook zijn er gevolgen voor de hoogte van de vaste kostenvergoeding. Anders dan bij raadsleden die gekozen hebben voor het fictief dienstverband wordt het bedrag van de vaste onkostenvergoeding niet gebruteerd, zodat een lager netto bedrag resteert. Raadsleden die gekozen hebben voor de standaard regeling zullen over het lagere bedrag dat zij als onkostenvergoeding ontvangen inkomstenbelasting moeten betalen, tenzij zij aan de hand van bewijsmateriaal aan kunnen tonen dat de vergoeding is besteed aan onkosten voortvloeiend uit het raadslidmaatschap.

 

Eénmalige keuze per zittingsperiode

Zoals hierboven naar voren is gekomen kan de keuze om al of niet te opteren voor de loonbelasting voor het raadslid ingrijpende gevolgen hebben. De beslissing om voor de loonbelasting te opteren kan eenmaal per zittingsperiode worden gemaakt en geldt in beginsel voor de hele (resterende) zittingsperiode. Wel kan betrokkene als spijtoptant éénmalig terugkomen op deze beslissing voor de resterende periode. Opteren voor de loonbelasting hoeft niet bij aanvang van de zittingsperiode te gebeuren, maar kan ook gedurende de zittingsperiode voor de resterende periode.

 

De vergoedingssystematiek

Een adequate vergoedingssystematiek is van belang. Waar er functionele uitgaven zijn, verdient het aanbeveling terughoudend te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Vanuit die overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter behoefte blijven bestaan. Als vergoedingssystematiek is gekozen voor de volgende opzet:

  • -

    Voorzieningen, aangeboden door de organisatie en ondergebracht in de bedrijfsvoering

  • Concrete voorbeelden zijn de bruikleen van computer- en communicatieapparatuur, zakelijk gebruik van een dienstauto, deelname aan cursussen en congressen e.d.. Deze zakelijke uitgaven worden direct door de gemeente voldaan en de voorzieningen worden om niet in bruikleen gegeven. Zij vallen derhalve buiten de vergoedingssfeer.

  • -

    Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten, maar onbelast kunnen worden vergoed

  • Voor een aantal zakelijke uitgaven, zoals reis- en verblijfkosten, blijft het systeem overeind dat de

  • gedane zakelijke uitgaven van de wethouder of het raadslid op basis van declaratie worden

  • vergoed.

  • Deze kunnen, als is voldaan aan de gestelde voorwaarden, onbelast worden vergoed.

  • -

    Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten en niet onbelast kunnen worden vergoed

  • Voor een aantal andere beroepskosten wordt een vaste (bruto) kostenvergoeding verstrekt.

  • Dit geldt met name voor de vaste onkostenvergoeding voor wethouders en raadsleden (zie toelichting bij artikel 3 en 15 voor specificatie van die beroepskosten).

     

Controle en verantwoording

Voor de bestuurlijke uitgaven is -net als voor de besteding van alle andere publieke middelen- transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het daadwerkelijk gebruik.

In hoofdstuk V is in verband hiermee een aantal belangrijke procedures vastgelegd over rechtstreekse facturering van functionele uitgaven, declaratie van vooruit betaalde kosten en het gebruik van creditcards. Daarnaast zijn er in de regeling rechtspositie in het kader van integriteit diverse verwijzingen opgenomen naar toepasselijke gedragscodes voor bestuurders en Gemeenteraad, de vastgelegde afspraken in de Circulaire “vergoedingen reis- en verblijfkosten” en het Protocol gebruik dienstauto.

 

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

 

Artikel 2: Vergoeding voor de werkzaamheden van het raadslid

In het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is geregeld dat raadsleden voor hun werkzaamheden een vergoeding ontvangen. De hoogte van de vergoeding wordt bij gemeentelijke verordening bepaald. Wel is in het Rechtspositiebesluit het maximale bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden aangegeven. In artikel 2 is de hoogte van de vergoeding bepaald op het maximale bedrag, behorend bij de gemeenteklasse van de gemeente Zwolle. Er is geen reden gevonden voor gebruikmaking van de mogelijkheid om in Zwolle een lagere vergoeding toe te kennen. Gelet op het aantal inwoners (100.001 – 125.000) ten tijde van de vaststelling van deze Verordening (situatie 2008) bestaat recht op een vergoeding voor gemeenteklasse 14. Het concrete bedrag voor 2008 is vermeld in het overzicht van vergoedingbedragen in bijlage 2 bij deze verordening. Mocht in de toekomst een wijziging optreden in het inwonersaantal, waardoor Zwolle in een andere gemeenteklasse komt te vallen dan wordt de hoogte van de vergoeding gewijzigd conform de daarvoor in het toepasselijke Rechtspositiebesluit opgenomen regels. Daarvoor is geen apart raadsbesluit vereist. Omdat er geen onderscheid mag worden gemaakt tussen raadsleden, geldt de vastgestelde vergoeding per definitie voor alle raadsleden. Een uitzondering betreft de extra vergoeding voor fractievoorzitters (artikel 2 lid 2). Met ingang van 1 januari 2009 hebben fractievoorzitters recht op een extra vergoeding. De fractievoorzitters in de gemeenteraden krijgen deze extra vergoeding voor hun werkzaamheden, gezien de extra tijdsinspanningen van de voorzitters. De extra toelage wordt naar analogie met de Eerste Kamer toegekend als percentage van vergoeding voor het gemeenteraadlidmaatschap. Er is aangesloten bij de regeling voor de Eerste Kamer en niet bij die voor de Tweede Kamer, omdat de omvang van de raden meer vergelijkbaar is met die van de Eerste Kamer.

 

Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden is geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen overheid. Hiervoor is in de gemeente geen nadere besluitvorming nodig, omdat al in de verordening is vermeld dat het bedrag geldt zoals dat jaarlijks door de minister wordt herzien.

 

Raadsleden die een WAO-uitkering ontvangen kunnen sinds 1 januari 2006 verzoeken hun raadsvergoeding te verlagen. Daardoor kan het nadeel van indeling in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse worden voorkomen. Deze keuzemogelijkheid moet bij verordening worden toegestaan en is opgenomen in artikel 11 van deze verordening.

 

Artikelen 3 en 15: Vaste onkostenvergoeding

Hierin is de vaste vergoeding geregeld voor aan het ambt van wethouder c.q. aan het raadslidmaatschap verbonden kosten. De vergoeding is opgebouwd op basis van de volgende kostencomponenten:

  • 11

    representatie

  • 12

    vakliteratuur

  • 13

    contributies, lidmaatschappen

  • 14

    telefoonkosten

  • 15

    bureaukosten, porti

  • 16

    zakelijke giften

  • 17

    bijdrage aan fractiekosten

  • 18

    ontvangsten thuis

  • 19

    excursies.

     

Sedert 1 januari 2001 zitten daarin niet langer de kostensoorten computer, cursussen en congressen. Daarvoor zijn vanaf dat tijdstip specifieke voorzieningen getroffen (zie de artikelen 7, 8, 19 t/m 21).

De onkostenvergoeding is in verband hiermee vanaf die datum neerwaarts bijgesteld.

De vaste kostenvergoeding kan sinds 1 januari 2001 niet meer onbelast worden verstrekt. Om netto het bedrag van de vaste kostenvergoeding gelijk te houden is het bedrag gebruteerd tegen het belastingtarief van 52%. Deze brutering heeft echter geen betrekking op raadsleden die niet hebben geopteerd voor het loonbelastingregime (fictief dienstverband). Voor hen blijven de aftrekmogelijkheden van de werkelijk gemaakte kosten op het resultaat uit onderneming bestaan. Zij ontvangen de vaste kostenvergoeding zonder de brutering. Voor zover zij de uitgaven daaruit kunnen onderbouwen, blijft de raadsvergoeding onbelast. Wat niet kan worden aangetoond, zal alsnog worden belast bij de aangifte Inkomstenbelasting. (Zie hiervoor bij de algemene toelichting: “De mogelijkheid voor een raadslid om al dan niet te kiezen voor een fictief dienstverband en de fiscale gevolgen voor wat betreft loon- en inkomstenbelasting”)

 

De hoogte van de kostenvergoeding wordt bij gemeentelijke verordening bepaald, waarbij van belang is dat in de rechtspositiebesluiten voor wethouders en raadsleden een maximumbedrag voor de kostenvergoeding is opgenomen. In de Zwolse verordening is in de artikelen 3 en 15 de hoogte van de kostenvergoeding vastgesteld op dit maximale bedrag voor de bij het inwoneraantal van de gemeente behorende gemeenteklasse. (Zie bijlage 2 voor de concrete bedragen in 2008.) Van de mogelijkheid voor de Raad om de onkostenvergoeding op een lager bedrag (maar niet lager dan 80% van het maximum) vast te stellen is dus geen gebruik gemaakt. In geval in de toekomst wijziging van het inwoneraantal leidt tot indeling van Zwolle in een andere gemeenteklasse, dan wordt het vergoedingbedrag gewijzigd conform de daarvoor in de toepasselijke Rechtspositiebesluiten opgenomen regels zonder dat daarvoor een afzonderlijk raadsbesluit vereist is. Het bedrag van de kostenvergoeding is geïndexeerd en wordt jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van de consumentenprijsindex. Hiervoor is in de gemeente geen nadere besluitvorming nodig nu dit al is vermeld in de verordening.

 

Artikel 5, 6 en 26: Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden

De juridische basis voor toekenning van reis- en verblijfskosten aan commissieleden en raadsleden is opgenomen in de artikelen 96 en 97 van de Gemeentewet.

Reiskosten: De Gemeentewet voorziet niet in een vergoeding voor ‘woon-werk-verkeer’ voor raadsleden en toekenning daarvan is dan ook in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet. Aan commissieleden kan krachtens artikel 96 van de Gemeentewet echter wel een vergoeding worden gegeven voor de reis- en verblijfkosten ook in verband met reizen binnen de gemeente, met name voor het bijwonen van commissievergaderingen. Vergoeding van deze kosten (met name de reiskosten, verblijfkosten worden slechts bij uitzondering gemaakt) is thans ook al praktijk en daarom is deze mogelijkheid in artikel 26 opgenomen.

De reiskostenvergoeding voor raadsleden, opgenomen in artikel 5, heeft alleen betrekking op dienstreizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur.

 

Omdat in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden geen eigen vergoedingsregeling is opgenomen, is in de verordening aansluiting gezocht bij de vergoedingen in de Reisregeling binnenland. Daardoor wordt het aantal regelingen waarnaar verwezen zou kunnen worden, beperkt. Uitgangspunt voor de reiskosten is dus nog steeds de Reisregeling binnenland. Dit betekent voor de reiskosten dat dezelfde bedragen als de rijksregeling van toepassing zijn en dat uitgangspunt is (voordeel bij) gebruik van het openbaar vervoer.

Vergoed kunnen worden de kosten van openbaar vervoer of bij gebruik van eigen vervoermiddelen een kilometervergoeding, zoals die voor het rijkspersoneel geldt. Wanneer met het openbaar vervoer wordt gereisd, wordt zolang het gaat om in redelijkheid gemaakte en noodzakelijke reiskosten een volledige vergoeding verstrekt. De vergoeding van de reiskosten met het openbaar vervoer is onbelast.

Bij gebruik van een eigen vervoermiddel (auto, motor, bromfiets of fiets) wordt een onderscheid gemaakt tussen de situatie dat openbaar vervoer niet mogelijk/doelmatig is en de situatie dat openbaar vervoer wel mogelijk en doelmatig is. De kilometervergoeding is in het eerste geval hoger (op dit moment € 0,37 bruto per kilometer) dan in de tweede situatie (€ 0,09 bruto per kilometer).

De kilometervergoeding is voor € 0,19 onbelast, ongeacht het gebruikte vervoermiddel.Kilometervergoedingen die hoger zijn dan € 0,19 zijn voor dat hogere deel belast.

Vergoedingen voor parkeer-, veer- en tolgelden zijn volledig belast.

 

Verblijfkosten: De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is in de rijksregeling niet nader ingevuld. Daarmee is dit een lokale aangelegenheid. In Zwolle is dit al geregeld en wel in de Circulaire “Vergoedingen reis- en verblijfkosten”, waarnaar in de Verordening dan ook een verwijzing is opgenomen. Voor de raadsleden is tevens nog verwezen naar de voor hen geldende Gedragscode, waarin staat dat “noodzakelijke verblijfskosten worden vergoed, voor zover deze gezien de aard van de bijeenkomst redelijk en verantwoord zijn”. Qua bedragen gaat het op dit moment concreet over (afgerond) € 75 voor een overnachting, € 18 voor diner, € 12 voor lunch, naast een eventuele

avondcomponent en een dagcomponent voor kleine uitgaven.

 

Artikelen 7 en 19: Cursus, congres, seminar of symposium

Zoals hierboven (zie toelichting bij artikel 3 en 15) al is aangegeven komen deze kosten tegenwoordig rechtstreeks voor rekening van de gemeente. In verband hiermee zijn deze kosten uit de vaste kostenvergoeding gehaald en is nu een aparte bepaling voor deze kosten noodzakelijk. Een onderscheid is gemaakt tussen cursussen, congressen e.d. die door of vanwege de gemeente in het gemeentelijk belang zijn georganiseerd en cursussen, congressen e.d. waaraan het individuele raadslid in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap op eigen initiatief deelneemt. Partijgebonden bijeenkomsten kunnen niet ten laste van de gemeente worden gebracht. Om die reden wordt in het tweede lid het algemeen belang van de cursus etc. benadrukt. In het laatste geval zijn er aanvullende voorwaarden gesteld (inhoudelijke informatie over de cursus of het congres en een kostenspecificatie).

De in deze artikelen bedoelde cursussen en congressen hebben een zakelijk karakter en zijn aan te merken als beroepskosten waarvan de vergoeding c.q. verstrekking van loonbelasting is vrijgesteld.

 

Artikel 8 en 20: Computer en internetverbinding

Raadsleden:

Voor de uitoefening van het raadslidmaatschap is het beschikken over een geschikte computer met bijbehorende apparatuur en software een randvoorwaarde. Steeds meer raadsinformatie wordt digitaal aangeboden. In het verleden werd op aanvraag om niet een laptop met bijbehorende apparatuur en software in bruikleen beschikbaar gesteld. Uit o.a. praktische overwegingen is besloten om met ingang van de raadsperiode 2010 – 2014 een vergoeding te verstrekken, in plaats van het in bruikleen beschikbaar te stellen van een laptop. De mogelijkheid voor het verstrekken van een vergoeding als tegemoetkoming in de kosten van computergebruik is opgenomen in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. (artikel 7a lid 2). Gekozen is voor een zo eenvoudig mogelijke regeling. Jaarlijks krijgen raadsleden op aanvraag een bruto bedrag van € 700,- als tegemoetkoming in de kosten van computergebruik. Raadsleden gebruiken deze tegemoetkoming voor aanschaf en/of vervanging van een computer (laptop) naar keuze ten behoeve van het raadswerk. De hoogte van het bedrag is afgeleid van de totale kosten van een computer (laptop) bijbehorende apparatuur en software tot een maximum van € 2333,33. Er wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 3 jaar en een privé gebruik van 10%. ( € 2333,33 x 90% : 3 = € 700,-) Raadsleden zijn zelf verantwoordelijk voor de computerapparatuur. Er wordt dus door de gemeente geen enkele ondersteuning verleend. Daarom is de vergoeding tevens bedoeld als een tegemoetkoming in de kosten van een servicecontract of technische ondersteuning (onderhoud en reparatie). Verder is de vergoeding bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van verbruiksmaterialen zoals inktcartridges en papier.

De verstrekte vergoeding van € 700,- is niet belastingvrij. Voor raadsleden die hebben gekozen voor “fictief dienstverband” zal op deze vergoeding loonbelasting worden ingehouden.

Naast de vergoeding voor computergebruik, wordt op aanvraag een vergoeding verstrekt voor de aansluit- en abonnementskosten ten behoeve van aansluiting op internet. Deze laatste vergoeding kan wel belastingvrij worden uitgekeerd. Voor de aansluiting op internet bedraagt de vergoeding € 300,-- per jaar. De vergoeding voor de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding is geregeld in artikel 7a lid 3

 

Wethouders:

In Zwolle hebben de wethouders op de werkplek in het gemeentehuis elk een bureau met vaste computer en internetaansluiting ter beschikking. In voorkomende gevallen kunnen zij na overleg (tijdelijk) een laptop in bruikleen krijgen.

 

Artikel 9 en 22: Spaarloon/levensloop

Raadsleden die gekozen hebben voor het fictieve werknemerschap en wethouders kunnen deelnemen aan de spaarloonregeling, dan wel aan de levensloopregeling. Een combinatie van beide is niet toegestaan. Evenmin het mogelijk een ‘werkgeversbijdrage’ te verstrekken. Het gaat hier niet om een rechtspositionele aangelegenheid, maar om een fiscale faciliteit voor werknemers.

Het levensloopsaldo kan niet omgezet worden in verlof, omdat raadsleden noch wethouders in hun politieke functie verlof kennen. Het saldo valt bij beëindiging van het ambt vrij en kan worden meegenomen naar een andere levensloopregeling.

 

Artikel 10 en 23: Fietsregeling

Raadsleden die gekozen hebben voor het fictieve werknemerschap en wethouders kunnen deelnemen aan de fietsregeling. Het gaat hier niet om een rechtspositionele aangelegenheid, maar om een fiscale faciliteit voor werknemers. Het is niet mogelijk een ‘werkgeversbijdrage’ te verstrekken.

Afhankelijk van de kostprijs van de fiets bedraagt de vermindering ten hoogste het bedrag dat in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 is vastgelegd.

 

Artikel 11: Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid

In de motie Slob (Kamerstukken II, 2004-2005, 29 800 VII, nr. 21) is aangegeven dat de gemeenteraad een brede afspiegeling van de bevolking dient te vormen. Om deze reden moeten drempels om raadslid te worden of te blijven, worden weggenomen. In WAO en WIA geldt het algemene principe dat indien een persoon inkomen uit arbeid geniet, dit in de regel zal leiden tot verlaging of intrekking van de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dit omdat een dergelijke uitkering is bedoeld om het als gevolg van arbeidsongeschiktheid ontstane verlies aan verdienvermogen te vergoeden. Voor raadsleden kan dit ertoe leiden dat een geringe verhoging van het inkomen door een raadsvergoeding een grote teruggang betekent voor de hoogte van de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering als gevolg van de anticumulatieregeling. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij aanvaarding van een raadszetel of bij verhoging van de vergoeding voor de werkzaamheden. Op grond van artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden kunnen gemeenten hiervoor een voorziening treffen. Die is te vinden in artikel 11 van de verordening. Daarin is geregeld dat op aanvraag een raadslid een lagere vergoeding voor de werkzaamheden wordt gegeven om te voorkomen dat de anticumulatieregeling zal leiden tot een verlaging van de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering van het raadslid.

 

Artikel 12: Compensatie korting werkloosheidsuitkering

Artikel 20 (lid 5) van de Werkloosheidswet (WW) komt erop neer dat op het moment dat iemand een werkloosheidsuitkering op grond van die wet ontvangt en nieuwe werkzaamheden aanvangt, de WW- uitkering wordt gekort met het aantal uren dat in de nieuwe functie wordt gewerkt. Het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel kent een soortgelijke bepaling. De hoogte van het inkomen uit de nieuwe betrekking is daarbij niet relevant. Dit betekent dat als iemand raadslid wordt en de vergoeding daarvoor lager is dan de WW-uitkering voor die uren een negatief inkomenseffect ontstaat. Op grond van artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden heeft de Raad de mogelijkheid dit nadeel bij verordening te compenseren. Dit is nu geregeld in artikel 12 van de verordening.Het is wel van belang dat het betrokken raadslid de salarisadministratie (afdeling Pba) van de gemeente zo spoedig mogelijk op de hoogte stelt van het optreden van het negatieve inkomenseffect.

 

Artikel 13: Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad

In artikel 77 van de Gemeentewet is geregeld dat het voorzitterschap van de gemeenteraad bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt waargenomen door het langstzittende raadslid. De gemeenteraad kan ook een ander raadslid met de waarneming van het voorzitterschap belasten. In overeenstemming met artikel 8a het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is in artikel 13 van de verordening geregeld dat bij een onafgebroken waarneming van meer dan 30 dagen het betreffende raadslid over de tijd van waarneming recht heeft op een toeslag van 8% van de vergoeding voor de werkzaamheden en van de vaste onkostenvergoeding.

Artikel 14: Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

Raadsleden kunnen tijdelijk worden vervangen wegens zwangerschap en bevalling, dan wel wegens langdurige ziekte. Zie artikel 9 van het Reglement van orde van de Raad. De regeling is gebaseerd op de Kieswet (zie artikelen X10, X11 en X12), omdat het te vervangen raadslid tijdelijk ontslagen wordt. In de vacature wordt voorzien door de tijdelijke benoeming van de vervanger. Er is steeds sprake van een vaste periode van 16 weken. Na afloop van de vervangingstermijn wordt zonder enig verzoek of besluit de oude situatie hersteld.

 

Artikel 16: Kosten in verband met dienstreizen

Reiskosten

Ingevolge artikel 16 van de verordening worden zakelijke reiskosten, indien gemaakt met het openbaar vervoer, volledig vergoed (mits in redelijkheid gemaakt). Wanneer voor de diensreis gebruik wordt gemaakt van de eigen personenauto wordt altijd € 0,37 bruto per afgelegde km (normbedrag 2008) vergoed, dus ongeacht of openbaar vervoer in de gegeven situatie ook mogelijk/doelmatig was. Deze afwijking van het systeem van de Reisregeling binnenland heeft te maken met de voor wethouders dwingend voorgeschreven regels voor zakelijke reiskosten in artikel 23, onder b van het Rechtspositiebesluit wethouders in samenhang met artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders.

De kilometervergoeding is, voor zover die meer bedraagt dan € 0,19, belast.

Vergoedingen voor parkeer-, veer- en tolgelden zijn volledig belast

Verblijfkosten: Gelet op de Regeling rechtspositie wethouders (en de toelichting daarbij) geldt voor de wethouders dat de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten voor vergoeding in aanmerking komen als maar vaststaat dat de kosten daadwerkelijk gemaakt zijn. Er is in de Regeling geen maximumbedrag aan de verblijfkostenvergoeding gesteld.

 

Artikel 17: Dienstauto

Als onderdeel van de bedrijfsvoering kan de gemeente een dienstauto met of zonder chauffeur voor zakelijk gebruik beschikbaar stellen aan wethouders. Ook kan de dienstauto onder voorwaarden worden ingezet voor zogenaamde ambtsgebonden nevenfuncties. De dienstauto is niet beschikbaar voor privé-gebruik.

Gebruik van de dienstauto voor een niet-ambtsgebonden nevenfunctie wordt door de fiscus gezien als privégebruik.

Zie voor een samenvatting van de geldende regels de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 22 maart 2007 aan de Tweede Kamer (Tweede-Kamerstuknummer 30800 VII, nr. 42)

Verder is in de Zwolse situatie van belang de inhoud van het Protocol gebruik dienstauto d.d. 4 april 2008. De daarin vastgelegde regels zijn van onverkort van toepassing.

 

Artikelen 18: Buitenlandse dienstreis

Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de wethouder de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten worden vergoed. De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit buitenland zijn daarbij richtsnoer. Ook gelden de binnen Zwolle gemaakte afspraken voor buitenlandse reizen, zoals opgenomen in de lokale Circulaire “Vergoedingen reis- en verblijfkosten” en de voorwaarden die zijn vastgesteld in de Gedragscode van het college. Expliciete besluitvorming in het college over de buitenlandse reis is noodzakelijk.

 

Artikel 21: Communicatie-apparatuur (mobiele telefoon en black-berry)

Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van het ambt een mobiele telefoon en een black-berry in bruikleen ter beschikking gesteld. De hoofdregels van de bruikleen zijn opgenomen in lid 2.

De inhoud van lid 3 van artikel 21 hangt samen met de fiscale regelgeving op dit punt.

Met ingang van 1 januari 2007 zijn de vergoedingen of verstrekkingen van een mobiele telefoon geheel onbelast als het zakelijk gebruik meer dan 10% bedraagt.

In de vaste onkostenvergoeding is een component telefoonkosten opgenomen. Voor deeltijdwethouders is dat 12% van de onkostenvergoeding en voor voltijd wethouders 9%. Bij het verstrekken van een mobiele telefoon kan sprake zijn van overbedeling. De component telefoonkosten kan om die reden verminderd worden. Anderzijds is ook bij wethouders sprake van gebruik van de privé telefoon voor zakelijke doeleinden. Voor dit doel ontvangen burgemeesters maandelijks bruto een bedrag van € 25,= (situatie 2008). Het is redelijk om, wanneer plaatselijk de component telefoonkosten wordt gekort, deze korting tot een bedrag van € 25,= per maand van de bruto onkostenvergoeding achterwege te laten.

 

Artikel 24: Reis- , pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming

Sinds de dualisering van het gemeentebestuur kunnen personen van buiten de gemeenteraad tot wethouder worden benoemd. Dat kunnen ook personen zijn die niet in de gemeente zelf wonen. Die zijn op grond van de Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de gemeente waar zij wethouder zijn geworden. De Raad kan bepalen dat de bijbehorende kosten voor vergoeding in aanmerking komen en zo ja, dan dienen de voorwaarden in de Regeling rechtspositie wethouders te worden overgenomen. In artikel 24 van de verordening is conform deze mogelijkheid geregeld dat wethouders bij verhuizing naar de gemeente in aanmerking komen voor een verhuiskostenvergoeding (concreet: transportkosten plus gemaakte andere kosten tot een maximum -dus minder mag ook- van in 2008 € 5.445,= en de kosten in verband met dubbele woonlasten tot maximaal € 272,27 gedurende een periode van maximaal 4 maanden) en voorafgaand aan de verhuizing reiskosten (concreet: kosten openbaar vervoer of bij gebruik eigen auto normbedrag 2008 van € 0,14 per km) en pensionkosten (concreet: een maandelijks bedrag van maximaal 90 % van de gemaakte pensionkosten tot ten hoogste 50 % van de bezoldiging). De vergoedingen zijn onbelast.

 

Artikel 25: Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen

In dit artikel is het presentiegeld voor leden van gemeentelijke commissies geregeld. Deze bepaling geldt niet voor raadsleden en wethouders die in de commissie zitten. Hun vergoeding is immers al geregeld in de rechtspositiebesluiten en elders in deze verordening. Uitgezonderd zijn verder onder meer ambtenaren en bestuurders die in die hoedanigheid in de commissie zitting hebben. Uitgezonderd zijn tenslotte vertegenwoordigers van belangengroepen e.d., tenzij hun lidmaatschap tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. (Zie artikel 25, lid 4 van de Verordening)

De hoogte van het presentiegeld wordt bij gemeentelijke verordening bepaald.

In artikel 25, eerste lid, is er voor gekozen de hoogte van de standaardvergoeding te bepalen op het door de minister vastgestelde maximum, dat is gekoppeld aan de bij het inwoneraantal van de gemeente Zwolle behorende gemeenteklasse (in 2008: klasse 5). Mocht in de toekomst een wijziging optreden in het inwonersaantal waardoor Zwolle in een andere gemeenteklasse komt te vallen, dan wordt de hoogte van de vergoeding gewijzigd conform de daarvoor in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden opgenomen regels. Het maximumbedrag wordt verder jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen overheid.

De raad kan echter ook een lager bedrag of juist een hoger bedrag aan presentiegeld vaststellen dan het eerder genoemde maximumbedrag. Van de mogelijkheid tot afwijking naar beneden of boven is in artikel 25, lid 3, lid 5 en lid 6 van de Zwolse Verordening daadwerkelijk gebruik gemaakt. Daarbij is uitdrukkelijk rekening gehouden met de specifieke praktijkeisen, samenhangend met de aard van de betrokken commissies en de aan de leden daarvan gestelde eisen. Voor de concrete bedragen in 2008 wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze verordening.

 

De huidige verordening bevat een aantal belangrijke verschillen vergeleken met de oude verordening.

Zie hiervoor het algemene deel van deze toelichting, onder de kop hoofdlijnen. Zo is onder meer voor de Adviescommissie bezwaarschriften de uitsplitsing tussen gewone vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen en een tegemoetkoming in de kosten (buiten reiskosten e.d.) vervallen. Er is nu dus nog maar één totaalbedrag aan vergoeding per vergadering, waarin het vroegere bedrag aan (niet nader gespecificeerde) onkosten is inbegrepen.

 

Artikelen 27 t/m 30: De procedure van declaratie

In artikel 27 zijn de drie wijzen van betaling aangegeven. In artikel 28 t/m 30 is vervolgens aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde is en welke procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden.

 

Declaratie van vooruitbetaalde kosten

Daarbij gaat het om vergoeding van de volgende kosten:

  • -

    zakelijke reis- en verblijfkosten van raadsleden en wethouders;

  • -

    reis- en verblijfkosten van leden van gemeentelijke commissies;

  • -

    reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van wethouders;

  • -

    reis-, pension- en verhuiskosten bij benoeming wethouder.

     

Rechtstreekse facturering bij de gemeente

Rekeningen kunnen rechtreeks bij de gemeente in rekening worden gebracht in de volgende gevallen:

  • -

    deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia door raadsleden en wethouders;

  • -

    zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders;

  • -

    reis-, pension- en verhuiskosten bij benoeming;

  • -

    reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van wethouders.

     

Gebruik creditcard

Aan wethouders wordt in Zwolle onder voorwaarden een creditcard beschikbaar gesteld voor functionele uitgaven ten laste van de gemeente. Gebruik van de creditcard is mogelijk voor noodzakelijke zakelijke uitgaven in verband met de uitoefening van de functie en die vallen binnen de afspraken die zijn vastgelegd in de Gedragscode bestuurders.

 

De indieningstermijn in de artikelen 28 en 29 is aangepast aan de fiscale regels in de Wet Walvis. Een declaratie dient binnen 2 weken na afloop van de maand waarop de declaratie (of factuur) betrekking heeft te zijn ingediend.

 

Artikelen 31 t/m 33: Citeertitel en inwerkingtreding

In verband met de invoering van deze nieuwe verordening dient de oude verordening te worden ingetrokken. De citeertitel van de nieuwe verordening is: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010.

 

De inwerkingtreding van de nieuwe verordening is bepaald op 11 maart 2010 de dag van aantreden van de nieuwe raad.