Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zwolle

Beleidregel stookverbod

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZwolle
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidregel stookverbod
CiteertitelBeleidregel stookverbod
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerpOpenbare orde

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Regels over het verbod vuur te stoken, vreugdevuren en het verbranden van afval.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Artikel 5.4.1. van de Algemene plaatselijke verordening

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

15-04-2004Nieuwe regeling

06-04-2004

De Peperbus 14 april 2004

cb 2004-04.06

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidregel stookverbod

 

 

BELEIDSREGELS STOOKVERBOD

Op grond van artikel 5.4.1. lid 2 van de Algemene plaatselijke verordening Zwolle kan het college van burgemeester en wethouders een ontheffing verlenen van het stookverbod.

Artikel 5.4.1 Verbod vuur te stoken

  • 1

    Het is verboden in de openlucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  • 2

    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  • 3

    De ontheffing bedoeld in het tweede lid kan worden geweigerd:

    • a.

      in het belang van de openbare orde en veiligheid;

    • b.

      ter bescherming van de woon- en leefomgeving;

    • c.

      ter bescherming van de flora en de fauna;

    • d.

      dter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu door rook, roet, stof, verbrandingsresten, walm of stank.

  • 4

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover:

    • a.

      op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften,

    • b.

      de provinciale milieuverordening,

    • c.

      artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van strafrecht van toepassing zijn;

    • d.

      het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    • e.

      het betreft vuur voor koken, bakken en braden, indien dat geen gevaar oplevert voor de omgeving.

Bij het verlenen van een ontheffing dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van de Wet Milieubeheer. Het is niet de bedoeling dat een ontheffing van het stookverbod ook wel gebruikt wordt als een soort vuilverbranding. Dit is in strijd met de Wet Milieubeheer.

Het is mogelijk in de hieronder genoemde gevallen, aan de nader omschreven organisaties, een ontheffing te verlenen.

(Vreugde)vuren

Indien het houden van een (vreugde)vuur past binnen de gebruiken van deze omgeving, en voldaan wordt aan de overige vereisten van deze beleidsregel, dient hiervoor een ontheffing te worden verleend. Bij een vreugdevuur dient onder meer gedacht te worden aan verbranding van materialen met als doel een vuur van vreugde in het kader van een bepaald doel (bijvoorbeeld een paasvuur).

Organisaties

Jaarlijks worden door verschillende soorten organisaties, personen of andere instellingen verzoeken om ontheffingen gedaan voor het houden van vreugdevuren. Teneinde de vuren beter te reguleren, kan een ontheffing van het stookverbod ten behoeve van een paasvuur enkel worden verleend aan:

  • -

    een wijk- en of buurtverenigingen, afkomstig uit de wijk of buurt waar het vuur gehouden zal worden

  • -

    een jeugd- of sportvereniging,

  • -

    danwel andere maatschappelijke organisatie

waarvan in het verleden is gebleken dat op correcte wijze van een eerdere ontheffing gebruik is gemaakt danwel geen (andere) feiten bekend zijn die op misbruik zouden kunnen wijzen.

Verbranden van snoeiafval

Een ontheffing van het stookverbod voor snoeiafval kan worden verleend, indien:

  • -

    het terrein niet toegankelijk is voor voertuigen en/of werktuigen waarmee het snoeiafval kan worden verwijderd en/of versnipperd, en

  • -

    de afstand tot de weg meer dan 250 meter bedraagt.

Voorschriften

Bij het verlenen van de ontheffing op grond van artikel 5.4.1. Apv worden de volgende standaardvoorschriften gehanteerd.

  • 1.

    De verbranding moet worden aangelegd op een afstand van meer dan 30 meter van een gebouw.

  • 2.

    Tijdens de verbranding mag uitsluitend ongeschilderd hout worden verbrand.

  • 3.

    De maximaal te verbranden hoeveelheid hout mag niet groter zijn dan een stapel met een hoogte van 6 meter en een oppervlakte van 10 x 10 meter.

  • 4.

    De verbranding mag alleen plaatsvinden bij een zodanige windrichting, dat geen overlast als gevolg van stank, rook en/of asresten ontstaat voor omwonenden.

  • 5.

    De verbranding mag alleen plaatsvinden bij een windkracht kleiner of gelijk aan 5 Beaufort (10 m/s).

  • 6.

    De actuele waarnemingen in Twente van Meteo Consult worden als maatgevend beschouwd (www.weer.nl)

  • 7.

    Er moet voortdurend toezicht zijn van een meerderjarig persoon.

  • 8.

    Indien niet aan de in de ontheffing gestelde voorschriften wordt voldaan wordt de vergunning als niet te zijn afgegeven beschouwd.

  • 9.

    U vrijwaart de gemeente Zwolle voor alle afspraken van of moeilijkheden met derden, welke het gevolg zijn van het gebruik van deze ontheffing.

  • 10.

    Het te verbranden object moet zodanig zijn geplaatst dat geen gevaar ontstaat voor het verwonden van het aanwezige publiek en/of het bedienend personeel.

  • 11.

    Het gebruik van de blusmiddelen moet worden afgestemd met de afdeling milieu i.v.m. mogelijke milieuverontreiniging.

  • 12.

    Het evenement moet worden stilgelegd, indien de hulpverlenende diensten dit noodzakelijk achten in verband met door hen te verrichten werkzaamheden.

  • 13.

    De met controle belaste ambtenaren moeten te allen tijde worden toegelaten en de bevelen door, of namens de commandant van de brandweer gegeven in verband met de veiligheid, moeten onmiddellijk worden opgevolgd.

  • 14.

    De gemeente Zwolle kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade, welke u door het gebruik van deze vergunning mocht lijden.