Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zwolle

Verordening inkomensondersteunende maatregelen gemeente Zwolle 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZwolle
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening inkomensondersteunende maatregelen gemeente Zwolle 2015
CiteertitelVerordening inkomensondersteunende maatregelen gemeente Zwolle 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Wanneer komt men in aanmerking voor subsidies ?

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Artikel 149 Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

12-02-201501-01-2015nieuwe regeling

08-12-2014

Gemeenteblad 04-02-2015

gb 2014-12.08

Tekst van de regeling

Intitulé

INKOMENSONDERSTEUNENDE MAATREGELEN GEMEENTE ZWOLLE 2015

 

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begrippen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Belanghebbende: de persoon die ten behoeve van zichzelf, zijn partner en of één of meerdere kinderen een voorziening in het kader van deze verordening verzoekt.

  • b.

    partner: de persoon die al of niet gehuwd met de belanghebbende een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad.

  • c.

    Inkomen: het inkomen van belanghebbende zoals bedoeld in artikel 31,32 en 33 van de wet verminderd met de ontvangen vakantietoeslag. Tot het inkomen wordt ook gerekend de bijstand voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zoals genoemd in artikel 5 onder b van de wet. Bij een partner wordt uitgegaan van de som van het inkomen van belanghebbende en zijn partner.

  • d.

    kind: het eigen kind of stiefkind dat in de peilmaand jonger is dan 18 jaar, ten laste van de belanghebbende of diens partner komt en op het zelfde adres als de belanghebbende staat ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente.

  • e.

    peilmaand: de maand november van het kalenderjaar voorafgaand aan de ingangsdatum of verlenging van de zorgverzekering.

  • f.

    norm: bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals bedoeld in artikel 5 onder b van de wet maar verminderd met de in de wet geldende vakantietoeslag;

  • g.

    persoon met beperking of chronisch ziekte: Een belanghebbende, diens partner of een ten laste komend kind, die op de peildatum:

    • 1.

      geïndiceerd is voor voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning; of

    • 2.

      geïndiceerd is voor voorzieningen op grond van de Wet langdurige zorg.

  • h.

    Uitkeringsgerechtigde: een belanghebbende die van de gemeente Zwolle een uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de Participatiewet, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

  • i.

    vermogen: het vermogen van belanghebbende zoals bedoeld in artikel 34 van de wet. Bij een partner wordt uitgegaan van de som van het vermogen van belanghebbende en zijn partner.

  • j.

    Wet: Participatiewet

Artikel 2 Kring van belanghebbenden

  • 1.

    Om voor de collectieve zorgverzekering in aanmerking te komen:

    • a.

      dient de belanghebbende en zijn partner 18 jaar of ouder te zijn; en

    • b.

      dient de belanghebbende en zijn partner in de gemeentelijke basisregistratie personen van de gemeente Zwolle ingeschreven te staan; en

    • c.

      mag het inkomen over de peilmaand niet meer bedragen dan 110% van de norm of 130% van de norm voor de persoon met een beperking of chronische ziekte; en

    • d.

      dient het vermogen minder te bedragen dan de van toepassing zijnde vermogensgrens op grond van artikel 34 van de wet.

  • 2.

    indien als gevolg van wisselende of eenmalige inkomsten het inkomen in de peilmaand hoger is dan de norm wordt uitgegaan van een gemiddeld inkomen. Het gemiddeld inkomen wordt berekend door de som van het inkomen dat gedurende 12 maanden voorafgaand aan de peilmaand is genoten te delen door 12.

  • 3.

    indien de belanghebbende of diens partner in een inrichting verblijft wordt het inkomen verminderd met een bedrag dat gelijk is aan de verschuldigde bijdrage in de verzorgingskosten.

  • 4.

    Indien er sprake is van eigenwoning bezit is artikel 50 lid 1 van de wet op overeenkomstige wijze van toepassing.

Artikel 3 Geleidelijke uitstroom

In afwijking van het gestelde in artikel 2 lid 1 onder c kan de collectieve zorgverzekering voortgezet worden als het inkomen van de belanghebbende in de peilmaand meer bedraagt dan 110% van de toepasselijke norm als:

  • a.

    de belanghebbende in een periode van 12 maanden voorafgaand aan de peildatum via de gemeente Zwolle een uitkering voor levensonderhoud heeft ontvangen; en

  • b.

    deze uitkering is beëindigd als gevolg van het aanvaarden van betaalde arbeid; en

  • c.

    het inkomen over de peilmaand niet meer bedraagt dan 130% van de norm; en

  • d.

    de belanghebbende aan de overige bepalingen van deze verordening voldoet.

Artikel 4 Schuldenaren

In afwijking van het gestelde in artikel 2 lid 1 onder c kan een belanghebbende ongeacht de hoogte van het inkomen voor een voorziening in aanmerking komen als hij in het kader van een schuldregeling een relatie heeft met de gemeentelijke Schuldhulpverlening en hij alleen het vrij te laten bedrag van zijn inkomen overhoudt ter besteding.

Artikel 5 Wie komt niet voor een voorziening in aanmerking?

  • 1.

    Een voorziening wordt niet verstrekt als een belanghebbende en of zijn partner op de peildatum als vreemdeling niet rechtmatig verblijf houdt in Nederland in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000;

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing als een belanghebbende en zijn partner als vreemdeling na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf heeft op grond van artikel 8, onder g of h van de Vreemdelingenwet 2000.

  • 3.

    Indien een situatie zoals genoemd in lid 1 of 2 zich slechts ten aanzien van één van de partners voordoet, wordt bij de beoordeling of er aanspraak bestaat op een voorziening en bij de vaststelling van de omvang van de voorziening de partner op wie het gestelde in lid 1 van toepassing is buiten beschouwing gelaten.

HOOFDSTUK 2 DEELNAME COLLECTIEVE ZORGVERZEKERING

Artikel 6 Collectieve zorgverzekering

De gemeente sluit een overeenkomst met een zorgverzekeraar over een collectieve zorgverzekering voor haar inwoners met een laag inkomen of beperking of chronische ziekte.

Artikel 7 Deelname aan collectieve zorgverzekering

Deelname aan de collectieve zorgverzekering is mogelijk als de belanghebbende en/ofdiens partnermet de zorgverzekeraar, als bedoeld in artikel 6, een overeenkomst sluit voor een zorgverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet en het te verzekeren pakket overeenkomt met de eisen die het college hieraan stelt.

Artikel 8 Inhouding

Een uitkeringsgerechtigde moet instemmen met maandelijkse inhouding van de premies voor de collectieve zorgverzekering op de uitkering tenzij het uit te keren bedrag niet voldoende is om de totaal verschuldigde premies in te houden. De premies worden doorbetaald aan de zorgverzekeraar.

Artikel 9 Ingangsdatum zorgverzekering uitkeringsgerechtigde

Een uitkeringsgerechtigde kan aan de collectieve zorgverzekering deelnemen vanaf de datum waarop de uitkering wordt toegekend en de collectieve zorgverzekeraar hem accepteert.

Artikel 10 Ingangsdatum niet uitkeringsgerechtigde

Een niet-uitkeringsgerechtigde kan aan de collectieve zorgverzekering deelnemen vanaf de maand waarin de zorgverzekeraar hem accepteert en hij voldoet aan de vereisten ex artikel 2.

Artikel 11 Beëindiging collectieve verzekering

De deelname aan de collectieve zorgverzekering eindigt vanaf het moment dat belanghebbende of diens partner:

  • a.

    de zorgverzekeraar of belanghebbende de verzekering beëindigt;

  • b.

    niet meer ingeschreven staat in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Zwolle;

  • c.

    het inkomen hoger is dan 110% van de toepasselijke norm, tenzij er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 of de persoon onder artikel sub g een inkomen heeft hoger dan 130%;

  • d.

    de schuldenaar als bedoeld in artikel 4 de beschikking krijgt over meer dan het vrij te laten bedrag.

  • e.

    het vermogen boven de van toepassing zijnde vermogensgrens op grond van artikel 34 van de wet komt.

HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN

Artikel 12 Aanvragen

Om voor een voorziening in aanmerking te komen dient de belanghebbende voor het aanvragen gebruik te maken van een formulier dat door het college is vastgesteld. De partner moetschriftelijk instemmen dat de belanghebbende mede namens hem een aanvraag in dient.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen artikel2, 3, 4, 8, 9, en 10buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang van belanghebbende leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.

TOELICHTING INKOMENSONDERSTEUNENDE MAATREGELEN GEMEENTE ZWOLLE 2015.

Algemeen

In het kader van armoedebestrijding heeft de gemeente Zwolle een verordening over inkomensondersteunende maatregelen vastgesteld. Vanwege de verschillende wetswijzigingen is een hernieuwde vaststelling noodzakelijk. De verordening kent nu nog slechts een inkomensondersteunende maatregel namelijk de collectieve zorgverzekering. Deze inkomensondersteunende maatregel heeft de vorm van bijzondere bijstand. Derhalve zijn de bepalingen van de Participatiewet, zoals inkomen, vermogen en samenwonen, onverkort van toepassing op de voorziening uit deze verordening.

 

Partners en kinderen

In de verordening wordt aangegeven wie wel of niet voor de collectieve zorgverzekering in aanmerking komt. Bij een echtpaar of ongehuwd samenwonenden kan er sprake zijn van een situatie dat de ene partner wel aan de voorwaarden voldoet en de andere partner niet bv de een is chronisch ziek en de andere niet. In een dergelijke situatie kunnen alle huisgenoten deelnemen aan de collectieve verzekering. Denk bijvoorbeeld aan een minderjarig kind dat chronisch ziek is. Dan kunnen ook beide ouders deelnemen aan de collectieve verzekering mits het inkomen lager is dan 130%.

 

Collectieve zorgverzekering

De gemeente Zwolle wil bevorderen dat mensen met een laag inkomen zich voldoende kunnen verzekeren voor ziektekosten of overige medische kosten. Hiertoe heeft de gemeente momenteel een collectief contract gesloten met een zorgverzekeraar. Aan deze collectieve verzekering kunnen inwoners van de gemeente Zwolle deelnemen die een inkomen hebben dat niet hoger is dan 110% van de geldende bijstandsnorm. Voor personen met een beperking of een chronische ziekte geldt een grens van 130%. Bij het vergelijken van de inkomens wordt de vakantietoeslag buiten beschouwing gelaten (zie inkomensbegrip artikel 1).

 

De inkomensgrenzen zijn niet gekoppeld aan het soort inkomen. Deelname aan de collectieve zorgverzekering is niet beperkt tot mensen die een uitkering op grond van de Participatiewet ontvangen. Ook mensen met een inkomen uit werk of uit zelfstandigheid of een andere uitkering kunnen in aanmerking komen voor een collectieve zorgverzekering.

 

Iemand die aan de collectieve zorgverzekeringwil deelnemen sluit hiervoor zelf een overeenkomst met de aangewezen zorgverzekeraar. Inwoners zijn vrij in de keuze van hun zorgverzekeraar.

 

Mensen met schulden die een hoger inkomen hebben dan de genoemde grens van 110%, hebben als gevolg van inhoudingen of beslagleggingen een besteedbaar inkomen dat veel lager is dan de genoemde grens. Het volgen van een schuldregelingstraject of een schuldsaneringstraject is vaak een langdurige en financieel moeilijke opgave. Als stimulans om een dergelijk traject te volgen of het volhouden hiervan, geeft de verordening aan (artikel 4) dat iemand die een schuldregelingsrelatie heeft met de gemeentelijke Schuldhulpverlening ongeacht de hoogte van het inkomen in aanmerking kan komen voor een voorziening. Het besteedbaar inkomen moet dan gelijk zijn aan het vrijgelaten bedrag.

 

Via de collectieve zorgverzekering ontvangt de deelnemer momenteel een korting op de premies voor de basisverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet en de aanvullende verzekeringen. Daarnaast heeft de gemeente Zwolle het aanvullende verzekeringspakket uitgebreid met onder andere de meest voorkomende eigen bijdragen (waaronder die voor de thuiszorg, tandheelkundige voorzieningen en de verplichte eigen bijdrage) en de kosten van brilmonturen en glazen. Voor veel zorgkosten kan men dus een beroep doen op de zorgverzekeraar en is het niet meer noodzakelijk dat men voor deze kosten bijzondere bijstand aanvraagt. De exacte invulling van het pakket kan per jaar verschillen.

Voor alle duidelijkheid wordt aangegeven dat de gemeente bepaalt met welke verzekeraar de collectieve verzekering wordt gesloten, wie tot de doelgroep van de collectieve zorgverzekering behoort en wat de randvoorwaarden zijn. Dit wil nog niet zeggen dat de zorgverzekeraar iemand ook daadwerkelijk kan of wil toelaten. Enerzijds geeft de Zorgverzekeringswet regels over het toelaten tot een zorgverzekering en anderzijds heeft de zorgverzekeraar hiervoor ook eigen vrijheid. De Zorgverzekeringswet bepaalt bijvoorbeeld dat iemand maar 1x per jaar (in januari) van zorgverzekeraar kan veranderen en dat hij of zij dit voor een bepaalde datum moet aangeven (tussen 1 november en 31 december). In het door de gemeente afgesloten contract is bepaald dat voor de toelating geen medische selectie zal toepassen. Een persoon die een bijstandsuitkering aanvraagt zit dus eerst nog een paar maanden, tot 1 januari van het volgende, vast aan zijn oude zorgverzekeraar.

 

Voor de toetsing of iemand kan deelnemen aan de collectieve zorgverzekering wordt uitgegaan van een peilmaand. Bepalend voor behoud van of instroom in de verzekering is de situatie in november. Als het inkomen stijgt tot boven 110 procent, eindigt de deelname. Voor mensen in de uitkering blijft de collectieve zorgverzekering doorlopen tot 1 januari van het volgende jaar. Indien het inkomen onder de 130 procent blijft, kan eenmalig een beroep worden gedaan op een geleidelijke afbouw (artikel 3).