Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zwolle

Verordening scholieren gemeente Zwolle 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZwolle
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening scholieren gemeente Zwolle 2019
CiteertitelVerordening scholieren gemeente Zwolle 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpMaatschappelijke zorg en welzijn
Externe bijlageToelichting bij de verordening

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Hoe is de tegemoetkoming voor scholieren in het voortgezet en middelbaar onderwijs in de gemeente Zwolle geregeld ?

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 149 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

26-07-201901-07-2019nieuwe regeling

08-07-2019

gmb-2019-177607

rb 2019-07.08

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening scholieren gemeente Zwolle 2019

Gemeente Zwolle, bekendmaking verordening scholieren gemeente Zwolle 2019.

De Raad van de gemeente Zwolle besluit:

De verordening Scholieren gemeente Zwolle 2019 vast te stellen.

Deze verordening treedt met terugwerkende kracht per 1 juli 2019 in werking.

 

 

Artikel 1 Begrippen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Wet: Participatiewet

  • b.

    Belanghebbende: de persoon die ten behoeve van zichzelf, zijn partner en of één of meerdere kinderen een voorziening in het kader van deze verordening verzoekt.

  • c.

    Partner: de persoon die al of niet gehuwd met de belanghebbende een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad.

  • d.

    Scholier: het eigen kind of stiefkind dat

    • 1.

      op het zelfde adres als de belanghebbende staat ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie personen van de gemeente Zwolle; en

    • 2.

      ten laste van de belanghebbende of diens partner komt, dat wil zeggen het kind voor wie de belanghebbende of diens partner aanspraak op kinderbijslag kan maken; en.

    • 3.

      voortgezet onderwijs of eerstejaar of tweedejaar middelbaar beroepsonderwijs volgt;

  • e.

    Inkomen: het inkomen van belanghebbende zoals bedoeld in artikel 31,32 en 33 van de wet verminderd met de ontvangen vakantietoeslag. Tot het inkomen wordt ook gerekend de bijstand voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zoals genoemd in artikel 5 onder b van de wet. Bij een gehuwde wordt uitgegaan van de som van het inkomen van belanghebbende en zijn partner.

  • f.

    Peilmaand: de maand april van het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.

  • g.

    Norm: bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals bedoeld in artikel 5 onder b van de wet maar verminderd met de in de wet geldende vakantietoeslag;

  • h.

    vermogen: het vermogen van belanghebbende zoals bedoeld in artikel 34 van de wet. Bij een gehuwde wordt uitgegaan van de som van het vermogen van belanghebbende en zijn partner.

Artikel 2 Kring van belanghebbenden

  • 1.

    Om voor een tegemoetkoming scholieren in aanmerking te komen:

    • a.

      dient de belanghebbende een of meer ten laste komende scholier en/of brugklasser te hebben; en

    • b.

      dient de belanghebbende en zijn partner in de gemeentelijke basisregistratie personen van de gemeente Zwolle ingeschreven te staan; en

    • c.

      mag het inkomen over de peilmaand of de maand waarin voor het eerst een uitkering levensonderhoud is aangevraagd, niet meer bedragen dan 130% van de norm; en

    • d.

      dient het vermogen minder te bedragen dan de van toepassing zijnde vermogensgrens op grond van artikel 34 van de wet.

  • 2.

    indien als gevolg van wisselende of eenmalige inkomsten het inkomen in de peilmaand hoger is dan de norm wordt uitgegaan van een gemiddeld inkomen. Het gemiddeld inkomen wordt berekend door de som van het inkomen dat gedurende 12 maanden voorafgaand aan de peilmaand is genoten te delen door 12.

  • 3.

    Indien er sprake is van een situatie waarbij slechts één van de partners voldoet aan de voorwaarden genoemd in lid 1 onder a en of b wordt bij de beoordeling of er aanspraak bestaat op een voorziening en bij de vaststelling van de omvang van de voorziening de partner die niet aan de voorwaarden voldoet buiten beschouwing gelaten.

  • 4.

    Indien er sprake is van eigenwoning bezit is artikel 50 lid 1 van de wet op overeenkomstige wijze van toepassing.

Artikel 3 Schuldenaren

In afwijking van het gestelde in artikel 2 lid 1 onder c kan een belanghebbende ongeacht de hoogte van het inkomen voor een tegemoetkoming in aanmerking komen als hij in het kader van een schuldregeling een relatie heeft met de gemeentelijke Schulddienstverlening en hij alleen het vrij te laten bedrag van zijn inkomen overhoudt ter besteding.

Artikel 4 Wie komt niet voor de tegemoetkoming in aanmerking?

  • 1.

    Een tegemoetkoming wordt niet verstrekt als een belanghebbende en zijn partner als vreemdeling niet rechtmatig verblijf houdt in Nederland in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000;

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing als een belanghebbende en zijn partner als vreemdeling na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf heeft op grond van artikel 8, onder g of h van de Vreemdelingenwet 2000.

  • 3.

    Indien een situatie zoals genoemd in lid 1 of 2 zich slechts ten aanzien van één van de partners voordoet, wordt bij de beoordeling of er aanspraak bestaat op een voorziening en bij de vaststelling van de omvang van de voorziening de partner op wie het gestelde in lid 1 van toepassing is buiten beschouwing gelaten.

Artikel 5 Hoogte tegemoetkoming

  • 1.

    De hoogte van de tegemoetkoming voor culturele, maatschappelijke en recreatieve activiteiten bedraagt € 450,00 per schooljaar per scholier.

Artikel 6 Aanvragen

  • 1.

    Om voor een voorziening in aanmerking te komen dient de belanghebbende voor het aanvragen gebruik te maken van een formulier dat door het college is vastgesteld. De partner moet schriftelijk instemmen dat de belanghebbende mede namens hem een aanvraag indient.

  • 2.

    De aanvraag voor een tegemoetkoming dient voor afloop van de eerste helft van het schooljaar te worden ingediend doch uiterlijk op 31 december van het schooljaar.

  • 3.

    De tegemoetkoming wordt een maal per jaar verstrekt. Betaling geschiedt op het opgegeven bank- of girorekeningnummer.

Artikel 7 Terugvordering

  • 1.

    De belanghebbende bewaart gedurende tenminste twee jaar na afloop van het betreffende kalanderjaar de schriftelijke bewijzen van zijn uitgaven voor culturele, maatschappelijke en recreatieve activiteiten.

  • 2.

    De bijdrage kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en daardoor een te hoge bijdrage heeft ontvangen of weigert te voldoen aan gestelde verplichtingen.

Artikel 8 hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen artikel 2, 4, 6 en 7 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van belanghebbende leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2019

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van 8 juli 2019

drs. H.J. Meijer, voorzitter

drs. A. ten Have, griffier