Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Aalsmeer

Reclamebeleid

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Aalsmeer
Officiële naam regelingReclamebeleid
CiteertitelReclamebeleid
Vastgesteld door
Onderwerpalgemeen
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Datum inwerkingtreding onbekend.

Publicatiedatum onbekend.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Geen

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

18-07-2006nieuwe regeling

18-07-2006

De Nieuwe Meerbode

Tekst van de regeling

Hoofdstuk 1: Reclamebeleid

Onze leefomgeving wordt in toenemende mate beïnvloed door reclame. Steeds vaker worden reclame boodschappen verspreid en de tekens zelf worden steeds agressiever en opzichtiger.

Het college vindt het belangrijk om de manier waarop reclame wordt gemaakt in redelijke regels vast te leggen. Dit betekent dat er oog is voor het effect van reclame. Reclame moet passen in het straatbeeld en mag de omgeving niet ernstig verstoren. Hierdoor wordt het straatbeeld overzichtelijker en rustiger.

Ook vindt het college dat reclame op of aan een gebouw moet passen bij de stedenbouwkundige situatie. Reclame is dan pas geslaagd als het past bij het gebouw en de omgeving.

Als beheerder van de openbare ruimte biedt het college de mogelijkheid om sandwichborden en spandoeken te plaatsen. Het laat zich raden dat hier ook beperkingen gelden naar soort, aantal de plaats en vorm.

Het vaststellen van een reclamebeleid verschaft belanghebbenden duidelijkheid omtrent de wijze waarop een verzoek tot reclame in voorkomende gevallen wordt getoetst.

Ook voor een goede afronding van een eventueel te volgen handhavingstraject is het van belang om voor de van toepassing zijnde toetsingscriteria te kunnen verwijzen naar een vastgestelde beleidslijn.

1.1. Verschillende soorten reclame

Er zijn drie soorten van reclame:

  • Handelsreclame: reclame op/ aan een onroerende zaak;

  • Reclame: reclame op borden, spandoeken en rijdende voer/vaartuigen;

  • Reclameobject: een bouwwerk met de grond verbonden dat ten doel heeft reclame te maken bijvoorbeeld een reclamezuil.

1.2. Regelgeving.

Hieronder zal de wet- en regelgeving met betrekking tot reclame weergegeven worden.

Handelsreclame

Op grond van artikel 4.4.2. Algemene Plaatselijke Verordening is het verboden zonder vergunning van het college op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook die vanaf de weg zichtbaar is.

Reclame

Op grond van artikel 2.4.2a. Algemene Plaatselijke Verordening is het verboden zonder vergunning van het college op of aan de weg en/of openbaar water reclame te maken of te laten maken:

  • a)

    met borden, doeken, rijdende/varende voer/vaartuigen of geluidsversterkers;

  • b)

    door het uitdelen van goederen om niet;

  • c)

    met andere middelen of voorwerpen.

Reclameobjecten

Alle bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van enige omvang en die direct of indirect met de ondergrond zijn verbonden en die ten doel hebben reclame te maken vallen onder de werking van de Woningwet.

1.3. Afbakening

De volgende afbakeningen zijn van toepassing op het reclamebeleid:

- Grondwet

In artikel 7 van de Grondwet is de vrijheid van meningsuiting geregeld. Het artikel luidt als volgt:

niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

De drukpersvrijheid is niet van toepassing op het maken handelsreclame. Hierdoor wordt niet alleen de censuur uitgesloten maar ook het voorafgaande verlof van het openbaar gezag om geschriften niet zijnde handelsreclame openbaar te maken. De wet bepaalt dat de overheid bij ideële reclame slechts voorschriften mag stellen aan de distributie met het oog op de bescherming van de openbare orde. Dit beleid heeft geen betrekking op ideële reclame, alleen op reclame met een commercieel oogmerk.

- Verordening Opschriften en Opslag Noord-Holland.

Deze verordening heeft tot doel het Noord Hollandse landschap (buiten de bebouwde kom) te vrijwaren van borden of ontsierende objecten of materialen. Alle regels voor het plaatsen of aanbrengen van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen en voor het storten, bergen of opslaan van ontsierende objecten of materialen staan in de provinciale verordening Opschriften en Opslag Noord-Holland. Dit beleid richt zich dan ook alleen op het gebied waarop de verordening van de provincie niet van toepassing is.

1.4. Algemene inherente afwijkingsbevoegdheid.

De bestuursorganen van de gemeente Aalsmeer handelen overeenkomstig het reclamebeleid, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zouden hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding met bij dit beleid te dienen doelen.

1.5. Overgangstermijn

Na de inwerkingtreding van dit reclamebeleid worden alle aanvragen om nieuwe reclame aan dit beleid getoetst. Ook veranderingen van bestaande reclame dienen aan het nieuwe beleid te voldoen.

Voor bestaande reclames (met vergunning) die niet passen binnen dit reclamebeleid wordt een overgangstermijn gehanteerd van twee jaar.

Hoofdstuk 2: Handelsreclame

Op grond van artikel 4.4.2. Algemene Plaatselijke Verordening is het verboden zonder vergunning van het college op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook die vanaf de weg zichtbaar is.

Dit verbod geldt niet voor onverlichte:

  • -

    opschriften e.d. in het inwendige gedeelte van een onroerende zaak die kennelijk niet gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;

  • -

    opschriften e.d. op of aan een onroerende zaak, daartoe aangewezen door de overheid.

  • -

    opschriften e.d. kleiner dan 0,50 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:

    • openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak;

    • het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor de zaak bestemd is.

  • -

    opschriften betrekking hebbend op de naam of de aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht zijn;

  • -

    opschriften e.d. aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht te dienste van dat vervoer.

Voor handelsreclame van tijdelijke aard geldt dat deze;

  • -

    voor het aanbrengen daarvan schriftelijke kennisgeving is gedaan aan het college;

  • -

    het college niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;

  • -

    de opschriften e.d. niet langer dan negen weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.

2.1. Weigeringsgronden vergunning handelsreclame

Een vergunning voor handelsreclame kan geweigerd worden:

  • a.

    indien de reclame hetzij op zichzelf hetzij in verband met haar omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand;

  • b.

    in het belang van de verkeersveiligheid;

  • c.

    in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

2.2. Beoordelingscriteria

Bij het vaststellen van normen voor reclame is het zinvol een onderscheid te maken tussen verschillende gebieden in de gemeente. Een woonwijk vraagt een andere benadering dan een winkelgebied. Het buitengebied wordt ernstig aangetast bij plaatsing van reclame die op een bedrijventerrein gebruikelijk is.

Allereerst worden algemene voorwaarden geformuleerd die voor alle gebiedsdelen gelden. Per gebied wordt een eigen beleid geformuleerd met uitgangspunten en normen. De opbouw van het beleid is dus van algemeen- regels die voor elk gebied gelden, zoals vergunningsvrij, ontoelaatbaar- naar bijzonder. Daarbij wordt in bepaalde gebieden meer toegestaan dan andere. Dit is afhankelijk van de functie van het gebied.

2.2.1. Algemene criteria

Bij het plaatsen c.q. aanbrengen van handelsreclame dient het volgende in acht te worden genomen:

  • Handelsreclame moet een directe relatie hebben met de activiteiten die in het gebouw plaatsvinden;

  • Handelsreclame mag voor de omgeving niet hinderlijk zijn;

  • Handelsreclame dient op de gevel worden aangebracht;

  • Handelsreclame moet aan goede technische en constructieve eisen voldoen; zij moet zijn gemaakt van duurzaam materiaal en goed onderhouden worden;

  • Ruitreclames mogen niet groter zijn dan 25% van het raamoppervlak;

  • De afmetingen en kleuren van de reclame moet zijn afgestemd op het karakter van de omgeving;

  • Het toepassen van losse letters en het aanlichten van handelsreclame verdient de voorkeur boven het toepassen van lichtbakken;

  • Indien gebruik wordt gemaakt van lichtbakken moeten deze voldoen aan de algemene richtlijn betreffende lichthinder reclameverlichting H 1 105 uitgegeven door de NSVV.

Ontoelaatbare reclame is:

  • Handelsreclame die niks te maken heeft met de activiteit in het pand;

  • Reclamebakken buiten de bouwmassa van het gebouw op daken en goten;

  • Handelsreclame voor meer dan één product; dit om wildgroei van reclame te voorkomen;

  • Handelsreclame die het uitzicht van aangrenzende gebouwen belemmert;

  • Meganisch bewegende reclame;

  • Lichtreclame met veranderend of knipperend licht;

  • Daglichtreflecterende reclame;

2.2.2. Gebiedsindeling

De volgende gebiedsindeling is van toepassing:

  • 1.

    Bebouwde kom

  • 2.

    Bedrijventerreinen;

  • 3.

    Sportterreinen;

  • 4.

    Buitengebied (buiten de bebouwde kom)

  • 5.

    Openbare buitenruimte

2.2.2.1. Bebouwde kom

Onder bebouwde kom wordt verstaan de bebouwde kom of kommen waarvan Gedeputeerde Staten

de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, Wegenverkeerswet.

Binnen de bebouwde kom wordt een onderverdeling gemaakt van een aantal gebieden:

  • -

    Woongebieden;

  • -

    Bedrijfsbebouwing;

  • -

    Winkelgebieden.

Omdat de gebieden van elkaar verschillen zijn eigen criteria opgesteld. De gedachte hierachter is dat voor een gebied dat hoofdzakelijk is ingericht voor woondoeleinden geen reclametekens passen. Er ontbreekt namelijk een relatie tussen het woonmilieu en de reclame-uitingen. In gebieden met een uitgesproken winkel en/of promenade karakter of een bedrijvenkarakter zijn de mogelijkheden tot reclame-uitingen ruimer dan in woongebieden. Algemeen gesteld kan worden dat de reclames op winkelniveau, dat wil zeggen op het begane grondniveau, geplaatst dienen te worden zodat er een directe en logische relatie tussen de reclame en de functie van de winkel is.

Woongebieden:

  • -

    In een gebied ingericht voor woondoeleinden mag geen handelsreclame worden geplaatst;

  • -

    Een uitzondering vormen woningen met een praktijkruimte voor het uitoefenen van een vrij beroep, mits:

    • de aanduiding op- of aan de gevel ter plaatse van de entree is van de praktijkruimte is geplaatst;

    • bij aanwezigheid in voortuinen een bord in de tuin wordt geplaatst, mits zorgvuldig (als tuinmeubel) vormgegeven en geïntegreerd in het tuinontwerp met een maximale hoogte van 1,20 meter.

Bedrijfsbebouwing:

  • -

    Alleen handelsreclame die betrekking heeft op de naam en aard van het bedrijf is toegestaan;

  • -

    Per bedrijf mag niet meer dan één reclameteken zichtbaar zijn;

  • -

    Een uitzondering vormen bedrijven die gevels aan meer dan één openbare weg hebben; het aantal reclametekens blijft dan één per naar de openbare weg gekeerde gevel;

  • -

    Reclamezuilen zijn niet toegestaan;

  • -

    Losse letters op dakranden en dakgoten zijn niet toegestaan;

  • -

    Het aanbrengen van reclamevlaggen is niet toegestaan;

  • -

    Aan handelsreclame boven het dak wordt geen medewerking verleend.

Winkelgebieden (hieronder valt ook horeca):

  • -

    Handelsreclame moet loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan de gevel worden aangebracht;

  • -

    Handelsreclame dient op winkelniveau, dat wil zeggen het begane grond niveau, geplaatst te worden;

  • -

    Geen reclame mag worden aangebracht op verdiepingen met een woondoel of verdiepingen met een bedrijfsbestemming zonder publieksfunctie;

  • -

    Er dient een directe en logische relatie tussen de reclame en de functie van de bebouwing te zijn en de overlast voor eventuele bovenwoningenmoet beperkt zijn;

  • -

    De samenhang en ritmiek van de straatwand mogen door de reclame niet worden verstoord;

  • -

    De voorkeur geniet plaatsing van reclame tegen de luifel in plaats van boven op de luifel;

  • -

    Indien geen luifel aanwezig is kan reclame op een lichtbak worden gemaakt mits de afmetingen en de plaatsing afgestemd worden op de gevelopzet;

  • -

    Handelsreclame op losse borden (niet op of aan de gevel bevestigd) mogen de totaalhoogte van 1,20 meter bedragen en er moet een directe en logische relatie met de bebouwing bestaan;

  • -

    Het aanbrengen van lichtbakken of lichtreclames op reclamemasten is niet toegestaan;

  • -

    Het aanbrengen van reclamevlaggen is niet toegestaan.

2.2.2.2. Bedrijventerreinen

Op bedrijventerreinen komen aanduidingen voor waarop de bedrijfsnaam staat vermeld of wat de onderneming produceert. Ook komt het voor dat reclame wordt gemaakt voor een bepaald product.

Op bedrijventerreinen is het gebruikelijk om een bewegwijzeringssysteem te hebben. Bij bedrijfsverzamelgebouwen wordt de gezamenlijke presentatie getoond, zo nodig met een verwijzing per onderneming.

Omdat het hier gaat om een grotere concentratie van bedrijven, zal de reclame hier ook overdadiger zijn. Uitgangspunt blijft dat de reclame op een logische plaats tegen de gevel aangebracht dient te worden. Bijvoorbeeld bij de ingang. Reclame moet ook passen bij het gebouw. Als plaatsing tegen de gevel niet mogelijk is- bijvoorbeeld bij een gevel van louter glas- moet de reclame bij de hoofdingang worden geplaatst. Verticale reclamezuilen zijn mogelijk als ze een plaats krijgen aan de kant van de ingang van een bedrijf.

  • -

    Handelsreclame dient op de entree of de gevel van de bebouwing geplaatst te worden en dient afgestemd te zijn op de massa en de gevelopzet;

  • -

    Handelsreclame mag de samenhang en ritmiek van de straatwand niet verstoren;

  • -

    Handelsreclame is niet toegestaan op of aan de erfafscheidingen van bedrijven;

  • -

    Indien plaatsing tegen de gevel niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij glasvliesgevels, dient de reclame boven of in de buurt van de entree worden aangebracht;

  • -

    Plaatsing van reclame op de dakrand is alleen mogelijk door middel van losse letters;

  • -

    Los geplaatste ornamenten mogen worden geplaatst bij de toegang van een bedrijf met een maximum hoogte van 3,50 meter;

  • -

    Handelsreclame op luifels en zonneschermen is toegestaan als zij bestaat uit losse geschilderde letters of plakletters;

  • -

    Routeborden mogen enkel in een uniform kader worden geplaatst; per terrein zal een dergelijk kader moeten worden ontwikkeld en vormgegeven;

  • -

    Een gezamenlijke presentatie van routeborden bij de entree van het bedrijventerrein is mogelijk in combinatie met een plattegrond en routebeschrijving; de maximale hoogte hiervan dient beperkt te blijven tot maximaal 5 meter;

  • -

    Reclamevlaggen zijn niet toegestaan.

2.2.2.3. Sportterreinen

Het aanbrengen van handelsreclame waarbij de teksten niet gericht zijn op het complex zijn niet aanvaardbaar. Naamsreclame voor de sportvereniging in verband met de bereikbaarheid is wel mogelijk. Maar dan moet de aanduiding wat betreft maat, vormgeving en kleur wel zijn afgestemd op de omgeving.

Reclameborden gericht op sponsors op het complex zelf zijn toegestaan, mits de naar de natuur gerichte zijde donker van kleur is en de hoogte vanaf het maaiveld maximaal 1,20 meter bedraagt.

2.2.2.4. Buitengebied (buiten de bebouwde kom)

Handelsreclame hoort niet in het buitengebied. Zij past slecht bij het karakter van de omgeving en vormt een visuele vervuiling. Bij agrarische bedrijven is het mogelijk om op eigen terrein kleine bordjes te plaatsen (bijvoorbeeld “eieren te koop” (voor de verkoop van goederen dient ook een vergunning aangevraagd te worden)). Bovendien is één naamsaanduiding op de stal, kas of bedrijfsruimte mogelijk. In dit gebiedsdeel is niet de Algemene Plaatselijke Verordening maar de provinciale verordening Opschriften en Opslag Noord- Holland van toepassing.

De provinciale verordening is als het om vergunningsvrije reclame gaat ruimer in haar opvatting dan de Algemene Plaatselijke Verordening.

Een reclame is vergunningsvrij als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden (artikel 3 verordening Opschriften en Opslag Noord- Holland):

  • De reclame moet betrekking hebben op het product of de dienst die wordt verleend of het bedrijf of beroep dat wordt uitgeoefend op een onroerende zaak;

  • Een onverlichte reclame met een maximaal oppervlakte van 0,5 m2 met geen grotere afmeting in één richting dan 1,5 meter;

  • Reclame op een gebouw mag niet geheel of gedeeltelijk boven de dakrand worden geplaatst.

Wanneer zij niet aan de gevel wordt aangebracht, mag de hoogte zich niet meer dan 1,50 meter, gemeten vanaf het hoogste punt, boven het maaiveld bevinden.

Lichtreclame past niet in het buitengebied en zal met name ’s- avonds opzichtig zijn. Lichtreclame in het buitengebied is daarom niet toelaatbaar. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan er toestemming worden verleend, bijvoorbeeld bij benzinestations en restaurants langs provinciale wegen. Er moet dan een verzoek om ontheffing worden ingediend bij de provincie Noord-Holland.

2.2.2.5. Openbare buitenruimte

De eisen aan handelsreclame zijn bedoeld om de kwaliteit van de omgeving te behouden. De gemeente geeft als eigenaar en beheerder van de openbare buitenruimte ook gelegenheid om reclame te maken. De reclame varieert van billboards, lichtmastborden, route- en verwijzingsborden, reclame op abri’s en stadsplattegronden.

Het is logisch dat aan deze reclames binnen de bebouwde kom beperkingen worden gesteld naar soort, plaats en vorm. Buiten de bebouwde kom is de provinciale verordeningen Opschriften en Opslag Noord-Holland van toepassing.

Lichtmastreclames

Onder deze reclame wordt verstaan (on)verlichte reclamebakken die aan lichtmasten wordt bevestigd.

In de gemeente wordt deze vorm van reclame niet toegestaan, met uitzondering van de abri’s.

Billboards

Billboards zijn buitenreclameborden met een affiche formaat van ongeveer 3300 X 2400 mm. Zij worden geplaatst als vrijstaande reclame langs de openbare weg in de bebouwde kom. Deze reclame kenmerkt zich onder andere dat het niet bedrijfsgebonden is. Er wordt dus geen reclame gemaakt voor het bedrijf of pand dat zich in de directe omgeving bevindt. Er wordt geadverteerd voor meestal landelijke artikelen of bedrijven. De gemeente Aalsmeer heeft een contract afgesloten met Viacom Outdoor te Amsterdam met betrekking tot de billboards in de openbare buitenruimte. In dit contract zijn de nadere eisen met betrekking tot billboards vastgelegd.

Abri’s (binnen de bebouwde kom)

Abri’s zijn bushaltehokjes bij haltes van openbaar vervoer. De gemeente Aalsmeer heeft een contract afgesloten met Alrecon met betrekking tot abri’s. In dit contract zijn de nadere eisen met betrekking tot abri’s vastgelegd.

Stadsplattegronden (binnen de bebouwde kom) Op toegangswegen in Aalsmeer zijn stadsplattegronden geplaatst. Hier worden de volgende eisen aan gesteld:

  • -

    Plaatsing alleen bij parkeervoorziening;

  • -

    Stadsplattegrondzijde gericht op binnenkomend verkeer;

  • -

    Maximaal formaat van (breedte X hoogte) 1200 X 1750 mm.

Route-, verwijzingsborden

Ten aanzien van deze borden binnen de bebouwde kom wordt gesteld dat een uniform bewegwijzeringsysteem wordt voorgestaan. Dit betekent dat de borden in een vaste vormgeving en kleurstelling moeten worden uitgevoerd.

Voor de verwijzingsborden buiten de bebouwde kom bestaan ANWB modelverwijsborden met pictogram. Instellingen die in aanmerking willen komen voor plaatsing langs gemeentelijke weg dienen een verzoek in te dienen bij de ANWB, waarna terugkoppeling plaatsvindt met de gemeente voor wat betreft de criteria waaraan getoetst moet worden.

Alleen bedrijven en instellingen die positief zijn bestemd binnen of niet in strijd zijn met de geldende bestemmingsplannen komen in aanmerking voor verwijzingsborden. In het algemeen kan gedacht worden aan VVV kantoren, kaas- en ijsboederijen, ambachtelijke bedrijfjes zoals kaarsenmakerij en pottenbakkerij, musea en galerieën kinder- speel- en kampeerboederijen, campings en molens. Per bedrijf of instelling in de bebouwde kom mogen maximaal drie borden worden geplaatst. Buiten de bebouwde kom zal dit, afhankelijk van de ligging van geval tot geval beoordeeld moeten worden.

Permanente plakplaatsen

De Algemene Plaatselijke Verordening verbiedt om op de openbare weg aanplakbiljetten aan te brengen. Dat mag alleen op plaatsen waar het door het college is toegestaan.

Op de volgende plaatsen in de gemeente Aalsmeer mogen aanplakbiljetten worden aangebracht op de daartoe bestemde borden:

  • -

    Ingang Praampleing naast invalide parkeerplaats;

  • -

    Op het Raadhuisplein naast de bloemenkiosk;

  • -

    Kruising Weteringstraat/ marktstraat voor café Joppe;

  • -

    Ingang Drie Kolommenplein naast postkantoor;

  • -

    Op busstation Hortensialaan/ Ophelialaan;

  • -

    Hoek Spoorlaan/ Ophelialaan naast het fietspad;

  • -

    Thijsselaan voor de tuinbouwschool;

  • -

    Zwarteweg voor het jongerencentrum;

  • -

    Kudelstaartseweg bij surfeiland;

  • -

    Beethovenlaan bij winkelcentrum Hornmeer;

  • -

    Mijnsherenweg bij winkelcentrum Kudelstaart;

  • -

    Edisonstraat voor Proosdijhal;

  • -

    Hornweg bij ingang Bloemhof.

Hoofdstuk 3: Reclame

Op grond van artikel 2.4.2.A Algemene Plaatselijke Verordening is er een vergunning nodig voor het op of aan de weg en/of openbaar water maken van reclame of laten maken van reclame:

  • 1.

    met borden, doeken, rijdende vaar/ vaartuigen of geluidsversterkers;

  • Onder

    borden vallen

    • -

      Sandwichborden: twee evenwijdig of bijna evenwijdig aan elkaar geplaatste borden, bijvoorbeeld bevestigd om of aan een lichtmast.

    • -

      Driehoeksbord: een driekantig, vast afficheframe om paal of mast bevestigd, bedoeld voor affichering.

  • Onder

    doek valt een gespannen doek op, aan of boven de weg danwel op of aan bouwwerken (waaronder begrepen bouwsteigers) voorzien van een reclame-uiting (spandoek).

  • Een

    voertuig is op basis van dit beleid alle rij- en voertuigen, met uitzondering van treinen, trams en bussen. Onder vaartuig wordt volstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten.

  • 2.

    door het uitdelen van goederen om niet;

  • 3.

    met andere middelen of voorwerpen.

Deze reclame heeft over het algemeen betrekking op tijdelijke reclame door middel van sandwichborden en spandoeken voor evenementen, opening van een bedrijf, aankondiging van een collecte enz.

Er is geen vergunning nodig voor:

  • -

    het maken van reclame door middel van het verspreiden, openlijk tentoonstellen en het door enig ander middel aan het publiek in het openbaar bekendmaken van de inhoud van gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, waarin gedachten en gevoelens zijn geopenbaard.

  • -

    het maken van reclame door middel van rijdende/ varende voer/ vaartuigen, die, naar het oordeel van het college, niet uitsluitend of in hoofdzaak voor reclamedoeleinden zijn ingericht of worden gebezigd.

3.2. Beoordelingscriteria

Hieronder zullen de criteria omschreven worden waaraan getoetst moet worden bij de vergunningverlening. Deze criteria hebben met name betrekking op het uiterlijk aanzien van de reclame en de duur van de reclame. Uitgangspunt is dat deze vorm van reclame niet langere tijd in de gemeente aanwezig is. Het is niet de bedoeling dat de gemeente vol komt te staan met sanwichborden en spandoeken. De gedachte achter de reclame is dat er voor een korte duur reclame voor een activiteit wordt gemaakt. Indien de activiteit niet meer plaatsvindt, moet ook de reclame verdwenen zijn.

Reclameborden

  • -

    De omvang van de reclameborden mag maximaal 125 X 90 cm bedragen;

  • -

    Reclameborden mogen voor een maximale tijdsduur van twee weken worden geplaatst;

  • -

    Het maximaal aan te brengen borden wordt gesteld op 50 voor de gehele gemeente voor Aalsmeerse activiteiten;

  • -

    Het maximaal aan te brengen borden wordt gesteld op tien voor niet- Aalsmeerse activiteiten;

  • -

    Het maximaal aantal tegelijkertijd gevoerde reclames op borden bedraagt voor niet- Aalsmeerse activiteiten twee;

  • -

    Het maximaal aantal tegelijkertijd gevoerde reclame op borden voor Aalsmeerse activiteiten is maximaal 50;

  • -

    Reclameborden mogen uitsluitend aan, respectievelijk tegen de binnen de bebouwde kom geplaatste lantaarnpalen worden aangebracht. In één straat mogen maximaal vier reclameborden per activiteit worden aangebracht en per lantaarnpaal mag slechts één reclamebord aanwezig zijn.

  • -

    De reclameborden mogen niet zodanig zijn aangebracht dat zij- met name op kruispunten- het verkeer hinderen of in gevaar brengen;

  • -

    Reclameborden mogen niet binnen een afstand van tien meter van kruispunten, trottoir en dergelijke worden geplaatst;

  • -

    Reclameborden mogen uitsluitend worden aangebracht binnen de rand van het trottoir;

  • -

    Op het trottoir dient een doorgang van ten minste 1,50 cm vrij te worden gehouden voor voetgangers en rolstoelgebruikers;

  • -

    Het aanplakken van reclame op straatmeubilair is niet toegestaan;

  • -

    Reclameborden mogen niet lijken op verkeersborden en verkeerstekens;

  • -

    Een reclamebord mag niet aanstootgevend zijn.

Spandoeken

  • -

    Spandoeken mogen voor een maximale tijdsduur van twee weken worden geplaatst;

  • -

    Het maximaal aan te brengen spandoeken wordt gesteld op maximaal 3 spandoeken;

  • -

    Spandoeken mogen niet zodanig zijn aangebracht dat zij- met name op kruispunten- het verkeer hinderen of in gevaar brengen;

  • -

    Spandoeken mogen niet aanstootgevend zijn.

Op de volgende plaatsen in de gemeente Aalsmeer is het toegestaan om spandoeken aan te brengen:

  • -

    Dorpstraat aan de brug;

  • -

    Van Cleeffkade t.h.v. Seringenstraat tussen lichtmast 13 en boom;

  • -

    Oosteinderweg t.h.v. Machineweg, tussen lichtmast 100 en 1;

  • -

    Zwarteweg t.h.v. huisnr. 61(politieburo) tussen lichtmast 17 en 18;

  • -

    Kudelstaartseweg t.h.v. huisnr. 48, tussen lichtmast 7 en boom;

  • -

    Machineweg t.h.v. huisnr. 41, tussen lichtmast 16 en 18;

  • -

    Julianalaan t.h.v. huisnr. 61, tussen lichtmast 6 en 7;

  • -

    Hornweg t.h.v. huisnr. 271, tussen bomen;

  • -

    Machineweg t.h.v. rotonde naast huisnr. 186 tussen lichtmasten;

  • -

    Robend/Bilderdammerweg naast huisnr. 297, tussen bomen;

  • -

    Mijnsherenweg naast huisnr. 38, tussen lichtmast 27 en 29.

Goederen om niet

  • -

    Er mag slechts reclame worden gemaakt met goederen om niet in de winkelcentra van de gemeente;

  • -

    Een keer per half jaar mag één soort goed om niet worden uitgedeeld;

  • -

    Per week mag slechts één goed om niet worden uitgedeeld in één winkelcentrum.

Andere middelen of voorwerpen

- Er mag geen reclame met behulp van dieren worden gemaakt.

Hoofdstuk 4: Reclameobjecten

Een reclameobject wordt beschouwd als een gebouw in de zin van de Woningwet. Reclameobject is een bouwwerk dat met de grond verbonden is en ten doel heeft reclame te maken bijvoorbeeld een reclamezuil. In dit kader dient voor een reclameobject een bouwvergunning te worden verleend.

Alleen vergunningsvrij bouwen op basis van artikel 43 Woningwet zijn hiervan uitgezonderd.

Een bouwaanvraag voor een reclameobject wordt dan ook getoetst aan:

  • -

    het bestemmingsplan;

  • -

    technische eisen bouwbesluit;

  • -

    de Bouwverordening;

  • -

    redelijke eisen van welstand.

Indien de bouwaanvraag in strijd is met de bovenstaande toetsingsgronden, dient de aanvraag geweigerd te worden (artikel 44 Woningwet).

Met betrekking tot de redelijke eisen van welstand wordt nog het volgende opgemerkt.

Voor relatief kleine bouwwerken zijn in de vorm van sneltoetstcriteria in de Welstandsnota toetsbare criteria vastgesteld die voor de aanvrager vooraf duidelijkheid geven.

In de Welstandsnota is een meer gedetailleerde gebiedsgerichte aanpak gevolgd dan in het voorgaande hoofdstuk is beschreven. De Welstandsnota geeft hiermee een beschrijving van de samenhang in- en het karakter van een bepaald gebied. Daaruit ontstaat een reeks concrete aandachtspunten of beoordelingscriteria. Het zijn criteria waarop gelet moet worden als er gebouwd wordt in een bepaald gebied. Met deze gebiedsgerichte welstandscriteria wordt ook aangegeven in welke gebieden bijzondere kwaliteiten aanwezig zijn, extra inspanningen worden verwacht en in welke gebieden het handhaven van basiskwaliteiten voldoende lijkt.

Voor bouwplannen van objecten is bij het opstellen van de welstandscriteria een objectgerichte aanpak gevolgd. De Welstandsnota geeft een beschrijving van de eigenschappen van een bepaald object. Daaruit ontstaat een reeks aandachtspunten of beoordelingscriteria.

Hoofdstuk 5: Handhaving

De handhavinginstrumenten kunnen onderscheiden worden in preventieve en repressieve instrumenten. Bij preventieve instrumenten kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de toetsing van aanvragen, waarbij bij beoordeling van de aanvraag wordt besloten dat een reclamevergunning niet mogelijk of gewenst is.

Sanctie middelen zijn repressieve middelen. Hierbij kunnen bestuursrechtelijke of strafrechtelijke sancties worden ingezet of een combinatie van beide.

De belangrijkste middelen zijn:

  • -

    Bestuurlijke acties:

    • opleggen dwangsom;

    • bestuursdwang;

  • -

    Strafrechtelijke acties:

    • proces verbaal.

5.1. Sanctiebeleid Algemene Plaatselijke Verordening.

Op grond van artikel 1.6 van de Algemene Plaatselijke Verordening kan een vergunning voor reclame of handelsreclame ingetrokken of gewijzigd worden indien:

  • a.

    ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • b.

    op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning vereist is;

  • c.

    aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet worden nagekomen;

  • d.

    geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijk termijn, binnen een redelijke termijn;

  • e.

    de houder dit verzoekt.

Op grond van de bovenstaande bepalingen van de Algemene Plaatselijke Verordening is het volgende sanctiebeleid van toepassing.

Indien geconstateerd wordt dat:

  • -

    er reclame wordt gemaakt zonder geldige vergunning;

  • -

    niet wordt voldaan aan de verleende vergunning;

  • -

    er gevaar is voor openbare orden en veiligheid;

  • -

    er sprake is van overlast.

1e overtreding: Betrokkene wordt aangeschreven door de afdeling Publiekszaken/ Leefomgeving om te komen tot een juiste aanvraag;

2e overtreding: De afdeling Leefomgeving neemt bestuursrechtelijk actie.

5.2. Sanctiebeleid Woningwet

Op grond van artikel 100 Woningwet voorziet het gemeentebestuur in bouw- en woningtoezicht dat in elk geval de taak heeft binnen de gemeente toezicht uit te oefenen op de naleving van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het opsporen van illegaal geplaatste reclameobjecten zal, voor zover deze vallen onder de werking van de Woningwet, geschieden door de ambtenaren bouwen woningtoezicht.

Het volgende sanctiebeleid van de Woningwet is van toepassing.

Indien geconstateerd wordt dat:

  • -

    er reclame wordt gemaakt zonder geldige bouwvergunning;

  • -

    niet wordt voldaan aan de verleende bouwvergunning;

  • -

    er gevaar is voor openbare orde en veiligheid;

  • -

    er sprake is van overlast.

1e overtreding: Betrokkene wordt aangeschreven door de afdeling Leefomgeving om te komen tot een juiste aanvraag;

2e overtreding: De afdeling Leefomgeving neemt bestuursrechtelijk actie.

Hoofdstuk 6: Samenvatting

In het reclamebeleid zijn regels opgenomen voor handelsreclame, reclame en reclameobjecten. Er is in weergegeven welke wet- en regelgeving van toepassing is. Daarbij zijn er beoordelingscriteria in opgenomen waar een aanvraag voor reclame aan getoetst dient te worden.

Deze criteria hebben onder andere te maken op de duur, de omvang, het uiterlijk van de verschillende reclames. Voor handelsreclame is de gemeente onderverdeeld in verschillende gebieden waar weer bijzondere criteria voor gelden. Tot slot is in het kort het handhavingstraject weergegeven.