Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Den Helder

Deelsubsidieverordening Subsidieverlening aan sportverenigingen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDen Helder
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingDeelsubsidieverordening Subsidieverlening aan sportverenigingen
CiteertitelDeelsubsidieverordening Subsidieverlening aan sportverenigingen
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpSubsidies

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Regeling vervangt Deelsubsidieverordening Subsieverlening aan Sportverenigingen 2009.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, artikel 149; Algemene subsidieverordening 2008, artikel 1:1.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

15-07-201101-07-2011Nieuwe regeling

04-07-2011

Stadsnieuws, 2011, 28

RB11.0045

Tekst van de regeling

Intitulé

Deelsubsidieverordening Subsidieverlening aan sportverenigingen

 

 

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijving

Sportvereniging: een statutair in de gemeente Den Helder gevestigde en bij de Kamer van Koophandel ingeschreven (omni)sportvereniging die de beoefening van sport in georganiseerd verband ten doel heeft en die lid is van een landelijke bij het NOC*NSF aangesloten sportbond. IJsclubs worden niet beschouwd als een sportvereniging in de zin van deze verordening.

Sportaccommodatie: een ruimtelijk en/of kadastraal aan te duiden voorziening waar (georganiseerde) sportbeoefening kan plaatsvinden niet zijnde een clubhuis, kleedruimte of opslag.

Jeugdlid: lid van een sportvereniging dat op 1 september van het jaar waarin de vereniging een subsidieaanvraag indient 23 jaar of jonger is, en die door het lidmaatschap minimaal kan deelnemen aan trainingen, wedstrijden en toernooien van de vereniging.

Ouder lid: lid van een sportvereniging dat op 1 september van het jaar waarin de vereniging een subsidieaanvraag indient 60 jaar of ouder is, en die door het lidmaatschap minimaal kan deelnemen aan trainingen, wedstrijden en toernooien van de vereniging.

Subsidiepunt: meeteenheid ten behoeve van de verdeling van de voor deze deelsubsidieverordening beschikbare subsidiemiddelen, zoals omschreven in hoofdstuk 4 van deze deelsubsidieverordening.

Veldsport: een sport die door een sportvereniging uitgeoefend wordt op een in dit geval van de gemeente gehuurde of door de gemeente in gebruik gegeven buitensportaccommodatie.

Artikel 1.2 Reikwijdte en doel

  • 1.

    Deze deelsubsidieverordening is van toepassing op de van gemeentewege te verlenen subsidie aan een sportvereniging voor activiteiten als bedoeld in deze verordening.

  • 2.

    De deelsubsidieverordening is gericht op het stimuleren van een sportvereniging tot het laten deelnemen van inwoners van Den Helder aan georganiseerde sport, het bevorderen van de kwaliteit van sportbeoefening in verenigingsverband en op het versterken van de rol van de sportvereniging bij het via sportbeoefening actief laten deelnemen van mensen uit achterstandsgroepen aan de Helderse samenleving.

  • 3.

    De aanvraag heeft betrekking op activiteiten die plaatsvinden gedurende een kalenderjaar.

Artikel 1.3 Subsidieplafond

Middelen voor de subsidiering van sportverenigingen worden, voor zover de raad deze heeft gevoteerd, ieder jaar op de gemeentebegroting gereserveerd.

Artikel 1.4 Evaluatieplicht

Deze verordening zal vijf jaar na de inwerkingtreding worden geëvalueerd.

Hoofdstuk 2 Subsidieaanvraag

Artikel 2.1 Aanvrager

  • 1.

    Aanvragen kunnen gedaan worden door sportverenigingen

    • a.

      die statutair in Den Helder zijn gevestigd en

    • b.

      waarvan ten minste 70% van het ledenbestand woonachtig is in Den Helder en

    • c.

      waarvan het aantal vol lidmaatschap betalende leden die actief de sport beoefenen, ten minste 50 is op 1 september van het jaar van aanvraag met dien verstande dat het college ook een aanvraag van een vereniging met minder dan 50 leden in behandeling neemt, als de leden een specifieke sport beoefenen die nog niet door een andere vereniging in Den Helder wordt aangeboden.

  • 2.

    Er bestaat geen aanspraak op subsidie ingevolge deze verordening wanneer verenigingen niet algemeen toegankelijk zijn, zoals in ieder geval personeelsverenigingen en verenigingen die een zeer hoge contributie en soms ook nog een hoog entreebedrag/inkoopbedrag vragen, waardoor zij voor grote groepen van de bevolking in feite ontoegankelijk zijn.

Artikel 2.2 Aanvraag termijn

Een sportvereniging dient voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie is bestemd haar subsidieaanvraag in bij het college van burgemeester en wethouders (college).

Artikel 2.3 Subsidietijdvak

Een verleende subsidie heeft betrekking op het kalenderjaar volgend op het jaar waarin het subsidieverzoek bij het college wordt ingediend.

Artikel 2.4 Gegevens bij de aanvraag voor subsidieverlening

In plaats van verplichtingen die voortkomen uit artikel 2:2 van de Algemene subsidieverordening 2008 (Asv 2008) dient de sportvereniging de volgende stukken samen met de subsidieaanvraag in:

  • 1.

    a. bij de eerste aanvraag: een afschrift van statuten en de reglementen die de inrichting en werkzaamheden van de sportvereniging regelen;

    b. bij een volgende aanvraag: afschrift van de statuten en reglementen die de inrichting en werkzaamheden van de sportvereniging regelen indien en voor zover deze zijn gewijzigd in de periode na de vorige subsidie aanvraag.

  • 2.

    een overzicht van het totaal aantal leden dat de sportvereniging heeft op basis van haar ledenbestand per 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd. In dit overzicht dient:

  • a. het totaal aantal leden dat actief sport(en) beoefent en 23 jaar of jonger dan wel 60 jaar of ouder is, schuin gearceerd te zijn;

    b. per lid ten minste het geboortejaar en de beoefende sport(en) vermeld zijn.

Artikel 2.5 Uitstel of ontheffing

Een sportvereniging kan een aanvraag tot uitstel of ontheffing aanvragen conform artikel 2:3 lid 1 van de Asv 2008.

Het college besluit op basis van de in het verzoek tot uitstel gegeven redenen tot het al dan niet verlenen daarvan uitstel, daarbij lettend op:

  • 1.

    vermijdbaarheid van het uitstel;

  • 2.

    zorgvuldigheid;

  • 3.

    het verloop van eerdere subsidieaanvragen.

Artikel 2.6 Beslistermijn

Het college beslist op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2.2 voor 31 december van het jaar waarin deze aanvraag is ingediend.

Hoofdstuk 3 Verplichtingen

Artikel 3.1 Financiële verantwoording

  • 1.

    De subsidieontvanger draagt zorg voor eenvoudig inzichtelijke financiële en projectadministratie voor de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2.

    De ontvanger van een subsidie die meer dan € 50.000,00 bedraagt, overlegt naast de onder lid 1 van dit artikel bedoelde administraties aan het college een accountantsverklaring als bedoelt in artikel 2:393, vijfde lid van het Burgerlijk Wetboek aangaande de besteding van de subsidie.

  • 3.

    De ontvanger van een subsidie die meer bedraagt dan € 5.000,00 maar minder is dan of gelijk is aan € 50.000,00 overlegt aan het college een verklaring aangaande de besteding van de subsidie, opgesteld door een kascommissie van de sportvereniging of door enig ander orgaan dat toeziet op de financiële huishouding van de vereniging.

  • 4.

    De ontvanger van een subsidie lager of gelijk aan € 5.000,00 hoeft geen financiële verantwoording af te leggen over de besteding van de subsidie.

Artikel 3.2 Vermogensvorming

Het vormen van reserves en/of vermogen is toegestaan wanneer het tot doel heeft de middelen in de jaren volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verleend te besteden aan de activiteiten als omschreven in deze regeling. Conform artikel 3:5 van de Asv 2008 dient de aanvrager hiervoor toestemming te vragen aan het college.

Hoofdstuk 4 Subsidieverdeling

Artikel 4.1 Subsidiepunten

  • 1.

    De hoogte van de subsidie die een sportvereniging kan krijgen wordt bepaald door het subsidieplafond en het aantal subsidiepunten dat zij krijgt op basis van kenmerken van haar ledenbestand. Het aantal subsidiepunten bepaalt het percentage van het subsidiebedrag (zie artikel 2:4 lid 2).

  • 2.

    Een sportvereniging krijgt één subsidiepunt voor ieder lid dat op 1 september van het jaar van aanvraag 23 jaar of jonger dan wel 60 jaar of ouder is.

  • 3.

    Een toelichting op de berekening van het subsidiebedrag is een bijlage bij de beschikking waarmee het college de subsidie verleent.

Artikel 4.2 Weging

  • 1.

    Gezien hun beperkte accommodatiekosten wordt op het subsidiebedrag van de volgende sporten een weging toegepast:

    • ·

      Bord- en kaartspelen 0.3

    • ·

      Biljart 0.5

    • ·

      Wandelsport 0.3

  • 2.

    Gezien de hoge accommodatiekosten mogen veldsporten subsidie aanvragen, met een weging op het subsidiebedrag, aangezien de gemeente voor 85% de kosten van de sportaccommodatiehuur op zich neemt.

    · Veldsporten 0.3

Hoofdstuk 5 Te subsidiëren activiteiten

Artikel 5.1 Activiteiten

De subsidie moet aangewend worden voor de volgende door de betrokken sportvereniging te organiseren activiteiten, zoals nader omschreven in de bij deze verordening behorende toelichting onder 5.1:

a. het in gebruik krijgen en houden van een sportaccommodatie;

b. het aanbieden van training, opleiding en onderwijs ter verhoging van de kwaliteit van het kader van de vereniging, zowel op sportief als organisatorisch vlak;

c. het organiseren van sportactiviteiten ten behoeve van doelgroepen uit de Helderse samenleving die minder betrokken zijn bij het maatschappelijke leven of activiteiten die sportbeoefening introduceren bij de diverse geledingen van de Helderse samenleving.

Hoofdstuk 6 De subsidievaststelling

Artikel 6.1 De aanvraag om subsidie vaststelling

De subsidieontvanger dient voor 1 april van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college.

Artikel 6.2 Gegevens bij de aanvraag om subsidievaststelling

Het opgeven van verantwoordingsgegevens als bedoeld in artikel 4.2 eerste lid van de Asv 2008 kan voor deze deelsubsidieverordening gebeuren op het door het college vastgestelde subsidieafrekenformulier. De sportvereniging moet aantonen dat de subsidie is uitgegeven aan elk van de onder artikel 5.1 genoemde activiteiten. Zie ook artikel 3.1.

Artikel 6.3 Subsidieafrekenformulier

Indien de subsidieontvanger van een subsidie van €5.000,00 of hoger in het subsidieafrekenformulier niet kan aantonen, dat de activiteiten zoals benoemd onder artikel 5.1 van deze deelverordening en de verdeling van de middelen daarover hebben plaatsgevonden overeenkomstig de in deze deelverordening opgenomen voorwaarden, wordt de verleende subsidie op nul vastgesteld.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 7.1 Inwerkingtreding en overgangsrecht

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na die van zijn openbare bekendmaking en werkt terug vanaf 1 juli 2011.

  • 2.

    De deelsubsidieverordening “Subsidieverlening aan Sportverenigingen 2009” wordt met ingang van de in lid 1 genoemde datum ingetrokken, en blijft van toepassing op de afwikkeling van de subsidies die op grond van deze deelsubsidieverordening zijn verleend.

Artikel 7.2 Citeertitel

Deze deelsubsidieverordening kan worden aangehaald als: Deelsubsidieverordening “Subsidieverlening aan sportverenigingen”.

Aldus besloten in de raadsvergadering van 4 juli 2011

Koen Schuiling, voorzitter

mr. drs. M. Huisman, griffier

Toelichting op de deelsubsidieverordening

 

Algemeen

In deze deelsubsidieverordening zijn de regels omschreven die van toepassing zijn op de subsidieverlening aan sportverenigingen voor zover deze regels afwijken van de Asv 2008 of voor zover de regels van de Asv 2008 een nadere specificatie nodig hebben.

 

Artikelsgewijs commentaar

Artikel 1:1 Begripsomschrijving

Een omnisportvereniging is een sportvereniging waar meerdere sporten beoefend worden. Zo’n vereniging bestaat uit meerdere afdelingen per tak van sport met een gemeenschappelijke overkoepelende organisatie. Afhankelijk van de structuur in de vereniging opereren de afdelingen als zelfstandige individuele verenigingen of als één gezamenlijke vereniging.

Artikel 1:2 Reikwijdte en doel

Het tweede lid omschrijft de maatschappelijke doelen die de gemeente met het subsidiëren van sportverenigingen wil bereiken. Deze doelen zijn ontleend aan de Kadernota Lokaal Sportbeleid “Wat ons beweegt” vastgesteld door de raad op 1 maart 2006.

Artikel 1:3 Subsidieplafond

Jaarlijks stelt de raad bij de begrotingsvaststelling het voor deze regeling beschikbare budget vast. De omvang van het beschikbare bedrag voor 2010 is onderdeel van het raadsbesluit “tarieven en subsidies sportverenigingen d.d. 1 februari 2010”.

Artikel 1:4 Evaluatieplicht

De evaluatie van deze regeling na vijf jaar loopt gelijk met de evaluatie van het nieuwe tarievenstelsel voor de verhuur van buitensportaccommodaties.

Artikel 2:1 Aanvrager

Het eerste lid beperkt de werking van de regeling in en voor Den Helder actieve sportverenigingen en bepaalt ook een gewenste minimum omvang van de vereniging. Dit laatste komt voort uit de kadernota Lokaal Sportbeleid die stelt dat het sportaanbod in Den Helder versnipperd is en dat daardoor veel verenigingen te klein zijn om de gewenste verbetering van de kwaliteit van het sportaanbod te bewerkstelligen. Omdat dit niet wenselijk is, is de minimumomvang ontstaan. Lid 1.c. van de regeling bepaalt dat verenigingen die een sport aanbieden die (nog) niet werd aangeboden uitgezonderd zijn van uitsluiting vanwege te gering ledenaantal. Dit omdat de gemeente een zo gevarieerd mogelijk aanbod aan sporten wil stimuleren.

Het totale ledenbestand bepaalt de omvang van een sportvereniging.

Lid 2 van dit artikel sluit verenigingen uit voor het verkrijgen van subsidie als zij niet algemeen toegankelijk zijn voor alle inwoners van Den Helder. Omdat er bijvoorbeeld aanvullende eisen zijn voor het lidmaatschap ofwel omdat de contributie zo hoog is dat veel inwoners van Den Helder deze niet op zullen willen brengen.

Artikel 2:4 Gegevens aan te leveren bij de aanvraag voor subsidieverlening

Aan te leveren stukken zijn aan de ene kant nodig om tot een subsidieverdeling te komen. Aan de andere kant leveren zij een financiële en inhoudelijke omschrijving van de door de aanvrager te ondernemen activiteiten die mede bepalend zijn voor de toekenning van de subsidie.

Een aanvragende vereniging is er uit hoofde van de Wet bescherming persoonsgegevens verplicht om aan haar leden vooraf toestemming te vragen om hen in het in lid 3 genoemde overzicht van het ledenbestand op te nemen.

Artikel 2.5 Uitstel of ontheffing

Als leidraad voor het toekennen van uitstel of ontheffing voor het aanvragen van een subsidie geldt de vraag of de betrokken sportvereniging zorgvuldig handelt of handelde en of het verzoek tot uitstel voorkomen had kunnen worden.

Artikel 2:6 Beslistermijn

Het tweede lid van dit artikel is bedoeld om te voorkomen dat aanvragers in financiële moeilijkheden komen door het uitblijven van een beslissing van de gemeente op toekenning van de subsidie.

Artikel 3:1 Financiële verantwoording

Het derde lid maakt het mogelijk dat verenigingen bij hun verantwoording van besteding van de verkregen subsidie zoveel mogelijk kunnen aansluiten bij hun reguliere boekhouding. Dit voorkomt voor de verenigingen onevenredig hoge kosten.

Artikel 3:5 Vermogensvorming

Vermogensvorming uit deze subsidie is alleen toegestaan bij aanwending van het opgebouwde vermogen voor activiteiten zoals omschreven in deze regeling.

Artikel 4:1 Subsidiepunten

Het eerste lid van dit artikel bepaalt de manier waarop de verdeling van de subsidie plaatsvindt. Het aantal subsidiepunten van een vereniging is een percentage van het totale aantal punten dat aanvragers gezamenlijk in een bepaald jaar hebben.

De raad bepaalt het voor subsidies beschikbaar budget bij de vaststelling van de begroting. De toegekende subsidie is een percentage van dat beschikbare bedrag.

Het tweede en derde lid van dit artikel bepalen waarvoor een sportvereniging een subsidiepunt krijgt. Deze methode is ontleend aan de kadernota Lokaal Sportbeleid.

De gemeente wil met de subsidiering van sportverenigingen stimuleren dat jongeren en ouderen meer bewegen. De leeftijdgrens voor jongeren sluit aan bij de leeftijdsgrens die in het gemeentelijke jeugdbeleid wordt gebruikt.

Aan de hand van een inventarisatie binnen zijn ledenbestand kan een aanvrager het aantal subsidiepunten vaststellen. Daarbij zij aangetekend, dat als een lid van een vereniging binnen die vereniging meerdere sporten beoefend die voor subsidie in aanmerking komen voor ieder van deze sporten mee telt.

Artikel 4:2 Weging

Een aantal sporten krijgt een wegingsfactor mee vanwege veronderstelde lage kosten voor de accommodaties waar zij beoefend worden of omdat bij verenigingen die veldsporten aanbieden de gemeente al in de kosten bijdraagt door een niet kostendekkende huur in rekening te brengen.

Artikel 5:1 Activiteiten

De subsidie moet uitsluitend en alleen besteed worden aan een drietal activiteiten:

1. Activiteiten ten behoeve van het in gebruik krijgen of houden van een sportvoorziening waarbij naast het betalen van huur of hypotheek ook verstaan worden kosten voor het vervangen van bijvoorbeeld een vloer, dug-outs, ballenvangers, verlichting etc.

2. Kaderopleidingen en onderwijs ten behoeve van leden die actief zijn in de sportvereniging kunnen op zowel het sportieve vlak (trainers, jeugdleiders, scheidsrechters etc.) als op het organisatorisch vlak (ledenadministrateurs, website en PR-mensen).

3. Activiteiten voor speciale doelgroepen, zoals sportdagen voor gehandicapten, schooljeugd of groepen die niet vaak in verenigingverband aan sport doen. Uit dit budget is ook individuele ondersteuning van leden uit op afstand staande geledingen van de maatschappij mogelijk.

Deze activiteiten zijn ontleend en dragen bij aan de doelstellingen van participatie en integratie zoals geformuleerd binnen het beleid rond de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO).