Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Enschede

Regeling Regio Twente

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieEnschede
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingRegeling Regio Twente
CiteertitelRegeling Regio Twente
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpGemeenschappelijke Regeling

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet Gemeenschappelijke Regelingen

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2016Nieuwe regeling

23-11-2015

Staatscourant 2015, 47334

Onbekend.

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling Regio Twente

 

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
  • 1.

    In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      regeling: de gemeenschappelijke regeling Regio Twente;

    • b.

      Regio Twente: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2 van de regeling;

    • c.

      deelnemer: een aan deze regeling deelnemend college;

    • d.

      college: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;

    • e.

      portefeuillehouder: lid van het college aan wie een bepaald beleidsterrein als aandachtgebied is toegewezen;

    • f.

      raad: gemeenteraad van een deelnemende gemeente;

    • g.

      deelnemende gemeente: de gemeente van de deelnemer;

    • h.

      wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 2.

    Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enig andere wet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders, de wethouder en de burgemeester, onderscheidenlijk Regio Twente, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, lid van het dagelijks bestuur en de voorzitter.

     

HOOFDSTUK 2 RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTEND OPENBAAR LICHAAM
Artikel 2 Openbaar lichaam
  • 1.

    Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, lid 1 van de wet, dat is genaamd Regio Twente.

  • 2.

    Regio Twente is gevestigd te Enschede.

  • 3.

    Het rechtsgebied van Regio Twente omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

Artikel 3 Deelnemers

De deelnemers aan deze regeling zijn de colleges van Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo (O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden.

HOOFDSTUK 3 DOEL, TE BEHARTIGEN BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 4 Doel en te behartigen belangen
  • 1.

    Regio Twente heeft tot doel, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, die belangen te behartigen, welke verband houden met een evenwichtige en harmonische ontwikkeling van zijn rechtsgebied.

  • 2.

    Ter verwezenlijking van het in het eerste lid genoemde doel behartigt Regio Twente de (Twentse) belangen op de volgende terreinen:

    • *

      basispakket

      • a.

        Publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente;

      • b.

        Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning;

      • c.

        Sociaaleconomische structuurversterking;

      • d.

        Recreatieve voorzieningen;

      • e.

        Bovengemeentelijke belangenbehartiging;

    • *

      vrijwillige samenwerking

      • f.

        Faciliteren, coördineren en afstemmen gemeentelijke aangelegenheden;

      • g.

        bedrijfsvoering.

Artikel 5 Bevoegdheden inzake basispakket

Met betrekking tot de behartiging van de in artikel 4, lid 2, sub a t/m e genoemde belangen heeft Regio Twente de volgende bevoegdheden:

  • 1.

    Publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente:

    • a.

      de instelling en instandhouding van een gezondheidsdienst als bedoeld artikel 14, lid 1 van de Wet publieke gezondheid ter uitvoering van de in deze wet in de artikelen 2, 5, 5a, 6, 15 en 15a aan het college opgedragen taken;

    • b.

      de in de Wet publieke gezondheid in de artikelen 16, 18, 27, 28 en 29 aan de gemeentelijke gezondheidsdienst toegekende taken en bevoegdheden;

    • c.

      de benoeming van gemeentelijke lijkschouwers als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de lijkbezorging;

    • d.

      op verzoek van één of meer deelnemers de uitvoering van specifieke werkzaamheden.

  • 2.

    Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning:

    • a.

      uitvoeren en/of uitbesteden van taken waarvan de Jeugdwet beoogt dat deze regionaal worden uitgevoerd:

      • 1.

        advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling;

      • 2.

        jeugdbescherming en jeugdreclassering;

      • 3.

        jeugdzorgplus;

      • 4.

        residentiële/specialistische jeugdzorg;

      • 5.

        crisisdienst.

    • b.

      overige vrijwillig overeengekomen taken:

      • 1.

        uitvoeren en/of uitbesteden van werving, matchen en uitvoeren pleegzorg;

      • 2.

        inrichten en inhoudelijk faciliteren van een regionaal reflectiepunt;

      • 3.

        inrichten van een advies- en consultatiefunctie;

      • 4.

        inrichten van een backoffice voor taken die regionaal worden uitgevoerd of ingekocht en uitvoeren van ondersteunende werkzaamheden daarin.

  • 3.

    Sociaaleconomische structuurversterking:

    • a.

      beheren regionale investerings- en stimuleringsfondsen;

    • b.

      opzetten en uitvoeren projecten;

    • c.

      aanvragen van subsidies voor projecten.

    • d.

      initiëren van, participeren in en faciliteren van samenwerking met maatschappelijke partners;

  • 4.

    Recreatieve voorzieningen:

    • a.

      bevordering van totstandkoming en instandhouding van publieke recreatieve/toeristische infrastructuur in Twente;

    • b.

      aanleg, onderhoud en beheer van publieke recreatieve/toeristische voorzieningen die hetzij op zichzelf, hetzij in routeverband, hetzij door opname in arrangementen, een bovenlokaal karakter hebben.

  • 5.

    Bovengemeentelijke belangenbehartiging:

    • a.

      bevorderen van gemeenschappelijke standpuntbepaling van de deelnemers;

    • b.

      bepleiten van de gezamenlijke belangen van alle of enkele deelnemende gemeenten bij andere overheden en maatschappelijke organisaties;

  • 6.

    Overig:

    • a.

      het oprichten van onderscheidenlijk deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, voor zover dit betreft de taken en bevoegdheden als bedoeld in dit artikel onder 1 tot en met 5;

    • b.

      het treffen en wijzigen van een gemeenschappelijke regeling tussen Regio Twente en andere openbare lichamen alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling, voor zover dit betreft de uitvoering van werkzaamheden op het gebied van bedrijfsvoering ten behoeve van Regio Twente en indien het algemeen bestuur daarmee unaniem instemt.

Artikel 6 Taken inzake faciliteren, coördineren en afstemmen

Met betrekking tot de behartiging van het in artikel 4, lid 2, sub f, genoemde belang heeft Regio Twente de volgende taken:

  • a.

    bevordering van overleg met en tussen de deelnemers over gemeenschappelijke aangelegenheden;

  • b.

    op verzoek van twee of meer deelnemers faciliteren, coördineren en afstemmen van gemeentelijke beleidsvoornemens, beleidsmaatregelen en werkzaamheden, behoudens het in artikel 7 bepaalde, niet zijnde op het gebied van bedrijfsvoering;

  • c.

    het bieden van werkgeverschap en/of andere organisatorische voorzieningen ten behoeve van ambtelijke capaciteit die door twee of meer deelnemers om doelmatigheidsredenen centraal wordt gebundeld.

Artikel 7 Taken inzake bedrijfsvoering

Met betrekking tot de behartiging van het in artikel 4, lid 2, sub g, genoemde belang heeft Regio Twente als taak de uitvoering van werkzaamheden op het gebied van bedrijfsvoering voor derden.

HOOFDSTUK 4 WERKPROGRAMMA
Artikel 8 Werkprogramma
  • 1.

    Regio Twente heeft een werkprogramma dat wordt vastgelegd in een vierjaarlijks programma met bestuursopdrachten per onderwerp.

  • 2.

    De bestuursopdrachten omvatten een beschrijving van het onderwerp, het doel van de activiteit, de organisatie, de kostenverdeling over de deelnemers en de besluitvorming tijdens de uitvoering van de activiteit met inachtneming van het in de wet en het in deze regeling bepaalde.

  • 3.

    Het werkprogramma wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.

HOOFDSTUK 5 BESTUUR

Artikel 9 Gremia

  • 1.

    Het bestuur van Regio Twente bestaat uit:

    • a.

      algemeen bestuur;

    • b.

      dagelijks bestuur;

    • c.

      voorzitter;

  • 2.

    Het algemeen bestuur is bevoegd commissies als bedoeld in artikel 25 van de wet in te stellen.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt, op voordracht van portefeuillehouders, portefeuilleberaden in die kunnen fungeren als commissie van advies aan het algemeen bestuur. De taken, bevoegdheden, samenstelling, werkwijze en verantwoording worden in het instellingsbesluit bepaald.

     

Paragraaf 1 Algemeen bestuur

Artikel 10 Samenstelling
  • 1.

    Elke deelnemer heeft in het algemeen bestuur een lid van het college. De burgemeester van de grootste gemeente is toegevoegd aan het algemeen bestuur en behoort voor wat betreft deze gemeente niet tot het hiervoor bedoelde lid.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde lid kan bij afwezigheid worden vervangen door een daartoe door de betreffende deelnemer aangewezen plaatsvervangend lid. Op het plaatsvervangende lid zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11 Aanwijzing
  • 1.

    Het college beslist uiterlijk drie maanden na aanvang van elke zittingsperiode van de gemeenteraad over de aanwijzing van het lid en het plaatsvervangende lid. Aftredende (plaatsvervangende) leden kunnen opnieuw als (plaatsvervangend) lid worden aangewezen.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de wet eindigt het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het algemeen bestuur op de dag aangegeven in artikel C4, lid 2 van de Kieswet. Aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot dat opnieuw in de benoeming is voorzien, tenzij betrokkene geen zitting meer heeft in de deelnemer.

  • 3.

    De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen acht weken.

  • 4.

    Het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt eveneens op het moment van uittreding uit deze regeling van een deelnemer die het (plaatsvervangend) lid vertegenwoordigt.

Artikel 12 Stemrecht
  • 1.

    Een lid van het algemeen bestuur beschikt over één stem. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening alsmede om besluiten over investeringen op basis van een gemeentelijke bijdrage beschikt een lid van het algemeen bestuur, behoudens de voorzitter, over het aantal stemmen dat wordt bepaald door het aantal inwoners van zijn gemeente bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt. De voorzitter beschikt in dat geval over één stem.

  • 2.

    De stemprocedure wordt bepaald in het reglement van orde.

Paragraaf 2 Dagelijks bestuur

Artikel 13 Samenstelling

Het dagelijks bestuur, inclusief de voorzitter, bestaat uit drie leden.

Artikel 14 Aanwijzing

  • 1.

    Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het dagelijks bestuur aan.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de wet eindigt het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het dagelijks bestuur op de dag aangegeven in artikel C4, lid 2 van de Kieswet. Aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot dat opnieuw in de benoeming is voorzien, tenzij betrokkene geen zitting meer heeft in de deelnemer.

  • 3.

    Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur een nieuw lid.

    Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan zal het algemeen bestuur het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitstellen totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur wederom zal zijn bezet. Dit uitstel zal niet meer dan drie maanden mogen belopen.

Artikel 15 Werkwijze

  • 1.

    Op de vergaderingen van het dagelijks bestuur is het bepaalde in de artikelen 52 tot en met 60 van de Gemeentewet van toepassing.

  • 2.

    Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering een stem.

  • 3.

    In de eerste vergadering na de aanwijzing als bedoeld in artikel 14, lid 1, regelt het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden.

Artikel 16 Bevoegdheden

Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse leiding van Regio Twente.

Behoudens het bepaalde in artikel 33b van de wet behoort hiertoe:

  • a.

    het beheer van activa en passiva van Regio Twente;

  • b.

    de zorg, voor zover die niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding;

  • c.

    het houden van een gedurig toezicht op al wat Regio Twente aangaat.

  • d.

    het beheren en onderhouden van de gebouwen, werken en inrichtingen welke Regio Twente bezit of op enigerlei wijze onder zich heeft;

  • e.

    het vaststellen van de plannen en voorwaarden van aanbesteding van werken en leveranties ten behoeve van Regio Twente.

Paragraaf 3 Voorzitter

Artikel 17 Aanwijzing

  • 1.

    Het algemeen bestuur wijst, in elk geval in de eerste vergadering van elke zittingsperiode, uit zijn midden de burgemeester van de grootste gemeente aan als de voorzitter.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur wijst uit zijn midden een of meer plaatsvervangers aan.

  • 3.

    De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.

HOOFDSTUK 6 ONDERSTEUNING BESTUUR
Artikel 18 Ambtelijke organisatie
  • 1.

    Regio Twente heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een algemeen directeur, die tevens secretaris van het algemeen en het dagelijks bestuur is.

  • 2.

    De organisatie is belast met de voorbereiding en uitvoering van:

    • a.

      het basispakket als bedoeld in artik

    • b.

      een vrijwillige samenwerking als bedoeld in de artikelen 6 en 7, voor zover die door de bevoegde besturen aan de organisatie zijn toevertrouwd.

  • 3.

    De algemeen directeur wordt benoemd door het dagelijks bestuur op voordracht van het secretarissenberaad. Het dagelijks bestuur regelt, eveneens op voordracht van het secretarissenberaad, ook zijn vervanging.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur stelt, op voordracht van het secretarissenberaad, voor de algemeen directeur een directiestatuut vast waarin diens taken en bevoegdheden zijn opgenomen.

Artikel 19 Secretarissenberaad
  • 1.

    Er is een secretarissenberaad dat toeziet op het goed en efficiënt functioneren van de ambtelijke organisatie. Het secretarissenberaad legt haar bevindingen voor aan het dagelijks bestuur.

  • 2.

    Van elke deelnemende gemeente is de secretaris lid van het secretarissenberaad. Het secretarissenberaad kiest uit zijn midden een voorzitter. De algemeen directeur als bedoeld in artikel 18 is adviserend lid van het secretarissenberaad.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur stelt, gehoord het secretarissenberaad voor dit beraad een statuut vast waarin de taken en bevoegdheden zijn opgenomen.

HOOFDSTUK 7 INFORMATIE- EN VERANTWOORDINGSPLICHT
Paragraaf 1 Tussen Regio Twente en deelnemende gemeenten

Artikel 20 Actieve informatieplicht

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raad ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerd en te voeren bestuur nodig is.

Artikel 21 Passieve informatieplicht
  • 1.

    Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raad de door één of meer leden daarvan overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen, een en ander voor zover zulks niet in strijd is met het openbaar belang.

  • 2.

    Een verzoek om inlichtingen kan schriftelijk of mondeling worden ingediend bij het betreffende orgaan.

  • 3.

    Het betreffende orgaan verstrekt de gevraagde inlichtingen binnen een maand na ontvangst van het verzoek.

Paragraaf 2 Tussen lid bestuur en gemeenteraad
Artikel 22 Actieve informatieplicht
  • 1.

    Een lid van het algemeen bestuur voorziet de raad van zijn gemeente van alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het lid in het algemeen bestuur gevoerde en te voeren bestuur noodzakelijk is.

  • 2.

    Het college verleent daartoe de nodige medewerking door onder meer tijdig de agenda’s van vergaderingen van het algemeen bestuur, ter inzage te leggen voor de raad.

  • 3.

    Een lid van het algemeen bestuur geeft de raad van zijn gemeente de door één of meer leden daarvan, overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.

Artikel 23 Verantwoordingsplicht
  • 1.

    Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad van zijn gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde bestuur.

  • 2.

    Een raadslid heeft het recht de raad te verzoeken om het lid van het algemeen bestuur te interpelleren of vragen te stellen tijdens een raadsvergadering.

  • 3.

    De interpellatie of vragenstelling als bedoeld in lid 2 vindt plaats op de wijze, geregeld in het reglement van orde voor de vergaderingen van de betreffende raad.

Artikel 24 Ontslag
  • 1.

    Het college kan een door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van het college niet meer bezit.

  • 2.

    Op het ontslag is artikel 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, doch artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 25 Begrotingswijziging

Als begrotingswijzigingen, waarop het bepaalde in de laatste zin van artikel 35, lid 5, van de wet van toepassing is, worden aangewezen die, welke niet leiden tot een verhoging van de deelbijdragen van de deelnemende gemeenten.

Artikel 26 Betalingstermijn geraamde bijdrage
  • 1.

    In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft.

  • 2.

    De deelnemende gemeenten nemen het in de begroting van Regio Twente voor hun gemeente geraamde bedrag op in de gemeentebegroting.

  • 3.

    De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari, 16 april, 16 juli en 16 oktober, telkens een kwart van de in het vorige lid bedoelde bijdrage.

Artikel 27 Verrekening bijdrage
  • 1.

    In de jaarrekening wordt het door elk der deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.

  • 2.

    Verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 26, lid 1, verschuldigde bijdrage en het werkelijk verschuldigde vindt plaats terstond na de vaststelling van de jaarrekening.

Artikel 28 Aangaan geldleningen
  • 1.

    Regio Twente is bevoegd tot het aangaan van geldleningen en van rekening-courantovereenkomsten en het uitlenen van geld.

  • 2.

    De deelnemende gemeenten staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de op grond van het in het vorige lid bepaalde opgenomen en op te nemen gelden, zulks op basis hun procentuele bijdrage in de begroting van het betreffende jaar.

HOOFDSTUK 9 ARCHIEF
Artikel 29 Archiefbeheer
  • 1.

    Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor archiefbescheiden en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van Regio Twente en zijn organen overeenkomstig een, met inachtneming van artikel 30, lid 1 van de Archiefwet 1995, vast te stellen verordening.

  • 2.

    Voor de bewaring van de op grond van de artikelen 12, lid 1 en 13, lid 1 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan.

  • 3.

    De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de door het dagelijks bestuur nader vast te stellen regelen.

HOOFDSTUK 10 GESCHILLEN EN KLACHTRECHT
Artikel 30 Geschillen
  • 1.

    Onverminderd artikel 28 van de wet worden geschillen over deze regeling, in de ruimste zin, onderworpen aan een niet bindend deskundigenadvies.

  • 2.

    Voordat wordt overgegaan tot het vragen van een deskundigenadvies, bedoeld in het eerste lid, wordt het geschil besproken tussen afgevaardigden van het dagelijks bestuur en de betreffende deelnemer(s).

  • 3.

    Indien het overleg, bedoeld in het tweede lid, niet tot een oplossing leidt, benoemen het dagelijks bestuur en de betreffende deelnemer(s) elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen benoemen gezamenlijk een derde deskundige, die als voorzitter van de adviescommissie optreedt.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur en de betreffende deelnemer(s) treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de adviescommissie. Zij zetten in hun opdracht aan deze commissie in ieder geval het probleem uiteen, formuleren de te beantwoorden vragen en bepalen de termijn waarbinnen de adviescommissie haar advies uitbrengt.

  • 5.

    De adviescommissie regelt de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt toegezonden aan het dagelijks bestuur en de betreffende deelnemer(s).

  • 6.

    Na ontvangst van het advies treden de afgevaardigden, als bedoeld in het tweede lid, nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen vrij het geschil, overeenkomstig artikel 28 van de wet, voor te leggen aan gedeputeerde staten van Overijssel.

  • 7.

    De kosten van de adviescommissie worden door Regio Twente en de betreffende deelnemer(s) voor een gelijk deel gedragen.

Artikel 31 Externe ombudsman

Tot behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18 van de Algemene wet bestuursrecht is bevoegd de Stichting De Overijsselse Ombudsman voor zover één van de deelnemende gemeenten eveneens deze stichting als ombudsman heeft aangewezen.

HOOFDSTUK 11 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING
Artikel 32 Toetreding
  • 1.

    Toetreding door een andere gemeente kan plaatsvinden wanneer het algemeen bestuur daarin bewilligt.

  • 2.

    In een besluit van het algemeen bestuur als bedoeld in het vorige lid, kan de toetreding afhankelijk worden gesteld van de voldoening aan bepaalde voorwaarden door de betrokken gemeente.

  • 3.

    De toetreding treedt in werking op de datum die in het besluit van het algemeen bestuur is bepaald.

  • 4.

    Het college van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige benoemingen overeenkomstig de artikel 10.

Artikel 33 Uittreding
  • 1.

    Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van deze deelnemer.

  • 2.

    De uittreding kan, behoudens door het algemeen bestuur toe te stane afwijking, slechts plaatsvinden tegen 1 januari, doch niet eerder dan tegen 1 januari van het tweede jaar volgende op dat waarin het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen.

  • 3.

    Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding.

Artikel 34 Wijziging
  • 1.

    Deze regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van het college van alle deelnemers.

  • 2.

    Indien het algemeen bestuur wijzigingen in de regeling wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel aan deelnemers.

  • 3.

    Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op een wijziging van de regeling die uitsluitend betrekking heeft op aanpassingen aan veranderde wettelijke bepalingen. Tot dergelijke wijzigingen kan worden besloten door middel van een besluit van het algemeen bestuur met een meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen.

Artikel 35 Opheffing
  • 1.

    De regeling wordt opgeheven wanneer de colleges van twee derde van de deelnemers daartoe besluiten.

  • 2.

    Een besluit als bedoeld in het eerste lid, kan niet eerder worden genomen dan nadat het algemeen bestuur daarover zijn mening kenbaar heeft gemaakt.

  • 3.

    In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regelen vast. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

  • 4.

    Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur vastgesteld.

  • 5.

    Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot het bijdragen in de financiële gevolgen van de beëindiging. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.

  • 6.

    Zo nodig blijven de bestuursorganen van Regio Twente ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.

HOOFDSTUK 12 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 36 Citeerwijze en inwerkingtreding
  • 1.

    De gewijzigde regeling treedt in werking op 1 januari 2016 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 2.

    De regeling kan worden aangehaald als “Regeling Regio Twente”.

  • 3.

    De regeling wordt uiterlijk een maand voorafgaande aan het eind van elke zittingsperiode van de gemeenteraad geëvalueerd. Deze evaluatie geschiedt door het algemeen bestuur, gehoord de raad.

Toelichting

Algemeen

Het rapport ‘Samenwerken doen we zelf’ van de stuurgroep Heroriëntatie gemeentelijke samenwerking wordt uitgewerkt in twee gemeenschappelijke regelingen: een aanpassing van de Regeling van Regio Twente voor de (beleids)inhoudelijke onderdelen zoals GGD, OZJT en sociaaleconomische structuurversterking en de oprichting van een nieuwe regeling middels de bedrijfsvoeringsorganisatie Twentebedrijf. Beide regelingen zijn op hun terrein de landingsplaats voor samenwerking in Twente.

 

Het gaat bij de onderhavige regeling om een transformatie van de gemeenschappelijke regeling van Regio Twente, genaamd ‘Regeling Regio Twente’. Om pragmatische en financiële redenen is hiervoor gekozen omdat het opheffen en liquideren van de huidige (in 2015 geldende) regeling (betekent liquideren rechtspersoon) en het oprichten van een nieuwe regeling (betekent oprichting nieuwe rechtspersoon) alle rechten en plichten, onroerend goed (kosten notaris en kadaster), personeel (met instemming vakbonden vaststellen overgangsprotocol) moeten worden overgedragen. Daarnaast moeten allerlei inschrijvingen (zoals handelsregister) worden aangepast, nieuwe domeinnamen worden geregeld, bankrekeningen worden opgeheven en nieuwe worden geopend enz.

 

Formeel is er sprake van een wijziging van de Regeling Regio Twente. Daarop is artikel 44 van de huidige regeling van toepassing. Omdat de regeling is aangegaan door zowel de raden, colleges van burgemeester en wethouders als burgemeesters moeten deze bestuursorganen ook besluiten tot wijziging van de regeling. Een rechtsgeldige wijziging vereist een besluit van 2/3 van de deelnemende gemeenten, omvattende ten minste 2/3 van het aantal inwoners per 1 januari 2015.

 

De tekst van de ‘Regeling Regio Twente’ wordt in zijn geheel opnieuw vastgesteld. Deze tekst is een vertaling van het rapport ‘Samenwerken doen we zelf’ van de stuurgroep Heroriëntatie gemeentelijke samenwerking in Twente en de bespreking van het concept en de definitieve versie daarvan in de gemeenten. Het rapport, het overzicht vragen en antwoorden over het rapport en het nadere voorstel van de voorzitter van Regio Twente zijn, voor zover nodig, onderdeel van deze toelichting. Daarbij is rekening gehouden met de per 1 januari 2015 van kracht geworden technische wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en eveneens per deze datum de afschaffing van de Wgr-plus. Voor beide gevallen geldt een overgangsrecht dat bepaalt dat de regeling uiterlijk 1 januari 2016 moet zijn aangepast aan de gewijzigde Wgr. Voorts houden dat sommige onderdelen van het rapport meer een werkwijze in die vastgelegd worden in uitwerkingsregelingen zoals procotollen, reglementen en (directie)statuten.

 

De Stuurgroep heeft een voorstel gedaan voor het instellen van een Twenteraad, bestaande uit raadsleden van de deelnemende gemeenten, met een kaderstellende en zwaarwegende adviserende functie over van de agenda van de samenwerking in de vorm van een werkprogramma met bestuursopdrachten. Op basis van het nadere voorstel van de voorzitter van Regio Twente wordt de Twenteraad, de goedkeuring van het werkprogramma en de bestuursopdrachten door de individuele raden op dit moment nog niet in de regeling verankerd omdat over de positie van de raden en de voorgestelde werkwijze van de Twenteraad nog te veel verschillen van opvatting tussen de gemeenten bestaan. Daarover dient in de komende tijd het debat nog verder te worden gevoerd. Dit laat onverlet dat de raden, zo nodig per beleidsveld, bijeen kunnen komen en vanuit hun kaderstellende rol kaders kunnen geven voor het werkprogramma en bestuursopdrachten. Via een in te stellen presidium, dat bestaat uit een vertegenwoordiger van elke gemeenteraad, worden de bijeenkomsten van de Twenteraad voorbereid met ondersteuning van de griffiers.

De Twenteraad heeft een opiniërende en meningsvormende functie. Het vaststellen van resoluties en stemmingen daarover wordt niet gereguleerd. In de praktijk moet blijken of inzet van dit instrument wenselijk wordt geacht. Desgewenst zou door het Algemeen bestuur een protocol kunnen worden vastgesteld.

 

In de gewijzigde Wgr worden, in tegenstelling tot voorheen, bijna geen verwijzingen meer gemaakt naar bijvoorbeeld de Gemeentewet, maar nagenoeg alle bepalingen uitgeschreven. Dit is met name het geval voor de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De leesbaarheid van de Wgr is daarmee aanzienlijk vergroot. In de onderhavige regeling worden deze bepalingen niet herhaald, maar volstaan met een aanvulling op, invulling van of verwijzing naar de Wgr. Voordeel daarvan is dat de regeling bij een wijziging van de Wgr niet behoeft te worden aangepast.

 

Artikel 2, lid 2

Een rechtspersoon dient op grond van de Wgr een vestigingsplaats te hebben. Deze wordt ook in het handelsregister opgenomen. In de huidige situatie is Enschede de vestigingsplaats. Deze vestigingsplaats staat los van de kantoor/werklocaties. Zo zijn er in alle gemeenten locaties voor het consultatiebureau van de GGD en hebben de medewerkers voor het platform Werken voor de Twentse Overheid hun kantoor in het gemeentehuis van Hof van Twente. Uitgangspunt is een voor het werk logische en toegankelijke locatie, waarbij het vastgoed van de deelnemers optimaal worden benut.

 

Artikel 3

Omdat in eerste instantie de over te dragen taken en bevoegdheden alle liggen op het terrein van het college van burgemeester en wethouders wordt uitgegaan van een collegeregeling.

De betrokkenheid van de raden bij een gemeenschappelijke regeling van colleges (en eventueel raden) is geregeld in de Wgr:

  • ·

    Voor wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een regeling is toestemming raad nodig (artikel 1).

  • ·

    Informatie- en verantwoordingsplicht naar raad (artikelen 16 t/m 19 Wgr); in de onderhavige regeling uitgewerkt in de artikelen 20 t/m 23).

  • ·

    Instellen bestuurscommissie mag pas nadat raden van het voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen (artikel 25 Wgr).

  • ·

    Oprichten rechtspersoon of daaraan deelnemen mag pas nadat raden een ontwerpbesluit is toegezonden en in gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het Algemeen Bestuur (artikel 31a Wgr).

  • ·

    Jaarlijks moet voor 15 april voor het daaropvolgende jaar aan de raden worden gestuurd de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening (artikel 34 b Wgr).

  • ·

    Ontwerpbegroting moet 8 weken voor vaststelling door Algemeen Bestuur aan raden worden gestuurd. Raden kunnen zienswijze naar voren brengen bij Dagelijks Bestuur die dit aan Algemeen Bestuur moet voorleggen. Na de vaststelling van de begroting kunnen de raden zo nodig hun zienswijze bij gedeputeerde staten naar voren brengen (artikel 35 Wgr).

Verder is er de verantwoordingsrelatie tussen college(leden) en raad op grond van artikel 169 van de Gemeentewet.

 

Artikel 4, lid 2

Op grond van artikel 10, lid 1 Wgr dient de regeling te vermelden het belang of de belangen ter behartiging waarvan zij is getroffen of gewijzigd. Er is een onderscheid gemaakt tussen het basispakket, waaraan elke gemeente meedoet (zie a t/m e) en de vrijwillige samenwerking (ook genaamd coalition of the willing), waarbij dat niet het geval behoeft te zijn. Dit is verder uitgewerkt in de artikelen 5 (basispakket) , 6 en 7 (vrijwillige samenwerking).

 

Artikelen 5, 6 en 7 algemeen

In artikel 10, lid 2 van de Wgr is bepaald dat de regeling waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld, aangeeft welke bevoegdheden de besturen van de deelnemende gemeenten aan het bestuur van het openbaar lichaam bij het aangaan van de regeling overdragen. Overgedragen bevoegdheden zijn in deze regeling de wettelijk verplichte samenwerking, zoals bij Publieke gezondheid (GGD Twente) en Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning (OZJT) alsmede de vrijwillige maar niet vrijblijvende samenwerking zoals Recreatieve voorzieningen, Bovengemeentelijke belangenbehartiging en onderdelen van Sociaaleconomische structuurversterking (Agenda van Twente, Innovatiefonds). Deze bevoegdheden hebben betrekking op het basispakket.

Daarnaast kan Regio Twente op vrijwillige basis (een coalition of the willing) samenwerking faciliteren, coördineren en afstemmen. Eén van de uitgangspunten hierbij is dat het initiatief van de samenwerking berust bij de samenwerkende portefeuillehouders via bestuurscommissies of portefeuilleberaden en niet plaatsvinden op initiatief van het Wgr-bestuur (portefeuillehouders in de lead).

 

Artikel 5

Publieke gezondheid: betreft de verplichte samenwerking van colleges op grond van artikel 14 van de Wet publieke gezondheid. Het betreft de continuering van de huidige taken en bevoegdheden. Daarnaast komt het voor dat individuele gemeenten op vrijwillige basis specifieke werkzaamheden door de GGD laten uitvoeren. Een voorbeeld daarvan is het Loes-project dat de GGD voor 13 van de 14 gemeenten uitvoert.

Verder zijn er wettelijk rechtstreeks aan de directeur publieke gezondheid bevoegdheden toegekend. In artikel 1.61 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen staat dat het college de directeur publieke gezondheid van de GGD aanwijst als toezichthouder in het kader van deze wet. Dit behoeft formeel niet de directeur in het eigen rechtsgebied te zijn.

 

Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning: betreft deels de verplichte samenwerking van colleges op basis van o.a. de Jeugdwet. In het kader van de decentralisaties hebben de gemeenten in 2014 besloten de hier vermelde taken en bevoegdheden bij Regio Twente onder te brengen. De bestaande tekst is gehandhaafd.

 

Sociaaleconomische structuurversterking: in de huidige regeling wordt verwezen naar een bepaling in de Wgr die inmiddels door het afschaffen van de Wgr-plus is vervallen. De nieuwe tekst is gebaseerd op taken en bevoegdheden die nu al op vrijwillige basis worden uitgeoefend.

De onder a bedoelde investerings- en stimuleringsfondsen betreffen het investeringsfonds in het kader van de Agenda van Twente en het innovatiefonds Twente.

De onder b en c vermelde bevoegdheden (opzetten en uitvoeren projecten en aanvragen subsidies voor projecten) geven Regio Twente de mogelijkheid om dit te doen wanneer het betreffende portefeuilleberaad daartoe besluit. Het betreft een voortzetting van bevoegdheden die thans ook worden uitgevoerd.

Met betrekking samenwerking met maatschappelijke partners (onderdeel d) kunnen worden genoemd het Platform Onderwijs Werk en Inkomen (POWI) en de Twente Board.

 

Recreatieve voorzieningen: het uitvoerende deel uit de huidige regeling is gehandhaafd. De overige bepalingen zijn niet meer relevant of maken onderdeel uit van de sociaaleconomische structuurversterking.

 

Bovengemeentelijke belangenbehartiging: hierbij gaat het om de lobby richting, provincie, waterschap, rijk, Europese Unie en Euregio. In de huidige regeling staat grensoverschrijdende samenwerking (Euregio) als zelfstandig belang met enkele taken en bevoegdheden, doch deze samenwerking via Regio Twente is aangegaan voor bepaalde tijd, namelijk totdat Euregio beschikt over een eigen grensoverschrijdende gemeenschappelijke regeling op grond van het Verdrag van Anholt. De procedure voor het aangaan van een dergelijke regeling is gaande. De gemeenten worden dan rechtstreeks deelnemer in Euregio en de huidige collectieve deelname via Regio Twente kan daardoor vervallen. In de onderhavige tekst is daarmee rekening gehouden. Eén van de huidige taken met betrekking tot Euregio is de bevordering van de gezamenlijke standpuntbepaling van de Twentse afvaardiging in de Euregio-organen. Dit kan worden voortgezet in het kader van de lobby.

 

Overig: zonder opname in de regeling kan Regio Twente geen andere rechtspersonen oprichten of daarin deelnemen (sub a). Thans is Regio Twente deelnemer in Twence Holding B.V (i.v.m. dividend voor Agenda van Twente), Innovatiefonds Twente B.V. (voor 100% aandeelhouder) en PPM Oost N.V. (omdat PPM Oost beheerder is van het Innovatiefonds).

Onder b is de mogelijkheid opgenomen dat Regio Twente deelnemer is in een andere gemeenschappelijke regeling, zoals het onderbrengen van werkzaamheden op het gebied van bedrijfsvoering die ten behoeve van Regio Twente worden verricht bij het Twentebedrijf. Zonder opname in de Regeling Regio Twente is dit niet mogelijk. Omdat dit een vergaand besluit is wordt hieraan unanimiteit van de gemeenten in de besluitvorming gekoppeld.

 

Artikel 6

Faciliteren, coördineren en afstemmen: voorbeelden van het onder a genoemde zijn het faciliteren van overleggen op het gebied van milieu, afval, duurzaamheid, arbeidsmarkt, sport en, na afschaffing van de Wgr-plus, mobiliteit. Hiervoor zijn portefeuilleberaden aanwezig waaraan alle gemeenten deelnemen. Maar er kan ook sprake zijn van vrijwillige samenwerking van enkele gemeenten (een coalition of the willing,) bijvoorbeeld overleg van de Netwerkstadgemeenten en de uitvoering van werkzaamheden op het gebied van onderzoek en statistiek door Kennispunt Twente sub b en c).

 

Artikel 7

Op basis van het nadere voorstel van de voorzitter worden in deze aangepaste regeling van Regio Twente, behoudens het hierna vermelde, geen taken op het gebied van bedrijfsvoering (Twentebedrijf) opgenomen. Hiervoor wordt een aparte (lichte) gemeenschappelijke regeling vastgesteld, i.c. de bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8, lid 3 Wgr, dat opereert onder de naam Twentebedrijf.

De werkzaamheden op het gebied van bedrijfsvoering die Regio Twente thans uitvoert als coalition of the willing voor enkele gemeenten (salarisadministratie en voor de veiligheidsregio) worden wel in de aangepaste regeling van Regio Twente opgenomen totdat het Twentebedrijf is opgericht en aan alle formaliteiten is voldaan voor de overdracht van de betreffende werkzaamheden (o.a. overdracht personeel). Dan zullen ook de werkzaamheden op het gebied van bedrijfsvoering voor Regio Twente (domein bedrijfsvoering) overgaan naar het Twentebedrijf.

Zowel qua bestuurlijke als ambtelijke aansturing (secretarissen) van de vernieuwde Regio Twente en het Twentebedrijf wordt zo veel mogelijk uitgegaan van een personele unie.

 

Artikel 8

Hiermee wordt invulling gegeven aan het advies van de Stuurgroep om een keer per vier jaar een werkprogramma met bestuursopdrachten vast te stellen. De bestuurscommissies en portefeuilleberaden worden bij het opstellen van het werkprogramma betrokken op basis van het principe ‘portefeuillehouders in de lead’.

 

Artikel 9

In lid 1 zijn de op grond van artikel 12, lid 1 van de Wgr vereiste bestuursorganen in lid 1 onder a t/m c vermeld. Regio Twente kent ook bestuurscommissies als bestuursorgaan, dit wordt daarom in lid 2 geregeld. Tot de instelling van een bestuurscommissie kan alleen worden overgegaan wanneer de mogelijkheid daartoe in de regeling is opgenomen. Voor Regio Twente zijn al ingesteld de bestuurscommissie Publieke Gezondheid en de bestuurscommissie OZJT. De taken en bevoegdheden daarvan zijn geregeld in twee aparte verordeningen. Omdat in het rapport van de Stuurgroep de portefeuillehouders in de uitvoering een centrale rol hebben en het algemeen bestuur vooral een coördinerende rol heeft is dit in de lid 3 verankerd. Dat betekent in de praktijk dat het algemeen bestuur alleen op voordracht van de portefeuillehouders een portefeuilleberaad instelt. Om bestuurlijke drukte te voorkomen zouden er maximaal 7 portefeuilleberaden wenselijk zijn. In het instellingsbesluit worden de taken, bevoegdheden samenstelling, werkwijze en verantwoordelijkheid van een portefeuilleberaad geregeld zoals het hebben van een regionaal portefeuillehouder die de dagelijkse gang van zaken binnen de portefeuille regelt.

 

Artikel 10, lid 1

Het is de bedoeling dat de colleges van burgemeester en wethouders voorafgaande aan de aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur overleg voeren over een verdeling over de gemeenten van de regionale portefeuillehouders. Dit overleg kan worden gefaciliteerd door de voorzitter. Het basisprincipe is dat iedere gemeente één lid in het AB heeft en dat ieder AB-lid trekker is van tenminste één onderwerp. Betrokkene is daarmee regionaal portefeuillehouder voor dat onderwerp en kan ook optreden als voorzitter van het portefeuilleberaad, als voor dat onderwerp een dergelijk beraad functioneert. Uitgaand van maximaal 7 portefeuilleberaden kunnen de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter zitting nemen in het AB.

 

Artikel 12

Na de transformatie gaat het bij Regio Twente voornamelijk om vrijwillige samenwerking. Het bereiken van consensus tussen de gemeenten is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Hierbij past een besluit dat wordt genomen door een meerderheid van gemeenten. Daarom wordt uitgegaan van 1 stem per lid van het Algemeen bestuur. Als het gaat om de financiële bijdrage van een gemeente dan gebeurt dit op basis van het inwoneraantal, met uitzondering van de bijdrage voor jeugdgezondheidszorg die is gebaseerd op het aantal kinderen in de leeftijd 0-18 jaar. Dan is het ook logisch de stemverhouding voor het vaststellen van de begroting(swijziging) en rekening alsmede besluiten over investeringen op basis van een gemeentelijke bijdrage op het inwoneraantal te baseren. Ook in dit geval heeft de voorzitter slechts 1 stem. Het verschil in stemverhouding tussen ‘gewone’ en financiële besluiten is al van toepassing bij Veiligheidsregio Twente.

Voor het uitoefenen van het stemrecht in het algemeen bestuur met betrekking tot de vaststelling van de begroting en jaarrekening geldt het volgende:

In de begroting en rekening dienen alle baten en lasten te worden opgenomen, dus ook als die betrekking hebben op diensten die slechts voor een deel van de gemeenten worden verricht. In de huidige situatie betreft dat Netwerkstad, salarisadministratie voor diverse gemeenten en Kennispunt Twente (coalition of the willing). De vaststelling van de begroting en rekening geschiedt door het algemeen bestuur als orgaan. Daarin zijn alle gemeenten vertegenwoordigd. Wettelijk kan geen van de vertegenwoordigers worden uitgesloten van deelname aan de besluitvorming in het algemeen bestuur, dus ook niet als het gaat om baten en lasten die betrekking hebben op een coalition of the willing. Daarom wordt als uitgangspunt voorgesteld dat een gemeente die niet aan een bepaalde taak deelneemt zich niet mengt in een discussie over de baten en lasten daarvan en dat men zich van stemming onthoudt als daarover gestemd wordt. Dit is ook onder de huidige regeling een goed gebruik, bijvoorbeeld ten aanzien van Netwerkstad Twente.

 

Artikel 13 t/m 16

Uitgangspunt is een dagelijks bestuur van geringe omvang, dat naaste wettelijke bevoegdheden, zich beperkt tot coördinatie en afstemming tussen de portefeuilleberaden en bestuurscommissies. Uitgangspunt in het advies van de Stuurgroep is immers dat de portefeuillehouders in de lead zijn.

 

Artikel 17, lid 1

Het is in het belang van Twente en dus de Twentse samenwerking om bestuurlijk een boegbeeld te hebben die de belangen van Twente (inter)nationaal kan behartigen. Als de grootste gemeente in Twente en elfde gemeente van Nederland beschikt de burgemeester van Enschede over een groot bestuurlijk netwerk (EU, rijk, provincie, grote steden) en met (koepels van) maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven die andere burgemeesters in mindere mate hebben. In de afgelopen jaren is gebleken dat de combinatie van voorzitter van Regio Twente en burgemeester van Enschede Twente ten goede komt. De stuurgroep adviseert deze kracht te behouden.

 

Artikel 18

Voor een efficiënte dagelijkse sturing van de ambtelijke organisatie is een leidinggevende nodig, die berust bij de algemeen directeur. De benoeming door het dagelijks bestuur is gebaseerd op artikel 33b, lid, sub d van de Wgr. Bij de benoemingsprocedure worden de gemeentesecretarissen betrokken.

 

Artikel 19

Nieuw in deze regeling is de rol van de secretarissen. Binnen de gemeenten zijn zij ambtelijk verantwoordelijk voor de organisatie en de bedrijfsvoering. Daarom is het logisch dat zij, wanneer het gaat om gezamenlijke taakuitoefening, ook een belangrijke rol toebedeeld krijgen via de secretarissen. Zij zullen toezien op het goed en efficiënt functioneren van het ambtelijk apparaat. Daarmee wordt een verbinding gelegd tussen het ambtelijk apparaat van Regio Twente en dat van de deelnemende gemeenten.

Het DB is op grond van de Wgr uiteindelijk het bevoegd gezag van de ambtelijke organisatie. Het DB zal deze rol vervullen als ware het een Raad van Toezicht.

De uitwerking van deze toezichthoudende rol vindt plaats in een door het dagelijks bestuur vast te stellen statuut. Daarmee op een flexibele wijze en werkende weg invulling aan deze taak worden gegeven.

 

Artikelen 20 t/m 24

Hiermee wordt invulling gegeven aan het bepaalde in de artikelen 16 t/m 19 van de Wgr. De relatie tussen het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur wordt geregeld in het nieuwe artikel 19a van de Wgr. Bij de invulling van de informatie- en verantwoordingsplicht wordt uitgegaan een interactief communicatieplatform.

 

Hoofdstuk 8

In de Wgr zijn in de artikelen 34, 34a, 34 b en 35 de hoofdprincipes met betrekking tot de financiën opgenomen. Deze betreffen o.a. de begroting. Uitgangspunt bij het opstellen daarvan is het zogenaamde kostprijsmodel. Op basis van dit model draagt een gemeente alleen financieel bij aan het basispakket en, indien dit aan de orde is, een vergoeding voor extra diensten die worden afgenomen.

Hoofdstuk 8 (de artikelen 25 t/m 28) van de Regeling Regio Twente is een aanvulling op de Wgr.

 

Artikel 25

Hiermee wordt geregeld dat op deze (eenvoudige) begrotingswijziging niet de wensen- en bedenkingenprocedure van de gemeenteraad van toepassing is.

 

Artikel 28

Deze bepaling is opgenomen omdat in het verleden is gebleken dat banken dit als voorwaarde stellen.

 

Artikel 30

De Wgr bepaalt dat deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling eventuele geschillen ter beslechting aan gedeputeerde staten kunnen voorleggen. Het is in de samenwerkingspraktijk echter gebruikelijk te proberen het geschil eerst via een ‘interne’ procedure op te lossen.

 

Artikel 31

Diverse Twentse gemeenten en gemeenschappelijke regelingen, waaronder Regio Twente, zijn aangesloten bij de Overijsselse Ombudsman die in het leven is geroepen door en functioneert onder de vlag van de afdeling Overijssel van de VNG. Dit maakt een tweedelijns klachtenhandeling ‘dicht bij huis’ mogelijk. Regio Twente moet zelf een klacht in eerste aanleg behandelen.

 

Artikel 33, lid 3

Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op het basispakket. Bij een coalition of the willing, zoals bij werkzaamheden op het gebied van bedrijfsvoering, worden over de eventuele kosten bij beëindiging met de betrokken gemeenten of samenwerkingsverband specifieke afspraken gemaakt. Deze worden in de bestuursovereenkomst c.q. de dienstverleningsovereenkomst vastgelegd. Wordt hierover vooraf geen consensus bereikt dan wordt er geen overeenkomst gesloten en het Twentebedrijf geen werkzaamheden voor de betreffende gemeente of samenwerkingsverband uitvoeren.

 

Artikel 36, lid 3

In de in juni 2015 verschenen handreiking Grip op regionale samenwerking; handreiking voor gemeenteraadsleden en griffiers (een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vereniging van Griffiers) staan acht gouden lessen om met bestuurlijke samenwerking om te gaan. Eén daarvan is om de samenwerkingsverbanden regelmatig te evalueren. Mede naar aanleiding van de consultatie van de gemeenteraden is daarom in de regeling opgenomen dat er aan het eind van elke zittingsperiode van de gemeenteraad een evaluatie wordt gehouden waarbij de raden worden betrokken. Onderdeel van deze evaluatie kan zijn de eventuele overdracht van raadsbevoegdheden.