Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Leiden

Verordening op woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2014

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLeiden
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2014
CiteertitelVerordening op de woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2014
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend.

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-07-2014nieuwe regeling

13-03-2014

Gemeenteblad, 2014, 17834

RV 14.0004

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2014

Verordening op woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2014

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a)

    woonruimte: een besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden;

  • b)

    bemiddeling: het tegen vergoeding bedrijfsmatig of bij wijze van beroep of gewoonteaanbieden van woonruimte van derden in de huursector in Leiden aan een woning- of kamerzoekende en het afsluiten van of ondersteunen bij overeenkomsten met betrekking tot de huur;

  • c)

    woning- en kamerbemiddelingsbureau: een rechtspersoon en/of natuurlijk persoon die handelend onder eigen naam of handelsnaam bemiddeling verleent bij het verkrijgen dan wel beschikbaar stellen van woonruimte;

  • d)

    huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte; bij niet-geliberaliseerde woonruimte is de huurprijs gebaseerd op hetwoningwaarderingsstelsel, behorende bij het Besluit Huurprijzen woonruimte;

  • e)

    juridisch eigenaar: eigenaar in de zin van het Burgerlijk Wetboek;

  • f)

    college: college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2 De vergunning

Verbodsbepaling

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college:

    • a)

      bemiddeling te verlenen bij het verkrijgen van woonruimte in de huursector in Leiden;

    • b)

      zich met dat doel te vestigen of op te treden als woning- en kamerbemiddelingsbureau.

  • 2.

    Het in het eerste lid vermelde verbod is niet van toepassing op:

    • a)

      toegelaten instellingen als vermeld in art. 70 van de Woningwet;

    • b)

      niet winst beogende instellingen.

  • 3.

    Het college kan op grond van doelmatigheid, in andere dan in het tweede lid genoemde gevallen, het in het eerste lid vermelde verbod niet van toepassing verklaren.

Artikel 3 Vergunningverlening

 

    • 1.

      Voor het aanvragen van een vergunning wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld formulier.

    • 2.

      De aanvraag moet vergezeld gaan van de volgende gegevens en bescheiden:

    • a)

      een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie met betrekking tot de aanvrager en van het hoofd of van de beheerder van het bureau;

    • b)

      een korte beschrijving van de wijze waarop de administratie zal worden gevoerd (zie hiervoor ook artikel 7, lid 1a. tot en met d.).

    • c)

      een opgave van de bemiddelingscondities en van de tarieven met vermelding van welke diensten tegen welk tarief worden verricht, vastgelegd in een contract;

    • d)

      een uittreksel uit het handelsregister bij de Kamer van Koophandel.

      • 3.

        Het college kan andere gegevens en bescheiden vragen dan de in de voorgaande leden genoemde.

      • 4.

        De vergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd.

      • 5.

        Het college kan in voorkomende gevallen besluiten tot het verlenen van een vergunning voor bepaalde tijd.

Artikel 4
  • 1.

    Het college beslist binnen acht weken op de aanvraag.

  • 2.

    Het college kan zijn beslissing met ten hoogste zes weken verdagen.

Artikel 5

Het college weigert een vergunning in ieder geval, indien naar zijn oordeel gegronde vrees bestaat, dat de aanvrager bij het verlenen van bemiddeling bij het verkrijgen van woonruimte het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte zal schaden en het belang van de betrokken kamer- of woningzoekende onvoldoende zal zijn gewaarborgd.

Artikel 6
  • 1.

    De vergunning wordt gesteld op naam van de rechtspersoon en/ of natuurlijke persoon die als aanvrager optreedt.

  • 2.

    De vergunning is niet overdraagbaar.

Artikel 7 Verplichtingen van de vergunninghouder

  • 1.

    De vergunninghouder is verplicht in zijn of haar administratie in ieder geval de volgende gegevens op te nemen:

    • a).

      De schriftelijke toestemming van de juridische eigenaar

    • b).

      Gegevens over de bemiddelde woning- en kamerzoekende: naam, adres en geboortedatum

    • c).

      Gegevens van de ter bemiddeling aangeboden woonruimten alsmede de hoogte van de huurprijs en een specificatie van de servicekosten

    • d).

      Bewijzen van girale en contante betalingen met een gespecificeerde omschrijving waarvoor de betaling dient, voorzien van de gegevens van degene die de betaling verricht;

  • 2.

    De vergunninghouder is verplicht wijzigingen in de omstandigheden (zie hiervoor artikel 3) die geleid hebben tot de vergunningverlening onmiddellijk door te geven aan het college.

  • 3.

    De vergunninghouder is verplicht een afschrift van de vergunning, deze verordening, tarieven en de bemiddelingsvoorwaarden met vermelding van de diensten die daar tegenover staan op zodanige wijze ter inzage te leggen dat daarvan ongehinderd kennis kan worden genomen.

  • 4.

    Bij bemiddeling via internet worden de vergunning, deze verordening, de bemiddelingsvoorwaarden en de tarieven met vermelding van de diensten die daar tegen over staan op de website geplaatst.

Artikel 8
  • 1.

    De vergunninghouder geeft desgevraagd inzage in zijn bemiddelingsadministratie.

  • 2.

    Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van het in het eerste lid gestelde.

Artikel 9
  • 3.

    De vergunninghouder mag met betrekking tot zelfstandige woonruimte met een huurprijs tot de grens bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de Huurtoeslag uitsluitend bemiddelen, indien de overeen te komen huurprijs de maximale huurprijsgrens uit bijlage I van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte niet overschrijdt.

  • 4.

    De vergunninghouder mag met betrekking tot onzelfstandige woonruimte uitsluitend bemiddelen, indien de overeen te komen huurprijs de maximale huurprijsgrens uit bijlage II van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte niet overschrijdt.

  • 5.

    Indien de aangeboden prijs meer omvat dan het enkele gebruik van de woonruimte, is de vergunninghouder verplicht, de huurprijs en de kosten voor het meerdere te specificeren.

Artikel 10 Sancties

Intrekken van een vergunning

  • 1.

    Indien de bepalingen van deze verordening naar het oordeel van het college niet of niet behoorlijk worden nageleefd of indien blijkt dat

  • a).

    de vergunninghouder bij het verlenen van bemiddeling meer dan het maximum aan bemiddelingskosten vraagt dan is toegestaan bij het verkrijgen van woonruimte,

  • b).

    het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte zal schaden

  • c).

    of dat daarbij het belang van betrokken kamer- of woningzoekende onvoldoende zal zijn gewaarborgd

    kan het college aan de vergunninghouder een waarschuwing zenden.

     

  • 2.

    Het college kan in ieder geval de vergunning intrekken, indien:

  • a)

    niet wordt voldaan aan de waarschuwing als bedoeld in het eerste lid;

  • b)

    zij is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens;

  • c)

    als binnen één jaar dezelfde overtreding voor een tweede keer plaats vindt;

  • d)

    niet binnen maximaal 26 weken na de vergunning verstrekking, wordt overgegaan tot daadwerkelijke bemiddelingsactiviteiten of als de bemiddelingsactiviteiten langer dan 26 weken gestaakt zijn;

  • e)

    de vergunninghouder niet meer in de omstandigheden verkeert op basis waarvan de vergunning is verleend.

     

  • 3.

    Het besluit tot intrekking van de vergunning wordt mede bekendgemaakt door middel van algemene kennisgeving.

Artikel 11

Toezicht

Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening zijn belast de door het college aan te wijzen ambtenaren.

 

 

Artikel 12

Het college kan ter uitvoering van het bepaalde in deze verordening beleidsregels opstellen.

 

Artikel 13  

Het college kan afwijken van de bepalingen in deze verordening voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of de vergunninghouder leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

 

Artikel 14  

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2014.

Artikel 15  

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening op de woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2014.

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING  

 

Artikel 1

  • 1a.

    woonruimte: in deze verordening wordt het in de regelgeving gangbare begrip woonruimte gehanteerd, hieronder valt zowel onzelfstandige als zelfstandige woonruimte;

  • 1b.

    bemiddeling: een bemiddelaar is primair een tussenpersoon die een overeenkomst van huur en verhuur tot stand brengt, waarna zijn opdracht in beginsel is geëindigd. Wanneer het bemiddelingsbureau naast de bemiddeling ook andere activiteiten verricht, zoals het innen van de huur, wordt het geen beheren, maar blijft het bemiddelen.

 

Artikel 2

 

1. De vergunning is vereist voor alle gevallen van bemiddeling ongeacht de hoogte van de huur.

 

3. Het college zal de criteria cq randvoorwaarden voor een dergelijke vrijstelling vastleggen in beleidsregels (zie hiervoor ook de toelichting onder artikel 5) . Het gaat dan om zaken als het beschikken over heldere statuten van een rechtspersoon, doorzichtige bedrijfsvoering , tuchtrechtelijke uitspraken, enz. en de wijze waarop en de termijn waarvoor vrijstelling plaatsvindt. De vrijstelling vindt plaats door middel van een vrijstellingsbeschikking of een convenant. 

 

Artikel 5

Dit artikel is voortaan imperatief geformuleerd, zodat een vergunning wordt geweigerd wanneer gegronde vrees bestaat dat en het belang van de betrokken kamer- of woningzoekende wordt geschaad. Om een woning- en kamerbemiddelingsbureau de kans te geven zich aan de regels te houden, mag na 3 jaar een nieuwe aanvraag ingediend worden.

 

Artikel 7

Lid 1a.

Om te voorkomen dat een woning door een huurder zonder toestemming wordt onderverhuurd, is altijd een verklaring van de juridisch eigenaar vereist. Het betreft hier toestemming, er is geen sprake van opdrachtverlening.

Lid 3

Voldoende is dat de woning- of kamerzoekende er in ieder geval kennis van kan nemen. Gegevens moeten ook op de website opgenomen worden. De vergunning kan daartoe worden gescand.

 

Artikel 9

De huurprijs moet vastgesteld worden op grond van het woningwaarderingsstelsel. Boven de huurtoeslaggrens is de huurprijs geliberaliseerd.

 

Artikel 12

Het college kan nadere beleidsregels opstellen onder andere ter concretisering van de weigeringsgronden of andere bepalingen in deze verordening.