Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Leiderdorp

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Leiderdorp
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017
CiteertitelVerordening afvalstoffenheffing enreinigingsrechten 2017
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling is vervangen door de Verordening afvalstoffenheffing 2018 en reinigingsrechten 2018.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-201701-01-2018Onbekend

12-12-2016

Gemeenteblad

Onbekend

Tekst van de regeling

De raad der gemeente Leiderdorp;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november 2016,

nr. Z/16/036111/69502;

gezien het advies van het Politiek Forum van 6 december 2016;

gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de

Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

b e s l u i t:

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en

reinigingsrechten 2017

Hoofdstuk I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

  • a.

    een afvalstoffenheffing;

  • b.

    reinigingsrechten.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bedrijfsafval: andere afvalstoffen dan huishoudelijk afval als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer, met uitzondering van grof bedrijfsafval;

  • b.

    grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.

  • c.

    “gebruik maken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Hoofdstuk II. AFVALSTOFFENHEFFING

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1. Onder de naam afvalstoffenheffing wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende Tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van diegene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De afvalstoffenheffing wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen inhoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende Tarieventabel.

Artikel 6 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

De afvalstoffenheffing wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. De afvalstoffenheffing is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de afvalstoffenheffing verschuldigd voor de nog volle kalendermaanden die na de aanvang van de belastingplicht, in het belastingtijdvak overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel nog volle kalendermaanden die na het einde van de belastingplicht, in het belastingtijdvak overblijven.

  • 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing, indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

  • 5. Indien in de loop van het belastingjaar het aantal feitelijke gebruikers van het perceel wijzigt en daardoor vanaf 1 januari daarop volgend een lager tarief van toepassing is, bestaat aanspraak op ontheffing voor het aantal volle kalendermaanden dat na deze wijziging in het belastingtijdvak overblijft.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen afvalstoffenheffing worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,00, doch minder is dan € 2.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen of zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstanden dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3. In afwijking van het tweede lid geldt dat in geval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 50,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de daartoe door de belastingplichtige aangewezen bankrekening kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen betaald moeten worden in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Hoofdstuk III. REININGINGSRECHTEN

Artikel 10 Belastbaar feit

Onder de naam reinigingsrechten worden rechten geheven voor zowel de periodiekeinzameling van bedrijfsafval als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemdegemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoudzijn.

Artikel 11 Belastingplicht

De reinigingsrechten worden geheven van diegene op wiens aanvraag dan wel ten behoevevan wie de dienst wordt verricht of van diegene die van de gemeentebezittingen, werken ofinrichtingen gebruik maakt.

Artikel 12 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1. De reinigingsrechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende Tarieventabel.

  • 2. Voor de berekening van de reinigingsrechten wordt een gedeelte van een in de Tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 13 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 14 Wijze van heffing

De reinigingsrechten worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat perbelastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

Artikel 15 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing van rechten naar tijdsgelang

  • 1. De reinigingsrechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn dereinigingsrechten verschuldigd voor de nog volle kalendermaanden die na de aanvang van de belastingplicht, in het belastingtijdvak overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reinigingsrechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Het tweede en derde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

Artikel 16 Termijnen van betaling

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagenreinigingsrechten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt opde laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljetis vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Hoofdstuk IV. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 17 Nadere regels door het college van burgemeesters en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot deheffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten.

Artikel 18 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De “Verordening Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2016” van 7 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

  • 4. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van

de raad van Leiderdorp op 12 december 2016,

de griffier,

mevrouw J.C. Zantingh

de voorzitter,

mevrouw L.M. Driessen - Jansen