Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Neder-Betuwe

Verordening Wmo-raad Gemeente Neder-Betuwe

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNeder-Betuwe
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Wmo-raad Gemeente Neder-Betuwe
CiteertitelVerordening Wmo-raad Neder-Betuwe
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Artikel 7 bevat een overgangsbepaling.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 12

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

10-02-2015nieuwe regeling

31-01-2008

Elektronisch Gemeenteblad, 09-02-2015

08003

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening Wmo-raad Gemeente Neder-Betuwe

De gemeenteraad van Neder-Betuwe,;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 januari 2008

 

gelet op artikel 12 Wet maatschappelijke ondersteuning

 

gezien het advies van de raadscommissie van 17 januari 2008

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening Wmo-raad Gemeente Neder-Betuwe

Artikel 1 - Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    Wmo: de Wet maatschappelijke ondersteuning;

  • 2.

    Wmo-raad: de door burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen en in deze gemeente actief zijnde (belangenorganisaties van) inwoners uit de 9 prestatievelden;

  • 3.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe.

  • 4.

    Ingezetene: de persoon die woonachtig is in de gemeente Neder-Betuwe en staat ingeschreven in de bevolkingsadministratie

  • 5.

    Belangenorganisaties: organisaties van ingezetenen, alsmede organisaties die mede de belangen van ingezetenen op het grondgebied van de gemeente Neder-Betuwe behartigen.

Artikel 2 – Samenstelling

  • 1.

    Het college stelt een Wmo-raad in.

  • 2.

    De leden van de Wmo-raad worden benoemd door het college.

  • 3.

    Voor de benoeming als lid van de Wmo-raad komen in aanmerking: individuele ingezetenen of vertegenwoordigers van belangenorganisaties, die afkomstig zijn van en/of betrokken zijn bij de volgende clusters: ouderen, mensen met een lichamelijke beperking en chronisch zieken, mantelzorgers, vrijwilligers, jongeren, mensen met een verstandelijke beperking, mensen met een psychische beperking. De Wmo-raad streeft naar een evenwichtige vertegenwoordiging van deze clusters.

  • 4.

    De benoeming als bedoeld in lid 2 vindt plaats op basis van een voordracht van de onder het derde lid genoemde ingezetenen of organisaties, en vervolgens op voordracht van de bestaande Wmo-raad.

  • 5.

    De leden voor de Wmo-raad worden voor een periode van 4 jaar benoemd, waarbij gebruik gemaakt kan worden van een rooster van aftreden. Herbenoeming is mogelijk, mits het lid opnieuw wordt voorgedragen overeenkomstig het vierde lid.

  • 6.

    De leden van de Wmo-raad verrichten hun werkzaamheden zonder last en ruggespraak, maar voeren, waar nodig, overleg met de achterban en overige belanghebbenden.

  • 7.

    Het lidmaatschap van de Wmo-raad is onverenigbaar met:

    • a.

      het lidmaatschap van het college, de gemeenteraad van Neder-Betuwe en/of een ander door het college ingestelde advies- en of bestuurscommissie,

    • b.

      het werknemerschap van de gemeente Neder-Betuwe.

    • c.

      een beleidsbepalende functie van een zorgaanbieder in de gemeente

  • 8.

    Een lid kan zijn lidmaatschap tussentijds opzeggen.

  • 9.

    De Wmo-raad bestaat uit minimaal 5 personen en maximaal 12 personen.

Artikel 3 - Taken

  • 1.

    De Wmo-raad is bevoegd het college gevraagd en ongevraagd te informeren en te adviseren over zaken die de voorbereiding, de uitvoering en evaluatie van het Wmo-beleid betreffen.

  • 2.

    Tot de in het vorige lid bedoelde aangelegenheden behoren niet klachten, bezwaarschriften en andere aangelegenheden op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, die individueel van aard zijn, dan wel op individuele personen betrekking hebben.

  • 3.

    Het college vraagt de Wmo-raad tijdig om advies, op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.

  • 4.

    De adviezen van de Wmo-raad worden schriftelijk, door middel van brieven, verslagen en/of rapporten uitgebracht, waarbij, een minderheidsstandpunt van een of meer leden in het advies dient te worden opgenomen. Het streven is te komen tot een eenstemmige advisering aan het college.

  • 5.

    Ingeval de Wmo-raad door of namens het college om advies is gevraagd, zorgt de Wmo-raad binnen, binnen 4 weken nadat advies is gevraagd, voor een gemotiveerd advies.

  • 6.

    Indien het college beslist in afwijking van het advies van de Wmo-raad, dan worden de redenen daarvan schriftelijk binnen 30 dagen aan de Wmo-raad medegedeeld.

  • 7.

    Het college voorziet de Wmo-raad van begrijpelijke informatie ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van de Wmo-raad. Het betreft hier alle informatie die nodig is om beleid en uitvoering te begrijpen en om te kunnen reageren op plannen voor ontwikkelingen en wijzigingen. De informatie wordt desgevraagd in speciale leesvorm aangeleverd.

Artikel 4 – Overleg van en met de Wmo-raad

  • 1.

    De Wmo-raad vergadert tenminste twee maal per kalenderjaar, of zoveel vaker als nodig is voor een adequate invulling van hun taken, met een maximum van twaalf maal per jaar.

  • 2.

    De Wmo-raad kiest uit zijn midden een voorzitter en een secretaris.

  • 3.

    Een lid van het college woont op verzoek van de Wmo-raad de vergadering bij, met een minimum van twee keer per kalenderjaar. Beiden kunnen voor dit overleg punten agenderen.

  • 4.

    Van overleg en afspraken met de Wmo-raad doet het college binnen redelijke termijn schriftelijke rapportage aan de Wmo-raad,

  • 5.

    In beleidstukken aan de commissie en de gemeenteraad wordt standaard aangegeven wat er met de door de Wmo-raad gegeven adviezen is gedaan.

  • 6.

    De gemeente Neder-Betuwe wijst een vaste contactambtenaar aan als aanspreekpunt voor de Wmo-raad. De Wmo-raad en de contactambtenaar hebben minimaal twee keer per jaar structureel overleg.

  • 7.

    De samenwerking tussen het college en de Wmo-raad wordt jaarlijks geëvalueerd.

Artikel 5 – Faciliteiten

  • 1.

    Het college draagt zorg voor een goede en tijdige informatievoorziening richting de Wmo-raad ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van de Wmo-raad.

  • 2.

    Het college zendt uit eigen beweging of op verzoek afschriften van relevante stukken aan de Wmo-raad.

  • 3.

    De Wmo-raad is bevoegd, voor zover dit voor een uit te brengen advies nodig is, inlichtingen in te winnen bij de ambtelijke organisatie.

  • 4.

    Het college stelt aan de Wmo-raad zodanige middelen ter beschikking dat de Wmo-raad redelijkerwijze in staat kan worden geacht om in het kader van de uitvoering van deze verordening haar taken uit te voeren.

  • 5.

    De leden van de Wmo-raad ontvangen presentiegelden overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van de ´Verordening geldelijke voorziening raads- en commissieleden 2002´.

  • 6.

    De middelen als bedoeld in lid 4 worden jaarlijks toegekend op basis van een jaarlijkse begroting voor de invulling van de taken van de Wmo-raad.

  • 7.

    Voor niet reguliere activiteiten kan de Wmo-raad bij het college een projectsubsidie aanvragen.

Artikel 6 – Reglement

De Wmo-raad stelt voor zijn eigen functioneren een reglement op met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Van dit reglement verstrekt de Wmo-raad een afschrift aan het college ter goedkeuring.

Artikel 7 - Overgangsartikel

In afwijking van artikel 2 lid 4 geschiedt de benoeming voor de eerste keer zo spoedig mogelijk conform de bestuurlijke besluitvorming inzake deze verordening en worden de leden benoemd tot 2010, wanneer de eerst volgende verkiezingen plaatsvinden.

Artikel 8 - Slotbepalingen

  • 1.

    Het college is, gehoord de Wmo-raad, bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de uitvoering van deze verordening, in gevallen waarin deze verordening niet of in onvoldoende mate voorziet.

  • 2.

    De Wmo-raad kan een beroep doen op de externe klachtenprocedure in Neder-Betuwe, indien hiertoe aanleiding bestaat.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Wmo-raad Neder-Betuwe en treedt in werking op de dag volgende op die van afkondiging.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 januari 2008

de griffier, de voorzitter,

A.J.D. Fukkink, drs. W.R.J.M. Pijnenburg-Adriaenssen

Toelichting

Algemene toelichting

Op grond van artikel 11 en 12 van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) moet het college burgers betrekken bij het opstellen van beleid en bij de uitvoering daarvan en advies vragen over het ontwerp-beleidsplan Wmo aan de gezamenlijke vertegenwoordigers van representatieve organisaties van de kant van vragers op het gebied van maatschappelijke ondersteuning.

In deze verordening is gekozen voor het instellen van een Wmo-raad. Door in deze Wmo-raad leden te benoemen, die worden voorgedragen door de verschillende belangenorganisaties kunnen de (potentiële) vragers van maatschappelijke ondersteuning goed worden betrokken bij het ontwikkelen en uitvoeren van het Wmo beleid.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsbepalingen

De begrippen die in de verordening worden gebruikt, sluiten zoveel mogelijk aan en hebben zoveel mogelijk een gelijkluidende betekenis als de omschrijving hiervan in de relevante wetgeving.

 

Artikel 2 Samenstelling

Alhoewel de gemeenteraad de verordening moet vaststellen, is er om pragmatische redenen voor gekozen dat het college de Wmo-raad instelt en de leden daarvan benoemt.

Het is belangrijk dat de leden van de Wmo-raad een duidelijke binding hebben met de negen prestatievelden van de Wmo, daarom hebben personen, belangenorganisaties en –groepen de bevoegdheid om de leden voor te dragen. De wijze waarop deze organisaties tot hun voordracht komen, is bewust niet geregeld. Juist omdat de leden gedragen moeten worden door de achterban, is het zaak dat deze organisaties zelf tot een voordracht komen. E.e.a. wordt gekanaliseerd door de Wmo-raad zelf. De Wmo-raad zal zelf op deze wijze het evenwicht bewaken tussen cliënten en deskundigen in de Wmo-raad.

Het is belangrijk dat de leden van de Wmo-raad voldoende binding houden met de achterban, daarom kunnen zij alleen worden herbenoemd als zij wederom worden voorgedragen. Daarmee wordt voorkomen dat leden van de Wmo-raad tot in lengte van jaren kunnen blijven zitten, terwijl zij inmiddels vervreemd kunnen zijn van hun achterban.

 

Artikel 3 Taken

Dit artikel bepaalt de reikwijdte van taken en bevoegdheden die aan de Wmo-raad zijn toebedeeld. Naast een adviserende taak over de beleidsontwikkeling en uitvoering van de Wmo heeft de Wmo-raad ook recht van initiatief op dit terrein. De Wmo-raad wordt in ieder geval om advies gevraagd bij het opstellen van beleidsplannen en verordeningen.

Uitdrukkelijk worden individuele zaken buiten het overleg met de Wmo-raad gehouden, omdat de Wmo-raad geen belanghebbende is t.a.v. beslissingen die betrekking hebben op individuele gevallen.

 

Artikel 4 Overleg van en met de Wmo-raad

De minimale frequentie op jaarbasis van de vergaderingen van de Wmo-raad is in dit artikel geregeld, evenals de wijze waarop met de leden van de Wmo-raad periodiek overleg wordt gevoerd. De samenwerking tussen de gemeente en de Wmo-raad wordt jaarlijks geëvalueerd. De bespreking van de evaluatie wordt bijgewoond door een lid van het college zoals aangegeven in artikel 4 lid 3.

 

Artikel 5 Faciliteiten

Zonder relevante stukken kan de Wmo-raad niets beginnen. Het college dient daarom ervoor te zorgen dat de Wmo-raad over de benodigde stukken kan beschikken. Om te voorkomen dat het college ook geheime stukken of willekeurig welke stukken dan ook op verzoek aan de Wmo-raad zou moeten zenden, is bepaald, dat het om ´relevante´ stukken moet gaan.

De gemeente verstaat ook onder de relevante stukken dat zij de Wmo-raad informeert over de procedures over de voorbereiding, uitvoering en de evaluatie van het Wmo-beleid.

De facilitering van de Wmo-raad is geregeld door het toekennen van presentiegelden en het toekennen van middelen via een in te dienen begroting. Het aantal vergaderingen dat wordt vergoed bedraagt maximaal 8 per jaar. Mochten er meer vergaderingen nodig zijn, dan kan er in ieder geval gebruik genaakt worden van de gebruikelijke vergaderfaciliteiten op het gemeentehuis. Mochten er meer of andere faciliteiten geboden moeten worden w.o. ondersteuning voor een groter aantal vergaderingen of het aanbieden van stukken in een speciale leesvorm kan dit met een projectsubsidie worden bekostigd of in het begrotingsvoorstel van het volgende jaar.

 

Artikel 6 Reglement

Hoe de besluitvorming, openbaarheid van vergaderingen, etc. is georganiseerd, wordt vastgelegd in het reglement van de Wmo-raad, dat ter goedkeuring aan het college wordt voorgelegd.

 

Artikel 7 Overgangsartikel

Dat het college is belast met de uitvoering van de verordening zoals dat in het eerste lid is vastgelegd, is wettelijk bepaald. Voor een juiste uitvoering van de verordening kan het noodzakelijk zijn dat nadere uitvoeringsregels worden vastgesteld. Het college heeft de bevoegdheid om, nadat de Wmo-raad ter zake is gehoord, dergelijke regels vast te stellen.

 

Artikel 8 Slotbepalingen

De Wmo-raad kan gebruik maken van de klachtenprocedure in Neder-Betuwe als hier toe aanleiding bestaat. En al de overige mogelijkheden zoals o.a. het informele en formele overleg met de contactambtenaar en de wethouder niet toereikend meer zijn.