Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Werk en Inkomen Lekstroom

Mandaatbesluit Werk en Inkomen Lekstroom Zelfstandigenregelingen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWerk en Inkomen Lekstroom
OrganisatietypeRegionaal samenwerkingsorgaan
Officiële naam regelingMandaatbesluit Werk en Inkomen Lekstroom Zelfstandigenregelingen
CiteertitelMandaatbesluit Werk en Inkomen Lekstroom Zelfstandigenregelingen
Vastgesteld doorgemandateerde functionaris
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Dit mandaatbesluit hoort bij de overeenkomst tussen Werk en Inkomen Lekstroom en de gemeente Utrecht over de uitvoering van de zelfstandigenregelingen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikelen 10:3 en 10:4 Algemene wet bestuursrecht
  2. artikel 7, vierde lid, Participatiewet
  3. artikel 34, derde lid, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
  4. Artikel 3 Mandaatregeling Werk en Inkomen Lekstroom

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2017Nieuw besluit

18-10-2016

Blad gemeenschappelijke regeling 18 oktober 2016, nr. 476

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Mandaatbesluit Werk en Inkomen Lekstroom Zelfstandigenregelingen

De directeur van Werk en Inkomen Lekstroom

 

gelet op de artikelen 10:3 en 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7, vierde lid, van de Participatiewet artikel 34, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en artikel 3 Mandaatregeling Werk en inkomen Lekstroom;

 

overwegende dat:

 

  • -

    het bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom verantwoordelijk is voor de uitvoering van de zelfstandigenregelingen, zijnde het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (hierna Bbz 2004 te noemen) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna IOAZ te noemen);

  • -

    het bestuur van de gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom deze regelingen uitvoert voor de gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein en Vianen (hierna te noemen deelnemende gemeenten);

  • -

    het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht al jarenlang de zelfstandigenregelingen uitvoert voor Werk en Inkomen Lekstroom en andere gemeenten in de regio;

  • -

    het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht bereid is mandaat te aanvaarden van de directeur Werk en Inkomen Lekstroom tot de uitvoering van voornoemde zelfstandigenregelingen;

     

besluit:

 

vast te stellen het volgende:

 

Mandaatbesluit Werk en Inkomen Lekstroom Zelfstandigenregelingen

Artikel 1
  • 1.

    Namens het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom mandateert de directeur van Werk en Inkomen Lekstroom aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht de uitvoering van het Bbz 2004 en de IOAZ voor zover het betreft de vaststelling van de rechten en plichten van de zelfstandige en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden de bevoegdheden tot:

    a. het innemen van aanvragen, het voorbereiden en het nemen van besluiten:

    • 1.

      in het kader van het Bbz 2004;

    • 2.

      voor voorschotten op grond van artikel 52 Participatiewet te verstrekken in het kader van het Bbz 2004;

    • 3.

      voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet aan zelfstandigen voor woonkostentoeslag en verschuldigde premie arbeidsongeschiktheidsverzekering;

    • 4.

      in het kader van de IOAZ.

     

    b. de financiële afhandeling, waaronder uitbetalen, verrekenen en terugvorderen, van:

    • 1.

      uitkeringen verstrekt in het kader van het Bbz 2004;

    • 2.

      voorschotten op grond van artikel 52 Participatiewet, verstrekt in het kader van het Bbz 2004;

    • 3.

      bijzondere bijstand aan zelfstandigen voor woonkostentoeslag en verschuldigde premiearbeidsongeschiktheidsverzekering.

     

    • c.

      de financiële verantwoording aan het CBS (met uitzondering van de re-integratiestatistiek), het aanleveren van de loonaangiftes aan de Belastingdienst, het aanleveren van gegevens ten behoeve van de SISA-verantwoording en het Beeld van de Uitvoering aan het Rijk en het laten opstellen van de controleverklaring door de accountant, betreffende het Bbz 2004;

       

    • d.

      het uitvaardigen van een dwangbevel;

    • e.

      het verwerken van gegevens van inwoners uit de deelnemende gemeenten ten behoeve van de uitvoering van het Bbz 2004 en IOAZ met in achtneming van de Wet bescherming persoonsgegevens en de Wet Basisregistratie Personen;

    • f.

      het, ten behoeve van de uitvoering van het Bbz 2004 en onderzoek toekenning uitkeringen IOAZ, inzien van GBA-V en Suwinet gegevens van inwoners van de deelnemende gemeenten;

    • g.

      het toepassen van de artikelen 4.18 en 4.20 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen;

    • h.

      het vestigen van een recht van hypotheek en pand in het kader van verstrekking van bedrijfskapitaal;

    • i.

      het opleggen van een maatregel dan wel boete op grond van de Participatiewet in het kader van de uitvoering van het Bbz 2004.

  • 2.

    Het mandaat strekt zich niet uit tot:

    • a.

      de afhandeling van klachten;

    • b.

      de behandeling van bezwaar en beroep;

    • c.

      de behandeling van een verzoek om informatie in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur;

    • d.

      de behandeling van een verzoek om informatie in het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel 2

De directeur van Werk en Inkomen Lekstroom is bevoegd om ondermandaat te verlenen aan de directeur/IRM Werk en Inkomen van de gemeente Utrecht, die deze bevoegdheid tevens kan ondermandateren. Indien ondermandatering plaatsvindt aan organisaties buiten de gemeente Utrecht wordt Werk en Inkomen Lekstroom hiervan tevoren schriftelijk op de hoogte gesteld.

Artikel 3
  • 1.

    Voor de uitvoering van het Bbz 2004 en de IOAZ worden de Utrechtse beleidsregels van overeenkomstige toepassing verklaard, met uitzondering van de uitvoering van de bijzondere bijstand woonkostentoeslag op grond van de Participatiewet, daarbij zijn de beleidsregels van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom van toepassing.

  • 2.

    In aanvulling op het gestelde in artikel 3.1 heeft gemeente Utrecht de mogelijkheid om, in het kader van de beoordeling van aanvragen bijzondere bijstand woonkostentoeslag voor BBZers, op grond van de hardheidsclausule als genoemd in artikel 16 Beleidsregels individuele bijzondere bijstand 2016 Werk en Inkomen Lekstroom en artikel 18 Participatiewet hierbij de Utrechtse werkwijze te volgen. Gemeente Utrecht neemt dit op in haar besluit (i.e. in de rapportage en beschikking).

Artikel 4

Namens het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom mandateert de directeur van Werk en Inkomen Lekstroom aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht en geeft hij volmacht voor de volgende bevoegdheden ten aanzien van dienstverlening voor zelfstandigen in het kader van de Participatiewet en het Bbz:

  • 1.

    het (Europees) aanbesteden en de inkoop van de dienstverleningzelfstandigen, inclusief het nemen van de bij de aanbesteding en inkoop behorende besluiten waaronder het besluiten tot de voorlopige- en definitieve gunning;

  • 2.

    verweer te vervoeren in het geval van een juridisch geschil in verband met de (Europese) aanbesteding en inkoop van de dienstverlening zelfstandigen;

  • 3.

    toe te staan het verlenen van ondermandaat en ondervolmacht door het college van gemeente Utrecht aan medewerkers van gemeente Utrecht.

Artikel 5

Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt dat het besluit namens het dagelijks bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom is genomen.

Artikel 6

Bij de intrekking van het mandaat, bedoeld in artikel 10:8, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, zal door de directeur Werk en Inkomen Lekstroom een termijn van zes maanden in acht worden genomen, tenzij zwaarwegende omstandigheden aanleiding geven tot een kortere termijn.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Werk en Inkomen Lekstroom Zelfstandigenregelingen.

 

Aldus vastgesteld op 12 juli 2016.

 

Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom,

Werk en Inkomen Lekstroom,

 

R.H. Esser

Directeur