Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Westvoorne

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Westvoorne houdende regels omtrent de heffing en invordering van de toeristenbelasting Verordening toeristenbelasting 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWestvoorne
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Westvoorne houdende regels omtrent de heffing en invordering van de toeristenbelasting Verordening toeristenbelasting 2019
CiteertitelVerordening toeristenbelasting 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2018.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

28-12-2018nieuwe regeling

18-12-2018

Gemeenteblad 2018, 281773

186729/186844

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening toeristenbelasting 2019

De raad van de gemeente Westvoorne;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 november 2018

B E S L U I T:

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2019.

 

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 2 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die ver-blijf houdt als bedoeld in artikel 1.

  • 3.

    Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belasting-plichtig, die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

Artikel 3 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • 1.

    van degene, die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

  • 2.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voor-noemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.

Artikel 5 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

  • 1.

    Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    • a.

      kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderko- men of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als be- doeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevings- recht is vereist; een en ander voor zover voor deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor re-creatief nachtverblijf.

    • b.

      kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kam-peermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf.

    • c.

      vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel ge-durende een seizoen of een jaar.

    • d.

      volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeer-terrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen.

    • e.

      zomerhuisje: een recreatiehuisje, een naar aard en inrichting vergelijkbaar ander onder-komen of een deel van een recreatiehuisje of een vergelijkbaar onderkomen.

    • f.

      De forfaitaire berekening wordt voor zomerhuisjes en voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen per standplaats:

      • a.

        1,0 personen indien het aantal slaapplaatsen 1 bedraagt;

        2,15 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan 1 maar drie of minder be-draagt;

        2,91 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt;

      • b.

        het aantal malen dat door de in a bedoelde personen is overnacht wordt: in de onder-komens, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van:ten hoogste 7 maanden bepaald op 91,23

        • i.

          ten hoogste 7 maanden bepaald op 91,23

        • ii.

          meer dan zeven doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 111,42.

Artikel 6 Belastingtarief

Het tarief bedraagt per overnachting in hotels, pensions, Bed en Breakfast: €.2,08 (1,62 +0,46)

Het tarief bedraagt per overnachting op kampeerterreinen: €.0,88 (0,77 +0,11)

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wijze van aanslag geheven.

Artikel 9 Aanslaggrens

  • 1.

    Belastingaanslagen van minder dan € 9,-- worden niet opgelegd.

  • 2.

    Voor de toepassing van de bepaling in het eerste lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 10 Termijn van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten

    worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de

    dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 1.3

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De “Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2018” van 12 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendma-king.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening toeristenbelasting 2019".

Aldus besloten in de vergadering

van 18 december 2018

De raad voornoemd,

griffier,

de voorzitter,