Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Haarlem

Verordening op de wijkraden

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHaarlem
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de wijkraden
CiteertitelVerordening op de wijkraden
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpgemeenteraden, gemeentelijke commissies, vergaderingen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De regeling vervangt de Verordening op de wijkraden, vastgesteld 21-07-2011

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 82

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

10-07-2015Nieuwe regling

02-07-2015

Gemeenteblad 09-07-2015, nr. 61894

2015/

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de wijkraden

 

 

Artikel 1  

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      Wijk: een door burgemeester en wethouders aangewezen gedeelte van de gemeente, dat geografisch valt te onderscheiden van de overige delen van de gemeente, waarvan de bewoners gemeenschappelijke belangen hebben ten aanzien van voorzieningen en andere zaken in dat deel van de gemeente;

    • b.

      Wijkraad: een op grond van deze verordening geformeerde groep van bewoners uit de wijk, die door burgemeester en wethouders is erkend. Maximaal één wijkraadslid mag buiten de wijk wonen, maar moet wel inwoner van Haarlem zijn;

    • c.

      Bewoners van een wijk: zij die op grond van het bevolkingsregister van de gemeente binnen de grenzen van een wijk wonen.

  • 2.

    Een wijkraadslid mag niet tevens (schaduw)gemeenteraadslid zijn.

  • 3.

    De dorpsraad Spaarndam heeft dezelfde status als een wijkraad voor wat betreft het deel van het dorp Spaarndam dat binnen de gemeentegrens van Haarlem ligt.

Artikel 2  

  • 1.

    De kerntaak van de wijkraad is het behartigen van de belangen van de bewoners van de wijk, met inachtneming van deze verordening.

  • 2.

    De taken van het dagelijks bestuur van de wijkraad worden door de wijkraad bepaald. Zij omvatten tenminste de volgende werkzaamheden:

    • a.

      Het beheren van de wijkraadgelden, op zodanige wijze dat de uitgaven in overeenstemming blijven met de door de wijkraad goedgekeurde begroting;

    • b.

      Het voorbereiden van de wijkraadbegroting voor het komende jaar;

    • c.

      Het namens de wijkraad onderhouden van contacten en voeren van correspondentie;

    • d.

      Het administreren van inkomende en uitgaande stukken.

Artikel 3
  • 1.

    Wijkraden kunnen de gemeentelijke besluitvorming beïnvloeden via participatie en inspraak. Dit doen zij in de eerste plaats op basis van ervaringsdeskundigheid. Daarnaast kunnen wijkraden, mits goed gedocumenteerd, ervoor kiezen om de mening van (delen van) de wijk te peilen en dit te communiceren met de gemeente.

  • 2.

    Wijkraden betrekken de bewoners van de wijk bij hun werkzaamheden.

  • 3.

    Wijkraden informeren de wijkbewoners ten minste 3 maal per jaar.

Artikel 4
  • 1.

    Een wijkraad bestaat uit minimaal drie leden, met een inspanningsverplichting tot minimaal vijf leden.

  • 2.

    Wijkraden worden in principe om de vier jaar samengesteld.

  • 3.

    De zittende wijkraad vraagt via een openbare aankondiging om de aanmelding van nieuwe kandidaten en plaatst de aangemelde kandidaten op een openbare kandidatenlijst.

  • 4.

    De wijze waarop de verkiezingen plaatsvinden is de verantwoordelijkheid van de wijkraad.

  • 5.

    Alle bewoners van de wijk van zestien jaar en ouder kunnen zich kandidaat stellen voor en zijn kiesgerechtigd voor de wijkraad.

Artikel 5
  • 1.

    Wijkraadvergaderingen zijn in principe openbaar.

  • 2.

    Datum en agenda van wijkraadvergaderingen worden minstens een week vooraf bekendgemaakt aan de wijkbewoners.

Artikel 6
  • 1.

    De wijkraad kiest uit zijn midden een dagelijks bestuur dat bestaat uit een voorzitter, een secretaris en een penningmeester.

  • 2.

    De functies van secretaris en penningmeester mogen niet in één persoon zijn verenigd.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur is aan de wijkraad verantwoording schuldig en brengt op elke wijkraadvergadering verslag uit van de lopende zaken.

Artikel 7  

  • 1.

    De wijkraden ontvangen subsidie (subsidie Wijkraadskosten) voor te maken onkosten voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 2 en 3.

  • 2.

    Het maximale subsidiebedrag dat een wijkraad kan ontvangen bepaalt de gemeente aan de hand van een verdeelsleutel. De verdeelsleutel bestaat uit drie componenten, te weten:

     

    Component

    Percentage

    totaalbedrag

    1

    Vast bedrag van € 2.100 (peiljaar 2014) voor elke wijkraad

    28,9%

    2

    Variabel bedrag op basis van

    38,1%

    3

    Variabel bedrag op basis van twee sociale componenten

    - aantal sociale huurwoningen (50%)

    - aantal bijstandsgerechtigden (50%)

    33,0%

     

    Totaal beschikbaar wijkraadskosten

    100%

  • 3.

    Ten aanzien van de tweede component “inwoneraantal” gelden 3 categorieën:

    • -

      categorie 1: 0 - 2.000 inwoners: € 1.500 (prijspeil 2014)

    • -

      categorie 2: 2.000 - 4.500 inwoners: € 2.500 (prijspeil 2014)

    • -

      categorie 3: 4.500 inwoners en meer: € 3.500 (prijspeil 2014).

  • 4.

    De indicatoren voor de derde component “de sociale componenten” zijn het aantal sociale huurwoningen en het aantal bijstandsgerechtigden. Beide indicatoren wegen elk voor 50% mee. De sociale componenten zullen eens per drie jaar worden geactualiseerd.

  • 5.

    De wijkraad dient uiterlijk 1 november voorafgaande aan het betreffende begrotingsjaar bij de gemeente een subsidieaanvraag in als bedoeld in artikel 9.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur van de wijkraad is verantwoordelijk voor het financieel beleid en legt daarover verantwoording af aan burgemeester en wethouders.

  • 7.

    De vaststelling van de subsidie na afloop van het subsidiejaar als bedoeld in artikel 14 van deze verordening, in combinatie met de vaststelling van de totale rekening en verantwoording door het dagelijks bestuur van de wijkraad over datzelfde jaar én de goedkeuring daarvan door burgemeester en wethouders strekt tot décharge van het dagelijks bestuur van de wijkraad.

Artikel 8

Voor de subsidie genoemd in artikel 7 geldt een subsidieplafond. Dit subsidieplafond wordt jaarlijks bij de begroting vastgesteld door de raad en wordt daarna verdeeld volgens de verdeelsleutel als bedoeld in artikel 7 van deze verordening.

Artikel 9
  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie als genoemd in artikel 7 wordt schriftelijk ingediend bij het college met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier Wijkraadskosten.

  • 2.

    Het aanvraagformulier wordt ingediend uiterlijk voor 1 november voorafgaande aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

  • 3.

    Het aanvraagformulier moet ondertekend worden door de voorzitter en secretaris van de wijkraad.

  • 4.

    Wanneer de aanvrager vanwege ontbrekende informatie krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst van de aanvraag de datum waarop alle gevraagde informatie is ontvangen.

Artikel 10

Onverminderd artikel 4:25, tweede lid, artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan het college de subsidie eveneens weigeren:

  • a.

    als de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op en/of ten goede komen aan de wijk en haar bewoners;

  • b.

    als niet is aannemelijk gemaakt dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

  • c.

    als de aanvraag niet voldoet aan de regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

  • d.

    als de te subsidiëren activiteiten in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, de openbare orde en/of de veiligheid.

Artikel 11
  • 1.

    Zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen 9 weken na de ontvangst van de aanvraag besluit het college over subsidieverlening.

  • 2.

    Het college kan de termijn voor ten hoogste 13 weken verdagen.

  • 3.

    Een voorschotverlening is mogelijk.

  • 4.

    In de beschikking tot subsidieverlening wordt vermeld dat de verleende subsidie wordt vastgesteld op basis van werkelijk gemaakte kosten.

Artikel 12

Betaling (met verrekening van een eventueel verstrekt voorschot) vindt plaats binnen 6 weken na verzending van de verleningsbeschikking aan de wijkraad, door overmaking naar het IBAN nummer opgegeven op het aanvraagformulier.

Artikel 13
  • 1.

    De wijkraad doet onverwijld melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, geheel of gedeeltelijk niet zullen worden verricht of dat geheel of gedeeltelijk niet aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

  • 2.

    Indien het ernstige vermoeden bestaat dat de wijkraad de verleende subsidie geheel of gedeeltelijk niet besteedt aan de werkzaamheden als bedoeld in artikel 2 en 3 van de verordening, kan het college haar besluit tot subsidieverlening geheel of gedeeltelijk intrekken. Alvorens tot intrekking wordt besloten, wordt de wijkraad in de gelegenheid gesteld de gevraagde informatie binnen maximaal 4 weken aan te leveren bij de gemeente.

  • 3.

    Het college is bevoegd nadere regels te stellen ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik bij subsidies.

Artikel 14
  • 1.

    Uiterlijk vóór 1 maart in het jaar na afloop van het kalenderjaar dient de wijkraad bij het college van burgemeester en wethouders een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in door middel van het overleggen van een eindafrekening/verantwoording. De subsidie wordt lager vastgesteld voor het niet bestede deel van de verleende subsidie. Het verschil tussen de verleende subsidie en de vastgestelde subsidie wordt teruggevorderd.

  • 2.

    Vaststelling vindt plaats binnen 8 weken na ontvangst van een compleet ingediende eindafrekening/verantwoording, welke ondertekend is door de voorzitter en de secretaris van de wijkraad. Deze termijn kan voor ten hoogste 13 weken worden verdaagd.

Artikel 15
  • 1.

    Klachten van bewoners over het functioneren van de wijkraad of van wijkraadleden worden in eerste instantie behandeld door de wijkraad zelf.

  • 2.

    Wordt geen bevredigende oplossing gevonden, dan kunnen zowel de wijkraad als de betrokken bewoners de gebiedsverbinder vragen te bemiddelen.

  • 3.

    Als verschil van mening ontstaat over de uitvoering van deze verordening vindt overleg plaats tussen de betrokken partijen. Leidt dit overleg niet tot een oplossing dan beslist de stadsdeelwethouder nadat hij de betrokken partijen heeft gehoord.

Artikel 16
  • 1.

    De wijkraad wordt ontbonden als het aantal wijkraadleden minder is dan drie.

  • 2.

    Als zes maanden na de ontbinding geen nieuwe wijkraad is gevormd, dan wordt de wijkraad geacht te zijn opgeheven.

  • 3.

    Alle gelden en bezittingen van de wijkraad vervallen na de opheffing aan de gemeente Haarlem.

  • 4.

    De personen die ten tijde van de ontbinding deel uitmaken van het dagelijks bestuur van de wijkraad blijven verantwoordelijk voor de zakelijke en financiële afwikkeling van de lopende verplichtingen van de wijkraad totdat burgemeester en wethouders zich daarmee akkoord verklaren. Burgemeester en wethouders besluiten binnen 6 maanden op een verzoek tot akkoordverklaring van het dagelijks bestuur van de wijkraad.

Artikel 17

Wijkraden kunnen een huishoudelijk reglement opstellen.

Artikel 18

In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders, na het dagelijks bestuur van de betreffende wijkra(a)d(en) na daartoe gedane oproep te hebben gehoord of in de gelegenheid te hebben gesteld schriftelijk te reageren.

Artikel 19
  • 1.

    De Verordening op de wijkraden, die laatst is gewijzigd bij raadsbesluit van 17 februari 2011 en geldig is vanaf 16 september 2011, wordt ingetrokken.

  • 2.

    Wijkraden, die zijn ingesteld op grond van de in het vorige lid genoemde verordening, blijven in stand op grond van de thans geldende Verordening op de wijkraden.

Artikel 20

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de datum van haar bekendmaking.

Artikel 21

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de wijkraden”.