Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, houdende regels omtrent subsidie voor jeugd en onderwijsachterstanden

Geldend van 01-01-2022 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, houdende regels omtrent subsidie voor jeugd en onderwijsachterstanden

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard;

gelet op artikel 2, eerste lid van de Algemene subsidieverordening Nissewaard;

besluit vast te stellen de Subsidieregeling jeugd en onderwijsachterstanden Nissewaard 2022:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: de Algemene Subsidieverordening van Nissewaard.

  • b.

    Awb: de Algemene wet bestuursrecht.

  • c.

    Beperking: een stoornis of conditie (lichamelijk, zintuiglijk en/of geestelijk) die een normaal maatschappelijk functioneren belemmert en nadelige sociale gevolgen met zich meebrengt.

  • d.

    Burgemeester en wethouders: de burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard.

  • e.

    Dagdeel (bij peuteropvang of VVE): minimaal 3 en maximaal 6 uur.

  • f.

    Indicatie VVE: een door het Centrum voor Jeugd en Gezin afgegeven verklaring aan ouders/verzorgers, dat deelname van het desbetreffende kind aan voorschoolse educatie geïndiceerd is.

  • g.

    Instelling: een organisatorisch verband dat een toelating heeft als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet toelating zorginstellingen.

  • h.

    Jeugdige: het (ongeboren) kind, de jongere of jongvolwassene in de leeftijd van -9 maanden tot en met 23 jaar, die op grond van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet ingezetene is van de gemeente Nissewaard.

  • i.

    Kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang van een kind plaatsvindt, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet Kinderopvang en dat is opgenomen in het landelijk register kinderopvang.

  • j.

    Kindplaats: een aanbod aan peuteropvang, en indien geïndiceerd ook VVE, binnen een kindercentrum, met een door het college vast te stellen omvang in uren per kind tussen 2 en 4 jaar.

  • k.

    NJI: Nederlands Jeugd Instituut

  • l.

    Onderwijsveld: het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en samenwerkingsverband.

  • m.

    Ouderbijdrage: inkomensafhankelijke bijdrage die ouders betalen voor de peuteropvang, berekend conform de voor dat jaar geldende VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang.

  • n.

    PVE: Voor- en Vroegschoolse educatie

  • o.

    SISA: SIgnaleren en Samenwerken en SamenwerkingsInstrument Sluitende Aanpak

  • p.

    VVE-methode: een door het NJI erkend programma waarin, aantoonbaar en positief beoordeeld door de GGD en/of de Inspectie van het Onderwijs, systematisch en samenhangend wordt gewerkt aan de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.

  • q.

    Woonplaatsbeginsel: definitie van woonplaats van de jeugdige zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

Artikel 2: Toepassingsbereik

  • 1. Deze regeling is van toepassing op publieke taken van de gemeente Nissewaard die voortvloeien uit de Jeugdwet, Wet publieke Gezondheidszorg, Wet passend onderwijs en de Wet Kinderopvang, alsmede andere (wettelijke) kaders voor zover die toezien op preventie en aanpak van opvoed- en opgroeiproblemen, gezondheidsproblemen en/of aanpak van (onderwijs)achterstanden bij jeugdigen. Tenzij anders bepaald in deze regeling, kan subsidie worden verleend ten behoeve van jeugdigen en/of diens ouders/verzorgers.

  • 2. Niet tot deze subsidieregeling behoren de volgende voorzieningen en/of activiteiten:

    • a.

      Persoonsgebonden voorzieningen waarvoor een beschikking vereist is;

    • b.

      Informatie & advies en integrale vraagverheldering die vanuit de integrale Ingang Thuis in de Wijk (in oprichting) worden geboden;

    • c.

      Jeugdgezondheidszorg via het Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond;

    • d.

      Inzet van capaciteit in jeugdondersteuningsteams.

Artikel 3: Doel van deze regeling

Burgemeester en wethouders stellen op grond van deze subsidieregeling subsidie beschikbaar teneinde de volgende doelen te bereiken:

  • a.

    Een gezonde, kansrijke en veilige opgroeisituatie voor jeugdigen, waarin gestimuleerd wordt dat de jeugdige weerbaar is en kan omgaan met uitdagende situaties.

  • b.

    Een sterk opvoedkundige klimaat in buurten, wijken en kernen, waarin ouders en andere opvoeders voldoende opvoed-capaciteiten hebben en (informele) steunstructuren aanwezig zijn;

  • c.

    Het creëren van gelijke ontwikkelingskansen voor alle kinderen en het voorkomen/beperken van een (onderwijs)achterstand, voor zover het niet tot de primaire verantwoordelijkheid behoort van het Onderwijsveld.

Artikel 4 Aanvragen van de subsidie

  • 1. De subsidie op grond van deze regeling is aan te vragen via het ‘algemeen aanvraagformulier subsidies’, beschikbaar op de website van de gemeente Nissewaard. Aanvragen worden digitaal ingediend bij de gemeente. Indien digitale indiening voor de aanvrager onmogelijk is, dient contact te worden opgenomen met het subsidieteam van de gemeente voor een alternatieve wijze van indiening.

  • 2. Voor de digitale aanvraag (e-herkenning) tot verlening en vaststelling van subsidie mogen de te maken kosten met een maximum € 50 per jaar worden opgenomen in de begroting bij de aanvraag tot subsidieverlening.

Artikel 5: Voor subsidie in aanmerking komende activiteiten

  • 1. Het versterken van opvoedvaardigheden van ouders en andere (mede-)opvoeders bij wie ondersteuning noodzakelijk is om een gezonde, kansrijke en veilige opgroeisituatie te realiseren.

  • 2. Het voorkomen of beperken van gezondheidsschade bij jeugdigen door middelengebruik, verslaving, ongezonde voeding of overgewicht, onder andere door het op voldoende niveau brengen van kennis en expertise bij jeugdigen, opvoeders en andere relevante actoren.

  • 3. Peuteropvang, zijnde het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen in de leeftijd 2 tot 4 jaar op het gebied van sociale, creatieve en educatieve ontplooiing en motorische ontwikkeling van het jonge kind, onder meer door spel en omgang met leeftijdgenootjes voor maximaal zes uur per dag en twee dagdelen per week en 640 uur over 2 jaar.

  • 4. Voor- en vroegschoolse educatie aan kinderen met een indicatie VVE in de leeftijd van 2 tot 4 jaar op basis van een VVE-methode, voor maximaal zes uur per dag en vier dagdelen per week en 1280 uur over 2 jaar.

  • 5. Het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen van zes tot en met dertien jaar op het gebied van sociale, creatieve en educatieve ontplooiing en motorische ontwikkeling in de zomervakantieperiode.

  • 6. Het stimuleren van de ontwikkeling van minderjarigen met een (dreigende) ontwikkelingsachterstand, teneinde deelname aan het reguliere onderwijscurriculum mogelijk te maken.

  • 7. Schoolmaatschappelijk werk, zijnde laagdrempelige ondersteuning aanwezig op school, welke erop gericht is om problemen vroegtijdig te signaleren en aan te pakken. Zij vervult een brugfunctie tussen kind, ouders, school en jeugdhulp en richt zich op het kind bij wie de ontwikkeling stagneert.

  • 8. Jongerenwerk in de leeftijdsgroep van 10 tot en met 23 jaar, zijnde het stimuleren van talenten en vaardigheden bij jeugdigen, alsmede een verantwoordelijke houding bij jongeren en jongvolwassenen via actieve, zinvolle en georganiseerde vrijetijdsbesteding en maatschappelijke participatie. Zij vervult een brugfunctie tussen jongeren en diverse maatschappelijke partners.

  • 9. Het bevorderen van de weerbaarheid en vaardigheden van jeugdigen om te kunnen omgaan met eigen beperkingen en/of situaties die als problematisch worden ervaren.

  • 10. Het voorkomen van overlast gevend gedrag en/of criminaliteit bij jeugdigen.

Artikel 6: Nadere bepalingen voor peuteropvang en voorschoolse educatie

  • 1. Subsidie op grond van artikel 5 derde en vierde lid, kan uitsluitend worden aangevraagd door een houder van een door het NJI als VVE-gecertificeerd kindercentrum dat met minimaal één locatie is gevestigd in Nissewaard.

  • 2. Peuteropvang en VVE wordt bij voorkeur gegeven in gemengde groepen van kinderen met en zonder indicatie VVE. De VVE moeten minimaal voldoen aan de eisen in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

  • 3. De aanvrager maakt gebruik van een instrument/kindvolgsysteem waarmee de brede ontwikkeling van peuters wordt gevolgd. Dit kindvolgsysteem voldoet aan de eisen die hieraan worden gesteld door de Inspectie van het Onderwijs.

  • 4. De aanvrager spant zich maximaal in voor een optimale ontwikkeling van het kind en het voorkomen van terugval in ontwikkeling bij overgang naar het basisonderwijs, in samenwerking met gemeente en onderwijsveld. Dit betekent in ieder geval meewerken aan programma’s voor een doorlopende leerlijn en versterken van zorgstructuur.

  • 5. De hoogte van de subsidie voor peuteropvang en VVE als bedoeld in artikel 5 derde en vierde lid, wordt berekend via de volgende methodiek:

    • a.

      Subsidie wordt verstrekt voor het aantal kindplaatsen dat in een kalenderjaar wordt gerealiseerd;

    • b.

      Het tarief voor de kindplaats wordt gebaseerd op het tarief per uur peuteropvang van het kindercentrum tot het jaarlijks in het Besluit Kinderopvangtoeslag genoemde maximum uurtarief voor dagopvang, maal het aantal uren peuteropvang en VVE per jaar, minus

    • c.

      de aanspraak op financiering van derden, zoals de ouderbijdrage en de kinderopvangtoeslag.

  • 6. Bij de aanvraag tot subsidieverlening levert de aanvrager een prognose volgens de methodiek als bedoeld in het vijfde lid, hetgeen de basis vormt voor de beoordeling van de hoogte van de subsidieverlening. Bij de subsidievaststelling wordt de methodiek toegepast op de werkelijk gerealiseerde kindplaatsen en aanspraak op financiering van derden, met inachtneming van het zevende lid.

  • 7. Indien een kindplaats wel is gerealiseerd, maar hiervan is niet of voor lager aantal dagdelen gebruik gemaakt, wordt de gerealiseerde kindplaats alleen geheel gesubsidieerd indien het kindercentrum zich aantoonbaar voldoende heeft ingespannen om het kind daadwerkelijk aan peuteropvang en/of VVE te laten deelnemen.

  • 8. Voor 1 augustus van het lopende subsidiejaar, levert de subsidieontvanger een halfjaarrapportage aan op grond waarvan burgemeester en wethouders bepalen, eventueel na een toelichtend gesprek, in hoeverre dit leidt tot aanpassing van bevoorschotting of van de subsidieverlening. In de halfjaarrapportage staat in ieder geval de volgende informatie:

    • a.

      Het aantal gerealiseerde kindplaatsen in de eerste helft van het subsidiejaar, afgezet tegen de prognose in de subsidieaanvraag;

    • b.

      Het aantal kindplaatsen waarvan minder dan 90% van de beschikbare dagdelen gebruik is gemaakt en wat de subsidieontvanger heeft ondernomen en nog onderneemt om de ‘no show’ te verminderen;

    • c.

      Een prognose over het aantal te realiseren plekken peuteropvang en VVE in de tweede helft van het subsidiejaar, afgezet tegen de prognose in de subsidieaanvraag.

  • 9. Het activiteitenverslag dat op grond van de ASV bij de aanvraag tot vaststelling ingediend wordt, bevat naast de zaken opgenomen in artikel 10, vierde lid, de volgende onderdelen:

    • a.

      het aantal kinderen waaraan en aantal uren of dagdelen dat peuteropvang en VVE is gegeven in het subsidiejaar, afgezet tegen de prognose in de subsidieaanvraag en in de halfjaarrapportage;

    • b.

      Het aantal plekken waarvan minder dan 90% van de beschikbare dagdelen gebruik is gemaakt en wat de subsidieontvanger heeft ondernomen om de no show te verminderen;

    • c.

      Wat het effect is van de VVE-methode op de ontwikkelingsachterstanden van de deelnemende kinderen, mede op basis van geaggregeerde informatie uit het kindvolgsysteem als bedoeld in artikel 6, derde lid. Hierbij worden geen persoonsgegevens zichtbaar gemaakt, tenzij hiervoor een wettelijke grond is.

Artikel 7: Niet in aanmerking komende kosten of activiteiten

Op grond van deze subsidieregeling komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    Subsidieaanvragen ingediend door een kindercentrum waartegen burgemeester en wethouders een handhavingsbesluit hebben genomen naar aanleiding van een constatering van een overtreding door een toezichthouder, dan wel in het geval bij burgemeester en wethouders het voornemen bestaat om handhavend op te treden;

  • b.

    Kosten voor onderhoud of verbouwing van panden;

  • c.

    Kosten voor de viering van feesten, jubilea en partijen, kosten van consumpties of donatie- en sponsorverzoeken;

  • d.

    Kosten die een redelijke uitvoering van de activiteit te boven gaan.

Artikel 8: Budget en budgetplafond

  • 1. Aan deze subsidieregeling zijn de volgende gemeentelijke budgetten gekoppeld:

    • a.

      Lokale preventie jeugd (609856)

    • b.

      Onderwijsachterstandenbeleid – voor zover wordt voldaan aan de landelijke voorwaarden (606514)

    • c.

      Peuterspeelzaalwerk (608270)

  • 2. Voor de budgetten als genoemd in het eerste lid geldt een budgetplafond. Het budgetplafond wordt jaarlijks in de perspectiefnota vastgesteld voor het daaropvolgende jaar. Indien het budgetplafond niet in de perspectiefnota is vastgesteld, geldt het in de begroting opgenomen bedrag op het desbetreffende budgetnummer, als opgenomen onder het eerste lid, als budgetplafond.

  • 3. Ook voor subsidieaanvragen op grond van deze subsidieregeling die voorafgaand aan vaststelling van het budgetplafond zijn ingediend, geldt het budgetplafond als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 9: Afwegingskader bij beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening

Aanvragen tot subsidieverlening op grond van deze subsidieregeling worden behandeld en afgewogen op grond van de volgende criteria:

  • a.

    de toegevoegde waarde: bijvoorbeeld in hoeverre een activiteit (de gevolgen van) een problematische situatie beperkt en gericht is op de beste oplossing op lange termijn, in hoeverre de activiteit gewenst is voor het realiseren van voldoende passend aanbod van algemene voorzieningen en activiteiten in Nissewaard en in hoeverre de activiteit een inclusieve samenleving bevordert;

  • b.

    de kwaliteit: bijvoorbeeld de mate waarin gewerkt wordt met (in de praktijk) aangetoonde effectieve methoden, de kwalificaties van de uitvoerenden van de activiteit, de mate waarin de ouders/verzorgers worden betrokken bij de ondersteuning van een jeugdige en het netwerk wordt versterkt, de mate waarin de methodiek of werkwijze sociaal noodzakelijke vaardigheden en het probleemoplossend vermogen van deelnemers vergroot, en/of de mate waarin vraagstukken integraal worden benaderd;

  • c.

    de kosten: bijvoorbeeld de mate waarin de kosten in verhouding staan tot de maatschappelijke opbrengsten (op langere termijn) en de gevraagde gemeentelijke bijdrage;

  • d.

    de inzet van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen: bijvoorbeeld de mate waarin vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen worden ingezet voor de activiteiten, tenzij de aard van de activiteit of werkzaamheden zich hiertegen verzet;

  • e.

    de samenwerking: bijvoorbeeld de mate waarin de uitvoerende organisatie geworteld is in de Nissewaardse samenleving en samenwerkt met andere organisaties in Nissewaard;

  • f.

    de monitoring en doorontwikkeling: bijvoorbeeld de mate waarin de subsidieaanvrager de effecten van de activiteiten monitort en evalueert, alsmede maatschappelijke ontwikkelingen signaleert en inzet op vernieuwing van werkwijze of methodiek om beter te kunnen aansluiten op behoeften in de samenleving.

Artikel 10: Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

  • 1. Bij (meerjarige) subsidies kunnen burgemeester en wethouders bij de verlening bepalen dat een uitvoeringsovereenkomst gesloten wordt, als bedoeld in artikel 4:36 Awb. De subsidie-ontvanger is dan verplicht zijn medewerking te verlenen aan het tot stand komen van zo’n overeenkomst.

  • 2. De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling van feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de verleende subsidie en/of de nakoming van de verplichtingen of gemaakte afspraken.

  • 3. De subsidie-ontvanger, voor zover deze niet geheel uit vrijwilligers bestaat, is verplicht zich aan te sluiten bij SISA en de werkwijze te borgen in zijn organisatie zodat medewerkers voldoende bekend zijn met SISA en meldingen kunnen doen.

  • 4. Het activiteitenverslag dat op grond van de ASV bij de aanvraag tot vaststelling ingediend wordt, bevat tenminste:

    • a.

      Een verklaring in hoeverre de voorziening of activiteiten conform aanvraag en volgens afspraken en aanvullende verplichtingen is/zijn uitgevoerd;

    • b.

      hoeveel deelnemers de voorziening of activiteiten hebben bereikt;

    • c.

      wat het doel/de toegevoegde waarde was van de voorzieningen of activiteiten en in hoeverre dat doel/de toegevoegde waarde is gerealiseerd en waarom het eventueel (deels) niet is gerealiseerd;

    • d.

      in hoeverre met de voorziening of activiteiten is ingezet op versterking van het sociale netwerk van de deelnemers;

    • e.

      in hoeverre er ontwikkelingen zijn die in de (lokale) samenleving zichtbaar zijn, welke aanleiding kunnen zijn tot aanpassing van activiteiten in het sociaal domein.

  • 5. Het financieel verslag dat op grond van de ASV bij de aanvraag tot vaststelling ingediend wordt, bevat tenminste:

    • a.

      Een overzicht van de gemaakte kosten en daadwerkelijk gerealiseerde inkomsten in relatie tot de begroting;

    • b.

      Een toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de begroting indien dit minimaal 10% bedraagt of meer dan € 1000.

  • 6. Organisaties die van burgemeester en wethouders in een jaar in totaal minimaal € 100.000 subsidie ontvangen, eventueel op basis van meerdere subsidieregelingen, leveren bij de aanvraag tot subsidievaststelling tevens een accountantsverklaring. Bij subsidies tussen € 50.000 en € 100.000 kan het leveren van een accountantsverklaring als verplichting bij de subsidieverlening worden opgelegd.

Artikel 11: Uitbetaling van de subsidie

  • 1. De verleende subsidie wordt in vier gelijke termijnen per jaar bevoorschot.

  • 2. Indien subsidie wordt verleend voor een eenmalige activiteit, of indien de subsidie minder bedraagt dan € 30.000 wordt de subsidie, in afwijking van het eerste lid, in een keer betaalbaar gesteld.

  • 3. Subsidies van maximaal € 1.000 worden bij verlening direct ambtshalve vastgesteld. Voor deze subsidies hoeft niet te worden voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 10, vierde en vijfde lid.

Artikel 12: Slotbepalingen

  • 1. Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling jeugd en onderwijsachterstanden Nissewaard 2022.

  • 2. Deze regeling treedt in werking met ingang van subsidiejaar 2022. Subsidies die ten behoeve van dit subsidiejaar en latere jaren worden aangevraagd, worden aan deze regeling getoetst.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard op 30 maart 2021.

De gemeentesecretaris,

mr. M.L.M. Weerts

De burgemeester,

mr. F. van Oosten