Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Strijen

Gemeenschappelijke Regeling voor het Wegschap Tunnel Dordtse Kil

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieStrijen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingGemeenschappelijke Regeling voor het Wegschap Tunnel Dordtse Kil
CiteertitelGemeenschappelijke Regeling voor het Wegschap Tunnel Dordtse Kil
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Eigen onderwerpGemeenschappelijke regelingen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De datum van de inwerkingtreding is bij benadering.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet gemeenschappelijke regelingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

14-06-2008art. 5, 10, 11, 21, 42

27-05-2008

Het Kompas, 06-06-2008

2008/664
01-01-198913-12-2016nieuwe regeling

02-11-1988

Onbekend

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VOOR HET WEGSCHAP TUNNEL DORDTSE KIL

 

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1
  • 1.

    Er is een openbaar lichaam. genaamd “Wegschap Tunnel Dordtse Kil”. Het is gevestigd te Dordrecht.

  • 2.

    Dit wegschap heeft tot taak de (af)bouw van een niet-openbare toltunnel c.a. onder de Dordtse Kil tussen Dordrecht en ’s Gravendeel – nader te noemen tunnel – , alsmede de aanleg van aansluitende wegen te bevorderen en tot stand te brengen.

  • 3.

    Dit wegschap heeft ook tot taak het beheren en exploiteren van de in het tweede lid bedoelde tunnel en de aansluitende wegverbindingen.

  • 4.

    Alle roerende en onroerende goederen, alsmede alle rechten en verplichtingen van de Stichting Tunnel Dordtse Kil, worden voor zover nodig voor de uitoefening van de in het tweede en derde lid omschreven taak, door het wegschap overgenomen.

Artikel 2

Het in artikel 1 genoemde lichaam verwezenlijkt zijn taakstelling onder meer door:

  • a.

    In overleg met de daartoe in aanmerking komende instanties binnen de korst mogelijke tijd te geraken tot het afbouwen van een tunnel onder de Dordtse Kil, het maken van aansluitende wegverbindingen ,waaronder ook weggedeelten kunnen worden verstaan, die aangelegd c.q. gereconstrueerd dienen te worden in verband met de totstandkoming van de tunnelverbinding;

  • b.

    De financiële middelen, nodig voor de uitvoering van de werken, genoemd onder a. bijeen te brengen;

  • c.

    De tunnel toegankelijk te stellen voor elke verkeersdeelnemer, die de wens te kennen geven tegen betaling van een vergoeding de tunnel te gebruiken, waarbij voetgangers, fietsers en gebruikers van het openbaar vervoer door middel van lijndiensten vrijgesteld zijn van het betalen van tol;

  • d.

    Het met betrekking tot de talken, genoemd in artikel 1, tweede en derde lid, vaststellen van al dan niet door strafbepaling of politiedwang te handhaven verordeningen;

  • e.

    Alle andere wettige middelen, die voor het bereiken van het doel bevorderlijk kunnen zijn;

  • f.

    Het heffen van tolgelden tot zodanig bedragen, dat een rendabele exploitatie van de tunnel gewaarborgd wordt.

Artikel 3

Het bestuur van het Wegschap Tunnel Dordtse Kil berust bij drie organen, te weten:

  • a.

    Een algemeen bestuur;

  • b.

    Een dagelijks bestuur;

  • c.

    Een voorzitter.

Artikel 4

De regeling verstaat onder:

  • “wegschap”: Het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam Wegschap Tunnel Dordtse Kil, genoemd in artikel 1, eerste lid;

  • “voorzitter”: De voorzitter van het wegschap;

  • “provinciale staten”; Provinciale staten der provincie Zuid-Holland;

  • “gedeputeerde staten”; Gedeputeerde staten der provincie Zuid-Holland;

Hoofdstuk II Algemeen Bestuur

Afdeling 1 Samenstelling en werkwijze.

Artikel 5
  • 1.

    Het algemeen bestuur bestaat uit 8 leden, te weten:

    • a.

      Twee leden, aan te wijzen door Provinciale Staten uit zijn midden en uit Gedeputeerde Staten, de voorzitter inbegrepen;

    • b.

      Twee leden, aan te wijzen door de raad uit zijn midden en uit het college van de gemeente Dordrecht, de voorzitter inbegrepen;

    • c.

      Twee leden, aan te wijzen door de raad uit zijn midden en uit het college van de gemeente Binnenmaas, de voorzitter inbegrepen;

    • d.

      Twee leden, aan te wijzen door de raad uit zijn midden en uit het college van de gemeente Strijen, de voorzitter inbegrepen;

  • 2.

    Voor elk lid van het algemeen bestuur kan het college, hetwelk dit lid benoemd heeft, voor het geval van verhindering of ontstentenis een plaatsvervangend lid benoemen.

Artikel 6
  • 1.

    Behoudens het hierna bepaalde gelden de in artikel 5, eerste lid, bedoelde benoemingen telkens voor een tijdvak, samenvallend met de zittingsperiode van Provinciale Staten, respectievelijk de gemeenteraad; aftredende leden kunnen dadelijk worden herbenoemd.

  • 2.

    De leden van het algemeen bestuur treden af op het moment van het verlies van lidmaatschap van het college, hetwelk hen heeft aangewezen, of van het voorzitterschap van dat college.

  • 3.

    De colleges, die een lid of plaatsvervangend lid hebben benoemd, kunnen dit lid te allen tijde al dan niet op zijn verzoek ontslag verlenen. Hij, die ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats benoemd is, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.

  • 4.

    In de vacatures, ontstaan door periodieke aftreding, wordt voorzien inde eerste vergadering van de nieuw gekozen leden van de Provinciale Staten en het college van Gedeputeerde Staten, respectievelijk de gemeenteraden en de colleges van Burgemeester en Wethouders.

  • 5.

    Van elke benoeming tot lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur geven Gedeputeerde Staten c.q. het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente, waar de benoeming heeft plaatsgehad, binnen acht dagen kennis aan het algemeen bestuur.

  • 6.

    De eerste benoeming van leden van het algemeen bestuur door Provinciale Staten en gemeenteraden vindt plaats voor de inwerkingtreding van deze regeling.

  • 7.

    Het algemeen bestuur benoemd en ontslaan het in artikel 21, lid 2, bedoelde lid van het dagelijks bestuur als adviseur van het algemeen bestuur. Deze heeft een raadgevende stem.

Artikel 7

Het algemeen bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt, doch tenminste tweemaal paar jaar, zomede indien tenminste vijf leden hem dit onder opgaaf van redenen verzoeken.

Artikel 8
  • 1.

    Het algemeen bestuur vergadert in het openbaar.

  • 2.

    Plaats en uur van de openbare vergaderingen worden ter algemene kennis gebracht in alle deelnemende gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze.

  • 3.

    Wanneer de voorzitter of vier der aanwezige andere leden het noodzakelijk achten, worden de deuren gesloten, waarna de vergadering bepaalt, of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd en besloten.

Artikel 9
  • 1.

    In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen terzake van:

    • a.

      De begroting en de wijzigingen daarvan;

    • b.

      De rekening;

    • c.

      Het vaststellen, wijzigen of intrekken van rechtspositieregelingen voor personeel van het wegschap;

    • d.

      Het vaststellen, wijzigen of intrekken van andere dan onder c bedoelde verordeningen.

  • 2.

    In een besloten vergadering kan geen beskluit worden genomen terzake van:

    • a.

      Het aangaan van geldleningen c.q. rekening-courant overeenkomsten;

    • b.

      Het geheel of gedeeltelijke vervreemden en het bewaren van eigendommen;

    • c.

      Het onderhands aanbesteden van werken of leveringen;

    • d.

      Het onderhands verpachten of verhuren van eigendommen, goederen of andere zaken;

    • e.

      Voorstellen tot wijziging der gemeenschappelijke regeling;

    • f.

      Het toetreden en uittreden van deelnemers.

Artikel 10
  • 1.

    In een vergadering waarin minder dan de helft van het totale aantal uit te brengen stemmen als bedoeld in artikel 11 lid 2 door de ter vergadering aanwezige leden kan worden uitgebracht, kunnen geen besluiten worden genomen, tenzij het in de convocatie vermelde onderwerpen betreft, waaromtrent in een vorige vergadering om deze reden niet kon worden beslist.

Artikel 11
  • 1.

    Voor het totstandkomen van een besluit bij stemming is de volstrekte meerderheid vereist van het aantal stemmen dat door de leden die aan de stemming hebben deelgenomen is uitgebracht.

  • 2.

    Het nemen van besluiten door het algemeen bestuur vindt plaats op basis van de volgende stemverhouding:

    • a.

      de door Provinciale Staten van Zuid-Holland aangewezen leden brengen ieder 3 stemmen uit;

    • b.

      de door de raad van de gemeente Dordrecht aangewezen leden brengen ieder 2 stemmen uit;

    • c.

      de door de raden van de gemeenten Binnenmaas en Strijen aangewezen leden brengen ieder 1 stem uit.

  • 3.

    De stemming over personen met bestrekking tot benoemingen, voordrachten of aanbevelingen geschiedt bij gesloten stembriefjes. Indien de stemmen staken wordt in dezelfde vergadering een herstemming gehouden. Staken bij herstemming de stemmen wederom, dan beslist terstond het lot.

  • 4.

    De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke oproeping, wanneer de voorzitter of één der stemgerechtigde leden dit verlangt, en alsdan mondeling. Bij hoofdelijke oproeping is ieder lid verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend,. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of voor de tweede maal over hetzelfde voorstel, wordt het geacht niet te zijn aangenomen. Onder een voltallige vergadering wordt voor de toepassing van dit lid verstaan een vergadering, waarin alle stemgerechtigde leden waaruit het algemeen bestuur bestaat, voorzover zij zich niet van medestemmen moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht.

Artikel 12
  • 1.

    De leden onthouden zich van medestemmen over de zaken – met inbegrip van benoemingen, ontslagen en schorsingen – die hun, hun echtgenoten of hun bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad persoonlijk aangaan of waarin zij als gemachtigde zijn betrokken.

  • 2.

    Een benoeming wordt geacht iemand persoonlijk aan te gaan, wanneer hij behoort tot die personen, tot welke de keuze door een voordracht of bij herstemming beperkt is.

Artikel 13
  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergadering een reglement van orde vast.

  • 2.

    Dit reglement, alsmede de daarin aangebrachte wijzigingen, worden aan de deelnemers toegezonden.

Artikel 14
  • 1.

    De leden alsmede plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur hebben aanspraak op vergoeding van reis- en verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van het algemeen bestuur danwel van een door dit bestuur benoemde commissie, voor zover het algemeen bestuur dit bepaalt.

  • 2.

    Behoudens het in artikel 34, eerste lid, bepaalde kan het algemeen bestuur voor adviseurs een vergoeding laten vaststellen van reis- en verblijfkosten, - waaronder die voor het bijwonen van vergaderingen – welke voor het wegschap zijn gemaakt.

  • 3.

    De in dit artikel bedoelde vergoedingen worden bij verordening van het wegschap geregeld. Deze verordening behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten.

Afdeling 2 Taak en bevoegdheden.

Artikel 15
  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt de verordeningen vast, welke voor het vervullen van de taak van het wegschap nodig zijn.

  • 2.

    Voordat een verordening wordt vastgesteld, zendt het dagelijks bestuur het ontwerp daarvan toe aan Provinciale Staten en aan de raden van de deelnemende gemeenten. Tot vaststelling van de verordening wordt niet besloten binnen zestig dage na de datum van verzending.

  • 3.

    Afkondiging van een verordening geschiedt op kosten van het wegschap in het Provinciaal Blad en in het gemeenteblad van de deelnemende gemeenten dan wel – bij gebreke van een gemeenteblad – op de in die gemeente gebruikelijke wijze.

Artikel 16
  • 1.

    Voor zover een verordening van het wegschap voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een bij de regeling betrokken deelnemer, regelt eerstgenoemde verordening de onderlinge verhouding. Zij kan bepalen dat de verordening van de provincie of gemeente voor het gehele gebied dan wel een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te gelden.

Artikel 17
  • 1.

    Het algemeen bestuur is bevoegd te bepalen, dat en in hoeverre de deelnemers zich moeten onthouden van daden van bestuur inzake bij een desbetreffend besluit aan te duiden onderwerpen, welke tot de taak van het wegschap behoren.

  • 2.

    Voordat een besluit als bedoelt in het eerste lid wordt genomen, zendt het dagelijks bestuur het ontwerp daarvan toe aan Provinciale Staten en de raden van de deelnemende gemeenten. Het besluit wordt niet genomen binnen 60 dagen na verzending van het onderwerp.

  • 3.

    De deelnemers geven het dagelijks bestuur terstond kennis van alle hunnerzijds genomen besluiten, waarvan de kennisgeving voor de uitoefening van de bevoegdheden van algemeen en dagelijks bestuur van belang is. Zij dienen voorts het dagelijks bestuur desgevraagd van bericht en raad.

Artikel 18

Jaarlijks stelt het algemeen bestuur voor 1 juni een verslag van de werkzaamheden van het wegschap vast

gedurende het voorafgaande jaar; na vaststelling wordt dit verslag aan de deelnemers gezonden en overigens

tegen een betaling der kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.

Artikel 19

Het algemeen bestuur benoemt en ontslaat de in artikel 26, sub e, bedoelde directeur.

Afdeling 3 Inlichtingen en verantwoording.

Artikel 20
  • 1.

    Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college, welke hem heeft benoemd, op de bij dat college gebruikelijke wijze alle inlichtingen die door dit college worden verlangd.

  • 2.

    Een lid van het algemeen bestuur kan door het college, welke hem heeft benoemd, op de bij dit college gebruikelijk wijze ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

  • 3.

    Indien een lid van het algemeen bestuur niet meer het vertrouwen geniet van het college welke hem heeft aangewezen, kan deze hem zodanig ontslaan.

Hoofdstuk III Dagelijks Bestuur

Afdeling 1 Samenstelling en werkwijze.

Artikel 21
  • 1.

    Het dagelijks bestuur bestaat uit vier leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, te weten:

    • a.

      één lid van het algemeen bestuur,aangewezen door Provinciale Staten vanZuid-Holland;

    • b.

      één lid van het algemeen bestuur, door de gemeenteraad van de gemeente Dordrecht;

    • c.

      één lid van het algemeen bestuur, aangewezen door de gemeenteraad van de gemeente Binnenmaas;

    • d.

      één lid van het algemeen bestuur, aangewezen door de gemeenteraad van de gemeente Strijen.

  • 2.

    In geval van ontstentenis van een lid van het dagelijks bestuur of van verhindering anderszins tot het vervullen van zijn taak, treedt een ander als zodanig aangewezen lid van het algemeen bestuur op als lid van het dagelijks bestuur, met dien verstande dat het lid van het dagelijks bestuur, dat door het algemeen bestuur is aangewezen uit de door provinciale staten aangewezen leden, wordt vervangen door een ander lid van het algemeen bestuur, dat door Provinciale Staten van Zuid-Holland is aangewezen.

Artikel 22

Wie ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur uit te maken of plaatsvervangend lid van het dagelijks bestuur te zijn.

Artikel 23
  • 1.

    Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

  • 2.

    Het bepaalde in de artikelen 10,11 en 12 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het totstandkomen van een besluit van het dagelijks bestuur bij stemming de volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen is vereist van de leden die aan de stemming hebben deelgenomen en dat het lid van het dagelijks bestuur, dat is aangewezen uit de leden va het algemeen bestuur die zijn aangewezen uit de gedeputeerden, bij stemming drie stemmen uitbrengt.

Artikel 24
  • 1.

    Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur legt het door hem opgestelde reglement ter kennisneming aan het algemeen bestuur over.

Artikel 25
  • 1.

    De leden alsmede de plaatsvervangend leden van het dagelijks bestuur hebben aanspraak op vergoeding van reis- en verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen van het dagelijks bestuur.

  • 2.

    De in dit artikel bedoelde vergoedingen worden bij verordening van het wegschap geregeld. Deze verordening behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten.

Afdeling 2 Taken en bevoegdheden.

Artikel 26

De dagelijkse leiding en uitvoering van taken behoren aan het dagelijks bestuur. Deze omvatten:

  • a.

    De voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht;

  • b.

    De uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur;

  • c.

    Het beheer van de eigendommen, goederen en inkomsten van het wegschap;

  • d.

    Het gedurig toezicht op al wat het wegschap aangaat;

  • e.

    Het schorsen van de directeur en het in dienst nemen en ontslaan van overig personeel in dienst van het wegschap;

  • f.

    Het schorsen van de secretaris, de penningmeester en van alle ambtenaren en arbeidscontracten als bedoeld onder e;

  • g.

    Het nemen, alvorens tot het voeren van een rechtsgeding besloten is, van alle conservatoire maatregelen en het doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring en ander verlies van recht of bezit.

Artikel 27
  • 1.

    Het dagelijks bestuur heet het recht personen aan te wijzen als adviserend lid van het dagelijks bestuur al dan niet uitsluitend voor een bepaald onderwerp en/of bepaalde tijd. Het dagelijks bestuur kan deze adviserende leden te allen tijde uit hun functie ontslaan.

  • 2.

    Adviserende leden hebben slechts een raadgevende stem; deze leden kunnen zich laten vervangen.

Afdeling 3 Inlichtingen en verantwoording

Artikel 28
  • 1.

    De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

  • 2.

    Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het algemeen bestuur alle inlichtingen, die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig zijn.

  • 3.

    Zij verstrekken, tezamen danwel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die door het algemeen bestuur danwel één of meer leden daarvan, hetzij mondeling in de vergadering van het algemeen bestuur, hetzij schriftelijk worden verlangd.

  • 4.

    Het reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.

Hoofdstuk IV Informatieplicht

Artikel 29
  • 1.

    Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de deelnemers ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur te voeren en gevoerde beleid nodig zijn.

  • 2.

    Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de deelnemers alle inlichtingen die door de deelnemers worden verlangd.

  • 3.

    Het reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.

Hoofdstuk V De voorzitter

Artikel 30
  • 1.

    Het algemeen bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatvervangend voorzitter. Hij is voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 2.

    Het algemeen bestuur beslist omtrent schorsing en ontslag van de voorzitter.

Artikel 31
  • 1.

    De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur evenals die van het dagelijks bestuur, hij tekent alle stukken, welke van deze besturen uitgaan, en vertegenwoordigt het wegschap in en buiten rechte, behoudens de bevoegdheid van de secretaris en/of penningmeester om namens het wegschap kwijting te verlenen.

  • 2.

    Artikel 12 is ten aanzien van de voorzitter van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk VI De secretaris en de penningmeester

Artikel 32

De drie bestuursorganen van het wegschap worden bijgestaan door een secretaris en een penningmeester, aan welke functionarissen in de vergaderingen van het algemeen bestuur en in die van het dagelijks bestuur een adviserende stem toekomt. Het algemeen bestuur benoemt en ontslaat hen; bij afwezigheid of ontstentenis worden zij vervangen door een door een algemeen bestuur aan te wijzen locosecretaris, respectievelijk locopenningmeester.

Artikel 33

Alle van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaande stukken worden door de secretaris c.q. locosecretaris mede ondertekend.

Artikel 34
  • 1.

    De secretaris en penningmeester c.q. de locosecretaris en de locopenningmeester hebben aanspraak op vergoeding van reis- en verblijfkosten, welke door hen voor het wegschap – waaronder die voor het bijwonen van de vergadering – zijn gemaakt.

  • 2.

    De in dit artikel bedoelde vergoeding worden bij verordening van het wegschap geregeld.

Hoofdstuk VII Financiële bepalingen

Artikel 35

Vervallen

Artikel 36
  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het beheer van vermogenswaarden van het schap.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de controle op de financiële administratie en op het beheer van vermogenswaarden van het schap. Deze regels voorzien in de aanwijzing van één of meer, niet in dienst van het schap of van één van de deelnemers staande, deskundigen, belast met het onderzoek van de in artikel 41 bedoelde rekening, alsmede met het ter zake uitbrengen van een verslag.

Artikel 37

vervallen

Artikel 38

Het boekjaar van het schap is gelijk aan het kalenderjaar. Het eerste boekjaar loopt evenwel van de datum van inwerkingtreding van deze regeling af tot 1 januari va het tweede daaropvolgende jaar.

Artikel 39
  • 1.

    Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan Provinciale Staten en aan te raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor eenieder terinzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de nederlegging en de verkrijging, tussen welke en de behandeling van de begroting tenminste veertien dagen moeten verlopen geschiedt openbare kennisgeving.

  • 3.

    Provinciale Staten en de raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van het schap van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin dit gevoelen is vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 4.

    Het algemeen bestuur stelt de begroting uiterlijk 1 juli, voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt, vast.

  • 5.

    Na de vaststelling zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan Provinciale Staten en aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties binnen 6 weken na toezending van de begroting aan hen van hun gevoelen kunnen doen blijken.

  • 6.

    Het bepaalde in het eerste, derde en vijfde lid van dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Het bepaalde in het eerste en derde lid van dit artikel is echter niet van toepassing op wijzigingen van de begroting die niet leiden tot verhoging van het nadelig exploitatiesaldo danwel verlaging van het exploitatieoverschot van het desbetreffende begrotingsjaar.

Artikel 40

Vervallen.

Artikel 41
  • 1.

    Met betrekking tot elk boekjaar legt het dagelijks bestuur vóór 1 juni van het daaropvolgende jaar aan het algemeen bestuur een rekening van het schap over. Hij voegt daarbij het verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de in artikel 36, tweede lid, bedoelde deskundige(n). Zodra de stukken aan het algemeen bestuur zijn aangeboden, worden zij algemeen verkrijgbaar gesteld; van de verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt de rekening vast uiterlijk op 1 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. De leden van het dagelijks bestuur onthouden zich hierbij van medestemmen.

  • 3.

    Na de vaststelling van de rekening wordt een exemplaar aan elk van de deelnemers toegezonden, vergezeld van het jaarverslag.

  • 4.

    Het vijfde lid van artikel 39 is wat betreft de rekening betreft van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    Vervallen.

Artikel 42
  • 1.

    Het nadelig saldo over enig boekjaar wordt over de deelnemers verdeeld in dier voege dat van dit saldo respectievelijk ten laste van de provincie Zuid-Holland komt 50%; van de gemeente Dordrecht 42%; van de gemeente Binnenmaas 6%; en van de gemeente Strijen 2 %.

  • 2.

    Wanneer de begroting van het schap een tekort aanwijst, over de deelnemers om te slaan, zijn deze gehouden hun in de begroting geraamde bedragen bij wijze van voorschot te voldoen, zulks in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste op 1 januari, de tweede op 1 april, de derde op 1 juli en de vierde op 1 oktober van het desbetreffende begrotingsjaar vervalt.

Artikel 43
  • 1.

    Elk der deelnemers waarborgt de betaling van rente en aflossing van de door het schap te sluiten geldleningen en in rekening-courant op te nemen gelden, overeenkomstig de in artikel 42, eerste lid, opgenomen percentages.

  • 2.

    Indien uit het in het vorige lid bepaalde voor de deelnemers betaling voortvloeien, zullen deze door de deelnemers onderling worden verrekend, overeenkomstig de in artikel 42, eerste lid, opgenomen percentages.

Hoofdstuk VIII Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing

Artikel 44
  • 1.

    Toetreding van een nieuwe deelnemer kan geschieden bij besluit van de kandidaat-deelnemer onder bewilliging van het algemeen bestuur, dat daartoe met een meerderheid van ten minste tweederde van het aantal stemmen dient te besluiten.

  • 2.

    De deelnemers voorzien in de nodige wijzigingen van deze gemeenschappelijke regeling bij gelijkluidende besluiten van ten minste tweederde van de deelnemers.

  • 3.

    De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin het besluit tot toetreding is opgenomen in het register, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 45
  • 1.

    Uittreding van een gemeente kan geschieden bij eensluidend besluit van de raad van de desbetreffende gemeente.

  • 2.

    De deelnemers voorzien in de nodige wijzigingen van deze gemeenschappelijke regelingen bij gelijkluidende besluiten van ten minste tweederde van de deelnemers.

  • 3.

    Het raadsbesluit tot uittreding uit deze regeling wordt binnen twee weken nadat het genomen is, aan het algemeen bestuur toegezonden. Het algemeen bestuur stelt de deelnemers aan de regelingen spoedigste van het onderhavige besluit in kennis met het verzoek zich over de uittreding uit te spreken.

  • 4.

    Een deelnemer, die binnen een half jaar nadat hem verzocht is zich uit te spreken over de uittreding van een gemeente, een zodanige uitspraak niet heeft gedaan, wordt geacht zich met de uittreding te kunnen verenigen.

  • 5.

    De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar, volgende op dat, waarin het besluit tot uittreding is opgenomen in het register, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 6.

    Het algemeen bestuur kan onverminderd het bepaalde in de voorafgaande leden van dit artikel aan de uittreding voorwaarden, waaronder financiële, verbinden. Tot deze financiële voorwaarden behoort in elk geval de bepaling in hoerverre de uittredende gemeente gehouden blijft garant te zijn tot het door haar gegarandeerde percentage in de door het wegschap aangegane c.q. overgenomen leningen.

Artikel 46
  • 1.

    Voorstellen tot wijziging van deze regeling kunnen zowel dor de deelnemers als door het algemeen bestuur worden gedaan.

  • 2.

    Voorstellen als in het voorgaande lid bedoeld, worden bij het algemeen bestuur ingediend. Deze voorstellen worden uiterlijk twee maanden na de indiening aanhangig gemaakt bij de deelnemers van het schap.

  • 3.

    Wijzigingen van deze regeling kunne worden vastgesteld bij gelijkluidende besluiten van alle deelnemers.

  • 4.

    Indien de deelnemers binnen een half jaar, nadat het voorstel tot wijziging, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, bij de betrokken deelnemers is ingediend, ter zake geen beslissing hebben genomen, worden deze deelnemers mede geacht tot het aanbrengen van de wijzigingen te hebben besloten.

  • 5.

    De wijziging gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin de wijziging is opgenomen in het register, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 47
  • 1.

    Deze regeling kan worden opgeheven bij gelijkluidend besluit van ten minste tweederde van het aantal deelnemers.

  • 2.

    In geval van opheffing van de regeling gaat het algemeen bestuur terstond tot liquidatie van het lichaam over. Het algemeen bestuur stelt uiterlijk zes maanden voor de datum, waarop de regeling ophoudt te bestaan, een liquidatieplan op. Het liquidatieplan voorziet, indien zulks met het oog op de noodzakelijke voortzetting van de exploitatie van de tunnel geboden is, in de overdracht van de roerende en onroerende goederen aan de Stichting Tunnel Dordtse Kil.

  • 3.

    Een eventueel voordelig of nadelig liquidatiesaldo wordt onder de deelnemende partijen verdeeld c.q. onder deze deelnemende partijen omgeslagen, naar de grondslagen, waarop ingevolge het bepaalde in de artikelen 42, eerste lid, en 44, tweede lid, en – indien het een later toetreden gemeente betreft – ingevolge het besluit van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 44 door de gemeenten de door het schap aangegane c.q. overgenomen leningen worden gegarandeerd.

  • 4.

    Op de liquidatieregeling is het bepaalde in artikel 41 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    Het algemeen bestuur zendt binnen vier weken na ontvangst van de door Gedeputeerde Staten vastgestelde eindafrekening aan Provinciale Staten en aan de raden van de deelnemende gemeenten een afschrift van deze regeling.

  • 6.

    Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur blijven zo nodig ook na het tijdstip van opheffing ten behoeve van de liquidatie voortbestaan.

Hoofdstuk IX Archiefbepaling

Artikel 48
  • 1.

    Het dagelijks bestuur zorgt voor de archiefbescheiden.

  • 2.

    De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Dordrecht.

  • 3.

    Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet over te brengen archiefbescheiden van het schap is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Dordrecht.

  • 4.

    Na de opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de sub 2 bedoelde archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Dordrecht.

  • 5.

    De sub 3 bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Dordrecht.

  • 6.

    Voor het overige zijn de regelingen bij of krachtens de Archiefwet die gelden voor de provincie Zuid-Holland van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk X Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 49
  • 1.

    De regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 2.

    Het gemeentebestuur van Dordrecht wordt aangewezen als het bestuur bedoeld in artikel 26, eerste lid, juncto artikel 52, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 50

De regeling treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking in de Staatscourant, met inachtneming van het bepaalde in artikel 26 Wet gemeenschappelijke regelingen.

Dordrecht, 2 november 1988.

Het Algemeen Bestuur voornoemd,

, voorzitter

, secretaris