Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zwijndrecht

Verordening Reinigingsrecht Zwijndrecht 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZwijndrecht
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Reinigingsrecht Zwijndrecht 2020
CiteertitelVerordening reinigingsrecht Zwijndrecht 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Art 10 lid 4 jaargetal citeerttitel "2019" gewijzigd in "2020"

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 216 van de Gemeentewet
  2. artikel 229 van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

26-11-2019nieuwe regeling

19-11-2019

gmb-2019-285730

2019-1566

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening Reinigingsrecht Zwijndrecht 2020

De raad van de gemeente Zwijndrecht;

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 oktober 2018

Gelet op artikelen 216 en 229 van de Gemeentewet

 

B e s l u i t

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en invordering van Reinigingsrecht 2020

 

 

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bedrijf: een natuurlijk dan wel rechtspersoon niet zijnde een particuliere huishouding;

  • b.

    afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of andere producten, waarvan de houder zich, met het oog op de verwijdering daarvan, ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;

  • c.

    bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen, afvalwater, autowrakken of gevaarlijke afvalstoffen;

  • d.

    inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden;

  • e.

    erkende inzamelaar: bedrijven die krachtens artikel 10.21 van de Wet milieubeheer bevoegd zijn bedrijfsafvalstoffen in te zamelen.

 

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam “reinigingsrecht” wordt van bedrijven een recht geheven voor de dienst die door de gemeente aan die bedrijven wordt verleend ten aanzien van de inzameling en verwerking van bedrijfsafvalstoffen.

 

Artikel 3 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de indeling in een categorie is de situatie op 1 januari van een belastingjaar bepalend, met dien verstande dat wanneer de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt de situatie bij aanvang van de belastingplicht bepalend is.

 

Artikel 4 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 5 Belastingplicht

  • 1.

    Het recht wordt geheven van het bedrijf op wiens aanvraag dan wel ten behoeve waarvan de inzameling en verwerking van de afvalstoffen als bedoeld in artikel 2 geschiedt.

  • 2.

    Elk bedrijf is verplicht van het produceren van bedrijfsafval aangifte te doen bij de gemeente.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

 

Artikel 6 Wijze van heffing

Het recht wordt geheven bij wege van aanslag.

 

Artikel 7 Vrijstelling

Het recht wordt niet geheven van bedrijven waarvan de aard van de bedrijfsactiviteiten het aannemelijk maakt dat die bedrijven geen gebruik maken van de gemeentelijke inzamelvoorzieningen dan wel dat die bedrijven een geldig contract met een erkende afvalinzamelaar kunnen overleggen.

 

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen, waarbij de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van het reinigingsrecht wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening reinigingsrecht Zwijndrecht 2019 van 13 november 2018 wordt ingetrokken op de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    De verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening reinigingsrecht Zwijndrecht 2019”.

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van 19 november 2019

De griffier, De voorzitter,

Evert Bunt Hein van de Loo

Behoort bij raadsbesluit van 19 november 2019

De griffier van Zwijndrecht

Tarieventabel 2020

Behorende bij de Verordening reinigingsrecht Zwijndrecht 2020

 

De bedragen per jaar zijn als volgt:

 

 

per jaar

Tarief

excl. BTW

incl. 21% BTW

categorie 1

€ 272,64

€ 329,89

categorie 2

€ 408,96

€ 494,84

categorie 3

€ 613,44

€ 742,26

categorie 4

€ 817,92

€ 989,68

categorie 5

€ 1.226,88

€ 1.484,52

 

 

Categorie-indeling reinigingsrecht op basis van aantal werkzame personen en KvK branche-indeling

Aantal

werkzame personen

afwijking

n.a.v. branche-indeling

indeling

Niet van toepassing

Indeling op basis van aangetoond lage hoeveelheden afval

categorie 1

1 t/m 4

industrie -> indeling in categorie 3

horeca -> indeling in categorie 3

 

categorie 2

5 t/m 9

 

industrie -> indeling in categorie 4

horeca -> indeling in categorie 4

gezondheids- en welzijnszorginstellingen

-> indeling in categorie 2

 

categorie 3

meer dan 9

industrie -> indeling in categorie 5

horeca -> indeling in categorie 5

gezondheids- en welzijnszorginstellingen

-> indeling in categorie 3

 

categorie 4

alle bedrijven die onafhankelijk van het aantal werkzame personen

en branche-indeling met indicatief meer dan 10 vuilnis-

zakken, maar max. 15 vuilniszakken per week aanbieden

 

categorie 5

Leeswijzer bij tarieventabel reinigingsrecht

 

Bedrijven zonder geldig afvalcontract krijgen een aanslag reinigingsrecht. Hiervoor krijgen bedrijven een basis dienstverlening ten behoeve van de inzameling van groente-, fruit- en tuinafval, oud papier en karton, glas, textiel en restafval (exclusief grof vuil). HVC geeft aan welke inzamelmiddelen of –voorzieningen daarvoor gebruikt dienen te worden.

 

GFT kan worden ingezameld met een minicontainer die om de week wordt geleegd. Papier en karton wordt maandelijks ingezameld door verenigingen. Glas en textiel kan in de daarvoor bestemde containers worden gedeponeerd.

Alle overige afvalinzameling of –afgifte dient te geschieden tegen betaling aan een erkende commerciële afvalinzamelaar.

 

De categorie-indeling is gebaseerd op het aantal werkzame personen. Daarnaast wordt voor een aantal specifieke branches (industrie, horeca en gezondheids- en welzijnszorginstellingen) afgeweken van de standaard categorie-indeling. Dit omdat deze branches gemiddeld meer, dan wel minder afval produceren bij een bepaald aantal werkzame personen.

 

Zo wordt b.v. een horecaondernemer met 1 tot en met 4 werkzame personen in categorie 3 ingedeeld. Een gezondheidsinstelling met 5 tot en met 9 werkzame personen heeft een indeling in categorie 2. Een gezondheidsinstelling met 1 tot en met 4 werkzame personen heeft eveneens een indeling in categorie 2.

 

Indien aantoonbaar meer afval wordt aangeboden dan de hoeveelheidlimiet behorend bij een categorie, wordt een bedrijf ingedeeld in een hogere categorie. Dit kan een andere datum zijn dan de datum waarop de overtreding is geconstateerd; bijvoorbeeld indien het hogere afvalaanbod samenhangt met een belangrijke bedrijfswijziging die eerder heeft plaatsgevonden.

Bedrijven waarvan aantoonbaar meer dan 10 vuilniszakken maar niet meer dan 15 vuilniszakken per week worden aangeboden worden ongeacht het aantal werkzame personen en de branche-indeling in categorie 5 ingedeeld. Bedrijven met meer dan 15 vuilniszakken per week worden geacht een apart afvalcontract te sluiten en mogen geen gebruik maken van de collectieve afvalvoorzieningen.

 

Zo wordt bijvoorbeeld een gezondheidsinstelling met 1 tot 4 werknemers en 10 zakken afval per week in categorie 4 ingedeeld.

 

De ondernemer moet zelf aangifte doen van het aanbieden van afval zonder afvalcontract en van gewijzigde situaties.

Indien geconstateerd wordt dat geen of onjuiste opgave is gedaan, wordt een aanslag dan wel een navorderingsaanslag opgelegd over de periode dat geen of te weinig reinigingsrecht is geheven. Alleen wanneer de ondernemer kan aantonen dat de situatie later is ontstaan, bijvoorbeeld door vestiging, wordt de ingang van de belastingplicht op basis van die datum bepaald.

Indien geconstateerd wordt dat een bedrijf meer dan 15 zakken per week aanbiedt, kan de toegang tot de gemeentelijke inzamelvoorzieningen worden ontzegd.