Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Aalten

Beleidsregels Beschermd Wonen gemeente Aalten 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieAalten
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels Beschermd Wonen gemeente Aalten 2020
CiteertitelBeleidsregels Beschermd Wonen gemeente Aalten 2020
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpalgemeen
Eigen onderwerpmaatschappelijke zorg

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Beleidsregels Beschermds Wonen 2018

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
  2. Algemene wet bestuursrecht
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2020nieuwe regeling

10-03-2020

gmb-2020-84039

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels Beschermd Wonen gemeente Aalten 2020

 

Het college van burgemeester en wethouders van Aalten;

 

Overwegende dat het college de bevoegdheid heeft om beleidsregels te stellen voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de Verordening Sociaal Domein 2020 gemeente Aalten nader te noemen de Verordening;

 

Overwegende dat de Verordening, de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalten en de Beleidsregels Beschermd Wonen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn;

 

Gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht;

 

Besluit:

 

vast te stellen de beleidsregels Beschermd Wonen gemeente Aalten 2020.

 

Artikel 1 Definities

Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: de wet) en de daarop gebaseerde lagere regelgeving en de verordening.

 

Aanbieder:

organisatie die de maatwerkvoorziening Beschermd Wonen biedt en hiervoor een contract heeft afgesloten met de regio Achterhoek;

 

Achterhoekse gemeenten:

dit zijn de volgende gemeenten: gemeente Aalten, gemeente Berkelland, gemeente Bronckhorst, gemeente Doetinchem, gemeente Montferland, gemeente Oost-Gelre, gemeente Oude-IJsselstreek en gemeente Winterswijk;

 

Buurtplein:

het Buurtplein B.V. is de organisatie waaraan de centrumgemeente de uitvoering van de beleidsregels Beschermd Wonen heeft gemandateerd. Het Buurtplein heeft de consulenten Beschermd Wonen in dienst;

 

Centrumgemeente:

voor de taken van Beschermd Wonen is gemeente Doetinchem voor de Achterhoekse gemeenten door het ministerie van VWS aangewezen als centrumgemeente. Doetinchem is door de Achterhoekse gemeenten gemandateerd voor de uitvoering van Beschermd Wonen;

 

Consulent Beschermd Wonen:

de medewerker in dienst bij het Buurtplein, die voor de Achterhoekse gemeenten is gemandateerd om de maatwerkvoorziening Beschermd Wonen in te zetten;

 

Consulent van de regiogemeente:

de medewerker die als consulent werkzaam is in één van de Achterhoekse gemeenten;

 

Hoteldiensten:

onder hoteldiensten wordt onder meer verstaan; horeca, was- en strijkservice en huishoudelijke dienst;

 

Pgb:

persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet.

 

Artikel 2 Beschermd Wonen 2.1 Doelgroep

De consulent Beschermd Wonen stelt op basis van het gesprek en relevante onderzoeksdocumenten vast of de cliënt behoort tot de doelgroep van Beschermd Wonen. De cliënt behoort tot de doelgroep van Beschermd Wonen wanneer deze 18 jaar of ouder is en sprake is van complexe psychische en/of psychosociale problematiek op meerdere levensterreinen. De cliënt kan zijn zorgvraag niet (uit)stellen. Hierdoor heeft de cliënt 24-uurs toezicht of bereikbaarheid van een professionele organisatie nodig.

2.2 Beoogde resultaat

Het beoogde resultaat van Beschermd Wonen is het realiseren van een situatie, waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven of, indien dit niet mogelijk is, zich met een toenemende mate van zelfredzaamheid in de samenleving te handhaven. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende hoofddoelen:

  • a.

    herstel en uitstroom;

  • b.

    herstel en stabilisatie.

Onder deze hoofddoelen vallen verschillende subdoelen:

  • het bevorderen en herstel van zelfredzaamheid en participatie;

  • het bevorderen van het psychisch en psychosociaal functioneren;

  • stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld;

  • het bieden van een veilige woonomgeving;

  • het voorkomen van verwaarlozing, maatschappelijke overlast en het afwenden van gevaar voor de cliënt of voor de anderen.

 

2.3 Varianten

Door de Achterhoekse gemeenten wordt de wettelijke definiëring van Beschermd Wonen gehanteerd. Het gaat daarbij om het wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding. Wonen in een accommodatie van een instelling wordt hierbij breed geïnterpreteerd. Het verblijf kan worden geboden in een accommodatie van een instelling of de cliënt heeft eigen woonruimte maar wel een noodzaak tot professionele 24 uurs ondersteuning.

 

  • Wonen omklapwoning (met 24-uurs bereikbaarheid)

  • Wonen beschut ambulant (met 24-uurs bereikbaarheid)

  • Wonen beschut

    • inclusief woonkosten (met 24-uurs bereikbaarheid)

    • exclusief woonkosten (met 24-uurs bereikbaarheid)

  • Wonen beschermd

    • gericht op ontwikkeling (met 24-uurs toezicht)

      • inclusief woonkosten

      • exclusief woonkosten

    • gericht op stabiliseren (met 24-uurs toezicht)

      • inclusief woonkosten

      • exclusief woonkosten

 

De consulent van de centrumgemeente bepaalt samen met de cliënt welke woonvariant passend is bij de hulpvraag van de cliënt. Hierbij wordt bij voorkeur gekozen voor de goedkoopst adequate voorziening.

 

Bij deze varianten gaat het altijd om een combinatie van:

  • woonzorg en

  • aanvullende ondersteuning.

Woonkosten bestaan uit ‘wonen’, ‘verblijf’ en ‘voeding’.

  • ‘Wonen’ omvat de kosten van de huur en vaste lasten: hierbij geldt dat de woonaccommodatie moet voldoen aan alle wettelijke eisen. De prijs ervan moet voldoen aan de normen van de rijksoverheid, vallen binnen de huurtoeslaggrens en passen bij de leeftijd van de cliënt.

  • ‘Verblijf’ omvat hotelmatige taken (huishouden, was, etc.).

  • ‘Voeding’ betreft de gebruikelijke voeding: drie maaltijden, waaronder één warme maaltijd, per dag en voldoende drinken, zoals koffie, thee en frisdranken. Ook fruit en tussendoortjes horen daarbij. Als de bewoner een (medisch noodzakelijk) dieet moet volgen, zorgt de organisatie voor Beschermd Wonen daarvoor.

Woonzorg bestaat uit:

  • 24-uurs toezicht of 24-uurs begeleiding waarmee ongeplande ondersteuning wordt geleverd. Bij 24-uurs toezicht is 24 uur per dag een hulpverlener aanwezig op de woonlocatie. Bij 24-uurs begeleiding kan een hulpverlener binnen 20 minuten ter plaatse aanwezig zijn.

  • Indirecte uren, bijvoorbeeld rapportage, telefonisch contact, scholing, organisatieoverleg, pauzes, intervisie, productontwikkeling, vakliteratuur lezen en reistijd.

  • Basis contactmomenten (stimulering tijdens algemene dagelijkse levensverrichtingen, toezicht op de groep, begeleiding bij gezamenlijk eten), evenals het onderhoudscontact: bijvoorbeeld wekelijks samen boodschappen doen, post doornemen en ondersteuning bij de huishouding.

 

2.3.1 Wonen Omklapwoning

Een omklapwoning is bedoeld voor cliënten die door psychische en/of psychosociale problemen nog niet zelfstandig kunnen wonen. De verwachting is dat ze dit binnen maximaal een jaar wel zullen kunnen. De cliënt dient alle kosten voor huur, vaste lasten, voeding etc. zelf te betalen. Hij heeft nog wel ondersteuning nodig op verschillende levensterreinen. De cliënt kan zijn ondersteuningsvraag meestal uitstellen, maar heeft de zekerheid van 24-uurs bereikbaarheid nodig om zo nodig op terug te kunnen vallen.

Een omklapwoning betreft een zelfstandige woning die door de aanbieder van een woningcorporatie wordt gehuurd. Hierbij wordt de afspraak gemaakt om deze uiterlijk na één jaar om te klappen tot een zelfstandige woning op naam van de cliënt.

 

2.3.2 Wonen Beschut Ambulant

Wonen Beschut Ambulant is bedoeld voor cliënten die door psychische en/of psychosociale problemen (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen en waarbij een aanbieder de cliënt (enige tijd) in een beschermende omgeving opvangt. De cliënt heeft dagelijks een gevraagd of ongevraagd contactmoment met de begeleiding nodig. Dit contact dient gerelateerd te zijn aan de hulpvraag van de cliënt en gericht op het waarborgen van de veiligheid of het voorkomen van achteruitgang. De cliënt wordt het benodigde face-to-face contact aangeboden, ander contact kan ook telefonisch of digitaal plaatsvinden. De cliënt is gebaat bij woonzorg om de gezondheid en veiligheid te waarborgen.

De cliënt heeft de wens zelfstandig te wonen en dient alle kosten voor huur, vaste lasten, voeding, etc. zelf betalen. De cliënt woont in een zelfstandige woning. De woning huurt de cliënt zelfstandig van een woningcorporatie of van de aanbieder of de woning is eigendom van de cliënt. De cliënt kan zijn ondersteuningsvraag niet uitstellen en heeft de zekerheid van 24-uurs bereikbaarheid nodig om op terug te kunnen vallen om te voorkomen dat de situatie verergerd of escaleert.

 

2.3.3 Wonen Beschut

Wonen Beschut is bedoeld voor cliënten die door psychische en/of psychosociale problemen (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen en waarbij een aanbieder de cliënt (enige tijd) in een beschermende omgeving opvangt. De aanbieder biedt geclusterde zelfstandige appartementen per cliënt of een gedeelde woning met eigen zit-/slaapkamer. De cliënt heeft behoefte aan sociale contacten in het kader van zijn problematiek. Een gemeenschappelijke ruimte voor het ontmoeten van anderen is hierbij een voorwaarde. De aanbieder biedt deze ruimte aangrenzend aan de geclusterde appartementen of in de woonvorm.

De cliënt kan zijn ondersteuningsvraag niet uitstellen en heeft de zekerheid van 24-uurs bereikbaarheid nodig om op terug te kunnen vallen. Cliënt heeft geen 24-uurs toezicht nodig.

 

Bij Wonen Beschut bestaan twee varianten:

  • Wonen Beschut inclusief woonkosten en

  • Wonen Beschut exclusief woonkosten.

 

Kenmerkend aan Wonen Beschut inclusief woonkosten is dat de woonkosten door de centrumgemeente worden betaald.

Kenmerkend aan Wonen Beschut exclusief woonkosten is dat de woonkosten door de cliënt worden betaald.

De consulent van de centrumgemeente bepaalt samen met de cliënt welke woonvariant passend is bij de hulpvraag van de cliënt. Hierbij wordt gekozen voor de goedkoopst adequate voorziening.

 

2.3.4 Wonen Beschermd

Wonen Beschermd is bedoeld voor cliënten die door psychische en/of psychosociale problemen (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen en waarbij een aanbieder de cliënt (enige tijd) in een beschermende omgeving opvangt. De aanbieder biedt woonruimte, hoteldiensten, toezicht en begeleiding. Meestal is sprake van (ernstige) gedragsproblemen en kan de cliënt moeilijk of geen hulp vragen wanneer dat nodig is. Hierdoor is 24-uurs toezicht voor signalering en om zo nodig bijtijds bij te kunnen sturen noodzakelijk.

 

Bij Wonen Beschermd bestaan de volgende varianten:

  • Wonen Beschermd gericht op ontwikkeling

    • inclusief woonkosten en

    • exclusief woonkosten

  • Wonen Beschermd gericht op stabiliseren

    • inclusief woonkosten en

    • exclusief woonkosten

 

Kenmerkend aan de varianten ‘Wonen Beschermd inclusief woonkosten’ is dat de woonkosten door de centrumgemeente worden betaald.

Kenmerkend aan de varianten ‘Wonen Beschermd exclusief woonkosten’ is dat de woonkosten door de cliënt worden betaald.

 

‘Wonen Beschermd gericht op stabiliseren’ is gelijk aan ‘Wonen Beschermd gericht op ontwikkeling’ uitgezonderd dat:

  • de woonzorg intensiever is dan bij ‘Wonen beschermd gericht op ontwikkeling’;

  • de ondersteuning vooral gericht is op stabiliseren en dat ontwikkeling nog niet aan de orde is en

  • de cliënt niet of nauwelijks leerbaar is.

 

2.4 Aanvullende ondersteuning

De aanvullende ondersteuning wordt ingezet, afgestemd op de behoefte van de cliënt. Hierbij wordt eerst gekeken welke ondersteuningsvragen opgelost kunnen worden binnen de woonzorg van de woonvarianten. Wanneer er sprake is van een grotere ondersteuningsbehoefte dan er met woonzorg kan worden opgelost, dan kunnen hier in samenspraak tussen cliënt en de consulent beschermd wonen individuele uren voor worden toegekend. De individuele uren zijn gericht op de leerdoelen van de cliënt.

Deze ondersteuning kan bestaan uit:

  • Begeleiding individueel gericht op ontwikkeling of stabilisatie;

  • Begeleiding groep gericht op ontwikkeling of stabilisatie;

  • Vervoer, alleen in combinatie met begeleiding groep;

  • Persoonlijke verzorging, wanneer deze niet onder voorliggende wetgeving valt.

Bij elk van de ondersteuningsvormen geldt dat de aanbieder die het wonen biedt verantwoordelijk is voor coördinatie en regie van de totale ondersteuning (individuele en groepsbegeleiding). Dit is ook het geval wanneer de groepsbegeleiding bij een andere organisatie is ondergebracht. De aanbieder wordt geacht nauw samen te werken met andere bij de cliënt betrokken hulpverleners.

 

De duur van de aanvullende ondersteuning hoeft niet gelijk te zijn aan de duur van de indicatie voor Beschermd Wonen. De consulent maakt in overleg met cliënt en vertegenwoordiger een inschatting van de benodigde aanvullende ondersteuning en de lengte van de periode waarin deze zal worden geboden. Naar gelang de ondersteuningsbehoefte van de cliënt zal de aanvullende ondersteuning uit een combinatie van verschillende ondersteuningsvormen bestaan.

De consulent bepaalt op basis van onderzoek welke variant van Beschermd Wonen en welke ondersteuning het meest passend zijn. Hierbij wordt uitgegaan van maatwerk.

Wanneer de verwachting is dat de behoefte aan aanvullende ondersteuning zal variëren, kan de consulent een gemiddeld aantal uren indiceren. Voor de aanvullende ondersteuning worden specifieke doelen afgesproken.

 

In bijlage I staan de Beschermd Wonen varianten in een overzichtstabel weergegeven. In bijlage II is het afwegingskader voor een deel van de mogelijke ondersteuningsvormen opgenomen.

 

Artikel 3 Melding en onderzoek

 

3.1 Melding behoefte aan maatschappelijke ondersteuning

In de Wmo 2015 is landelijke toegankelijkheid voor de maatwerkvoorziening Beschermd Wonen geregeld. Dit betekent dat iemand in elke gemeente van Nederland een melding kan doen voor Beschermd Wonen. Het document landelijke toegankelijkheid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt gebruikt als uitgangspunt voor de toegang tot beschermd wonen in centrumgemeente Doetinchem en regiogemeenten.

De melding van behoefte aan maatschappelijke ondersteuning kan binnen elke Achterhoekse gemeente binnenkomen afhankelijk van de lokale inrichting: het sociale team, het wijkteam, het Wmo-loket, het Buurtplein etc. Als blijkt dat Beschermd Wonen aan de orde is of kan zijn, worden de gegevens binnen vijf werkdagen overgedragen naar de centrumgemeente. Gegevensuitwisseling vindt plaats met inachtneming van de bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de privacyreglementen van de betrokken gemeenten.

 

3.2 Cliëntondersteuning

Mensen die in aanmerking (wensen te) komen voor Beschermd Wonen kunnen voor cliëntondersteuning terecht bij de gemeente waar zij wonen. Iedere gemeente garandeert de mogelijkheid van onafhankelijke professionele cliëntondersteuning en informeert de eigen inwoners hierover. De door de gemeente geboden cliëntondersteuning is gratis en onafhankelijk van het besluit op een maatwerkvoorziening. De cliënt heeft de vrije keuze door wie hij zich wil laten ondersteunen. Hij kan er ook voor kiezen zich door iemand uit het eigen sociale netwerk, zoals familie of vrienden of een professional te laten ondersteunen.

 

3.3 Onderzoek naar behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren

Nadat er een melding is gedaan, onderzoekt de consulent Beschermd Wonen samen met de cliënt wat zijn ondersteuningsbehoefte is. Het eerste gesprek vindt zo snel mogelijk na melding plaats, maar uiterlijk binnen zes weken en wordt bij voorkeur bij de cliënt thuis of in een voor de cliënt vertrouwde omgeving gevoerd. Crisissituaties worden met voorrang behandeld.

Bij dit gesprek kan de cliënt zich laten ondersteunen door anderen, bijvoorbeeld een mantelzorger, hulpverlener of een onafhankelijk cliëntondersteuner. De cliënt dient voor het gesprek een geldig identiteitsbewijs te laten inzien.

Het gesprek, met de daarbij aangeleverde gegevens, vormt de basis voor het onderzoek, als bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo 2015 en de Verordening. Het onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van de punten zoals vermeld in bijlage III. Van belang is om eerst in kaart te brengen wat de ondersteuningsbehoefte en de specifieke situatie van de cliënt zijn, voordat er over oplossingen gesproken wordt.

Tijdens het onderzoek komt de specifieke situatie van de cliënt uitgebreid aan bod. Daarbij is het van belang dat de cliënt alle relevante gegevens aan de orde brengt. Dit maakt het voor de consulent Beschermd Wonen mogelijk de meest passende indicatie te stellen. De consulent Beschermd Wonen zal het onderzoek zoveel mogelijk in samenspraak met een consulent van de betreffende Achterhoekse gemeente verrichten. Afgestemd wordt of het, bijvoorbeeld voor de continuïteit van zorg, wenselijk is om samen het gesprek te voeren. De consulenten zijn geschoold in het uitvoeren van het onderzoek.

 

Tijdens het gesprek informeert de consulent Beschermd Wonen de cliënt over het vervolg van het proces. Hij geeft uitleg over de mogelijkheid van keuze voor een pgb, de voorwaarden die daaraan zijn verbonden en de plichten die daarbij komen. Ook wordt de cliënt op de hoogte gesteld van de eigen bijdrage, hoe de hoogte daarvan door het CAK wordt vastgesteld en hoe de eigen bijdrage wordt geïnd.

Indien een cliënt nog een geldige indicatie vanuit de AWBZ heeft en deze nog niet afloopt, wordt hij geïnformeerd over het geldende overgangsrecht.

Van het onderzoek wordt door de consulent Beschermd Wonen een verslag gemaakt. Dit verslag bestaat uit een schriftelijke weergave van het gesprek en de afspraken die eruit zijn voortgekomen. De cliënt ontvangt hier binnen vijftien werkdagen een afschrift van. De cliënt heeft de mogelijkheid om binnen twee weken te reageren met eventuele wijzigingen. Het verslag kan, indien de cliënt dit wenst, worden beschouwd als aanvraag voor een maatwerkvoorziening.

 

3.4 Advies

Wanneer bestaande gegevens onvolledig zijn en het voor de vaststelling van de ondersteuningsbehoefte noodzakelijk is, kan de consulent Beschermd Wonen medisch advies aanvragen. Daarnaast kan een advies voor de consulent zinvol zijn om te beoordelen wat de grondslag voor de aanvraag is en voor het in kaart brengen van de behandel- en ontwikkelingsmogelijkheden van de cliënt. Zolang intramurale behandeling niet centraal staat, kan ambulante behandeling naast Beschermd Wonen bestaan. Ambulante behandeling wordt bekostigd vanuit de Zorgverzekeringswet.

De medische advisering zal altijd plaatsvinden door een onafhankelijke organisatie die niet aan de centrumgemeente verbonden is. Wanneer het adviestraject niet binnen de wettelijke onderzoekstermijn van zes weken kan worden afgerond, kan deze termijn in overleg met de cliënt worden verlengd.

De kosten van het medisch advies zijn voor rekening van de centrumgemeente. Het medisch advies wordt meegenomen in de afweging van de consulent.

Wanneer een cliënt zelf een medisch advies, bijvoorbeeld als second opinion, wil aanvragen, kan hij dit via de eigen zorgverzekering doen. Dit advies wordt meegenomen in het onderzoek.

 

Artikel 4 Besluit op de aanvraag

 

4.1 Besluit op de aanvraag

De cliënt krijgt binnen twee weken na de aanvraag een schriftelijke beschikking.

Wanneer maatwerk wordt toegekend en direct inzetbaar is wordt in de beschikking in ieder geval opgenomen:

  • welke maatwerkvoorziening wordt ingezet ten behoeve van welke doelen;

  • of de maatwerkvoorziening in natura of als pgb wordt verstrekt;

  • de duur van de indicatie;

  • op welke wijze bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.

  • welke kostprijs geldt ten behoeve van de bijdrage in de kosten, zoals bedoeld in artikel 18 van de verordening van de gemeente Doetinchem.

 

Aanbieder nog niet bekend

Wanneer de cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen, maar het nog niet bekend is vanuit welke aanbieder de ondersteuning geboden kan worden, wordt er een beschikking ‘advies beschermd wonen’ toegekend. In deze beschikking wordt in ieder geval opgenomen:

  • De duur van de indicatie;

  • Op welke wijze bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.

 

Wanneer een passende plek nog niet beschikbaar is wordt de cliënt op de wachtlijst van de instelling geplaatst. De cliënt is hier mede verantwoordelijk voor in samenspraak met de betrokken consulent Beschermd Wonen en indien nodig in overleg met de aanbieder die reeds betrokken is. Met hem wordt besproken hoe de periode tot plaatsing kan worden overbrugd, zie ook artikel 4.3.1 ‘Wanneer Beschermd Wonen niet direct beschikbaar is’.

 

4.2 Duur toekenning

De decentralisatie van Beschermd Wonen heeft onder andere tot doel mensen niet langer dan nodig in een instelling en beschermd te laten wonen. Door het stimuleren van de eigen kracht en het uitgaan van de eigen mogelijkheden van de cliënt kan de huidige gemiddelde verblijfsduur mogelijk worden bekort. Daarom is de indicatie voor Beschermd Wonen in beginsel voor maximaal twee jaar. Dit om sturing te geven aan het structureel begeleiden van mensen in Beschermd Wonen en daar waar het kan mensen daadwerkelijk de kans te geven door te stromen. De consulent Beschermd Wonen stelt de indicatieduur vast.

Dat een indicatie een einddatum heeft betekent niet dat na afloop van de indicatie geen Beschermd Wonen meer mogelijk is. Indien blijkt dat na deze periode een maatwerkvoorziening (Beschermd Wonen of ambulante ondersteuning) nodig blijft, wordt door de aanbieder of de cliënt een nieuwe melding gedaan. Dit moet minimaal acht weken voor afloop van de indicatie worden gedaan. Een melding kan bij de centrumgemeente worden gedaan. Indien de cliënt minder dan acht weken voor afloop van de indicatie een melding doet, kan het zijn dat de nieuwe indicatie niet direct aansluit op de oude.

 

Wanneer bij een herindicatie de cliënt en de consulent Beschermd Wonen vaststellen dat Beschermd Wonen niet meer aan de orde is, wordt een indicatie voor Beschermd Wonen van maximaal zes maanden afgegeven. In de indicatie worden afspraken vastgelegd over de verwachte inspanningen van de cliënt en aanbieder om een woning te vinden. Ook worden indien nodig afspraken gemaakt over de overdracht van de cliënt naar de betreffende regiogemeente en aanbieders voor ambulante ondersteuning. Wanneer duidelijk is dat de cliënt niet binnen de gestelde tijd kan uitstromen wordt contact opgenomen met de consulent Beschermd Wonen om te bespreken of verlenging van de indicatie mogelijk en nodig is.

 

4.3 Bijzondere omstandigheden

 

4.3.1 Wanneer Beschermd Wonen niet direct beschikbaar is

Wanneer een cliënt een advies beschikking beschermd wonen heeft gekregen dient de cliënt op een wachtlijst van een aanbieder te komen staan.

Wanneer de cliënt ter overbrugging naar de beschermd wonen plek begeleiding nodig heeft kan er worden besloten om overbruggingszorg toe te kennen. In bepaalde situaties heeft de cliënt al ambulante ondersteuning welke geïndiceerd is door de eigen gemeente. De consulent Beschermd wonen van de centrumgemeente en de consulent van de eigen gemeente zullen met elkaar afstemmen hoe de overbruggingszorg verder vorm gegeven wordt. De kosten voor de ondersteuning ter overbrugging worden door de centrumgemeente betaald.

Bij de toekenning van overbruggingszorg worden de volgende voorwaarden gehanteerd:

  • Voorwaarde voor het inzetten van overbruggingszorg is dat de cliënt een indicatie heeft gekregen vanuit de Centrumgemeente met daarin een toezegging voor beschermd wonen.

  • Voorwaarde is dat de cliënt gemotiveerd is voor beschermd wonen en op een wachtlijst wordt geplaatst.

  • Voorwaarde voor overbruggingszorg is dat de ondersteuning gericht is op het voorbereiden en toewerken naar de beschermd wonen plek.

  • Er is sprake van overbruggingszorg als dit wordt geboden door de aanbieder waar de cliënt ook wil gaan wonen, of een andere aanbieder. De verantwoordelijkheid voor overbruggingszorg ligt dan bij de Centrumgemeente.

 

4.3.2 Tijdelijk verblijf in een andere regio

Het kan voorkomen dat een cliënt uit de Achterhoek tijdelijk in een instelling in een andere regio moet verblijven wanneer er geen passend aanbod in de eigen regio is. ‘Tijdelijk verblijf’ is verblijf van maximaal één jaar, waarbij vanaf het begin de intentie aanwezig is om de cliënt terug te laten keren naar de regio Achterhoek. In dergelijke gevallen zal er door de centrumgemeente Doetinchem met de centrumgemeente van plaatsing onderling worden afgestemd en afspraken worden gemaakt.

 

4.3.3 Tijdelijke afwezigheid bij instelling

Indien een cliënt, tijdelijk als gevolg van een behandeling in een ziekenhuis of behandelcentrum of detentie elders wordt opgenomen, moet dit binnen een week na vertrek bij de aanbieder bij de centrumgemeente worden gerapporteerd door de aanbieder Beschermd Wonen. Dit geldt ook wanneer de cliënt op eigen initiatief de beschermde woonplek heeft verlaten.

De beschermde woonplek bij een organisatie wordt door de centrumgemeente voor een maximum van 14 etmalen bekostigd, als ware de cliënt verblijft bij de aanbieder. Vervolgens mag een aanbieder gedurende maximaal tien weken de woonkosten nog declareren. In het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2020 is hiervoor het bedrag per dag opgenomen.

Wanneer duidelijk wordt dat de cliënt langer dan twaalf weken elders zal verblijven, zal in principe zijn plek bij de aanbieder vervallen. Wanneer de cliënt na deze periode weer beschermd wil gaan wonen, kan de cliënt hiervoor een melding doen bij het Buurtplein. De cliënt kan in overleg met de consulent Beschermd Wonen ervoor kiezen zijn ondersteuning bij een andere aanbieder voor Beschermd Wonen te verzilveren. De cliënt kan pas weer instromen bij de aanbieder als er plaats is.

 

Artikel 5 Wijze van verstrekking

 

Beschermd Wonen wordt toegekend in:

  • a.

    de vorm van een voorziening in Zorg in Natura of

  • b.

    de vorm van een pgb.

Wanneer een maatwerkvoorziening toegewezen is, informeert de consulent Beschermd Wonen de cliënt of zijn vertegenwoordiger over het door de gemeente gecontracteerde aanbod. Ook informeert de consulent Beschermd Wonen de cliënt over de mogelijkheid om te kiezen voor een verstrekking van een pgb.

De hoogte van het pgb is vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2020. Jaarlijks kunnen de bedragen wijzigen.

 

5.1 Maatwerkvoorziening in Natura

Het verkrijgen van een maatwerkvoorziening in natura gaat via een van de gecontracteerde aanbieders, waarmee de centrumgemeente afspraken heeft gemaakt. De Achterhoekse gemeenten hebben bij de aanbesteding de volgende categorieën kwaliteitseisen geformuleerd:

  • Kwaliteitseisen die zich met name richten op het professioneel organiseren van een gezonde bedrijfsvoering.

  • Kwaliteitseisen die betrekking hebben op het werken met een ondersteuningsplan, samenwerking met ketenpartners en andere partijen voor integrale hulpverlening en eisen aan de geleverde ondersteuning.

  • Kwaliteitseisen die worden gesteld aan de competenties, type opleiding en/of het opleidingsniveau van de professionals die ondersteuning leveren in het primaire proces.

  • Kwaliteitseisen die worden gesteld aan het resultaat van de ondersteuning. Het kan hierbij gaan om (het meten van) effecten van ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid en participatie, maar ook resultaten in de vorm van door- en uitstroom.

 

5.1.1 Specifieke eisen voor Beschermd Wonen

Voor Beschermd Wonen zijn specifieke eisen gesteld aan de 24-uurs bereikbaarheid en de begeleiding die de aanbieder moet bieden.

 

Eisen aan de 24-uurs bereikbaarheid

  • 1.

    Bij elke variant van Beschermd Wonen moet sprake zijn van 24-uurs bereikbaarheid van de begeleiding. Bij de varianten ‘Wonen Beschermd – Ontwikkeling’ en ‘Wonen Beschermd – Stabilisatie’ moet de begeleiding altijd aanwezig zijn. Bij de andere varianten moet de begeleiding binnen 20 minuten ter plaatse kunnen zijn. De aanbieder biedt dan zo nodig een kortdurende interventie aan de cliënt. Hierbij zorgt hij zo nodig voor contact met het netwerk, de structurele begeleider van de cliënt, de politie, het lokale team en het toegangsteam van de gemeente.

  • 2.

    De aanbieder ziet erop toe dat de cliënt in en buiten de woning geen overlast veroorzaakt. Mocht dit toch gebeuren dan spreekt de aanbieder de cliënt daarop aan en maakt de aanbieder afspraken met de cliënt om herhaling te voorkomen. Overlastklachten die over bewoners bij de gemeente binnenkomen worden aan de aanbieder doorgegeven zodat er maatregelen kunnen worden genomen. Bij herhaaldelijke en voortdurende overlastklachten uit de buurt zal de aanbieder, in overleg met de cliënt en de gemeente, maatregelen treffen. Dit kan betekenen dat voor de overlast veroorzakende cliënt een ander onderkomen moet worden gezocht.

  • 3.

    De aanbieder dient maatregelen te nemen om de veiligheid van de cliënten en de omgeving waarin zij wonen te waarborgen.

 

Eisen aan de begeleiding

  • 1.

    De begeleiding wordt door meerdere professionele begeleiders geboden. De verantwoordelijkheid voor de 24-uurs bereikbaarheid en de dagelijkse begeleiding wordt door meerdere begeleiders gedeeld. Bij Wonen Beschermd (stabiliseren en ontwikkelen) geldt dat minimaal één van de bij de cliënt betrokken beroepskrachten (dus geen betrokken behandelaar vanuit de Zorgverzekeringswet o.i.d.) een relevante hbo-opleiding (of mbo-opleiding met door ervaring verkregen gelijkwaardigheid aan een hbo-opleiding) heeft. In de praktijk vervult deze beroepskracht vaak de rol als casemanager. Er kan een verscheidenheid aan expertises en functieniveaus van beroepskrachten nodig zijn die de benodigde zorg en ondersteuning kunnen bieden. Welke mix van beroepskrachten als passend wordt gezien, is de verantwoordelijkheid van de aanbieder.

  • 2.

    De aanbieder moet minimaal twee beroepskrachten in dienst hebben.

  • 3.

    De aanbieder moet op cliëntniveau inzichtelijk maken op welke momenten professionele ondersteuning vanuit een GGZ-instelling en/of een hulpverlener ingeschakeld wordt.

  • 4.

    De aanbieder zorgt voor begeleiding van de cliënt als hij niet alleen kan reizen vanwege zijn hulpvraag bij een doktersbezoek of om boodschappen te doen. Uiteraard kan daarvoor eerst een beroep gedaan worden op familieleden, kennissen of vrijwilligers.

  • 5.

    De aanbieder stimuleert de cliënt deel te nemen aan sociale activiteiten.

  • 6.

    De aanbieder zoekt met de cliënt naar een passende, stimulerende dagactiviteit, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en van de mogelijkheden van de cliënt om als vrijwilliger, in arbeidsmatige werkprojecten of in een beschutte omgeving werkzaamheden te verrichten. Vrijwilligerswerk moet aansluiten bij de mogelijkheden van de cliënt en tegelijk uitdagend zijn. De dagbesteding is bij voorkeur zo dicht bij de woonplek dat de cliënt hier zelfstandig naartoe kan. Nadrukkelijk dient de aanbieder te kijken of de cliënt als vrijwilliger bij kan dragen en zijn kwaliteiten in kan zetten voor de samenleving, de buurt of buurtgenoten, de woonplek of medebewoners, of anderen.

  • 7.

    De aanbieder ondersteunt de cliënt bij het omgaan met geld, helpt hem de uitgaven en inkomsten in evenwicht te houden. De aanbieder neemt hierbij de regie en verantwoordelijkheid niet van de cliënt over.

  • 8.

    De aanbieder is verantwoordelijk voor coördinatie en regie van de met cliënt afgesproken ondersteuning (individuele begeleiding en dagbesteding) ook als dagbesteding bij een andere aanbieder is ondergebracht. De aanbieder ziet erop toe dat de cliënt zichzelf goed verzorgt (persoonlijke hygiëne).

 

5.2 Maatwerkvoorziening als pgb

De cliënt kan een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb aanvragen. Met een pgb kan de cliënt zelf de gewenste ondersteuning inkopen. Het pgb kan uitsluitend worden ingezet voor de kosten van de toegekende maatwerkvoorziening. De kosten van het wonen en voeding worden door de cliënt zelf betaald. Deze kosten mogen niet uit het pgb betaald worden.

 

5.2.1 Wettelijke voorwaarden

Om een pgb toegekend te krijgen moet de cliënt, conform artikel 2.3.6 van de wet, aan drie wettelijke voorwaarden voldoen. Het is aan de consulent Beschermd Wonen om na het gesprek met de cliënt te beoordelen of hieraan wordt voldaan. Zo beoordeelt de consulent Beschermd Wonen onder meer:

  • 1.

    de kennis van de cliënt over de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb;

  • 2.

    de mogelijkheden van de cliënt om degene die de ondersteuning verleend aan te sturen en

  • 3.

    of de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.

Daarbij zijn de tien punten voor pgb vaardigheid1 het uitgangspunt voor de consulent.

 

Ad 1.

Als de cliënt de aan een pgb verbonden taken uitvoert met hulp van een vertegenwoordiger, toetst het college deze persoon op dezelfde wettelijke voorwaarden als de cliënt.

 

In beginsel is het toegestaan dat de cliënt zich bij het beheer van zijn pgb laat vertegenwoordigen door een familielid in de eerste of tweede graad, die tevens (een deel van) de ondersteuning levert, tenzij er naar het oordeel van het college sprake is van ongewenste belangenverstrengeling. Het belang van de cliënt moet centraal staan. Een factor die kan wijzen op ongewenste belangenverstrengeling is als de cliënt vanwege zijn beperkingen een lage mate van invloed heeft op het besluit om voor een pgb te kiezen. De dubbelrol van informele zorgverlener en pgb beheerder mag daarnaast niet ten koste gaan van het bereiken van de gewenste resultaten. Ervaringen die er vanuit het verleden eventueel al met ondersteuning en het beheer van het pgb zijn, kunnen hierbij een rol spelen. Aangezien de combinatie van beheerder van het pgb en uitvoerder van ondersteuning kwetsbaar is, kan ervoor gekozen worden de indicatieduur te beperken of om frequenter tussentijds te evalueren hoe de ondersteuning en het beheer van het pgb verloopt.

 

Ad 2.

De cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger kan motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening als pgb wil ontvangen.

 

Ad 3.

De centrumgemeente moet beoordelen of de met het pgb in te kopen ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.

Om de veiligheid van de ondersteuning te waarborgen:

  • moet de begeleiding 24 uur bereikbaar zijn. Bij de varianten ‘Wonen beschermd Ontwikkeling’ en ‘Wonen beschermd – Stabilisatie’ moet de begeleiding altijd aanwezig zijn. Bij de andere varianten moet de begeleiding binnen 20 minuten ter plaatse kunnen zijn;

  • dient de organisatie aantoonbaar maatregelen te nemen om de veiligheid van de cliënten en omgeving waarin zij wonen te waarborgen;

  • dient de organisatie minimaal twee beroepskrachten in dienst te hebben, en

  • heeft minimaal één van de bij de cliënt betrokken beroepskrachten (dus geen betrokken behandelaar vanuit de Zorgverzekeringswet o.i.d.) een relevante hbo-opleiding (of mbo-opleiding met door ervaring verkregen gelijkwaardigheid aan een hbo-opleiding).

 

De doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de ondersteuning uit zich in dat:

  • de organisatie samen met de cliënt een ondersteuningsplan opstelt met daarin SMART geformuleerde doelen. De organisatie en cliënt evalueren periodiek op de doelen die beschreven staan in het ondersteuningsplan;

  • de organisatie met de cliënt duidelijk afspreekt op welke momenten professionele ondersteuning vanuit een GGZ-instelling/hulpverlener ingeschakeld wordt en de ondersteuning afstemt op eventuele behandeling;

  • de organisatie zorgt voor goede afspraken over de begeleiding van de cliënt als hij niet alleen kan reizen bij een doktersbezoek of om boodschappen te doen;

  • de organisatie met de cliënt zoekt naar een passende, stimulerende dagactiviteit, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en van de mogelijkheden van de cliënt om als vrijwilliger, in arbeidsmatige werkprojecten of in een beschutte omgeving werkzaamheden te verrichten. De dagbesteding is bij voorkeur zo dicht bij de woonplek dat de cliënt hier zelfstandig naartoe kan;

  • de organisatie de cliënt ondersteunt bij het omgaan met geld, helpt hem de uitgaven en inkomsten in evenwicht te houden, en

  • de organisatie erop toe ziet dat de cliënt zichzelf goed verzorgt (persoonlijke hygiëne).

 

5.2.2 Ondersteunings- en budgetplan

Om de in artikel 5.2.1 genoemde punten te kunnen beoordelen, verwacht de centrumgemeente dat de cliënt een ondersteunings- en budgetplan indient waar dit duidelijk in beschreven staat. In dit ondersteunings- en budgetplan legt de cliënt samen met de organisatie vast waar hij de ondersteuning wil inkopen en de afspraken rondom de gewenste ondersteuning. Het moet duidelijk maken dat de organisatie kwalitatief goede ondersteuning levert, die aansluit bij de gestelde doelen.

In het ondersteunings- en budgetplan maakt de cliënt in ieder geval inzichtelijk:

  • waar de ondersteuning wordt ingekocht en waar de ondersteuning uit zal bestaan;

  • hoe aan de in het gespreksverslag of gezinsplan omschreven doelen wordt gewerkt;

  • waarom voor deze ondersteuner is gekozen;

  • wie het pgb gaat beheren;

  • waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wil ontvangen;

  • welke salarisafspraken zijn gemaakt;

  • hoe de continuïteit van de ondersteuning bij ziekte of andere uitval wordt gegarandeerd, en

  • indien van toepassing, wat de resultaten waren van de eerder gestelde doelen.

 

5.2.3 Spelregels pgb

 

Salarisafspraken

Naast het ondersteunings- en budgetplan moet de cliënt ook de zorgovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) invullen. Hierin worden afspraken over het aantal te leveren uren en uurtarieven vastgelegd.

 

De budgetbeheerder is verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de bestedingen uit het budget. De centrumgemeente vindt het belangrijk dat de budgetbeheerder hier voldoende inzicht in heeft. Daartoe hanteert de centrumgemeente dat een betaling via facturatie plaatsvindt en is een betaling via een vast maandloon niet mogelijk. Betaling via facturatie ondersteunt de controle op rechtmatigheid voor zowel budgetbeheerder als de centrumgemeente. Dit geeft meer mogelijkheden om onrechtmatig of ondoelmatig besteedde middelen vast te stellen. Eventuele wijzigingen in het volume en de inhoud van de geleverde ondersteuning moeten worden doorgeven aan de SVB.

 

Het ondersteunings- en budgetplan en de zorgovereenkomst moeten door de consulent Beschermd Wonen zijn goedgekeurd voordat de centrumgemeente het pgb bij de Sociale Verzekeringsbank klaarzet. Bij de herbeoordeling van de indicatie wordt het ondersteunings- en budgetplan geëvalueerd. Ook kan de centrumgemeente steekproefsgewijs controles uitvoeren. Indien de budgetbeheerder de besteding van het pgb niet adequaat kan verantwoorden, kan het college besluiten het pgb te beëindigen of (een deel van) het pgb terug te vorderen.

 

De cliënt aan wie een pgb is toegekend heeft de mogelijkheid om te kiezen voor een ondersteuner die een hoger tarief hanteert dan het tarief waarop het pgb is gebaseerd. Indien als gevolg hiervan sprake is van meerkosten, dan komen deze volledig voor rekening van de cliënt. Het is in beginsel toegestaan dat de cliënt hierdoor minder ondersteuning inkoopt dan is geïndiceerd. Wel zal bij een herindicatie worden onderzocht wat de invloed van de lagere inzet op het beoogde resultaat is geweest. Bij een herindicatie kan dit gevolgen hebben voor de nieuwe indicatiestelling.

 

Ondersteuning in het buitenland

Als ondersteuning is ingekocht buiten Nederland mogen de reis- en verblijfskosten niet vanuit het pgb worden betaald. Daarnaast geldt dat voor het bieden van begeleiding aan de cliënt in het buitenland expliciet toestemming door de consulent moet worden gegeven. De consulent zal hierbij toetsen of de besteding van het pgb past binnen het ondersteuningsplan en de te behalen resultaatgebieden. Daarbij geldt dat een pgb mag maximaal vier weken per jaar buiten Nederland mag worden besteed. Dit is gebaseerd op het aantal vakantiedagen waarop een werknemer over één jaar recht heeft, dit bedraagt vier maal de overeengekomen arbeidsduur per week (artikel 7:634 Burgerlijk Wetboek). Bij een vijfdaagse werkweek van acht uren per dag, 40 uren per week, is er dus minimaal recht op 20 volledige vakantiedagen per jaar (4 x 40 = 160 uren).

 

Overige spelregels

Het pgb kent geen vrij besteedbaar bedrag en geen eenmalige uitkering.

Kosten die de ondersteuner bij een budgethouder in rekening brengt in verband met een opzegtermijn zijn niet te verhalen op de gemeente. Ook kosten die de ondersteuner de budgethouder in rekening brengt voor het niet nakomen van een afspraak kunnen niet worden verhaald op de gemeente.

 

Artikel 6 Voorkoming en bestrijding misbruik en oneigenlijk gebruik

 

Artikel 26 van de verordening beschrijft de mogelijkheden die de gemeente heeft ter voorkoming en bestrijding van fraude.

Bij het voorkomen van fraude staat de voorlichting aan de ingezetene centraal. Deze moet vooraf weten wat zijn of haar rechten en plichten zijn en wat de consequenties zijn bij het overtreden van de regels. In de aanpak van fraudepreventie maakt de centrumgemeente gebruik van de principes van het hoogwaardig handhaven:

  • Vroegtijdig informeren: hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de consulenten Beschermd Wonen. Zij informeren ingezetenen vroegtijdig, tijdens het Gesprek, over hun rechten en plichten.

  • Vroegtijdig detecteren en afhandelen: de consulenten Beschermd Wonen zijn ook alert op fraudesignalen. Bij twijfels over de rechtmatigheid, organiseren zij een huisbezoek; dit doet een beroep op de professionaliteit van de consulent. Intercollegiaal overleg over het bepalen van de te nemen stappen vindt zo nodig plaats.

  • Optimaliseren van de dienstverlening: bij de inrichting van de werkprocessen wordt ook gekeken naar het effect van de werkprocessen op de bereidheid van ingezetenen om de regels na te leven.

  • Daadwerkelijk sanctioneren: De centrumgemeente gaat er van uit dat de voorzieningen op rechtmatige wijze worden ingezet en verantwoord. Zodra er signalen zijn over onrechtmatig gebruik, wordt de nodige expertise binnen de centrumgemeente ingezet om nader onderzoek te doen. De centrumgemeente hanteert een krachtige consequent sanctiebeleid en een effectief opsporingsbeleid.

 

Deze principes worden in samenhang uitgevoerd en kunnen ze elkaar versterken. Er is aandacht voor bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van individuele maatwerkvoorzieningen. Ook wordt van de ingezetene verwacht dat hij/zij meewerkt aan onderzoek in geval van (vermoedens van) onrechtmatigheden.

Voor wat betreft de beheersing van de risico’s zijn onder andere goede voorlichting en/of communicatie, onderlinge samenwerking, eenduidige werkwijze en het pgb-trekkingsrecht belangrijke maatregelen. Van de ingezetene wordt verwacht dat hij/zij mededeling doet van wijzigingen in zijn/haar omstandigheden, waarvan redelijkerwijs is in te schatten dat deze consequenties hebben voor de verstrekte voorziening.

Voor alle medewerkers van de centrumgemeente geldt dat zij zich aan de wetten moeten houden. Zodra er fraude geconstateerd wordt, moet daar op ingegrepen worden. Dit vertaalt zich er in eerste instantie in dat de consulent bij (vermoedens van) fraude met de betrokken ingezetene in gesprek gaat. De ingezetene heeft de plicht dit te melden bij de betrokken instantie. Wanneer aan deze oproep geen gehoor wordt gegeven zal de consulent Beschermd Wonen hiervan zelf melding moeten maken. In uitzonderlijke gevallen kan een uitzondering worden gemaakt. Dit wordt dan opgeschaald naar het college.

 

Artikel 7 Inwerkingtreding en citeertitel

Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2020.

Met het in werking treden van deze beleidsregels worden de beleidsregels Beschermd Wonen 2018 ingetrokken.

Deze beleidsregels worden aangehaald als:

Beleidsregels Beschermd Wonen gemeente Aalten 2020

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders

van Aalten, 10 maart 2020.

Drs. A.J.M. Gildhuis

Secretaris/algemeen directeur

mr. A.B. Stapelkamp burgemeester

burgemeester

Bijlage 1 Overzichtstabel Beschermd Wonen

Bijlage II Ondersteuningsvormen

De volgende vormen van maatwerkvoorzieningen zijn vanaf 2015 als nieuwe taak naar de gemeente gegaan, aangevuld met de maatwerkvoorzieningen gericht op hulp bij het huishouden:

  • 1.

    Maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden;

  • 2.

    Ondersteuning individueel: begeleiding individueel gericht op ontwikkeling of stabilisatie;

  • 3.

    Ondersteuning groep: begeleiding groep gericht op ontwikkeling of stabilisatie;

  • 4.

    Vervoer, alleen in combinatie met begeleiding groep;

  • 5.

    Persoonlijke verzorging, wanneer deze niet onder voorliggende wetgeving valt en;

  • 6.

    Logeren.

2.1 Maatwerkvoorzieningen hulp bij het huishouden De volgende twee vormen worden onderscheiden:

Ondersteuning thuis – schoon huisDit is het helpen bij, inslijten en/of (deels) overnemen van lichte en zware huishoudelijke taken. De cliënt heeft geen tot weinig mogelijkheden tot versterking van de zelfredzaamheid. De ondersteuning kan langdurig zijn of bij verbetering overgaan in een situatie waarbij de cliënt met minder ondersteuning of samen met zijn sociaal netwerk de beperkingen kan hanteren. De cliënt kan samen met de hulp bepalen hoe de tijd wordt besteed.

De te behalen resultaten zijn gericht op:

  • -

    Een schoon en leefbaar huis, waarbij cliënten gebruik moeten kunnen maken van een schone woonkamer, als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimtes, een keuken, een douche/toilet en een gang/trap.

  • -

    Het voorkomen van ontregeling en vervuiling.

  • -

    Signaleren van veranderende omstandigheden en melden bij het aanspreekpunt van de cliënt.

Ondersteuning thuis – coachen gericht op het huishoudenDit is het aanleren, oefenen en bestendigen van huishoudelijke vaardigheden en vaardigheden ten behoeven van het aanbrengen van structuur in het huishouden. Waar nodig het overnemen van lichte en zware huishoudelijke taken in de woonruimtes die in gebruik zijn om ontregeling van huishouden te voorkomen. Het bieden van lichte begeleiding bij de dagelijkse organisatie van het huishouden, zoals door het checken van producten op de houdbaarheidsdatum en het aanbrengen van structuur in de agenda. Ondersteuning thuis – Coachen gericht op het huishouden kan alleen aan de orde zijn als versterking van de zelfredzaamheid van de cliënt mogelijk is. De cliënt heeft begeleiding nodig om zichzelf te ontwikkelen om huishoudelijke vaardigheden onder de knie te krijgen. Het kan nodig zijn dat de begeleiding eerst taken overneemt en de cliënt coacht en begeleidt in het op termijn voorkomen daarvan. De ondersteuning is waar mogelijk eindig.

De te behalen resultaten zijn gericht op:

  • -

    Een schoon en leefbaar huis, waarbij inwoners gebruik moeten kunnen maken van een schone woonkamer, als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimtes, een keuken, een douche/toilet en een gang/trap.

  • -

    Het voorkomen van ontregeling en vervuiling.

  • -

    Het aanleren van vaardigheden om zelfstandig een huishouden te kunnen voeren.

  • -

    Structuur aanbrengen in het huishouden.

  • -

    Het sociaal netwerk van de cliënt wordt betrokken waar nodig.

2.2 Andere ondersteuningsvormen

Voor verdere omschrijving en afwegingskader van de ondersteuningsvormen wordt doorverwezen naar het inkoopdocument via https://www.sociaaldomeinachterhoek.nl/zorgaanbieders/inkoop/ onder ‘downloads’, vanaf perceel 1.

 

Bijlage III Toelichting op de stappen in het onderzoek

Een zorgvuldig onderzoek vereist het op enigerlei doorlopen van de volgende stappen :

Stap 1 - inventariseer de hulpvraag

Uit artikel 3:2 van de Awb in samenhang met de artikelen 2.3.2 en 2.3.5 van de wet vloeit voort dat het college voldoende kennis dient te vergaren over de voor het nemen van een besluit over maatschappelijke ondersteuning van belang zijnde feiten en omstandigheden en af te wegen belangen. Dit brengt met zich dat wanneer bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning het college allereerst moet vaststellen wat de hulpvraag is.

Stap 2 - breng de onderliggende problematiek minutieus en onderbouwd in kaart

Vervolgens zal het college moeten vaststellen welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving.

Stap 3 - stel de aard en de omvang van de noodzakelijke hulp vast

Als de problemen voldoende concreet in kaart zijn gebracht, kan worden bepaald welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de ondersteuningsvrager, onderscheidenlijk het zich kunnen handhaven in de samenleving.

Stap 4 - kijk wat de discrepantie tussen noodzaak en de eigen mogelijkheden zijn

Uit artikel 2.3.2, vierde lid, aanhef en onder b, c en f, van de wet in samenhang met het derde en vierde lid van artikel 2.3.5 van de wet vloeit voort dat het onderzoek er vervolgens op gericht moet zijn of en in hoeverre de eigen mogelijkheden, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden.

Stap 5 - stel vast welke voorziening de geconstateerde discrepantie adequaat oplost

Slechts voor zover die eigen mogelijkheden ontoereikend zijn dient het college een maatwerkvoorziening te verlenen.

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-en-ondersteuning-thuis/documenten/publicaties/2019/08/26/10-punten-pgb-vaardigheden


1